HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 9   (uit: 542)


Uitgebreid zoeken
Gesorteerd op:  Boeknummer

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00100  
Beknopte geschiedenis van de Pauselijke Zouaven
Religie -- Algemeen           (onbekend)    [M.C. J.L. Van Nispen]
Beknopte geschiedenis van de Pauselijke Zouaven

Voor het begrijpen van de geschiedenis van de Pauselijke Zouaven is het noodzakelijk iets te weten over de Kerkelijke
Staat. Voor de verdediging van deze staat hebben in de periode 1860-1870 duizenden jonge mannen hun leven veil gehad.
De eigenlijke stichting van de Kerkelijke Staat vond plaats onder de regering van Pepijn de Korte. Tevoren had de Kerk
grote stukken grond gekregen en na het edict van Milaan in 313 namen deze bezittingen voortdurend in omvang toe. Zij
lagen over geheel Italië verspreid en vormden tezamen het PATRIMONIUM PETRI, het erfgoed van Petrus. De pausen waren
in feite grootgrondbezitters, zij bezaten geen wereldlijke macht. De zgn. 'schenkingsbrief van Constantijn' waaraan
deze macht zou worden ontleend, is een vervalsing uit de 8e eeuw. Wel had de bisschop van Rome vanaf de tijd van
Constantijn een beperkte wereldlijke macht in Rome en Italië.
Hij was vazal van het Oostromeinse rijk; de plaatsvervanger van de keizer, de exarch, zetelde in Ravenna.
Omdat de Oostromeinse keizer, noch zijn stadhouder, voldoende weerstand aan de veroveringszucht van Hunnen en
Longobarden konden bieden, nam de paus de zorg op zich voor veiligheid en rechtsorde.
Toen in 751 de Longobarden Ravenna veroverden en Rome naderden, trok paus Stephanus II naar de Frankische koning
Pepijn en maakte hem tot 'patricius Romanorum', een titel die de exarch van Ravenna had gedragen. In 754 sloot Pepijn een
bondgenootschap met de paus, trok de Alpen over en versloeg de Longobarden bij Pavia. Het veroverde land, Ravenna en 22
steden in de omtrek, stond hij af aan de paus als geschenk aan de H. Petrus en de Roomse Kerk. Door deze schenking
van Pepijn de Korte was de Kerkelijke Staat eigenlijk gesticht.
Door de reis die door Stephanus II naar Frankrijk was ondernomen om bescherming te vragen, werd de traditie in het
leven geroepen welke Frankrijk meer dan 1000 jaar lang telkens deed ingrijpen, militair of politiek, in aangelegenheden
van de Katholieke Kerk. Ook in de 19e eeuw.
In 773 bedreigen de Longobarden de Kerkelijke Staat. Dan onderneemt de zoon van Pepijn, Karel de Grote, een veldtocht,
verslaat de Longobarden en schenkt in 774 gebieden om Rome, hét land der Sabijnen, Ferrara, Bologna, Imola, Faenza,
Ancona, Osimo en Perugia aan de paus.
In 787 voegt hij er landstreken zuidelijk van Rome, Viterbo,Orvieto en Civita Castellana aan toe.

Nederlands Zouaven Museum Oudenbosch/Pro Petri Sede;   ( Ja)
 

2. Boeknummer: 00210  
1949-1999 H. Bartholomeuskerk Zevenbergschen Hoek
Religie -- Algemeen           (1999)    [Ad Verschuren]
1949-1999 H. Bartholomeuskerk Zevenbergschen Hoek

Ten geleide
Dit boekje werd samengesteld naar een idee van het kerkbestuur ter
gelegenheid van het 50 jarig bestaan van onze parochiekerk.

Het was geenszins de bedoeling een geschiedenis te schrijven van de
laatste 50 jaar van onze parochie, maar meer om te verhalen over de
bouw van de kerk, wat eraan vooraf ging en wat er daarna met en
rondom de kerk gebeurde in de daarop volgende 50 jaren.

De gegevens uit dit boekje zijn grotendeels afkomstig uit de memo-
rialen van de parochie en het streekarchief te Zevenbergen. Ook de
foto’s en illustraties zijn voornamelijk afkomstig uit bovenstaande
bronnen.

Ad Verschuren
Juli 1999


Voorwoord
Beste lezer,
Voor u ligt de beknopte geschiedenis van onze kerk en zijn gemeen-
schap in de afgelopen 50 jaar. Verhalen over het einde van de oor-
log, over de watersnood, over dopen, trouwen en sterven, over
pastoors en kapelaans, over verbouwingen, kortom over heel veel
zaken die zich in en rondom het huidige kerkgebouw hebben afge-
speeld.
1949- 1999. Ons kerkgebouw is 50 jaar oud en een dergelijk jubi-
leum behoor je te vieren.
Het kerkbestuur wil u in het kader van het jubileum dit boekje aan-
bieden in de hoop dat u er enkele genoeglijke uurtjes aan zult bele-
ven.
Ad Verschuren, lid van het kerkbestuur, heeft heel wat vrije uurtjes
opgeofferd om de archieven van de kerk door te spitten en van al die
gebeurtenissen een lezenswaardig verhaal gemaakt. We zijn Ad daar
erg dankbaar voor, al heeft hij aan zijn werk ook veel plezier be-
leefd. In die annalen kwam hij n.1. prachtige met de hand geschre-
ven, soms bijna onleesbare, verhalen tegen die de geschiedenis van
de laatste 50 jaar zo treffend in beeld brengen. Uit al die boekwer-
ken is een selectie gemaakt met de belangrijkste gebeurtenissen.
Wij hopen dat u deze beknopte 50-jarige H. Bartholomeushistorie
met veel plezier zult doorlezen en wellicht mijmert u zelf weer even
weg als u de verhalen herkent.
Will Aper
Vice- voorzitter kerkbestuur H. Batholomeus

Kerkbestuur Batholomeuskerk;  
 

3. Boeknummer: 00283  
Fotoverslag Jubileumbedevaart Rome 2002
Religie -- Algemeen           (2003)    [Smit, Ruud]
Fotoverslag jubileumbedevaart van het bisdom Breda naar Rome 19 t/m 27 oktober 2002 (met foto cd)

Als bisdom behoren we tot de kerk van alle plaatsen en alle tijden. Nergens is dat meer zichtbaar en voelbaar dan in Rome waar de apostelen Petrus en Paulus
begraven liggen en waar de bisschop van Rome, de opvolger van de apostel Petrus, het zichtbare teken van onze eenheid is. Daarom gaan we in het najaar
van 2002 op bedevaart naar de Eeuwige Stad.
(bisschop Muskens tijdens de Opstapdag Jubileumviering, maart 2001, te Bergen op Zoom)

Reis
Al vroeg vertrekken de bussen vanuit de diverse plaatsen in het bisdom. Familieleden en vrienden van de bedevaartgangers zijn opgekomen om ondanks het vroege uur hen uit te
zwaaien.
Eenmaal over de grens doet zich een hilarisch moment voor. We stoppen bij een benzinestation, waar Italianen zich verbazen over onze sjaaltjes. Die zijn hun onbekend en ze
vragen dan ook van welke voetbalclub wij zijn, (website bisdom)

Keulen
Wij gaan met tweeduizend mensen op bedevaart, op pelgrimstocht. Wij gaan den vreemde in. We hebben ons huis, onze familie, onze woonplaats verlaten. We laten onze
gewone bezigheden, onze normale levenssfeer, onze omgeving achter en trekken naar heilige plaatsen. Wij gaan op pelgrimstocht, op bedevaart en schakelen over van stof-
felijke naar geestelijke zorgen, van aardse bekommernis naar het hemelse. Wij gaan met elkaar op reis naar heilige plaatsen om te bidden en om een gunst af te smeken,
om te danken. Wij gaan in het spoor van onze aartsvader Abraham. Als een zwervende Arameeër, op weg in den Vreemde ontmoette Abraham God op zijn weg. Wij gaan in het
spoor van de Drie Koningen van wie in deze Dom de relieken worden bewaard. Wij gaan in het spoor van St. Willibrord naar Rome...
(deken Simon Kuyten in de Dom te Keulen)

Bisdom Breda;  
 

4. Boeknummer: 00295  
Bijbels Woordenboek
Religie -- Algemeen           (1954-1957)    [Dr A. van den Born e.a.]
Bijbels woordenboek

VERANTWOORDING
De eerste, inmiddels uitverkochte druk van het Bijbels Woordenboek mag zonder enige overdrijving een algeheel succes genoemd worden. Dit blijkt wel het
beste hieruit, dat de publicatie van de duitse bewerking * voltooid is, dat de franse vertaling ** binnen afzienbare tijd verwacht mag worden, en dat verschil-
lende andere vertalingen in voorbereiding zijn.
Hoe goed de eerste druk ook was, de geweldige ontwikkeling en heroriëntering die de bijbelwetenschap in de laatste jaren heeft doorgemaakt (men denke
slechts aan de opzienbarende vondsten in de woestijn van Juda en het verdiepte theologische inzicht dat ook aan de bijbelstudie ten goede kwam), stelde de
redactie voor de noodzaak, de tekst grondig bij te werken.
Daarom is voor de tweede druk het aantal medewerkers aanzienlijk uitgebreid, zijn verschillende trefwoorden geschrapt en nieuwe trefwoorden opgenomen,
vooral van theologische aard. Archeologische en historische onderwerpen zijn bondiger behandeld, theologische vraagstukken daarentegen hebben al de ruimte
gekregen die ze verdienen. Ook de vorm van het boek is, naar wij vertrouwen, eleganter geworden.
Maar ook deze tweede druk blijft, wat de eerste druk wilde zijn: een handig hulpmiddel, waarin vakmensen, geestelijken, priesterstudenten, hogeschoolstu-
denten, afgestudeerden en belangstellende leken een beknopt, maar toch volledig antwoord kunnen vinden op alle vragen die zich bij bijbelstudie en bijbelonder-
richt steeds weer voordoen, en waarvan de beantwoording anders het zoeken in een omvangrijke en vaak moeilijk toegankelijke vakliteratuur noodzakelijk maakt.
Ofschoon de medewerkers allen dezelfde algemene richtlijnen en beginselen volgen, en het vooral hun streven is, een zo objectief en volledig mogelijk beeld
te geven van de verschillende vraagstukken, blijft toch ieder van hen alleen verantwoordelijk voor zijn eigen bijdragen. Daarom is elk trefwoord met een ge-
makkelijk te herkennen initiaal ondertekend.
In het artikel Tijdrekening (niet elders) kon nog rekening gehouden worden met de in 1956 gepubliceerde Chronicles of Chaldaean Kings (626—556) in the British
Museum. Het artikel over de vondsten in de woestijn van Juda is als Aanhangsel I opgenomen om de auteur gelegenheid te geven, de allerlaatste gegevens te verwerken.
DE REDACTIE
* Bibel-Lexikon, herausgegeben von Herbert Haag (Benziger Verlag, Einsiedeln, Zürich, Köln).
** Gebaseerd op de tweede nederlandse uitgave.

J.J. Romen & Zonenen Roermond;  
 

5. Boeknummer: 00303  
Kerken van Cuypers in oude ansichten
Religie -- Algemeen           (1986)    [Jan Jongepier en Andries Monna]
Kerken van Cuypers in oude ansichten. Jubileumuitgave van Europese Bibliotheek.
Foto's met informatieve bijschriften van alle kerken van architect Cuypers in Nederland.

INLEIDING
De toren wordt gebouwd voor de gemeentenaren buiten de kerk. De toren moet hoog zijn. Hij dient om uit de verte de plaats der kerk aan te toonen. Hij moet hoog zijn, omdat de klokken het geluid in de
verte over de woningen der gemeentenaren moeten verspreiden en hen ter kerke roepen. Een lage toren is een onding.
Deze regels, verschenen in het Bouwkundig Weekblad van 1886, zijn afkomstig van bouw-
meester Petrus J.H. Cuypers (1827-1921). De architect heeft het niet bij woorden alleen gelaten. Het silhouet van veel steden en dorpen in ons land wordt voor een groot deel bepaald door een kerk-
gebouw waarvoor hij het ontwerp heeft getekend.

Dat Cuypers zoveel opdrachten kreeg, kwam omdat hij werkte in een tijd waarin het rooms-katholieke volksdeel van Nederland druk bezig was met de emancipatie. De in de Franse tijd opgestelde grondwet van
1798 bepaalde dat alle godsdiensten gelijke rechten zouden hebben. Daarmee kwam er een eind aan de bevoorrechte positie van de Nederlands Hervormde Kerk. Voor de katholieken betekende het dat ze hun
schuilkerkjes konden verlaten en nieuwe, ruime bedehuizen gingen bouwen.

Aanvankelijk gebeurde dit in de zogenaamde waterstaatsstijl, een stijl die zijn naam ontleende aan het feit dat ingenieurs van het Ministerie van Waterstaat vaak nauw bij de plannen betrokken waren. De
kerken van dit type doen met hun klassieke tempelfront, dikwijls gecombineerd met een koepeltorentje, nogal deftig aan. De Amsterdamse Mozes en Aaronkerk is er een goed voorbeeld van.

Omstreeks 1850 maakte het neoclassicisme van de waterstaatskerken geleidelijk plaats voor de neogotiek. De eerste voortbrengselen van deze stijl vielen niet zo gelukkig uit en daarom werden ze fel gehekeld
door de rooms-katholieke geleerde en schrijver Josephus A. Alberdingk Thijm (1820-1889). Naar zijn inzichten moest een kerkgebouw aan de hoogste eisen in constructief, esthetisch en godsdienstig opzicht
voldoen. Omdat hij in de middeleeuwse gotiek deze voorwaard en voortreffelijk vervuld zag, werd hij de vurige propagandist van de neogotiek in ons land.
Spoedig vond Alberdingk Thijm in de jonge architect Cuypers een kunstenaar die in staat was voor de katholieken kerken te bouwen die, evenals in de middeleeuwen, duidelijk getuigenis zouden afleggen
van hun geloof.

Cuypers’ restauraties en ontwerpen, uitbundig geprezen door Alberdingk Thijm, brachten steeds meer bouwpastoors ertoe hun nieuwbouwplannen te laten uitvoeren door de Roermondse architect. Zijn
belangrijkste inspiratiebron lag in de jaren tussen 1850 en 1870 in de dertiende-eeuwse gotiek van Noord-Frankrijk en het Rijnland. De Sint Catharinakerk in Eindhoven geldt als het hoogtepunt uit deze
periode. Na 1870 zijn in een tweede periode ook elementen ontleend aan de Nederlandse, de Engelse, de Scandinavische en de Italiaanse gotiek aan te wijzen. De Haagse Sint Jacobuskerk, de Leeuwarder
Sint Bonifatiuskerk en de Hilversumse Sint Vituskerk laten deze ontwikkeling goed uitkomen, tevens probeert Cuypers dan in sommige ontwerpen een samengaan tussen de gotische, basilikale plattegrond
en centraalbouw te bereiken. Het mooiste voorbeeld hiervan is de Heilig Hart- of Vondelkerk in Amsterdam, de stad waar hij zich in 1865 had gevestigd in verband met het toenemende aantal opdrachten uit
het noorden van het land. Dat Cuypers ook buiten katholieke kringen erkenning kreeg, bleek toen hem de bouw van het Rijksmuseum en het Centraal Station in de hoofdstad werd toevertrouwd.

Zodra de katholieken waren gewonnen voor de neogotiek, werden Cuypers en zijn Utrechtse collega Alfred Tepe (1840-1920) overstelpt met aanvragen.
Grootse bouwwerken met hoge torens moesten na de schuilkerkentijd de herwonnen vrijheid van godsdienst overal tot uitdrukking brengen!

Het einde van de neogotiek brak aan toen in het begin van de twintigste eeuw architecten als Berlage (1856-1934) nieuwe vormen in de bouwkunst aan de orde stelden. Lange tijd hebben kunsthistorici weinig
waardering kunnen opbrengen voor de neogotische kerken. Vaak was hun afkeer terecht, want vooral uit de door leerlingen van Cuypers en Tepe geleverde ontwerpen spreekt weinig bezieling. Maar ook voor
het werk van Cuypers zelf toonde men nauwelijks interesse. Zonder noemenswaardige protesten verdwenen het kerkje in het Friese Wijtgaard, de kathedraal van Breda en in Amsterdam de Maria Magda-
lenakerk en de Sint Willibrordus buiten de Veste. Een trieste reeks die in 1982 nog een vervolg kreeg door de afbraak van de Sint Martinuskerk in Groningen...

Gelukkig is er in de jaren zeventig meer begrip voor de oorspronkelijkheid van Cuypers’ oeuvre ontstaan.
Een respectabel aantal van zijn kerken werd op de lijst van beschermde monumenten geplaatst. Ook ging men hem, zoals Berlage dat al eerder had gedaan, meer en meer zien als degene die door eerlijk materi-
aalgebruik en moderne constructiemethoden de basis had gelegd voor de architectuur van deze eeuw.

Door ruimtegebrek konden niet alle kerken van Cuypers in dit album worden opgenomen. De auteurs hebben een selectie gemaakt, waarbij ze getracht hebben niet alleen de nieuwbouwplannen maar ook
de omvangrijke restauratiepraktijk van de architect te belichten.

Sommige kerken zijn in de oorlog verwoest, voor andere kwam de herwaardering te laat. Wat rest is slechts de afbeelding op een oude ansichtkaart... Dit boekje zal af en toe goede herinneringen oproepen
aan een kerkgebouw dat er niet meer staat. Mogelijk doet het menige lezer ook met des te meer waardering kijken naar de Cuyperskerk die nu nog zo trots het silhouet van zijn woonplaats bepaalt.

Europese Bibliotheek Zaltbommel;  
 

6. Boeknummer: 00308  
De kerk gaat uit
Religie -- Algemeen           (1973)    [Michel van der Plas en Jan Roes]
De kerk gaat uit. Familiealbum van een halve eeuw Katholiek Leven in Nederland

INHOUD
Verantwoording 7
In de kerk 9
Mensen van de kerk 49
De kerk naar buiten 93
Een katholiek gezin 129
Onze zuil 161
Kerk in beweging 193

VERANTWOORDING
Dit familiealbum van een halve eeuw 'katholiek leven in Nederland’ biedt in feite niet meer dan een glimp daarvan. Vele duizenden foto’s zijn door
onze handen gegaan en bekeken, altijd met piëteit, vaak met ontzag, soms met een, verlegen of geamuseerde, glimlach, — en er konden er maar zo’n
vierhonderd gekozen worden. De beelden die overbleven vermogen tenslotte niet meer dan een indruk te geven van de levende mensen, hun geloof en
hun werken, binnen de katholieke gemeenschap van de laatste halve eeuw.
De lezer moet het boek dan ook beschouwen als de eerste aanzet tot een 'Memoriaal’ van veel grotere opzet en omvang, dat waarlijk representatief mag heten.
Intussen hebben wij zelfs niet durven streven naar volledigheid. Wel naar een zo eerlijk mogelijke presentatie van de mensen en hun overtuiging, hun
gebruiken en gewoonten, hun inspiratiebronnen en hun acties, hun triomfen, verdriet en nederlagen, hun bewegingen en spanningen, hun dromen en
idealen, hun winst en verlies.
In de eerste vijf hoofdstukken wordt het verhaal geboden van een verleden dat deels voorgoed voorbij lijkt te zijn, deels nog aan het afsterven is. Door
velen wordt dit verleden — bijna hun eigen vlees en bloed, eigenlijk nog zo dichtbij, maar tegelijk zo ver weg — nog niet vergeten, door een deel van
hen zelfs met nostalgie herdacht.
Het zesde hoofdstuk wil een beeld geven van de beweging in de geloofsgemeenschap sinds de laatste tien a vijftien jaren.

Iedere lezer zal op zijn eigen wijze reageren op de afbeeldingen. De samenstellers willen hem geen interpretatie opdringen. Zij wensen uitsluitend te
laten zien ’hoe het was’. De foto’s moeten het verhaal maken, zij vormen debron.
De begeleidende teksten willen niet meer dan hier en daar verklaren, toelichten, wijzen op tekenende details, niet meer dan een handreiking voor het
kunnen ’zien’ en verstaan van de foto’s. Afbeeldingen en teksten zijn echter eerst en vooral een uitnodiging aan de kijkende lezer, om al bladerend in dit
album — elk met zijn persoonlijke herinneringen — zijn eigen verhaal te vertellen. Wellicht zal hij een eigen album voor de dag halen en er de eigen
tekst bij voelen opkomen, getuigend van persoonlijk beleven. En dat is in wezen — niet meer en niet minder — een oervorm van wat sinds mensen-
heugenis geschiedenis heet.
Het is een platenboek geworden, en dat betekent dat dit eerbiedig herdenken nog in andere opzichten onvolledig is; het brengt geen geuren over, (katho-
lieke geuren, van wierook op het priesterkoor bijv., van een kloostergang, van een pastoorssigaar en van een peuk in een kerkbank); noch kleuren (het
rijke purper van een kardinaal, het goud van het 'plechtige stel’ kazuifels, de rode toogjes van de misdienaars, de krans van lampjes rond het altaar);
noch van geluiden (kloosterklokjes te middernacht, de gong bij de consecratie, de klok voor het angelus, het zuchten van biechtvaders na een paar uur
biechthoren). Maar deze ervaringen behoren wellicht ook tot de eigen herinneringen, die opkomen bij het kijken en lezen.

Voor de foto’s en de gegevens zijn de samenstellers grote erkentelijkheid verschuldigd aan:
drs. G. A. M. Abbink, broeder Amator-Kappê, H. J. M. Bary, Jan Bomans, dr. P R. A. Bouvy, Martien Coppens, Herman Divendal, Frans Duister,
Johan van Eerd, Kees Fens, Lambert van Gelder, Guus van Hemert, Herman Hofhuizen, H. W. A. Joosten, Ben Kroon, M. H. Marijs, M. van Nispen, J.
Nijenhuis, Frans Oudejans, Joost Reuten, Jan Ruyter, Stijn Verbeeck, Herman Verbeek, Nico Versluis, J. v. d. Voort, dr. G. A. Wellen en in het bij-
zonder aan de medewerk(st)ers van het Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen: A. van den Boogaard, G. P. A. Dierick, Elly Janssen-Geraedts,
A. G. J. Maes, W. A. A. Mes, C. A. M. Mohrmann en Sabine Sluyter; voorts aan het Aartsbisschoppelijk Museum, Utrecht; Arca Pacis, Driebergen;
De Bazuin, Nijmegen; foto-archief paters Jezuïeten, Nijmegen; KRO, Hilversum; Kruispunt, Nijmegen; Landelijk Bureau Kerkelijk Kunstbezit, Drie-
bergen; de Nederlandse Katholieke Sportfederatie, ’s-Hertogenbosch; Persdienst Bisdom Breda, Breda; Uitgeverij Spaarnestad, Haarlem,
en verder aan de vele andere personen, instanties en instellingen die van dienst zijn geweest met informaties en adviezen.

Ambo;  
 

7. Boeknummer: 00392  
Langs de Mariakapellen
Religie -- Algemeen           (1985)    [G.A.A.M. Kuijpers]
Langs de Mariakapellen

Inhoud
Voorwoord blz. 5
Langs de Mariakapellen 6-7
Het Kerkgebouw van de parochie St. Bavo 8-9
Lourdesgrot 10-11
Beeldengroep 12 - 13
Kapel Tiggelt 14-15
Kapel Tiggeltseberg 16 -17
Kapel Ettenseweg 18-19
Plattegrond 20 - 21
Kapel Zwart Moerken 22-23
Kapel Kaarschot 24 - 25
Kapel Hazeldonk 26 - 27
Kapel Mosten 28 - 29
Kapel Oekel 30-31
Kapel Oekelseheide 32 - 33
Kapel Klein Oekel 34 - 35
Kapel Kruispad 36 - 37


RIJSBERGEN
Langs de Mariakapellen.
Voorwoord
Een reeds lang sluimerende wens; een simpel idee voor een fietstocht; een onbekend verhaal; dit alles is uitgegroeid tot een boek-
werkje dat veel herinneringen met zich draagt en een route biedt waarlangs het nog leuk fietsen is ook.
Met dank aan al diegenen die hun medewerking hebben gegeven om dit boekje tot stand te laten komen, met name Jan Bastiaansen
die er nu en in het verleden reeds vele uurtjes in heeft gestoken en niet te vergeten de buurtbewoners die de kapelletjes al die tijd in ere
houden.
Wat betreft het fietsen wordt verwezen naar de middenpagina alsmede naar de plattegrond van de gemeente Rijsbergen waarop
de fietsroute eveneens is aangegeven.
Om alle kapelletjes te bereiken moet men op enkele plaatsen de verharde weg verlaten en via soms slechte paden de route ver-
volgen. De totale lengte bedraagt 21 km.
Mochten er onverhoopt onvolkomenheden dan wel onjuistheden in dit boekje voorkomen, dan houden wij ons daar graag voor aan-
bevolen zodat we ze in een eventuele herdruk kunnen verwerken.
J.C. Hoekman
Gemeente Rijsbergen
Rijsbergen, november 1985

Gemeente Rijsbergen en Rabo Rijsbergen;  
 

8. Boeknummer: 00447  
Rooms, rijk of regentesk
Religie -- Algemeen           (1990)    [Maarten Duijvendak]
Rooms, rijk of regentesk
Elitevorming en machtsverhoudingen in oostelijk Noord-Brabant

Inhoud
A INLEIDING
1 Probleemschets
2 Theoretisch en methodisch raamwerk 10
2.1 Historische elitestudies in een stroomversnelling 10
2.2 Noord-Brabant en de geschiedenis van zijn elites 12
2.3 Perspectieven op macht en elite 16
2.4 Definities, vraagstelling en onderzoeksopzet 20
3 De maatschappelijke ontwikkeling in oostelijk Noord-Brabant 24
3.1 De regio en haar bevolking 24
3.2 Bevolking en bestaan in beweging 26
3.2.1 De verkeerssituatie 26
3.2.2 De landbouw 28
3.2.3 De nijverheid 32
3.2.4 De bevolkingsgroei 36
3.3 De maatschappelijke verhoudingen 38
3.3.1 Armoede en sociale ongelijkheid 38
3.3.2 De politiek-bestuurlijke verhoudingen 40
3.3.3 De ontwikkeling van de politieke krachten 41
3.3.4.De institutionele groepsvorming 43
3.4 Samenvattende karakterisering 45
B DE SAMENSTELLING VAN DE ELITES
4 De financiële elite 47
4.1 Derijksten 47
4.2 De welgestelden in de Franse tijd, 1810-1813 48
4.3 De verkiesbaren tussen 1823 en 1839 51
4.4 Een regionaal overzicht uit 1844 - 54
4.5 De hoogstaangeslagenen in de periode 1848-1910 56
4.6 Het vermogen bij de dood, 1880-1885 59
4.6.1 De baten, schulden en saldi 59
4.6.2 De bestanddelen van het vermogen 60
4.6.3 H et onroerend goed 61
4.7 De ontwikkeling van de financiële elite, 1810-1910 62
5 De elite als netwerk van bestuurders 64
5.1 De bestuurders 64
5.2 Over methode en materiaal 64
5.3 Het kleine netwerk van 1835 68
5.4 Uitbreiding: het netwerk van 1875 70
5.5 Verstoring en aanpassing: het netwerk van 1895 74
5.6 Consolidatie: het netwerk van 1910 76
5.7 De ontwikkeling van de bestuurlijke elite, 1835-1910 78
6 De regionale elite 82
6.1 De regionale elite circa 1810 82
6.2 1835: De gehandhaafde continuïteit 84
6.3 De bedreigde continuïteit van omstreeks 1875 86
6.4 De 'regionalisering’ van circa 1895 89
6.5 Opdeling en eenheid circa 1910 91
6.6 Verschuivingen en constanten, 1810-1910 93
C EEN CONGLOMERAAT VAN FAMILIES
7 De familiebanden 96
7.1 Families 96
7.2 Het Bossche familiecomplex 97
7.3 Familierelaties in het Bossche complex 99
7.4 De nieuwkomers 103
7.5 Informele omgang 105
7.6 Betekenis 108
8 Enkele families in ontwikkeling 110
8.1 De la Court, bestuurders met ervaring 110
8.1.1 Katholieke emancipatie 110
8.1.2 Regionaal hoogtepunt en politiek verlies 112
8.1.3 Een financieel bankroet 114
8.2 Jurgens, nieuwe rijkdom 117
8.2.1 Maaslandse handel 117
8.2.2 Van boter naar margarine 119
8.2.3 Regionale betekenis 122
8.3 Ardts, boerenemancipatie 125
8.3.1 Boeren en raadsleden 125
8.3.2 Ardts en de NCB te Beugen 127
8.4 Het genereren der generatie 128
D REGIONAAL FUNCTIONEREN, DRIE CASE STUDIES
9 De conflicten in de periode 1826-1830 131
9.1 Facties en conflicten 131
9.2 De kerk, de staat en het onderwijs, 1815-1830 131
9.3 Petitiebewegingen tussen 1829 en 1830 133
9.4 Profiel van de oppositie 138
9.5 De rol van de clerus 141
9.6 De verkiezingen in 1829 en de gevolgen van de Belgische opstand en afscheiding 142
9.7 Conclusies 146
10 Lokale elites en de strijd om het onderwijs. 1890-1920 148
10.1 Onderwijsdiskussie in oostelijk Noord-Brabant 148
10.2 De Bossche kweekschoolkwestie 153
10.2.1 Huisvestingsproblemen van de Rijkskweekschool 156
10.2.2 Besluitvorming en taktiek in de gemeenteraad 157
10.2.3 Nieuwe verkiezingen en verdere voorbereiding 159
10.2.4 Nasleep en balans 161
10.3 Het testament van Mr. P.F. van Cooth 163
10.3.1 Reakties van pers en gemeenten 164
10.3.2 Van Cooth en Eindhoven 166
10.4 De verschillen tussen de gemeenten 167
10.5 Conclusies 169
11 De strijd om de boeren, 1880-1910 171
11.1 De elite en het boerenvraagstuk 171
11.2 De Maatschappij van Landbouw in Noord-Brabant 172
11.3 De komst van de NCB .176
11.4 De strijd om de leden 182
11.5 Het definitieve succes van de NCB 188
11.6 De NCB een nieuwe elite? 190
11.7 Conclusies 191

E BESLUIT
12 Slotbeschouwing 193
Summary 198

Bijlagen 202
Noten 269
Lijst van tabellen en bijlagen 385
Lijst van geraadpleegde archieven 388
Literatuurlijst 392
Lijst van Aardrijkskundige namen 398
Lijst van persoonsnamen 400


Woord vooraf
Deze studie is één van de eerste resultaten van een langlopend onderzoeksproject van de afdeling economische en sociale geschiedenis van de Rijksuniversiteit
Utrecht. Uiteindelijk doel van dit project is een integrale geschiedschrijving van oostelijk Noord-Brabant tussen 1770 en 1914. Ik kon aan dit projekt deelnemen
door een 4½ jaar durende part-time aanstelling als wetenschappelijk assistent bij de Faculteit Letteren te Utrecht.
Vóór in dit boek wil ik degenen bedanken die in belangrijke mate aan de wording hiervan hebben bijgedragen. In de eerste plaats denk ik daarbij aan mijn
promotor prof.dr. Th. van Tijn en mijn begeleider dr. G.M.T. Trienekens. Hun adviezen, kritieken en aanmoedigingen waren een grote stimulans bij de totstandkoming
van het werk. Prof.dr. A.J.A. Felling, van de Katholieke Universiteit Nijmegen, mijn tweede promotor en drs. Th. van de Weegen waren belangrijk voor de
netwerk-analyses in dit boek. Walther van Halen bedank ik voor de vele gesprekken over ons beider onderzoeksgebied. Hem en drs. L.A.C.A.M. van Rijckevorsel ben ik
erkentelijk voor veel suggesties.
Ik wil hen en voorts dr. H.D. Flap, dr. M. Prak, mevr. drs. M.E.B. van Ophem, mevr.drs. D. Verhoeven, dr. H.M. Weesie en mijn vader bedanken voor het
lezen en becommentariëren van (stukken van) het manuscript. Op veel punten kon ik profiteren van hun inhoudelijke en stilistische aanwijzingen. Mijn broer
Han bedank ik voor zijn hulp bij de Engelse ’summary’ en John Stohr voor het tekenen van de kaartjes. Jan van Muilenkom en Stan Verhaak wil ik bedanken
voor hun bemoeienis met het uitgeven en drukken van het boek.
Tijdens het onderzoek heb ik de medewerking van veel mensen ontvangen.
In mevrouw P. Leget van het Rijksarchief in Noord-Brabant wil ik al de medewerkers van documentatiecentra, bibliotheken, gemeentesecretarieën en de
rijks-, streek- en gemeentelijke archiefdiensten die ik heb bezocht bedanken.
Aanwijzingen en materiaal mocht ik verder ontvangen van de heer E. Geveart te Loon op Zand, dr. A. Kappelhof te Den Bosch, prof.dr. P.M.M. Klep te Nijmegen
en de heer J. J.M. van der Voordt te Beugen. De Nederlandse Unilever Bedrijven b.v. waren zo vriendelijk mij toegang te verlenen tot hun archieven.
Mijn ouders bedank ik voor de kansen en steun die ze mij hebben gegeven en voor hun hulp bij het samenstellen van het register. Ik heb ook veel reden mijn
vrienden te bedanken. Ik doe dat mede voor het ongeduld dat ze de afgelopen jaren hebben getoond. Het is dan ook dankzij Annemieke van Ophem, Carin van den Berg,
Caroline van Eek, Gerrit Schmieman, Ingemette Niekerk, Jaap Jansen, Jeroen Weezie, Joost Latiers, Karin Maus, Lizette Rosenboom, Loes Bakels
en Marjolein Minks dat ten slotte de laatste zinnen van dit boek zijn geschreven.

Utrecht-Groningen, september 1989

Het Noord Brabants Genootschap;  
 

9. Boeknummer: 00467  
Katholiek Woordenboek
Religie -- Algemeen           (1987)    [drs. W. Knippenberg en Frans Oudejans]
KATHOLIEK WOORDENBOEK
samengesteld door drs. W.H.Th. Knippenberg en Frans Oudejans

Thomas Rap Amsterdam/Brussel;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 27 maart 2022