HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 9   (uit: 542)


Uitgebreid zoeken
Gesorteerd op:  Boeknummer

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00056  
Verleden wordt heden
Monumenten -- Monumentenzorg           (2010)    [Rijdt-van de Ven, Tonnie van de; Berkvens, Ria]
Verleden wordt heden
Een handreiking voor vrijwilligers in de archeologische monumentenzorg

Een nieuwe uitgave

De eerste versie
In 2005 gaf de Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland (AWN-afdeling 23) de eerste versie uit van 'Verleden wordt Heden'. Aanleiding was de in voorbereiding zijnde Wet op de
Archeologische Monumentenzorg (Wamz). De vereniging wilde haar leden en gemeenten tijdig informeren over de vele nieuwe taken die de gemeenten volgens deze wet zouden gaan krijgen
en de rol die vrijwilligers daarbij kunnen spelen. De uitgave bleek in een duidelijke behoefte te voorzien. Niet alleen voor de eigen leden, er kwamen aanvragen uit het hele land.

Een handreiking specifiek voor vrijwilligers
Er is inmiddels veel gepubliceerd over Malta en de Wamz. Nóg een boek lijkt dan niet meer zo nodig. Echter, vrijwilligers hebben een specifieke informatiebehoefte. Er is behoefte aan basale
kennis over wet- en regelgeving en aan informatie over wanneer en hoe je als burger op kunt komen voor de belangen van de archeologie. Daar voorzien die bestaande publicaties maar deels
in. Deze herziening is bedoeld om geactualiseerde informatie te geven die specifiek op vrijwilligers in de archeologie is afgestemd.

Invoering nieuwe wetten
In september 2007 is de Wamz in werking getreden. Daar zijn nu de eerste ervaringen mee opgedaan en zijn resultaten zichtbaar. De belangrijkste reden voor grondige herziening van de tekst
uit 2005 is echter de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) die in juli 2008 van kracht werd. De archeologische monumentenzorg is voor een groot deel geregeld via de ruimtelijke ordening en
dan in het bijzonder via bestemmingsplannen. Door de nieuwe Wro zijn de regelingen en procedures voor ruimtelijke ordening op veel punten gewijzigd. Archeologiegroepen krijgen daar mee
te maken, als belangenbehartiger voor de archeologie en als amateurveldwerker. Onder archeologiegroepen worden verstaan AWN-afdelingen en AWN-werkgroepen, archeologische werk-
groepen die lid zijn van een heemkundekring of historische vereniging of andere lokale groepen. De Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland heeft inmiddels ruim vier jaar ervaring met
belangenbehartiging en heeft vele vragen voorbij zien komen. Die ervaring is in deze nieuwe uitgave verwerkt. De tekst is daarom niet alleen geactualiseerd maar ook verbreed naar de vele
vragen waarvoor vrijwilligers als belangenbehartigers komen te staan.

Vrijwilligers blijven nodig
Vrijwilligers hebben als amateurarcheologen jarenlang een hoofdrol gespeeld in het archeologisch onderzoek. In de laatste decennia van de vorige eeuw is archeologie steeds meer een beroep
geworden. Beroepsarcheologen en amateurs werkten nog veel samen en hadden elkaar nodig.
Met de inwerkingtreding van de Wamz leken vrijwilligers naar de marge te schuiven. Archeologie werd een professionele bedrijfstak. Nu, na enkele jaren ervaring met het nieuwe archeologische
bestel, blijkt dat de rol van vrijwilligers verschuift en zeker niet is uitgespeeld. Er zijn nieuwe rollen bijgekomen en uitvoerend veldwerk als amateur blijft in verschillende vormen mogelijk.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Verschuivingen en nieuwe rollen
De klassieke amateurarcheologen waren experts, meestal in een bepaald gebied en/of bepaalde periode. Zij waren 'de ogen en oren' van de archeologie en hadden een rijke ervaring door eigen
veldwerk. Beroepsarcheologen steunden op hen voor waarnemingen en het melden van vondsten. Dat type vrijwilligers is in het nieuwe bestel aan het afnemen. Helemaal verdwijnen zullen zij
niet. Er blijven bevlogen hobbyisten die door hun kennis en inzet een extra bijdrage leveren aan de archeologische kennis voor hun eigen regio of over een bepaalde periode. Er zijn andere rollen
bijgekomen. In deze handreiking worden vijf rollen onderscheiden:
• de inspirator: de vrijwilliger die veel weet over de lokale archeologie, 'het verhaal vertelt' en nog steeds de oren en ogen vormt van de archeologie;
• de belangenbehartiger: de vrijwilliger die het beleid van gemeenten en andere overheden kritisch volgt en opkomt voor behoud en bescherming van het archeologisch erfgoed;
• de veldwerker en uitwerker: de vrijwilliger die actief is in het veld en bij vondstverwerking;
• de publieksvoorlichter: de vrijwilliger die het verhaal overbrengt naar een breed publiek;
• de bezoeker: hij of zij die graag het verhaal wil horen, die geïnteresseerd is in wat het bodemarchief over het verleden vertelt.
Er zullen weinig vrijwilligers zijn die deze vijf rollen gelijktijdig kunnen en willen vervullen. Iedere vrijwilliger heeft eigen voorkeuren en sterke punten, in een archeologiegroep zijn al deze
kwaliteiten bij voorkeur aanwezig. Tezamen geven zij draagvlak aan de archeologie.

Deze, deels nieuwe rollen van vrijwilligers en daarmee een actieve bijdrage van vrijwilliger aan de gemeentelijke monumentenzorg is in ieders voordeel. Het:
• versterkt het lokale erfgoedbeleid;
• vergroot het lokale draagvlak;
• kan de effectiviteit van de uitvoering verbeteren.
Dat levert zowel inhoudelijke als financiële voordelen op.

Deze handreiking beschrijft de bijdragen die vrijwilligers als belangenbehartigers voor de archeologie te bieden hebben en geeft hen de kennis en instrumenten die daar voor nodig
zijn. Als een eerste introductie is de folder 'Hoe beschermen we ons archeologische erfgoed' beschikbaar. Deze is te vinden op www.awn-archeologie.nl/Werkgroepen/BelangenbehartigingRO


Opbouw van deze handreiking
De handreiking is zo opgebouwd dat de lezer kan selecteren welke informatie voor hem of haar op dat moment van toepassing is.
Als leeswijzer.
• Lees in ieder geval deel 1. Dat deel bevat de hoofdlijnen voor de archeologische monumentenzorg en vanuit dat hoofdstuk kan de lezer kiezen waar hij of zij meer over wil weten.
• In de vervolgdelen worden die hoofdlijnen uitgewerkt. De lezer kan met elk van deze delen afzonderlijk verder gaan. Elk deel begint met een kort overzicht van wat in dat deel aan bod
komt. Waar nodig wordt verwezen naar de andere delen. Wie over een bepaalde zaak meer wil weten kan daarvoor terecht bij een serie notities, die te vinden is op: www.awn-archeologie.nl
• Een overzicht van deze notities staat in bijlage 3. De lezer kan ook rechtstreeks naar deze specifieke informatie gaan.
• Begrippen en afkortingen voor archeologische monumentenzorg en voor ruimtelijke ordening worden in bijlage 4, in een alfabetisch overzicht, kort uitgelegd.
• Door de hele handreiking heen krijgen belangenbehartigers tips over wat zij wanneer kunnen doen.
• De handreiking bevat een groot aantal praktijkervaringen en voorbeelden, als korte illustraties en als inspiratie voor het indienen van zienswijzen, en bezwaar en beroep.
Voorbeeldteksten van zienswijzen en bezwaar- of beroepschriften zijn te vinden op: www.awn-archeologie.nl

De handreiking biedt de hoofdlijnen en helpt de belangenbehartigers op weg in de grote hoeveelheid aan wetten, regels, processen en betrokken instanties. Wie over bepaalde
zaken meer wil weten kan terecht bij een serie notities en voorbeelden, die op www.awn-archeologie.nl/Werkgroepen/BelangenbehartigingRO te vinden is. In de handreiking zal regelmatig
naar deze notities verwezen worden.


Archeologie en cultureel erfgoed
Archeologie is één van de peilers van het cultureel erfgoed. Archeologie, cultuurhistorie, landschapshistorie en gebouwde monumenten leveren elk hun deel in het verhaal over het verleden.
Die verhalen moeten met elkaar verbonden worden.

Archeologische monumentenzorg moet een verbinding leggen met gebouwde monumenten, cultuurhistorie en landschapshistorie voor een integraal gemeentelijk erfgoedbeleid.

In deze handreiking staat de archeologie centraal en worden die verbindingen nu nog niet ingevuld. In de Notitie Historisch Landschap zal die koppeling wel worden gemaakt voor archeologie
en het historisch landschap.

Met dank aan
Voor het samenstellen van deze handreiking is dankbaar gebruik gemaakt van:
• College van Gemeentelijke Archeologen 'Voorbeeld Beleidsplan Gemeentelijke Archeologische Monumentenzorg (2002)';
• SIKB syllabus 'Bouwen, ruimte en archeologie. Juridisch kader voor niet-archeologen' (2009);
• VNG-handreiking 'Verder met Valletta' (2009).

Er is tevens met dank geput uit de vele in ontwikkeling zijnde of reeds beschikbare gemeentelijke archeologische waardenkaarten, beleidskaarten en beleidsplannen binnen ons werkgebied,
Zuidoost Brabant. Ook de praktijkervaringen komen uit deze regio. De beschreven voorbeelden zullen daardoor niet altijd representatief zijn voor andere regio's. Op de website zullen, op basis
van ontvangen reacties, ook praktijkvoorbeelden uit andere regio’s worden opgenomen. Veel mensen hebben meegedacht en commentaar gegeven. Hun namen staan in bijlage 2



Afdeling Archeologie Eindhoven;  
 

2. Boeknummer: 00088  
Toekomst religieus erfgoed in Noord-Brabant
Monumenten -- Monumentenzorg           (2005)    [drs. Harrie Maas]
Toekomst religieus erfgoed in Noord-Brabant
Voorwoord
De meeste kerkgenootschappen en religieuze instellingen in Nederland maken een woelige tijd door. Ontkerkelijking een
steeds kleiner wordend aantal kerkbezoekers, (dreigende) exploitatietekorten, nog slechts enkele kloosterroepingen...
menig bestuurder van een kerk of kloosterinstelling heeft het hoofdbrekens bezorgd. Ondanks de 'zorgen' hebben tal van
kerken en kloosters de deuren inmiddels al gesloten, of zijn zelfs gesloopt. Elke keer wanneer dit zich voordoet, roept het veel
emotie en betrokkenheid op: bij de gelovigen, bij degenen die een band met het gebouw hebben (bijvoorbeeld omdat ze er zijn
gedoopt, of zijn getrouwd), bij de buurtbewoners, bij degenen die zorg hebben voor ons cultuurhistorisch erfgoed, bij het
kerkbestuur, bij het bisdom, bij het gemeentebestuur, of bij andere belanghebbenden. Elke keer wanneer dit zich voordoet
wordt religieus erfgoed 'vervreemd', of -soms nog erger- onherstelbaar vernietigd.
Actieve opstelling nodig
De komende tijd zal de problematiek van de leegkomende kerken en kloosters en daarmee een dreigende teloor-
gang van het religieuze erfgoed in nog veel grotere mate zich aandienen. Deze landelijke ontwikkeling zal met
name in Noord-Brabant. waar het kerkgebeuren en het kloosterleven zo significant aanwezig is geweest, merk-
baar zijn. De vele kerktorens en kloostercomplexen in het Brabantse landschap getuigen daarvan. Maar voor
sommige tikt de tijd? Hoe lang hebben ze nog te 'leven'?
Om een verdere teloorgang van het religieuze erfgoed te stoppen is een actieve stelling-name dringend nodig. Dat
vraagt in de eerste plaats om onderkenning van de problematiek. Vervolgens is het nodig dat oplossings-
gericht te werk wordt gegaan. Vanuit onze dagelijkse praktijk weet het Monumentenhuis Brabant dat er vele
belangen in het spel zijn en dat vanuit verschillende invalshoeken naar de problematiek wordt gekeken.
Ondanks dit gegeven is er een gemeenschappelijk belang:
de zorg voor hel behoud van het religieuze erfgoed in onze provincie. Op zich is dit een mooi vertrekpunt waar ieder
het mee eens is. maar wat Ie doen als een kerk of klooster op termijn leeg komt te staan en de vraag echt op tafel
komt? hoe wordt dan invulling gegeven aan de 'zorg voor het behoud van het religieuze erfgoed'? Het gebouw leeg
laten staan, slopen... of is herbestemming een optie?
Deze vragen zullen de komende tijd vaak worden gesteld. Vragen die we niet uit de weg moeten gaan.
Doel brochure
Met deze publicatie wil het Monumentenhuis Brabant een bijdrage leveren aan de discussie rond de zorg voor het
behoud van het religieuze erfgoed in Noord-Brabant, in het bijzonder met betrekking tot het aspect herbestemming.
Daartoe zijn in deze brochure een aantal 'stakeholders' aan het woord gelaten die hun mening hieromtrent geven.
Hopelijk draagt het ook bij aan een maatschappelijke attitude en betrokkenheid, gericht op de instandhouding
van het religieuze erfgoed.
Tenslotte willen we in deze brochure laten zien dat er vele varianten van herbestemming van religieuze gebouwen
mogelijk zijn en dat herbestemming een goede optie kan zijn voor de instandhouding van vrijkomende religieuze
gebouwen. Het Monumentenhuis Brabant heeft zeker niet de pretentie een compleet beeld te geven van de
verschillende varianten van herbestemming. Evenmin spreken wij ons uit vóór of tegen een bepaalde variant.
Wel is het onze mening dat herbestemming kansen biedt voor de toekomst voor het religieuze erfgoed in Noord-
Brabant. Dat spreken wij graag hierbij uit. Hopelijk biedt deze brochure hiervoor inspiratie.
Ir J.A J. Huijbregts
Voorzitter Stichting Monumentenhuis Brabant

Stichting Monumentenhuis Brabant;  
 

3. Boeknummer: 00091  
Brabantse Monumenten Leven. 80 Monumenten in 90 foto's
Monumenten -- Monumentenzorg           (1996)    [dr. Th.G.A. Hoogbergen, Olaf Smit (foto's)]
Brabantse Monumenten Leven
INLEIDING
algemeen
Zoveel aandacht en inspanningen voor de restauratie van een eigen monument in de plaatselijke gemeenschap verdienen een gepaste verslaglegging. Dat betekent opnieuw het inschakelen van
tientallen mensen voor het leveren van zakelijke gegevens, waardevolle informatie en historische beschrijvingen. Tevoren zijn daarover goede afspraken gemaakt: de verantwoordelijke eindre-
dacteur neemt op zich de toegestuurde documentatie zoveel mogelijk op de gelijke leest van één pagina tekst te schoeien, passend in het geheel van een publicatie en toegankelijk voor geïnteres-
seerde lezers. Alle gerestaureerde monumenten zijn de commissie ook even lief. Zij maakt in haar beschrijving geen onderscheid tussen groot of klein, kostbaar of bescheiden, mooi of lelijk, be-
langrijk of onaanzienlijk, door ouderdom al sacrosanct of door zijn actualiteit nog nauwelijks opgemerkt. AI deze waardeoordelen laat zij terzijde.
De commissie neemt de term 'monument' in zijn ruime betekenis: dat wat overblijft van vroegere cultuur, kunst, nijverheid of wetenschap of dat wat slechts een herinnering oproept aan wat
mensen belangrijk vonden. Al die zaken legitimeren duidelijk de keuze van de gemeenten. Die open en spontane wijze van benadering biedt een eindredacteur onvermoede kansen voor het ver-
melden van tal van wetenswaardigheden, die in en rond deze monumenten vaak treffende aspecten van historische overeenkomsten laten zien op plaatselijk, regionaal en landelijk niveau.
Wellicht valt uit al deze beschrijvingen in zekere zin een, vooral bescheiden, geschiedenis van onze provincie af te leiden: fragmentarisch zeker en hoogst willekeurig stellig, want de commissie
heeft op de keuze van de monumenten geen enkele invloed. Zo’n beschrijving kan en wil, om dezelfde reden, ook niet volledig zijn. Maar de commissie vleit zich met de hoop, dat zij af en toe een
kleurrijk detail kan vermelden, soms van een individuele geladenheid of getuigend van een verrassende kijk. Een andere keer ontstaan er misschien associaties in tijd en ruimte, die mensen
niet eerder zijn opgevallen. Gebeurtenissen uit de geijkte geschiedenisboeken krijgen vaak in de entourage van een uitgebeelde couleur locale een nieuw gezicht. Ongetwijfeld scheppen sommige
verhalen misschien een eerste begrip. De tachtig 'artikelen' van een ongeveer gelijke lengte zorgen wel voor voldoende afwisseling, al leent niet ieder monument zich voor even interessante beschou-
wingen.

Stichting Zuidelijk Hististorisch Contact Tilburg;  
 

4. Boeknummer: 00216  
Nederlandse Monumenten in Beeld. Noord-Brabant en Limburg
Monumenten -- Monumentenzorg           (1975)    [J.F.van Agt, C.Peeters]
Nederlandse Monumenten in Beeld 1978. Noord-Brabant en Limburg

C. Peeters
NOORD-BRABANT
Wie een goed beeld wil krijgen van de bouwkunst uit het verleden van Noord-
Brabant, doet er het beste aan, de tegenwoordige provinciegrenzen maar uit het
oog te verliezen. Er bestaat nu eenmaal niet zo iets als een eigen Noordbrabant-
se architectuur. Wat de tijd vóór omstreeks 1600 betreft, is het hertogdom Bra-
bant als een politieke en culturele eenheid te zien, met als hertogelijke residentie
beurtelings Leuven, Mechelen en Brussel en kerkelijk grotendeels tot de bis-
dommen Luik en Kamerijk behorend. Het gebied omvat de tegenwoordige Bel-
gische provincies Brabant en Antwerpen en een groot deel van ons gewest, maar
Geertruidenberg, Woudrichem, Heusden en de hen omringende gebieden moe-
ten tot het graafschap Holland en het bisdom Utrecht gerekend worden. Daar-
na, tot aan het ontstaan van de Bataafse Republiek, is Noord-Brabant verre-
gaand van zijn zuidelijke wortels afgesneden en een Generaliteitsland geworden,
waarin de vernieuwing van kerken, openbare gebouwen en woonhuizen een
Hollands stempel ging dragen.
Voor het kerkelijk leven op het platteland in de middeleeuwen ligt het hart van
Brabant zeker buiten onze landsgrenzen. Wanneer wij teruggaan tot de oor-
sprong van het christendom in Noord-Brabant, dan is, meer nog dan Lamber-
tus, Willibrordus de kerkvorst tot wie alles herleid kan worden. Veel goederen
in Noord-Brabant werden door de plaatselijke heren aan hem geschonken en
door hem werden zij aan de Benedictijnenabdij in Echternach overgedragen.
Ook het recht om in de plattelandsparochies een pastoor te benoemen, een deel
van de kerkelijke inkomsten te vorderen, tienden in natura of geld als heffing op
landbouwgronden te innen, het recht om water- en windmolens te zetten, kwam
dan in Echternach te berusten. Maar door een samenspel van omstandigheden
zijn het de Norbertijnen of Premonstratensers geworden, die, vanaf de tijd van
hun ontstaan in de 12de eeuw, hier de meeste invloed hadden. Zij namen veel
rechten en bezittingen van de abdij van Echternach over. De reikwijdte van de
macht van hun abdijen Tongerlo en Postel was groot en deze hebben grote in-
vloed gehad op de ontwikkeling van de landbouw. De herinnering aan deze tijd
is op de Kempische zandgronden met hun beken en riviertjes en hier en daar
nog eiken- en mastbossen en heiden temidden van eeuwenoude ontginningen,
nog enigszins tastbaar. Een sprekende tegenstelling daarmee zijn de noordwes-
telijke en noordelijke zee- en rivierkleigebieden van het markiezaat van Bergen
op Zoom (eens een bloeiende in- cn doorvoerhaven aan de Oosterschelde) en
van de baronie van Breda, die heel anders gericht zijn geweest. In het opzicht
van de waterstaat cn de landbouw hebben zij een geschiedenis die met de pol-
ders van de Hoekse Waard, Zeeland en de Betuwe samenhangt. Zij zijn vooral
getekend door de watersnood van de St. Elisabethsvloed van 1421, waarmee ge-
makshalve een proces van erosie door de zee wordt aangeduid, dat vroeger be-
gonnen en later geëindigd is. Door hun gevecht met en tegen de zee zijn zij ty-
pisch Noord-Nederlands en hebben zij een grote rol kunnen spelen in de mili-
taire strategie vanaf de late middeleeuwen tot in de vorige eeuw. Fijnaart, Stand-
daarbuiten, Dinteloord, Klundert en Willemstad* zijn alle ontstaan als stelsel-
matig aangelegde dorpen op geometrisch grondplan, keurig verkaveld in het na
de overstromingen opnieuw bedijkte rivierendeltagebied, de twee laatste boven-
dien door Willem van Oranje, heer van Breda, tot vestingstad uitgebouwd met
aarden wallen, bastions en grachten, naar de nieuwste krijgskundige, in Italië
hun oorsprong vindende ideeën. Maar natuurlijk was, in de tijd van de Repu-
bliek, heel Noord-Brabant van de grootste militaire betekenis als verdedigings-
gordel en aanvalsbasis tegenover de Spaanse, later Oostenrijkse Nederlanden.

Bosch en Keuning NV;  
 

5. Boeknummer: 00218  
Nederlands Bouwkundig Erfgoed 2002/2003
Monumenten -- Monumentenzorg           (2002-2003)    [Monumentenzorg]
Nederlands Bouwkundig Erfgoed 2002-2003

Geachte lezer.
voor u ligt de jaaruitgave 'Nederlands Bouwkundig Erfgoed', waarin we hopen waardevolle informatie te geven ten aanzien
van de realisatie van uw huidige en toekomstige projecten.
Naast verschillende redactionele thema's worden ook voor u handige adressen vermeld. De bedrijven die in deze
uitgave worden vermeld hebben daarvoor betaald en maken u er dan ook op attent graag voor u aan het werk te gaan.
Daar ook wij niet alles kunnen voorzien staan wij open voor suggesties met betrekking tot de volgende uitgave.
Wij wensen u veel leesplezier en goede zaken.
De uitgever.

De IJssel mediagroep Zutphen;  
 

6. Boeknummer: 00219  
Jaaruitgave monumenten 2001/2002
Monumenten -- Monumentenzorg           (2001-2002)    [Monumentenzorg]
Jaaruitgave monumenten 2001-2002

Voor u ligt de Jaaruitgave Monumenten 2001/2002.
Hierin treft u waardevolle informatie en contacten aan, die u van pas kunnen komen
bij de realisatie van uw projecten.
De bedrijven die in deze uitgave zijn opgenomen hebben betaald voor hun
vermelding. Hiermee geven zij aan graag voor u aan het werk te gaan.
Op pagina 66 vindt u een inhoudsopgave van het zakengedeelte.
Wij wensen u goede zaken,
De uitgever

De IJssel mediagroep Zutphen;  
 

7. Boeknummer: 00220  
Nederlands Bouwkundig Erfgoed
Monumenten -- Monumentenzorg           (2005)    [Monumentenzorg]
Nederlands Bouwkundig Erfgoed Jaarboek 2005/2006

Geachte lezer.
voor u ligt 'Nederlands Bouwkundig Erfgoed', waarin wij hopen waardevolle informatie te geven ten aanzien van de
realisatie van uw huidige en toekomstige projecten.
Naast verschillende redactionele thema’s worden ook voor u handige adressen vermeld. De bedrijven die in deze uitgave
worden vermeld hebben daarvoor betaald en maken u er dan ook op attent graag voor u aan het werk te gaan.
Daar ook wij niet alles kunnen voorzien staan wij open voor suggesties met betrekking tot de volgende uitgave.
Wij wensen u veel leesplezier en goede zaken.
De uitgever.

De IJssel mediagroep Zutphen;  
 

8. Boeknummer: 00227  
Nederlands Bouwkundig Erfgoed
Monumenten -- Monumentenzorg           (2002)    [Monumentenzorg]
Nederlands Bouwkundig Erfgoed Jaarboek 2002

Geachte lezer,
voor u ligt het jaarboek Nederlands Bouwkundig Erfgoed 2002, het jaarboek voor de Monumentenzorg.
Hierin treft u waardevolle informatie en contacten aan, die u van pas kunnen komen bij de realisatie van uw
projecten.
De bedrijven die in deze uitgave zijn opgenomen hebben betaald voor hun vermelding. Hiermee geven
zij aan graag voor u aan het werk te gaan.
Daar ook wij niet alles kunnen voorzien staan wij open voor suggesties met betrekking tot de volgende uitgave.
Wij wensen u veel leesplezier en goede zaken.
De uitgever.

De IJssel mediagroep Zutphen;  
 

9. Boeknummer: 00439  
Brabantse Monumenten leven
Monumenten -- Monumentenzorg           (1996)    [dr. Th. G.A. Hoogbergen, Olaf Smit (foto's)]
Brabantse Monumenten leven
Beschrijving van tachtig gerestaureerde kleine monumenten met 90 foto's


Inhoudsopgave
Het initiatief 6
Samenstelling commissie 8
Inleiding 9
Plaquette Gery Bouw 29
Tachtig kleine gerestaureerde monumenten 30
Kosten 214
Verklarende Woordenlijst 217
Geraadpleegde en verwerkte literatuur 221
Register van personen 225
Register van plaatsen 229


Het initiatief
Voor de viering van het tweehonderdjarig bestaan van Noord-Brabant als zelfstandige provincie, zijn tal van interessante initiatieven genomen. Eén ervan heeft de restauratie van kleine monumenten
tot doel. Alle Brabantse gemeenten zijn uitgenodigd te bekijken, of zij, in dat gedenkwaardige jaar 1996, aan deze kleinschalige, maar over de hele provincie gerekend, toch tamelijk grootscheepse
actie willen deelnemen. Daarbij staat voorop, dat de actie belemmerende bureaucratische regels zoveel mogelijk wil omzeilen. Informeel valt er wellicht nog heel wat te ondernemen. De commissie
die het plan lanceert, heeft de gemeenten echter uitsluitend haar eigen enthousiasme voor het idee te bieden. Iedere gemeente, zo is de opzet, wijst immers op haar eigen grondgebied een monumentje
aan ter restauratie, regelt de financiering en neemt verder ook de hele organisatie ter hand.
Het plan wordt zó een activiteit van de gemeenten zelf en van hun inwoners. De commissie respecteert volop die eigen autonomie en wil daarmee uitdrukkelijk alle activiteiten in het hart van de
lokale gemeenschap leggen. Zij schrijft daarmee van meet af aan de medewerking van grote aantallen mensen op plaatselijk niveau hoog in het vaandel.
Na een wat aarzelend begin - de commissie beschouwt aanvankelijk de actie al succesvol bij vijf entwintig deelnemende gemeenten ! - lijkt het initiatief gaandeweg een onverwacht brandend
enthousiasme los te slaan: ruim tachtig kleine monumenten zijn gerestaureerd: een resultaat, waarvan de commissie in haar stoutste gissingen niet heeft durven dromen. Voor al deze monumenten heeft
Gery Bouw, kunstenaar te Eindhoven, een fraai kunstwerkje ontworpen: een plaquette, waarin zij, symbolisch, de lichtende ontwikkeling van onze provincie uitbeeldt. Medewerkers van de stichting
Monumentenwacht hebben deze plaquette in de loop van dit jaar oordeelkundig en op aanwijzing van de betrokken gemeente aan het gerestaureerde object bevestigd. De commissie wil hier nog
graag gewag maken van een tiental gemeenten, die weliswaar aan de startblokken verschijnen, maar tot hun spijt in een later stadium van deelneming moeten afzien, omdat zij hun besluitvorming
en/of financiering niet op tijd hebben weten af te ronden.
Plaatselijk hebben honderden mensen aan het idee concreet gestalte gegeven: burgemeesters, wethouders, raadsleden en verantwoordelijke ambtenaren ter secretarie. Gemeenten blijven
immers het aanspreekpunt voor de brieven en de telefoongesprekken van de commissie. Maar ook besturen en leden van heemkundekringen, plaatselijke monumentencommissies en andere instanties
tonen zich vindingrijk en actief: soms nemen zij zelfs het voortouw bij de uitvoering en stimuleren anderen. Het blijkt achteraf weinig zinnig om de vele namen van leden van plaatselijke
comité’s hier te noemen. Er zou een schier onafzienbare lijst verschijnen. Fraaie plannen komen echter alleen maar tot concrete uitvoering door de ambachtelijke bekwaamheden van architecten,
aannemers, metselaars, smeden, stucadoors, metaalbewerkers, klokkenisten, timmerlieden, schilders en nog vele anderen.
De commissie beseft heel wel, dat gemeentebesturen een aantal restauraties ook zonder haar actie in uitvoering zouden hebben genomen.
Sommige maken immers onderdeel uit van eerdere voornemens en besluiten. Er zijn echter ook verscheidene initiatieven uit hun sluimer gewekt, enkele versneld geconcretiseerd en voor een niet
onaanzienlijk aantal vormt het initiatief van de commissie de vonk die het vuur heeft ontstoken. Voor het overgrote deel hebben gemeenten op grond van aparte raadsbesluiten voor de financiering
gezorgd. Soms putten zij uit bestaande fondsen. In enkele gevallen zijn er acties onder de bevolking gevoerd. Tenslotte hebben bedrijfsleven en andere sponsors zich niet onbetuigd gelaten. De aardigste
vorm van coöperatie is wel de buitengewoon directe hulp die sommige heemkundekringen bieden door letterlijk de handen uit de mouwen te steken en een klein monument een opknapbeurt te geven,
met hulp van ambachtelijk vakmanschap.
Zelfs de flonkerendste formulering legt het echter bijna altijd af tegen het beeld uit de handen van een bekwaam vakman. De fotograaf Olaf Smit heeft alle monumentjes en de twee grote
monumenten in negentig foto’s professioneel vastgelegd. De eindredacteur schuilt graag weg in de schaduw van dat overweldigende en schitterende licht. De tekst op de rechterpagina wil slechts
wat commentaar geven en wetenswaardigheden vermelden, die lezers misschien aan het denken en tot verder speuren aanzetten. Daarom is ook gekozen voor een tekst zonder een brede, voortdurend
onderbroken, bedding van voetnoten. Wie belangstelling heeft voor de gebruikte literatuur vindt daarvan een lijst op de pagina's 221 t/m 223.

Stichting Zuidelijk Contact Tilburg;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 24 april 2022