HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 3   (uit: 485)


Uitgebreid zoeken

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00040  
Inventarisatie cultuurhistorisch waardevolle boerderijen in Noord-Brabant
Monumenten -- Boerderijen, algemeen           (2007)    [F.W.van Dommelen, G.G. E. M. Dirven]
Inventarisatie cultuurhistorisch waardevolle boerderijen in Noord-Brabant


VOORWOORD
De Boerderijenstichting Noord-Brabant presenteert later dan gepland, maar met trots deze Inventarisatie van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen, die in de jaren 2003 tot
en met 2006 in de provincie Noord-Brabant heeft plaatsgevonden. Dit enorme karwei, een uitvloeisel van '2003 Jaar van de Boerderij', kon alleen uitgevoerd worden dank zij de
enthousiaste medewerking van tientallen Heemkundekringen in de provincie. Wij zijn hen zeer erkentelijk voor de investering in kennis en tijd.

Het betreft hier geen project dat op wetenschappelijk niveau is uitgevoerd. Het gaat hier om een telling, om een eenvoudige inventarisatie. Het gaat over aantallen en (een
indicatie van) kwaliteit van de historische boerderijen, zodat we weten waar we over praten als het gaat hoe boerderijenrijk Brabant nog is.

Uitgangspunt voor deze Inventarisatie was het Monumenten Inventarisatie Project (MIP), zoals dat in het begin van de jaren negentig door de provincie is uitgevoerd. In de
tussentijd zijn in de hele provincie de gemeenten opnieuw ingedeeld en zijn er zgn. Reconstructie-/ Revitaliseringsgebieden gevormd. Bij de presentatie van de resultaten is
daarom uitgegaan van de huidige administratieve situatie en is de onderverdeling per gemeente gerelateerd aan de MIP om een vergelijking 'toen/ nu' mogelijk te maken.
De resultaten zijn getotaliseerd per Reconstructie-/ Revitaliseringsgebied extra toegevoegd en zijn bedoeld als aanzet voor de ontwikkeling van beleid op het gebied van
(her)gebruik en behoud van cultuurhistorisch belangrijke boerderijen.

Wij hopen dat de hier gepresenteerde gegevens de basis zullen vormen voor een voortdurend enthousiasme bij velen voor het behoud van de Noord-Brabantse
cultuurhistorisch waardevolle boerderijen en hun omgeving. Het resterende boerderijenbestand is tenslotte één van de dragers van een 'Mooi Brabant'. Een
dergelijke waardevolle erfenis moet met kennis en kunde worden beheerd en daarvoor zal in de komende tijd nog veel werk moeten worden verzet.

Wij vertrouwen er op dat de 'Aandachtspunten' bij de beleidsmakers en beleidsuitvoerders zoveel weerklank zullen vinden dat alle Brabanders met een gerust
hart toekomstige inventarisaties tegemoet kunnen zien.

Tenslotte willen wij de Provincie Noord-Brabant hier in het bijzonder bedanken voor de financiële steun, waardoor deze uitgave mogelijk is gemaakt.

het bestuur van de Boerderijenstichting Noord-Brabant
Oisterwijk, september 2007

Inleiding
Tijdens de voorbereiding van '2003 jaar van de Boerderij' kwam bij de daartoe ingestelde provinciale werkgroep de vraag naar voren /hoeveel cultuurhistorisch waardevolle
boerderijen zijn er in onze provincie aanwezig?”.
Een eerste aanzet tot een telling is in 1941 uitgevoerd door leden van de toenmalige Jonge Boerenstand. In 94 gemeenten of kerkdorpen werden 6609 boerderijen geteld,
waarvan 4839 van het langgeveltype, 919 van het kortgeveltype en 370 T-huizen of krukhuizen. Mgr. Dr. G.P.J.Bannenberg rapporteerde daarover in Brabants Heem.

De Boerderijenstichting Noord-Brabant ging vanaf haar oprichting uit van ca 2500 boerderijen. Dit geraamde aantal is vermeld in de in 1997 uitgegeven video over de
Brabantse boerderijen en in de uitgave van de Commissie Boerderijenzorg van Brabants Heem (het zgn. zwartboek) In december 2001 verschenen de resultaten van een landelijke “onderbouwde raming”
van de Stichting Historisch Boerderijen Onderzoek (SHBO). In deze raming was becijferd dat in Noord-Brabant 37,4 % van alle MlP-boerderijen gebouwd voor 1940 verdwenen
waren en nog eens 22,6 % door bouwkundige ingrepen ernstig was aangetast. Het totaal aantal nog aanwezige boerderijen met een hoofdgebouw van voor 1940 werd daarbij
evenwel geraamd op 10.500. De SHBO constateerde in haar rapport dat in heel Noord-Brabant een zeer groot deel van het bouwbestand blijkt te zijn verdwenen sedert de MIP-
inventarisatie van de provincie (1988 tot 1993). De provincie loopt in dit opzicht aan de kop. Het verlies ligt hier tweemaal zo hoog als het landelijk gemiddelde, was de
conclusie.

klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding


Niet lang daarna publiceerde de provincie de eerste versie van de CHW (cultuur-historische waardenkaart) met daarin 3850 opgenomen waardevolle boerderijen.
Hoeveel boerderijen waren opgenomen in de 131 MlP-rapporten was nooit nagegaan.

Als één van de eerste activiteiten in het kader van '2003 Jaar van de Boerderij' initieerde de provinciale werkgroep het voorstel om een inventarisatie per gemeente uit te voeren
van alle nog aanwezige waardevolle boerderijen van vóór 1950.
Het doel hiervan was het verkrijgen van actuele cijfermatige gegevens per gemeente over het aantal, soort, gebruik en onderhoudstoestand van de nog aanwezige cultuurhistorisch
van betekenis zijnde boerderijen in de provincie.
De inventarisatie werd mede ondersteund door de provincie, het Monumentenhuis, de Z.L.T.O. en de Stichting Brabants Heem.

Voor de uitvoering heeft als uitgangspunt gediend de registratie van alle boerderijen opgenomen in de MlP-rapporten. Daarnaast zijn tijdens de inventarisatie in een aantal
gemeenten nog aanvullingen op de MlP-lijsten voorgesteld.

Voor de uitvoering is de medewerking gevraagd van de lokale heemkundekringen en erfgoedinstellingen. Het grootste deel van de inventarisatie is door betrokken leden van
de plaatselijke heemkundekringen uitgevoerd. Naar schatting hebben meer dan 200 heemkundeleden hun medewerking gegeven. In enkele gevallen hebben leden van
gemeentelijke monumentencommissies, consulenten van de Federatie Noord-Brabants Monumentenoverleg en anderen de inventarisatie uitgevoerd. De inventarisatie is einde
2002 gestart en zo veel mogelijk uitgevoerd per Reconstructiegebied.

Voorafgaande aan de veldverkenning zijn voor de deelnemers per regio instructiebijeenkomsten gehouden, waarbij de door de provinciale werkgroep opgestelde
'Leidraad voor de inventarisatie van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen in Noord- Brabant' richtinggevend was (zie bijlage 1).

De afronding vergde meer tijd dan was voorzien. Eind 2006 zijn de laatste inventarisaties uitgevoerd en konden de resultaten met behulp van een database in beeld worden
gebracht. De ontwikkelingen binnen de land- en tuinbouwsector wijzigen de laatste jaren zo snel dat de inmiddels gereedgekomen inventarisatie een gedateerd beeld geeft van de
situatie tijdens de terreinopnames.

De heemkundekringen voelden zich zodanig betrokken bij de problematiek rond de instandhouding van interessante boerderijen in hun dorp of gemeente dat er
tentoonstellingen zijn ingericht, fietstochten werden georganiseerd en zelfs fotoboeken zijn uitgegeven.

Geconstateerd kan worden dat de inventarisatie op veel plaatsen extra aandacht heeft teweeggebracht voor de instandhouding van de voor Noord-Brabant zo belangrijke
historische boerderijen zowel in de kernen van steden en dorpen als in het buitengebied bij landerijen en rondom natuurgebieden. De nog aanwezige waardevolle boerderijen
vormen zodoende een belangrijk onderdeel van de identiteit van het Brabantse land.

Na de afsluiting van de activiteiten rond '2003 Jaar van de Boerderij' is de afronding, de verslaglegging en de publicatie van de inventarisatie overgenomen door de
Boerderijenstichting Noord-Brabant. Deze Stichting heeft zich ten doel gesteld om op die wijze bij te dragen aan het instandhouden van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen in
de provincie Noord-Brabant.



Boerderijenstichting Noord-Brabant;  
 

2. Boeknummer: 00137  
Historische Boerderijen in Baronie en Markiezaat. Handreikingen voor het behoud van het ruraal erfgoed.
Monumenten -- Boerderijen, algemeen           (2011)    [Christ Buiks, George Dirven, ark Bimmel, Judith Toebast]
Historische Boerderijen in Baronie en Markiezaat.


VOORWOORD
Ontwikkelingen in de landbouw vanaf 1945 als schaalvergroting, specialisatie, mechanisatie e.d. hebben een enorme invloed ge-
had op de bedrijfsvoering en de ontwikkeling van boerderijen.
Ruilverkavelingen 'oude stijl’, met name in de jaren 1960 en '70 veranderden het boerenlandschap en daarmee het platteland,
ook in de Baronie van Breda en het Markiezaat van Bergen op Zoom, ingrijpend. Het aantal volwaardige land- en tuinbouwbe-
drijven is vanaf 1960 drastisch gedaald en dit proces is nog steeds gaande. Veel boerderijen hebben hun agrarische functie verloren
en krijgen een nieuwe bestemming, vooral als woonboerderij. Belangrijk is dan dat dit op een goede manier gebeurt.
De Stichting de Brabantse Boerderij streeft er naar dat de historische boerderij in Noord-Brabant voor het nageslacht wordt bewaard. Onder
historische boerderij verstaat onze Stichting de boerderij zelf, de agrarische en andere bijgebouwen, het boerenerf en het agrarisch cultuurland-
schap. Wij willen dat de historische boerderij op de juiste wijze in stand wordt gehouden en dat een goed gebruik ervan mogelijk is. Daarom wil
onze Stichting door middel van deze publicatie boerderijbewoners, maar ook architecten, ambtenaren, aannemers en andere betrokkenen helpen
hun kennis van de cultuurhistorisch waardevolle boerderij uit te breiden en te verdiepen.
In deze publicatie worden de ontwikkeling van de historische boerderij in de Baronie en het Markiezaat beschreven, alsmede de streekeigen
karakteristieken. Wij willen daarmee een handreiking geven bij het restaureren, verbouwen en reconstrueren van historische boerderijen en
schuren, vooral waar sprake is van herbestemming. Onze Stichting is blij dat we dankzij subsidie van de provincie en van anderen na de publicatie
'Historische boerderijen in Het Groene Woud' in 2009 een dergelijke publicatie over boerderijen in de Baronie van Breda en het Markiezaat van
Bergen op Zoom kunnen uitbrengen. Voor deel I zijn tekstuele bijdragen geleverd door ir. Christ Buiks en George Dirven. Deel II werd geschre-
ven door bouwhistoricus en monumentendeskundige Mark Bimmel en ir. Judith Toebast, bouwhistorica. Drs. Harrie Maas schreef de bijlage 'Het
vergunningentrajecten subsidiemogelijkheden voor (monumentale) boerderijen'. Graag zeggen wij hen hiervoor dank. M.n. Huub Oome danken wij
voor zijn vele waardevolle adviezen. Ook alle personen en instanties die toestemming hebben gegeven om gebruik te maken van hun beeld- en
fotomateriaal zijn wij veel dank verschuldigd. Wij hopen van harte dat deze publicatie een hulpmiddel is voor boerderijeigenaren en voor andere
doelgroepen en zo een bijdrage zal leveren aan het behoud van historische boerderijen in de Baronie van Breda en het Markiezaat van Bergen
op Zoom.
Geertruidenberg, april 2011. Namens het bestuur van de Stichting de Brabantse
Boerderij, Ger van den Oetelaar, voorzitter

INLEIDING
De dorpen in de Baronie van Breda en het Markiezaat van Bergen op Zoom hebben er niet altijd uitgezien zoals nu in het begin van
de 21e eeuw. In oorsprong waren het boerendorpen. Boerderijen bepaalden eeuwenlang het beeld van het platteland. Nog steeds
vormen historische boerderijen een wezenlijk onderdeel van de ruimtelijke identiteit van Baronie en Markiezaat.
De afgelopen decennia beëindigden veel boeren hun bedrijf. Anderen breidden uit en bouwden moderne stallen bij hun oude boerderij. Deze
tendens zal zich de komende periode - mogelijk versterkt - doorzetten.
Zowel het platteland als het boerenerf en de gebouwen op het erf veranderen. Om toch de oude Brabantse boerderij, de bijgebouwen en het erf
in Baronie en Markiezaat te behouden is het noodzaak dat vrijkomende boerderijen een nieuwe functie krijgen. Een leegstaande boerderij is im-
mers ten dode opgeschreven. Een nieuwe functie geeft de boerderij weer bestaansrecht. Een historische boerderij zal moeten worden aangepast
aan haar nieuwe functie. Niet elke boerderij kan immers museum worden. Eeuwenlang was de boerderij een gebouw dat in ontwikkeling was
en deze ontwikkeling hoeft niet stil te staan. Echter, bij een nieuwe functie voor een historische boerderij doen zich vaak meer problemen voor
dan men verwacht. Een koe stelt immers andere eisen aan een stal dan de hedendaagse mens aan een woonhuis of kantoor.
Het is erg belangrijk om bij verbouwing en aanpassing van een boerderij aan een nieuwe functie de historische en streekeigen kenmerken van de
boerderij, de bijgebouwen en het erf te behouden en zo mogelijk te versterken. Daarvoor is in de eerste plaats inzicht nodig in hun karakteristieke
verschijningsvorm. Dit inzicht kan dan benut worden om de cultuurhistorische karakteristieken bij restauratie, verbouwing en bij nieuwe ontwik-
kelingen herkenbaar terug te laten komen. Het doel van deze publicatie is tweeledig. Ten eerste willen we een overzicht geven van de streekeigen
kenmerken van historische boerderijen, bijgebouwen en boerenerven in Baronie en Markiezaat.

klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding


Dit overzicht is dan met name - en dat is het tweede
wat we met de publicatie beogen - gericht op het leveren van aandachtspunten voor behoud en herstel van dit ruraal erfgoed.
In deel I van deze publicatie beschrijven we eerst de ontwikkeling van de landbouw en van het agrarisch bedrijf. Het boerenerf als overgang
tussen de boerderij en het omringende landschap is van belang voor de ordening van de gebouwen en de onbebouwde ruimte. Om die reden
wordt de karakteristieke inrichting van het boerenerf geanalyseerd.
Tenslotte worden in deel I de ontwikkeling van de boerderij en de bijgebouwen met hun streekeigen karakteristieken beschreven. Het betreft
dan de periode vanaf ca. r6oo tot en aan ca. 1950, de periode van de wederopbouwboerderijen.
Deel II begint met een aantal algemene adviezen bij restauratie, verbouwing en herbestemming van de boerderij. Vervolgens worden de opbouw en
verschijningsvorm van boerderijen en bijgebouwen uitvoerig beschreven.
Per onderdeel wordt ingegaan op problemen, die zich met betrekking tot dit onderdeel kunnen voordoen en van mogelijke oplossingen hiervan.
Na het lezen van deel II is de boerderijeigenaar niet plotseling architect, aannemer of boerderijdeskundige geworden. Hij weet echter wel beter
wat bij restauratie en herbestemming van boerderijen wel en niet verantwoord is en wat wel en niet mogelijk is. Zo is hij een beter voorbereid
gesprekspartner van architect en aannemer en kan hij hen mogelijk wat meer sturen. Dit alles ten behoeve van de cultuurhistorische waarde
van boerderijen.
De bijlage biedt de lezer hopelijk een toegankelijke wegwijzer in het vaak ingewikkelde traject van vergunningen. Ook wil de wegwijzer wijzen op
de mogelijkheden om van beschikbare subsidies en van laagrentende leningen gebruik te maken. We weten dat velen aan zo'n wegwijzer behoefte hebben.


Stichting De brabantse boerderijen;  
 

3. Boeknummer: 00172  
Het nut ging voor de sier. Boerenerven in Noord-Brabant
Monumenten -- Boerderijen, algemeen           (2005)    [George Dirven, Stan Elings]
Het nut ging voor de sier.


VOORWOORD
In 1986 gaf onze Boerderijenstichting een boekje uit met de titel 'Boerenerven'.
Kees Elings, tuin- en landschapsarchitect, beschreef hierin het gemiddelde boerenerf, dat ook toen al nog maar sporadisch voorkwam. Inmiddels zijn we bijna
20 jaar verder. In die periode zijn de meeste van de nog resterende traditionele boerenerven verdwenen. In die periode is echter ook meer studie gemaakt van het
boerenerf. Zo zag de Stichting Werkgroep Boerenerven het levenslicht.
O.a. het Nederlands Centrum voor Volkscultuur wijdde in 2001 een publicatie aan het boerenerf.
Ook binnen onze Stichting ontstond de behoefte om op basis van de toegenomen kennis over het traditionele boerenerf een nieuwe uitgave voor te bereiden.
Immers, naast de boerderij en de bijgebouwen behoort ook het erf tot ons cultureel erfgoed. Veel boerderijen en nog meer bijgebouwen zijn in de afgelopen decennia
gesloopt of onoordeelkundig verbouwd. Maar ook bij de nog bestaande boerderijen is het traditionele boerenerf verdwenen en vaak vervangen door een villatuin.
Met ons boekje 'Het nut ging voor de sier. Boerenerven in Noord-Brabant.' willen we allereerst vastleggen uit welke onderdelen het boerenerf bestond en welke
de functies waren van die verschillende onderdelen. We willen ook verduidelijken waarom verschillende van die functies door o.a. landbouwkundige en technische
ontwikkelingen veranderden of verdwenen. Daarnaast beogen we met de adviezen en tips in het tweede gedeelte van het boekje te bereiken dat boerderijbewoners
toch iets van het traditionele boerenerf bewaren of terugbrengen en soms nieuwe functies geven aan oude erfonderdelen. Eén van onze bestuursleden, George
Dirven, beschreef het traditionele boerenerf en de oorzaken van het verdwijnen hiervan. Samen met tuin- en landschapsarchitect Stan Elings formuleerde hij de
aanlegadviezen. Stan Elings stelde de beplantingslijsten samen.
Via het Monumentenhuis Brabant ontvingen we uit het door de provincie voor het Jaar van de Boerderij beschikbaar gestelde budget een subsidie, die deze uitgave
mede mogelijk maakte. De Stichting Historisch Boerderij - Onderzoek te Arnhem (SHBO) stelde ons opgetekende boerenerven uit Noord-Brabant ter beschikking,
waarvan we er een aantal na bewerking in ons boekje opnamen.
We hopen zo een aantrekkelijk boekje te hebben samengesteld. We hopen echter vooral dat we in de komende jaren hier en daar bij boerderijen in onze provincie
toch weer elementen van het traditionele boerenerf zien terugkeren of nog liever totaal gereconstrueerde erven. Daarmee zouden de betrokken boerderijbewoners
zeker een bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid van het Noord-Brabantse platteland.
Wij wensen u ook veel lees- en kijkplezier.
Oisterwijk, september 2005.
Het bestuur.

Boerderijenstichting Noord-Brabant;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 18 april 2022