HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 53   (uit: 542)

Getoond wordt publicatie : 1 t/m 30


Uitgebreid zoeken
Gesorteerd op:  Boeknummer

Zoekresultaat verdeeld over 2 pagina's, met elk (max.) 30 publicaties:

1   2       Volgende       Eind

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00016  
Breda in Beeld 1860-1940
Historie -- Breda, algemeen           (1983)    [Maurits van Rooijen]
Breda in Beeld 1860-1940

voorwoord
Breda is een stad, die gezien mag worden.
Dat is ook met het verleden het geval.
De beelden van deze zo rijk gezegende, historische stad geven ons een inzicht in het ontstaan en de groei van een gemeenschap op allerlei gebied.
Voor de mens van vandaag is het van groot belang daarvan kennis te nemen.
De pen van Maurits van Rooijen en zijn grote kennis van de historie van zijn geboortestad staan er borg voor, dat een verantwoord en ook leesbaar beeld tot stand komt.
Het is dan ook daarom dat onder andere het stedelijk museum gaarne bereid is geweest voor dit project haar foto-archief ter beschikking te stellen.
De Bredanaar zal uit dit boek ongetwijfeld veel lering kunnen trekken en er genoegen aan beleven.
Ir. W. Merkx
Burgemeester van Breda

verantwoording
De vesting wordt gesloopt en Breda slaat de historische weg in om een moderne stad te worden.
De techniek komt en verandert het stadsbeeld: telegraaf en telefoon, gas, water- en elektra-voorziening, de posterij. Er komen goed-georganiseerde voorzieningen als
ziekenhuizen, scholen zwembaden, brandweer en politie, een professionele gemeentereiniging, parken.
Cultuur staat hoog in het vaandel, bibliotheken, een museum, Concordia- en het verenigingsleven bloeit (Bonus bijvoorbeeld). Trouwens, ook minder culturele vormen van
ermaak doen het prima: de café’s, de sociëteiten, het carnaval, de grote feesten. De ellendige woonomstandigheden worden aangepakt. Steeds betere transportmogelijkheden
staan een ruime opzet voor de Bredase uitbreidingen toe en doen het verschil tussen het leven op het platteland en in de stad verkleinen. Maar het verkeer eist op zijn
beurt eveneens ruimte en aandacht. De markten verdwijnen merendeels. Winkelstraten komen er voor in de plaats. Industrie brengt welvaart (Kwatta, Hero, Etna, HKI etc.)
en een enkele keer onrust. Het leven blijft verder gemoedelijk en gezellig met uitzondering van 1914-1918 en de crisisjaren.
Deze ontwikkelingen vormen de rode draad van dit boek. Ze zijn beschouwd vanuit een Bredase invalshoek. Bovendien is een kwart deel van het boek bestemd voor een aantal bij
uitstek Bredase zaken: het katholieke leven, de relatie met het koningshuis, de aanwezigheid van het garnizoen en de K..M.A.
Deze structuur is echter geen harnas en de lezer heeft de mogelijkheid elke willekeurige bladzijde open te slaan en daar te beginnen. Velen blijken die vrijheid zeer op prijs te stellen.

I Duizenden en duizenden foto's heb ik bekeken en daaruit zijn tenslotte een zeshondertal gekozen. De opzet is dat deze foto’s een eerlijk beeld geven van Breda en omstreken in de
periode 1860-1940. Ansichten zijn slechts mondjesmaat opgenomen en materiaal dat reeds in andere boekjes werd geplaatst heb ik zoveel mogelijk gemeden. Soms is de kwaliteit van een
foto niet wat we nu gewend zijn. Dat is geenszins verrassend. De opnamen zijn destijds met eenvoudige apparatuur vervaardigd en soms zijn ze na zoveel jaren vergeeld of beschadigd.
Opmerkelijker zijn de opnamen die een dergelijke hoge artistieke kwaliteit bezitten dat ze de kijker nu nog stil kunnen maken met hun schoonheid.
Foto s vormen een wezenlijk bestanddeel van dit boek, maar beelden alleen kunnen de geschiedenis niet doen herleven. Vandaar de ruim vijftig verhaaltjes die samen een geschreven beeld
vormen, een gelijkwaardige 'partner’ van het fotomateriaal. De ruimte voor deze teksten werd gewonnen door de foto-onderschriften zeer beperkt te houden.

Fouras, juli 1983.

Boekhandel Gianotten BV Breda;  
 

2. Boeknummer: 00018  
Van Houtse Akker tot de Hoge Moer. Een inventarisatie van de collectie Jac. Verhagen. Erfgoedrapport Breda nr. 94
Historie -- Breda, algemeen           (2012)    [drs. R.A. Houkes]
Van Houtse Akker tot de Hoge Moer.

Voorwoord
Dit rapport van drs. Rob Houkes heeft een lange voorgeschiedenis. Zo'n tien jaar geleden was het één van de doelstellingen van het Provinciaal Depot Noord-Brabant om
particuliere archeologische collecties te monitoren om te voorkomen dat deze versnipperd zouden raken. Immers de generatie amateurarcheologen die in de jaren '50 en '60
belangrijke vondsten hadden gedaan begon op leeftijd te raken. Vanaf dat moment was Jac. Verhagen in beeld. Het belang van zijn collectie was onder meer door zijn
uitgave van 'Prehistorie en vroegste geschiedenis van West-Brabant.' uit 1984, in archeologisch Brabant al bekend.
Door de inzet van Gérard de Laat, Barbera Putters en Nobert Verhagen, de zoon van Jac., is deze collectie, inclusief de nauwgezette documentatie, behouden gebleven. Jac.
had overigens een vooruitziende blik door het in de jaren '90 al te legateren aan het Breda's Museum, maar dat was niet bij alle belanghebbenden bekend.
Door een goede samenwerking met het Breda's Museum, in de persoon van directeur Jeroen Grosfeld, kon het materiaal opgeslagen en verwerkt worden in het archeo-
logisch depot van de Gemeente Breda. Tenslotte heeft Johan Hendriks, hoofd van het toenmalige Bureau Cultureel Erfgoed, zich sterk gemaakt voor de financiering van dit
project.
Een apart woord van dank nog voor de tekenaars van het vuursteen en aardewerk, Hen Brekelmans en John Harmanus. Hen heeft het eindresultaat niet meer kunnen
meemaken, maar hij zou er trots op zijn geweest.
We hebben hiermee aan de wensen van Jac. voldaan; een toegankelijke en adequaat beheerde collectie, onvervreemdbaar en te gebruiken voorwetenschappelijke en
educatieve doeleinden.
Medewerkers Erfgoed, Afdeling Ruimte

Gemeente Breda;  
 

3. Boeknummer: 00024  
Bredanaars in beeld
Historie -- Breda, algemeen           (1997)    [Duijghuisen Marcel]
Bredanaars in beeld

Inleiding
De eerste foto in mijn persoonlijk fotoalbum is een afbeelding van mijn vader, samen met zijn broers op en achter de ploeg. Ik kreeg die jaren
geleden van een van mijn ooms, omdat hij me wilde laten zien hoezeer ik op hem leek. Het klopte.
In het boek dat voor u ligt wemelt het van de mensen en situaties die u bekend zijn, waarin u zichzelf herkent of die een gevoel van verrassing
oproepen omdat ze u onbekend waren.
Het bovenstaande is ook de reden dat het Gemeentearchief Breda aan deze uitgave heeft meegewerkt. Alles wat in onze depots ligt maakt als
het ware onderdeel uit van het collectieve geheugen van de stad. En wat heb je nu aan een geheugen als daar geen gebruik van gemaakt wordt.
Een fotoboek is een middel om herinneringen te delen. U zult dat ongetwijfeld zelf vaak genoeg ervaren hebben.
Wat nu voor u ligt is nog geen procent van het totale foto- en negatievenbestand van het Bredase gemeentearchief. Mocht u
nieuwsgierig zijn naar de rest, dan bent u van harte welkom. Zoals gezegd, wij zijn er voor u.
En met u bedoel ik ook al diegenen die pas sedert kort deel uitmaken van de gemeente Breda, de inwoners van de voormalige gemeenten
Prinsenbeek. Teteringen en Nieuw-Ginneken. Ook zij zullen zichzelf bij wijze van spreken tegenkomen.
Het verzorgen van een dergelijke uitgave is geen sinecure en ik bedank dan ook mijn medewerkers - hun namen treft u aan op de binnenflap -
voor de extra inspanning die zij geleverd hebben om dit boek tol stand te brengen. Tevens bedank ik de corrector Wil Sterenborg. Ik hoop dat u
hetzelfde plezier en het beetje spanning zult beleven aan het bekijken van dit boek als zij hadden bij de samenstelling ervan.
Ook dank ik Ton Gunsing en Paul van Orsouw van Boekhandel Gianotten. die het voortouw en daarmee het risico hebben genomen voor
deze uitgave. De samenwerking met hen liep gesmeerd. Datzelfde geldt voor de contacten met drukkerij Gianotten.
Ten slotte, in 2002 zal Breda zijn 750-jarig bestaan vieren als een ‘stad met karakter'. Wat mij betreft is de presentatie hier van al die
karaktervolle 'Bredanaars in beeld' een opmaat naar die festiviteiten.
Marcel Duijghuisen
vakdirecteur IMA / gemeentearchivaris

Boekhandel Gianotten Breda ism Gemeentearchief Breda;  
 

4. Boeknummer: 00025  
Breda door de eeuwen heen
Historie -- Breda, algemeen           (1996)    [Gemeentearchief Breda]
Breda door de eeuwen heen

Het gemeentewapen van Breda is rood met drie schuinkruisjes van zilver. Het schild wordt aan de
achterzijde vastgehouden door een engel en aan weerszijden door twee leeuwen. Het geheel is geplaatst op
een burcht in natuurlijke kleuren.
Het rode wapenschild met de drie zilveren schuinkruisjes komt voor het eerst voor in 1203 op het zegel van Godfried
van Schoten, heer van Breda. Het is waarschijnlijk een geslachtswapen of familiewapen geweest. De schild-
houders dateren van latere tijd.
De gemeentevlag van Breda is een rode vlag met op het midden drie witte schuinkruisjes. Bij bijzondere
gelegenheden kan er boven deze vlag een oranje-wit-blauwe wimpel gehesen worden.

BREDA STAD...
De naam Breda komen we voor het eerst tegen in een oorkonde uit 1125. De naamsverklaring
is simpel: een gehucht aan de brede rivier de Aa, dus Breda. Een oorkonde uit 1198
vermeldt een castellum, een primitief kasteel. Een bijzonder jaartal is 1252. Breda krijgt
dan stadsrechten van Hendrik IV van Schoten. Het jaar 2002 wordt dus zeer bijzonder
voor Breda!

Afdeling Communicatie Bestuursdienst Gemeente Breda;  
 

5. Boeknummer: 00026  
Een bijzonder stukje Bredase Binnenstad
Historie -- Breda, algemeen           (2002)    [Gerard Otten, Jan Kamphuis, Kees van Roon, Ester Vink, Walter van de Calseyde]
Een bijzonder stukje Bredase Binnenstad

BETER TEN HALVE GEKEERD . .
In een dynamische stad als Breda, en zeker in het dichtbebouwde en intensief gebruikte stadshart, hebben talloze panden in de loop der tijd ingrijpende verande-
ringen ondergaan, zoals splitsing, samenvoeging, verbouwing en sloop. Zeker in de periode na de Tweede Wereldoorlog woog het economisch en praktisch belang vrijwel
altijd zwaarder dan het (cultuur-)historisch belang. Veel gebouwen zijn door die ongeremde vernieuwingsdrift ernstig verminkt; andere zijn nog slechts te bewonderen
op oude illustraties.
De laatste jaren is er weer meer aandacht en geld voor het behoud van panden die vaak al heel lang het gezicht, en daarmee het karakter van Breda bepalen. Zo stelde
de gemeente begin 2001 in haar nota 'Gekoesterd karakter' vast dat er een onderzoek moest worden gedaan naar de bouwhistorische kwaliteiten van de circa 650 historische
panden in de binnenstad. Extra aanleiding daarvoor was de commotie vanwege de sloop van enkele waardevolle panden in het stadshart. De gemeente beschikte daar-
bij niet over harde (bouw-)historische gegevens om een sloopvergunning te kunnen weigeren.
Het doel van het 'Bouwhistorisch Onderzoek Binnenstad' (BOB) is het achterhalen en (digitaal) vastleggen van belangrijke historische gegevens van panden waarvan dik-
wijls uit onwetendheid niet wordt vermoed wat de bijzondere waarde ervan is.
In 2002 is bij wijze van proefproject een historisch en bouwhistorisch onderzoek gedaan naar 25 panden en hun bewoners in het blok bebouwing tussen de Haven-
Vismarktstraat-Havermarkt-Potkanstraat. Dit proefproject leverde veel en soms verrassende informatie op.
In deze uitgave komt een selectie uit dat materiaal aan bod.

Afdeling Welstand, Achitectuur en Monumenten Gemeente Breda;  
 

6. Boeknummer: 00041  
Gouwe Gasten Goei Volluk
Historie -- Breda, algemeen           (2002)    [Rinie Maas]
Gouwe Gasten Goei Volluk


Voorwoord Chris Rutten,burgemeester van Breda
Geachte lezer,
U heeft op dit moment een 'pareltje van het zuiden' in handen.
Rinie Maas is er namelijk wederom in geslaagd een prachtige bundel met verhalen ‘van en voor het volk’ samen te stellen.
Rinie Maas behoeft eigenlijk geen introductie meer want wie kent hem niet? Elke week weer kan heel Breda (mits natuurlijk geen 'nee-nee-sticker' op de brieven-
bus) genieten van een verhaal over een Bredanaar of een Bredase gebeurtenis. Met vlotte pen, in een zeer plezierige stijl, schildert hij met woorden fraaie taferelen, en
zie je de persoon of het gebeurde verschijnen op je netvlies. En elke keer leer je weer iets over het vroegere leven in onze prachtige stad.
Naast de wekelijkse bijdrage aan de Bredase Bode is er natuurlijk ook het boek 'Gaode mee door ‘t Aogje'. In 1998 bestond Princenhage 800 jaar, en dat was de eerste
aanleiding voor Rinie om verhalen te bundelen tot een boek. Het lijkt me dan ook stug dat er nog Bredanaars zijn die nog nooit een pennenvrucht van Rinie Maas
onder ogen hebben gehad. Maar mocht dat zo zijn, dan kan het nu meer dan goed worden gemaakt.
Ter gelegenheid van 750 jaar Breda heeft Rinie zo'n 50 verhalen geschreven over het 'Breda van weleer' zoals de ondertitel van dit boek luidt. Het boek behandelt 80 jaar
recente geschiedenis van onze Stad met Karakter volgens het beproefde recept: volksverhalen opgetekend uit de monden van vertellers en omgezet in kleurrijke bewoor-
dingen. Dat is Rinie wel toevertrouwd.
Dat Uitgeverij Vorsselmans de uitgave verzorgt en de daarbij behorende risico’s voor zijn rekening neemt is natuurlijk fantastisch. Natuurlijk, Vorsselmans kent als
geen ander de aantrekkelijkheid van de verhalen van Rinie: Vorsselmans is immers ook de uitgever van de Bredase Bode. Het 100-jarig bestaan van de Uitgeverij is
wellicht één van de redenen van dit genereuze gebaar.
Maar wat de achtergronden ook zijn, op deze plaats wil ik Vorsselmans danken voor het mogelijk maken van de bundel en hem natuurlijk van harte feliciteren met dit
eeuwfeest. Ik wens hem toe dat het boek een succes wordt en dat de uitgeverij nog vele voorspoedige jaren zal hebben.

Lezer,
Pak en lees een verhaal, over Mieke Bukkum of de Rooie Mie, over het gemeenteziekenhuis of de koepelgevangenis en laat u meenemen naar tijden die alleen nog bestaan
in verhalen en in afbeeldingen; laat een beetje heimwee u bevangen en laat de geest zich verenigen met 'Gouwe Gasten, Goei Volluk' uit de vorige eeuw van Breda.

Rinie, bedankt, het is prachtig, en ik hoop dat vele Bredanaars het boek zullen aanschaffen en zich mee laten slepen door je manier van vertellen. Dank voor je
feestelijke bijdrage aan het 750-jarig bestaan van ons Breda, Stad Met Karakter, en voor het vele werk dat je hebt verzet om dit boek tot stand te brengen.
mr. C.G.J. Rutten
burgemeester van Breda

Gouwe Gasten, Goei Volluk Het Breda van Weleer 1920-2000
Deze tweede bundel geromantiseerde stadsverhalen op historische grondslag verschijnt ter gelegenheid van Breda 750 jaar. De eerste verhalenbundel van Rinie
Maas 'Gaode mee door ‘t Aogje', verscheen in 1998, ter gelegenheid van Princenhage 800 jaar. Gezien het succes van deze bundel is dit boek daarop eigenlijk een logisch
vervolg.
'Gouwe Gasten. Goei Volluk' is een uitgave van de Bredase Bode, als hommage aan de Baroniestad. De verhalen over mensen en gebeurtenissen in de stad Breda wer-
den eerder gepubliceerd in de Bredase Bode in de rubriek Het Breda van Weleer. Op 18 oktober 1995 liet Rinie Maas als kroniekschrijver voor de eerste maal aan
de hand van jeugdherinneringen, primaire bronnen, archieven en documenten het verleden van Breda herleven in de Bredase Bode, die toen nog 'De Bredanaar' als
titel droeg. De daaropvolgende jaren zouden nog vele ontboezemingen uit de vlotte pen van Rinie Maas vloeien. Talrijke kleurrijke figuren uit Breda zijn door de
schrijver in de loop der jaren opnieuw in de schijnwerpers geplaatst. Janus Jongbloed, de Patriarch van de Abrahamschoot, Kaatje en Mieke van de Haagdijk, Pik-
kie van het Valkenberg zijn maar enkelen van de opmerkelijke mensen die in hun eenvoud voor de Bredanaars absoluut een hoofdrol in de stad hebben vervuld en daar-
door terecht een plaats hebben gekregen in dit boek.

Sinds de eerste publicatie in 1995 is Het Breda van Weleer uitgegroeid tot een vaste waarde van de Bredase Bode en één van de meest gelezen rubrieken in het week-
blad. Dat het elke week opnieuw veel gevoelens en emoties losweekt bij de lezers, blijkt wel uit de grote hoeveelheid reacties die de redactie iedere keer weer ont-
vangt. Naast bepaalde aanvullingen, correcties en opmerkingen, kruipt menig lezer in de pen om uitgebreide opstellen en zelfs complete ontboezemingen op papier te
zetten. Onder de reacties werd de afgelopen jaren de roep om de verhalen te bundelen steeds luider. Tegelijkertijd kreeg de Stichting Breda 750 jaar meerdere suggesties
om in het jubileumjaar een boek over historische Bredase personen te laten verschijnen. Daarbij werd de naam van 'onze' Rinie Maas uitdrukkelijk genoemd. Het logi-
sche gevolg was een bundeling van de krachten, wat heeft geresulteerd in deze bijzondere uitgave met Stads-verhalen.

Op zijn bekende wijze heeft Rinie Maas gebeurtenissen uit het verleden opnieuw kleur gegeven. De demping van de Mark omstreeks 1940 o.l.v. burgemeester B.W.Th.
van Slobbe, als 'opstapje' om ook de Haven te dichten, verteld door de ooggetuige Manus Schimmelaars, is maar één van de verhalen die naar onze mening onmid-
dellijk de aandacht van de lezer trekken. Deze bundel maakt wederom duidelijk dat Rinie Maas over de gave beschikt om zowel voorname en belangrijke als preten-
tieloze” Bredase historische personen en gebeurtenissen te beschrijven op een dusdanige manier dat het verhaal van het begin tot het eind blijft boeien. Door middel van
deze verhalen blijft de geschiedenis van Breda levend, ook de komende 750 jaar. Ik wens u véél leesplezier toe.

Jan Willem van Bodegom,
hoofdredacteur De Bredase Bode

Inhoud Gouwe Gasten, Goei Volluk
1. LUT, DE LAATSTE BREDASE KLEPPERMAN.............................
2. EEN LIEFDESKAART VOOR JUFFROUW JASPERS.........................
3. PIET AVONTUUR.............................................
4. TINUS DE KLOPPER.............................................
5. HUIS GROOT WOLFSLAAR.........................................
6. DE SCHOLENSAMENZANG........................................
7. DE ROOIE MIE VAN DE NIEUWE WEG.................................
8. DE MEESTERLIJKE LEO CANJELS...................................
9. DE BOMINSLAG OP BAD GINNEKEN EN DE BALFORTBRUG.................
10. HET GEMEENTEZIEKENHUIS AAN DE SCHORSMOLEN.....................
11. WEESHUIS SINT WILLIBRORDUS....................................
12. DE BOSCHSTRAAT...............................................
13. DE PATRIARCH VAN DE ABRAHAMSSCHOOT............................
14. HET VERMAARDE ZESDE EN DE GIFPIL...............................
15. HET BREDASE PALACE-THEATER: BRUTUS EN CALIGULA..................
16. HET SPORTFONDSENBAD EN DE VIERWINDENSTRAAT.....................
17. DE KWATTA IN BREDA............................................
18. HET BADHUIS AAN DE FELLENOORDSTRAAT...........................
19. MIEKEBUKKUM................................................
20. HET VERDWENEN GEHUCHT HEUSDENHOUT...........................
21. DE MARIA-HEMELVAARTKERK.....................................
22. NAC’S NOBELSTE ZWOEGER: PAUKE VAN DEN HOVEN.....................
23. HET MEEST UNIEKE PARK VAN NEDERLAND: HET VALKENBERG.............
24. HET BOZE BEGIJNTJE............................................
25. PIKKIE VAN HET VALKENBERG.....................................
26. DE BREDASE ORGELDRAAIER JANUS JONGBLOED.......................
27. DE BREDASE BRUINTJES..........................................
28. WIE WAS SIMON BOOG...........................................
29. SNARF VAN DORST..............................................
30. DE POKKENPRIK VAN PIET JOOSSEN.................................
31. DE DRIE MUSKETIERS VAN BREDA..................................
32. OVER BEROEMDE BREDASE HISTORISCHE PERSONEN.....................
33. HET VERZET VAN JANTJE DE SCHOENLAPPER EN D’N BLOMKOOL............
34. DE AANSLAG: HET GEVECHT OM DE WILHELMINABRUG..................
35. DE POËZIE VAN MARTINUS NIJHOFF OVER DE BARONIELAAN...............
36. HEIN VAN GASTEL: RASPAARDJE VAN RATH VERLEGH....................
37. LEVEN EN WERK IN DE WIJK DE SCHORSMOLEN........................
38. HET SLACHTHUIS VAN DIRECTEUR MEYER IN DE BELCRUMPOLDER..........
39. VROUW DE BRALIE EN DR. FRANS HEYLAERTS..........................
40. KRISKRAS DOOR BREDA; DE ZUSTERS FERD1NANDA EN CORONA............
41. EEN BOEKETJE BLOEMEN VOOR APPELSIENTJE..........................
42. LEVENSMIDDELEN EN COMESTIBLES IN DE BREDASE BUURTWINKEL........
43. DE ZANDBERGWEG. LOUISKE BOMBARDON EN DE WITTE KUBBER...........
44. DE KOEPELGEVANGENIS..........................................
45. HET S1NT-IGNATIUSZ1EKENHUIS....................................
46. PROCESSIES EN PELGRIMAGES: WAT HEEFT BREDA MET SCHERPENHEUVEL?...
47. HET HEUVELKWARTIER..........................................
48. EEN BREDASE ST. CHRISTOFFEL...................................
49. HET BRABANTPARK............................................
50. DE GEDEMPTE MARK............................................
51. KAATJE EN MIEKE VAN DE HAAGDIJK...............................

Uitg. Vorsselmans Zundert;  
 

7. Boeknummer: 00043  
Heksenwiel. Centrumgebied Haagse Beemden Breda
Historie -- Breda, algemeen           (1994)    [Heystek, Jan; e.a.]
Heksenwiel. Centrumgebied Haagse Beemden Breda

Met gepaste trots mag ik het voorwoord schrijven in dit bijzondere boek over een al even bijzonder samenwerkingsproject.
Blauwhoed Vastgoed-ontwikkeling bv en de Gemeente Breda toveren met 'Heksenwiel, Centrumgebied Haagse Beemden, Breda'
een publikatie tevoorschijn die de geslaagde samenwerking tussen de acht realisatoren van dit Centrumgebied van de Haagse Beemden
memoreert en levend houdt.

Met de Haagse Beemden trad Breda in de jaren zeventig buiten haar muren. Op de plaats waar in de Ijzertijd al mensen woonden en het landschap
een hoofdrol speelde, is een uitbreidingswijk naar de inzichten van de moderne tijd gebouwd.
Daarbij is de waarde van het verleden behouden gebleven. In de Haagse Beemden vindt men een symbiose in de betekenis van de Dikke van Dale:
'Het samenleven van twee ongelijksoortige organismen/fenomenen op of in elkaar tot wederzijds voordeel'.
Het karakteristieke landschap behield zijn plaats in een moderne woonwijk. In figuurlijke zin komt dit tot uiting in de rol die de typische kenmerken
van het 'Brabantse dorp' spelen. Deze komen juist in het Heksenwiel naar voren.

Het Centrumgebied Heksenwiel is het hart van de Haagse Beemden waarin we de functies van een dorps- of stadskern herkennen.
Wonen, werken, winkelen, elkaar ontmoeten en recreëren in één gebied. In veel Brabantse dorpen zien we dit en beschouwen we het als een overle-
vering die bewaard moet blijven.
De zichtlijn naar de toren van de Grote Kerk van Breda geeft de relatie met de stad aan. Het Centrumgebied heeft alle ingrediënten die het
tot een volwaardige en complete kern maken.

De Gemeente Breda is niet alleen trots op het Centrumgebied. De goede samenwerking met de mede-realisatoren van het Heksenwiel geeft reden
tot grote tevredenheid. Dit project heeft een speciale plaats verworven in de groep van Publiek-Private Samenwerkingsprojecten.
De relatief korte tijd tussen de ondertekening van de realisatie-overeenkomst en de oplevering van de diverse delen van het Centrumgebied hebben
samen met de volledige verwezenlijking van de oorspronkelijke plannen dit project een speciaal cachet gegeven.

Breda, de Haagse Beemden en de realisatoren van het Centrumgebied Heksenwiel kunnen trots zijn.

drs. E.H.T.M. Nijpels
Burgemeester van Breda

Gemeente Breda;  
 

8. Boeknummer: 00044  
De stad, een fotograaf en zijn fiets
Historie -- Breda, algemeen           (2008)    [P.Haverman, Wessel Keizer]
De stad, een fotograaf en zijn fiets en andere verhalen van mensen die Breda in hun hart dragen


Inleiding
De Stad der Vrouwen

Mensen, jong en oud, ze rollen en ze lopen. Straten, terrassen vol met opgewekte personen. Wat maakt hen toch zo anders? Wat verbindt hen?
Zo klein is de stad niet meer. Niet als een dorp. Hoe organiseren ze hun leven? Hoe behouden ze hun warmte, hun geborgenheid in een wereld die
om 'efficiency' vraagt? Hoe blijven ze elkaar kennen, in de grote massa?
Hoe houden ze hun groene landschap in en om de stad, hun historische gebouwen, hun ambachtelijke inborst? Hoe kan het dat ze daarnaast toch
innovatief en grootschalig kunnen denken? Amerikanen boeien? Chinezen!
Wat is dat, het Bredase geheim?

Hoe te leven
Wessel Keizer zoekt de antwoorden. Een fietsende fotograaf die langs lanen en door stegen stevent. Een zoeker die vanaf het zadel ziet. Hij verwacht de
verrassing, geniet van de verwondering, verdrinkt in de wereld die achter de foto ligt. Hij bewaart het voor ons en het nageslacht: het begeerde Ginneken
en het Westerpark, waar de wens wordt verwezenlijkt om 'een eigen huis' te hebben. De Knokkestraat waar een kind zijn eerste contacten legt die later
gouden herinneringen blijken te zijn. De goudkust van het Montenspark waar diversiteit zich niet in huidskleur maar in bouwstijlen uit.

De ongekroonde stadsfotograaf zoekt een antwoord zonder woorden. Bredanaars weten immers intuïtief wanneer het juist is. Ze denken in beelden.
Beelden van vroeger, het goede leven. Beelden van straks, de betere toekomst. Bredanaars groeien in balans. 'Niet te gek, eej kul.' Ze weten hoe te
leven, die 170.000 in het Haagje van het Zuiden. 'Breda, mijn stad,' zeggen ze. Maar niet alleen de stenen zijn de genen.

klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding


De bron van het Valkenberg
Eeuwen water vloeide door Aa en Mark. Eerlijk water, het schonk de bieren een goede smaak en daarmee wellicht de drinkers. Hun 'joie de vivre' ging
niet ten koste van verantwoordelijkheid. - De nieuwe haven is als een teruggevonden parel -. Het optimisme van de werkenden opende de weg naar
welzijn. Meer nog dan welvaart, een glimp van het geheim.

De genen van de stad zijn oud en voornaam. Ze zijn diplomatiek en diep ontwikkeld. De clerus, de magistraat, de prinsen van het kasteel, mijmerend
door de Reigerstraat kom je ze tegen. De vrouwen van het Valkenberg verankerden een feminiene bron die onvindbaar de Bredanaars voedt. De
chique zwanen in hun park boezemen de nieuwkomer vertrouwen in. Traag maar natuurlijk assimileert Breda.

Verantwoorde variatie
De fysieke stad is net als het leven, een avontuur dat beleeft mag worden. Voor de een een stratenpatroon als een Engelse tuin, voor de ander een
dwaal- en doolmilieu met vaste ankerpunten. Waar de Kwatta en de Etna zijn verdwenen, klopt iets niet. Het Klapcot en de Havermarkt daarentegen,
zijn Breda ten voeten uit. Sterk is de stad en kwetsbaar zijn haar kinderen.
Transparant is de high tech architectuur op het historische Chassé-terrein en mysterieus zijn de middeleeuwse sporen in de moderniteit. Die variatie
maakt het spannend.

De uitbreiding en inbreiding van de stad vraagt om rijpe reparateurs. De shuttle van de HSL meert aan waar eerder paarden fusten 3-Hoefijzers-bier
vervoerden. Via Breda loopt als een Romeinse heerbaan langs kolossale silo's, tentoonstellingen van industriële grandeur. Het is moeder Breda die de ver-
binding moet maken tussen de diverse karakters van haar kroost. Het is moeder Breda die zonder betuttelend te zijn haar verantwoordelijkheid moet
nemen voor de regio. Het palet van Van Gogh ligt immers in haar achtertuin.

Bredase beweging
Die bijzondere manier van leven, kunnen we die beschrijven? 'Bredanaars zijn Bourgondiër, Westerling en Belg tegelijk,' stelt Paul Schnabel, directeur
van het Sociaal Cultureel Planbureau, over zijn geboortestad.
Echt zijn ze, de Bredanaars en soms zelfs doortastend; in hun harten jong en vrolijker dan de buurman. Hun werkwijze kun je typeren als een 'familiair
professionalisme'.

Het geheim van de Bredase levenswijze ligt in de garnizoenen van weleer. Officieren mochten vroeger niet katholiek zijn. Protestanten vestigden zich
in de Nassau-stad. Uit de integratie van Belgen, Bourgondiërs en Westerlingen groeide geruisloos een nieuwe gemeenschap. Een gemeenschap die, hoe
militair masculien ook van buiten, zacht van binnen bleef. De officieren verbleven immers in de stad van hun vrouwen.

Is dat het geheim van Breda? Een vrouwelijke stad. Vroeg werd ze geteisterd door godsdiensttwisten. Toen elders de wereld zwart-wit was, lagen zowel
de Hollander als de Spanjaard in haar bed. Ze heeft ze van dichtbij leren kennen, hen ontdaan van hun wapengekletter en met zachte hand gevoeld
dat beide mannen mensen bleken. Dat onverbrekelijke geloof in de mens, zoals een moeder haar kinderen blind vertrouwt, dat is de Bredase beweging.

Vrouwelijke verbinding
Hoewel garnizoenstad hebben vrouwen hier altijd invloed gehad. Toonden mannen daardoor hun betere kant? Bovendien hield de 'gemene mensch
vant laant' al te hoge ambities aan de grond. Het is de x-factor van het Bredase chromosoom die doorslaggevend is. Een stad met een open en
sociale oriëntatie. Een stad voor wie de bloeitijd pas begint.

De druk van de wereldhavens Antwerpen en Rotterdam, de Chinese relaties, de Amerikaanse interesse, het Benelux-centrum; de vooruitgang dient zich,
soms opdringerig aan, als een ongeduldige jongeling.
Dan is het aan Breda om haar waardigheid te tonen. De vrijers mogen langskomen, mee-eten zelfs. Maar zij bepaalt hoe lang en waar ze slapen. Geen
industrie meer zonder duurzame uitgangspunten, geen plannen zonder beschouwing van het omgevingseffect. Geen besluiten zonder draagvlak.

Liefdevolle erflaters
Residuen van de oude beschaving vormen een netwerk met de futuristische bespiegelingen van de beleidsmakers van vandaag. Plannen krijgen als
kazen tijd om te rijpen. 'Pieken in de Delta' geven zicht op de weelderige wol die zonder veel geschreeuw aan de Zuid-Nederlandse 'schaopkes' groeit.
Het toerisme en de horeca kennen hier een on-Nederlandse gastvrijheid.
Kansen voor een economisch cluster van onderwijs en ondernemingen? De techniek en onderhoudsector zijn zo sterk dat ze duizenden mensen tekort
dreigen te komen. Zorg, 'food', 'visual design', logistiek lijken lokale brandstoffen voor de economie van de toekomst. Liefdevol worden ze geëxplo-
reerd, met aandacht gevoed en subsidiair gestimuleerd. Zo werkt het nieuwe Breda, de hoofdstad van de regio, met de liefdevolle visie van haar erflaters.

De derde weg
Is Breda dan niet ambitieus? Wil ze dan oud worden en verstoffen? Wie dat denkt, kent haar niet. 'Meta', zou haar koosnaam kunnen zijn. Soeverein,
staat ze boven de ambitie. Ze overtreft de hitsigheid van de dag met haar lange-termijn-visie van uitgebalanceerde groei. 'She's watching the game,
controlling it,' om het met een verwijzing naar de musical 'Chess' te zeggen.
Ze is een schaker, Breda, en een familiemens. Uit dezelfde genen ontspruiten heel verschillende telgen. Breda hemelt hen
niet op (naar de 'eerste' Amerikaan Adriaen van der Donck is nog steeds geen straat vernoemd) en verstoot hen niet (zelfs de voormalige drie werden
menswaardig behandeld). Ze houdt haar kinderen bij elkaar en zoekt de derde weg. Het mag 'goed toeven' zijn voor allen in deze regio.

La grande dame
Wessel Keizer heeft die familie van Bredanaars, bezoekers en buitenlui, bezield geportretteerd. Handwerkers en bankzitters zien we in dit boek, delicate
dames en 'hupse dingskes'; decente drachten voor het Nassaumonument, kleurrijke kinderen op de kermis in de herfstvakantie. De familie verpoost en
drinkt bier in deze brouwersstad, het bier dat overal bij past. En ze eten Vlaams: friet van Christ, die hier 'vroeger nog wel eens ooit, echt is gewist'.
Hun frivole feesten zijn geworteld in religie. 'La grande dame' op de Grote Markt, leeft in het hart van alle Bredanaars. De processie van Niervaert her-
innert aan pragmatische piëteit. Religie rendeert. 'L'église Wallon' is een waarzegster voor de intellectuele elite. Wie een kaarsje brandt in de Sint-
Joost-kapel kapittelt het consumentisme. Gebrandschilderde schetsen uit het leven van Onze Lieve Vrouwe verkondigen het Bredase geloof in een
duurzame, verdraagzame samenleving. Een geloof in de oneindige groei van de familie. Een geloof in de bron van de jeugd.

Toekomst aan de jeugd
Breda zou daarom het mooiste studentencomplex van de wereld moeten worden. Studenten als stadsambassadeurs. Met z'n tienduizenden zijn ze,
Breda's jong talent. Ze zwermen uit in de stad, naar de regio, het land, Europa. Ze steken met hun enthousiasme anderen aan. Die komen dan weer
van heinde en ver. Het is al heel gewoon dat je in de supermarkten Duits, Engels, Spaans, Chinees hoort spreken.
En het zijn niet alleen de HBO-ers van Avans en NHTV die sprankeling brengen. Het Vitalis-College vitaliseert de stad met kansen voor verzorgenden. Het
Florijn berekent de toekomst met de discipline van Ignatius. Voorbeelden van vooruitstrevende MBO-opleidingen.
Talloze jonge Bredanaars ontmoeten de vele professionele en hulpvaardige handen van middelbare scholen als OLV, Mencia, Newman en Nassau.
De Bredase genen brengen nog oorspronkelijke leraren voort die in het basisonderwijs de mentaliteit van de stad vermenigvuldigen. We mogen er
allemaal zijn, met respect voor elkaars variatie.

Bredase beelden
In plaats van de grote -ismen heeft een verzameling van kleine verhalen de vorming van ons wereldbeeld overgenomen. Zo is het ook met het stads-
beeld. Dat wordt gevormd door duizenden beelden per dag. Soms heb je niet eens in de gaten dat ze zich aandienen. Wessel Keizer ziet de stad als
plek om plezier te maken, de stad als atelier, als werkplaats, de stad als thuis!

Dit fotoboek is een innemende impressie van onze stad. Geen hokjes, geen dwangmatige scheidslijnen separeren de Bredase beelden. Het leven dient
zich immers ook in fragmenten en stadia aan. Sommige Bredanaars vertellen hun beelden van het Bredase geheim, als vrienden aan de keukentafel.
Keizer (fotografie), Homburg (vormgeving) en Haverman (interviews) maakten een fotoboek als een familie-album van de stad. Een album zoals alleen
zachtaardige mannen het kunnen samenstellen.
November 2008,
Wilbert van den Bosch



Uitg. Van Kemenade Breda;  
 

9. Boeknummer: 00081  
Breda Bevalt. Herinneringen van 28 Bekende Nederlanders aan hun geboortestad. Hans van Mierlo; Corry Brokken; Joris Rasenberg; Rein Welschen; Dimitri van Toren; Hubertus Ernst; Josine van Dalsum; Onno Ruding; Kees Rijvers; Maria Goos; Oek de Jong; Tijs Verrest; Ruud Benard; Jurgen van den Goorbergh; Marga Minco; Corry Konings; Moniek Toebosch; Arnold Heertje; Hugo Haenen; J.P. van Gastel; Remco van Wijk; Beertje van Beers; Eric Albada Jelgersma; Vic v.d. Reijt; Pieter Laurens Mol; Henri van der Biesen; Flip Bolluyt
Historie -- Breda, algemeen           (2001)    [Martijn Jas]
Breda Bevalt. Herinneringen van 28 Bekende Nederlanders aan hun geboortestad.
INLEIDING
Het jaar 2000 was een succesvol jaar voor Breda. NAC promoveerde naar de hoogste afdeling van het betaald voetbal,
de popgroep Abel stond wekenlang op nummer één met Onderwegen Big Brother Ruud werd de nationale knuffelbeer.
Scenarioschrijfster Maria Coos werd benoemd tot officier in de orde van Oranje-Nassau, dj Tiësto was de beste dance-
discjockey van Nederland, Remco van Wijk behaalde een gouden plak op de Olympische Spelen en Moniek Toebosch
kreeg een oeuvre-prijs. Vic van de Reijt stelde de Top 100 van Nederlandstalige singles samen en van Corry Brokken verscheen
de autobiografie Wat mij betreft.
■ Door al die successen ging in Amsterdam mijn Breda-hart sneller kloppen. Al jaren wist ik dat Hans van Mierlo in Breda
geboren was, net als josine van Dalsum en Onno Ruding. Maar hoe en waar zij hun tijd hadden doorgebracht in de
stad, wist ik niet. Zo ontstond het idee voor BREDA BEVALT, herinneringen van 28 bekende Nederlanders aan hun geboortestad.
■ Ik stelde voor mezelf een aantal criteria. Zo vond ik dat de bekende Nederlanders die in aanmerking kwamen per se in
Breda geboren moesten zijn. En daarmee bedoel ik het Breda van na de oorlog, inclusief Ginneken en Princenhage. Iemand
die wel in Breda getogen was maar niet geboren, zoals bijvoorbeeld Pierre Kartner, kwam niet op mijn lijst voor. Verder
stelde ik me als doel om een zo gemêleerd mogelijk gezelschap bij elkaar te krijgen. En in de verhalen moest één thema
naar voren komen: Breda.

klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding


■ Dankzij het stadsarchief van Breda, mijn oud-collega's van BN De Stem, familie en vrienden, ben ik tot een indrukwek-
kende namenlijst gekomen. De uiteindelijke selectie heb ik zelf gemaakt. Opmerkelijk was dat iedereen die ik heb bena-
derd, direct ja zei op mijn verzoek voor een interview over hun geboortestad.
■ In BREDA BEVALT! streef ik niet naar volledigheid want ik weet dat er meer dan 28 bekende Nederlanders hun wieg in
Breda hadden staan. Wellicht dat een andere auteur zich geroepen voelt om in de toekomst deel twee te gaan maken.
■ Een jaar lang heb ik met veel plezier aan dit boek gewerkt. Omdat het een non-budgetproject betrof, was ik aangewezen
op de belangeloze medewerking van een groot aantal mensen. Ik wil allereerst de 28 hoofdpersonen van BREDA BEVALT!
hartelijk bedanken voor hun enthousiaste medewerking en vertrouwen. Zonder die prettige samenwerking was het
boek niet geworden wat het nu is.
■ Ik dank grafisch ontwerper Jeroen Jas, fotograaf Certjan Koeken, tekstadviseur Piet Rasenberg en mede-eindredacteur
Pim Cluistra. Zonder deze vier personen had ik dit project nooit kunnen voltooien. Tot slot wil ik, naast alle sponsors,
twee Pauls bedanken: Paul de Leeuw die de titel bedacht en professor dr. Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en
Cultureel Planbureau, die het voorwoord heeft geschreven. Laatstgenoemde is niet in Breda geboren maar wel getogen.
Martijn Jas, november 2001



VOORWOORD
Eén procent van de Nederlanders woont in Breda. Ik heb nog nooit iemand meegemaakt die het daar niet beviel. Een aan-
gename stad, al heeft dat de meeste Bredanaars in dit boek er niet van afgehouden de wereld in te trekken. Sommigen,
als Arnold Heertje of Oek de Jong, hebben van hun geboortestad ook niet meer dan hun wiegje gezien, anderen, zoals
Kees Rijvers en Jurgen van den Coorbergh, komen regelmatig uit Frankrijk even langs voor familie en vrienden. Voor de
meesten is Breda echter toch een afgesloten hoofdstuk in hun leven. Vaak wel een belangrijk hoofdstuk, omdat daar de vic-
torie begon of simpelweg omdat daar de tienertijd lag. Dan wordt de stad pas echt van jou, weg uit de eigen straat en buurt,
op de fiets of de brommer naar school, naar de cafés op de Havermarkt, het stadion van NAC en het eerste vriendinnetje.
■ Dat was ook mijn Breda. Al ben ik er niet geboren en ook niet gebleven, het is toch de stad van mijn jeugd. Bijna elke
straat en elke plek die mijn vroegere stadgenoten noemen, zie ik meteen voor me. Net als Rein Welschen zat ik op de
Lourdesschool en met Vic van de Reijt zat ik op het Onze-Lieve-Vrouwelyceum. Ik weet nog precies hoe de stad er bijna
veertig jaar geleden uitzag, hoe het rook bij de H.K.I., hoe koud het met carnaval kon zijn, hoe zwart de Mark was en hoeveel
salamanders er achter de Kogelvanger in het Mastbos zaten. Op weg naar school passeerde mij soms de groene Jaguar
met chauffeurvan minister Toxopeus. De wereld veranderde. Op dansschool De Kruijff werd de Engelse wals gestopt toen
het bericht kwam dat president Kennedy vermoord was. Met mijn eerste CJP zag ik in het net tot stadsschouwburg ver-
bouwde Concordia Ank van der Moer schelden en tieren in Wie is bang voor Virginia Woolf. De jongerenmis werd een
beatmis en we zongen 'Dank u Heer, dat ik u danken mag' de hitparade in. De televisie kwam naar Breda, maar de opnames
van het jeugdparlement eindigden in zo'n chaos dat het niet tot een uitzending kwam. Dick Dees was toen fractievoorzitter
bij de jonge liberalen, ik bij de jongeren-KVP. Wij droegen nog pakken en dassen, maar dat zou niet lang meer duren.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


■ Dit is een Bredaas verhaal, maar zoals alle verhalen in dit boek is het ook een persoonlijke getuigenis van de geschie-
denis van de modernisering van Nederland. Zelfs bisschop Ernst praat nauwelijks meer over de kerk, die zo lang zijn
stempel op het leven van de stad heeft gedrukt. De oude industrieën zijn bijna net zo snel verdwenen. Toch is de welvaart
groter dan ooit. De armoede in het Westeinde, waar Corry Konings van vertelt, bestaat niet meer. Ook wie het nu niet
breed heeft, is er toch altijd nog veel beter aan toe dan de arbeider, onderwijzer of ambtenaar van vijftig jaar geleden.
Nette armoede was het bij Filip Bolluyt en vele anderen, met geen geld voor een auto, vakantie, of zelfs maar een paar sport-
schoenen. Standsverschillen kon je nog zien en ruiken. Het geld woonde niet in het Noorden en het Westen, steeds min-
der ook binnen de singels, de wereld van Henri van den Biesen. De Baronielaan en de Ginnekenweg vormden de coördinaten
van het echte Breda, en dat is nog steeds zo. Daar staan de mooiste huizen en liggen de beste scholen, de hockey- en
tennisvelden. Hans van Mierlo groeide op aan de Ginnekenweg, net als Eric Albada Jelgersma. Onno Ruding woonde
aan de Baronielaan.
■ Een onzichtbaar verschil met vroeger is de zoveel gemakkelijker acceptatie van een carrière in de kunst, de muziek
of de sport. Remco van Wijk, Tijs Verwest, Beertje van Beers en Joris Rasenberg - de jongste generatie bekende Bredanaars -
hebben opvallend vaak met steun van hun ouders kunnen doen wat ze graag wilden en waar ze graag goed in wilden
zijn. De oudere generatie had wat dat betreft minder te kiezen, behalve als je, zoals Moniek Toebosch, zelf uit een artistiek
nest komt. Iemand als Corry Brokken had alles tegen. In haar jonge jaren was er ook nog geen spoor van het uitgaansleven,
dat midden jaren zestig al zo groot was, dat ik als eerstejaars Utrecht een dood water vond. Een kunstacademie als St. Joost
had je daar niet en het studentenleven speelde zich nog volledig binnen de muren van de sociëteiten af. Utrecht is ove-
rigens inmiddels erg op Breda gaan lijken, zoals trouwens alle Nederlandse binnensteden 'bourgondischer' geworden
zijn. Een raar begrip eigenlijk, want in Breda was vroeger echt ook niet veel te doen. Wie uit wilde gaan, ging naar Antwerpen.
In de levensverhalen is dan ook een generatiebreuk te bespeuren in de waardering van de sfeer van Breda. Wie er voor 1960
is opgegroeid, herinnert zich een andere, veel burgerlijker en bekrompener stad dan wie Breda 'bevrijd' heeft meegemaakt.
De discrete charme van de binnenstad is pas laat ontdekt. Op het nippertje trouwens, want het gemeentebestuur had
toch meer een soort tweede Tilburg in gedachten.
■ De warme gevoelens van veel Bredanaars voor hun geboortestad strekken zich dan ook niet uit tot hun bestuurderen. Dat
is wederzijds, want de interesse van het stadsbestuur in zijn min of meer beroemde zonen en dochters - van Marga Minco
tot Maria Coos en Hugo Haenen, van Paul den Hollander en Pieter Laurens Mol tot Josine van Dalsum - grenst aan ver-
waarlozing. Nog altijd is over de eindeloze buitenwijken die Breda aan alle kanten omringen de toren van de Grote Kerk
te zien. 'Te wit' vindt Dimitri van Toren, maar Jean-Paul van Gastel beklimt enthousiast alle bijna 400 treden en ik vind
het nog altijd de mooiste gotische kerk van Nederland. De toren bepaalt het beeld van de stad, die hoorbaar wordt in de
taal die door Ruud Benard in heel Nederland synoniem is geworden voor gezelligheid. Die taal heb ik nooit gesproken,
maar ik hoor hem nog altijd graag. Breda bevalt.
Paul Schnabel


M. Jas Amsterdam / uitgeverij Kapstok;  
 

10. Boeknummer: 00093  
Breda na 750 jaar
Historie -- Breda, algemeen           (2002)    [A. Bijma, W. v.d .Calseyde, E.v.d. Hoeven, H. Lokerse]
Breda na 750 jaar t.g.v. 750 jaar Breda
VOORWOORD
Van jongs af aan ben ik gehecht aan Breda
Chris Rutten (60) is burgemeester van de stad Breda. Als 'primus inter pares’ (eerste onder zijns gelijken) is
het eerste woord dan ook aan hem, waarbij we in dit geval de gehele stad als zijn wijk bescbouwen. Als 'gelijke'
van zijn medebewoners presenteren we dit voorwoord in de vorm van een interview, zoals ook andere bewoners
in de volgende hoofdstukken aan het woord komen.
Enkele dagen na zijn aanstelling, op 1 januari 1996. zat de kersverse burgemeester voor de eerste keer een raadsvergadering
in Breda voor. Na afloop werd er nog een borrel gedronken, daarna keerde hij terug naar hotel De Keijser, waar hij logeerde.
Ik woonde nog in Zeeland. Het was na middernacht en het vroor dat het kraakte. Tot mijn verbazing paste de sleutel niet in het
hotelslot en ook de hotelhouder, een inmiddels bekende Bredanaar, reageerde niet op het geklop. Dus ik naar het politie-
bureau, waar ze me nog niet herkenden en de suggestie deden naar een ander hotel te gaan. Maar ik had geen cent op zak en
kon zelfs geen taxi nemen. Nog steeds incognito belandde ik uiteindelijk met behulp van een vriendelijke wachtcommandant
om half drie in hotel Mercure, waar een baliemedewerkster mijn verhaal geloofde dat ik de nieuwe burgemeester was, zij
het zonder portefeuille.
Chris Rutten werd geboren in het Limburgse Susteren, in het voor Breda belangrijke jaar 1942. In dat jaar werden
namelijk grote delen van Ginneken en Princenhage bij Breda gevoegd. Vele jaren later zou hij als burgemeester van Breda
nog zo’n gedenkwaardig moment meemaken: de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1997, waarbij Teteringen, Prinsenbeek
en grote delen van Bavel en Ulvenhout bij Breda kwamen. Nog geen jaar in functie was hij daarmee plotsklaps burgemeester
van de achtste stad van Nederland. Zijn liefde voor Breda werd er niet minder om, die dateert al uit zijn jeugdtijd.
In de jaren '50 kwam ik als kind regelmatig op vakantie in Breda. De zomers bracht ik door bij vrienden van mijn ouders
in de Laan van Mecklenburg. Ik voetbalde op de toenmalige Ceintuurlaan, die een brede middenberm van gras had, en vond
het heerlijk om te kunnen zwemmen in het Sportfondsenbad en te fietsen in het Mastbos. Sinds die tijd ben ik erg gehecht
aan Breda, dat ik reken tot de drie mooiste steden van Nederland, naast Amsterdam en Maastricht. Het heeft, denk
ik, veel te maken met goede jeugdherinneringen en een gevoel van nostalgie.
Het gevoel van vertrouwdheid met de stad is er sinds zijn aantreden als burgemeester alleen maar sterker op geworden.
Wat mij vooral aanspreekt is de menselijke maat die de stad heeft. Breda is niet al te groot en in sociaal opzicht voel je je
dan ook snel thuis. Zeker in mijn functie waarin je heel veel mensen tegenkomt.
Rutten heeft de ervaring dat Bredanaars over het algemeen trots zijn op hun stad, die een zekere sjiekheid bezit ten opzichte
van de omgeving. Bovendien is Breda ook een mooie historische stad, in Brabant alleen in gezelschap van Bergen op Zoom en
’s-Hertogenbosch.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Er is jammer genoeg in het verleden veel monumentaals verdwenen in de stad, maar dat werd nu eenmaal gedicteerd door
de tijdgeest. Het ging hier gewoon te goed. Weet je waarom in steden als Brugge en Gent zoveel fraais overeind is gebleven?
Niet omdat stadsbestuurders zoveel beter waren dan hier, maar omdat ze al die tijd domweg te arm waren om te kunnen slopen
en iets nieuws te kunnen bouwen. Gelukkig wordt tegenwoordig veel zorgvuldiger omgegaan met ons Bredaas erfgoed.
Wat Breda ook bijzonder maakt is dat het gemiddeld genomen schitterende, ruim opgezette wijken heeft. Het Heuvelkwartier
bijvoorbeeld is qua ruimte en architectuur heel bijzonder.
En dan natuurlijk de geweldige omgeving van de stad, met veel groen en recreatiemogelijkheden. Alleen een stad als Amersfoort
heeft dat ook, maar dan heb je het wel gehad.
Al een week na zijn aantreden in Breda ging hij onder andere op werkbezoek naar de Vestkant, in Haagpoort. Dat was verrassend.
Waarom hij dat deed? De mensen daar nemen geen blad voor de mond. Het eerste wat ze zeiden was: 'Doe nou maar normaal en
trek je jasje uit'. Ik heb ook nog iets voor ze kunnen doen en als mensen zich serieus genomen voelen, dan kan het niet meer
kapot hé. Dat blijft ze bij. Ik was er later weer omdat een van de bewoonsters 100 jaar werd. De hele straat zat er binnen. Dat is
toch prachtig. Bewoners waarderen het als je in de wijk op bezoek komt.
Chris Rutten vindt Breda niet alleen een fijne stad om in te wonen, maar hij wijst ook op de plaats van de stad in de regio.
Breda is dé economische trekker van dit gebied. Vroeger lag de stad aan de periferie van het land, maar door het wegvallen van
de grenzen en het toegenomen belang van de Euregio’s ligt ze nu feitelijk veel centraler dan de Randstad. En dat biedt enorme
kansen. Breda wordt met de komst van de HSL en de Shuttle naar Rotterdam en Antwerpen niet alleen een belangrijk snijpunt
van weg- en spoorverbindingen, maar is samen met Amsterdam ook nog eens een snijpunt van de digitale infrastructuur in
Nederland. Als je Breda als een wijk in 'Brabantstad' zou zien, dan vormt ze de centrale toegangspoort van die stad.’
Het enthousiasme van Chris Rutten voor Breda wordt gestaafd door het feit dat hij zojuist verhuisd is naar een nieuw optrekje,
ook weer in Effen. IJs en weder dienende zal Breda, gezien zijn leeftijd, zijn laatste standplaats zijn.
We gaan niet terug naar Limburg of Zeeland. Het is onze uitdrukkelijke wens om hier te blijven wonen, omringd door vele
vrienden, kennissen en vooral onze in het Sportpark wonende dochter, schoonzoon en de twee kleinkinderen.
Waarvan akte.



Inleiding en verantwoording
Sinds enkele jaren zet Breda zichzelf op de kaart als 'stad met karakter'. Een predicaat dat niet alleen van toepassing is op de
fraaie binnenstad of op de oude en eigentijdse monumenten als de Grote Kerk of het Chassé Theater. Het leven in Breda wordt
daardoor weliswaar beïnvloed, maar niet bepaald. Het echte leven werd en wordt immers vooral geleefd in de vele wijken, buurten
en (voormalige) dorpen die de huidige gemeente telt.
Daarover gaat dit nieuwe boek van Sectie D.
In woord en beeld tonen we de ontstaansgeschiedenis, sociale samenhang en bijzonderheden op het gebied van natuur en architectuur
van steeds nieuwe delen in een almaar uitdijende stad. Daarnaast vertellen wijkbewoners van verschillende leeftijd en sociale
achtergrond hun eigen verhaal over hun woonomgeving.
Van elke wijk is een fotografische impressie gemaakt door één van de zestien Bredase fotografen die speciaal voor dit project
zijn aangezocht. Zo biedt dit jubileumboek een karakteristieke weergave van het leven in de verschillende wijken van Breda.

Sektie D Zandbergse Boekstichting;  
 

11. Boeknummer: 00110  
Hoge Vucht in Breda
Historie -- Breda, algemeen           (1992)    [Herman Dirven]
HOGE VUCHT in B R E D A

INHOUD
1. Een oude polder werd een nieuwe stad
2. Breda, een stad van 125.000 inwoners
3. De Belcrum is en blijft iets bijzonders
4. Van ’t Liniekwartier tot de Wisselaar
5. Het buitengebied van de Lage Vucht, de Hartel en de Spinolaschans
6. Werken in Breda-Noord op de Krogten langs de Mark
7. De sport en de kunst in de Hoge Vucht en de Belcrum
8. Hoge Vucht in cijfers, jaartallen en de literatuur

Stichting Basis, Publika;  
 

12. Boeknummer: 00112  
Binnenstad van Breda
Historie -- Breda, algemeen           (1991)    [Herman Dirven]
BINNENSTAD van BREDA

INHOUD
1. Hartje Binnenstad, bijna 750 jaar oud
2. Breda, een stad van 125.000 mensen
3. De Haagdijk,’n stadje apart op de westoever van de Mark
4. Van de Ginnekenpoort of Zuidpoort tot de Baronielaan
5. Tussen ’t Kasteel van Breda en ’t klooster Catharinedal
6. De singels en stadsparken rond de oude binnenstad
7. Gezellig winkelen en uitgaan in de Binnenstad van Breda
8. Kunst en Kultuur uit en van de Binnenstad van Breda
9. De Binnenstad in cijfers, jaartallen en literatuur

Stichting Basis, Publika;  
 

13. Boeknummer: 00117  
De Oranjeboom Deel 52.
Historie -- Breda, algemeen           (2000)    [Jan W. Schulten, Karel Leenders, Simon Vosters, Wim Munier, Matti Herben, Leo Adriaenssen, Astrid van der Zande, Christ Buiks]
De Oranjeboom. Jaarboek 1999. Dl 52
In memoriam Clement Lohman | Het landgoederenlandschap rond Breda |
Ginneken en Stockholm | de kerkbrand van 1625 | De toepassing van het echtreglement in Breda en
trouwregisters 1650-1666 | Machtsstrijd in Klundert tussen rentmeester Hetterscheij en baljuw Eland |
Het wolwerk in Oosterhout in 17de en 18de eeuw | Archeologisch onderzoek: slot Grimhuijsen in Ulvenhout |
Dorpsakkers in de Baronie


Ten geleide
In dit jaar 2000 verschijnt alweer het 52ste Jaarboek van De Oranjeboom. Hiermee heeft onze Kring bewezen in ieder geval millenniumbestendig te zijn.
Het Jaarboek draagt weliswaar nog het jaartal 1999, een jaartal uit de vorige eeuw. Dit is echter het gevolg van het feit, dat in het oprichtingsjaar 1948 besloten
werd het lopende jaar te gebruiken om de bijdragen voor het jaarboek te verzamelen, waarna het dan in het daaropvolgende jaar gedrukt en verspreid werd. Een ge-
bruik dat tot op de dag van vandaag nog steeds gepraktizeerd wordt. De komende jaren gaan we echter proberen de ‘oneffenheid’ weg te werken en het jaarboek op
het einde van het lopende verenigingsjaar te laten verschijnen.
Het is een compliment waard, dat de in 1998 grotendeels nieuw aangetreden redactiecommissie - onder de bezielende leiding van dr. J.W.M. Schuiten - kans ge-
zien heeft om dit jaarboek aanmerkelijk vroeger te doen verschijnen dan vorig jaar.
Gezien de nu al bestaande planningen en afspraken met de auteurs, is het vrijwel zeker, dat het jaarboek in de komende jaren steeds eerder in uw bezit zal zijn.
Omtrent de bijdragen hiervoor worden al volop afspraken gemaakt.
Het verheugt mij te kunnen melden, dat het jaarboek 2000 vooral bijdragen zal bevatten over het Land van Breda en dat het jaarboek 2001 geheel of in belangrijke
mate in het teken zal staan van de Stad Breda welke stad in 2002 zijn 750-jarig bestaan gaat vieren.
Namens het bestuur van De Oranjeboom wens ik u ook deze keer weer veel genoegen bij het lezen van de in dit Jaarboek opgenomen nieuwe - en naar ik hoop
voor interessante en belangwekkende bijdragen van de historie van Stad en Land
Am. van den Berg,
voorzitter


Voorwoord
Dit jaarboek wordt geopend met een bijdrage van dr. K.A.H.W. Leenders over de landgoederen zoals die in de loop der eeuwen rondom Breda ontstaan zijn. De
onderlinge samenhang van die landgoederen wordt door hem helder beschreven en geanalyseerd. Daarbij maakt hij de grote invloed van de Tachtigjarige Oorlog op de
ontwikkeling van het Landgoederenlandschap rond Breda meer dan duidelijk. De bijdrage van Leenders verbindt op een aantrekkelijke manier verleden en heden van het
monumentale groen rondom Breda met elkaar.
Dr. S.A. Vosters heeft in zijn bijdrage Ginneken en Stockholm: Nieuwe gegevens over de kerkbrand van 1625 een originele bijdrage tot een betere kennis van de taal-
kundige problematiek van de zeventiende eeuw geleverd. Op een overtuigende wijze laat hij zien met welke taalkundige voetangels en klemmen de historicus te maken
krijgt, wanneer deze een episode uit de zogenaamde overbekende Tachtigjarige Oorlog tot onderwerp van studie neemt.
Op de historische kaart van het dagelijkse leven in de zeventiende eeuw zijn nog veel witte vlekken waarvan de invulling veel primair bronnenonderzoek vraagt.
Prof. dr. W.A.J. Munier heeft op grond van een dergelijk onderzoek een aantal aspecten van de kerkelijke en overheidsregelingen van de huwelijkssluitingen onder-
zocht. Daarbij richtte hij vooral zijn aandacht op de dagelijkse praktijk van de huwelijkssluitingen in Breda. Het spanningsveld waarin de rooms-katholieken zich bij hun
huwelijkssluiting bevonden, wordt door hem zichtbaar gemaakt en nodigt tot verder onderzoek uit.
Door de aanleg van de vele autowegen in West-Brabant is Klundert voor velen slechts teruggebracht rot een naambord bij een afslag. Dat is jammer want de plaats
heeft een rijk verleden en verdient daarom onze aandacht. Dr. ir. M.H.A.J. Herben, die al eerder in ons jaarboek publiceerde, behandelt de machtsstrijd tussen twee
plaatselijke autoriteiten in Klundert. Aan de hand van een voorbeeld laat hij zien welke verstrekkende gevolgen de oprichting van de Bataafse Republiek in 1795 op
de plaatselijke verhoudingen heeft gehad. Evenals Munier licht hij een tipje op van de sluier die nog steeds over het dagelijkse leven in de zeventiende en achttiende
eeuw ligt.
Oosterhout, dat zich tegenwoordig graag als de tweede Baroniestad afficheert, zat in de zeventiende en achttiende eeuw behoorlijk klem tussen Breda. Tilburg en
Holland. Drs. L.F.W. Adriaenssen heeft in zijn bijdrage de lakennijverheid in Oosterhout in de zeventiende en achttiende eeuw aan een onderzoek onderworpen.
Zijn bijdrage betekent een belangrijke aanvulling op de kennis van de sociaal-economische geschiedenis van ‘het land van Breda'.
Mw. A. van der Zande toont in haar bijdrage over het slot Grimhuijsen aan hoe goede samenwerking tussen een heemkundige kring en een professioneel onder-
zoeksinstituut tot een uitstekend archeologisch onderzoek kan leiden.
Ir. Chr. Buiks heeft de dorpsakkers rondom Breda tot onderzoeksobject genomen. Met behulp van toponimisch onderzoek reconstrueert hij een belangrijk stuk
landbouwgeschiedenis van West-Brabant. Bij zijn rondgang over de dorpsakkers in de Baronie kruist Buiks regelmatig het pad van Leenders bij diens wandeling in het
landgoederenlandschap.
De redactie is de auteurs zeer dankbaar voor hun bijdragen en hoopt dat velen hun voorbeeld zullen volgen. Vooral bijdragen die op het terrein van de sociaal-eco-
nomische geschiedenis van de negentiende en twintigste eeuw liggen, worden met grote belangstelling tegemoetgezien.
Namens de redactie,
Jan Schulten, voorzitter

Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

14. Boeknummer: 00118  
De Oranjeboom Deel 53.
Historie -- Breda, algemeen           (2001)    [Jan W.M.Schulten, Christ Buiks, Wim Munier, Wilm van Giersbergen, Jan van ’t Hof, Joop J. Bakker, nn]
De Oranjeboom. Jaarboek 2000. Deel 53.


Ten geleide
‘De Oranjeboom’ bloeit ook dit jaar weer volop en brengt - naar de zinspreuk die de oprichters aan onze kring meegaven - opnieuw vele fraaie vruchten voort. De
redactiecommissie van het jaarboek slaagde erin samen met de onmisbare medewerking van de auteurs de drieënvijftigste uitgave te realiseren, een uitgave die er zijn
mag. Met veel energie, enthousiasme en studie brachten zij een deel van de geschiedenis van onze regio tot nieuw leven.
In onze tijd wordt gelukkig allerwegen aandacht besteed aan hetgeen in de achter ons liggende tijd werd gerealiseerd. We gaan op zoek naar de fundamenten die
velen — mensen met bekende namen én naamlozen — legden voor de culturele omgeving, in de meest uitgebreide zin van het woord, waarin wij nu mogen leven.
Daardoor leren wij de waarde in te zien van hetgeen ons werd overgeleverd en zijn steeds meer mensen bereid zich in te zetten voor het behoud van ons culturele erfgoed.
Het jaarboek 2000 is naast de drieënvijftigste uitgave van onze Kring ook het eerste in de eenentwintigste eeuw. In de achter ons liggende eeuw werd in tweeën-
vijftig jaarboeken de historie van die eeuw en voorgaande eeuwen geboekstaafd. Het in dit jaarboek opgenomen register van dit grote aantal Oranjeboomvruchten legt
daarvan een indrukwekkende getuigenis af.
Ik spreek de hoop en verwachting uit dat ‘De Oranjeboom’ door de steun van velen die in de cultuurhistorie van onze streek geïnteresseerd zijn, en door de en-
thousiaste inzet en gedegen studie van een groot aantal toegewijde medewerkers ook in deze eeuw zijn fraaie vruchten in overvloedige mate blijft voortbrengen.
Arnold van den Berg,
voorzitter

Voorwoord
Vele decennia werden om de vijf jaar door de zorg van de heer G.J. Rehm op voortreffelijke wijze verschillende registers samengesteld van de in de jaarboeken
verschenen publicaties. Nu in de nabije toekomst de toegankelijkheid van het jaarboek door een eigen website wordt vergroot, is het gewenst het beleid ten aanzien
van de registers te wijzigen. Aangezien het zakenregister en het register van persoons- en plaatsnamen voortaan via de website te raadplegen zijn, worden deze re-
gisters in dit jaarboek niet meer opgenomen.
Na zijn bijdrage in het vorige jaarboek over de akkers in de Baronie laat ir. Chr. Buiks nu zijn licht over de boerderijen in de Baronie van Breda schijnen. Op een
heldere wijze ontrafelt hij een interessant gedeelte van de landbouwgeschiedenis in het algemeen en die van de Baronie van Breda in het bijzonder.
Prof. dr. W.AJ. Munier heeft aan de hand van primair bronnenonderzoek de rol van het Echtregelement in de laatste helft van de achttiende eeuw nader verdui-
delijkt. Opmerkelijk daarbij is dat de problematiek van het gemengde huwelijk tot ver in de twintgste eeuw dezelfde is gebleven.
De redactie is er bijzonder gelukkig mee dat twee kunsthistorici hun medewerking aan dit jaarboek hebben verleend. Zij hoopt dat nog vele kunsthistorici dit
voorbeeld zullen volgen.
Mevr. drs. W. van Giersbergen heeft op een fraaie wijze een belangrijk aspect van het kunstklimaat van Breda, zoals dat in het begin van de negentiende eeuw
licht en geestelijke warmte gaf, op papier gezet. Aan schilders zoals J.C. Huysmans, C.C. Huysmans, C.C. Karremans en P. van Schendel wordt bijzondere aandacht be-
steed. Daarnaast werden kunsttentoonstellingen en kunstonderwijs met vergeten. De redactie hoopt dat naast de schilderkunst in de toekomst ook aan andere kunstvor-
men in het jaarboek aandacht besteed kan worden.
Drs. J. van ’t Hof vestigt in zijn beschouwing er de aandacht op dat de Baronie van Breda vele kunstschatten bezit die eigenlijk te weinig aandacht krijgen. Uit zijn
bijdrage blijkt dat de pastorie van de Sint Jan de Doper in Oosterhout een bijzonder fraaie huiskapel bezit. Wellicht kunnen in de komende jaarboeken nog meer van
dergelijke kunstschatten onder de aandacht gebracht worden. Dat laatste is alleen mogelijk, wanneer kunsthistorici zich daarvoor inzetten en de redactie overspoelen
met hun geestesproducten. Daarbij moet bedacht worden dat een belangrijk aspect van het behoud van de kunsthistorische erfenis van het verleden de bekendheid
daarvan in de brede samenleving is. Onbekende monumenten vallen vaak als eerste onder de slopershamers van de vernieuwers van de samenleving.
Drs. JJ. Bakker betreedt met zijn bijdrage over de burgemeesters in het jaar 1944 een boeiend en gevaarlijk terrein. Is de oudere geschiedenis vaak alleen het
strijdperk waar historici elkaar te lijf gaan, in de zeer recente geschiedenis is dat geheel anders. Met name als de periode van de Tweede Wereldoorlog en de problema-
tiek van de collaboratie aan de orde gesteld wordt, werpen velen die het meegemaakt hebben, zich in de strijd. Iedereen weet het beter dan de ander. In de praktijk
blijkt dat vooral de zeer recente geschiedenis veel meer vragen oproept dan beantwoordt. Het is aan de historici om te onderzoeken of het beeld zoals dat zich in de
samenleving over die periode gevormd heeft, voldoet aan de historische werkelijkheid. De redactie van het jaarboek prijst zich gelukkig in drs. JJ. Bakker een auteur
te hebben gevonden die zich niet alleen in de bovengenoemde materie verdiept, maar 'De Oranjeboom’ van zijn kennis mee laat profiteren.
De hoofdrol in het jaarboek spelen de auteurs, want zonder hun inzet was dit jaarboek niet tot stand gekomen. Daarnaast waren er vele anderen die hun mede-
werking hebben verleend. Zonder iemand te kort te willen doen gaat de dank van de redactie in het bijzonder uit naar het Stadsarchief Breda, het Breda’s Museum en
de Dienst Monumentenzorg in Zeist. Last but not least moet de Drukkerij Gianotten B.V. vermeld worden, die zoals immer voor een fraai jaarboek zorgde.
Namens de redactie,
Jan Schulten, voorzitter

Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

15. Boeknummer: 00119  
De Oranjeboom Deel 54.
Historie -- Breda, algemeen           (2002)    [Valentijn Paquay, Otto van der Meij, Harry Gerritsen, ees Schulten, Ton Kappelhof, Wim Munier, Vroukje Muntjewerff, Wilma van Giers bergen, Pierre van der Po, A.Voz, Gerard Otten, Joop Bakker]
De Oranjeboom. Jaarboek 2001. Dl 54
Breda en OLV kerk voor 1590 | Decemviratus (tienraad) |
Breda 1541-1794 | Het Bredase muziekleven in de 16de eeuw | De strijd om Breda in de 80-jarige oorlog |
De medischemarkt in Breda 1545-1625 | Breda als toevluchtsoord van Frans protestanten in de 17de eeuw |
Armenzorg door kerkof staat. 1795-1854 | Portret uit 1834 van Constant Huijsmans 1810-1886; |
Johannes Bosboom en zijn Bredase onderwerpen | Het villalandschap rond Markdal Ginneken | De tweede WO en Breda.

Ten geleide
Breda viert in 2002 zijn 750-jarig bestaan. Bij deze belangrijke gebeurtenis wil De Oranjeboom op de eerste plaats zijn gelukwensen aan de stad aanbieden. In de
voorbije 750 jaar hebben zich heel wat historische gebeurtenissen, grote en kleine, in deze ‘hoofdstad’ van het Land van Breda afgespeeld.
Deze gelukwensen wil De Oranjeboom graag vergezeld doen gaan van een geschenk. Daarom hebben bestuur en redactiecommissie besloten het Jaarboek 2001
(het 54e in de reeks van jaarboeken) geheel te wijden aan studies, die onderwerpen behandelen uit de veelkleurige geschiedenis van de stad Breda. Dit in afwijking van
het beleid van De Oranjeboom om in alle jaarboeken zowel onderwerpen aangaande de Stad Breda als over het Land van Breda te publiceren. Maar als er groot feest is, is
het ook alleszins aanvaardbaar de feesteling extra in het zonnetje te zetten. En dat doen we dit jaar.
De redactiecommissie heeft kans gezien een groot aantal studies te doen verrichten door gekwalificeerde auteurs. Dit heeft dan ook geleid tot een extra-omvangrijk
jaarboek niet een grote diversiteit aan artikelen. In dit 54e jaarboek staan bijdragen, die minstens zes eeuwen Bredase geschiedenis bestrijken.
Namens het bestuur wil ik zowel auteurs als redactiecommissie heel hartelijk bedanken voor hun inzet. Het was ook dit jaar weer een enorme prestatie om dit jaar-
boek samen te stellen en zo naast de vele artikelen, die in de eerder uitgegeven 53 jaarboeken zijn verschenen, de historie van de stad Breda verder te beschrijven en
vast te leggen.
Wij vertrouwen er op, dat onze leden en overige belangstellenden, die dit jaarboek gaan aanschaffen, ook dit jaar weer met veel genoegen zullen genieten van
deze ‘vruchten van de Oranjeboom’.
Arnold van den Berg,
voorzitter

Voorwoord
In dit jaarboek worden in elf artikelen verschillende aspecten van het Bredase stedelijk leven, zoals zich dat de laatste 750 jaar heeft afgespeeld, behandeld. Er
wordt aandacht besteed aan godsdienstige zaken, de schilderkunst en de muziekbeoefening, de gezondheidszorg, de zorg voor de wezen, de woningbouw en de be-
stuurlijke aangelegenheden. Het jaarboek wordt afgesloten met een beschouwing over de geschiedschrijving van Breda tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De redactie is de auteurs van de bijdragen veel dank verschuldigd. Zij hebben niet alleen het resultaat van hun onderzoeken ter beschikking van het jaarboek wil-
len stellen, maar waren ook zeer coöperatief om gezamenlijk met de redactie tot een optimaal resultaat te komen. Evenals bij eerdere jaarboeken werden ook deze keer
de taalkundige adviezen van drs. C. Stevens op hoge prijs gesteld. Verder heeft met name dr. H. Muntjewerff zich zeer verdienstelijk gemaakt door zijn speciale begelei-
ding van verschillende bijdragen en zijn onvermoeide inzet om tot een uniform notenapparaat te komen. Bij de samenstelling van dit jaarboek werd veel steun onder-
vonden van het Stadsarchief Breda, het Breda’s Museum en de Koninklijke Militaire Academie.
De redactie heeft inmiddels een aanvang gemaakt met de voorbereiding van het vijfenvijftigste jaarboek, waarin niet alleen aan de stad Breda, maar ook aan het Land
van Breda aandacht geschonken zal worden.
Namens de redactie.
Jan Schulten, voorzitter

Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

16. Boeknummer: 00120  
De Oranjeboom Deel 55.
Historie -- Breda, algemeen           (2003)    [Hans de Jong, Jan van ’t Hof, Bert Oudenhoven, Ton Kappelhof, Wim Munier, Vroukje Muntjewerff, Jan van Mosselveld, Jacob jonker, Simon Vosters]
De Oranjeboom Jaarboek 2002. Deel 55
Anderhalve eeuw parochieleven in Breda | Kloosters in Breda
en omgeving 1800-heden | Oprichting RK HBS Oosterhout en schoolstrijd Dongen-Oosterhout |
De Bredase kooplieden Johan en Cornelis de Wyse 1636-1725 | 3 Terechtstellingen in Breda 1751 |
Melkertbanen (werkverschaffing) van de 18de eeuw in Breda | De Slotjes in Oosterhout |
Het slotje Borsselen in Oosterhout | Het beleg van Breda 1625 opnieuw bezien;

Ten geleide
Het vijfenvijftigste jaarboek van ‘De Oranjeboom’ is weer van de persen getold.
Ook dit jaar is het bestuur uitermate trots, dat de redactiecommissie en de auteurs van de verschillende artikelen kans gezien hebben een grote variëteit van artikelen te
presenteren. Namens het bestuur dank ik daarom iedereen die op welke wijze dan ook aan dit jaarboek meewerkte, bijzonder hartelijk.
Vorig jaar was de herdenking van het 750-jarig bestaan van de stad Breda reden om een jaarboek te doen uitkomen met onderwerpen die geheel en al aan de stad
Breda gewijd waren. De oprichting van het bisdom Breda in 1853 is een goede reden om een aantal ‘kerkelijke artikelen’ te plaatsen. Artikelen over de parochieont-
wikkeling in Breda en over de kloosters in en in de omgeving van Breda zijn hiervan het resultaat. Het bisdom Breda, de kloosters en de rooms-katholieke onderwijsin-
stellingen zijn op tal van manieren nauw met elkaar verbonden. Daarom wordt in dit jaarboek ook bijzondere aandacht besteed aan het vijftigjarig bestaan van het Mgr.
Frenckencollege in Oosterhout.
Daarnaast presenteren wij u weer een keur van artikelen over de stad en het land van Breda, geheel en al conform onze doelstelling om studies te (laten) maken
omtrent onderwerpen uit de geschiedenis van onze regio.
In verband met het 150-jarig bestaan van het bisdom Breda bieden wij dit jaar ons 55e jaarboek aan aan de bisschop van het bisdom Breda, mgr. M. Muskens. Het
bisdom is weliswaar aanmerkelijk groter dan stad en land van Breda, maar wij kunnen ons gelukkig prijzen, dat de hoofdzetel van het bisdom al 150 jaar in onze regio
gevestigd is.
Namens het bestuur van ‘De Oranjeboom’ wens ik u dit jaar ook weer veel leesplezier. Hartelijk dank ook voor de belangstelling die u aan de dag legt voor de
doelstellingen van onze vereniging, waarvan u door uw trouwe lidmaatschap ook telkens weer blijk geeft.
Arnold van den Berg,
voorzitter


Voorwoord
Bij de samenstelling van dit jaarboek heeft de redactie, behalve natuurlijk van de auteurs, veel steun van een aantal instellingen en personen gehad. Al vele jaren doen
wij nooit tevergeefs een beroep op de Rijksdienst voor Monumentenzorg, het Stadsarchief Breda, het Breda’s Museum en de Koninklijke Militaire Academie.
Zonder iemand tekort te willen doen, bedank ik in het bijzonder Jean Bergé voor zijn aanstekelijk enthousiasme en het beeldmateriaal dat hij ter beschikking gesteld
heeft, kunsthistoricus drs. E. Dolné voor zijn adviezen en het ter beschikking stellen van beeldmateriaal, archiefmedewerker G. Otten, conservator Pierre van der Pol
voor zijn adviezen en de neerlandicus drs. C. Stevens voor zijn taalkundige adviezen, Op het gevaar af dat de lezers zich tevreden stellen met het kennis nemen van
het voorwoord toch nog enkele inhoudelijke aspecten van de verschillende bijdragen.
Drs. J.C.M de jong inventariseert en analyseert in zijn bijdrage de ontwikkeling van het Bredase parochieleven van de laatste honderdvijftig jaar. Zijn bijdrage maakt
duidelijk dat er op dat terrein nog veel werk te verzetten is. Niet alleen onderzoek, maar ook het veilig stellen van archiefmateriaal moet een grote prioriteit krijgen,
omdat anders een belangrijk cultuurgoed verloren dreigt te gaan.
De kunsthistoricus drs. J. van ’t Hof voert de lezer langs de vele kloosters die sinds 1800 in en rondom Breda bestaan hebben. Zijn aandacht richt zich daarbij niet
zozeer op het geestelijk leven van de kloosterlingen, maar op de gebouwen waarin de kloostergemeenschappen hun monastieke idealen probeerden te verwezenlijken.
Door de ontwikkelingen van de laatste decennia op godsdienstig gebied dreigt ook hier veel historisch erfgoed verloren te gaan. In de strijd om het behoud ervan heeft
De Oranjeboom in Van ’t Hof een goede medestander gevonden.
In mei 2002 werd in Madrid een symposium gehouden over het beroemde beleg van Breda door Spinola in 1624-1625. Een van de sprekers was dr. S.A. Vosters,
die de opdracht had het beleg vanuit de Nederlandse invalshoek te belichten. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om zich in Spanje op de hoogte te stellen van de
kritieken over een nieuwe roman waarin deze belangrijke episode uit onze Tachtigjarige Oorlog een belangrijke rol speelt. In zijn bijdrage in dit jaarboek
brengt Vosters verslag uit over zijn bevindingen en plaatst hij enkele kritische kanttekeningen bij de heersende opvattingen over het bovengenoemde beleg van Breda.
Voor drs. E.A.J. Oudenhoven was zijn boek 'Van Schapendries tot Slotlaan’ (2001) over het Mgr. Frencken College de aanleiding om in zijn bijdrage in dit jaar-
boek dieper op de oprichtingsperikelen van het Mgr. Frenckencollege in te gaan.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Zijn beschouwing verbetert het inzicht in de manier waarop in het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw lokale overheden en onderwijsorganisaties met elkaar omgingen.
De bijdrage van J.H. van Mosselveld is het derde deel en tevens de afronding van twee eerdere publicaties van zijn hand in het jaarboek van De Oranjeboom over
de Slotjes van Oosterhout. In goede harmonie met Van Mosselveld heeft J. Jonker de jongste geschiedenis van het slotje Borsselen beschreven. Hoewel dat laatste slotje
ook wel Borssele genoemd wordt, is in het jaarboek om verwarring te voorkomen voor de naam Borsselen gekozen.
Van de Westbrabantse grote steden heeft Oosterhout de twijfelachtige eer de enige stad te zijn die geen wetenschappelijk verantwoorde stadsgeschiedenis heeft.
Zonder dat er goede detailstudies zijn verricht, kan een dergelijke monografie nooit geschreven worden. In dit jaarboek zijn drie detailstudies over Oosterhoutse onder-
werpen opgenomen met het doel het historisch onderzoek van de Oosterhoutse geschiedenis te bevorderen.
Drs. V. Muntjewerff-van den Hul geeft in dit jaarboek blijk van haar grote kennis van de armen- en ouderenzorg in het verleden. Het woord ‘Melkertbanen’ uit de
titel van haar bijdrage prikkelt tot het lezen ervan. Zou Melkert het er in de achttiende eeuw ook zo goed van af gebracht hebben?, is een vraag die onwillekeurig
opgeroepen wordt.
In het verleden hebben de koopman en de kerk vaak gemeenschappelijk hun weg door de samenleving afgelegd. Een bewijs daarvan is het Kapucijnenklooster in
Meersel-Dreef net over de Belgisch-Nederlandse grens ten zuiden van Breda. Dr. A.C.M. Kappelhof heeft op zijn bekende grondige manier de achttiende-eeuwse
kooplieden De Wyse bestudeerd en kwam daarbij vanzelf in het klooster te MeerselDreef terecht.
De redactie hoopt met dit jaarboek een nieuwe bijdrage te hebben geleverd tot een verantwoorde wetenschappelijke bestudering van de Westbrabantse geschiede-
nis. De lezers worden aangespoord hard aan de slag te gaan, want het volgende jaarboek is al in de maak. Auteurs moeten zich daarvan niet laten afschrikken, want voor
goede, originele bijdragen is er altijd plaats in ons jaarboek.
Namens de redactie,
Jan Schulten, voorzitter


Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

17. Boeknummer: 00121  
De Oranjeboom Deel 56
Historie -- Breda, algemeen           (2004)    [T.Kappelhof, Ada Peele, Pierre van der Pol, Cock Gorisse, Joop Bakker, Jan Schulen]
De Oranjeboom Jaarboek 2003. Deel 56
Van kasseien en kanalen. Personen en goederenverkeer om Breda 1500-1800 |
De begrinding van de Horenhilsedijk | De kerk afgebeeld (OLVkerk Breda) |
RK woningbouwver. Oosterhout 1919-1939 | J.E.A.v.d.Poel en aril/meistatingen 1943 in Breda |
Zuivering van de burgemeester van Beek, Jacobus Sterkens.

Ten geleide
Dit is alweer de vijfde keer, dat ik - sinds mijn verkiezing in de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering van juni 1999 tot voorzitter van De Oranjeboom —
een ‘Ten Geleide’ bij het Jaarboek mag schrijven.
De vijfde en tevens de laatste keer, want in de Algemene Ledenvergadering van dit jaar ga ik de functie van voorzitter, waarvoor de vereniging mij koos, neerleggen.
Dit doe ik met enige weemoed, omdat ik het in mijn periode als opperplukker van de vruchten van ‘De Oranjeboom' en van ‘hoofdopzichter van de tuin waarin
‘De Oranjeboom’ zijn vruchten voortbracht, het zeer naar mijn zin had.
Maar ik vind het ook tijd, dat een jongere kracht mijn taak gaat overnemen. In de ledenvergadering van 25 mei a.s. wordt de kandidatuur van de heer Cees
Machielsen uit Breda aan u voorgelegd.
Tot mijn grote vreugde - en die van het bestuur - is de redactiecommissie er ook dit jaar weer in geslaagd zes prominente auteurs aan te trekken. De inhoud van
hun studies over regionale historische onderwerpen is van een grote variëteit.
Naast artikelen over de stad Breda - welke inmiddels de helft van het aantal inwoners van onze regio omvat - treft u ook bijdragen over onderwerpen uit het Land
van Breda aan.
Maar ook de tijdspanne tussen de onderwerpen uit de verschillende artikelen is groot. Behalve studies, die betrekking hebben op redelijk lang vervlogen tijden,
vindt u er ook die dateren uit de vorige twintigste eeuw, die nog niet zo ver achter ons ligt.
Ik wens u - uiteraard mede namens bestuur, redactiecommissie en auteurs - veel leesplezier en verrijking van uw historische kennis over verschijnselen en voorvallen
uit het rijke historische verleden van Stad en Land van Breda.
Arnold van den Berg,
voorzitter


Voorwoord
De eerste twee bijdragen van dit jaarboek behandelen onderwerpen die op de infrastructuur van ‘stad en land van Breda’ betrekking hebben. Daarbij gaat het niet
om de verwoestende invloed van de HSL-in-aanbouw’ op het culturele erfgoed dat in de infrastructuur van ‘stad en land van Breda’ ligt opgeslagen, maar over dat erf-
goed uit een tijd dat er nog maar weinig veranderde.
Ton Kappelhof gaat in zijn bijdrage Van kasseien en kanalen in op de vele plannen die van 1500 tot 1800 gemaakt werden om de verbindingen van Breda met zijn
omgeving te verbeteren. Hoewel er een en ander op infrastructureel gebied tot stand gebracht werd, verdwenen vele plannen uiteindelijk in de laden of prullenbakken
van de bedenkers ervan. Kappelhof gebruikt die plannenmakerij om beter inzicht te krijgen in het economisch, maatschappelijke en politieke leven in de door hem be-
handelde periode. Dat daarbij de haven van Breda, een stuk cultureel erfgoed dat aan de auto’s opgeofferd is, een belangrijke rol speelt, zal niemand verbazen. Wel verba-
zingwekkend is de interessante manier waarop Kappelhof de haven in zijn verhandeling verwerkt heeft. Datzelfde geldt overigens voor de andere infrastructurele projec-
ten die Kappelhof gebruikt bij zijn tocht door het verleden.
Na kennisneming van de bijdrage van Ada Peele over de Horenhilschedijk tussen Hooge en Lage Zwaluwe kan de lezer nooit meer ongeïnteresseerd over de dij-
ken in West-Brabant rijden, terwijl hij zich eraan ergert dat hij met zijn auto niet goed door kan rijden. De Horenhilschedijk ligt er al vanaf de Middeleeuwen en
werd in de negentiende eeuw door begrinding beter voor het verkeer beschikbaar gemaakt. Waren de wegen aanvankelijk vooral van politiek en militair belang ge-
weest, in de negentiende eeuw begon het economische belang een steeds grotere rol voor zich op te eisen. Zo moest ook de Horenhilschedijk voor het verkeer verbeterd
worden. De technische problemen waren niet zo groot; anders lag dat met de financiering ervan. De gemeente Zwaluwe vond dat het een provinciaal belang was, ter-
wijl de Provinciale Staten precies andersom dachten. De gemeente Zwaluwe probeerde ook bij de Nassause Domeinraad subsidie voor het project geld te krijgen.
Ada Peele maakt met haar bijdrage dit ingewikkelde spel om de knikkers inzichtelijk.
Om uit de financiële problemen te komen werd toestemming tot tolheffing verleend.
Hoe de realisering van de tol uiteindelijk plaatsvond, beschrijft Ada Peele vakkundig.
In de kunsthistorische bijdrage in dit jaarboek geeft Pierre van der Pol een inventarisatie en beoordeling van de afbeeldingen van de Grote of Onze-Lieve-
Vrouwekerk, het fraaiste cultuurhistorische monument van Breda. Daarbij besteedt hij niet alleen aandacht aan het exterieur van de kerk, maar ook aan het interieur. Een
lange rij van kunstenaars passeren in zijn bijdrage de revue. Jan Beerstraten. Abraham Santvoort, Frans Ettinger en zelfs Constantijn Huygens maakten tekeningen van de
kerk. P.J.M. Cuypers hield zich met de kerk bezig, terwijl Kannemans de kerk en het inventaris op de gevoelige plaat vastlegde. Van der Pol geeft niet alleen een opsom-
ming, maar gaat ook in op de geschiedenis van de verschillende afbeeldingen. Daarbij maakt hij duidelijk dat de kerk in de afbeeldingen zijn eigen geschiedenis heeft.
Met de volkshuisvesting was het in Nederland aan het begin van de twintigste eeuw slecht gesteld. Cock Gorisse behandelt in haar bijdrage de woningbouw in Oosterhout.
Vooral voor de lagere klassen was de huisvestig buitengewoon slecht, waarbij de volkswijken de Voorheide en het Bosch de kroon spanden.
Om in die situatie verbetering te brengen richtte kapelaan Leyten een wonigbouwvereniging op die tot 1939 bleef bestaan. Gorisse behandelt niet alleen de geschiedenis
van de genoemde woningbouwvereniging, maar behandelt tevens de particuliere en gemeentelijke activiteiten op het gebied van de woningbouw.
Het waren mooie woningen die kapelaan Leyten liet bouwen, maar wie de afbeeldingen ervan ziet, bekruipt ongetwijfeld het gevoel dat de volkshuisvesting in Oosterhout
in het begin van de twintigste eeuw wel heel erg slecht moet zijn geweest.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Naar aanleiding van het opnieuw in krijgsgevangenschap afvoeren van de Nederlandse krijgsmacht in 1943 door de Duitse bezetter braken overal ;-
Nederland spontaan stakingen uit, die als de april-meistakingen de geschiedenis zouden gaan. De historicus Joop Bakker behandelt dit fenomeen in Breda. Hij doet
dat aan de hand van de bestudering van dr. J.E.A. van de Poel, die over de stakingen in Breda voor het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, thans Nederlands
Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), het vooronderzoek heeft verricht. Bij de stakingen in Breda waren zowel de overheid, als het bedrijfsleven betrokken.
Door beleidvol optreden van de overheid en het bedrijfsleven en het snelle verloop van de staking traden de Duitsers gematigd op en vielen er in Breda geen slacht-
offers. Onder beleidvol optreden moet hier overigens verstaan worden dat de verantwoordelijke autoriteiten er alles aan deden om de stakingen te doen beëindigen en
zo de Duitsers tevreden te stellen. In zijn bijdrage pleit Bakker voor meer vergelijkend onderzoek naar de april-meistakingen in de Brabantse gemeenten.
De laatste bijdrage in dit jaarboek is een case study van de hand van Jan Schuiten en heeft de naoorlogse zuivering van de burgemeester van Beek NB, J.Sterkens, tot
onderwerp. Sterkens was door toevallige omstandigheden op 1 januari 1942 burgemeester geworden en werd na de bevrijding ter verantwoording geroepen over zijn
handel en wandel tijdens de oorlog. Een van de feiten die hem zwaar aangerekend werden, was zijn optreden tijdens de april-mei stakingen, waarbij hij niet anders han-
delde dan de meeste andere burgemeesters in West-Brabant. De zuivering van Sterkens maakt duidelijk dat de rechtsorde in Nederland na het verjagen van de vij-
and opnieuw bedreigd werd, nu door voormalige verzetsstrijders en baantjesjagers.
In de loop van 1948 keerde de rust terug en werden de normale verhoudingen, zoals die bij een rechtsstaat passen, hersteld. De redactie heeft bij de samenstelling van dit
jaarboek veel steun gehad van het Breda’s Museum, het Stadsarchief Breda en de Koninklijke Militaire Academie. Ook de samenwerking met Drukkerij Gianotten uit
Tilburg was als vanouds weer uitstekend. Zonder iemand iets tekort te willen doen bedankt de redactie m het bijzonder Pierre van der Pol van het Breda’s Museum
drs. C. Stevens van de KMA en Marion Brugman van drukkerij Gianotten.
Namens de redactie,
Jan Schulten, voorzitter


Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

18. Boeknummer: 00122  
De Oranjeboom Deel 57
Historie -- Breda, algemeen           (2005)    [E.Dolne, M. Herben, A.Peele, T.Kappelhof, K.Schulten, Chr. Buikes,S. Vosters, W.Klinkert, H. Muntjewerff]
De Oranjeboom Jaarboek 2004. Deel 57
Bisschoppelijk Paleis Breda | Zwaluwse predikanten en pastoors |
Het fortuin van de Oranjes | Oorlog Geertruidenberg 1573-1593 |
Veldnamen in de Baronie | Justinus van Nassau en de opera Friedenstag |
Poolse bevrijders op weg naar Breda | Bierbrouwen door zes generaties Smits 1807-1968

Ten geleide
Het is een goede gewoonte om ook een 'Ten geleide , geschreven door de voorzitter' op te nemen. Ook daarin vinden we een deel van onze eigen geschied-
schrijving. Sedert het Jaarboek LIL (1999) werd dit door Arnold van den Berg gedaan die van mei 1999 tot mei 2004 voorzitter van De Oranjeboom was. Hij was door
drongen van het nut van geschiedschrijving en heeft zich op buitengewone wijze voor onze Kring ingezet. Vriendelijk voor iedereen, maar zeer vasthoudend en sti-
mulerend. Hij was initiator van de website, de Nieuwsbrief en was vooral een krachtig ledenwerver. Voor zijn inbreng en inzet is hij door de Algemene
Ledenvergadering benoemd tot erelid van onze Kring. U zult zijn naam voor het eerst onder de opsomming van ereleden aantreffen. Hopelijk nog vele jaren.
In dit Jaarboek treft u een In Memoriam aan van Joop Feikema, onze vorige secretaris. Niemand kan hem beter gedenken dan Arnold van den Berg, die met Joop
zolang een prima tandem vormde.
In de huidige samenleving is veel belangstelling voor de historie. Dagelijks zien publicaties het licht. De lezer is zich meer bewust van de eigen cultuur en de uitin-
gen daarvan. Hij ervaart dat cultuur in het algemeen, maar ook een gemeenschappelijke geschiedenis een gemeenschap bindt. Hij heeft belangstelling voor de cultuur
van nu, van gisteren en voor die van eeuwen her. Wij willen hem daarbij ondersteunen en onze bijdrage daaraan blijven leveren.
Dit jaarboek draagt het nummer LVII en het nummer LX komt in het verschiet en daarmee ook ons 60-jarig bestaan. Voor dat jaar hebben we al grootse plannen en
één daarvan is de digitalisering van de vruchten van de Oranjeboom. De zeer grote hoeveelheid wetenschappelijke publicaties van grote kwaliteit vraagt in deze tijd om
een betere toegankelijkheid. We hopen u dat over enkele jaren te kunnen bieden.
Ook dit jaar mogen de bijdragen aan dit jaarboek worden geroemd Mijn grote waardering gaat uit naar de auteurs en de redactiecommissie die erin geslaagden
een leesbaar en wetenschappelijk verantwoord jaarboek re produceren Ik wens u veel leesplezier met het jaarboek 2004.
Kees Machielsen,
voorzitter


Voorwoord
Dit jaarboek opent met een uitvoerige behandeling van de bewonings- en bouwgeschiedenis van het Huis Montens van de hand van de kunsthistoricus Eric
Dolné. De auteur heeft zich zeer in de geschiedenis van het Huis Montens, thans het bisschoppelijk paleis, verdiept en tal van onbekende zaken aan het licht gebracht.
Weinig voorbijgangers zullen tot nu toe bevroed hebben, welke rijke geschiedenis achter de onopvallende gevel van het bisschoppelijk paleis aan de Veemarktstraat schuil gaat.
Ton Kappelhof heeft in zijn bijdrage op een overzichtelijke wijze een aantal aspecten van de financiële handel en wandel van de Oranjes in de 17e en 18e eeuw be-
handeld. Hij laat zien dat grondig archiefonderzoek tot een boeiende publicatie kan leiden.
Tijdens de reformatie was de benoeming van een predikant in de Lage Landen een gecompliceerde aangelegenheid. Vaak was het voor de toenmalige kerkelijke
overheden moeilijk te beoordelen of een voormalige pastoor wel geschikt was om als predikant verder door het leven te gaan. Ada Peele en Marti Herben hebben zich
verdiept in de benoeming tot predikant omstreeks 1600 in Hooge en Lage Zwaluwe. Hun gedetailleerde bijdrage in het jaarboek betekent een verrijking van
onze kennis van de reformatie.
Aan de hand van een aantal belegeringen van Geertruidenberg in de 16e eeuw geeft Kees Schuiten een fraai overzicht van de oorlogsgebruiken van de 16' en 17e
eeuw. In zijn bijdrage bestrijdt hij de algemeen geldende opvatting dat prins Maurits op krijgskundig gebied een vernieuwer zou zijn geweest. Volgens hem voerde
Maurits de oorlog op precies dezelfde manier als de andere veldheren van zijn tijd.
Met zijn toponymische bijdrage wekt Christ Buiks terecht belangstelling op voor deze weerbarstige en gespecialiseerde historische discipline. Deze en eerdere
publicaties van hem in dit jaarboek zullen in de toekomst, wanneer de gedigitaliseerde versie van de jaarboeken te raadplegen is, nog toegankelijker worden.
Simon Vosters laat in zijn bijdrage zien hoe Justinus van Nassau een rol in de nazi-propaganda te spelen kreeg. Op verrassende wijze vergroot hij het hedendaagse
inzicht in de cultuurpolitiek van de nazi’s.
Naar aanleiding van het feit dat Breda zestig jaar geleden door de Polen bevrijd werd, heeft Wim Klinkert op 18 oktober 2004 in de Grote of Onze Lieve
Vrouwekerk in Breda een voordracht gehouden. De schriftelijke weergave daarvan vindt u in dit jaarboek.
Het jaarboek wordt afgesloten met een dorstlessende geschiedenis over anderhalve eeuw bierbrouwen in Breda. De bedrijfshistoricus Henk Muntjewerff vraagt in
zijn bijdrage ook aandacht voor enkele gebouwen van de onlangs gesloten Brouwerij De Drie Hoefijzers. Met die sluiting kwam niet alleen een einde aan een lange traditie
van bierbrouwen in Breda, maar bestaat ook het gevaar dat enkele gebouwen die tot het Bredase culturele erfgoed behoren, afgebroken zullen worden. De redactie is de
auteurs dankbaar voor hun bijdragen en hun samenwerking. Veel steun bij de samenstelling van dit jaarboek ondervonden de auteurs en de redactie van het
Stadsarchief Breda, het Bisschoppelijk Archief Breda, het Breda’s Museum, Generaal Maczek Museum (Breda), de Koninklijke Militaire Academie, het Instituut voor
Militaire Geschiedenis (Den Haag) en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (Zeist). In het bijzonder worden voor hun medewerking bedankt drs. C. Stevens
(Amsterdam), drs. W. Spapens (Ulvenhout), dhr. P. van der Pol, Rop Willems (Breda), dhr. B. Zijhnans (Geertruidenberg) en last-but-not-least Marion Brugman van Drukkerij Gianotten.
Namens de redactie,
Jan Schulten, voorzitter

Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

19. Boeknummer: 00123  
De Oranjeboom Deel 58
Historie -- Breda, algemeen           (2006)    [Ton Kappelhof, A.Peele, M.Herben,K. Bloem, Vr. Muntjewerff, J. Schulten, Fr. Gooskens]
De Oranjeboom Jaarboek 2005. Deel 58
Nassaudomeinen tot 1566 | Jan van Scorel en vinding Ware Kruis |
Magistraatsbibliotheek Stadsarchief | Crisistijd in Breda 1930-1940 |
Oosterhout in WO I | Inhoud jaarboeken De Oranjeboom 1948-2004

Ten geleide
Met ingang van het voorgaande Jaarboek vermeld ik in mijn Ten geleide bestuurlijke feiten, zodat deze daarmee geboekstaafd zijn. Ik had toen moeten vermelden
dat het bestuur versterkt zou worden met drs. Frans Gooskens. Mediaevist, zoals zijn geschiedkundig specialisme heet. Wij kunnen terecht verwachten dat u, lezer
van onze jaarboeken, vruchten van zijn werk in de toekomst zult tegenkomen.
In 2005 werd het bestuur verrijkt door de benoeming van Joop van Uijthoven in de functie van secretaris. Na vervroegde pensionering bood hij aan zich voor onze
Kring te willen inzetten. Hij blaakt van energie en heeft al vele suggesties aangedragen.
Onze Geschied- en Oudheidkundige Kring is in Breda redelijk bekend. Mij is uit gesprekken met verschillende Heemkundige Kringen en hoofden afdeling
Cultuur van de gemeenten in ons werkgebied (Land van Breda) gebleken dat onze bekendheid buiten Breda te wensen overlaat. Daar gaan we het nodige aan doen.
Mede door de inventieve en creatieve ideeën van de nieuwe bestuursleden worden er initiatieven genomen. Komende jaren ondernemen wij meer activiteiten in de regio.
Onlangs mocht ik een symposium 'Kansen voor kerken en kloosters' bijwonen. Kern was de vraag: hoe kunnen eigenaren van kerken en kloosters in goed
overleg met overheden beleid ontwikkelen om passende en waardige bestemmingen te realiseren? Hoewel er door de tien sprekers vele suggesties werden gedaan, kwam
niemand op het idee dat ook onderzoek naar en beschrijving van de geschiedenis van een kerk of klooster een waardevolle bijdrage kan leveren aan de keuze van een
toekomstige bestemming, een gemiste kans.
De auteurs en redactie van dit jaarboek hebben geen kansen laten liggen en trakteren u wederom op interessante artikelen over geschiedenis van Stad en Land
van Breda. Ik wens u veel leesgenot toe.
Kees Machielsen,
voorzitter


Voorwoord
In dit jaarboek is het gebruikelijke vijfjaarlijkse register opgenomen met daarin de auteurs en hun bijdragen aan het jaarboek sinds 1948. Er is niet alleen volstaan
met de vermelding van de auteurs en de titels van de bijdragen, maar van iedere bijdrage is ook een korte samenvatting bijgevoegd. Daarmee is de bruikbaarheid van
het register aanzienlijk vergroot. Een en ander is hoofdzakelijk te danken aan de noeste arbeid van Frans Gooskens, die veel werk verzet om het jaarboek ook digitaal
toegankelijk te maken.
Sinds het jaarboek 2000 zijn 39 bijdragen verschenen waarin allerlei aspecten van de geschiedenis van Stad en Land van Breda nader belicht werden. Aan die bijdra-
gen werkten 23 verschillende auteurs mee, waardoor een grote gevarieerdheid van de bijdragen ontstond. Het jaarboek 2001, dat in het kader van Breda 750 Jaar ver-
scheen, valt niet alleen door zijn ontvang op (387 pagina’s), maar ook door de vele auteurs die er aan hebben meegewerkt. Maar liefst twaalf gerenommeerde auteurs le-
verden een bijdrage. De behaalde resultaten in de afgelopen vijf jaar betekenen voor de redactiecommissie een grote stimulans om ook de komende vijf jaar een goede
bijdrage te leveren aan het wetenschappelijk onderzoek van de geschiedenis van Stad en Land van Breda
Dit jaarboek wordt geopend met een bijdrage van Ton Kappelhof over de Nassause domeinen in westelijk Noord-Brabant en speelt zich hoofdzakelijk in de
middeleeuwen af. Op een inzichtelijke manier maakt hij duidelijk hoe in die tijd de adel zijn fortuin vergaarde. Willem van Duivenvoorde, Jan van Polanen en Hendrik
III van Nassau, om er maar enkelen te noemen, maakten op een behendige manier gebruik van de toenmalige mogelijkheden om hun beurs te spekken. De bijdrage
van Kappelhof sluit goed aan bij zijn studie die in het vorige jaarboek gepubliceerd werd.
Ada Peele en Matti Herben hebben het aan Jan van Scorel toegeschreven altaarstuk, dat zich in de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk van Breda bevindt, tot onder-
werp gekozen. Het retabel of drieluik stelt de vinding van het kruis van Christus omstreeks 325 voor. Keizerin Helena, de moeder van Constantijn de Grote, zou
volgens de legende deze memorabele vondst op haar conto hebben mogen schrijven.
Peele en Herben beschrijven de legende en gaan vervolgens op Jan van Scorel in. De kunstenaar was kanunnik en zakenman, een combinatie die toentertijd wel meer
voorkwam, want geld verdienen won het vaak van bidden. Over de ontstaansgeschiedenis van het drieluik, dat vermoedelijk tussen 1541 en 1543 gemaakt is, be-
staan verschillende opvattingen. Hoewel het vrijwel zeker in het atelier van Jan van Scorel gemaakt is, bestaat onduidelijkheid over de vraag welk aandeel Van Scorel zelf
in het maken ervan gehad heeft. Peele en Herben gaan op al die vragen in en komen tot de eindconclusie Van Scorel wel bij het maken van dat drieluik betrokken is ge-
weest, maar dat het meeste werk toch door een van zyn leerlingen verzet is In de zestiende eeuw beschikten stadsbesturen vaak over een eigen bibliotheek
die een onmisbare vraagbaak was bij het oplossen van juridische en bestuurlijke problemen. Zo had ook Breda zijn eigen magistraatsbibhotheek, die niet openbaar was,
maar alleen ter beschikking van het stadsbestuur stond. In tegenstelling tot veel andere steden is de Bredase magistraatsbibliotheek vrijwel ongeschonden in het Bredase
Stadsarchief aanwezig.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Karel Bloem behandelt in zijn bijdrage de geschiedenis van de magistraatsbibliotheek van Breda en maakt duidelijk dat in vergelijking met andere stadsbibliotheken
Breda een eigen ontwikkeling gekend heeft. Hoewel de geschiedenis van de magistraatsbibliotheek centraal staat, geeft Bloem door zijn benadering daarvan een inte-
ressante inkijk in het culturele leven van de 17e en 18e eeuw in Breda.
Hoewel in de collectieve herinnering de jaren dertig uit de vorige eeuw als een tijd van honger en ellende voor de onderste klasse van de Nederlandse samenle-
ving haar vaste plaats heeft ingenomen, heeft het lang geduurd voordat een en ander serieus bestudeerd werd. Voor Breda geldt zelfs dat tot nu toe daaraan nauwelijks
aandacht is besteed. Vroukje Muntjewerff-van den Hul heeft in haar bijdrage in die leemte voorzien. Vanuit een sociaal-democratische invalshoek onderzoekt zij de
steunverlening aan de werklozen die het in die jaren zwaar te verduren hadden. Op een boeiende manier beschrijft zij de dagelijkse gang van zaken bij de hulpverlening
en geeft zo een goed beeld van Breda in de jaren dertig van de vorige eeuw.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was in Oosterhout het hoofdkwartier van het Veldleger gevestigd. Jan Schuiten geeft in zijn bijdrage een antwoord op de vraag
waarom nu juist Oosterhout als locatie van het hoofdkwartier werd uitgekozen. De reacties van de Oosterhoutse samenleving op deze militaire invasie worden beschre-
ven vanuit de optiek om meer inzicht in de dagelijkse gang van zaken in deze Brabantse plaats te krijgen. De eindconclusie is dat de Oosterhoutse samenleving
buitengewoon gelukkig met die onverwachte gasten was.
Bij de voorbereiding van dit jaarboek werd van een aantal personen en instellingen veel hulp ondervonden. Drs. C. Stevens leverde met zijn taalkundige adviezen
een belangrijke bijdrage, terwijl drs. W. Spapens zich zeer verdienstelijk heeft gemaakt bij het corrigeren van de teksten. Dat er desondanks toch nog enkele taalkun-
dige ontsporingen mogelijk over het hoofd zijn gezien, moet de redactie worden aangerekend. Verder werd veel steun ondervonden van de Koninklijke Militaire
Academie het Stadsarchief Breda, de Stichting Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk Breda en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie. En last-but-not least gaat
gaat onze dank uit naar de medewerkers van Drukkerij Gianotten met Marion Brugman in de hoofdrol
Namens de redactie,
Jan Schulten, voorzitter


Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

20. Boeknummer: 00124  
De Oranjeboom Deel 59
Historie -- Breda, algemeen           (2007)    [G. Ootten, H. Koomanschap, Val. Paquay, Vr. Muntjewerff, T. Kappelhof,]
De Oranjeboom Jaarboek 2006. deel 59
Wilhelminapark | Oosterhoutseafvalkuilen |
Koren en Altaren in OLVkerk voor 1590 | Werkloosheidsbestrijding in Breda 1914-1941 |
Prot.gemeenten in Chaam.


Ten geleide
Het 59e Jaarboek van De Oranjeboom ligt voor u, terwijl het 60e Jaarboek in voorbereiding is. Het jaar 2008 wordt voor ons een bijzonder jaar omdat dan De
Oranjeboom zestig jaar bestaat. Die heuglijke gebeurtenis gaan we vieren met een symposium dat “de Nassau’s van meerdere zijden belicht” als onderwerp heeft
Bovendien worden in 2008 onze jaarboeken via internet digitaal ter beschikking gesteld. Daarmee wordt nog beter voldaan aan onze statutaire opdracht “tot het bevor-
deren van kennis van het verleden van Stad en Land van Breda.
Drs. Frans Gooskens, die ik u vorig jaar al voorstelde als bestuurslid en die u ook al kent van verschillende publicaties, is nu toegetreden tot de redactiecommissie. De
verbinding tussen het bestuur en de redactiecommissie is daarmee weer hersteld.
Drs. E.M.J.C. Dolné heeft zich uit de redactie van het Jaarboek teruggetrokken.
Hij betreurt het dat zijn artikel over het Bisschoppelijk Paleis in Breda in het Jaarboek 2004 tot commotie in historisch-wetenschappelijke kring geleid heeft. De
discussie, voornamelijk over het gebruik van enkele bronnen, raakte ook De Oranjeboom. Het bestuur heeft begrip voor zijn besluit, bedankt hem voor de jaren-
lange samenwerking en hoopt nog veel van zijn grote kennis van zaken en zijn engagement gebruik te mogen maken.
Door de Algemene Ledenvergadering is vorig jaar besloten onze bibliotheek, die in beheer was bij het Stadsarchief in Breda, te verkopen. Er werd te weinig gebruik
van gemaakt en nam op het Stadsarchief te veel ruimte in. Velen van u hebben een deel daarvan overgenomen. De opbrengst daarvan wordt gereserveerd voor de vie-
ring van ons 60-jarig bestaan. De archeologische standaardwerken die in de bibliotheek aanwezig waren, zijn aan de archeologische dienst van Breda geschonken waar
zij van groot nut zijn. De archeologische dienst was overigens tot nu toe niet op de hoogte van de aanwezigheid van deze boeken. Waar een toevallige actie toe kan leiden.
U heeft weer diverse uitstekende en interessante bijdragen over de historie van 'Stad en Land van Breda' voor u liggen.
Ik wens u wederom veel leesgenot.
C.M.M. (Kees) Machielsen
voorzitter


Voorwoord
De verschijning van een nieuw jaarboek is voor de redactie altijd aanleiding om een zucht van verlichting te slaken, omdat een subtiel samenspel tussen auteurs en
redactie tot een mooi resultaat heeft geleid. De auteurs spelen hierbij overigens de hoofdrollen, want zij hebben het meeste werk verzet. Daarmee is voor de redactie
de kou niet uit de lucht, want dan volgt de onvermijdelijke kritiek. De redactie stelt die kritiek op prijs omdat die kritiek meestal een belangrijke bijdrage betekent tot de
verbetering van het jaarboek. En daar gaat het tenslotte om. Kritiek die de bedoeling heeft om de reputatie van auteurs te beschadigen wordt door de redactie afgewezen,
omdat die kritiek geen positieve bijdrage tot het op peil houden van het wetenschappelijk niveau van het jaarboek betekent. De redactie gaat uit van de integriteit
van de auteurs en streeft ernaar dat binnen zekere grenzen het eigen karakter van de bijdragen behouden blijft.
Gerard Otten opent dit jaarboek met een bijdrage over het Wilhelminapark in Breda en zijn omgeving. Het park met zijn watertoren en de huizen eromheen is
een echte Hen de mémoire of plaats van herinnering geworden door de manier waarop Otten de ontstaansgeschiedenis van het park en zijn omgeving beschrijft. Daarnaast
besteedt hij veel aandacht aan de verdere ontwikkeling van het park en de plaats daarvan in de Bredase stadsplanning. De ambtelijke besluitvorming zoals die tegen
het einde van de negentiende eeuw en in het begin van de twintigste eeuw gebruikelijk was, wordt gedetailleerd weergegeven, terwijl tegelijkertijd de rol van stad-
sparken in de Nederlandse samenleving nader belicht wordt. Opvallend is de rol van Teteringen waarvan het grondgebied zich tot aan het park uitstrekte.
De lezer van de bijdrage van Gerard Otten zal het park en zijn omgeving bij een bezoek, of wat meer voor de hand ligt bij het haastig passeren ervan, anders beoor-
delen dan voorheen. Kortom: het is een waardevolle bijdrage aan de Bredase geschiedschrijving.
Voor wat betreft archeologische bijdragen is het jaarboek er tot nu toe bekaaid vanaf gekomen. Nadat G. van den Eynde in de jaarboeken 1985 en 1986 aan opgra-
vingen in Breda aandacht heeft besteed, verdween de archeologie uit het gezichtsveld. Wellicht hebben archeologen meer belangstelling voor het werk met schop en
spade dan voor het hanteren van de pen. Gelukkig is daar nu met de bijdrage van Hans Koopmanschap een einde aangekomen. De reactie hoopt dat het geen een-
dagsvlieg is, maar dat andere archeologen zijn voorbeeld zullen volgen.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


In zijn bijdrage beschrijft Koopmanschap het archeologisch onderzoek in Oosterhout waarbij potscherven en afvalkuilen van pottenbakkers centraal staan. Hij
maakt duidelijk hoe arbeidsintensief archeologisch onderzoek is en hoe moeilijk het is om op grond van het veldwerk tot conclusies te komen.
De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk te Breda is ongetwijfeld het belangrijkste en mooiste bouwwerk van Stad en Land van Breda. Zo’n prachtige kerk verdient het
om bij uitstekende historici en onderzoekers in de belangstelling te staan. Een van hen is Valentijn Paquay, die in de jaarboeken van De Oranjeboom al vier publicaties
op zijn naam heeft staan. Zijn bijdrage in dit jaarboek was aanvankelijk bedoeld om in het boek De Onze-Lieve-Vrouwekerk en de grafkapel voor Oranje-Nassau te Breda te
worden opgenomen. Capaciteitsproblemen en een koerswijziging tijdens de wordingsgeschiedens van dat boek in een meer kunsthistorische richting waren de oorza-
ken dat de resultaten van het zeer grondige onderzoek van Paquay niet kon worden geplaatst. Met als vertrekpunt de koren en altaren van de kerk geeft Paquay een
boeiend inzicht in de geloofsbeleving in de veertiende, vijftiende en zestiende eeuw.
Hoewel zijn bijdrage op zich zelf staat, wordt de lezing ervan aanzienlijk veraangenaamd. wanneer dat in samenhang met het bovengenoemde boek gedaan wordt.
Vroukje Muntjewerff-van den Hul heeft de werkloosheidsbestrijding van 1914 tot 1941 in Breda als onderwerp gekozen. Tot aan het uitbreken van de Tweede
Wereldoorlog was die bestrijding hoofdzakelijk een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Volgens Muntjewerff-van den Hul liep het conservatieve Bredase gemeentebe-
stuur niet bepaald voorop bij het ontwikkelen van nieuwe ideeën. Bijzonder interessant is de beschrijving van de Duitse maatregelen op het terrein van de werkver-
schaffing in 1941.
De behandeling van de bovengenoemde problematiek in Breda tijdens de Duitse bezetting en de bevrijdingsjaren wacht nog op een auteur. Wellicht is
Vroukje Muntjewerff-van den Hul daarvoor de aangewezen persoon.
Dit jaarboek wordt afgesloten met een beknopte beschouwing van Ton Kappelhof over het boek van Bram Vroom, Vier eeuwen protestantisme in het zuidoosten
van de Baronie van Breda. De geschiedenis van de Protestantse Gemeente te Chaam c.a Op een helder en overtuigende manier schetst Kappelhof het belang van dit prachtige boek.
Bij de totstandkoming van dit jaarboek werd in het bijzonder veel steun ondervonden van het Stadsarchief Breda en de Stichting Grote of Onze Lieve Vrouwe
Kerk te Breda. Het Architectenburo Van Stigt/Hans Kuiper stelde belangeloos een aantal fraaie foto’s ter beschikking wat, afgezien van het materiële aspect ervan voor
de redactie een aanmoediging betekent met haar culturele werk door te gaan Verder worden in het bijzonder voor hun medewerking bedankt drs W P van
der Vis, directeur van de Stichting Grote of Onze Lieve Vrouwe Kerk te Breda, drs. W. Spapens (Ulvenhout) en Marion Brugman van Drukkerij Gianotten.
Namens de redactie,
Jan Schulten, voorzitter


Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

21. Boeknummer: 00125  
De Oranjeboom Deel 60
Historie -- Breda, algemeen           (2008)    [W. van Ham, T. Kappelhof, Fr. Gooskens,H. Koopmanschap, Karel Leenders, K. van Leer, J. Jonker, K. Schoenmakers, M. Herben, Vr. Muntjewerff-v.d. Hl, S.Plantinga 2x]
De Oranjeboom Jaarboek 2007. Deel 60
Wapens en vlaggen Breda sinds 1997 | Nazaten koopman C.de Wyse |
Magister Ans.Fabri en stichting gasthuis voor oudemannen (1) | Oosterhoutse afvalkuilen (II) |
Meester Arnoud | Familie Snellen en Spijtenburg | Lagere School voor meisjes Sint Catharinadal Oosterhout |
Kerkhof Niervaaart | Werkverschaffing in iterbellum | Evacue Antoine Sauter in Frankrijk 1940 |
Missie Meeus en repatriering Bredanaars 1940,

Ten geleide
U heeft een bijzonder jaarboek voor u liggen. En wel om drie redenen. Allereerst omdat dit ons zestigste jaarboek is. Daar mogen we als Geschiedkundige Kring, opge-
richt in 1948, zeer trots op zijn. Niet omdat de zestig jaarboeken meer dan een meter in onze boekenkast beslaan en er ook nog fraai uitzien, - behoudens een paar ver-
schoten exemplaren uit de beginjaren -, maar wegens de bijzondere inhoud. Meer dan 525 artikelen over Stad en Land van Breda, geschreven door ruim 150 auteurs.
Het is daarmee dé bron voor elkeen die zich wil verdiepen in de historie van de stad Breda en het Land van Breda. Hulde aan al diegenen die dit mogelijk hebben gemaakt.
Het betekent ook, de tweede reden dus, dat onze Kring zestig jaar bestaat en hoewel dit geen echt jubileumjaar is, vieren we dit natuurlijk wel. In eerdere publica-
ties heeft u al vernomen dat we dit doen met een symposium over de Nassaus op 18 april 2008 in de aula van de Nassauscholengemeenschap in Breda.
De derde reden is gelegen in het feit dat dit jaarboek het laatste is dat tot stand is gekomen onder het redactievoorzitterschap van dr.Jan Schuiten. Gedurende tien jaar
heeft Jan Schuiten op zijn bijzondere wijze de redactie geleid en verschenen tien jaarboeken. Verder mochten we ook van vijf bijdragen van zijn hand genieten. Eén
hiervan schreef hij bij gelegenheid van ons vijftigjarig bestaan: de geschiedenis van onze eigen vereniging. We hopen dat Jan Schuiten dit over vijftien jaar bij ons 75-ja-
rig bestaan kan aanvullen. Over de verdienste van Jan Schuiten behoef ik niet verder uit te weiden omdat ik dat eerder bij de toekenning van het erelidmaatschap uitbun-
dig heb gedaan. Jan heel veel dank.
We nemen dit jaar ook afscheid van dr. Henk Muntjewerff als lid van de redactie van ons jaarboek. Henk Muntjewerff was lid van de redactie sedert 1991. Henk was
de man van het afgewogen en relativerende oordeel. Hij was sterk op zijn specialisme, het industrieel erfgoed. Henk, ook veel dank voor je prominente inbreng in het re-
dactieberaad, het meelezen van vele artikelen en uiteraard jouw eigen bijdragen over het industrieel erfgoed.
Dit zestigste jaarboek is een omvangrijk jaarboek geworden. Jan Schuiten heeft bij zijn afscheid als hoofdredacteur een prestigieus jaarboek aan de reeks willen toe-
voegen Het is hem gelukt en het is hem gegund. Elf bijdragen vullen dit jaarboek en daar zult u als lezer niet rouwig om zijn. U zult er met plezier veel leesuren mee vullen.
C.M.M. (Kees) Machielsen
voorzitter


Voorwoord
Door de grote inzet van de auteurs is de redactie erin geslaagd een gevarieerd jaarboek samen te stellen waarin onderwerpen uit de verschillende tijdvakken van de
geschiedenis van Stad en Land van Breda’ behandeld worden. Van de elf bijdragen behandelen er zes Bredase zaken, terwijl vijf zich met het ‘Land van Breda’ bezig
houden. Al met al weerspiegelt de samenstelling van dit jaarboek goed het arbeidsterrein van onze vereniging.
De gemeentelijke herindelingen van de laatste jaren hebben een grote invloed op de vlaggen en wapens van gemeenten, steden en dorpen gehad. Willem van Ham
heeft in zijn ‘kleurrijke’ bijdrage op een overzichtelijke manier niet alleen de huidige stand van zaken weergegeven, maar ook inzicht verschaft in de symbolische betekenis
van de wapens en vlaggen van onze regio.
Dat een oorkonde uit de dertiende eeuw geen droge kost is, wordt door Karel Leenders in zijn bijdrage duidelijk gemaakt. Met veel kennis van zaken heeft hij een
oorkonde van 1269 als vertrekpunt genomen voor een beschouwing over de bouwgeschiedenis van de voorgangers van de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Breda.
De mediëvist Frans Gooskens heeft zijn licht op het leven van Anselmus Fabri van Breda doen schijnen, de stichter van een gasthuis aan de Haagdijk te Breda. In
zijn bijdrage heeft Gooskens zich hoofdzakelijk beperkt tot de activiteiten van Anselmus bij de curie in Rome. In latere bijdragen worden andere aspecten van het
leven van deze carrièregeestelijke aan de orde gesteld. Hoewel de ontwikkelingen bij de Romeinse curie centraal staan, schetst Gooskens een zeer interessant beeld van de
godsdienstige praktijken tijdens de late middeleeuwen in de Lage Landen.
De archeologische bijdrage is van Hans Koopmanschap die de lezer meeneemt naar de Oosterhoutse afvalkuilen die in 1986 blootgelegd werden. Het ging daarbij
om nader onderzoek van de Oosterhoutse pottenbakkersnijverheid na 1650. Het artikel, dat een aanvulling is op zijn bijdrage in het jaarboek 2005 van De Oranjeboom,
maakt duidelijk met welke moeilijkheden archeologisch onderzoek te maken heeft.
Matti Herben geeft in zijn bijdrage een aanvulling op een eerdere publicatie van hem en Linze van der Mierden in het jaarboek 1995 van De Oranjeboom. Door analy-
sering van een akte uit de zestiende eeuw heeft hij de plaats van het kerkhof van het oude Niervaart bij Klundert nauwkeuriger vastgesteld.
Na een eerdere publicatie over de Bredase koopman Cornelis de Wyse en zijn familie heeft Ton Kappelhof in zijn bedrage in dit jaarboek de erfgenamen van De
Wyse voor het voetlicht gehaald. Op grond van goed bronnenonderzoek waarbij testamenten een belangrijke plaats innemen, laat hij de lezer op een aangename manier
kennismaken met de leefomstandigheden van een welgestelde koopmansfamilie in de achttiende eeuw.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Van het Oosterhoutse slotje Spijtenburg is niet veel meer overgebleven dan een vijver met omliggend struikgewas waarop sommige projectontwikkelaars en andere
cultuurbarbaren hun begerige ogen gericht hebben. Kees van der Leer en Jacob Jonker tonen door hun reconstructie van de geschiedenis van Spijtenburg aan dat het
hier om een echte Oosterhoutse ‘lieu de mémoire’ gaat die voor het nageslacht bewaard moet blijven. Spijtenburg werd eind zestiende eeuw gebouwd en in 1821 ge-
sloopt. De nadruk van deze bijdrage ligt op de bewoningsgeschiedenis van Spijtenburg waarmee en fraai inzicht verkregen wordt in het dagelijkse leven van een
vooraanstaande familie in de zeventiende en achttiende eeuw. Als belangrijke bronnen daarvoor worden de afhandelingen van verschillende erfenissen gebruikt.
Kees Schoenmakers heeft het onderwijs aan meisjes in Oosterhout in de eerste helft van de negentiende eeuw beschreven. Opmerkelijk daarbij is dat het onderwijs
door de Oosterhoutse norbertinessen werd verzorgd, die door de kloosterregels verplicht waren hun lessen van achter de tralies van het slot te geven.
In eerdere publicaties heeft Vroukje Muntjewerff-van den Hul haar licht over de sociale omstandigheden van de Bredase arbeiders laten schijnen. In deze bijdrage gaat
zij in op de arbeidsverschaffing aan de Bredase werklozen tijdens het interbellum en het eerste oorlogsjaar. De redactie koestert de stille hoop dat zij in de naaste toekomst
ook de samenwerking tussen de Bredase gemeentelijke overheden en de Duitse bezetter voor zover dat de werkverschaffing betreft, in kaart brengt.
De evacuatie van de Bredase bevolking in mei 1940 mag tot een van de meest dramatische gebeurtenissen van Breda tijdens de Tweede Wereldoorlog gerekend wor-
den. Hoewel daar al veel over gepubliceerd is, heeft Sierk Plantinga door zeer goed bronnenonderzoek in twee bijdragen de kennis daarover uitgebreid. Hij beschrijft
uitgebeid de repatriëring van duizenden Bredanaars die in Frankrijk waren gestrand.
De redactie is drs. W. Spapens en drs. C. Stevens veel dank voor hun taalkundige adviezen verschuldigd. Zoals vanouds was de samenwerking met het Stadsarchief
Breda en het Regionaal Archief Tilburg uitstekend. Daarnaast werd veel steun ondervonden van het Nationaal Archief in Den Haag en het Nederlandse Instituut voor
Oorlogsdocumentatie. De samenwerking met Drukkerij Gianotten verliep uitstekend zoals dat overigens al vele jaren het geval is. Zonder iemand iets tekort te willen doen
gaat onze dank bijzonder uit naar Marion Brugman van Drukkerij Gianotten. Zij weet ieder jaar weer de wensen van de redactie te vertalen in een opmaak van het
jaarboek die er wezen mag.
En zonder overmoedig te willen zijn, meent de redactie dat dit zestigste jaarboek laat zien dat de De Oranjeboom nog springlevend is en dat nog vele jaarboeken zullen volgen.
Namens de redactie,
Jan Schuiten, voorzitter


Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

22. Boeknummer: 00126  
De Oranjeboom Deel 61
Historie -- Breda, algemeen           (2009)    [Br. Vroon, A.S,Korteweg, C. van Beek, T. Kappelhof, S.A. Vosters, B. Teensma, J.Maassen, Chr. Buikes, L.Toorians, V.Paquay]
De Oranjeboom Jaarboek 2008. Deel 61
Brieven predikanten Hasebroek en Schotel 1843-1849 |
Anna van Lotharingen 1522-1568 | Anna van Mehetz | Strijenlegende |Hendrik van Nassau |
Lotgevallen VOC-soldaat H.C. Coenraeds | trommelspeelwerk in Breda |
Namen dorpen en steden Baronie van Breda | Legende H.Oelbert |
kerkelijke prominenten reizen naar Breda.


Ten geleide
We kijken met veel voldoening terug op het zestigste levensjaar van 'De Oranjeboom'. Blijkbaar moet je wat ouder zijn om de behoefte te hebben aan je
leeftijd aandacht te schenken.
Eerst na veertig jaar werd aan de behaalde leeftijd aandacht besteed toen het jaarboek als een Liber Amicorum werd opgedragen aan dr. F.A. (Frans) Brekelmans, toen
voorzitter van de redactie en in 1948 medeoprichter van onze vereniging. In het 'gouden jaar' werd de Oranjeboomgeschiedenis uitgebreid beschreven door drs.
J.W.M. (Jan) Schuiten. In ons zestigste jaarboek kon ik de verleiding niet weerstaan om kort in te gaan op die mijlpaal.
Laten we hopen en er vooral aan werken dat De Oranjeboom nog een lang leven beschoren is.
We vierden ons zestigjarig bestaan met een imponerend symposium over de Nassaus en met het uitbrengen van de inhoud van alle verschenen jaarboeken op een
cd-rom. Beiden werden een groot succes.Vooral op de cd-rom - nog meer op de inhoud uiteraard - zijn we bijzonder trots. Hiermee immers voldoen we op buitenge-
wone en aan de tijd aangepaste wijze aan onze doelstelling: 'de studie en de bevordering der kennis van het verleden van de stad en het land van Breda....'.
We hopen in 2009 onze website te vernieuwen. Het blijk dat dit een goed medium is om ook niet-leden te bereiken. Zij weten ons veelvuldig te vinden om vragen
te stellen en om jaarboeken of artikelen daaruit te bestellen.
Dit is het eerste jaarboek dat uitkomt onder de redactionele verantwoordelijkheid van drs. F.A. (Frans) Gooskens. Hij is ook lid van het bestuur en we kennen hem
als auteur.Wij wensen hem veel succes in de komende jaren.
Ook in bestuur zien we een nieuw gezicht en wel van de heer T.C. (Cor) van Strijen, die onze financiën en de ledenadministratie gaat beheren. Ook Cor veel succes gewenst.
Helaas verloren we onze notulist en excursieorganisator H.J.M. (Bert) Piters. Na een ernstig ongeval eind november 2008 verloor hij op 11 februari 2009 de strijd om
het leven. Ik mag u verwijzen naar het In Memoriam elders in dit jaarboek.
Veel dank wil ik overbrengen aan de bestuursleden, de redactiecommissie en de auteurs. Tenslotte waren zij het die het product dat u in handen heeft gezamenlijk realiseerden.
Ik wens u veel leesgenot met dit jaarboek.
C.M.M. (Kees) Machielsen
voorzitter


Voorwoord
Het ordenen van bekende feiten kan soms al nieuwe inzichten geven. Dit jaarboek is feitelijk thematisch-chronologisch ingedeeld. We hebben in ieder geval ge-
probeerd om de bijdragen over de Nassaus bij elkaar te houden. Dit om recht te doen aan het symposium ‘Hofcultuur van de Bredase Nassaus’ dat we op 18 april 2008
hielden in de aula van de Nassau-scholengemeenschap te Breda. Een aantal sprekers heeft hun spreekbeurt uitgewerkt tot een publicatie voor ons jaarboek. Andere au-
teurs sloten zich aan bij dit thema.
De bijdragen kunnen echter ook helemaal geografisch worden besproken. Het beste startpunt hiervoor is natuurlijk de toren van de Grote kerk van Breda. Deze
verheft zich reeds 500 jaar met zijn 97 meter uit boven Stad en Land van Breda. De toren is reeds vanuit diverse invalshoeken beschreven door diverse auteurs. Zo schreef
Scherft in 1959 een artikel over de financiering van de bouw van de toren. Rehm schreef drie jaar later over het vergieten van de kerkklokken in 1626 en in 1968
schreef IJsseling over de restauratie van de toren tussen 1946 en 1969. In 1992 schreef De Moor over Adam van Nispen en de eerste steenlegging van de kerktoren in het
jaar 1468. Over 59 jaar hebben we dus weer iets om te gedenken.
Als we de toren beklimmen en van daaruit de artikelen bekijken moeten we natuurlijk beginnen met de bijdrage van stadsbeiaardier Jacques Maassen over de het
speelwerk in de toren. Met veel Eefde en vakmanschap beschrijft hij het oudst bewaarde trommelspeelwerk ter wereld. Het mechanisme dateert van 1541 en bleef in
dienst tot het jaar 1908! Tegenwoordig bevindt het speelwerk zich in het Nederlands Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum van Schoonhoven. Het speelwerk werd vervaar-
digd door Hendrik Vabrie uit Leuven.
De preekstoel van de Grote kerk was tussen 1843 en 1849 het podium van dominee Hasebroek. Er komt onder andere naar voren dat de predikant geacht werd ie-
dere dienst de hele preek uit zijn hoofd te leren. Centraal in deze publicatie van Bram Vroon staat de correspondentie die hij voerde met zijn Chaamse collega Schotel. We
krijgen een goed beeld van de theologische stromingen binnen de Nederlands Hervormde kerk. De predikanten moesten hierin partij kiezen. Daarnaast wordt een
levendig beeld geschetst van het dagelijkse leven van een dominee in een grotendeels katholieke omgeving.
Als we verder lopen door de kerk richting de kooromgang en we goed naar de vloer blijven kijken, dan komt de zerk in beeld van Anna van Mehetz, de gouvernan-
te van René van Chalon. Op een detectiveachtige wijze weet auteur Cora van Beek aan te tonen dat zij gelieerd was aan het toonaangevende Franse, adellijke geslacht
van De Baufiremont. Het wapen op de zerk is hierbij de voornaamste aanwijzing.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


René van Chalon kreeg tussen 1521 en 1529 van haar een grondige Franstalige opvoeding.
We moeten nu terug de trap van de kerktoren op. Bij het lezen van de bijdrage van Valentijn Paquay moeten namelijk naar beneden kijken, maar ook verder het land
in. Hij beschrijft hoe aan het einde van de middeleeuwen diverse kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders Breda en de omliggende plaatsen bezoeken. De Grote kerk
zelf komt in beeld bij de verkoop, pardon verstrekking, van aflaten. In 1471 bezocht de pauselijke collectant Angelus de Cialfis de kerk om een aflaat aan de man te bren-
gen voor de financiering van een kruistocht tegen ketterse Hussieten in Bohemen.
De auteur geeft verder interessante informatie over de preekbeurten rond de grote kerkelijke feestdagen van de Bossche dominicanen. Diverse kerken, ook in de kleine-
re plaatsen rond Breda, werden door hen aangedaan volgens een vast schema.
Voor de bijdrage van Ton Kappelhof moeten we het hele land rond Breda bekijken, maar in het bijzonder naar Geertruidenberg. Hij beschrijft hoe rond 1600 een
groep van geleerde personen rond Filips Willem, de oudste zoon van Willem van Oranje, een tweetal oorkonden van de abdij van Thorn vervalst. Dit om de oude
rechten van de Nassaus op Geertruidenberg kracht bij te zetten en de mythe te creëren van een hertogdom Strijen.
Ook de bijdrage van Ton Buiks bestrijkt het hele gebied van de oude Baronie van Breda. Hij gaat in op de oorsprong van de namen van de dorpen en steden. Een
groot aantal van deze namen stammen uit de vroege middeleeuwen (400 - 1000 n.Chr.). Alleen voor Chaam valt aan te nemen dat er een oudere, Keltische oorsprong
is. Voor Zundert zijn er aanwijzingen in de richting de Romeinse periode. Bij elkaar weer een aanwijzing dat West-Brabant na de volksverhuizing bijna helemaal opnieuw
bevolkt is door Germaanse volkeren.
Voor het volgende artikel moeten we naar het noordoosten kijken, naar Oosterhout. Lauran Toorians ontrafelt, net zoals Ton Kappelhof, een mythe. In dit ge-
val de mythes rondom de lokale Oosterhoutse heilige Oelbert. Hij ziet sterke aanwijzingen voor een zogenaamde samengestelde heilige. Zo zou zijn naam afgeleid zijn
van de Kamerijkse bisschop Autbert, zijn afgehakte hoofd dat hij zelf draagt verwijst weer naar de Parijse heilige St. Denis. Hij poneert de stelling dat Oosterhout (en
daarmee Breda?) in de middeleeuwen een tijdlang binnen de invloedssfeer lag van het bisdom Kamerijk. Dat bisdom reikte zeker tot Hoogstraten en Turnhout.
Anne Korteweg dwingt onze de blik naar het zuiden. In eerste instantie naar Lotharingen, waar in 1522 een schone dame geboren werd met de naam Anna van
Lotharingen. Op achttienjarige leeftijd trouwde zij met René van Chalon, heer van Breda. Het artikel beschrijft haar boekencollectie. Uiteindelijk zijn van deze verzame-
ling vijf gedrukte boeken en drie handschriften bewaard gebleven. In het artikel wordt de bewaargeschiedenis van deze acht documenten open gelegd. Uiteindelijk
zou Anna in 1568 te Diest sterven en er ook begraven worden.
Simon Vosters neemt ons verder mee naar het zuiden: naar het Spanje van begin zestiende eeuw. Graaf Hendrik van Nassau trekt daar rond in het gevolg van zijn
baas’ Karel V. Hij geldt als zijn belangrijkste adviseur. Uit Spaanse bronnen worden ooggetuigenverslagen verzameld over de graaf. Volgens sommigen was hij humeurig
door aanvallen van jicht. Volgens anderen was hij weer een levenslustige edelman Vorm zelf uw mening door het artikel te lezen.
Voor het artikel van Benjamin Teensma moeten we nog veel verder naar het zuiden, zelfs naar de kust van Brazilië. Op 7 juli 1630 wordt daar op het strand van het
tegenwoordige Cabo Frio de Bredanaar Hendrik Coenraads met elf anderen gevangen genomen. Meer dan 100 matrozen werden afgeslacht op het strand. Dit tijdens
een poging om vers drinkwater in te slaan. Na een gedwongen verblijf in onder andere Buenos Aires zou hij pas in 1636 terugkeren in Nederland. Het artikel is deels
gebaseerd op het ondervragingsrapport dat afgenomen werd bij Coenraads na zijn terugkomst.
Conclusie is dat we de Bredase geschiedenis, zeker die tot 1600, alleen kunnen begrijpen door naar het zuiden te kijken. Naar Diest, naar Leuven, naar Thorn, naar
Brussel, naar Lotharingen en zelfs naar Kamerijk. Dit jaarboek biedt hiervoor goede handvatten.
Ten slotte wil ik alle leden van de redactie bedanken voor hun actieve inbreng. Met een bijzondere woord van dank voor Jan Schuiten, die zijn waardevolle
ervaring toch nog blijft inbrengen. En dank voor Wim Spapens voor zijn waardevolle laatste lezing van de bijdragen.
Namens de redactie,
Frans Gooskens, voorzitter


Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

23. Boeknummer: 00127  
De Oranjeboom Deel 62
Historie -- Breda, algemeen           (2010)    [G. Otten, T. Kappelhof, Fr. Gooskens, M. Arkema, J. Veerman, L. Toorians, K. Leenders]
De Oranjeboom Jaarboek 2009. deel 62
Brabantpark (Van Koolwijkpark) | de kooplieden J en C de Wyse 1586-1659 |
Speelhuis Belcrumbos 1610-1621 | twee huizen Begijhof |
Willem van Duvenvoorde en Willem van Oosterhout | Cultuurhistorische Landschapsinventarisatie


Voorwoord van de redactie
In dit jaarboek zijn de bijdragen chronologisch geordend en wel van nieuw naar oud. Dit zou een archeologische volgorde genoemd kunnen worden. Archeologen vangen immers
altijd aan met de jongste laag en met het verdere graven en schaven komen ze steeds oudere zaken tegen. Op deze manier wordt men steeds dieper de geschiedenis in getrokken. De lezer
begint in dit jaarboek met de aanleg van een villapark ten oosten van het centrum van Breda in de jaren dertig van de vorige eeuw en eindigt aan het eind met de ontginningsgebieden
boven Teteringen die zijn ontstaan rond 1300.
Gerard Otten beschrijft de ontwikkeling van het ‘oude’ Brabantpark en het Van Koolwijkpark in Breda tussen 1930 en 1980. Hij past de ontwikkeling van dit nieu-
we stadsdeel in binnen de stedenbouwkundige ontwikkeling van de stad. Nadat eerst het Van Koolwijkpark gepland was als een villapark in het groen wordt er na de oor-
log een vierbaansweg dwars doorheen aangelegd: de Claudius Prinsenlaan. Deze laan was geïnspireerd op de Amerikaanse parkways. Het stadsbestuur ging zich meer rich-
ten op het aantrekken van industrieën en daarbij hoorde een modern op de auto gericht imago. Twee heel verschillende stedenbouwkundige visies komen hiermee in
één gebied bij elkaar.
We blijven met het volgende artikel in Breda, want Ton Kappelhof sluit zijn trilogie over het Bredase katholieke ondernemersgeslacht De Wyse af met een artikel
over hun voorouders. Deze voorouders kwamen tussen 1579 en 1586 vanuit Den Bosch naar Breda. Deze verhuizing wordt geplaatst binnen andere migratiebewegin-
gen in deze periode. De Wyses starten in de stad een bierbrouwerij. In de zeventiende eeuw zullen nazaten hun inkomen verwerven met de productie van zeep.
Misschien heeft de eerste De Wyse - Jan die overleed na 1627 - vanuit zijn huis aan de Lange Brugstraat wel eens een wandeling gemaakt naar de Belcrum om te
kijken naar het in aanbouw zijnde jachtdomein van de Nassaus. Prins Filips Willem richt hier na 1612 een warandepark in voor het houden van wilde dieren. Bij deze
warande legt hij een maliebaan aan: de tegenwoordige Speelhuislaan. Midden in dit park op een zandige heuvel bouwt prins Maurits na de dood van zijn broer rond
1620 een speelhuis. Hier kan hij in een informele omgeving zijn relaties op niveau ontvangen. De auteur toont aan dat de twee broers zich lieten inspireren door soort-
gelijke adellijke parken in België, Frankrijk en Engeland.
De bijdrage van Arkema en Veerman over het begijnhof heeft ook een bouwhistorische invalshoek. Al eerder zijn in gebouwen die tegen het Bredase begijnhof
aanliggen restanten van bogen gevonden. Met een combinatie van bouwhistorisch en archeologisch onderzoek kijken de twee auteurs of er aanvullend bewijs te vinden
is voor het bestaan op de plaats van het huidige begijnhof van een zogenaamd pandhof: de binnenplaats van een klooster. De opdrachtgeefster voor de bouw van dit
klooster en de daarbij behorende Wendelinuskapel in 1440 was Johanna van Polanen.
Johanna handelde vanuit een rijke familietraditie op dit vlak. AI eerder stichtte haar familielid Willem van Duvenvoorde, die honderd jaar eerder aan de basis stond
van het immense fortuin van de Polanens, twee kloosters. Dit waren het kartuizerklooster van Geertruidenberg en het klooster van de Rijke Klaren in Brussel. Zijn
bezit verwierf hij door het uitlenen van geld aan de hoge heren van zijn tijd, zelfs aan de koning van Engeland. Hij deed dit tegen rentepercentages tot 20%.
Tegenwoordig zouden we hem een zakenbankier noemen. Toorians beschrijft in het artikel zijn leven en dat van zijn kinderen in Oosterhout en Dongen.
Tussen Oosterhout en Breda ligt een oud en zeer gevarieerd landschap. Karel Leenders geeft met behulp van vele kaarten aan welke waardevolle historische land-
schappelijke elementen nog zijn terug te vinden in de driehoek Teteringen, Terheijden en Breda. Het is een gebied met moeren, dekzandruggen, oude wegen
en bolle akkers. De auteur gebruikt dit gebied als voorbeeld om uit te leggen hoe een cultuurhistorische landschapsinventarisatie in zijn werk gaat.
Rest mij nog de 'oude rotten’ drs. W. Spapens en dr. J. Schuiten te bedanken voor hun hulp. Dank voorts aan het Breda’s Museum en het stadsarchief van Breda
voor hun medewerking bij het beschikbaar stellen van de afbeeldingen.
Namens de redactie
Frans Gooskens, voorzitter

Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

24. Boeknummer: 00128  
De Oranjeboom Deel 63
Historie -- Breda, algemeen           (2011)    [J. en P. Schulten, T. Kappelhof, T. Van Dun, Fr. Buijs, Fr. Gooskens, A.v.d.Venne, H. Koopmanschap]
De Oranjeboom Jaarboek 2010. Deel 63
Breda en W. Brabant 1939-1940 | Depressie in Baronie van Breda 18e eeuw | M.M.Smits Bredase bouwmeester |
De kaarten van D.Portius vesting Breda 1625 | Magister Anselmus Fabri en stichting gasthuis voor oude mannen (2) |
Oprichting bisdom Antwerpen | Graven gasthuis De Beyjerd 2006 | Opgravingen binnenstad Breda (botten dieren)


Voorwoord van de redactie
Het onderzoek naar de geschiedenis van Stad en Land van Breda staat niet los van de geschiedenis van Brabant, Nederland en Europa. De regionale geschiedvorsing draagt voortdurend
bouwstenen aan om het grote beeld van de geschiedenis te kunnen samenstellen. Daarnaast zal de studie van een regio meer duidelijk maken over de doorwerking van grote gebeur-
tenissen op het alledaagse leven en op afzonderlijke gebieden.
Regionale geschiedvorsers moeten op hun beurt de historische literatuur goed volgen om te kunnen bepalen in hoeverre de eigen regio past binnen de ontwikkelingen van andere re-
gio’s en landen. Voor West-Brabant als grensgebied moet zeker worden gekeken naar ontwikkelingen over de grens in België. De Nassaus brengen zelfs ontwikkelin-
gen van nog veel verder over naar Breda. Het renaissancekasteel van graaf Hendrik VIII is bijvoorbeeld geïnspireerd door Spaanse en Italiaanse voorbeelden. Daardoor
was Breda in zestiende eeuws Europa spraakmakend op architectuurgebied.
Buitenlandse bezoekers negeerden de in hun ogen ouderwetse Grote kerk en liepen direct door naar het kasteel.
In de bijdragen die opgenomen zijn dit jaarboek is deze wisselwerking tussen historie van regio’s en landen eigenlijk in iedere bijdrage wel terug te vinden. Zo is
daar de bijdrage van Jan en Paul Schuiten over de militaire doctrines en doorwerking van deze doctrines bij de inval van de Duitse troepen in de meidagen van 1940 en
de Franse tegenreactie. Zowel de Franse als de Nederlandse troepenbevelhebbers hanteerden een defensieve strategie, de Duitsers daarentegen een offensieve strategie
gebaseerd op snelheid en overrompeling. De Franse legerleiding had een niet helemaal duidelijk plan ontwikkeld om een verdedigingslinie aan te leggen tussen Breda
en Turnhout. De Nederlandse generaals wilden zich weer zo snel mogelijk terugtrekken achter de Hollandse waterlinie. De Peelstelling werd daarom al snel verlaten,
waardoor de Fransen geen tijd kregen een serieuze verdediging op te zetten. Alle onduidelijkheid leidde tot de evacuatie van Breda, hier beter bekend als ‘De vlucht’.
Een uitstekende studie, die gebaseerd is op archiefstukken uit Duitsland, Frankrijk en Nederland. De praktische uitwerking van de heersende militaire doctrines wordt ge-
plaatst binnen de geschiedenis van West-Brabant.
Ton Kappelhoft beschrijft in een beknopte bijdrage de economische depressie die West-Brabant trof in de eerste helft van de achttiende eeuw. Door een combina-
tie van misoogsten, lage landbouwprijzen en grote sterfte onder het vee konden de bewoners hun belastingen niet meer betalen. De depressie zou beginnen in 1713 en
voortduren tot 1750. Deze crisis trof heel Brabant. De studie vergelijkt de gegevens van verschillende Brabantse regio’s en kan daarom bovenregionaal worden genoemd.
De bijdrage van Ton van Dun speelt zich zelfs maar amper af in Brabant. Hij beschrijft de spectaculaire carrière in Berlijn van Michiel Smits. Deze Michiel was in
1626 in Terheijden geboren en zou in Breda opgroeien. Vanaf 1652 is Smits echter in Berlijn werkzaam als aannemer en projectontwikkelaar. Zijn vader was dit ook al
meer dan 200.000 inwoners rond 1800. Een telg uit een Bredase aannemersfamilie kan dus succesvol doorgroeien in ‘booming’ Berlijn. Op de bijgevoegde cd-rom zijn
extra genealogische gegevens opgenomen over de familie Smits.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Zeker net zo internationaal ingesteld is de hoofdpersoon in de bijdrage van Frans Buijs: David Portius. Deze Duitse vestingingenieur tekende in 1625 een zeer
precieze plattegrond van Breda met daarop aangegeven de vestingwerken. Deze kaart tekende hij hoogstwaarschijnlijk in opdracht van prins Maurits voor diens kaar
tenkamer. Tijdens het beleg van Breda raakte Portius opgesloten in de stad en had daardoor veel tijd voor de detaillering. Dit soort hooggeschoolde ingenieurs waren
gewild onder de vorsten van deze tijd. Portius zal ook nog vestingwerken aanleggen en verbeteren in Engeland en in het huidige Polen. De kaarten van Portius zijn op-
genomen op de bijgevoegde cd-rom, waardoor verdere studie van de kaarten in de toekomst beter mogelijk is.
In het Jaarboek komen we nu uit bij een middeleeuws blok, waarvan twee bijdragen gaan over de geschiedenis van de gasthuizen in Breda. Frans Gooskens be-
schrijft eerst de ontwikkeling van een bijzondere groep van gasthuizen, de apostelhuizen, in de Nederlanden en het Rijnland. Deze apostelhuizen vertoonden kloos-
terachtige trekjes en werden gesticht door hoge geestelijken die de laatmiddeleeuwse hervormingsbeweging rondom de Moderne Devotie steunden. De stichting van het
apostelhuis aan de Bredase Haagdijk in 1455 kan beter begrepen worden als andere soortgelijke huizen worden bestudeerd. De stichter van het huis aan de Haagdijk,
Anselmus Fabri, beschikte over een uitgebreid netwerk over heel Europa door zijn werk aan de curie en zijn werk voor de Brabantse hertogen. Meerdere personen uit
zijn netwerk waren betrokken bij de oprichting van een gasthuis in hun geboorteregio. Wederom een bijdrage over de West-Brabantse regionale geschiedenis met een
internationale invalshoek.
Aleike van de Venne sluit hierop aan met een archeologische bijdrage over het gasthuis ‘De Beyerd’ aan de Boschstraat te Breda. Dit gasthuis dateert van voor 1246
en past in een golf van stichtingen van dit soort instellingen in deze periode in de Brabantse steden. De auteur beschrijft de opeenvolgende opgravingen op het terrein
van het gasthuis. De laatste opgravingen vonden plaats in 2006 als voorbereiding op de bouw van het Graphic Design museum. Omdat het middeleeuwse archief van het
gasthuis helemaal verloren is gegaan moeten we voor de oudste geschiedenis van het huis bijna helemaal terugvallen op wat de archeologen ons melden. Verdere uitwer-
king van de opgravingen in combinatie met de gegevens uit andere steden moet een meer compleet beeld gaan geven. Het Bureau Cultureel Erfgoed van de gemeente
Breda heeft de voorbeidingen van een dergelijke studie reeds gestart. Dus ook voor de geschiedenis van De Beyerd’ blijft de blik gericht op andere steden.
Dit boek sluit ten slotte af met een bijdrage van Hans Koopmanschap over botmateriaal dat is aangetroffen bij diverse opgravingen in Breda, waaronder de opgra-
vingen op het gasthuisterrein aan de Boschstraat. De vondsten dateren uit de periode 1200 tot 1650. Op de meeste vindplaatsen domineren rund, varken en schaap. Op
het kasteel van Breda werden wat luxere vleessoorten gegeten, zoals zwaan en patrijs.
Het Bredase materiaal wordt geregeld vergeleken met vondsten in Geertruidenberg, Waalwijk, Helmond en Eindhoven. Hierdoor krijgt de bijdrage, net als die van
Kappelhof, een bovenregionaal karakter. Een overzicht van al het gevonden botmateriaal staat op de bijgeleverde cd-rom.
Rest mij nog de leden van de redactie en de auteurs de bedanken voor het geleverde werk. Een bijzondere dank voor drs. W. Spapens voor zijn assistentie bij de
eindredactie en voor het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH).
Namens de redactie
Frans Gooskens, voorzitter


Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

25. Boeknummer: 00129  
De Oranjeboom Deel 64
Historie -- Breda, algemeen           (2012)    [T. Kappelhof, Fr. Gooskens, J.v.d.Nieuwenhuizen, Valentijn Paquay, P.v.d.Pol, S. Hoekstra, T.Kappelhof]
De Oranjeboom Jaarboek 2011. Deel 64
Herv. Kath. kerk 1400-1600 | Magister Anselmus Fabri en stichting gasthuis voor oude mannen |
Oprichting bisdom Antwerpen | Hoogkerkelijke bezoeken bisdom Breda |
Engelbrecht II of Hendrik III. Beleg van Breda 1624 | Onderwijs in Breda 1500-1800.


Voorwoord van de redactie
De bijdragen in dit nieuwe jaarboek maken duidelijk dat de banden tussen Antwerpen en Breda oud zijn en een divers karakter hebben. De Bredase historicus Cerutti sprak zelfs over
de twee steden als dochter- en moederstad. Hij kwam tot deze karakterisering omdat het stadsrecht van Breda afgeleid was van dat van Antwerpen. Vanaf het jaar 1252 hadden de burgers van
Breda het recht bij de Antwerpse schepenbank in beroep te gaan tegen vonnissen van hun eigen schepenen. Verder had Antwerpen een grote economische invloed op Breda en heel West-Brabant.

In dit jaarboek zijn andere aspecten van deze stedenband terug te vinden, vooral op religieus-cultureel gebied. In de vijftiende eeuw werden de banden tussen
Antwerpen en Breda op religieus gebied intensiever. In deze eeuw werd de Bredanaar Anselmus Fabri deken van het Antwerpse kapittel en hij wist een aantal
Bredanaars benoemd te krijgen in zijn kapittel. Hij en leden van zijn netwerk steunden de katholieke hervormingsbeweging rond de Moderne Devotie. Ze bouwden in
het gebied tussen Antwerpen en Breda een machtsbasis op van aan elkaar gekoppelde religieuze instellingen. In de zestiende eeuw kreeg deze religieuze band een instituti-
onele basis. Breda en West-Brabant vielen namelijk vanaf 1559 onder het bisdom Antwerpen. In hun bijdragen beschrijven van Van den Nieuwenhuizen en Paquay
de stichting van het bisdom en de invloed op onze regio. Omdat deze drie kerkhistorische bijdragen zo sterk samenhangen heeft Ton Kappelhof er een inleiding voor
bijgevoegd over de katholieke kerkhervormingen in de vijftiende en de zestiende eeuw.

Het verhaal van Pierre van der Pol over de bewaard gebleven portretten van graaf Engelbrecht II gaat ondermeer in op het Nassauraam in de Onze-Lieve-
Vrouwekerk van Antwerpen. Op dit raam staat Engelbrecht van Nassau afgebeeld als stichter van dit raam bij een voorstelling van het Laatste Avondmaal. Breda kon dus
ook wel eens invloed op Antwerpen hebben.
De vers afgestudeerde historicus Sigo Hoekstra beschrijft de opkomst van de krantenjournalistiek in Antwerpen. Drukker Abraham Verhoeven begon in 1617
een weekblad. Hij zou dit blad later de naam Nieuwe Tijdinghen geven. In zijn blad besteedde hij veel aandacht aan de belegering van Breda door Spinola in 1625. Er
was toen in Antwerpen en ver daarbuiten veel belangstelling voor deze belegering en Verhoeven stilde de leeshonger van zijn publiek over het verloop van de militaire acties.

Tenslotte kunnen we in de bijdrage van Ton Kappelhof over de Franse scholen lezen dat veel schoolmeesters en schooljuffrouwen afkomstig waren uit Antwerpen.
Vanaf het eind van de zestiende eeuw was er een gestage stroom van docenten uit de Scheldestad naar onze streken.
Als Breda een directe treinverbinding krijgt met Antwerpen, kunnen deze historische, economische en culturele banden zich verder ontwikkelen.

Dan nog dank aan een ieder die heeft meegewerkt aan de totstandkoming van dit jaarboek. Vooral natuurlijk de auteurs en de leden van de redactie. Een bijzondere
dank voor Wim Spapens en zijn ondersteuning bij de eindredactie. Dank gaat ook uit naar Karel Leenders voor zijn hulp en meedenken bij het vervaardigen van kaartmateriaal
Namens de redactie
Frans Gooskens, voorzitter

Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

26. Boeknummer: 00130  
De Oranjeboom Jaarboek 2012. Deel 65
Historie -- Breda, algemeen           (2013)    [T.v. Dun, Ad Jansen, Jan Schulten, T. Kapelhof, G. Otten, K. Leender, Johanna Jacobs, Jan Jacobs]
De Oranjeboom Jaarboek 2012. Deel 65
Ginnekenmarkt, Baron Chassé,Snijden, scheren en smeren. Zevenbergen in 1700. Huisnummering in Breda, landgoederen langs Bredase Turfvaart, Carl Frei kermisorgel in Breda's Museum,
Minderbroeders/kapucijnen in Breda 1625-1797

Ten geleide
C.M.M. (Kees) Machielsen
voorzitter
Dit is ons vijfenzestigste jaarboek en uw conclusie dat onze vereniging in 2013 ook vijfenzestig jaar bestaat is juist. U zou kunnen zeggen dat we de pensioengerechtigde
leeftijd hebben bereikt en het vanaf dit moment maar eens rustiger aan moeten doen.
Onze nationale regering heeft besloten dat wij Nederlanders moeten blijven werken tot ons achtenzestigste jaar of misschien nog wel langer. Met onze vereniging sluiten
we ons daar bij aan en we nemen ons al voor dat we in elk geval doorgaan tot ons 100-jarig bestaan. Dat wordt een groot feest.
We laten onze vijfenzestigste verjaardag niet ongemerkt voorbij gaan. Wanneer u dit leest hebben we hier aandacht aan geschonken door de organisatie van een symposium met
als thema “Van beeldenstorm naar kapucijnen. Het ontstaan van een katholieke identiteit in Brabant”. In dit jaarboek zal hier al aandacht aan worden besteed.
Bij gelegenheid van ons zestigjarig bestaan hebben we een CD-Rom uitgegeven met daarop de inhoud van onze toen verschenen jaarboeken. U kunt dit jaar weer een CD-Rom
of DVD verwachten met daarop de inhoud van nu dus vijfenzestig jaarboeken. Dan bent u ook digitaal geheel bij.
Hoewel ik niet terug wil gaan in onze eigen geschiedenis kan ik daar toch niet geheel omheen, omdat in 2012 een van de oprichters ons is ontvallen. Op 16 oktober 2012 over-
leed ons prominente lid dr. Frans Brekelmans. In dit jaarboek vindt u een uitgebreid In Memoriam.
Als trouwe lezer zal het u opvallen dat we gekozen hebben voor enkele aanpassingen in de vormgeving. We hebben gekozen voor een verbeterde lay-out en een ander kaft. De kaft
is wel zodanig dat deze past bij de vorige boeken, zodat u de komende jaarboeken prima in uw boekenkast kunt plaatsen naast al uw vorige jaarboeken.
Tenslotte wil ik u uitdagen onze website weer eens te bezoeken omdat deze aanmerkelijk is verbeterd door veel inspanningen van drs. Jan Brouwers. Nu met veel meer actualiteiten
vanuit andere organisaties die zich bezig houden met de geschiedenis van de Baronie. Uit de reacties blijkt dit in een behoefte te voorzien. Ik moet hier ook de vernieuwde Nieuwsbrief
vermelden, een product van Jan Brouwers en onze secretaris Joop van Uijthoven. De informatievoorziening van de vereniging naar de leden toe is hiermee weer bij de tijd.
Dank aan allen die aan de vele activiteiten hebben meegewerkt: de lezingen, de excursies, de redactiecommissie en heel veel dank aan de auteurs voor hun bijdragen aan dit Jaarboek 2012.
Ik wens u wederom veel leesplezier toe.

Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

27. Boeknummer: 00131  
De Oranjeboom Jaarboek 2013. Deel 66
Historie -- Breda, algemeen           (2014)    [T.Kappelhof, Johanna Maria van Winter, W.Heijbroek 2x, H. Muntjewerff, P. v.d. Steenoven, W. Mastenbroek]
De Oranjeboom Jaarboek 2013. Deel 66
Suiker in West Brabant, Suiker in de middeleeuwse keuken, Onderzoek Suikerbietenteelt,
P.J.H. Van Ginneken suikertechnoloog, Twee eeuwen de Faam, Suikerfabriek Wittouck Breda, Archief CSM


Voorwoord van de redactie
Dit jaarboek van De Oranjeboom is het resultaat van het samenwerkingsproject met de Ghulden Roos uit Roosendaal. Vandaar dat het goed is in dit voorwoord een overzicht te
geven van de artikelen die zijn verschenen in beide jaarboeken.
Beide jaarboeken bevatten tezamen 13 artikelen over het onderwerp suiker. Het voor u liggende inleidende artikel is alleen in het jaarboek De Oranjeboom opgenomen. Hierin is
ook aandacht besteed aan zoetmakers die er waren voordat de biet ten tonele verscheen: honing en rietsuiker. Aan de hand van statistische gegevens wordt inzicht gegeven in de
ontwikkeling van het productievolume en het suikerverbruik.
Het jaarboek van De Ghulden Roos bevat een artikel van Christianne Muusers met daarin drie Arabische recepten uiteen kookboek uit de tiende eeuw, en wel een vleesgerecht, een
gerecht voor zieken en een zoete soep. In al deze gerechten is rietsuiker verwerkt. Suikerriet werd toen al in het Midden-Oosten verbouwd. De recepten zijn zo bewerkt dat ze ook nu
nog te bereiden zijn.
Daarop volgt het artikel van Willem Heijbroek, Gijs Asselbergs en John Rovers over de drie suikerfabrieken die Bergen op Zoom gehad heeft. De eerste wordt opgericht door de
Belgische ondernemer Felix-Guillaume Wittouck in 1861, de twee anderen, opgericht door Van der Linden en Cie en door Laane, Rogier en Daverveldt, begonnen beide in 1870. Het
eindigt met een beschrijving van wat er nog rest aan gebouwen en installaties. Vooral van de ‘Zeeland’ is nog veel overgebleven.
Al snel werd West-Brabant het gebied in Nederland met de meeste suikerfabrieken. De hier opgedane kennis en ervaring werd geëxporteerd naar elders, eerst naar Groningen waar
de teelt van suikerbieten wat later dan in Zuid-West Nederland goed van de grond kwam en kort daarna naar East Anglia in Engeland. Rieni Voermans deed uitgebreid onderzoek
in de archieven van de burgerlijke stand en ontdekte dat alleen al in 1914 53 personen uit Standdaarbuiten naar Groningen vertrokken om daar in de nieuwe suikerfabriek te gaan
werken. Het was de grote suikerbaron Jan van Rossum die in 1911 de eerste stap zette naar de vestiging van bietsuikerfabrieken in Engeland. Complete installaties werden naar de andere
kant van de Noordzee verscheept Het Engelse avontuur eindigde in 1934 met een zeer winstgevende verkoop. Van dezelfde auteur is een korte biografie van Jasper (Jap) van Doormaal
(1874-1960) die directeur was van de suikerfabrieken in Standdaarbuiten en Groningen.
Mark Buijs beschrijft het onroerend erfgoed van de suikerindustrie. Dit bestaat vooral uit fabrieksgebouwen en bijbehorende installaties zoals Saint Antoine in Oud- en Nieuw Gastel
en uit villa’s van fabrikanten. Naar woningen van arbeiders en ander personeel is nog niet veel onderzoek gedaan. Een deel van dit erfgoed is beschermd
Alben Hoekstra onderzocht de fabriek van Red Band die in 1928 werd opgericht door een driemanschap onder leiding van T.J. Overwater die in Breda als adjunct-directeur wel
van Breda naar Roosendaal verhuizen. Toen het bedrijf in 1986 werd verkocht aan de CSM, schonk de familie Overwater ongeveer zes miljoen gulden aan het personeel.
Cees Vanweesenbeeck, die onder meer directeur was van Erfgoed Delft, deed onderzoek naar de relatie tussen de suikerindustrie en de in Breda en Bergen op Zoom na 1850 opkomende
ijzerindustrie. De twee bedrijfstakken hadden nauwe banden met elkaar, ook in personele zin. Tussen de aandeelhouders en de fabrieksdirecteuren bestonden talrijke familieverban-
den. Het was een ‘ons-kent-ons’.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Het jaarboek De Oranjeboom vangt aan met een inleidend artikel van Ton Kappelhof, waarin ook wordt ingegaan op twee andere belangrijke zoetmakers, honing en rietsuiker. Daarna
wordt de lezer teruggevoerd naar de middeleeuwse keuken van de elite. Prof. dr. J.M. van Winter, emeritus-hoogleraar aan de universiteit van Utrecht, is in Nederland dé specialist op
het terrein van de middeleeuwse keuken en eetcultuur. Haar kennis beperkt zich niet alleen tot de theorie. Veel van de door haar beschreven gerechten heeft zij zelf gemaakt en gegeten.
Het artikel van Willem Heijbroek gaat over de samenwerking tussen industrie en wetenschap. Aan het einde van de negentiende eeuw betwijfelden veel suikerfabrikanten of je iets
had aan een ‘Chemiker’ of een ingenieur uit Delft. Het was de visionaire, in Oudenbosch geboren bierbrouwerszoon P.J.H. van Ginneken (1883-1960) die beide werelden met elkaar
in contact bracht. In 1930 werd het door hem geleide Instituut voor Suikerbietenteelt opgericht in een van de leegstaande gebouwen van de suikerfabriek ‘Zeeland’ in Bergen
op Zoom. Later werd de naam veranderd in Instituut voor Rationele Suikerproductie. Het IRS bewees dat toepassing van wetenschappelijke inzichten leidde tot hogere opbrengsten,
lagere kosten en betere suikerbieten, die bestand zijn tegen ziekteverwekkers.
Een aparte bijdrage van Willem Heijbroek is gewijd aan het leven en de verdiensten van P.J.H. van Ginneken.
Henk Muntjewerff, de bedrijfshistoricus die al vele artikelen in ons jaarboek publiceerde, schreef een bijdrage over twee eeuwen Bredase zoetwarennijverheid. In 1813 begon de uit
Heusden afkomstige broodbakkerszoon Hendrik de Bont in Breda met een suikerbakkerij.
In 1838 had hij zich met een woning annex winkel in de Catharinastraat 6 opgewerkt tot de belangrijkste suikerbakker in Breda. Het ambachtelijke bedrijf ontwikkelde zich tot een
fabriek met stoomkracht. In 1912 volgde een verplaatsing naar de Liniestraat en in 1914 een omzetting in een naamloze vennootschap onder de naam De Faam. Dit bedrijf bestaat nog
steeds. De productie werd in 2013 overgebracht naar Turnhout. De bijdrage is verrijkt met vele fraaie reclameplaten.
Peter van de Steenoven, die in 2013 toetrad tot de redactie, verdiepte zich in de nu geheel verdwenen suikerfabriek in Breda. De start was weinig fortuinlijk, want na enkele jaren ging
het bedrijf failliet en werd het opgekocht door een Belgische suikerbaron, Felix Wittouck.
De auteur legt uit waarom deze fabriek nog zo lang bleef bestaan. Meermalen stond het voortbestaan namelijk ter discussie, maar sluiting vond pas plaats in 2005.
Het laatste artikel is geschreven door Wim Mastenbroek die het archief van de Bredase fabriek inventariseerde en in een korte bijdrage ingaat op de geschiedenis van dit goed
bewaarde bedrijfsarchief. Het archief is te raadplegen in het Bredase Stadsarchief.
Rest ons de organisaties te bedanken die het beeldmateriaal hebben geleverd; in het bijzonder het Breda's Museum en het Stadsarchief van Breda. Dank aan Wim Spapens voor
zijn ondersteuning bij de eindredactie van dit jaarboek.
namens de redactie
Frans Gooskens, voorzitter redactie
Ton Kappelhof, Joss Hopstaken, Johanna Jacobs, projectredacteuren


Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

28. Boeknummer: 00132  
De Oranjeboom Jaarboek 2014. Deel 67
Historie -- Breda, algemeen           (2015)    [P.v.d. Steenoven, F. Gooskens, J.Bakker, T. Kappelhof, H.Verschure, A.Peele, E.Peters e.a.]
De Oranjeboom Jaarboek 2014. Deel 67
Burg. Claudius Prinsen,Zwembad Wolfslaar 50jr, Burg. v. Slobbe, Pieter Guenellon 1733,
Dongen heerlijkheid, Frederik II en Lage Zwaluwe, Archeologisch onderzoek 2013 regio Breda


Ten geleide
Op 31 december 2014 legde Peter van der Velden zijn functie als burgemeester van Breda neer. Hij had toen tien jaar dit ambt ingevuld en was ook de tiende naoorlogse burgemeester
van de stad. Als we tenminste J. Meijs meetellen als waarnemend burgemeester in de jaren 1966-1967. Een verbindend element is dat het alle tien mannen waren en dat ze ook allemaal
afkomstig waren uit katholieke families. Dat wil overigens niet zeggen dat ze uitsluitend uit KVP/CDA kringen werden geworven. De drie voorgangers van Van der Velden hadden een
binding met de VVD, terwijl hij zelf lid is van de PvdA.
Als historische kring kunnen we in dit jaarboek nog geen oordeel geven over de historische betekenis van Van der Velden voor de stad Breda en West-Brabant. Als de stof van het
bestuursslagveld is opgetrokken, zullen historici hem zeker in hun onderzoek betrekken.
Wel zullen er in dit jaarboek een aantal eerdere burgemeesters van de stad de revue passeren. Dit zijn de burgemeesters Bart van Slobbe (1936-1947), Claudius Prinsen (1947-1952)
en Robert Geuljans (1959-1966). De beroepsofficier Van Slobbe was misschien wel een te kundig bestuurder. Daardoor beschikte Breda als een van de weinige steden over een uitge-
werkt evacuatieplan bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Dit plan werd werkelijkheid op 12 mei 1940, toen de bevolking van Breda massaal de stad verliet. Burgemeester
Prinsen was een opbouwburgemeester, die topadviseurs van buiten naar Breda haalde om de stadsuitbreidingen te plannen en vorm te geven. Onder burgemeester Geuljans mocht
het allemaal al wat luxer worden en er kwamen nieuwe sportvoorzieningen in Breda, zoals het Gemeentelijk Sportcentrum en recreatiebad Wolfslaar. In juni 1965 opende Geuljans
dit zwembad officieel door het hijsen van een vlag. Een jaar later was dezelfde burgemeester eervol ontslagen na beschuldigingen van grondspeculatie. De grote man achter het
nieuwe zwembad, wethouder ]. Meijs, volgde hem toen tijdelijk op als waarnemer.
De andere artikelen in dit jaarboek waaieren breder uit over geschiedenis en regio. Van de textielhandel tussen Breda en Luik/Verviers, naar de rechtsmacht van Dongen en het Pruisische
bestuur van de Rietwaardpolder bij Moerdijk. Tenslotte is er een archeologische kroniek, die een compleet beeld geeft van alle belangrijke opgravingen in Breda en West-Brabant.
Wij wensen U veel leesplezier toe met dit nieuwe jaarboek van 'de Oranjeboom’ en wij bedanken iedereen die heeft meegewerkt aan de totstandkoming ervan. In het bijzonder
bedanken wij de auteurs en de leden van de redactie.
Tenslotte treft U bij dit jaarboek onze nieuwe ledenwerffolder aan. Wij hopen dat U andere mensen met geschiedenisbelangstelling deze folder geeft met een aansporing om
lid te worden. Wij hebben nieuwe leden hard nodig omdat we dit jaarboek nog vele jaren willen uitbrengen!

Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

29. Boeknummer: 00138  
Het Bredaas Kwartiertje. Een wandelroute door de hisorische binnenstad van Breda. Architectuur Wandelroute Breda
Historie -- Breda, algemeen           (onbekend)    [Riet de Monte e.a.]
Het Bredaas Kwartiertje.

VOORWOORD
De beschrijving van de stedelijke ontwikkeling van een stad heeft een oude en tegelijkertijd een heel jonge geschiedenis. Oud, omdat
in verhalen, schilderijen, liederen de stad steeds een belangrijk thema is geweest. Jong, omdat in wetenschappelijke zin de stad tot in het eind van de
vorige eeuw nooit onderwerp is geweest van onderzoek.
In de stad ligt het wel en wee van haar bewoners besloten. De cultuur of culturen vinden hun neerslag in de gebouwen, de straten, de pleinen, het water en het groen.
In de vorm van de stad ligt haar geschiedenis besloten. Deze vorm is niet alleen terug te vinden in de kenmerken van de plek die tot het ontstaan van de stad hebben geleid,
zoals heuvels, de samenkomst van water- en-of landwegen, etcetera, maar ook in de overgeleverde vorm van haar gebouwen en de sociale vormen van de samenleving.
De stad is een openbaar archief waarin de culturele identiteit van haar bewoners ligt opgesloten; zij vormt haar geheugen. Voortdurend worden er nieuwe dingen aan
toegevoegd en zakken andere weg om op een later moment weer boven te komen.
De stad is dynamiek.
Ook Breda heeft haar ontwikkelingsgeschiedenis. Tot op heden zijn slechts delen van die geschiedenis vastgelegd en verkeert het onderzoek naar haar ontwikkeling nog in
een beginfase. Haar geschiedenis en haar geheugen is echter zo rijk, dat we niet hoeven te wachten op mogelijke uitkomsten; immers die geschiedenis staat uitgestald.
'Het Bredaas Kwartiertje' poogt u in woord, beeld en wandeling inzicht te geven in de ontwikkelingsgeschiedenis van Breda. Dit aan de hand van een bepaald thema of
typologie die voor een grote tijdsperiode kenmerkend is geweest. Hiervoor hoeft u niet gestudeerd te hebben of veel te weten van stedelijke ontwikkelingen. U moet houden
van wandelen en van uw stad. Dat zijn de enige voorwaarden.
Ik wens u veel plezier.
Wethouder Stedelijke Ontwikkeling
Drs. E. de Bruijn

Dienst Ruimtelijke ordening Gemeente Breda;  
 

30. Boeknummer: 00139  
Breda Noord (Haagse Beemden-Hoge Vucht in woord en prent)
Historie -- Breda, algemeen           (1998)    [Redactie Stichting Basis]
Breda Noord (Haagse Beemden-Hoge Vucht in woord en prent)


INLEIDING
BREDA-NOORD in deze tweede uitgave van BASIS-PUBLIKA.
De Stichting Basis verzorgt al vele jaren vele publikaties ter bevordering van een betere kennis van eigen omgeving, zoals Uw eigen stad of dorp.
Deze city-marketing wordt gesteund door het bedrijfsleven, de gemeenten en vele anderen.
Deze uitgave van Breda-Noord in Woord en Prent werd mogelijk door grondige wetenschappelijke aanpak van Basis-Publika.
In onze eerste uitgave over Breda-Noord in 1992 werd ingegaan op de Haagse Beemden en Hoge Vucht met de vele nieuwe wijken gelegen bin-
nen de stad Breda. Nu, in 1998, in deze tweede uitgave van Breda-Noord ligt de nadruk en inhoud op:
I. Karakteristiek van Breda-Noord
II. Profielschets van Breda-Noord
III. Werkgelegenheid in Breda-Noord
De aquarellen op de omslag zijn van kunstenaar Pierre van Lil.

Stichting Basis Publika;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Zoekresultaat verdeeld over 2 pagina's, met elk (max.) 30 publicaties:

1   2       Volgende       Eind

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 2 april 2022