HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 46   (uit: 542)

Getoond wordt publicatie : 1 t/m 30


Uitgebreid zoeken
Gesorteerd op:  Boeknummer

Zoekresultaat verdeeld over 2 pagina's, met elk (max.) 30 publicaties:

1   2       Volgende       Eind

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00001  
Historische Atlas Noord-Brabant
Historie -- Brabant, algemeen           (1989)    [G.L. Wieberdink]
Historische Atlas Noord-Brabant.
Chromotopische kaart des Rijks 1:25.000

Inleiding
De in dit boek gebundelde kaarten zijn herdrukken van de Chromotopografische kaart des Rijks op
schaal 1 : 25.000. Naar de projectiemethode* die ervoor gebruikt is worden zij ook wel 'Bonnebladen'
genoemd. Deze topografische kaarten werden tussen 1866 en 1951 door het Topografisch Bureau van het
leger gepubliceerd. Gedurende deze periode werden zij meerdere malen herzien en herdrukt. Getracht is om
van de provincie Noord-Brabant die kaarten te reproduceren die ongeveer in dezelfde tijd verkend of
herzien zijn, dat wil zeggen in de jaren tussen 1891 en 1920. De atlas geeft dus een beeld van de provincie
in de laatste jaren van de negentiende en de eerste twee decennia van de twintigste eeuw. Op de meeste
kaarten zijn de jaren van verkenning en eventuele herziening aangegeven. Soms is het jaartal van herziening
echter niet vermeld. Voor zover die te achterhalen waren, zijn de juiste dateringen van de afgebeelde
kaarten in het aanhangsel te vinden. De met een * gemerkte woorden worden uitgelegd in een woordenlijst
(hoofdstuk IV).
De meeste bladen komen uit het archief van de Topografische Dienst, dat berust bij het Algemeen
Rijksarchief in ’s Gravenhage. De nummers 549, 551, 553, 567, 587, 588, 590, 605, 607, 608, 643 en
685 zijn afkomstig uit de kaartenverzameling van het Geografische Instituut van de Rijksuniversiteit
Utrecht; de bladen 586, 606, 610, 641 en 737 komen uit de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit
van Amsterdam. De dank van de samensteller gaat uit naar de beheerders van deze verzamelingen, CJ.
Zandvliet en R. Haubourdin van het Algemeen Rijksarchief, J. Wemer van de Universiteit van Amsterdam
en R.P. Oddens van de Rijksuniversiteit Utrecht. Verder is dank verschuldigd aan P. Nugter voor zijn
bruikbare adviezen.

Robas Producties;  
 

2. Boeknummer: 00002  
Brabant Ongemonteerd Manifest 2050.
Historie -- Brabant, algemeen           (1997)    [Redactie Hans Broess, Claire Grijzen]
Brabant Ongemonteerd Manifest 2050. Essays, statements en toelichting. Driedelig in cassette.

Inleiding
Brabant Ongemonteerd is het basisdocument waarop het Manifest 2050 gebouwd is. De tien auteurs hebben in de vorm van korte essays
inclusief verwijzing naar wetenschappelijke bronnen, ieder vanuit het eigen standpunt de Brabantse toekomst belicht.
Er is geen bovengeschikt gemeenschappelijk standpunt. In de geïndividualiseerde samenleving van vandaag schitteren duizenden
informatiebronnen als sterren aan de hemel. iedereen heeft gelijk. Niemand weet hoe het verder moet. Dus sturen in het donker?
Nee. Er blijft ons niets anders over dan in te loggen op dat hemelse netwerk (G. Komrij: niet te geloven”). Dat is wat voorligt.
Tien sterren die hun licht over Brabant laten stralen, ieder met zijn eigen plek aan het firmament, ieder met zijn eigen schaduw op aarde.
De positie van Brabant Ongemonteerd’ in de reeks van Tien Statements van de toekomst - Brabant op Tafel - De Toelichting op het
manifest, bestaande uit Positie en rol van Brabant Eigen identiteit van Brabant en Duurzaamheid in de praktijk en last but not least
‘Brabant Ongemonteerd’ wordt bepaald door het concept van ‘de omgekeerde plot’.
De tien statements zijn de steen in het water, Brabant op Tafel is de eerste cirkel, de Toelichting de tweede en Brabant Ongemonteerd
de derde en wijdste. Elk element is op zichzelf leesbaar als geheel. Voor het totale informatiepakket van het Manifest 2050 hebben
Hans Broess en Claire Grijzen de redactie gevoerd, aan de - alfabetisch gerangschikte - essays van de tien auteurs hebben zij echter geen letter veranderd.

13 october 1997.

 ;  
 

3. Boeknummer: 00008  
Ach Lieve Tijd. 700 jaar West-Brabant en de Westbrabanders. Dl 1-19 incl. register. Losse nrs in linnen band
Historie -- Brabant, algemeen           (1994-1996)    [Redactie Hermien de Bruijn-Franken e.a.]
Woord vooraf
Cultuur vormt het cement in onze samenleving. Cultuur deelname versterkt de maatschappelijke samenhang. Deze
functie van cultuur neemt in belang toe als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen. Cultuur, in de brede
betekenis van het woord, is even onmisbaar voor een samenleving als bijvoorbeeld een wegennet. Het is de uit-
drukking van onze waarden, die gebaseerd zijn op onze voorgeschiedenis en mede vorm geven aan de toekomst.
Daarom is de bevordering van geschiedschrijving en geschiedbeoefening een belangrijk onderdeel van het cul-
tuurbeleid in Noord-Brabant.
Een beeld van de Noordbrabantse samenleving tot veertig jaar geleden is geschetst in een driedelig boekwerk met
de titel 'Het nieuwe Brabant' dat in 1952, met steun van de provincie werd uitgebracht. Hierin wordt de ontwikkeling
beschreven van Brabant tot aan het begin van de jaren vijftig. De geschiedschrijving heeft zich methodisch sterk
ontwikkeld sinds de jaren vijftig. Bovendien zijn er inmiddels decennia verstreken waarin de Brabantse samenleving
ingrijpend is veranderd. De herdenking van het tweehonderdjarig bestaan van Noord-Brabant als onafhankelijke
provincie in 1996 was daarom een uitgelezen aangrijpingspunt voor een actuele geschiedschrijving over de afgelo-
pen tweehonderd jaar. Het provinciebestuur van Noord-Brabant is er trots op dat deze nieuwe publikatie nu tot
stand is gekomen. Waardering gaat uit naar het werk van de zesendertig auteurs die onder de bezielende leiding van
eindredacteur professor dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt de opdracht tot een goed einde hebben gebracht. Waar-
dering ook voor het bestuur van de Stichting Geschiedschrijving Noord-Brabant voor het tot standbrengen van
het werk en de uitgever voor de inbreng van zijn expertise.
In reactie op de ontzuiling, de secularisering en de globalisering van de samenleving is de belangstelling voor de
directe leefomgeving en de geschiedenis van de eigen provincie groot. De Raad voor Welzijn, Onderwijs en Cul-
tuur voor Noord-Brabant roept op aandacht te geven aan de eigen identiteit binnen onze provincie: 'Er mag weer
gesproken worden over identiteit; sterker nog: het mag niet alleen maar het gebeurt ook'. Een eigen, steeds evolu-
erende, culturele identiteit is van belang omdat mensen zich moeten kunnen hechten aan zaken die voor hen van
waarde zijn. In een veranderende samenleving is de beleving van cultuur geen statisch maar een dynamisch proces
waarbij openheid en toegankelijkheid voor veranderingen essentiële vereisten zijn. Die benodigde openheid wordt
bevorderd door kennis van en liefde voor de cultuur en de eigen culturele basis. Vanuit die basis kan een vruchtbare
interactie plaatsvinden met nieuwe cultuurvormen.
Het standaardwerk over de geschiedenis van Noord-Brabant dat thans voor u ligt draagt bij aan de kennisver-
meerdering van de regionale geschiedenis in onze provincie en verstevigt daarmee het grondvlak voor cultuurbeleid
in de komende tijd. De provincie Noord-Brabant heeft daarom met het oog op de toekomst de totstandkoming
bevorderd van deze terugblik in het verleden.
De Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant,

Mr. F.J.M. Houben.

Waanders Uitgevers Zwolle i.s.m. Museum Het Markiezenhof en Archieven in West-Brabant.;  
 

4. Boeknummer: 00009  
Geschiedenis van Noord-Brabant Dl 1. 1796-1890 Traditie en modernisering
Historie -- Brabant, algemeen           (1996)    [prof.dr. H.F.J.M. v.d. Eeerenbeemt]
Geschiedenis van Noord-Brabant Dl 1. 1796-1890 Traditie en modernisering

Woord vooraf
Cultuur vormt het cement in onze samenleving. Cultuur deelname versterkt de maatschappelijke samenhang. Deze
functie van cultuur neemt in belang toe als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen. Cultuur, in de brede
betekenis van het woord, is even onmisbaar voor een samenleving als bijvoorbeeld een wegennet. Het is de uit-
drukking van onze waarden, die gebaseerd zijn op onze voorgeschiedenis en mede vorm geven aan de toekomst.
Daarom is de bevordering van geschiedschrijving en geschiedbeoefening een belangrijk onderdeel van het cul-
tuurbeleid in Noord-Brabant.
Een beeld van de Noordbrabantse samenleving tot veertig jaar geleden is geschetst in een driedelig boekwerk met
de titel 'Het nieuwe Brabant' dat in 1952, met steun van de provincie werd uitgebracht. Hierin wordt de ontwikkeling
beschreven van Brabant tot aan het begin van de jaren vijftig. De geschiedschrijving heeft zich methodisch sterk
ontwikkeld sinds de jaren vijftig. Bovendien zijn er inmiddels decennia verstreken waarin de Brabantse samenleving
ingrijpend is veranderd. De herdenking van het tweehonderdjarig bestaan van Noord-Brabant als onafhankelijke
provincie in 1996 was daarom een uitgelezen aangrijpingspunt voor een actuele geschiedschrijving over de afgelo-
pen tweehonderd jaar. Het provinciebestuur van Noord-Brabant is er trots op dat deze nieuwe publikatie nu tot
stand is gekomen. Waardering gaat uit naar het werk van de zesendertig auteurs die onder de bezielende leiding van
eindredacteur professor dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt de opdracht tot een goed einde hebben gebracht. Waar-
dering ook voor het bestuur van de Stichting Geschiedschrijving Noord-Brabant voor het totstandbrengen van
het werk en de uitgever voor de inbreng van zijn expertise.
In reactie op de ontzuiling, de secularisering en de globalisering van de samenleving is de belangstelling voor de
directe leefomgeving en de geschiedenis van de eigen provincie groot. De Raad voor Welzijn, Onderwijs en Cul-
tuur voor Noord-Brabant roept op aandacht te geven aan de eigen identiteit binnen onze provincie: “Er mag weer
gesproken worden over identiteit; sterker nog: het mag niet alleen maar het gebeurt ook”. Een eigen, steeds evolu-
erende, culturele identiteit is van belang omdat mensen zich moeten kunnen hechten aan zaken die voor hen van
waarde zijn. In een veranderende samenleving is de beleving van cultuur geen statisch maar een dynamisch proces
waarbij openheid en toegankelijkheid voor veranderingen essentiële vereisten zijn. Die benodigde openheid wordt
bevorderd door kennis van en liefde voor de cultuur en de eigen culturele basis. Vanuit die basis kan een vruchtbare
interactie plaatsvinden met nieuwe cultuurvormen.
Het standaardwerk over de geschiedenis van Noord-Brabant dat thans voor u ligt draagt bij aan de kennisver-
meerdering van de regionale geschiedenis in onze provincie en verstevigt daarmee het grondvlak voor cultuurbeleid
in de komende tijd. De provincie Noord-Brabant heeft daarom met het oog op de toekomst de totstandkoming
bevorderd van deze terugblik in het verleden.
De Commissaris van de Koningin
in de provincie Noord-Brabant,
Mr. F.J.M. Houben.

Boom Amsterdam/Meppel op initiatief van Provincie Noord Brabant;  
 

5. Boeknummer: 00010  
Geschiedenis van Noord-Brabant Dl 2. 1890-1945
Historie -- Brabant, algemeen           (1996)    [prof.dr. H.F.J.M. v.d. Eeerenbeemt]
Geschiedenis van Noord-Brabant Dl 2. 1890-1945 Emancipatie en industrialisering

Inleiding: het historisch kader
Prof. dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt
Versnelling rond de eeuwwisseling, 1890-1914
Het politieke landschap zag er rond de eeuwwisseling wel erg divers uit. Dit verschijnsel zou alleen maar toenemen.
De grote politieke verdeeldheid was een kenmerk van het Nederlandse bestel. De liberalen waren op hun retour, de
socialisten stonden nog aan het begin van hun opkomst. In deze situatie was het ontstaan van een nieuwe dominante
machtsfactor van betekenis om het land bestuurbaar te houden. Het middenvlak van de christelijke coalitie, mo-
gelijk geworden uit welbegrepen eigenbelang en door vermindering van de vroegere religieuze tegenstellingen, was
voor de ontwikkeling van Noord-Brabant in de richting van een op basis van religie verzuilde samenleving van
groot belang.
Ondanks het in het voorgaande gestelde is voor de maatschappelijke modernisering van Noord-Brabant van
eminente betekenis geweest de sociale wetgeving die rond de eeuwwisseling zeer vruchtbaar was. In dit opzicht komt
de eer toe aan de liberale kabinetten Roëll en Pierson, die in de tweede helft van de jaren negentig belangrijke socia-
le wetten op stapel hebben gezet. Te noemen zijn de Veiligheidswet (1895), die de beveiliging van leven en ge-
zondheid van arbeiders in fabrieken en werkplaatsen ten doel had, en de Wet op de Kamers van Arbeid (1897) ge-
richt om in samenwerking tussen patroons en werknemers de onderlinge belangen te regelen. Met name het kabinet
Pierson (1897-1901) was zeer actief in sociale wetgeving.
Het introduceerde de Ongevallenwet, die de werkgever verplichtte zijn arbeiders te verzekeren tegen ongevallen
tijdens de uitoefening van hun werk, de Woningwet, die het Rijk de mogelijkheid verschafte via renteloze voor-
schotten aan gemeenten of woningbouwverenigingen een goede volkshuisvesting te stimuleren, de Gezondheidswet
met zorg voor de openbare hygiëne en met toezicht daarop door inspecteurs voor de volksgezondheid en Kin-
derwetten ter bescherming tegen mishandeling van kinderen en om criminele minderjarigen weer op het rechte pad
te brengen.
De hier gememoreerde sociale wetgeving heeft er zeer toe bijgedragen dat, toen Noord-Brabant de twintigste
eeuw in ging, er een sociaal kader was geschapen, dat aansluiting gaf op de modernisering, die in de economie al eer-
der was begonnen. Het sociale bestel bij de tijd brengen was voor een duurzame stabiliteit van de samenleving van
grote betekenis. De nationale spoorwegstaking van 1903 was een teken aan de wand, dat de arbeidsverhoudingen in
een modem bestel om een ingrijpend andere benadering vroegen. De strijd om de collectieve arbeidsovereenkomst
zou bij de arbeidersorganisaties een grote rol gaan spelen.

klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding
De politieke beweging in deze jaren was echter nog niet gericht op sociaal-structurele veranderingen op de werk-
vloer. De aandacht ging uit naar andere punten. Deze betroffen zaken als verhoging van de subsidiëring en ge-
lijkstelling van het bijzonder onderwijs, de invoering van algemeen kiesrecht, de uitbouw van de sociale wetgeving
en protectie door de overheid ter bescherming van het bedrijfsleven.
Hadden aanvankelijk Breda en ’s-Hertogenbosch in het industrialisaticproces wat achterop gelopen, op het eind
van de negentiende eeuw kwam daarin verandering. Buiten de omknelling van de oude vestingwallen werden hier
uitbreidingsplannen gerealiseerd. Het aanbod van nieuw industrieterrein schiep de mogelijkheid ook hier tot een
grootscheepse industrialisatie te komen.
In Bergen op Zoom ontwikkelde de metaalnijverheid zich voorspoedig. De impuls hiertoe ging uit van de ge-
avanceerde beetwortelsuikerindustrie in West-Brabant, die behoefte had aan reparatiemogelijkheden voor het
machinepark. De volgende fase was, dat uit deze activiteit de vervaardiging van installaties volgde. Er kwamen con-
structiewerkplaatsen annex ijzergieterijen. In 1909 vond in deze stad 39,4% van alle in de nijverheid werkzame perso-
nen een bestaan in die branche.
De snelle opgang van het industrialisatieproces na 1890 was in belangrijke mate te danken aan de gunstige con-
junctuur die zich sedert het begin van de jaren negentig inzette. De dynamisering van het bedrijfsleven werd be-
gunstigd door een aantal stimulerende maatregelen van de overheid, door de interne herstructurering van het pro-
duktieproces, door een aan de nieuwe tijd aangepast ondernemingsbeleid en door de meer positieve houding die
leidende maatschappelijke kringen in Brabant tegenover de industrie gingen innemen.
Een gevolg van de sterke bevolkingsgroei in de provincie was de vergroting van het arbeidsaanbod. Aangezien
de aanwezigheid van een ruim arbeidsreservoir een determinant was voor economische groei, speelde deze factor
Brabant in de kaart. Maar naast de kwantiteit van het arbeidsaanbod was nu ook de kwaliteit van groot belang
geworden. Bij dit laatste ging een belangrijke stimulans uit van het onderwijs.

Boom Amsterdam/Meppel op initiatief van Provincie Noord Brabant;  
 

6. Boeknummer: 00011  
Geschiedenis van Noord-Brabant Dl 3. 1945-1996 Dynamiek en expansie
Historie -- Brabant, algemeen           (1997)    [prof.dr. H.F.J.M. v.d. Eeerenbeemt]
Geschiedenis van Noord-Brabant Dl 3. 1945-1996 Dynamiek en expansie

Inleiding: het historisch kader
Prof. dr. H.FJ.M. van den Eerenbeemt
Wederopbouw en poging tot politieke VERNIEUWING, I945-I95O
Nederland was een van de zwaarst getroffen landen in West-Europa door de gevolgen van de Tweede Wereld-
oorlog. De vijf oorlogsjaren hadden niet alleen de economie maar ook het maatschappelijk leven sterk aangetast.
De opmars van de geallieerde troepen in Noord-Brabant bracht veel schade met zich mee, waardoor de infrastruc-
tuur zwaar werd aangetast. Duizenden Brabanders keerden na de bevrijding uit gevangenschap of gedwongen te-
werkstelling in Duitsland terug, duizenden Brabanders die met de Duitse bezetter op een of andere manier hadden
samengewerkt, werden gevangen gezet. Het duurde geruime tijd voordat het proces van zuivering via bijzondere
rechtspleging op gang kwam. Na enige jaren groeide de behoefte om de oorlog te vergeten en tot nationale ver-
zoening te komen.
Na de bevrijding leefde bij velen de verwachting dat de vooroorlogse politieke verhoudingen definitief zouden
verdwijnen. Al eind 1944 startte de Nederlandse Volks Beweging in Noord-Brabant een campagne om een ver-
nieuwingsbeweging van de grond te krijgen. De ideologische grondslag daarvoor was een mengeling van Chris-
tendom en Humanisme en een streven de verzuilde verbrokkeling van voor 1940 door een eenheidsbeweging te
overstijgen. De oude socialistische Sociaal Democratische Arbeiderspartij (SDAP) werd na de oorlog vervangen
door de Partij van de Arbeid (PvdA), die zich als een nieuwe doorbraakpartij presenteerde. De vroegere KK
Staatspartij ging over in de Katholieke Volkspartij (KVP), waarvan nu ook niet-katholieken lid konden zijn. De ou-
de politieke kaders bleken echter taaier dan door menigeen verwacht. Bij de Kamerverkiezingen die in mei 1946
voor het eerst weer plaats vonden, haalden de confessionele partijen in het parlement de meerderheid. Toch
kwam op die basis geen kabinet tot stand. De twee grootste partijen: de KVP en de PvdA vormden vanaf dat jaar
een rooms-rode coalitie die tot 1958 stand hield. Deze pacificatiedemocratie die economisch en sociaal belang in
evenwicht hield, betekende een gunstige basis om het mirakel van een snel herstel te bewerkstelligen.
De gerealiseerde samenwerking tussen gematigd behoudende en progressieve krachten bleek een gunstig ef-
fect te hebben om het moeizaam proces van wederopbouw te doen slagen. Alle produktieve krachten in de
Brabantse samenleving werden gemobiliseerd om snel tot herstel van de oorlogsschade te komen. Op nationaal ni-
veau werd een geleide loonpolitiek gevoerd met als opzet het loonniveau laag te houden. De intentie hierbij was
een goede internationale mededingingspositie op te bouwen en in de concurrentiestrijd de broodnodige deviezen

Boom Amsterdam/Meppel op initiatief van Provncie Noord Brabant;  
 

7. Boeknummer: 00013  
Het Brabant van toen. Herinneringen van Westbrabantse mensen
Historie -- Brabant, algemeen           (1980)    [Toon Kloet]
Het Brabant van toen. Herinneringen van Westbrabantse mensen

INHOUDSOPGAVE
1. Zo wordt geschiedenis gemaakt ..................... 3
2. JAN DE WILD over OUDENBOSCH .......... 5
3. KEES VAN UNEN over HOEVEN .............. 8
4. CIE WAGEMANS over ULVENHOUT........... 11
5. PEERKE LAUWEN over RUCPHEN............. 14
6. ADR. VAN MEER over ZEVENBERGSCHEN HOEK ... 18
7. LEEN KEIJZERS (f) over RAAMSDONKSVEER ..... 21
8. JAN RAMS (f) over OOSTEIND ........... 24
9. GRÉ KONINGS over RAAMSDONK .......... 27
10. REIN BEERENDONK over FIJNAART............ 30
11. COR VAN LEEST over MOERDIJK .......... 33
12. KO GOBBENS (t) over ETTEN-LEUR.......... 37
13. BART WATZEELS over PRINSENBEEK......... 40
14. MERIJNTJE ROOZEBOOM over NIEUW-VOSSEMEER..... 43
15. JAN NOOREN over PRINCENHAGE......... 46
16. JAN VERSWIJVER over HOOGERHEIDE ........ 49
17. JANTJE LUUKX over ST.-WILLEBRORD...... 52
18. NOL HEIJMANS over DUSSEN.............. 56
19. TOON JOOSEN over WAGENBERG ...........' 59
20. ADR. V.D. RIJKEN over WASPIK.............. 62
21. PIET JANSEN over MADE ............... 65
22. WOUT BOELAARS over BREDA............... 68
23. TOOS BAARS-RENNIERS over GEERTRUIDENBERG...... 73
24. KAREL VERHAGEN over WILLEMSTAD.......... 76
25. MARTIEN TROMMELEN over OOSTERHOUT.......... 80
26. DRIK DE BRUIN over RIJSBERGEN.......... 83
27. ARIE GIELES over BERGEN OP ZOOM...... 86
28. ARIE DE GAST over ZEVENBERGEN......... 89
29. THÉ DIEPSTRATEN over BAVEL .............. 92
30. KEES ELST over ROOSENDAAL ......... 95
31. CATO FIRING-VAN DEN BROEK over BREDA............. 98

Zo wordt geschiedenis gemaakt
„Herinneringen van Westbrabantse mensen” is steeds de ondertitel geweest van interviews, dertig in getal, die
onder de naam „Het Brabant van toen” tussen september 1979 en mei 1980 in „De Stem” zijn gepubliceerd. De geïn-
terviewden zijn mensen die rond de eeuwwisseling of in de eerste decennia van deze eeuw zijn geboren. Hun herin-
neringen bleken een beeld te geven van het leven in West-Brabant dat vergeten dreigt te raken. Het gaat dan natuur-
lijk niet om de „echte” geschiedenis. Die ligt vast in officiële documenten van allerlei aard. Veel meer komt uit de
interviews naar voren, hoe mannen en vrouwen in die tijd de „echte” geschiedenis hebben beleefd en in een aantal
gevallen - zeker als het om sociale geschiedenis gaat - er hun aandeel in hebben geleverd. Een vergelijking tussen
het begin van deze eeuw en de tachtiger jaren biedt - hoe zou het anders kunnen - een beeld van scherpe tegenstel-
lingen. Een van de duidelijkste tegenstellingen is ongetwijfeld die tussen armoede toen en welvaart nu. Een an-
dere is de gewijzigde onderlinge verhouding tussen mensen: ruim een halve eeuw geleden was het standenverschil
van nature gegeven. Zo leek het althans. Maar uit deze herinneringen van Westbrabantse mensen wordt duide-
lijk, dat zij, ondanks soms vertederende woorden over „Het Brabant van toen,” op hun eigen, bescheiden plaats
vaak strijd hebben geleverd tegen wat in hun ogen onrechtvaardig was. Zo wordt geschiedenis gemaakt.

Uitg. Mij De Stem Breda;  
 

8. Boeknummer: 00017  
Smokkelen in Brabant. Een grensgeschiedenis 1830-1970
Historie -- Brabant, algemeen           (1988)    [Paul Spapens, Anton van Oirschot]
Smokkelen in Brabant. Een grensgeschiedenis 1830-1970


Ter inleiding
Zeer toevallig zijn de twee auteurs van het boek 'Smokkelen in Brabant' tot elkaar gekomen. Toen het
'Kapellenboek' van Paul Spapens op de Persclub Bourgondië in Tilburg werd geïntroduceerd en Anton
van Oirschot juist de laatste hand had gelegd aan zijn 'Encyclopedie van Noord-Brabant', kwam terloops
naar voren dat we beiden, los van elkaar, bezig waren aan een nieuw onderwerp: smokkelen in Brabant.
Het zou natuurlijk onzin zijn om twee boeken over hetzelfde onderwerp op de markt te brengen. Bovendien
bleek al gauw dat we met de onderwerpen elkaar zouden aanvullen. Vandaar dat we elkaar snel gevonden
hadden: Paul Spapens heeft de periode van 1900 tot 1970 beschreven en Anton van Oirschot de periode van
1830 tot aan de eeuwwisseling.
Er werd duidelijk gekozen, afgezien van een historisch aanloopje, voor de periode 1830-1970. Vanaf
1830, omdat toen een (nieuwe) scheiding van Nederland en België begon, waarna de grens in 1839 een
definitieve vorm kreeg, al bleven er grote gaten bestaan. En waar een grens is, kan gesmokkeld worden. Tot
1970 met de invoering van de EEG, omdat we gekozen hebben voor de 'romantische' periode in de
smokkelarij waaraan toen een einde was gekomen, en niet voor de criminele smokkel zoals die hedentendage
met grote regelmaat in de publiciteit komt.
De zoutsmokkel werd in de tweede helft van de vorige eeuw de eerste georganiseerde vorm van smokkelen,
voor velen een bijna noodzakelijke manier om iets bij te verdienen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kregen
de grote aantallen smokkelaars te kampen met de beruchte electrische draad, die de Duitsers langs de
Nederlands-Belgische grens optrokken, maar die toch door de smokkelaars werd getrotseerd. Tijdens de
crisisjaren was het smokkelen wederom voor velen broodnodig. Gedurende de Tweede Wereldoorlog gingen
enorme partijen tabak de grens over. Na de bevrijding ging het verder met het smokkelen, waar zich zelfs de
geallieerde militairen druk mee bezighielden. In Nederland was een grote vraag naar allerlei luxe zaken.
Vee werd in grote aantallen naar België gebracht. En toen kwam de botertijd met de pantserauto’s en
kraaiepoten. De strijd werd steeds grimmiger. De kleine smokkelaar met de pungel op zijn schouder kwam
er niet meer aan te pas: de min of meer ongevaarlijke en vooral avontuurlijke en romantische smokkelperiode
liep zoetjesaan ten einde.


klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding


Dikwijls - zo wordt ook in dit boek verhaald - was het smokkelen meer dan een spel, meer dan een soort
sport, een opwindende bezigheid. Men zag het in het Brabantse grensgebied niet als een (grote) zonde of
vergrijp. De smokkelaar van toen bestaat niet meer. Die komt alleen nog maar voor in de vorm van een
pungelaarsbeeldje van de zijn kraaiepoot-wapen tegen de achtervolgende douaniers als
kraaiepoot-monument, zijn grensovergangen als toeristische smokkelroutes. En dan zijn er natuurlijk
nog de verhalen, waarvan er dit boek talloze geeft. Ter bescherming van hun privéleven, hebben we de
namen van de smokkelaars die ons hun verhalen hebben verteld, niet in het boek opgenomen. We zijn tot
1970 gegaan. Ook tegenwoordig wordt nog volop gesmokkeld, maar zonder de romantiek die de periode
1830-1970 kenmerkte.
Dit boek heeft niet de pretentie wetenschappelijk te zijn; we hebben op een populaire manier een stukje
geschiedenis van het smokkelen in het Brabants-Belgisch grensgebied op papier willen zetten. Het smokke-
len was immers een -weliswaar geheimvolle - zaak van het volk, dat de gaten in de grens had gevonden en
daar dankbaar gebruik van maakte.
We hebben van vele kanten alle mogelijke medewerking verkregen, allereerst van Piet Horsten, die voor ons
bijna alles wat in het archief te vinden was, opspeurde, evenals Zjèn Spapens. Van het Belastingmuseum
Prof dr. Van der Poel te Rotterdam, van het Gemeente Archief Tilburg en de Openbare Bibliotheek
aldaar, van heemkundekringen in Brabant. We danken alle gewezen smokkelaars, die openhartig hun
verhalen vertelden, en zeker ook de douaniers en kommiezen uit Nederland en België. Onze dank gaat ook
uit naar Harry Franken, die zijn liedjesarchief voor ons openstelde en niet te vergeten naar Frans Huijbregts
van Drukkerij De Kempen en al die anderen die ons met raad en daad terzijde hebben gestaan. We hopen
dat we in onze opzet zijn geslaagd.
September 1988
Paul Spapens
Anton van Oirschot




De Kempenpers Hapert;  
 

9. Boeknummer: 00037  
Heemkundige sprokkelingen
Historie -- Brabant, algemeen           (1997)    [Myrian en Ad van Moolenbroek. Commissie Brabantse Heem 50 jaar]
Heemkundige sprokkelingen. T.g.v. 50 jaar Brabants Heem 1947-1997 aangeboden door een aantal heemkundeverenigingen

VOORWOORD
DOOR Myriam van Moolenbroek-Vogels
Deze uitgave bevat een aantal 'Heemkundige Sprokkelingen'. Met medewerking van enkele Brabants Heem-leden 'van het eerste uur’ én een aantal heemkunde-
kringen, die alle aangesloten zijn bij Brabants Heem, kwam dit boek tot stand.
Een speciaal voor deze gelegenheid in het leven geroepen commissie 'Brabants Heem 50 jaar’ verzocht deze 'leden van het eerste uur' om hun beleving
van die 50 jaar Brabants Heem op papier te zetten.
Aan de 108 aangesloten kringen deed de commissie 'Brabants Heem 50 jaar' de suggestie een markante of curieuze gebeurtenis uit de geschiedenis van hun
woonplaats op te tekenen. Dit om zodoende een compilatie te maken van momenten uit het Brabants verleden. Niet alle kringen gaven gehoor aan die
oproep, maar de ingezonden artikelen zijn de moeite waard. Al was het alleen maar omdat ze meer zijn dan alleen maar een verhaaltje, maar als het ware de
diversiteit van de Brabantse dorpen én van de verschillende heemkundekringen weergeven.
Dit boek heeft ook niet de bedoeling zwaarwichtig of wetenschappelijk te zijn maar is meer bedoeld als een boeket. Laten we zeggen een veldboeket dat wordt
aangeboden aan de jubilaris Brabants Heem. Deze uitgave is dus 'geen uitgave van' Brabants Heem maar 'een gave aan' Brabants Heem.
De artikelen werden gerangschikt volgens de alfabetische volgorde van de plaatsnaam. De teksten werden vrijwel ongewijzigd verwerkt, dit met de bedoeling de
authenticiteit van de inzendingen geen geweld aan te doen. De commissie 'Brabants Heem 50 jaar' dankt de heemkundigen en de heemkundekringen die
meegewerkt hebben aan het verwezenlijken van dit initiatief.
De samenstellers wensen Brabants Heem nog een lang en succesvol bestaan en u, gewaardeerde lezer, veel leesgenot toe.
Namens de commissie '50 jaar Brabants Heem'
Myriam van Moolenbroek-Vogels

In eigen beheer. Drukkerij Papen Waalre;  
 

10. Boeknummer: 00039  
Brabants leven van weleer
Historie -- Brabant, algemeen           (1997)    [Samenstelling Van Geyt e.a.]
Brabants leven van weleer dl I. Foto's en teksten over dorpen in Brabant uit de collecties
L. de Fost Helmond, IKA-Productions, het Breda's Museum en diverse personen en instellingen in Brabant

INHOUD
Achtmaal - Alphen - Bavel - Bosschenhoofd - Chaam - Dorst - Drunen - Dussen - Fijnaart - Gilze

‘s-Gravenmoer - Halsteren - Hilvarenbeek - Hoeven - Hoogerheide - Hulsel - Huybergen - Kaatsheuvel

Klundert - Langeweg - Moerdijk - Moergestel - Nispen - Ossendrecht - Oud-Gastel - Prinsenbeek

Putte - Raamsdonksveer - Riel - Rucphen - Rijen - Rijsbergen - Schijf - Sprang - Sprundel - Stampersgat

Standdaarbuiten - Steenbergen - St. Willebrord - Teteringen - Ulicoten - Waspik - Woensdrecht

Wouw - Wouwse Plantage - Wijk en Aalburg - Zevenbergschenhoek

Van Geyt Productions Ljubljana;  
 

11. Boeknummer: 00069  
Kijk op Noord-Brabant
Historie -- Brabant, algemeen           (1976)    [Redactie Tirion bv]
KIJK OP NOORDBRABANT
met ca. 450 kleurenfoto’s
geeft in woord en beeld een uniek overzicht van een provincie die kan bogen op een fraai natuur-
schoon en een grote culturele rijkdom. Steden als ’s-Hertogenbosch, Breda, Bergen öp Zoom en
Geertruidenberg, maar ook stadjes als Grave, Oosterhout en Heusden en de overal verspreid lig-
gende boerderijdorpjes bewaren een schat van stedelijke eiï landelijke bouwkunst. Monumentale
kerken, raadhuizen, kastelen, torens en vestingwerken, oude gevels en gevelstenen, hofjes,
poortjes en straatjes: Noordbrabant telt ze als weinig andere delen van ons land.

TEN GELEIDE
Lange tijd werd Noordbrabant ‘het donkere zuiden’ genoemd, een arm gebied dat als wingewest van
de Republiek anderhalve eeuw economisch en politiek werd onderdrukt. Door ontginning, verbeterde
landbouwtechnieken en industrialisering groeide Noordbrabant in de 18de en 19de eeuw tot een
provincie met dezelfde welvaart als de andere. Maar ook hier liet de Tweede Wereldoorlog een spoor
van nutteloze verwoestingen achter en het mag een wonder heten dat er nog zoveel bouwkundig
schoons voor vernietiging gespaard is gebleven. De St.-Jan in Den Bosch staat er nog, ook het
Markiezenhof van Bergen op Zoom, na de restauratie nog steeds een van de mooiste paleizen van ons
land, en de Lieve Vrouwekerk van Breda, met haar stad en omgeving beheersende toren.
Natuurlijk heeft de snelgroeiende industrie veel aan het land veranderd. Tal van plattelandsdorpen
groeiden uit tot grote woonkernen met moderne bebouwing en industrieterreinen en natuurgebieden
moesten ruimte maken voor autosnelwegen. Maar het ‘nieuwe’ Brabant komt weer zeer indrukwekkend
tot uiting in een echt Brabantse stad als Eindhoven, waar moderne architectuur een harmonieus geheel
vormt met woon- en winkelcentra. Wie de geschiedenis wil zien zal vooral kunnen genieten in de
binnenstad van Den Bosch of Bergen op Zoom, of ook in historische stadjes als Heusden, Willemstad,
Woudrichem, Grave. Wie een echt Brabants dorp wil zien gaat naar St.-Oedenrode, Oirschot,
Hilvarenbeek, Eersel of Nuenen. In ‘Kijk op Noordbrabant’ zal men hoofdzakelijk de historische
bezienswaardigheden aantreffen. De inleiding geeft een algemeen beeld van de provincie, daarna volgt
een reis langs haar steden en dorpen, met de bedoeling oog te krijgen voor hun ‘grote’ en ‘kleine’
monumenten. Wellicht een aansporing om zelf in Noordbrabant nog meer te ontdekken.

Tirion bv Amsterdam;  
 

12. Boeknummer: 00071  
Geschiedenis van de heerlijkheid Asten
Historie -- Brabant, algemeen           (1994)    [Toine Maas redactie]
Geschiedenis van de heerlijkheid Asten
Woord vooraf
Tussen 1987 en 1990 werd de kasteelruïne van Asten aan een bouwhistorisch onderzoek onder-
worpen. In dezelfde periode onderzochten archeologen het kasteelterrein en de daaromheen
liggende grachten. Dit gecombineerde onderzoek leverde een schat aan gegevens op over de
bouw- en bewoningsgeschiedenis van ‘tHuys tot Asten’. Nadat enkele historici kennis hadden ge-
nomenvan de onderzoeksresultaten ontstond het plan een bundel samen te stellen waarin de bouw,
bloei en ondergang van het kasteel zou worden beschreven.
Al snel bleek dat het boek een veel bredere opzet zou krijgen. Er werd immers gekozen voor
een aanpak waarbij meer bestudeerd werd dan de bouwgeschiedenis van het kasteel. De verschil-
lende onderzoekers wilden uiteindelijk iets te weten komen over het functioneren van het kas-
teel in zijn omgeving waardoor als vanzelf een geschiedenis van de hele heerlijkheid zou ontstaan.
Vandaar dat niet alleen de kasteelruïne maar ook archeologische vondsten, archiefstukken en ico-
nografische bronnen aan een onderzoek werden onderworpen. Door regelmatig met elkaar te
overleggen konden onderzoeksgegevens en meningen worden uitgewisseld. Uitgangspunt was
dat het overleg er toe zou leiden dat een completer beeld ontstond van wat er zich in en rond
‘tHuys tot Asten’ had afgespeeld.
Prof. drs. H.L. Janssen, hoogleraar kastelenkunde aan de Universiteit van Utrecht, onder-
streepte in 1992 het belang van deze - wat hij noemt - integrale methode. In zijn inaugurele
rede die hij in februari van dat jaar uitsprak, stelde hij dat bij werkelijk integraal onderzoek meer
vragen beantwoord kunnen worden dan voorheen. Langs deze weg krijgen het kasteel en zijn
bewoners een plaats in de maatschappij waarbinnen zij functioneren.
Ook in Asten vervulde het kasteel op bestuurlijk, juridisch en economisch terrein een cen-
trumfunctie. De adellijke bezitters bekleedden een vooraanstaande positie binnen het lokale be-
stuur. Dankzij een rijk heerlijkheidsarchief kon worden achterhaald op welke wijze de heren en
vrouwen van Asten hun stempel drukten op het leven in hun heerlijkheid. De heer bezat immers
eeuwenlang rechten in een gebied dat door de huidige gemeentegrenzen van Asten wordt om-
sloten. Bovendien beheerden zij vanuit het kasteel uitgebreide bezittingen waaronder twee
molens en een aantal pachthoeven. De beschrijving van de wijze waarop ze dit deden maakt
duidelijk welke plaats ze in de Astense samenleving innamen en hoe hun relatie met de Aste-
naren was.
Op deze plaats wil het bestuur van de Stichting Geschiedschrijving Asten iedereen bedanken die
op welke wijze dan ook heeft meegeholpen aan de totstandkoming van dit boek. Particulieren en in-
stellingen die fotomateriaal beschikbaar stelden, de leden van Fotokring Beeldhoek, de mensen die
verantwoordelijk waren voor de vormgeving, de archiefmedewerkers en informanten, en niet te
vergeten de makers van de tekeningen en de auteurs. Speciale dank gaat uit naar de sponsors
zonder wie het onmogelijk was geweest het boek in deze vorm uit te geven.
Stichting Geschiedschrijving Asten
Asten, oktober 1994

Stichting Geschiedschrijving Asten;  
 

13. Boeknummer: 00072  
ABC van Stad en Land
Historie -- Brabant, algemeen           (1981)    [Wim Aerts]
VAN STAD EN LAND
Een smakelijk geschreven, royaal geïllustreerde gids als stimulans voor ieder
die wil ontdekken wat er in eigen land nog aan grote en kleine zaken te genieten
en te bewonderen valt.

De in deze uitgave gebundelde reportages werden oorspronkelijk
gepubliceerd in het landelijke personeelsorgaan van de Rabobanken.

Bosch en Keuning nv;  
 

14. Boeknummer: 00092  
Noord-Brabant
Historie -- Brabant, algemeen           (ca. 1980)    [Hans Rooseboom]
Noord-Brabant
Voorwoord
Noord-Brabant: een aantrekkelijke combinatie van een springlevend heden en een rijk verleden. Nergens in de Lage Landen is zo veel gebeurd als in Brabant: het gewest kent
een geschiedenis rijk aan tragiek en schoonheid. En tegelijkertijd is Noord-Brabant, op het breukvlak van de 20e en 21e eeuw, het kloppend hart van de economie van de Benelux.
Het boek dat voor u ligt voert u langs twee sporen door de provincie.
De foto’s zijn het ene spoor. Zij vangen het karakter van Brabant in sprekende beelden.
Ze vertellen op hun eigen wijze het complete verhaal. Over oude steden, groot en klein, knusse dorpen, robuuste kastelen, wijde rivierlandschappen, bossen, vennen en hei-
develden. Dat is Brabant. Daar doorheen vertellen de foto’s het verhaal van bruggen en spoorlijnen, wegen, kanalen en industrie.
Dat is ook Brabant. De fraaiste staaltjes van moderne bouwkunst zijn vertegenwoordigd, met name in het economische hart van Brabant, Eindhoven. Via verhelderende onder-
schriften bij iedere foto profileert het beeld van de provincie zich steeds duidelijker.
Het tweede spoor naar de identiteit van Brabant leidt via de teksten. Die vertellen hoe al die beelden samenhangen. De geschiedenis van Brabant maakt duidelijk
waarom alles er zo uitziet zoals het eruit ziet.
Waarom het zo met Brabant is gelopen zoals het gelopen is.
In het bruisende heden van Brabant is altijd het verleden voelbaar. De Brabantse mentaliteit is een rechtstreeks uitvloeisel van een proces van eeuwen. Levende geschiede-
nis midden in een dynamische actualiteit: zo leert u Brabant uit dit boek kennen.
De uitgever

Scriptum topografie;  
 

15. Boeknummer: 00133  
De ontdekkingstocht door West-Brabant, Baronie en Markiezaat. Kroniek van een millennium
Historie -- Brabant, algemeen           (2001)    [Geert de Bruijn, Frank van den Hoven]
De ontdekkingstocht door West-Brabant, Baronie en Markiezaat

Woord vooraf
Cultuurhistorisch erfgoed is 'in'. Er is de laatste jaren toenemende aandacht voor erfgoed in het beleid van provinciale en lokale overheden. In de toeristische sector is cultuurtoerisme ontdekt
als nieuwe publiekstrekker. Dit heeft alles te maken met een nieuw gegroeid besef dat ons erfgoed, in de zichtbare vorm van monumenten, musea en het landschap, maar ook in de minder
tastbare vorm van bijvoorbeeld veldnamen en historische kennis, een wezenlijke smaakmaker is van het menselijk leven. Voor de persoonlijke en collectieve identiteit van mensen is het belang-
rijk iets te weten van de eigen oorsprong en geschiedenis. We plaatsen onszelf als vanzelfsprekend in tijd en ruimte en daarbij hebben we het cultuurhistorisch erfgoed als markeringspunten
en herinneringsbakens nodig. Zelfs zien we nu opnieuw in dat kennis van dat erfgoed bijdraagt aan de sociale samenhang en de worteling van mensen in de hedendaagse samenleving.
Kijken naar en bezig zijn met cultuurhistorisch erfgoed - of dat nu het bezoeken van een museum is, het fietsen door een historisch landschap, het uitpluizen van de eigen stamboom, of het
verzamelen van foto’s van de eigen woonplaats - is voor veel mensen een aangenaam tijdverdrijf. Maar het is meer: het verleden zoals dat in het heden tot ons komt, is ook een inspiratie-
bron voor de toekomst In de snel veranderende wereld om ons heen hebben we behoefte aan ijkpunten, aan richtpunten die ons helpen de ruimte en de samenleving van de toekomst vorm
te geven. Streekeigen bouwen, aandacht voor historisch gegroeide landschapselementen, het accentueren van het bijzondere of juist het typerende in de gebouwde en onbebouwde om-
geving van stad en dorp: het draagt allemaal bij aan de verwezenlijking van de behoefte van deze tijd aan herkenbaarheid en eigen identiteit Uitgangspunt daarbij moet mijns inziens niet
zijn het zoveelste nostalgische cliché toe te voegen aan het beeld van Brabant, om een benauwde cultuur van ‘ons eigen Brabant’ te creëren of om vernieuwing tegen te houden, maar om
ruimte te bieden aan nieuwe ontwikkelingen en nieuwe groepen In onze samenleving en tegelijk in de toekomst een herkenbaar en leefbaar Brabant te behouden. Dat kost moeite en doet
soms pijn, maar is de moeite waard.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Dit boek stelt zich ten doel de in de loop van de tijd door talloze mensen verzamelde kennis en inzichten omtrent het West-Brabantse landschap, de lokale en streekgeschiedenis en de eigen
cultuur in één boek aan te bieden. Het doorzettingsvermogen en de onbezoldigde inzet van de beide samenstellers verdienen alle lof. Zij hebben heel goed gezien dat popularisering (In de
goede zin van het woord] van deze kennis een voorwaarde Is voor een zinvolle beleving van het cultuurhistorisch erfgoed door middel van cultuurtoerisme. Beleving leidt tot waardering en
waardering weer tot behoud. Hoe meer mensen actief deelnemen aan de beleving van het erfgoed, des te breder het draagvlak voor duurzaam behoud ervan. Ik feliciteer West-Brabant van
harte met dit boek, waarmee een belangrijke stap op die weg wordt gezet
Prof. dr. Arnoud-Jan Bijsterveld
bijzonder hoogleraar ‘Cultuur in Brabant*
aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg


Voorwoord
De laatste jaren is er in deze streek heel veel gebeurd op infrastructureel en (agroltoeristisch gebied. Wij noemen de belangrijkste: de aanleg van de Hogesnelheidslijn1 (HSL) die nogal wat
aanricht in het landschap. De aanleg van vele nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen. En gelukkig ook de ontwikkeling van nieuwe natuur, al dan niet opgelegd als compensatie voor
de hiervoor genoemde infrastructurele werken. Verder zijn er initiatieven genomen in het kader van plattelandsvernieuwing, met name op het gebied van bezienswaardigheden, evenemen-
ten en verblijfsaccommodaties. Veel van deze informatie is alleen lokaal bekend. Wij vinden dat zonde. Graag willen wij een breder publiek uit de regio - maar uiteraard ook daarbuiten - laten
kennismaken met het boeiende landschap van Baronie en Markiezaat Hiermee denken wij aan te tonen dat u helemaal niet naar het buitenland op vakantie hoeft om interessante
bezienswaardigheden te zien. Er liggen er duizenden bij u vlak om de hoek! Maar dat moetje dan wel even weten...
Wij beschouwden het als een uitdaging om de lawine van lokale gegevens, voor een deel al bijeenvergaard door tal van Instanties en personen, te verwerken tot één bondig, historisch verant-
woord en toch vlot leesbaar geheel. De circa duizend bijzondere, oude maar vaak ook zeer actuele illustraties zullen zeker aan de leesbaarheid bijdragen, opdat u zich ook letterlijk een beeld van
de beschreven onderwerpen kunt vormen.

Lokale heemkunde
Wij beschouwen deze uitgave, qua uitgebreidheid van de achtergrondinformatie. als een 'middenklasser. Daarmee bedoelen wij dat het veel uitgebreider is dan een boek over heel Nederland,
maar dat het veel minder uitgebreid is dan boeken over één plaats, zoals die met name door de heemkundekringen worden vervaardigd. Wij willen met dit boek een samenvatting van de
geschiedenis en bezienswaardigheden van heel West-Brabant onder de aandacht van mensen brengen, van binnen én buiten de regio. Onder meer door zo veel mogelijk wetenswaardigheden
over vrijwel alle topografische locaties van deze streek zo uitgebreid mogelijk, maar binnen de beperkingen van een eendelig werk toch nog steeds globaal, te beschrijven. Oftewel, ook dit
boek laat u nog maar het topje van de ijsberg zien. Er staat heel veel in, maar er staat ook heel veel niét in.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Eén van de doelen van dit boek is ook om hetgeen door de lokale heemkundekringen op cultuurhistorisch gebied wordt gepresteerd bredere, regionale en landelijke, bekendheid te geven.
De 'voorbeelden van hun kunnen’, die wij door samenvattingen uit een deel van hun publicaties hebben weergegeven, tonen aan dat zij dat verdienen. Dit conform de uitspraak: -Kennis telt pas
als het in de hoofden, de harten en de handen van de mensen zit, aldus voormalig minister van Onderwijs Jo Ritzen bij de eerste editie van de Wageningse Kennisdagen in 19982. Oftewel,
met ons allen weten wij heel veel, maar het is de uitdaging om de, in ons geval cultuurhistorische en toeristische, wetenswaardigheden die door lokale of thematische vakmensen zijn ver-
gaard, onder een zo breed mogelijk publiek te verspreiden.
Het Is immers zonde als al die kennis en kunde alleen lokaal blijft ‘hangen’. De meeste heemkundige publicaties worden namelijk alleen onder de leden en een beperkte kring derden verspreid.

Is uw interesse voor een bepaalde plaats gewekt en wilt u daar nóg meer over weten, dan kunnen wij u het lidmaatschap van een heemkundekring van harte aanraden. Zij hebben de taak op
zich genomen de geschiedkundige details van hun omgeving nog verder uit te werken en hier door onder meer boeken, tijdschriften, lezingen en tentoonstellingen, bekendheid aan te geven.
Bij iedere plaats staat vermeld of er een dergelijke vereniging is.

Dit boek zal hopelijk ook een bron van inspiratie zijn voor de lokale historici, om een aantal onderwerpen verder uit te zoeken; van nog lang niet alle buurtschappen, veldnamen en wateren is
bekend wanneer en waarom zij zijn ontstaan, waarom zij eventueel niet meer bestaan, waar de naam vandaan komt et cetera.
Hier ligt dus nog een schone taak te wachten...

De informatie in het boek Is veelzijdig; geschiedenis, topografie, cultuur, folklore, toerisme, infrastructuur, natuur en milieu; het komt allemaal aan bod. Per object is de achtergrondinformatie
verschillend. Zo vermelden wij bij buurtschappen, landgoederen en forten vaak de bijzondere flora en fauna die er voorkomt, en dan gaat het dus niet zozeer over de objecten zelf. Dit hebben
wij vooral gedaan om het belang van dit soort objecten voor ons landschap In bredere zin onder de aandacht te brengen.
Buurtschappen, oude landgoederen en forten zijn, juist vanwege hun vaak ‘beschutte’ ligging, van groot belang voor natuur en milieu, en vervullen niet zelden een rol in de Ecologische
Hoofdstructuur (recent beleid van het Rijk, dat streeft naar grotere aaneengesloten natuurgebieden. Zie voor verdere toelichting de verklarende woordenlijst.


Uitg. Filatop (F.v.d.Hoven) Leerdam;  
 

16. Boeknummer: 00157  
Noord-Brabants Historisch Jaarboek 1990. Deel 7
Historie -- Brabant, algemeen           (1990)    [Os J.D.J. van e.a.]
Noord-Brabants Historisch Jaarboek 1990

Ten geleide
In deel 7 van het Noordbrabants Historisch Jaarboek dat nu voor u ligt, valt de nadruk op aspecten van de Noordbrabantse geschiedenis uit de negentiende eeuw.
Dit was geen redactionele opzet maar een gevolg van de grote belangstelling voor deze periode toen onze provincie volwaardig en als politieke eenheid voor het
voetlicht trad. En nu 1990 op de omslag van dit nieuwe deel staat, realiseren we ons dat de negentiende eeuw ook voor historici niet meer zo ‘contemporain’
klinkt als het dat deed toen prof, dr J.D.M. Cornelissen in 1945 zijn nieuw aangekomen schare jonge geschiedenisstudenten afried een scriptiethema te kiezen
uit een tijdvak na 1813, want, zo zei hij, over faits et gestes die zo dicht bij ons liggen kunnen we nog niet objectief oordelen.
De vervlechting van naamkunde en geschiedenis vindt u terug in het artikel van Chr. Buiks over Veldnamen en landbouwgeschiedenis in de Baronie
van Breda. Over de Tiendaagse Veldtocht zijn boeken volgeschreven, maar is hij wel eens ooit bekeken uit het bed van een gewonde militair? Dat doet
M. Portegies, die daarmee ook een stuk geschiedenis van de gezondheidszorg schrijft. Het welslagen van deze opstand had tot gevolg dat er dwars
door de Kempen een landgrens kwam te lopen en dat een inwoner van Lommel ineens een buitenlander werd voor een ingezetene van Budel. Een aantal
mensen trachtte daar munt uit te slaan. J. van Eijndhoven heeft het over hen.
Slechts langzaamaan kwam in de van het culturele moederland afgescheiden provincie Noord-Brabant een laag van maatschappelijk en cultureel
geïnteresseerde inwoners bovendrijven. Zij verenigden zich op instigatie van gouverneur Van den Bogaerde van ter Brugge in het Provinciaal Genootschap
van Kunsten en Wetenschappen. De eerste vijftig jaren van deze vereniging beschrijven de beide jonge Waalwijkse historici Van Oss en Rosendaal.
Een van de leden was de Bossche advocaat Jan Baptist van Son, de eerste katholieke minister die ons land kende. Over hem schrijft J. van Miert.
Van Son leefde in een tijd dat tal van congregaties voor vrouwelijke en mannelijke religieuzen het licht zagen, met name binnen de grenzen van de
apostolische vicariaten — na 1853 bisdommen — Breda en ’s-Hertogenbosch.
Dat stichtingen van deze aard niet zo gemakkelijk konden worden gerealiseerd als velen nu wel eens denken, blijkt uit de studie van J. van Vugt over
de broeders van Oudenbosch. Over de wijze waarop religieuze vorming van en kennisoverdracht bij de jeugd ter hand werd genomen, informeren ons
D. Verhoeven en M. van Hees.

klik op de pijlpunt links voor het volledige Ten geleide

Ook in dit deel krijgen jonge veelbelovende geschiedschrijvers kansen.
Een historicus die aan de vorming van deze generatie bijdraagt, is prof, dr Paul Klep van de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Vanaf deel IX der
Varia Historica Brabantica, in 1980 verschenen, tot en met deel 6 van het uit de Varia voortgekomen Noordbrabants Historisch Jaarboek dat in 1989
verscheen, heeft hij als lid van de redactie meegewerkt aan negen delen en wel op een zeer betrokken en zeer deskundige wijze. Zijn oordeel was
kritisch maar nooit afbrekend. In de Kroniek, waarmee vanaf 1982 deel XI van de Varia werd uitgebreid, nam hij een groot aandeel. Zijn opname in de
redactie van de Bijdragen en Mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden en de grote druk op hem binnen de vakgroep brachten hem er
toe zijn functie neer te leggen. Hem past grote dank voor zijn inspirerend lidmaatschap gedurende de jaren tachtig.
Ook van een ander redactielid moeten we afscheid nemen, i.c. de heer Jan van Mosselveld, die vanaf deel VI van de Varia Historica Brabantica aan het
redactieberaad deelnam. Zijn betekenis lag in het aanreiken van ideeën door zijn contacten met het veld. Sinds hij met ingang van 1 januari 1988 zijn
functies van gemeentearchivaris van Bergen op Zoom en directeur van Het Markiezenhof heeft neergelegd, verminderden deze contacten. Ook op het
terrein van de geschiedschrijving gaan de ontwikkelingen zoveel sneller als tien, twintig jaar geleden. De heer Van Mosselveld achtte het om die reden
beter zijn zetel ter beschikking te stellen, een besluit dat de redactie onder grote dankzegging voor bewezen diensten respecteert.
Zowel prof. Klep als de heer Van Mosselveld dragen voor de inhoud van dit nieuwe jaarboek geen verantwoordelijkheid meer. Dat doen beide nieuwe
redactieleden mevrouw drs Geertrui van Synghel en dr L. Bots. Mevrouw Van Synghel, alumna van de universiteit van Gent en medewerkster aan het
Oorkondenboek van Noord-Brabant, versterkt binnen de redactie de deskundigheid op het gebied van de mediaevistiek. Dr L. Bots, universitair
hoofddocent binnen de vakgroep economische en sociale geschiedenis van de Nijmeegse universiteit, vult de leemte op die door het vertrek van prof.
Klep anders zou zijn ontstaan. De redactie heeft reeds bemerkt hoezeer zij beiden zich er voor inzetten het jaarboek wetenschappelijk te dragen. Het
is van het grootste belang dat een provincie, die gekenmerkt wordt door een overdadige maar ook versnipperde aandacht van de geschiedenis, met dit
jaarboek een eigen gezicht behoudt naast de andere provincies waarin de splitsing van de belangstelling naar de regio toe minder desintegrerend heeft gewerkt.
Aan deze integratie werken het Noordbrabants Genootschap, dat de afname van een groot aantal exemplaren garandeert, en de stichting Brabantse
Regionale Geschiedbeoefening. Hoe mevrouw drs Annemiek van der Veen van deze stichting het klaarspeelt om naast haar gewone arbeid en de uitwerking
van haar vele andere initiatieven ook als secretaris dit jaarboek op de plank te brengen en de eerste contacten te onderhouden met redactieleden
en schrijvers, is mij ten enenmale een raadsel. Een hartelijk dankwoord is mij eigenlijk te mager, maar meer heb ik niet.
Namens de redactie,
dr L. Pirenne, voorzitter


Stichting voor Brabantse Regionale Geschiedbeoefening;  
 

17. Boeknummer: 00158  
Noord-Brabants Historisch Jaarboek 1991. Deel 8
Historie -- Brabant, algemeen           (1991)    [Th. Verhoeve e.a.]
Noord-Brabants Historisch Jaarboek 1991. Deel 8

Ten geleide
In de tijd van de Verlichting zo tussen 1750 en 1850 trachtten pas opgerichte academies en wetenschappelijke verenigingen ook in de Nederlanden het onderzoek
te stimuleren door prijsvragen. Dat deed ook vanaf den beginne het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant.
Tijdens de oprichtingsvergadering van 8 maart 1837 werden niet minder dan vier prijsvragen uitgeschreven, die respectievelijk betrekking hadden op:
- ziekten in samenhang met leefwijzen;
- de ontwikkeling van de landbouw;
- de ontginningen getoetst aan de inzichten van het fysiocratisme van de voorafgaande vijftig jaren;
- de geschiedenis van Neder-Lotharingen in het algemeen en van Noord-Brabant in het bijzonder.
In 1865 besloot het bestuur van het Genootschap te stoppen met deze prijsvragen omdat de response teleurstelde en de kwaliteit van de spaarzame inzendingen tegenviel
al moet een uitzondering worden gemaakt m.b.t. de prijsvraag van 1853 voor een plan van herstelling van de St. Janskathedraal te ’s-Hertogenbosch, die in feite
de aanzet is geweest tot de grote restauratie - de eerste van deze aard en omvang in ons land - van dit prachtige gothische kerkgebouw.
De laatste jaren is er een nieuwe hausse ontstaan in het organiseren van concoursen, het uitschrijven van prijsvragen en het toekennen van wat we in goed Nederlands
‘awards’ noemen. Ook het Noordbrabants Genootschap nam na een en een kwart eeuw de draad weer op door het instellen van een Brabantse prijs voor geschiedschrijving.
Het bestuur nam contact op het de redactie van het Noordbrabants Historisch Jaarboek, die bereid bleek als jury op te treden. Na enig onderhandelen werd
overeengekomen, dat het ene jaar de beste inzendingen zouden worden gepubliceerd in het Jaarboek, dat an et karakter zou krijgen van een themanummer, terwijl het
jaar daarop een vrij nummer zou worden uitgegeven. Het bestuur hoopte de belangsteling voor het Jaarboek te stimuleren door een thematiek. De redactie van
haar kant twijfelde aan de haalbaarheid van themanummers bij handhaving van de kwaliteit.
klik op de pijlpunt links voor het volledige Ten geleide


In onderling beraad werd voor deel 8 gekozen voor het thema ‘Onderwijs in Noord-Brabant na 1648’. De eerste toezeggingen waren zowel in aantal als in omschrijving
van het deelthema veelbelovend. Bij de sluiting van de inzendtermijn bleken helaas slechts drie studies te zijn binnengekomen. Zij werden binnen de redactie
gewetensvol gewogen. Eén moest afvallen wegens een te lokale strekking en een ruim overschrijden van de terminus ante quem non.
De beide andere studies worden in het voor U liggende deel gepubliceerd maar leveren gezamenlijk geen themanummer op. In het Jaarboek vindt U verder een studie van
drs P. Toebak over ‘De ‘religieuze’ tegenstelling tussen stad en platteland in westelijk Noord-Brabant en de Noordantwerpse Kempen, 1580-1610’, van mr B. Jacobs en
drs Th. Bosman over ‘Mededogen of straf? De gevolgen van een Bergeijkse kraambedpsychose in de achttiende eeuw’ en de resultaten van een gericht onderzoek door
drs R. de Jong naar ‘Achtergronden en gevolgen van de conservatief-katholieke verkiezingssuccessen in Breda rond 1870’.
Met de verzorging van deel 8 neemt tot grote spijt van de redactie mevrouw drs A. M. D. van der Veen afscheid van het Jaarboek en van het werk als directeur van de
stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening door haar vertrek naar Huis Bergh in ’s-Heerenberg. Vanaf deel 3 heeft zij de zwaarste last gedragen in de contacten
met de auteurs, met de drukker en met de voor de uitgave tekenende instanties. Haar past grote dank voor haar creatieve inzet niet alleen voor het Jaarboek maar voor
alle activiteiten van de stichting BRG, voor de coördinatie in deze provincie van cursussen oudschrift en regionale geschiedbeoefening, voor de contactbijeenkomsten
naar tijdperk van promovendi op het terrein van de (Noord)brabantse geschiedenis, voor haar begeleiding met name van het Meierij-project van de sectie geschiedenis
van de Rijksuniversiteit Utrecht en voor vele andere initiatieven van achter de schermen van het druk bespeelde toneel van het historisch bedrijf in deze provincie.
Namens de redactie,
dr L. Pirenne, voorzitter


Stichting voor Brabantse Regionale Geschiedbeoefening;  
 

18. Boeknummer: 00159  
Noord-Brabants Historisch Jaarboek 1992. Deel 9
Historie -- Brabant, algemeen           (1992)    [Rosendaal J. e.a.]
Noord-Brabants Historisch Jaarboek 1992. Deel 9

Ten geleide
De incubatietijd van het negende Noordbrabants Historisch Jaarboek is langer geweest dan de redactie lief was. Het is voor de auteurs niet gemakkelijk studies,
waarin veel tijd en energie zijn geïnvesteerd, zo samen te vatten dat ze passen. De redactie waakt er immers voor, dat het Jaarboek geen bundel met een klein aantal
relatief omvangrijke monografieën wordt.
De zeven studies die u hier aantreft, zijn gespreid in tijd en naar onderwerp. Overleg met de redacties van de in westelijk Noord-Brabant verschijnende jaarboeken
lijkt gewenst om af en toe een qua techniek en wijze van behandeling belangrijk artikel middels het Noordbrabants Historisch Jaarboek een wijdere wetenschappelijke
spreiding te geven. Thans blijven zij soms te veel in de regio verborgen.
Over het onderwijs als (in dit geval) reformatorisch strijdwapen, schrijft J. Rosendaal aan de hand van het Latijns onderwijs te Heusden.
De deconfiture van de Hanzebank te ’s-Hertogenbosch in 1923 leidde tot hoge golven in de pers en in kringen van middenstand en kleinbedrijf in oostelijk Noord-Brabant.
P. Dekkers beschrijft het wel en wee van deze onderneming.
J. van den Eijnde beschrijft de rol van de in 1909 in Tilburg geboren en in 1974 te Oisterwijk gestorven politicus Joan Willems, die na de oorlog landelijk een
belangrijke rol heeft gespeeld als doorbraakfiguur binnen het katholieke kamp, maar die in tal van functies, waaronder het lidmaatschap van het college van Gedeputeerde
Staten in de vier jaren vóór zijn overlijden, heeft geijverd voor de cultuur in Noord-Brabant.
G. van Synghel, lid van de redactie, wijdt aandacht aan een nieuw fragment van de rijmbijbel van Jacob van Maerlant, dat werd gevonden in de kaft van een cijnsboek uit
het archief van de rentmeester-generaal der domeinen in Stad en Meierij van ’s-Hertogenbosch, berustend op het Rijksarchief aldaar. Het lijkt niet onwaarschijnlijk, dat
het manuscript, waaruit het afkomstig is, deel heeft uitgemaakt van een Brabantse collectie en wellicht zelfs in een Brabants scriptorium is vervaardigd.
De uitdagende titel ‘Militarisme en Seksisme te ’s-Hertogenbosch in het begin van de moderne tijd’ vraagt om een toelichting. Moderne tijd moet hier verstaan worden
volgens het spraakgebruik van historici, die het begin van de zestiende eeuw zien als een ontluikende nieuwe tijd. Het artikel beschrijft enerzijds de rol van
’s-Hertogenbosch in de Gelderse oorlogen, met name het gebruik van het geschut, anderzijds de symboliek waarvan men zich bediende om zijn visie op de vrouw te geven.
Men uitte deze visie aldus L. Adriaenssen - ondermeer via de benaming van de kanonnen.

klik op de pijlpunt links voor het volledige Ten geleide


Het is ongetwijfeld een origineel, sprankelend, verfrissend en goed geschreven artikel dat veel leesplezier zal verschaffen al zal het zeker ook opzien baren en misschien
wel ‘Hineininterpretierung’ als kritiek krijgen.
De enorme uitgroei van Eindhoven in de jaren twintig van deze eeuw leidde tot spanningen en tot een overspanning van de bouwmarkt. Th. Cuijpers licht dit toe aan het
voorbeeld van de wijk Tivoli, uit de Geldropse boedel naar Eindhoven overgeheveld.
Het opstel “s-Hertogenbosch, terug naar de bronnen’ tenslotte, van de Brusselse historicus F.W. Steurs is de schriftelijkc neerslag van een lezing, die hij op 20 september
1991 in de collegezaal van het Rijksarchief in Noord-Brabant heeft gehouden bij de aanbieding van de bundel Middeleeuwen in beweging. Hij gaat daarbij nader in op de
stichting en verwerving van stadsrechten van ’s-Hertogenbosch, die naar de mening van de aan de Universiteit van Antwerpen verbonden hoogleraar R. van Uytven tien jaar
later heeft plaats gehad dan tot nu toe in het algemeen werd aangenomen.
De formele relatie van het jaarboek met het Noordbrabants Genootschap zal na het verschijnen van dit deel worden afgebouwd. De redactie ervaart hierover spijt, mede gezien
de grote rol, die dit Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen vanaf zijn oprichting in 1838 heeft gespeeld op het terrein van de bevordering van de kennis van
het Noordbrabants verleden. Zij hoopt dat het genootschap in zijn koersverlegging naar cultuurbehartiging in algemene zin succesvol mag zijn en vele Brabanders kan
binden. Met de uit de Historische Sectie van het genootschap voortgekomen Historische Vereniging Brabant zijn de banden inmiddels nauwer aangehaald.
Aan dit deel werkte de nieuwe directeur van de Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening drs J.A.F.M. van Oudheusden intensief mee als redactiesecretaris.
Mevrouw drs Th. de Wit-Bosman, die vanaf 1980 deel heeft uitgemaakt van de redactie en op deze wijze met inbegrip van de drie laatste delen van de Varia Historica
Brabantica twaalf jaarboeken mee ten doop heeft gehouden, zal de redactie verlaten vanwege vertrek binnen afzienbare tijd naar het buitenland. Haar kritische instelling
kende niet alleen maat, maar was tevens vruchtbaar voor behoud van het wetenschappelijk peil. De redactie is haar veel dank verschuldigd.
Haar plaats zal worden ingenomen door mevrouw mr B. Jacobs, waardoor de band met de vakgroep rechtsgeschiedenis van de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg bestendigd blijft.
Namens de redactie,
dr L. Pirenne,
voorzitter


Stichting voor Brabantse Regionale Geschiedbeoefening;  
 

19. Boeknummer: 00160  
Brabant bestaat niet. Fotoboek. Joyce van Belkom, Korrie Besems, Piet den Blanken, Jos Lammers
Historie -- Brabant, algemeen           (2006)    [A.J. Bijsterveld A.J., Zoete H. e.a.]
Brabant bestaat niet

Brabant bestaat niet
Brabant zoals het in de hoofden van veel mensen nog leeft, bestaat niet. De provincie waar het landelijke en gemoedelijke de boventoon
voeren, waar het boerenbedrijf nog de drager is van de economie en waar de foto’s van Martien Coppens, weliswaar met enige aanpassing,
nog model voor zouden kunnen staan, bestaat niet meer. Het is de vraag, of dit romantische cliché ooit echt heeft bestaan, maar zeker
is, dat het nu geen realiteit meer is.
De westerse wereld gaat er bijna overal hetzelfde uitzien. Binnensteden worden gedomineerd door identieke gebouwen.
Warenhuisketens bepalen in de huiskamers en tuinen het beeld. Op allerlei plekken rukken de grote en middelgrote steden het landschap
in met voorspelbare of minder voorspelbare, bijna surrealistisch aandoende vinexlocaties.
Dorpen transformeren tot regiokernen met een autoloos winkelcentrum en een ringweg. Of ze raken alle voorzieningen en sociale
samenhang kwijt en verdorren tot geïsoleerde luxe slaapplekken. Tussen de zogenaamde regiokernen expanderen de bedrijventerreinen.
Wat eens land of tuinbouw was, is nu onderdeel van een groot industrieel complex.
Ook in Brabant identificeren jongeren zich met allerlei internationale muziekstromingen en subculturen.
Via internet communiceren ze met elkaar ver buiten de grenzen en oriënteren ze zich op levensstijlen en opvattingen over heel de wereld.
Op allerhande manieren en via de diverse media worden ze voortdurend geconfronteerd met een gigantische draaikolk van invloeden.
Eén grote, urbane en mondiale cultuur.
Een fotoproject
Ergens op een mooie zondagmiddag in de zomer van 2004 bedachten Jos Lammers en Piet den Blanken dat het geen slecht idee zou zijn,
om samen met andere fotografen uit Noord-Brabant te werken aan één project. Fotograferen is een eenzaam vak. Kans op reflectie is er
nauwelijks en de mogelijkheid om elkaar te stimuleren doet zich zelden voor. Na ruggespraak met Hans Zoete werden Joyce van Belkom
en Korrie Besems benaderd. Er werd een plan geboren: Brabant Bestaat Niet, een visueel onderzoek naar de vermeende identiteit van
Brabant.
Vier fotografen, met ieder een eigen invalshoek en een duidelijk eigen visie en signatuur, werkten van dat moment af samen
aan een reizende tentoonstelling en een fotoboek over de verandering van een voornamelijk agrarische provincie in een gebied waar
verstedelijking, industrialisering en technologie om de voorrang vechten.

Stichting Per Se;  
 

20. Boeknummer: 00162  
Markant West-Brabant
Historie -- Brabant, algemeen           (1981)    [Maurits van Rooijen]
Markant West-Brabant

Aan het begin van dit boek over historisch West-Brabant wilde ik graag een paar regels ter verduidelijking neerschrijven. Sommige historici spreken graag
over de grote ontwikkelingen en systemen in de geschiedenis. Anderen zeggen echter dat geschiedenis mensen-werk is. Ze verwijten anderen te theoretisch,
teveel van boven af, bezig te zijn. Ik meen dat zoals zo vaak de waarheid in het midden ligt. In dit boek ben ik echter toch van de opvatting uitgegaan dat ge-
schiedenis inderdaad mensenwerk is. Ik heb getracht naar de mensen achter het verleden te zoeken. Dat zijn de mensen die onze streek van vaak zeer markante
monumenten hebben voorzien. Via ongeveer zeventig verhalen leert de lezer wat meer van de historie van zijn woonomgeving kennen.
Mijn tweede 'doelstelling' heeft te maken met het idee dat geschiedenis niet iets is dat voorbij is, maar juist iets dat nog deel uitmaakt van de alledaagse
werkelijkheid. Wanneer we om ons heen kijken dan zien we dat verleden. Dit boek toont via vele voorbeelden dat ook in West-Brabant de historie nog in
levende lijve aanwezig is.
Uit het voorafgaande volgt dat geschiedenis meer is dan alleen 'boekenwijsheid'. Het noodt u uit om het te gaan bekijken, ervaren, ontdekken. Met auto,
fiets of te voet kunt u al rondkijkend teruggaan in het verleden. Dit boek probeert u hierbij verhalenderwijs behulpzaam te zijn.
Ik hoop dat ik u kan overtuigen hoe leuk een bezoek - geestelijk of lichamelijk - aan het verleden kan zijn en hoop ook dat de historie in al zijn vormen
daardoor verdiende waardering krijgt. Daar heeft het immers nog wel eens aan ontbroken.
Wat dit boek niet beoogt is een vergroting van de wetenschappelijk historische kennis over West-Brabant. Die pretentie heeft het nadrukkelijk
niet. Getracht werd wel een voor iedereen leesbaar boek te schrijven dat een groot aantal voorbeelden geeft van de ons dagelijks omringende cultuur.
Bij het schrijven van dit boek heb ik van velen hulp gehad, die ik hierbij graag wil bedanken. Op de eerste plaats mijn lieve Brigitte, die vaak veel geduld
moest hebben; en niet te vergeten bedankt beste briefschrijvers. Van uw aanvullingen en/of verbeteringen heb ik dankbaar gebruik gemaakt. En sorry
als ik nog ergens zo nu en dan een historisch steekje heb mogen laten vallen.
Bedankt voor de medewerking beste archiefdiensten en voor de (onvrijwillige) medewerking van vele publicisten-historici. En bedankt ook allen die mij
mondeling veel interessante stof ter beschikking stelden.
Wie ik zeker niet mag vergeten zijn mijn beste vrienden bij het Stadsblad, waarmee ik vijf jaar van de twintig dat de krant nu precies bestaat, met groot
genoegen heb samengewerkt. En tenslotte de groeten aan mijn vrienden te Breda, met name Dré, Jeroen en Geert die me soms vergezeld hebben op mijn
tochten door het Westbrabantse land.
Goed, en dan nu over naar het eerste verhaal. In het gemeentehuis van Ossendrecht viel mijn oog op een vitrine waarin een paar, naar het leek,
poppekleertjes tentoongesteld lagen. Het bleek een erfenis te zijn van prinses Pauline. Wie prinses Pauline was? Wel, zie ommezijde......

Boekhandel Gianotten Breda;  
 

21. Boeknummer: 00195  
Zundert-Rijsbergen
Historie -- Brabant, algemeen           (1991)    [Herman Dirven]
Zundert & Rijsbergen

pag. 5 Het mooie land aan weerszijden van de Aa of Weerijs
pag. 11 Groot en Klein Zundert, groeiend naar één dorp
pag. 33 De Hoge Heerlijkheid Wernhout
pag. 39 Achtmaal en het land van de Turfvaarten
pag. 47 Rijsbergen, het dorp en zijn omgeving
pag. 61 Werken op Hazeldonk, in Rijsbergen en in Zundert
pag. 69 Schutterijen: gilden-traditie en sport-kampioenschap
pag. 75 Kunst, Kuituur en Ontspanning in Zundert en Rijsbergen
pag. 79 Zundertse en Rijsbergse cijfers, feiten en literatuur

Stichting Basis Publika;  
 

22. Boeknummer: 00198  
Etten-Leur
Historie -- Brabant, algemeen           (1991)    [Herman Dirven]
Etten-Leur

pag. 5 Etten-Leur, één gemeente, één gemeenschap.
pag. 11 Van de Moederlinde op de Markt naar de Nobelaer.
pag. 29 Met de Turfschipper naar de Leurse Haven.
pag. 43 Het Oude hof en Winkelcentrum en de Bisschop-molenaar
pag. 51 Het Buitengebied van Etten-Leur ’n bonte verscheidenheid.
pag. 65 Werken in Zwartenberg en op de Vosdonk.
pag. 75 Gezellig winkelen en uitgaan in Etten-Leur.
pag. 77 Kunst en Kultuur in Etten-Leur.
pag. 79 Feiten, cijfers en litteratuur van en over Etten-Leur.

Stichting Basis Publika;  
 

23. Boeknummer: 00199  
Baarle en Alphen
Historie -- Brabant, algemeen           (1992)    [Herman Dirven]
Baarle en Alphen

pag. 5 Het Heerlijke Baarle en het Zalige Alphen
pag. 15 Baarle Hertog en Nassau : één dorp - twee gemeenten
pag. 31 Alphen, het dorp van Sint Willibrordus
pag. 41 Riel, oude banden met Hilvarenbeek en Alphen
pag. 47 Ulicoten met zijn prachtige Buitengebied
pag. 51 Castelré, aan alle kanten een Belgische grens
pag. 55 Zondereigen en Baarle-Grens: begin van Mark en Donge
pag. 59 Heemkunde, Musea, Kunst en Schutters in Baarle en Alphen
pag. 61 Baarle Nassau, Hertog en Alphen-Riel in cijfers, jaartallen en literatuur

Stichting Basis Publika;  
 

24. Boeknummer: 00200  
Bavel, Ulvenhout, Galder, Strijbeek en Chaam
Historie -- Brabant, algemeen           (1992)    [Herman Dirven]
Bavel, Ulvenhout, Galder, Strijbeek en Chaam

pag. 5 Nieuw-Ginneken en Chaam een park ten zuiden van Breda
pag. 13 Bavel, een zeer oude parochie en uiterst gezellig dorp
pag. 31 Ulvenhout, van klein gehucht tot mooie buitenplaats
pag. 39 Galder en Strijbeek, al eeuwenlang een grens
pag. 45 Chaam, een dorp en gemeente met een eigen gezicht
pag. 57 Het grote buitengebied tussen de dorpskommen
pag. 59 Even speciale aandacht voor de Gezondheidszorg
pag. 61 Het karakter van deze Groene Gemeenten
pag 63 Nieuw-Ginneken en Chaam incijfers, jaartallen en literatuur

Stichting Basis Publika;  
 

25. Boeknummer: 00201  
Klundert en Zevenbergen
Historie -- Brabant, algemeen           (1992)    [Herman Dirven]
Klundert en Zevenbergen

pag. 5 Het Land en het water onder en boven de Moerdijk
pag. 11 De stad Klundert, vroeger Niervaart en de Overdraghe
pag. 23 Zevenbergen, stad van zout en suiker
pag. 45 ’n Zeemeermin, postmeester en kostschool te Zevenbergen
pag. 53 Zonzeel, tussen Langeweg en Zevenbergschen Hoek
pag. 63 Moerdijk en Roodevaart, kleine havens aan groot water
pag. 67 Het industrieterrein Moerdijk aan ’t Hollands Diep
pag. 71 Karakter, Kunst en Kuituur van dit vlakke land
pag. 79 Cijfers, korte historie en literatuur

Stichting Basis Publika;  
 

26. Boeknummer: 00202  
Zundert en Woord en Prent
Historie -- Brabant, algemeen           (1997)    [Herman Dirven]
Zundert en Woord en Prent

INLEIDING
ZUNDERT in deze tweede uitgave van BASIS-PUBLIKA.
De Stichting Basis verzorgt al acht jaren vele publikaties ter bevordering
van een betere kennis van eigen omgeving, zoals Uw eigen stad of dorp.
Deze city-marketing wordt gesteund door het bedrijfsleven, de gemeenten
en vele anderen. Deze uitgave van 'Zundert in Woord en Prent' werd
mogelijk door grondige wetenschappelijke aanpak van Basis-Publika.
zoals ook de eerste uitgave in 1991 van 'Zundert en Rijsbergen'.
Toen werd ingegaan op de geschiedenis van de twee nog bestaande
gemeenten, het bloemencorso en de schutters(gilden). Ook werden in die
uitgave de vijf kerkdorpen afzonderlijk bekeken. In deze tweede uitgave
willen we U Zundert in zijn nieuwe vergrote vorm voorstellen in drie
hoofdstukken: I. Karakteristiek van Zundert
II. Profielschets van Zundert
III. Werkgelegenheid in Zundert
Van Dirk Verrijk zijn 23 tekeningen opgenomen. Hij maakte deze ter plaat-
se in of rond het jaar 1777, dus 220 jaar geleden in Zundert, Wernhout en
Rijsbergen. De tekening op het middelblad is uit 1831 van Daniël Gevers
van Endegeest. De aquarellen op het omslag zijn van de kunstenaar Pierre
van Lit.

Stichting Basis Publika;  
 

27. Boeknummer: 00203  
H.H.J. Maas tussen Venray en Eindhoven. Turfjesserie 7
Historie -- Brabant, algemeen           (1977)    [dr. J.P.A. van den Dam]
H.H.J. Maas tussen Venray en Eindhoven.

Elke mens wordt geboren om dood te gaan. Elke mens wordt ergens
geboren om dood te gaan. Herman Maas kwam in Venray ter wereld
om in Eindhoven te sterven.
Hij heeft meer dan tachtig jaar de tijd gehad om zover te komen. De
meeste mensen hebben die ’ruimte’ niet. De meeste mensen hebben
ook niet het vooruitzicht, dat na hun overlijden anders dan in de klei-
ne kring over hen gesproken wordt. De meeste mensen leven korter en
baren geen opzien.
Herman Maas leefde lang en baarde minstens zoveel opzien, dat ter
gelegenheid van zijn honderdste geboortedag een echte levensbe-
schrijving van hem werd uitgegeven.
Als een van de vaders van deze biografie zou ik nu kunnen volstaan
met het geven van een samenvatting van het door Jan Lucassen en
mij geschreven boek. Met een dergelijke activiteit zou zonder enige
moeite een avondvullend programma te realiseren zijn geweest. Door
zo te handelen zou ik echter mijzelf, en niet minder enkele andere
aanwezigen, die bij het totstandkomen van het boek over Maas be-
trokken zijn geweest, geen plezier doen. Wij zouden teveel herinnerd
worden aan het moeizame proces, waarvan het bock de vrucht was.
Ik wil deze lezing daarom anders opbouwen door af te stappen van
het chronologische en gebruik te maken van het thematische. En dat
natuurlijk niet door het in ons bock verwerkte biografische materiaal
terzijde te leggen. Integendeel, het zal optimaal aan zijn trekken ko-
men. Maar wel door dit materiaal én andere niet—verwerkte, gegevens
vanuit verschillende gezichtshoeken te groeperen.
Ik weet vanzelfsprekend niet of ik in zo’n op zet zal slagen, maar ik
zal er in ieder geval een poging toe wagen.

TIJ Kools Deurne;  
 

28. Boeknummer: 00206  
Leer mij ze kennen..de Brabanders
Historie -- Brabant, algemeen           (1967)    [Jan Naaijkens]
Leer mij ze kennen...de Brabanders

Woord vooraf
Bij wijze van waarschuwing;
in de derde persoon . . .

De schrijver van dit boekje is geen geoloog, archeoloog, psy-
choloog of historicus, noch munt hij uit in kennis van het
heem, van de diepste beweegredenen der menselijke natuur,
van de religies of van welk ander gebied dan ook. Bijgevolg
toont dit werkje ernstige gebreken. Het is niet volledig, het is
onwetenschappelijk, het graaft niet tot de kern en het laat veel
onbesproken wat zonder twijfel het bespreken meer dan
waard zou zijn. Daar staat tegenover, dat de man geboren is
in het land en is opgegroeid te midden van de mensen over
wie het hier gaat. Hij leeft nog altijd tussen hen. Zijn voor-
zaten woonden er tot in een ver en grijs verleden; zijn talrijke
nazaten zullen wellicht uitzwerven over de wereldzeeën; maar
hijzelf hoopt hier eenmaal het moede hoofd neer te leggen,
ofschoon hij evenmin als Multatuli weet waar hij sterven zal.
Het dorp waar hij woont is een oud en schoon dorp, vol fouten
en tekortkomingen die de keerzijden van zijn kwaliteiten zijn,
en het heeft grote mannen voortgebracht. Het zal u dus duide-
lijk zijn dat dit boekje niet uit wetenschap of kennis, maar uit
liefde geboren is, de meest natuurlijke geboorte, dat wel.
Maar de liefde tot zijn land, die eenmaal ieder aangeboren
was, is enigszins suspect in deze tijd. Waarom dan wel? Is
liefde blind? Integendeel. De liefde ziet scherp en voor zover zij
niet de mantel hanteert die alles bedekt, kan zij prikkelen
waar zij dat heilzaam acht. Wel dwingt de liefde tot een per-
soonlijke keus. Val daarom de schrijver niet hard als de keuze
die hij in dit boekje herhaaldelijk moest maken, niet de uwe is.
En tenslotte: er was eens een man, die trouwde met een
vrouw wier neus scheef was. Althans, dat zeiden al de anderen,
maar voor hèm was de neus recht, mijne heren.
Die man, dat is deze schrijver. En hij verzoekt u beleefd te
willen kijken door zijn ogen, en dan zult u zien dat de vrouw
zijner keuze inderdaad een rechte neus heeft, zo recht als het
volmaakt geschapen orgaan ener Venus van Praxiteles.
Jan Naaijkens

Sijthoff Leiden;  
 

29. Boeknummer: 00207  
Nieuwe Tonge in vroeger tijden
Historie -- Brabant, algemeen           (1996)    [Jan de Geus]
Nieuwe Tonge in vroeger tijden


Inleiding
Voor u ligt het boekje Nieuwe Tonge in vroeger tijden, deel 2, een uitgave die dankzij vele inwoners en oud-inwo-
ners van ons dorp mogelijk werd gemaakt. Velen hebben tijdens het samenstellen hun steentje bijgedragen. De één
deed dat door het in bruikleen geven van fotomateriaal, de ander door het naspeuren van de zo belangrijke gegevens,
die nu eenmaal bij deze prachtige plaatjes horen.

Dit deeltje bevat foto’s vanaf ongeveer 1927 tot en met een recente foto van de duivenvereniging. Getracht is om
zoveel mogelijk groepsfoto’s en foto’s met personen te plaatsen. Uiteraard zijn we daarbij de droeve tijden, die de
geschiedenis van Nieuwe Tonge uiteraard ook heeft gekend, niet vergeten. Foto’s van de Tweede Wereldoorlog en
van de zo tragisch omgekomen families tijdens de Watersnoodramp van 1953. In overleg met de nabestaanden wer-
den enkele foto’s van hen opgenomen.

Tot slot wil ik een ieder bedanken voor de medewerking en mijn vrouw voor het verwerken van de tekst op de computer.

Het samenstellen komt geheel voor mijn verantwoording. Ik ben zo zorgvuldig mogelijk te werk gegaan, maar des-
ondanks ben ik er mij van bewust dat er wellicht wat onvolkomenheden in kunnen zitten. Alvast hiervoor mijn ex-
cuses. Ik wens u veel lees- en kijkplezier!
Jan de Geus,
Nieuwe Tonge, 1996

Uitgeverij De Boektant;  
 

30. Boeknummer: 00208  
Geervliet in vroeger tijden
Historie -- Brabant, algemeen           (1996)    [Teun Otto]
Geervliet in vroeger tijden

Inleiding
Het idee voor dit derde fotoboek over Geervliet is ontstaan tijdens de voorbereidingen voor het 25-jarig bestaan van de
Markenburgschool in februari 1995. Mijn bijdrage in deze was het opzetten van een schoolfoto-tentoonstelling met foto’s uit het
archief van de Stichting ‘Oud Geervliet’, van welk archief ik beheerder ben.
Deze uitvergrote foto’s werden toen aangevuld met enkele foto’s uil particuliere bron en gaven samen een leuk overzicht van de
situatie in en om de school vanaf ca. 1900 lol heden. Vandaar het ruime aanbod van school- en groepsfoto’s in deze uitgave.
Een verzameling foto’s, zoals die van de Stichting Oud Geervliet, kan men om verschillende redenen waarderen, onder andere om
de informatieve en documentaire betekenis. Men kan vertellen over een bepaalde gebeurtenis of onderwerp, maar bij gebrek aan
fantasie van de toehoorder kunnen foto’s wonderen verrichten. Bovendien liggen foto’s beter ‘in de markt’ dan bijvoorbeeld moei-
lijk leesbare documenten uil archieven. Daarnaast is de kans groot dal men in een boekje als dit familieleden, vrienden of kennis-
sen zal aantreffen, want van alle in dit boekje afgebeelde personen worden er 950 met naam genoemd. Wanneer een foto verder
nog belangrijke informatie over Geervliet bevat, dan probeer ik deze, of een copie ervan, in hel archief onder te brengen.
Het komt helaas ook wel voor dat bij het overlijden van mensen de foto’s, die men kan aantreffen in de spreekwoordelijke schoe-
nendoos, door de nabestaanden niet worden gewaardeerd. Met het weggooien van die foto’s verdwijnt dan ook vaak belangrijke
informatie, die als het ware in die foto's verborgen zit. Een foto-archiefbeheerder ziel in zo'n geval niets liever dan dat die foto’s
in zijn archief worden opgenomen. Want er komt een keer een moment dat er iemand dankbaar gebruik zal maken van zo’n foto
of fotoverzameling. Het is niet de bedoeling de foto’s op te bergen om er vervolgens niets meer mee te doen. Een voorbeeld daar-
van is natuurlijk dit boekwerkje. Het succes van een uitgave als deze is geheel afhankelijk van foto’s die bewaard zijn gebleven.
Daarom is een bedankje aan al diegenen die foto’s bewaarden en aan mij uitleenden zeker op zijn plaats.
Teun Otto, Geervliet 1996

Uitgeverij De Boektant;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Zoekresultaat verdeeld over 2 pagina's, met elk (max.) 30 publicaties:

1   2       Volgende       Eind

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 22 april 2022