HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 8   (uit: 542)


Uitgebreid zoeken
Gesorteerd op:  Boeknummer

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00031  
Verhalen van Johan Bax
Cultuur -- Boeken           (2019)    [Johan Bax. Illustraties Jos Krijnen. Vormgeving Fond de Weert]
Verhalen van Johan Bax met illustraties van Jos Krijnen


Voorwoord
Deze uitgave is iets anders dan u van ons gewend bent. Normaal zijn de boekjes alleen interessant voor volwassenen.
Deze keer kunnen er 3 generaties plezier aan beleven!
De verhalen spelen zich af in het dorp Heijdenberg, ergens in Brabant. Ze gaan over een gezin met 2 kinderen, 2 katten en een hond.
De illustraties bij de verhalen zijn van Jos Krijnen.
Als er geen tekst in de boekjes zou staan, was het ook al de moeite waard om het uit te geven, zo mooi zijn ze.
Fons de Weert deed de vormgeving.
Dit boek is speciaal voor Mees, Piet, Milan, Vieve, Cato, Veerle, Teun, Julia, Lise en Fien, en alle andere kinderen.
Veel leesplezier
Johan Bax

Heemkundekring De Vlasselt (nr 157);  
 

2. Boeknummer: 00146  
De verdwenen sleutel van kabouterstad
Cultuur -- Boeken           (ca. 1970)    [Leo Stevens]
De verdwenen sleutel van kabouterstad (7 jaar en ouder)

Leo Stevens is een schrijver uit Prinsenbeek

EEN VREEMDE ONTMOETING IN HET LIESBOS
In dit boek wordt het avontuur verteld van drie jongetjes. Het eerste jongetje heet Stan. Stan is acht jaar. Hij
woont in Prinsenbeek. Prinsenbeek is een dorp in de buurt van Breda. Het ligt lekker rustig tussen grote
bossen. Het tweede jongetje heet Rob. Hij is zes jaar.
Rob is het jongste broertje van Stan. Hij woont natuurlijk ook in Prinsenbeek. Als de grote vakantie voorbij is gaat
Rob naar de grote school. Hij komt dan in de eerste klas bij juffrouw Kroes. Het derde jongetje heet Marlijn.
Martijn is vijf jaar oud. Hij is een neefje van Stan en Rob.
Hij woont in Neer. Neer is een klein plaatsje in Limburg.
Dat ligt wel op honderd kilometer afstand van Prinsenbeek. Martijn logeert bij Stan en Rob. Als de zomer-
vakantie voorbij is, gaat Martijn ook naar de eerste klas van de grote school. Als de grote vakantie bijna afge-
lopen is, wordt Martijn zes jaar. Hij is dan even oud als Rob. Maar Rob zegt dat hij toch lekker ouder is dan
Martijn, omdat hij eerder zeven jaar wordt. En dat klopt.
Martijn is al een paar dagen bij Stan en Rob aan het logeren. Dat is wel dapper van Martijn. Hij is nu immers
zó ver weg van huis, dat je niet even naar je pappa en mamma kunt fietsen. Maar Martijn denkt niet aan zijn
mamma en pappa. Hij heeft het veel te druk met het bouwen van de lego-trein en het timmeren van een

Uitgeverij Schenk Maastricht;  
 

3. Boeknummer: 00147  
De ontvoerde elfenkoning
Cultuur -- Boeken           (ca. 1970)    [Leo Stevens]
De ontvoerde elfenkoning (7 jaar en ouder)

Leo Stevens is een schrijver uit Prinsenbeek

EEN ONVERWACHTE BRIEF
Het is al enkele dagen erg warm in Prinsenbeek. Overdag is dat wel lekker. Maar ’s avonds is het dan erg
moeilijk om in slaap te vallen. Ook Stan kon niet slapen van de warmte. Hij rolde van de ene zij op de andere. Na
een hele poos viel hij eindelijk in slaap. Maar Stan merkte natuurlijk zelf niet dat hij sliep. Hij droomde het
ene avontuur na het andere.
Hij droomde dat de deur van zijn slaapkamer zachtjes op een kier werd geduwd. En dat kabouter Stippel
binnenstapte en hem aan zijn neus trok. Stan schudde even met zijn hoofd en blies alsof hij een lastige vlieg
wilde verjagen. Stan droomde wel vaker over kabouter Stippel. Stippel was de boodschapper van Koning
Goudbaard, de koning van Kabouterstad. Door kabouter Stippel zijn Stan en zijn broertje Rob en, Martijn het
neefje van Stan en Rob, te weten gekomen dat kabouters écht bestaan. In Prinsenbeek, midden in het Lies-
bos, is de geheime ingang naar Kabouterstad. Niemand weet waar die ingang is. Alleen Stan, Rob en Martijn
weten hoe zij de onderaardse gang naar Kabouterstad kunnen binnengaan. Maar zij zullen dat echt aan
niemand vertellen. Het is een geheim dat zij alleen, samen met de kabouters kennen.
Weer voelde Stan het gekriebel aan zijn neus. En weer schudde hij met zijn hoofd en maakte hij een blazend
geluid en... sliep weer verder... Opnieuw leek het, of

Uitgeverij Schenk Maastricht;  
 

4. Boeknummer: 00148  
Heks Fiskalia wil een supertoverstaf
Cultuur -- Boeken           (ca. 1970)    [Leo Stevens. Ill. Joop Walenkamp]
Heks Fiskalia wil een supertoverstaf (7 jaar en ouder)

Leo Stevens is een schrijver uit Prinsenbeek

BIJ OUDE VRIENDEN OP BEZOEK
In dit verhaal worden de avonturen verteld van Stan, Rob en Martijn. Stan en Rob wonen in Prinsenbeek.
Stan is een broertje van Rob. Hij is acht jaar oud. Hij zit in de tweede klas van de lagere school. Zijn broertje Rob is
zes jaar oud. Hij zit op de kleuterschool. Daar hoort hij nu bij de oudste kleuters. Martijn is een neefje van Stan
en Rob. Hij is ook zes jaar oud, net als Rob. Hij woont in ’s-Hertogenbosch. Daar woont hij echter nog maar pas.
Enkele dagen geleden is Martijn verhuisd. Hij woonde eerst in Neer, een klein plaatsje in Limburg. Maar ja, zijn
vader kreeg ander werk, en... hup, alles ging de grote verhuiswagen in. Op weg naar hun nieuwe huis in de
grote stad.
Sommige dingen van verhuizen zijn wel leuk. Alles in je huis wordt ingepakt in grote dozen. Alle kasten worden
uit elkaar geschroefd. Zelfs de lampen worden van het plafond en de muren gehaald. Ooms en tantes of buren
en kennissen komen helpen met inpakken. Sommige dingen kun je natuurlijk niet inpakken, maar die gaan
toch mee: de goudvis in zijn kom, en het konijntje in zijn hok. En natuurlijk wordt het hondje Briks ook niet ingepakt.
Maar je kunt niet alles meenemen als je verhuist. Je vriendjes en vriendinnetjes van school en van de straat
kun je niet meenemen. Ook de juffrouw van de klas

Uitgeverij Schenk Maastricht;  
 

5. Boeknummer: 00163  
Volksverhalen uit Noord Brabant
Cultuur -- Boeken           (1980)    [Willem de Blécourt ]
Volksverhalen uit Noord-Brabant en hun herkomst

INHOUD
Volksverhalen uit Noord-Brabant 7
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
3. Sprookjes en natuurgeloof. Verhalen vanuit Helmond verzameld
4. Onderzoek naar overlevering. Verhalen vanuit Breda verzameld
5. De verteller als tovenaar. Verhalen uit Ossendrecht en Woensdrecht
6. Heksenprocessen
7. Spot en Venijn. Aantekeningen over Noordbrabantse plaatsen en ingezetenen
8. Noordbrabantse volksverhalen. Commentaar

Het Spectrum Utrecht/Antwerpen ;  
 

6. Boeknummer: 00173  
Daar in de hei was het zo mooi. Tien brieven uit Brabant van Vincent van Gogh
Cultuur -- Boeken           (1990)    [Wil Tromp, Jan van Muilekom]
Daar in de hei was het zo mooi. Tien brieven uit Brabant van Vincent van Gogh

VOORWOORD
Het Noordbrabants Museum opende in 1987 zijn poorten in het voormalige gouvernementspaleis te ’s-Hertogenbosch met de tentoonstelling Van Gogh in Brabant. De bezoekers werd beeldend werk van
Vincent van Gogh getoond uit de perioden dat hij in Noord-Brabant werkzaam was. De brieven die hij toen heeft geschreven, bleven niet onopgemerkt. Citaten hieruit hadden echter een dienende taak:
toelichting bij tekening of schilderij.
In deze uitgave daarentegen staan de brieven centraal. En zoals voornoemde tentoonstelling zich beperkte tot beeldend werk uit Van Goghs Brabantse perioden, is hier gekozen voor een aantal brieven
uit diezelfde tijd. Dat betekende een keuze uit ruim honderd van de meer dan 750 brieven die van Van Gogh bewaard zijn gebleven. In de geselecteerde brieven komen nagenoeg alle onderwerpen aan bod
die bekend zijn uit zijn correspondentie, voor het merendeel gericht aan zijn broer Theo. Deze vier jaar jongere broer was Vincents veruit belangrijkste vertrouwensman, die hem bovendien zijn
kunstenaarsleven lang financieel ondersteund heeft.
Will Tromp, publicist, bezorgt in deze uitgave een tiental aan Theo gerichte brieven, die hij bovendien van verbindend commentaar voorziet.
Vervolgens buigt Jaap Goedegebuure, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Brabant en literatuurcriticus, zich over de vraag, welke positie het schrijverschap van Van Gogh inneemt in zijn
kunstenaarsbestaan. Diens brieven worden immers vooral in het buitenland als een zelfstandige bron van literaire waarde beschouwd.
Tot slot laat Han van Crimpen, hoofd beheer, documentatie en bibliotheek van het Rijksmuseum Vincent van Gogh, zien, dat Van Gogh in zijn brieven zijn gehechtheid aan Brabant voortdurend verwoordde.
Wij hopen dat deze kleine uitgave voor velen - in Brabant en daarbuiten - een eerste en aardige kennismaking zal zijn met de brieven van Vincent van Gogh. De kunstenaar die niet alleen tekenend
en schilderend, maar ook schrijvend een rijk en belangrijk oeuvre heeft nagelaten.
Nijmegen/ ’s-Hertogenbosch, januari 1990
Will Tromp en Jan van Muilekom

Noord-Brabants Genootschap;  
 

7. Boeknummer: 00412  
Geschiedenis van de Turnhoutse Speelkaarten 1826-1976
Cultuur -- Boeken           (ca. 1970)    [dr. E. van Autenboer en Louis Tummers]
Geschiedenis van de Turnhoutse Speelkaarten 1826-1976

DE TURNHOUTSE SPEELKAARTENINDUSTRIE (1826-1976)
door Dr. Eugeen van Autenboer
met een OVERZICHT VAN DE BELGISCHE SPEELKAART VAN 1379 TOT 1826
door Louis Tummers
Het geheel bewerkt door Jan Bauwens

INHOUDSTAFEL
TEN GELEIDE........................................................ 3

OVERZICHT VAN DE GESCHIEDENIS DER SPEELKAARTEN IN DE ZUIDELIJKE NEDERLANDEN....................................... 7
I. Oudste Speelkaarten : Hof van Brabant (XIV° eeuw) ... 9
II. Doornik (XVe eeuw).............................................11
III. Antwerpen (XVIe eeuw)......................................... 12
IV. Namen (XVIIe eeuw).......................................... 14
V. Oostenrijks Bewind......................................... 16
VI. Andere dan Turnhoutse fabrikanten na 1800 ................... 21

DE TURNHOUTSE SPEELKAARTENINDUSTRIE................................ 23
I. De papierverwerkende Nijverheid............................. 25
II. Pieter Corbeels............................................ 35
III. Brepols (1800-1826-1970)..................................... 44
IV. Wellens, Delhuvenne & C° (1834-1844)......................... 81
V. J.E. Glénisson &c Van Genechten (1837-1855)............... 90
VI. A. Van Genechten (1856-1970) ................................. 93
VIL J.F. Glénisson & Zonen (1856-1899)............................. 107
VIII. Gebr. Mesmaekers (1859-1968)................................ 118
IX. L. Biermans (1875-1970).................................... 131
X. La Turnhoutoise (1881-1960)................................ 141
XI. Carta Mundi (1970-)..................................... 144

BESLUIT............................................................ 146

BIBLIOGRAFIE....................................................... 149

De afgebeelde kaarten komen voort uit de verzamelingen van het Nationaal Museum van de Speelkaart, van Carta Mundi en van Jan Bauwens.
De filmen waren het werk van de Fotogravure Wens te Kontich.


TEN GELEIDE
De geschiedenis die voorafgaat ...
Dat dit jaar 150 jaren Turnhoutse speelkaartenindustrie worden gevierd, is een niet zo banaal feit, wanneer men
weet dat de naam « Turnhout » zowat over de hele wereld een begrip is geworden voor speelkaarten. Merk-
waardiger is evenwel nog dat deze 150 jaren in feite slechts een vierde vormen van de algehele Belgische
speelkaartentraditie : deze klimt immers terug tot 1379, binnen enkele jaren zes eeuwen dus.

Het is inderdaad dertien jaar vóór Charles VI van Frankrijk in 1392 zijn wereldberoemde tarokspel
bestelde aan zijn hofschilder Jacques Gringonneur, dat Hertog Wenceslas van Brabant er een bestelde aan zijn
hofschilder, Ingel Van der Noet; de som die hij daarvoor moest neertellen, was niet zo gering : het spel
kostte hem toen 2 mottoenen, hetgeen een goede BF 20 000 van dit ogenblik kan geweest zijn.

Sindsdien is het kaartspel niet meer uit deze gewesten weg te denken, noch als vermaak- en kansspel, noch
als industrieprodukt. In de middeleeuwse bronnen is hierover niet zo veel te vernemen, maar vanaf de
XVe eeuw beschikken we over meer dokumentatie.
Doornik vormde toen een heel belangrijk produktiecentrum : Rijksarchivaris A. Pinchart kon in de vorige eeuw
niet minder dan 27 namen van Doornikse fabrikanten tussen 1427 en 1537 bijeenbrengen, terwijl hij voor
de periode tussen 1439 en 1504 meer dan 40 Doornikse leerjongens vond.

In het midden van de XVIe eeuw wordt Antwerpen een centrum : vanuit de plaatselijke ateliers worden
honderden kisten speelkaarten verscheept, meestal Lansknechtkaarten, en vooral naar Engeland. De Lig-
geren van de Antwerpse Sint-Lukasgilde van Grafici vermelden nog steeds meesters-kaartenmakers in de
XVIIe eeuw. Maar tijdens het Oostenrijks bewind heeft Antwerpen als produktiecentrum vrijwel afgedaan.

In die periode wordt de fakkel overgenomen door Brussel en Gent : in de tweede helft van de XVIIIe eeuw
bloeien te Brussel een twintigtal ateliers; bij de eeuwwisseling loopt hun aantal echter terug tot 4. Te Gent
krijgen we drie « dinastieën », maar deze houden het langer uit dan hun Brusselse konfraters. De laatste
verdwijnt pas in 1843, maar zonderling genoeg gaat hij weer naar Brussel, waar dan gedurende twee decen-
nia een nieuwe opflakkering valt waar te nemen.

Vóór die tijd echter is te Turnhout P.J. Brepols al begonnen met speelkaarten te betrekken van enkele
kleine ateliers, die zowat over het hele land verspreid liggen (Antwerpen, Sint-Niklaas, Brussel, Dinant en
Namen). Als in 1826 zijn leveranciers hem niet meer kunnen volgen, besluit Brepols zelf speelkaarten te gaan
drukken. Meteen legt hij de eerste steen voor een onderneming, die eerst tal van navolgers krijgt — steeds te
Turnhout — en dezen vervolgens allemaal ziet opgeslokt worden, totdat er in 1970 nog drie overblijven.
Dezen besluiten op dat ogenblik hun krachten te bundelen en een enkele speelkaartenfabriek op te richten,
die op wereldniveau een eersterangsfiguur moet worden, Carta Mundi van Turnhout.

De boeiende geschiedenis van deze wel zeer vastgeankerde industrie wordt hier verteld door twee historici
in het vak : Louis Tummers en Dr. Eugeen Van Autenboer. Louis Tummers, die zelf een groot verzamelaar
is, schetst ons in vogelvlucht de vier en een halve eeuw geschiedenis vóór Turnhout. Dr. Van Autenboer, histo-
risch auteur en Konservator van het Nationaal Museum van de Speelkaart te Turnhout, vertelt ons over de
anderhalve eeuw Turnhout, een onderwerp waaraan hij tal van opzoekingen heeft gewijd.
Jan Bauwens

Ministerie van Buitenlandse Zaken en Handel Brussel;  
 

8. Boeknummer: 00470  
Spokerijen in de Baronie van Breda
Cultuur -- Boeken           (1974)    [Jacques R.W. Sinninghe]
Spokerijen in de Baronie van Breda. Sagen, legenden en volksverhalen veelal uit de volksmond opgetekend door Jacques R.W. Sinninghe met tekeningen van Jan Radersma.


INHOUD
1. De drie woorden van de pater in Uden 7
2. Meneer Versluis 8
3. De Kozakken op „Het Barree!” 10
4. De kwade hand van Mie Berkevoets in Etten 11
5. De graaf van Mastland 11
6. De witte dame van Roosberg 12
7. Van Jan de Wijs 14
8. De stichting van het klooster en de kerk in Meersel-Dreef 15
9. Kattedansen 16
10. De duivel als zwarte kat in Dongen 17
11. De beurzensnijder in Den Bosch 18
12. De Alphense kabouters 19
13. De Kabouterberg bij Gilze 21
14. Hereswit 21
15. Het beleg van „Valkenburg” bij Ulvenhout 22
16. De weg naar Achtmaal 23
17. De kwade hand in Etten 24
18. De Belgische knecht in Dongen 26
19. De grote abeel bij Ulvenhout 26
20. Het Oud Boomke onder Rijsbergen 27
21. Het spookhuis op „Burgst” 27
22. Zwarte kunst op Attelaken onder Leur 29
23. De duivel in „De Gouden Leeuw” in Rijsbergen 29
24. Langenaar, de tovenaar van „Burgst” 31
25. Stalkeersen 33
26. De duivel op „Valkenburg” bij Ulvenhout 34
27. In de Maatjes bij Zundert 35
28. „Wa’ dood is, moet dood blijven” 35
29. De heks van Gatbroek 36
30. De brandende scheper bij Dorst 36
31. Kop af! 37
32. Een kwade geest bezworen in Strijbeek 38
33. Het onheilspellende huis bij Breda 38
34. Verborgen schatten in Terheijden, Dongen en Breda 39
35. De Zundertse heksen 40
36. De ontrouwe rentmeester in Etten 42
37. De Grenadier in Breda 43
38. Huis In Ca Ba in Breda 43
39. De maar in de stal in Attelaken 45
40. Spokerijen op de „Hondsdonk” bij Ulvenhout 46
41. De kei op de Molenhei in Gilze 47
42. De duivel op het Hooghuis 47
43. De gifmenger in Dongen 49
44. Spokerij op „Walstijn” onder Zundert 50
45. Een slecht huis in Rijsbergen 50
46. De „Haanse Hoef” in Dongen 51
47. Heks houdt herberg in de Baronie 52
48. „De Engelse Pijl” 53
49. De toverkunsten van Kees Emmen in Dongen 54
50. Ontmoeting met een heks in Ginneken 54
51. De Slotbossetoren bij Oosterhout 56
52. De medaille van de begijntjes uit het Liesbos 57
53. Het verscheurde voorschoot in Galder 58
54. Baron Van der Borch en de „zwartmakers” 58
55. De sprekende kat in Baarle-Nassau 60
56. De Wapper in het Chaamse bos 60
57. Het Heksen wiel 61
58. Een zwarte dame in Chaam 62
59. De kat uit het Liesbos die al maar zwaarder werd 62
60. De „zwartmakers” in Galder 63
61. De kat met de paardebenen in Hazeldonk 63
62. Van Ons Heer en Peris (een verhaal uit Etten) 65
63. Jan Onversag (een verhaal uit Bavel) 67
Register op persoons- en plaatsnamen 69

Europese Bibliotheek Zaltbommel;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 24 april 2022