HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 2   (uit: 542)


Uitgebreid zoeken
Gesorteerd op:  Boeknummer

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00019  
Groot Karnavalsboek
Bak-van-boemeldonck -- Algemeen           (1977)    [H. Dirven, K. Nagelkerke]
Groot Karnavalsboek. Karnaval in Boemeldonck

VOORWOORD
De BAK van BOEMELDONCK heeft al veel georganiseerd dat met karnaval te maken heeft, maar een groot karnavalsboek uitgeven was nog iets nieuws en dus iets anders.
Met behulp van enkele tientallen schrijvers, uit alle geledingen van diezelfde BAK, zowel in als buiten Boemeldonck, met behulp van de vele goede fotografen uit
ons eigen Boemeldonck, met behulp van een lay-out-verzorging en drukwerk van PERFEKT zijn we er echter in geslaagd. En naar we hopen tot Uw tevredenheid!
De eindredactie wilde in dit Groot-Karnavalsboek twee zaken duidelijk stellen:
-Karnaval is een fijn en goed feest, waarin de typische waarden als verbroedering, zinvolle ontspanning en creatief bezig zijn van een groot volksfeest besloten liggen.
Het is dus ten volle te verdedigen en verantwoord om zich inspanningen te getroosten om het echte karnaval te behouden.
-Het karnaval in Boemeldonck kent zowel een eigen geschiedenis van elf jaar, als een uitgebreide voorgeschiedenis; zowel het een als het ander is een beschouwing meer dan waard.
Het is nu juist 550 jaar geleden dat een echte 'RAAD van ELF' het uitgestrekte Hertogdom Brabant bestuurde. De jonge hertog, die toen zijn vader zou moeten opvolgen was
nog maar elf jaar, en Zeven Brabantse steden en Vier machtige Brabantse abdijen vormden met hun Elven het Bestuur.
Het is nu 11 jaar geleden dat een echte 'RAAD van ELF' het uitgestrekte Karnavalsrijk Boemeldonck begon te besturen. De eerste Prins was RENIER en hij werd ondertussen
al door vijf andere Prinsen opgevolgd. Hoewel de leden van de Karnavals-Raad van Elf in die elf jaar ook wisselden, bleef de continuiteit in het aanvoeren van de
leut gewaarborgd.
En zo kunnen we doorgaan, maar daarvoor is dit Groot-Karnavalsboek, waar U kennis zult maken met de West Brabantse Karnavalsvierder, waarvan de Boemeldonckers zonder
twijfel de prachtigste exemplaren zijn.
Want die Boemeldonckers, die kostelijke figuren, die zijn de dragers van de echte en ware karnavalsgedachte, omdat zij in hun hart gebleven zijn, die Brabanders
met hun onuitroeibare drang naar de gulle hartveroverende lach, naar de gemeenschappelijke vreugde en vooral naar de ware en volle levenskunst.
Daardoor scheppen zij levensvreugde om zich heen. Daarvoor bouwen en sjouwen zij maanden van te voren, om die geweldige Boemeldonckse optocht mee tot stand te brengen.
Daarom hebben de Boemeldonckers al meer dan zestig karnavalsverenigingen opgericht, omdat zij elkaar niet missen kunnen.
De eindredactie heeft dan ook getracht om in dit Groot Karnavalsboek aan deze gedachte gestalte te geven, en daardoor het ernstige in woord willen vermengen met de
heerlijke kolder, zoals die is vastgelegd door de fotografen. Want waar woorden tekort schieten, spreekt het beeld voor zichzelf.
HET BAK BESTUUR
voorzitter Theo Schipper
secretaris Herman Dirven
penningmeester Mart Hennekam
lid Dagelijks Bestuur Kees Nagelkerke

BOEMELDONCK
Net voor het eerste grote karnavalsfeest van 1967, georganiseerd door de B.A.K. werd de karnavalsnaam BOEMELDONCK algemeen goed.
Kort na karnaval, n.l. op 19 febr. 1967 verscheen over deze naam in de Gertrudisklok de uitleg, welke wij hier nog eenmaal graag overnemen:
BOEMELDONCK is een herdoping van onze gemeentenaam Prinsenbeek, tijdens het eerste regeringsjaar van Prins RENIER I en zijne eerste Raad van Elf in-en vastgesteld.
Lang is er gezocht en gewroet in de zo eenvoudige geschiedenis van ons kleine dorpje, om een gepaste karnavaleske naam te vinden. Maar buiten het feit dat Beek in oude
tijden geschreven werd als Beeck, konden we in de geschreven bronnen niets anders vinden dan éénmaal 'Donck', waarmede kennelijk het huidige centrum van de Beek werd bedoeld.
Totdat bij toeval iemand de naam 'Boemeldonck' liet vallen.
En ja, dat was het! En het gekke is, dat de geestelijke vader van deze naam absoluut onvindbaar is. Of zou je moeten zeggen: dat is nou echt karnaval, niemand weet waar de
naam vandaan komt en iedereen accepteert hem volkomen.
Het woord boemelen heeft voor ons een tweeledige betekenis:
1. BOEMEL heeft te maken met boemeltrein en dat berust weer op het feit dat Prinsenbeek zo rijk is aan spoorwegen en overwegen en wat belangrijker is: vroeger had
Prinsenbeek drie stations.
De naam van ons dorp was toen nog kortweg BEEK en de stations werden HALTE'S genoemd voor de BOEMELTREINEN.
Maar de BEEK had drie stations, en dat was meer dan welke plaats in Nederland ook. Zelfs Amsterdam had in die tijden slechts twee stations.
Die drie stations lagen aan de Zanddreef bij 't Liesbos, aan de Mr. Bierensweg op Overbroek en aan de Spoorstraat bij Burgst.
En heus, daar stopten op alle drie stations per dag meerdere BOEMEL-treinen. Zo kon men dus vanuit de Beek per trein naar Breda, Roosendaal en Dordrecht. Onze voorouders
maakten van deze drie stations druk gebruik om hun boter en eieren naar de 'botermert' in Breda te brengen, of om familiebezoeken af te leggen, enz.
2. BOEMELEN is slenteren, op je gemak aan doen, van herberg naar herberg lopen. En dat is iets wat wij met zijn allen bewezen hebben goed te kunnen zonder extreme uitspattingen,
zonder excessen of zonder vervelende (kermis) pottenkijkers of herrieschoppers van buitenaf. Iedere Boemeldoncker is gebleken een rechtgeaarde karnavalsvierder te zijn.
Niet alleen dit jaar, maar ook nog hopelijk vele jaren hierna.
3. DONK: letterlijk meestal een kleine hoogte in de omgeving van laag(veen) gebied. In en rond Prinsenbeek zijn precies elf van deze donken nog bekend.
Halderdonk, Ependonk en Essendonk (deze drie in Halle), Verdonk en Hoogdonk (in Wijmeren), Hooiendonk (Oeyendonck), Velddonk en Hondsdonk (in Haagse Beemden Oost), Gageldonk
en tenslotte De Donck is kom Prinsenbeek.

BOEMEL + DONCK
PRINSEN BEEK
beide namen hebben uiteraard elf letters.

BAK Boemeldonck;  
 

2. Boeknummer: 00398  
Het Carnavalsboek. Van Lentefeest tot festival
Bak-van-boemeldonck -- Algemeen           (2014)    [T. Franssen, S. Mattheijssen]
Het Carnavalsboek. Van Lentefeest tot festival

Inhoudsopgave
Voorwoord 4
1. Van Lentefeest tot... 9
2. Carnaval in de wereld 29
3. Remedie tegen heimwee 47
4. Het vijfde jaargetijde 51
5. Limburg 71
6. Noord-Brabant 119
7. Overig Nederland 161
8. Carnaval in Vlaanderen 195
9. De toekomst van carnaval 227
Carnavalsbegrippen 246
Bibliografie 253
Auteurs 256


Voorwoord
Herhaaldelijk ben ik de laatste tien jaar benaderd met de vraag, of er een herdruk komt van het boek ‘Alaaf, Carnaval in Nederland en België' uit 1984. Mijn ant-
woord was steeds, dat de veranderingen, die sindsdien zijn opgetreden in de carnavalsviering zodanig zijn naar aard en omvang, deels als gevolg van allerlei maat-
schappelijke veranderingen, dat het boek onvoldoende eigentijds zou zijn, zonder een ingrijpende herbewerking. Nog belangrijker was. dat mijn coauteur Gerrit
Gommans, die er als drijvende kracht voor zorgde dat we het boek binnen de gestelde termijn konden voltooien, in 1995 helaas te jong is overleden. Toen ik
na lang aarzelen en veel aandrang toch besloot tot een heruitgave, bleek dat uitgever ‘Het Spectrum' niet meer actief was in deze markt. Het vinden van een andere uit-
gever onder acceptabele condities was uiteindelijk ook niet haalbaar. Pas toen Sander Mattheijssen mijn pad kruiste en bereid was met mij in zee te gaan, kwam er
schot in de zaak. We besloten het boek in eigen beheer uit te gaan geven. Hierbij zijn we op een voortreffelijke manier ondersteund door Wielaard Media. De overeen-
komst tussen Sander en mij is dat we beide, begeesterde carnavalisten zijn. We delen de overtuiging dat carnaval een volksfeest is. dat met zorg gekoesterd moet worden
en voor de toekomst bewaard moet blijven.
Op de veranderingen, zal in het slothoofdstuk uitvoerig worden ingegaan, alsmede op het onderzoek gebaseerd op een vragenlijst die door ruim 1.300 verenigingen
uit Nederland en Vlaanderen is ingevuld. Deze ‘vitaliteitsmeter' heeft ‘harde’ gegevens opgeleverd over de vitaliteit van de eigen vereniging en over die in
haar omgeving. Daarnaast hebben de verenigingen hun subjectieve kijk op de eigen toekomst kenbaar gemaakt. Het onderzoek is qua omvang en opzet uniek.
Tot de belangrijke veranderingen behoren de enorme toename van het aantal ondersteunende verenigingen, zoals muziekkapellen en garde- en showdans-groepen.
Ze hebben de kleurrijkheid en dynamiek van dit feest wezenlijk vergroot en gezorgd voor jeugdig elan.
Verenigingen blijken ook met hun tijd mee te gaan. Het overgrote deel heeft websites met informatie over de organisatie, het programma en de geschiedenis. Daar
is in deze publicatie van geprofiteerd. Opmerkelijk is verder het jaarlijks toenemende aantal verlichte optochten en het ontstaan van tal van bovenlokale
manifestaties, waarvan overigens aantoonbaar een zuigende werking uitgaat.
Een belangrijke maatschappelijke verandering met gevolgen voor de carnaval zijn de gemeentelijke herindelingen. Sinds 1984 verminderde in Nederland
het aantal gemeenten met de helft: van 811 tot 403. In België was de ingreep in 1977 nog veel drastischer; het aantal gemeenten veranderde in dat jaar in één klap
van 2.359 tot 596. Bij de gevolgen voor dit volksfeest, waarin volk staat voor de vaak kleine lokale gemeenschap, zal worden stil gestaan. Ook de verminderde
beschikbaarheid van accommodaties en de enorme teruggang van het aantal cafés is vaak een probleem.
Om te 'dweilen’ zijn er nu eenmaal minimaal twee nodig. Ook voor de wagenbouw doemen in steeds meer plaatsen problemen op.
In dit boek is niet alleen veel aandacht besteed aan de algemeen bekende carnavalssteden, de 'krenten uit de pap’. Gepoogd is het complete carnavalslandschap in
kaart te brengen. Dat hield in, ook de viering in kleine kernen kort aanstippen. Immers, van de optochten in Nederland trekt een derde deel in plaatsen met
minder dan 2.000 inwoners en de helft in plaatsen met minder dan 5.000 inwoners. Hun optocht is de jaarlijkse uitroep: Wij zijn er ook nog! Daardoor zijn
sommige delen van het boek onvermijdelijk een beetje opsommerig’ geworden. Dat beeld wordt nog eens versterkt, omdat er bewust voor is gekozen het boek
een documentair karakter te geven, met als gevolg veel jaartallen. De 'democratische’ uitbreiding in de breedte is niet ten koste gegaan van de uitbreiding in de diepte:
het nieuwe boek telt ongeveer 100 pagina's meer dan het oude. Deze aanpak levert een vrij compleet beeld op van het actuele aantal verenigingen en van de
veranderingen daarin. Die zijn kort samengevat in twee tabellen. Het boek kan daardoor als ijkingsmoment en vergelijkingsbasis voor de toekomst dienen.
Hoewel de carnaval een feest is voor het oog, is er terughoudend omgegaan met het plaatsen van foto’s.
De inhoudsopgave van het boek spreekt voor zich en sluit aan bij het vorige boek. Bij de lokale beschrijvingen zijn nogal eens historische wetenswaardigheden
gedebiteerd. Dat is gedaan om te illustreren dat carnaval, of liever Vastenavond, niet van gisteren is. Ook hoop ik daarmee verenigingen aan te sporen, bij het
documenteren van de lokale carnaval, ook aandacht te besteden aan de ‘prenatale fase’, de viering vóór dat de huidige vereniging werd opgericht. Die benadering zal
vaak bewijzen opleveren over oud immaterieel cultureel erfgoed. Veel ouder dan de oprichtingsdata van de besproken verenigingen.
Het slothoofdstuk telt drie delen: Een uitvoerige analyse van de resultaten van het verrichte onderzoek. Een beschrijving van belangrijke veranderingen in de
carnavalsviering en van daarvoor relevant geachte veranderingen in de samenleving. En een sterkte - zwakte analyse van het volksfeest carnaval, uitmondend in een
visie op de toekomst.
Hét Carnavalsboek maken en uitbrengen was alleen maar mogelijk dankzij de steun van velen. Iedereen die een bijdrage heeft geleverd met naam en toenaam
bedanken is onmogelijk. Op de eerste plaats komen evenwel de 1.300 verenigingen die de vragenlijst invulden, of op een andere wijze informatie verstrekten en
carnavalskranten en foto’s opstuurden. Vervolgens de overkoepelende carnavalsorganisaties voor hun steun en bemiddeling, mevrouw 1. Stronken van het V1E
en Prof. Dr. St. Top van Leca voor hun aanbevelingsschrijvens, de Fontys Hogeschool Venlo die studenten beschikbaar stelde voor het invoeren van de gegevens
in de computer en docent Bart Titulaer die menig uur behulpzaam was bij het analyseren van de gegevens, Gé Detillon voor zijn bijdrage als corrector en Marcel
Wielaard met zijn team voor alle ondersteuning rondom deze uitgave. Maar zoals gezegd, er zijn zoveel meer mensen aan wie wij dank verschuldigd zijn.
De voornaamste dank gaat uit naar Sander Mattheijssen voor de honderden uren die hij in deze publicatie heeft gestoken. Zijn geduld is vaak door mij
op de proef gesteld, maar dat liet hem niet weerhouden samen met mij deze klus te klaren. Ook namens hem wens ik u veel leesplezier met ‘Hét Carnavalsboek, van
lentefeest tot festival’.
Theo Fransen
PS: Ik heb er bewust voor gekozen om consequent ‘de carnaval’ te schrijven in plaats van ‘het carnaval'.

Wielaard Media i.s.m. BLAUW communicatie;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 26 maart 2022