HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 7   (uit: 542)


Uitgebreid zoeken

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00337  
Brabant op z'n breedst
Cultuur -- 09.020           (1996)    [Johan Biemans, Giel van Gastel, Willem Iven, Henriette Kegge, Jan Naaijkens, Cor Swanenberg, Gerard Ulijn. Ingeleid door Ger Janssen]
Zeven Brabantse auteurs schrijven over hun eigen streek. Aangeboden 'Vur de houwes' door Mennen Schriks Grafische bedrijven tgv Valentijnsdag 1998. Illustraties van Nelleke de Laat

Inhoud
Ger Janssen — Inleiding      7
Johan Biemans — Over de grens      9
Giel van Gastel - De duiven      23
Willem Iven - Bruujr en zeuster      29
Henriëtte Kegge — Un bietje ’eimwee      37
Jan Naaijkens — Hoe ’ne geboren koereur aon z’n end kwam      51
Cor Swanenberg — Goewdgemutst      61
Gerard Ulijn — Tis wè      71
Over de auteurs 91

Inleiding
Brabant bazuint breed, breder, .... op z’n breedst.
Breed...
Het fenomeen 'Brabant 200 jaar' heeft ook mij niet losgelaten. Vanuit het provinciehuis zijn er al een heleboel
activiteiten georganiseerd en het verenigingsleven in ons Brabant laat zich ook niet onbetuigd.
Breder...
Omdat ik al Brabantse avonden organiseer is mij de gedachte ontsproten om een tour te organiseren door de
hele provincie heen met medewerking van zoveel mogelijk bekende en minder bekende groepen en troubadours
in een afwisselend Brabants bont programma, zowel van medewerkers als van inhoud.
Daarnaast is onze cultuur veel meer dan alleen muziek en humor. Zodoende ontstond het idee om een boek uit te
geven met schrijvers uit onze provincie waaruit duidelijk de brede waaier van de Brabantse dialecten speels tot uit-
drukking komt.
Breedst...
Tijdens gesprekken met de schrijvers werd het thema 'Brabant op z’n breedst geboren, precies de vlag die de
lading dekt voor zowel de tour als de literaire operatie.
Daarnaast is er nog een cassette, waarop het boek is ingesproken, en een verzamel-CD verschenen.
Overweldigd door het enthousiasme en de bijval van artiesten en auteurs voor mijn ideeën is er daarnaast een
schouderklopje op zijn plaats voor Adrie Mennen en Kees Claes van Drukkerij Mennen Asten BV voor het resultaat
dat nu voor u ligt.
Niet in de laatste plaats dank aan de auteurs voor de grote verscheidenheid aan nog niet eerder gepubliceerde kortere
en langere verhalen, gedichten, essays en cursiefjes die werden ingezonden.
Voor deze uitgave werd een zevental schrijvers uitgenodigd. Elk van hen vertegenwoordigt een ruime regio
binnen de provincie Noord-Brabant:
Giel van Gastel (Michel de Koning) voor het Markiezaat.
Henriëtte Kegge (Tilly Nagelkerke) voor de Baronie.
Jan Naaijkens voor het Hart van Brabant.
Willem Iven voor de Peel.
Johan Biemans voor de Kempen.
Cor Swanenberg voor de Meierij.
Gerard Ulijn voor Maasland.
Tenslotte hartelijk dank aan iedereen die enthousiast en vol overgave heeft meegewerkt aan de totstandkoming van dit
boek, cassette en CD.
Bent u minder vertrouwd met Brabantse dialecten, lees dan voor het gemak maar eens een bladzijde hardop. Voordat u
het weet smult u ervan als een echte fijnproever.
Ger Janssen
organisator
Starshine Artist Management

Mennen Schriks Grafische Bedrijven;  
 

2. Boeknummer: 00338  
Kloosterboek
Historie -- 06.021           (1993)    [Buurtcomitee Hyacinthplein Breda]
Geschiedenis van het Benedictinessenklooster aan de Gen.Maczekstraat te Breda

INHOUD
De geschiedenis van de orde der benedictinessen van het H.Sacrament      4
Ooggetuige 1      6
Het leven van de Benedictinessen van het H.Sacrament      7
Dagindeling      9
Priorinnen      9
De bouwgeschiedenis van het klooster 10
Ooggetuige 2      10
Ooggetuige 3      12
De architectuur van het kloostergebouw      14
Ooggetuige 4      14
Kladden op een kloostermuur      16
Ooggetuige 5      18
Kolom van Eerherstel      18
Glas-in-loodraam      18
Fotoreportage      19
Na het vertrek van de zusters      48
Kloosterkapel als bijzondere lokatie voor het Zuidelijk Toneel      51
Colofon      52


Inleiding Kloosterboek
In 1926 namen de Zusters Benedictinessen van de Altijddurende
Aanbidding hun intrek in het nieuwe klooster 'Manna Absconditum'
aan de Generaal Maczekstraat in Breda. Eind 1989 trokken de 27 ovegebleven zusters de kloosterdeur voorgoed achter zich dicht en vestigden zich in Baarle Nassau, zo'n 20 km. van Breda.
Ruim 63 jaar kloosterleven van in totaal zo'n 70 zusters onttrok zich al die tijd nagenoeg geheel aan het oog van de Bredase burgers. Zoals ook de buitenwereld niet kon binnendringen in
het domein van de zusters, die zich volledig overgaven aan hun Altijddurende Aanbidding van het Heilig Sacrament.
Fotografe Bea Hoeks-De Laat kreeg in opdracht van het Bredase gemeentearchief in 1989 als eerste toestemming om het dagelijks leven van de zusters in beeld te brengen. Het resultaat: een unieke, sfeervolle
reportage over het klooster en zijn godsvruchtige bewoonsters. Samen met een uitgebreide historische schets van het klooster inclusief oude foto's, teksten en tekening, Is een keuze uit deze reportage gebundeld
in dit kloosterboek.
Deze uitgave is de tweede In een reeks publicaties van het Buurtkomitee Hyacintplein. Eerder verscheen, onder verantwoordelijkheid van dezelfde redaktie het buurtboek, dat als ondertitel meekreeg:
'van rozen en hyacinten. Een bloemlezing'. In deze vergelijkbare uitgave zijn de geschiedenis van deze buurt, de architectuur, de oorlogsjaren, de huidige situatie en tal van anecdotes en bijzonderheden
op een zeer leesbare manier beschreven.
Waarom een buurtkomitee zulke publicaties uitgeeft?
Omdat er sprake is van een grote betrokkenheid bij de leefbaarheid in de buurt. Het op een toegankelijke wijze beschrijven van de eigen geschiedenis is één van de mogelijkheden om deze betrokkenheid tot
uitdrukking te brengen. Het klooster 'Manna Absconditum' is gelegen aan de rand van de buurt, waarin het Hyacintplein centraal gelegen is.
Een bijzondere reden voor de publicatie van dit boek is gelegen in de heftige diskussie die wordt gevoerd over de toekomstige bestemming van het klooster, waarbij zelfs een gedeeltelijke sloop van dit monu-
mentale en gezichtsbepalende gebouw wordt overwogen.
Dit kloosterboek Is geschreven voor allen die betrokken zijn bij het kloosterleven in het algemeen en dit Bredase klooster In het bijzonder.
Buurtkomitee Hyacintplein

Voorwoord
Toen de redaktie mij verzocht een voorwoord in dit boek te schrijven was ik daar graag toe bereid omdat wij in het klooster aan de Generaal Maczekstraat tot september 1989 met soms meer dan 60 zusters heel
gelukkig hebben gewoond. Ons kloosterleven vraagt om beslotenheid met toch een zekere mate van vrijheid en dat was daar aanwezig. Voor buitenstaanders mocht het klooster misschien wat strak en afstotend overkomen,
van binnen werd er echt geleefd. Het was voor ons een moeilijk besluit om het klooster te verlaten. Daar gingen enkele jaren van overleg door de kloostergemeenschap en gesprekken met deskundigen aan vooraf. Voordat
wij weggingen kregen we het verzoek van het gemeentearchief Breda om een fotoreportage te mogen maken van ons klooster.
Fotografe Bea Hoeks-De Laat heeft die opdracht uitgevoerd met buitengewoon veel gevoel voor de harmonieuze eenvoud die er in en rond het kloostergebouw heerste.
18 September 1989...de verhuiswagen staat om 7 uur voor de deur, klaar om de gehele inboedel over te brengen naar ons nieuwe klooster in Baarle Nassau. Dit karwei duurde een volle week. Nu het allemaal
achter de rug is, kunnen we slechts zeggen dat we toch blij zijn dat het gebouw zo intensief gebruikt wordt door een grote groep mensen die, naar hun zeggen, nog steeds iets proeven van de rust en de sfeer van de
vorige bewoonsters.
Zuster Gertrudis,
Priorin.

Buurtcomitee Hyacinthplein;  
 

3. Boeknummer: 00339  
Adam en Eva in Zei - en andere volksspreuken
Historie -- 06.0002           (1980)    [D. de Beul]
Verzameling volksspreuken en toelichting

INLEIDING
Vrijen - trouwen - vrouwen - mannen. Een onderwerp dat reeds zoveel mensen naar de pen deed grijpen, dat het bijna onmogelijk is er iets nieuws aan toe te voegen.
De vele tochten door Vlaanderen en Nederland brachten mij evenwel tot andere gedachten.
Naar mijn mening is het een onuitputtelijk onderwerp, zover zelfs, dat er iedere dag opnieuw mensen zijn die er wat anders weten aan toe te voegen. Ik denk dat je alleen je
oren moet openzetten en goed luisteren.
De honderden, ja zelfs duizenden spreuken die handelen over de vrouw en haar gezel ‘de man’ schijnt iedereen te boeien.
Een opsomming geven van de reeds gepubliceerde spreuken zou te eenvoudig zijn. Er werden alleen deze opgenomen die ik voor het eerst heb gehoord in de loop van + - 20 jaar.
Uiteraard zijn er enkele spreuken bij die ikzelf in een spontane opwelling heb gezegd.
Ook heb ik enkele oude boeken geraadpleegd, zoals de Bijbel en andere. Enkele der spreuken zullen u zeker bekend voorkomen en er zullen er ook wel een paar zijn die in som-
mige mensen hun oren op het randje af klinken, maar dit is onvermijdelijk, gezien deze spreuken voor de overgrote meerderheid zo uit de mond van de gewone man met de pet werden
opgetekend.
Als men deze zogenaamde platte uitdrukkingen zou vertalen of gewoon weglaten zouden deze volksgezegden niet meer de sappigheid en originaliteit bezitten die een echte volkstaal ei-
gen is. Ik wil met dit werk ook niets bewijzen in zoverre er iets te bewijzen valt bij deze zo kluchtige en soms harde waarheden.
Dit was ook het geval met de duizenden zei-spreuken die in mijn vorige vier reeds verschenen boekjes voorkomen. Elk boekje bevat + - 1000 zei-spreuken.
Enkele tientallen van deze onvervalste volkshumor werden opgenomen in dit werk; uiteraard alleen deze die in verband staan met het naar het huwelijk.
Aangevuld met deze spreuken wordt dit boekje dan ook een pareltje, dat de moeite loont gelezen te worden.
Alles wat maar even ruikt en de liefde of er alleen maar van mee te maken heeft, werd spreuken ten goede of ten kwade.
De mannen, de vrouwen,de kinderen, de vrijgezellen , kortom allen, zelfs de schoonmoeders.
Mijn betrachting was ook ze te rangschikken volgens man, vrouw, kind enz. Maar dit wilde niet lukken omdat sommiqe spreuken zowel op de man als op de vrouw kunnen toegepast wor-
den. toch heb ik het gedaan en het resultaat is bevredigend voor ongeveer 90 %.
Er is ook een bladwijzer voorzien die zeker van belang is omdat men dit boek ook eventueel als naslagwerk zou kunnen gebruiken.
De weinige spreuken en gezegden van dichters en wijze mannen komen van Gezelle, Jacob Cats, Tuinman en anderen.
Aan dit werk is er ook een lijst toegevoegd van benamingen en schimpscheuten die men een zwanger meisje achterna roept of gewoon voor de lol zegt, zonder er eigenlijk iets mee te
bedoelen. Men zegt gewoon om een dezer meisjes aan te duiden dit:

(Gents dialekt) ZEE WEERE UN NANEKE IN EUREN APPEL)

Daar bedoelt men niets kwaads mee. Het is alleen een aanduiding en men kon evengoed met deze uitdrukking een getrouwde vrouw aanduien ie in verwachting was. Deze benamingen
komen uit verschillende streken van VLAANDEREN en NEDERLAND. Sommige zijn gewoon in dialekt gesteld, uiteraard in de mate van het mogelijke.
Verder veel lach en vooral denkgenot en als er soms een spreuk bij is die toevallig toepasselijk kan gebracht worden op uzelf of uw vrouw of man, stop het onder uw neus, til er
dan niet te zwaar aan en denk even na hoe u er iets kan aan doen. Doe het snel en zonder wrok en gedenk dat in deze wereld niemand de pretentie mag hebben dat hij volmaakt is.
Elk mens, man, vrouw of kind en zelfs schoonmoeders hebben het recht FOUTEN te hebben, want het zijn ook maar gewoon MENSEN.

D. de Beul. In eigen beheer;  
 

4. Boeknummer: 00340  
Zei-spreuken. Deel 4
Historie -- 06.022           (1980)    [D. de Beul]
Verzameling van 'Zei-spreuken'. Met pentekeningen van Gilberte Braet

VOORWOORD
Dit vierde boek met opnieuw +- duizend zei-spreuken is eigenlijk de verzameling van mensen die naar de vele kunst en hobbytentoonstellingen kwamen, waar ik de drie reeds ver-
schenen boekjes voorstelde. Spontaan vertelde de mensen mij zei-spreuken of visten ze deze gewoon op uit hun geheugen.De belangstelling was en is nog zeer groot te noemen voorde spreuk
en in het bijzonder dan de zei-spreuk. Waarschijnlijk omdat deze speciale spreuk van het volk zelf komt in een spontane opwelling. Wie zei daar ook weer dat:

'DE TAAL IS EEN PORTRET VAN HET VOLK'
of
'DE TAAL IS EEN AFDRUK VAN EEN VOLK ZIJN HART EN ZIJN GEEST'

Reeds meer dan twintig jaar verzamel ik spreuken, weer spreuken-levenswijsheid bevattende en uiteraard mijn specialiteit de zei-spreuk.
Het doet mij vanzelfsprekend genoegen dat ik niet alleen sta in deze strijd tegen de zei-spreuk, want je kunt het werkelijk een strijd noemen. Ze duiken op vanuit een hoek waar je ze niet
verwacht. Je moet voortdurend op je hoede zijn.
Het is één strijd waarvan ik weet dat hij nooit zal gewonnen worden, omdat er duizenden in omloop zijn en er iedere dag weer opnieuw geboren worden.
Deze vezammeling is reeds uitgegroeid tot ver over de 4000 ex.en dit alleen voor de zei-spreuken. Ook mijn echtgenote Gilberte Braet, die de pentekeningen maakte, heeft ook een levendige
belangstelling. Het is trouwens goed te zien in haar prachtige illustratie’s waar spot en humor de bovenhand krijgen zoals in een zei-spreuk. In deze inleiding wil ik het ook heb-
ben, zoals in de vorige boeken, over de geboorte van een zei-spreuk .
In mijn geboortestad Gent waar ik mijn boekjes voorstelde op de jaarlijkse hobbytentoonstelling in de Donkersteeg (een van de gezelligste straatjes van Gent) en dit tijdens de
Gentse fiesten ( Er wordt 10 dagen gefeest) is er een spreuk onstaan met betrekking op deze festiviteiten. De laatste dag wordt namelijk de dag van de lege portemonees genoemd en toen
er een man aan mijn stand een boek wilde kopen en zijn laatste geld eraan hing, was het maar een klein kunstje om deze spreuk uit de mouw geschud te krijgen .-Luister maar:

'T EN STEEKT VANDOGE TOCH OP GIENE FRANK ZULLE MENNE JONGEN, ZEI DE STROP, WANT T'ES MORGEN TOCH DEN DAG VAN DE LEGE PORTEMONEES'.

Het mocht dus op zondag allemaal opgedaan worden, want op maandag was het toch de dag vande lege portemonees.
Er werden uiteraard ook veel zei-spreuken uit Nederland opgenomen, waar ik het kon heb ik ze in het dialekt gezet en er is een reeks voor zien voor de Provincie Limburg (Nederland) en
twee Belgische provincies namelijk uit Gent Oost Vlaanderen en West Vlaanderen. U vindt ze achteraan in dit boek. Ook in Engeland bestaan zei-spreuken onder de
benaming van Wellerismen naar Sam Weller uit de pickwick reeks . In Duitsland is het Appologische spruchworten. Deze benaming zou in Duitsland voor het eerst gebruikt zijn door J.F.
Schutse in 1800 in een artikel.
F. Seiler noemt ze sagwort en in Zweden is het Ordstav; In Zwitserland: Erzahlende spruchworten of vertellende spreekwoorden, wat zeker een goede benaming is.
Anna Follie, (Nederland) noemt ze gewoon rariteiten en dit reeds in 1706.
Guido Gezelle noemt ze: luimige gezegden uit het volk ontsproten. Terwijl Jacob Cats de grote Nederlandse hekeldichter ze een invallende gedachte op een voorvallende gelegenheid noemde.
Zoals je ziet zijn er vele benamingen, maar ik hou het liever bij de zei-spreuk, omdat deze benaming het best overkomt hier in Vlaanderen en Nederland.
Soms bestaat een zei-spreuk wel eens uit twee delen in plaats van de traditionele drie delen en een voorbeeld zal dit duidelijk maken:

'T IS GENEPEN, ZEI DE BAAS MET STREKEN, EN HIJ WAS OP DE FLES GEGAAN, (drie delen) (De Beul D.)

SPREEK JE NIET, ZO HEB JE NIET, ZEI DE BEDIENDE.

(Twee delen. Deze voorbeelden komen uit mijn nieuw 'boek over bazen en knechten). Deze tweedelige zei-spreuken zijn echter zeer zeldzaam. Hier verder op ingaan zou mij echter in
herhaling doen vallen omdat het reeds werd uitgelegd in de drie reeds verschenen boekjes. Verder veel lach, lees en denkgenot en tot het volgende boekje.

De de Beul; in eigen beheer;  
 

5. Boeknummer: 00341  
Tentoonstelling Princenhage vroeger en Nu
Historie -- 06.007           (1976)    [werkgroep Haagse Beemden: Karel Leenderd, Herman Dirven, Piet Dekkers, George Dirven en Jan Lodewijk.]
Tentoonstelling Princenhage vroeger en Nu op 14, 15 en 16 mei 1976 tgv Torenhaanfeesten
Beschrijving van geëxposeerde documenten, foto's en memorabilia uit de geschiedenis van
Princenhage en een korte geschiedenis van Princenhage

INHOUD
Lijst van inzenders Voorwoord
I.         Archiefstukken 101 t/m 112
II.        Kaarten 210 t/m 220
III.      Gebeurtenissen 301 t/m 333
IV.       Dorpsgezichten A. algemeen B. straten in de kom C. gehuchten en buitenplaatsen 401 t/m 499
V.         Burgerlijke gemeente 501 t/m 531
VI.        Kerken 601 t/m 674 A. De St. Martinuskerk te Princenhage B. De O. L. V. Hemelvaartkerk te Prinsenbeek C. De Johanniskerk te Princenhage
VII.      Gilden, schutterijen en verenigingen 701 t/m 714
VIII.     Economisch leven en diversen 801 t/m 806
IX.        Literatuur 901 t/m 921
X.         Korte schets van de geschiedenis van Princenhage

VOORWOORD.
Ter gelegenheid van de Torenhaanfeesten had het organiserend comité o. a. ook de idee, om naast het terugplaatsen van de haan en kruis op de toren van de Martinuskerk ook
een braderie, een ambachtendorp, festiviteiten en tentoonstellingen te doen plaatsvinden in de oude kern van het dorp Princenhage in Breda.
Voor de historische tentoonstelling richtten zij hun verzoek tot de Werkgroep Haagse Beemden, die er niet lang behoefde over na te denken om ja te antwoorden.
Op de eerste plaats werd door de Werkgroep Haagse Beemden de tentoonstelling 'Het Verleden van Princenhage', welke gehouden werd in 1966 - dus precies tien jaren gele-
den - nog eens goed bekeken. Het bleek dat veel daaruit bruikbaar zou zijn, maar toch ook dat verschillende leemten sinds die tijd gelukkig opgevuld konden worden.
De medewerking werd gevraagd aan de heer Kimmel, conservator van het Stedelijk en Bisschoppelijk Museum te Breda, en de heren Brekelmans en Lohmann, respectievelijk
archivarissen in Breda en Prinsenbeek.
Daarna werd een indeling gemaakt van en voor de tentoonstelling en moest naar een passende ruimte worden gezocht. We kwamen daarbij op de idee om de hervormde kerk,
'De Johanneskerk' aan de Dreef 5 te Princenhage als tentoonstellingsruimte in te richten.
We vroegen daartoe toestemming aan de kerkeraad en bij monde van de voorzitter de heer E.Rutjens werd ons deze gaarne gegeven.
Daarna moest er hard in de weinige tijd, die ieder van ons heeft, gewerkt worden, om een en ander in orde te krijgen. Wij willen ons bij voorbaat dan ook gaarne verontschul-
digen, indien de bezoeker feilen mocht ontdekken in de beschrijving of kritiek wil uitoefenen op de onvolledigheid der verzameling.
Toch willen wij niet nalaten om de vele mensen, die dikwijls zeer spontaan hulp boden, te bedanken.
Wij hopen dat ook deze tentoonstelling 'PRINCENHAGE VROEGER EN NU' in 1976 voor U een interessante kennismaking of vernieuwde kennismaking zal zijn met het verleden
van Princenhage.

Werkgroep Haagse Beemden
Karel Leenders
Herman Dirven
Piet Dekkers
George Dirven
Jan Lodewijk

Werkgroep Haagse Beemden;  
 

6. Boeknummer: 00342  
Onze Volkskunst.
Historie -- 06.002           (1979)    [Dr Tjaard de Haan en diverse auteurs]
Naslagwerk over diverse onderwerpen van volkscultuur in Nederland

Inhoud
Inleiding 6
dr. Tj.W.R. de Haan De studie van de volkskunde    10
dr. Tj. W.R. de Haan Volksgeloof en bijgeloof    14
S.J. van der Molen Klederdrachten    19
J. de Jong-Brouwer Knipprenten    51
S.J. van der Molen Spel en dans    56
J.J. Schilstra Koekplanken    79
Wina Bom Eten en drinken    83
dr. L.F. Triebels Volkskunst en voorbeeld    107
H.B. Vos Wagens, sjezen en arren    113
E.Jans Stiepeltekens en geveleinden   144
drs. W. Knippenberg Religieuze folkloristica    150
M. de Meyer Volksprenten    155
B.W.E. Veurman Kinderfolklore    172
S.J. van der Molen Scheepjes in de kerk   214
S.J. van der Molen Volkskunst in de scheepvaart    218
dr. Tj. W. R. de Haan Gevelstenen en uithangtekens    239
P. Wassenbergh-Clarijs en en dr. A. Wassenbergh Wooncultuur    244
R. Smaling Nederlandse volksmuziek    301
H. Bottema Wegwijzer door de Nederlandse volkskunst    308
Literatuur 312
Register 315

Inleiding
Nu de wereld steeds kleiner wordt en het exotische gemakkelijk bereikbaar, zet er een tegenbeweging in: de hand over hand toenemende
interesse voor wat met meer of minder recht als het 'eigene’ wordt aangevoeld. Lokale en regionale (volks) cultuur is 'in’ tegenwoordig en een
televisie-uitzending als Van gewest tot gewest wordt allerwegen met genoegen bekeken.
Het heeft dan ook alle zin, studieuze aandacht te besteden aan het 'volkseigen’ der Lage Landen en daarmee een breed publiek te willen
bereiken. In het voor u liggende boek komen deskundigen aan het woord, die allerlei aspecten van de Nederlandse volkskunst en het Ne-
derlandse volksleven belichten, met een keur van afbeeldingen voor een deel, waar dit nodig en zinvol is, in kleur.
Zowel Nederland als Vlaanderen komen daarbij aan de orde, en ook Wallonië is niet vergeten. Het gaat daarbij om volkskunst, wooncul-
tuur, wagens en ander gerij, gevelstenen, scheepssier, klederdrachten, kinderspel en nog veel meer dat behoort tot wat men volkskunde oftewel
'folklore’ pleegt te noemen.
Langere artikelen worden afgewisseld met korte 'specials’, knabbelnootjes bij de hartige borrel, om met Wina Bom te spreken, een van de
medewerkers aan Onze Volkskunst.
Het gaat er in dit boek in de eerste plaats om, het een en ander zo aangenaam mogelijk te laten zien en interessante feitelijkheden te
brengen, zonder in zwaarwichtig getheoretiseer te vervallen. Toch mocht ook een zekere mate van nadenken over de verschijnselen en de
verschijningsvormen niet ontbreken. Dit nadenken vindt men vooral in de langere, meer doorwerkte bijdragen. Maar ook in een tweetal af-
zonderlijke hoofdstukken. Het ene hoofdstuk staat direct aan het begin: het geeft een kort geschiedkundig overzicht van de volkskundestu-
die, vanaf de romantiek tot heden, waarin op een eenvoudige wijze de diverse probleemstellingen beknopt ter sprake komen, aan de hand van
voorbeelden. Het andere hoofdstuk staat helemaal aan het eind van het boek: een 'wegwijzer’, op de terreinen van de volkskunst. Daarin wor-
den, met behulp van een overzichtelijk schema, allerlei realia gedetermineerd naar de categorie waartoe zij min of meer behoren: van de
echte 'elementaire’ volkskunst (men denke aan kippeloopjes als die in Staphorst) tot de ambachtskunst (men denke aan de Hindelooper meu-
bels), die vaak te maken heeft met de officiële stijlkunst, zij het in eigen 'vertaling’, en die toch ook, door haar deel uitmaken van het volksle-
ven, in een boek als dit geheel en al thuishoort.
Kunst, hoe individueel ook, kan men niet los zien van het leven. Tegenwoordig, nu het sociale element in allerlei disciplines terecht een
sterk accent heeft verkregen, wordt dit meer dan ooit beseft. Wat voor de kunst in het algemeen geldt - haar verweven zijn met de maatschap-
pij en de medemens, eventueel bij wijze van antithese - geldt nog eens te meer voor de volkskunst. Deze wordt eerst recht begrepen en op haar
waarde geschat, wanneer men haar ziet in samenhang met het leven en werken, het denken, voelen en geloven van zeer velen, ook al zijn het
vaak de begaafde en geoefende enkelingen die het vermogen van een doeltreffende vormgeving bezitten, die evenwel hun natuurgenoten 'o
ja, dat is het’ doet zeggen en die zij als 'eigen’ aanvaarden. De 'stiepelpaal’ (middenstijl van de schuurdeur) van een Twentse boerenhoeve is

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


niet alleen een functioneel bouwonderdeel, zij is met haar overoude tekens (zandloper, zonnerad, maansikkel; kruis, kelk, hart) bovenal
een heiliging en beveiliging van eigen huis en haard, waarin het spit van het 'witte wief, dat haar belager achternazit tot op zijn eigen erf,
blijft steken.

Alleman van Bert Haanstra
Het moderne volkskundeonderzoek, wars van de oudheidsliefde van de romantiek, waarmee de volkskunde begon, wil vóór alles het leven van
Jan en alleman waarnemen, weergeven en onderzoeken, gelijk zich dat nu voordoet in een sterk gewijzigde wereld, waarbij de grote stad, dat
verbazingwekkend fenomeen, het leeuwedeel van de studiezin zou moeten opeisen. Zoals Bert Haanstra dit deed, met verrassend resul-
taat, in zijn film Alleman; maar dan met de middelen van de wetenschap. die voor zulk uitgebreid onderzoek meer en meer de computer
inschakelt. Zo is de volkskundige er bijvoorbeeld tot op grote hoogte van doordrongen, samen met de fotograaf Willem Diepraam, 'dat de
fotografie-er zijn vijf miljoen camera’s in Nederland! - de enige echte volkskunst van de technocratische westelijke wereld is’. De fotografie
verdient derhalve de aandacht van volkskundigen (en cultureel-antropologen), die zij trouwens ook heeft tegenwoordig.

Volksleven en volkskunst van vandaag
Zo is er heel wat meer volksleven en volkskunst van vandaag te noemen: de cultus van de voetbal, het autootje en zijn zaterdagse beurt, de
fanfares en harmonieorkesten en hun stoergelaarsde majorettes, de optocht, de braderie of winkelweek, het hengelen en het klaverjassen, de
heide- en andere -koninginnen. Vrijwat eigentijdse gegevens zult u aantreffen in wat de auteurs in dit boek naar voren brengen. Het is hun
heus niet bij uitsluiting te doen om de curieuze atavistische 'restcultuur’ van 'onderontwikkelde gebieden’ als de 'arme Friese heide’ zali-
ger, die bij geval nostalgisch wordt bezwijmeld - zij weten waarachtig wel méér en beter en anders. Ook als zij antiquiteiten of ouderwetshe-
den behandelen, dan gebeurt dit, ondanks hun loffelijke liefde voor het onderwerp, vanuit een hedendaags besef en met een geschoold onder-
scheidingsvermogen. Zijn bijvoorbeeld de sjezen een 'afgesloten’ onderwerp, volkslied en kinderspel zetten zich voort tot vandaag en dege-
nen die deze zaken bespreken, houden daar terdege rekening mee. De gebruikelijke thema’s van de volkskunde staan in dit boek echter wel-
bewust op de voorgrond: de muziek, de arresleden, de centsprenten, de klompen en wat dies meer zij. Eensdeels omdat er heel veel over te
zeggen valt dat belangwekkend is voor de talrijke historisch-traditioneel gerichte geïnteresseerden, ja, verzamelaars van hedentendage, nu
fin-de-siècle omasofa’s veel geld kosten, anderdeels omdat een verregaande actualisering nog nauwelijks mogelijk is, bij gebrek aan een
omvangrijk en gedegen onderzoek, dat zoveel mogelijk levensgebieden bestrijkt. Het komt ons bovendien voor, dat de gemiddelde lezers, die
ons zeer na aan het hart liggen, veel en veel liever het een en ander vernemen over een kernachtige 'tuugkist’ uit de Gelderse Achterhoek
(iets moois en iets bijzonders in deze tijd van glad fabriekswerk in serie), dan over het o zo fleurige bloemencorso in de bollenstreek, dat zij
desgewenst gemakkelijk zelf met eigen ogen kunnen aanschouwen, te midden van een zich verdringende menigte, en waarover de media ons
in den brede informatie verschaffen.
WASSENAAR,1979
DR. TJAARD W.R. DE HAAN

Elsevier Amsyerdam/Brussel;  

 

7. Boeknummer: 00374  
Het jaar in woord en beeld 1976. Encylopedische jaarboeken
Historie -- Het jaar in woord en beeld           (1976)    [Winkler Prins redactie]
HET JAAR IN WOORD EN BEELD ENCYCLOPEDISCH JAARBOEK 1976
een encyclopedisch verslag van het jaar 1975
samengesteld door de Winkler Prins redactie

INHOUD
blz.
COMPENDIUM
Necrologie      8-9
Staatkundige gegevens      10-12
Munteenheden      12-13

Wereld in cijfers
Bevolkingsgegevens Nederland      14
Bevolkingsgegevens België      15
Bevolkingsgegevens (mondiaal)      16-17
Sociaal-economische gegevens (mondiaal)      18-20
Produktiecijfers (mondiaal)      20

ALFABETISCH GEDEELTE     21-390

REGISTER     391-392

Lijst van illustraties buiten de tekst
Amsterdam     25-26
Angola      51-52
Architectuur      77-78
Beeldende kunst      103-106
Dans      131-132
Film      133-134
Libanon      159-160
Mode      185-186
Omroep       211-212
Popmuziek       237-238
Sport       263-264
Suriname       289-290
Toneel       315-316
Vietnam       341-342
Viking      367-368

TEN GELEIDE
‘Geef mij een vis en ik zal u dankbaar zijn, maar geef mij de visnetten en ik zal zelfstandig zijn.’ Met dit eenvoudige,
maar zeer sprekende beeld verwoordde de Surinaamse premier Arron in zijn rede voor radio en televisie op 25 nov.
1975 de filosofie waarmee zijn land de eerste onafhankelijkheidsperikelen het hoofd wil bieden. En daarmee raakte hij
in wezen het kernprobleem van alle ontwikkelingslanden: dat der gelijkberechtiging als enige werkelijke solutie. Het is
immers dat vraagstuk dat zich aan ieder die een weg zoekt in de jungle van conferenties, rapporten, verklaringen en
studies over de ontwikkelingsproblematiek, als een weerbarstige twijg opdringt.
In toenemende mate houden in de wereld van vandaag politici, economen, technici en andere deskundigen zich bezig
met het geheel van relaties tussen arme en rijke landen - tussen zuid en noord - en steeds meer wordt duidelijk dat de
oplossing van dit vraagstuk van principieel en beslissend belang is voor de toekomst van de wereld. De redactie heeft
het daarom nuttig geoordeeld in dit Jaarboek, dat in alfabetisch gerangschikte artikelen een totaaloverzicht geeft van
de gebeurtenissen in 1975, extra aandacht te besteden aan deze problematiek, en wel in één groot artikelencomplex
onder het trefwoord Nieuwe Internationale Economische Orde (NIEO). Het complex bestaat uit een algemene
inleiding en een aantal beschouwingen van deskundigen met betrekking tot o.a. de kapitaaloverdracht, de landbouw
in een nieo, de monetaire problemen, de internationale handel, grondstoffen (waarbij ook het vraagstuk van de
grondstoffenindexatie uitvoerig wordt behandeld), energie en de politieke, sociale en juridische implicaties van een
nieo. De onderhandelingen op de speciale zittingen van de Verenigde Naties (1974 en 1975) en de Noord-
Zuidconferentie krijgen ruime aandacht, evenals de voorbereidingen voor UNCTAD IV (1976). Van een aantal
authentieke documenten zijn fragmenten opgenomen, o.m. betrekking hebbend op een voor een NIEO noodzakelijk
geachte mentaliteitsverandering.
Het jaar 1975 was ook voor het overige niet arm aan soms schokkende gebeurtenissen. Geweldpleging en terrorisme
trokken onverminderd de aandacht. De gijzelingen vormden daarvan, voor Nederland althans, het meest
opzienbarende onderdeel. In het artikel Gijzelingen wordt een verslag gegeven van de gijzelingsacties in 1975, terwijl
in een artikel Zuidmolukkers de achtergronden van de Zuidmolukse acties worden belicht. Het feit dat 1975 zowel
Europees Monumentenjaar als Internationaal Jaar van de Vrouw was, vormde de aanleiding tot het plaatsen van
artikelen over deze onderwerpen. In het artikel Vrouwenemancipatie is gepoogd de positie van de vrouw op mondiaal
niveau te schetsen. Een aanzienlijk deel van Het Jaar in Woord en Beeld wordt voorts ingenomen door
landenoverzichten en door artikelen gewijd aan sociaal-economische, culturele, politieke en godsdienstige onderwer-
pen.
Met de uitgave van Het Jaar in Woord en Beeld is gepoogd een tweeledig doel te dienen. Het is enerzijds bedoeld als
aanvullende actuele informatie voor bezitters van een algemene encyclopedie, anderzijds als onafhankelijke
publikatie, bestemd voor wie prijs stelt op een gedegen kroniek van de wereld waarin hij leeft. De redactie hoopt dat
dit Jaarboek in voldoende mate zal beantwoorden aan de informatiebehoefte die zich in onze complexe wereld steeds
dwingender manifesteert.
de redactie

Elsevier Amsterdam/Brussel;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 24 september 2022