HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 30   (uit: 667)


Uitgebreid zoeken

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00561  
Het aanzien van 50 jaar wereldnieuws in beeld.
Historie -- Nederland, algemeen           (2011)    [Han van Bree]
Fotoboek van markante gebeurtenissen en personen in Nederland over de afgelopen 50 jaar

Het aanzien van 50 jaar wereldnieuws in beeld.
Woord vooraf
In wat voor wereld leven wij?
In 1962 waren er geen mobiele telefoons of iPads, hadden we geen plasmaschermen, was het DNA nog een goed bewaard geheim,
waren zelfreinigende ramen ondenkbaar, zaten de meeste homo's nog in de kast, stonden de meeste vrouwen achter het aanrecht en was de rooms-katholieke Kerk nog niet be-
zoedeld door seksuele schandalen. Juliana en Boudewijn regeerden over de Lage Landen. In Zuid-Afrika bestond het apartheidsregime nog en dwars door Europa hing het
Uzeren Gordijn, met de pas opgetrokken Muur in Berlijn als navrant symbool.
Er is veel veranderd sinds 1962, heel veel. Maar er is ook veel gebleven - soms in een nieuw jasje: zo werd de rolschaats opgevolgd door de skeeler, kreeg de traditionele
jojo een flitsender uiterlijk en een flitsender naam, yoyo, en maakten (dankzij Albert Heijn) de voetbalplaatjes een comeback. Wat ook bleef, is de eeuwenoude verzuchting:
'in wat voor wereld leven wij?'Op die vraag probeert de Aanzien-reeks al sinds 1962 een antwoord te geven in woord en beeld.

De lens op de mens.
De Aanzien-reeks begon in feite al in 1960.Toenmalige directeur van Uitgeverij Spaarnestad, mr. W. Lucas, was de initiatiefnemer.'Laten we een soort
fotoalbum maken van de jaren waarin wij leven', zei hij.'Elk jaar opnieuw een boek met eerlijke verslaggeving van alles wat er is gebeurd. De mensen zullen zich hun leven willen
herinneren en bladeren in hun eigen historie.'
De eerste uitgave heette De lens op de mens. En de ondertitel was: 'Unieke fotoreportage van twaalf maanden wereldnieuws'. Deze uitgave (formaat: 17 x 24 cm.) telt 112 pagi-
na's vol zwart-wit foto's met korte bijschriften en loopt van oktober 1960 tot augustus 1961. Het boek werd samengesteld door Gerard Vermeulen, hoofdredacteur van het
weekblad Panorama. Hij begint en eindigt koninklijk: het eerste onderwerp is het bezoek aan Nederland van koning Bhumibol en koningin Sirikit van Thailand; op de laatste
pagina zien we een fietsende Juliana in Drenthe. Verder staan in het boek onderwerpen als de nieuwe pier van Scheveningen, de onderwijsplannen van minister Jo Cals, de
musical The westside story, de Varkensbaai-invasie op Cuba, deTour de France (gewonnen door Jacques Anquetil), het kampioenschap van Feyenoord, hongersnood in Afrika, een
vliegramp bij Brussel, de eerste Amerikaanse ruimtevaarder, de hoedenrage en heel veel koninklijk nieuws.
Maar titel en concept bleken niet ideaal. Vanaf 1962 wordt het een echt jaarboek dat begint in januari en eindigt in december. De titel verandert in Het aanzien van een jaar,
met als ondertitel voortaan:'twaalf maanden wereldnieuws in beeld'. Het formaat wordt groter (18 x 26 cm en vanaf 1965 21 x 26 cm), het aantal pagina's meer dan ver-
dubbeld en er wordt gekozen voor een of twee foto's per onderwerp. Niemand, ook samensteller Gerard Vermeulen niet, kon op dat moment bevroeden dat de reeks minstens
een halve eeuw lang succesvol zou zijn. Maar de initiatiefnemer had gelijk: de mensen vinden het blijkbaar heerlijk om terug te bladeren in hun eigen leven.

De toestand in de wereld.
En wat lazen ze dan over 'hun eigen leven'? In feite kregen en krijgen de lezers een beeld van wat politiek commentator G.B. J. Hiltermann zo
treffend 'De toestand in de wereld' noemde. En er gebeurt nogal wat in de wereld. Om uit die brei van informatie wijs te worden fungeert Het aanzien als een filter én een geheu-
gensteun. Zoals in het voorwoord van Het aanzien van 1968 te lezen staat: 'De hoeveelheid nieuws die zich dagelijks over onze hoofden uitstort is zo enorm groot, dat wij er
mentaal ook weer snel afstand van moeten nemen. Als u in mei een afbeelding onder ogen krijgt van een gebeuren dat zich in januari heeft voltrokken, zult u ongetwijfeld
zeggen: 'Och, is dat nog pas zo kort geleden gebeurd?' Een fotoboek als dit, waarin in woord en beeld een neerslag van het wereldgebeuren uit 1968 is opgenomen, zal u
derhalve dikwijls voor verrassingen plaatsen.' Dat deed het zeker.

Heb je schone handen?
Bij ons thuis in Veldhoven was het dan ook feest als de bladenman, die behalve tijdschriften ook boeken verkocht, in het begin van het jaar het
nieuwe Aanzien had gebracht. Mijn ouders kochten ieder jaar vier exemplaren: een om zelf te houden en de rest om cadeau te doen aan respectievelijk tante Riek, opa Van
der Vliet en tante Jeanne, die in januari en februari jarig waren en dankzij ons de serie compleet hielden. Als we schone handen hadden en voorzichtig deden (de eerste
delen waren nogal kwetsbaar omdat ze slecht gelijmd waren), mochten mijn zussen en ik Het aanzien lezen. En dat deden we. We lazen en herlazen de verhalen en waren
gefascineerd door een bloedend meisje dat zich afvroeg: 'Mamma, waarom is het zo donker?' door doodgevallen acrobaten in het circus, door een beer die een vrouw aan-
viel, door de lelijkste man ter wereld, door de zweefduik van een keeper, door zwemtochten over het Kanaal, door een koffermoord, door een baby in een vuilnisvat, door
een vijfling, door de blote acteurs van Oh Calcutta, door een moeder van 10 jaar, en zo verder en zo voort. Beelden die op mijn netvlies geëtst werden - en op dat van velen
met mij, zo bleek later.
Bij het teruglezen van al die oude Aanziens voor het samenstellen van deze jubileumuitgave, herinnerde ik mij ineens weer dat ik als jongetje met een van de delen naar
mijn moeder gelopen benen haar gevraagd heb:'Mama, dat doe je toch niet: expres verongelukken?' Ik was volledig in verwarring geraakt door de kop boven een artikel. Ex-
pres verongelukt'. Het ging over een treinongeluk... Pas toen ik jaren later, in 1983, zelf bij Het aanzien betrokken raakte - eerst als medewerker en al snel als samenstel-
ler - realiseerde ik me wat er bij het maken van het boek allemaal komt kijken. Dat er over alles moest worden nagedacht: welke onderwerpen nemen we op, welke in-
valshoek kiezen we, wat voor foto plaatsen we daarbij? Een jaar in woord en beeld op zo'n manier samenvatten dat er een genuanceerd beeld wordt geschetst en er voor elk wat
wils in staat: dat was en is de uitdaging.
Voor de bladenman in Veldhoven was het jammer dat ik Het aanzien ging maken. Hij raakte aan de familie Van Bree een goede klant kwijt.Toen de man begin 1984 bij mijn ou-
ders aanbelde, hoopte hij weer de gebruikelijke vier exemplaren te kunnen slijten. Maar mijn vader antwoordde vol trots dat hij dit jaar Het aanzien niet zou bestellen, omdat
zijn zoon eraan had meegewerkt en voor de vier boeken zou zorgen. De bladenman droop onverrichterzake af en moet gedacht hebben:'dit is de beste smoes die ik ooit
gehoord heb om onder Het aanzien uit te komen'.

Het aanzien van de wereld.
De wereld is enorm veranderd. Maar we zijn de wereld ook anders gaan bekijken. Mede dankzij de ruimtevaart. Weinig foto's hadden zo'n
impact op het denken van de mens over de aarde als de opnames die de astronauten van Apollo 11 maakte vanaf de maan (zie p.2). De eindigheid van onze planeet was voor
eens en voor altijd vastgelegd. Het voedde het besef dat we voorzichtig moeten zijn met de aarde waarop we leven, en waarbuiten we hoogstens tijdelijk kunnen bestaan. Het
besef ook dat er geen al te grote gaten mogen vallen in onze kwetsbare, maar levensnoodzakelijke dampkring gaten die gesignaleerd werden door satellieten die om de
aarde heen cirkelden. De ruimtevaart leidde dus tot een fundamentele perspectiefwisseling. Een beter bewijs van het belang van foto's is bijna niet denkbaar.

Het aanzien van Het aanzien.
Hoe is in de loop der jaren tegen de reeks aangekeken? Aanvankelijk werd het vooral een'rampenboek'genoemd. En dat was het natuur-
lijk in zekere zin ook. Onvermijdelijk, omdat rampen nu eenmaal zeer nieuwswaardig zijn en Het aanzien wat er in de kranten staat en op radio en televisie verschijnt samen-
vat en bewaard. En een trein die aankomt is geen nieuws, de trein die ontspoort wel. Of, zoals te lezen staat op pagina 51 van Het aanzien van 1979: 'fotojournalistiek bestaat
nu eenmaal voor een belangrijk deel uit het laten zien van de hete actualiteit en de meestal rauwe werkelijkheid van het wereldnieuws'.
Langzaam maar zeker groeide het respect voor het boek. De teksten waren aanvankelijk wat kort en soms wat vooringenomen, maar vanaf het einde van de jaren zeventig
veranderde dat geleidelijk aan. Hoe langer de reeks duurde, hoe meer ook het besef groeide dat de teksten later (over tien, twintig, dertig jaar) nog gelezen zullen worden
en dan dus nog steeds begrijpelijk moeten zijn. Dat werd de uitdaging.
Uit onderzoek is gebleken dat illustraties in (schoolboeken over de recente geschiedenis bijna allemaal eerder al in Het aanzien zijn opgenomen. Na vraag bij auteurs en
samenstellers van dergelijke werken leert dat zij op zoek naar beeldmateriaal vrijwel altijd te rade gaan bij Het aanzien. Daaruit blijkt dat het boek een onmiskenbare status
geniet als beeldbron. Dat het inhoudelijk ook betrouwbaar gevonden wordt, blijkt onder meer uit het feit dat Het aanzien bij de televisiequiz Twee voor twaalf door de deelne-
mers als opzoekboek kan worden gebruikt. De reeks kreeg steeds meer aanzien en de Volkskrant omschreef in 2003 Het aanzien dan ook als 'het meest vermaarde jaarboek van
Nederland'.

In wat voor wereld leven wij?
Er is veel veranderd in de afgelopen halve eeuw. De apartheid is verdwenen, de vrouwenemancipatie heeft haar werk gedaan, Juliana
en Boudewijn zijn dood, homo's mogen tegenwoordig trouwen, de Berlijnse Muur is afgebroken en de katholieke Kerk maakt een ernstige crisis door. Maar er is ook veel
gebleven. Zoals Het aanzien dat in al die woelige jaren voor velen een betrouwbaar baken bleek. In Het aanzien werd en wordt de lawine van nieuws samengevat, beschreven
en bewaard. De veranderende wereld geboekstaafd. Dat Het aanzien is blijven bestaan is te danken aan de verantwoordelijke uitgevers, de samenstellers en de auteurs, de
fotopersbureaus en fotojournalisten, maar vooral aan de grote groep trouwe lezers en verzamelaars van de reeks.
Aan hen dragen we dan ook deze jubileumuitgave op.
Han van Bree

najaar 2011
50 jaar wereldnieuws
Het aanzien van bestaat een halve eeuw. Bij dit bijzondere jubileum hoort ook een bijzondere uitgave: 50 jaar'wereldnieuws in beeld'. Net als in het jaarlijkse Aanzien is een
gevarieerde keuze gemaakt uit de veelheid van het nieuws: oorlogen, sportprestaties, ongelukken, ruimtevaart, natuurrampen, kunst en muziek. Het komt allemaal aan bod:
van Martin Luther King, de oorlog in Vietnam en de successen van Ard en Keessie tot de verkiezingszege van Barack Obama en de recente Arabische lente. En achterin een hele
reeks prijzen en uitslagen.
Maar er is meer. In deze speciale jubileumuitgave zijn ook vier interviews opgenomen. Joop van Zijl vertelt hoe hij tijdens zijn werk op het nippertje aan de
dood ontsnapte, Antoine Bodar prijst de Bossche bisschop Bekkers, Lenny Kuhr kijkt terug op hits en hinderlijke etiketten en Robbert Dijkgraaf zag de wereld veranderen,
maar anders dan verwacht.
Er is inderdaad veel veranderd de afgelopen vijftig jaar. Maar Het aanzien van is gebleven.
En dat vieren we met deze terugblik op de
periode 1962-2011.

Unieboek / Het Spectrum;  
 

2. Boeknummer: 00564  
Breda - Prinsenbeek. Plangebied Westrik
Historie -- Archeologie           (2019)    [M. Pieters, M. Kooi]
Breda - Prinsenbeek. Plangebied Westrik. Proefsleuvenonderzoek en opgraving.
BAAC-rapport A-17.0127?A-18.0025

Inhoud
■ Samenvatting 7
1 ■ Inleiding 9
1.1 Aanleiding 9
1.2 Ligging en aard van het terrein 11
1.3 Administratieve gegevens 11
1.4 Leeswijzer 12
2 ■ Onderzoekskader 13
2.1 Landschappelijke achtergrond 13
2.2 Archeologische achtergrond 15
2.3 Historische achtergrond 16
2.4 Onderzoeksvragen 16
2.5 Werkwijze 19
2.5.1 Veldwerk 19
2.5.2 Uitwerking 21
3 ■ Resultaten 23
3.1 Bodemopbouw 23
3.2 Sporen 24
3.3 Vondsten 33
4 ■ Synthese 37
5 ■ Literatuur en bronnen 39
6 ■ Lijst van afbeeldingen 41
■ Bijlagen 43
Bijlage 1 Geologische en archeologische tijdvakken
Bijlage 2 Onderzoeksvragen uit het Programma van Eisen
Bijlage 3 Sporenlijst
Bijlage 4 Vondstenlijst
Bijlage 5 Resultaten C14-onderzoek
Bijlage 6 Allesporenkaart met structuren
Bijlage 7 Allesporenkaart met datering van de greppels
Bijlage 8 Allesporenkaart met spoornummer (digitaal)


Samenvatting
In opdracht van Giesbers Beheer heeft BAAC een proefsleuvenonderzoek en een
opgraving uitgevoerd in plangebied Westrik te Prinsenbeek gemeente Breda.
De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van woningen in
het plangebied waarbij een gerede kans bestaat dat archeologische waarden
vernietigd zullen worden.

Het plangebied Westrik te Prinsenbeek bevindt zich ten zuiden van de
bebouwde kom van Prinsenbeek, in de gemeente Breda. De bodem bestaat uit
een natuurlijke veldpodzolbodem die wordt afgedekt door een dik cultuurdek.
De natuurlijke bodem is antropogeen beïnvloed door ontwatering, verploeging
en dergelijke. Bij diverse archeologische onderzoeken die hebben plaats
gevonden binnen een kilometer van het plangebied zijn resten gevonden van
bewoning van de bronstijd tot en met de nieuwe tijd. Het plangebied bestaat
vrijwel geheel uit akkercomplexen, het oostelijk deel ligt ter hoogte van het
gehucht Westrik. Op de kadastrale minuut is te zien dat het Vaareind en een
weg door de meest zuidwestelijke hoek van het plangebied loopt, verder zijn
alleen perceelgrenzen te zien op het minuutplan.

is In november en december 2017 is een proefsleuvenonderzoek in het
plangebied uitgevoerd. Naar aanleiding van de evaluatie van de resultaten
van het proefsleuvenonderzoek is een klein gedeelte van het plangebied
opgegraven in februari 2018.
Uit het proefsleuvenonderzoek is gebleken dat zich in het plangebied drie
vindplaatsen bevinden. Vindplaats 1 bestaat uit ontginningssporen uit de (late
middeleeuwen-) nieuwe tijd, vindplaats 2 bestaat uit een cluster paalkuilen die
een gebouw (berg) vormen uit de late middeleeuwen - nieuwe tijd en vindplaats
3 bestaat uit een erf (paalkuilen, kuilen en een waterput) uit de nieuwe tijd.
Vindplaats 3 is als behoudenswaardig aangemerkt op basis van de criteria zoals
gesteld in de KNA. Het advies van BAAC luidde daarom deze vindplaats in situ
te behouden, of wanneer dat niet mogelijk was de vindplaats op te graven
(behoud ex situ). De bevoegde overheid heeft besloten vindplaats 3 en een
(gedeelte) van vindplaats 2 op te graven.

Bij de opgraving van vindplaats 2 zijn resten gevonden van een gehoekte
berg, een gebouw dat onder andere werd gebruikt voor de opslag van hooi of
graan. Daarnaast zijn tijdens de opgraving drie paalsporen gevonden van een
spieker, een vierde paalspoor is subrecentelijk vergraven. Ook zijn de resten
van een afrastering gevonden die parallel loopt aan een greppel. Vondsten zijn
met name afkomstig uit de greppels en kunnen gedateerd worden in de late
middeleeuwen en de nieuwe tijd. Twee C14-monsters uit de gehoekte berg
leiden tot een datering tussen 1276 en 1382.

De resten van vindplaats 3 die zich binnen het onderzoeksgebied bevinden zijn
opgegraven, met uitzondering van de waterput. Het opgraven van de kuilen en
de losse paalkuil heeft geen aanvullende informatie opgeleverd over de functie
van deze sporen. Voor de waterput is, in overleg met het bevoegd gezag,
besloten deze in situ te behouden.


1.1 Aanleiding
In opdracht van Giesbers Beheer heeft BAAC (onderzoeks- en adviesbureau
voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie) een
proefsleuvenonderzoek en een opgraving uitgevoerd in plangebied Westrik
te Prinsenbeek, gemeente Breda. De aanleiding voor het onderzoek is de
voorgenomen bouw van woningen in het plangebied waarbij een gerede kans
bestaat dat archeologische waarden vernietigd zullen worden.

Dit onderzoek is uitgevoerd in twee fasen. Op basis van het proefsleuven-
onderzoek, dat is uitgevoerd in november en december 2017, zijn drie archeo-
logische vindplaatsen vastgesteld. Vindplaats 1 bestaat uit ontginningssporen
uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd, vindplaats 2 betreft een cluster
paalkuilen die een structuur vormen uit de late middeleeuwen - nieuwe tijd,
vindplaats 3 is een erf uit de nieuwe tijd. Na waardering van de vindplaatsen in
de evaluatiefase', zijn vindplaatsen 2 en 3, in het oosten van het plangebied,
behoudenswaardig geacht en dientengevolge onderzocht door middel van
een opgraving. De opgraving vond plaats in februari 2018. In dit rapport zullen
de resultaten van zowel het proefsleuvenonderzoek als de opgraving worden
besproken.

Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek is door de gemeente Breda een
Programma van Eisen opgesteld.2 Hieruit is gebleken dat het plangebied op de
Archeologische Beleidskaart Breda voornamelijk een hoge verwachting heeft
op het aantreffen van archeologische waarden. Een strook in het zuidelijke en
noordwestelijke deel van het plangebied heeft een middelhoge verwachting.
In het noordwestelijke deel, op de overgang van een hoge naar middelhoge
verwachting, heeft een klein gebied een lage verwachting. In de omgeving van
het plangebied zijn bij verschillende archeologische onderzoeken archeologische
resten aangetroffen. Direct ten oosten van het plangebied bijvoorbeeld, op het
Saval-terrein, is een proefsleuvenonderzoek en opgraving uitgevoerd (BR-87-
04/05). De oudste bewoningssporen die hier zijn aangetroffen, stammen uit de
vroege ijzertijd. In de midden- en late ijzertijd lijkt sprake te zijn van ten minste
twee gelijktijdige boerderijen met bijgebouwen. Na de late ijzertijd wordt het
terrein verlaten. In de volle middeleeuwen wordt het terrein opnieuw in gebruik
genomen. Deze bewoning kan beschouwd worden als een voorloper van het
gehucht Westrik dat uit historische bronnen bekend is. De bewoning wordt
voortgezet tot in de late middeleeuwen of nieuwe tijd.

Het proefsleuvenonderzoek vond plaats tussen 23 november en 1 december
2017 en de opgraving vond plaats tussen 8 en 13 februari 2018. Contactpersoon
namens de opdrachtgever is 8. van Gerven.3 De bevoegde overheid voor dit
project is F.J.C. Peters (gemeente Breda). Het veldteam stond onder leiding van
Senior KNA-archeoloog M. Kooi, verder bestond het veldteam uitW. Kemme,
D. Udo, M. Kalshoven, P. Kubistal, M. Mostent, M. Tump. C. Verbeek en
M. Pieters. De graafmachine werd geleverd door T. Luijten en de machinist was
T. Vercamme. Tijdens het veldonderzoek zijn geen specialisten ingezet.


1.2 Ligging en aard van het terrein
Het plangebied ligt ten zuiden van de bebouwde kom van Prinsenbeek, in de
gemeente Breda (afb. 1.1). Het terrein wordt aan de noord-, oost- en westzijde
begrensd door de bebouwde kom van Prinsenbeek en aan de zuidzijde
door de spoorlijn. Het plangebied is voor een groot deel onbebouwd en in
gebruik als grasland. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 9
ha. De oppervlakte van het onderzoeksgebied bedraagt circa 6500 m2. In het
onderzoeksgebied zijn in totaal 54 proefsleuven met een totale oppervlakte
van 5647 m2 onderzocht. Naar aanleiding van het proefsleuvenonderzoek is
besloten dat de aangetroffen vindplaats verder onderzocht diende te worden
door middel van een opgraving, die is uitgevoerd in twee fases. Bij fase 1 werd
de helft van de werkputten aangelegd in een dambordpatroon. Indien de
sporen aanleiding gaven tot verder onderzoek werden ook de tussenliggende
werkputten aangelegd in fase 2. Op die manier is in totaal 8934m2 opgegraven.

BAAC;  
 

3. Boeknummer: 00565  
Van Kleine Schans naar Chinese Muur
Historie -- Terheijden           (2022)    [Pierre Gruca]
Van Kleine Schans naar Chinese Muur.
Over Bernard Wolters, Terheijdense notariszoon als Wu Guang Wen, missionaris van Scheut in China.

Inhoud
Voorwoord,Vier broers aan het altaar .................4
Het gezin Wolters.....................................5
Vader Wolters, notaris, politicus, bestuurder.........7
Bernard Jacques Louis Marie Wolters...................I I
Terheijden, bedankt ..................................19
Verhalen van Bernard Wolters .........................21


Vier broers aan het altaar
In de rijke parochiegeschiedenis vanTerheijden kwam ik een krantenbe-
richt tegen uit deTilburgse Courant van 29 augustus 1928 met als kop
Vier broers aan het Altaar
Dat wekt wel enige verbazing in een tijd als de onze waarin er nog
maar weinig priesters zijn.
Vier broers uit één gezin priester, het kwam in die tijd meer voor, maar
voor Terheijden was het uniek. Helemaal bijzonder was dat de jongste
van de vier, Bernard, missionaris werd in China.
Daar komt nog bij dat de vier broers zonen waren van notaris Wol-
ters, een man die beroepsmatig actief was als notaris, maar die ook
druk doende was als bestuurder van allerlei verenigingen in en buiten
Terheijden en die ook lid was van de Provinciale Staten in de provincie
Noord-Brabant
Kortom, genoeg stof om er mijn licht over te laten schijnen en het
resultaat met jullie te delen.
Pierre Gruca

Heemkundekring De Vlasselt;  
 

4. Boeknummer: 00567  
Breda Schoolstraat Prinsenbeek. Erfgoedrapport Breda 63
Historie -- Archeologie           (2012)    [drs. Joeske Nollen]
Breda Schoolstraat Prinsenbeek. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven.

Inhoudsopgave
1 Inleiding-7
2 Ligging en aard van het terrein - 9
3 Landschappelijke gegevens en historische context - 11
4 Archeologische achtergronden - 15
5 Doelstelling -17
6 Werkwijze - 21
7 Resultaten - 23
8 Conclusie - 27
9 Waardering en aanbeveling - 41
10 Literatuur - 43
Bijlage 1 Sporenlijst - 45
Bijlage 2 Vondstenlijst - 48
Bijlage 3 Aardewerk determinatielijst - 52
Bijlage 4 Glasinventarislijst - 55
Bijlage 5 Alle sporenkaart werkputten 1 en 2 - 56
Bijlage 6 Aile sporenkaart werkputten 3 en 6 - 57
Bijlage 7 Alle sporenkaart werkputten 4 en 5 - 58
Bijlage 8 Structuur 1 aangegeven op alle sporenkaart werkput 3-59
Bijlage 9 Alle sporenkaart met structuren in kleur - 60


INLEIDING
In opdracht van de directie economische zaken en grondbedrijf afdeling vastgoed (voorheen
ODB/VGEP/vastgoed) van de Gemeente Breda is op 19, 20, 23, 26, 27, 28 juli en op 18 en
19 oktober 2010 een inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van proefsleuven
uitgevoerd op het terrein aan de Schoolstraat 2a t/m c in Prinsenbeek. Het plangebied ligt in
het centrum van Prinsenbeek in de gemeente Breda en wordt begrensd door Gertrudislaan
(W), Schoolstraat (Z), Markt (O) en de begraafplaats (N).
Het plangebied maakt deel uit van de bebouwde kom van Prinsenbeek en was gedeel-
telijk bebouwd en gedeeltelijk in gebruik als schoolplein en parkeerterrein. In hoeverre deze
bebouwing de ondergrond heeft verstoord, is niet bekend. Het terrein ligt in een zone van
hoge archeologische verwachting. Aanleiding voor het onderzoek is de geplande nieuwbouw
van een woonzorgcentrum op het terrein, waarbij de ondergrond verstoord zal worden en
de eventuele aanwezige archeologische resten beschadigt of vernietigt zullen worden.
Het doel van het Inventariserende Veldonderzoek door middel van proefsleuven is op een
snelle en betrouwbare wijze inzicht te verschaffen in de aanwezigheid van archeologische
resten in het plangebied. Daarbij dient voldoende inzicht te worden gegeven in de inhou-
delijke en fysieke kwaliteit van de mogelijk aanwezige bewoningssporen op de betreffende
locatie (aard, ouderdom, omvang, gaafheid, conservering) teneinde tot een waardestelling
te kunnen komen. Belangrijk is dat op basis van het inventariserende veldonderzoek een
beslissing kan worden genomen of verder (vooronderzoek in het gebied noodzakelijk en
verantwoord is.

Gemeente Breda;  
 

5. Boeknummer: 00568  
Breda Vianendreef 74 (P), Erfgoedrapport Breda 74
Historie -- Archeologie           (2012)    [drs. J. Nollen, L. de Jonge MA]
Breda Vianendreef 74 (P). Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven.

Inhoudsopgave
1. Inleiding - 7
2. Ligging en aard van het terrein - 9
3. Landschappelijke gegevens en historische context - 11
4. Archeologische achtergronden - 13
5. Doelstelling - 15
6. Werkwijze-19
7. Resultaten - 23
8. Conclusie - 27
9. Waardering en aanbeveling - 29
10. Literatuur - 31
Bijlage 1 Sporenlijst - 33
Bijlage 2 Alle sporenkaart - 34
Bijlage 3 Kadastrale Minuut 1824 - 35

INLEIDING
In opdracht van dhr. K. Berghuis is 22 juni 2011 een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door
middel van proefsleuven uitgevoerd op het terrein aan de Vianendreef 74 te Prinsenbeek.
Het plangebied ligt ten noordwesten van het centrum van de Gemeente Breda, en wordt
begrensd door de Neelstraat, de Vianendreef en een perceelgrens. Het terrein is bebouwd en
bestraat en deels in gebruik als tuin.
Aanleiding voor het onderzoek is de toekomstige bouw van een woning. De bouwwerk-
zaamheden zullen de eventuele aanwezige archeologische resten beschadigen of vernietigen.'
Het doel van het inventariserende veldonderzoek door middel van proefsleuven is op een snelle
en betrouwbare wijze inzicht te verschaffen in de aanwezigheid van archeologische resten
in het plangebied. Daarbij dient voldoende inzicht te worden gegeven in de inhoudelijke en
fysieke kwaliteit van de mogelijke aanwezige bewoningssporen op de betreffende locatie
(aard, ouderdom, omvang, gaafheid, conservering) teneinde tot een waardestelling te kunnen
komen. Belangrijk is dat op basis van het inventariserende veldonderzoek een beslissing kan
worden genomen of verder (voor)onderzoek in het gebied noodzakelijk en verantwoord is.

Gemeente Breda;  
 

6. Boeknummer: 00569  
Prinsenbeek Vianendreef 87. Erfgoedrapport Breda 149
Historie -- Archeologie           (2014)    [Elisabeth de Nes MA]
Prinsenbeek Vianendreef 87. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven.

Inhoud
1. Inleiding........................................ 3
2. Ligging en aard van het terrein.................. 4
3. Landschappelijke gegevens en historische context 5
4. Archeologische achtergronden..................... 7
5. Doelstelling..................................... 8
6. Werkwijze en resultaten...........................11
7. Conclusie en aanbeveling..................................................13
8. Literatuur....................................... 14
Bijlage 1. Allesporenkaart
Bijlage 2. Sporenlijst
Bijlage 3. Vondstenlijst

Inleiding
In opdracht van dhr. L. Verhaar heeft de Afdeling Ruimte van de gemeente Breda op 12 februari 2014
een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd aan de
Vianendreef 87 te Prinsenbeek, gemeente Breda. De proefsleuven zijn aangelegd in het kader van de
voorgenomen bouw van een woning. Voor de bouw van de woning zijn bodemverstorende
werkzaamheden gepland die dieper gaan dan 0,30 meter onder maaiveld.
Het plangebied ligt in de gemeente Breda, in een zone van middelhoge archeologische
verwachting op de Archeologische Beleidskaart Breda. Door de nieuwbouw zal de ondergrond
geroerd worden. Het was dan ook van belang de archeologische verwachting nader te toetsen en
eventueel aan te treffen archeologische sporen en vondsten in kaart te brengen.

Administratieve gegevens
Provincie Noord-Brabant
Gemeente Breda
Plaats Prinsenbeek
Toponiem Vianendreef 87
Objectcode BR-375-14
Centrumcoördinaten RD 107.456/401.171
Kaartblad 44C
Onderzoeksmeldingsnr. 59998
Opdrachtgever Dhr. L. Verhaar
Bevoegd gezag Gemeente Breda
Uitvoerder Gemeente Breda, Afdeling Ruimte
Senior archeoloog drs. Erik Peters
Veldarcheologen Lina de Jonge MA, Elisabeth de Nes MA
Veldtechnicus Alex Schut

Ligging en aard van het terrein
Het plangebied ligt ten westen van de stad Breda, aan de Vianendreef 87 te Prinsenbeek, gemeente
Breda. Enkele meters ten noorden van het plangebied loopt de Vianendreef van west naar oost. Aan
alle zijden is het terrein omgeven door perceelsgrenzen, alleen direct ten noorden van het plangebied
staan huizen. Ten tijde van het onderzoek was het plangebied onbebouwd en in gebruik als
grasland/weiland.

Gemeente Breda;  
 

7. Boeknummer: 00570  
Breda Zanddreef 20 (P). Erfgoedrapport Breda 191
Historie -- Archeologie           (2016)    [Lina de Jonge]
Breda Zanddreef 20 (P). Inventariseren veldonderzoek door middel van proefsleuven.

Inhoud
1. Inleiding....................................... 4
2. Ligging en aard van het terrein................. 5
3. Landschappelijke gegevens en historische context 6
4. Archeologische achtergronden.................... 7
5. Doelstelling.................................... 8
6. Werkwijze en resultaten........................... 11
7. Conclusie en aanbeveling......................... 14
8. Literatuur...................................... 13
Bijlage 1. Sporenlijst
Bijlage 2. Vondstenlijst
Bijlage 3. Aardewerkinventarisatielijst
Bijlage 4. Allesporenkaart

Inleiding
In opdracht van dhr. Van den Broek heeft de Afdeling Ruimte van de gemeente Breda in maart 2016
een Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd aan de
Zanddreef 20 in Prinsenbeek. Het IVO-P is uitgevoerd naar aanleiding van de toekomstige bouw van
een woning, waarbij bodemverstorende werkzaamheden zullen plaatsvinden die dieper gaan dan 0,30
meter onder maaiveld. (1. Craane en Peters 2015)

Het plangebied ligt in een zone van middelhoge archeologische verwachting op de Archeologische
Beleidskaart Breda. Door de nieuwbouw kunnen eventueel aanwezige archeologische sporen of
vondsten verstoord worden. Het is dan ook van belang de archeologische verwachting nader te
toetsen en eventuele archeologische sporen en vondsten in kaart te brengen.

Administratieve gegevens
Provincie - Noord-Brabant
Gemeente - Breda
Plaats - Prinsenbeek
Toponiem - Zanddreef 20
Objectcode - BR-423-15
Noordcoördinaten RD - 106.910/401.353, 106.959/401.349
Zuidcoördinaten RD - 106.900/401.300, 106.958/401.289
Kaartblad - 44C
Onderzoeksmeldingsnr. - 3299660100
Opdrachtgever - Dhr. Van den Broek
Bevoegd gezag - Gemeente Breda
Uitvoerder - Gemeente Breda, Afdeling Ruimte
Senior archeoloog - drs. Joeske Nollen
Veldarcheoloog - Lina de Jonge MA
Veldtechnicus - John Harmanus

Ligging en aard van het terrein
Het plangebied ligt ten noordwesten van het centrum van de stad Breda aan de Zanddreef 20 in
Prinsenbeek. Het betreft het perceel PSB00 H3332 dat in het oosten wordt begrensd door de
Zanddreef. Bij aanvang van het onderzoek was het terrein in gebruik als. Het totale oppervlakte van
het plangebied bedraagt 3000 m2, waarbinnen een bouwvlak van 490 m2 is gepland met een nieuwe
woning van 148 m2.

Gemeente Breda;  
 

8. Boeknummer: 00571  
Breda Bugstsedreef 8. Erfgoedrapport Breda 113.
Historie -- Archeologie           (2013)    [drs. J. Nollen, L. de Jonge MA]
Breda Burgstsedreef 8. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven.

Inhoudsopgave
1. inleiding- 11
2. ligging en aard van het terrein-13
3. landschappelijke gegevens en historische context- 15
4. archeologische achtergronden- 19
5. doelstelling- 21
6. werkwijze- 27
7. resultaten- 29
8. conclusie- 31
9. waardering en aanbeveling- 33
10. literatuur- 35
Bijlage 1: sporenlijst- 37
Bijlage 2: vondstenlijst en aardewerkdeterminatielijst- 38
Bijlage 3: allesporenkaart werkput 1 - 39
Bijlage 4: vlak- en maaiveldhoogtes in NAP- 40

INLEIDING
In opdracht van Mevrouw van der Lee heeft de afdeling Ruimte van de gemeente
Breda op dinsdag 9 juli 2013 een inventariserend veldonderzoek door middel van
proefsleuven uitgevoerd aan de Burgstsedreef 8 te Breda. Het plangebied was in
gebruik als tuin. Aanleiding voor het onderzoek is de uitbreiding van een woning
waarbij bodemverstorende werkzaamheden zullen plaatsvinden. De grondwerk-
zaamheden zullen eventueel aanwezige archeologische resten beschadigen en
vernietigen.

Het doel van het inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven is
op een snelle en betrouwbare wijze inzicht te verschaffen in de aanwezigheid van
archeologische resten in het plangebied. Daarbij dient voldoende inzicht te worden
gegeven in de inhoudelijke en fysieke kwaliteit van de mogelijk aanwezige bewo-
ningssporen op de betreffende locatie (aard, ouderdom, omvang, gaafheid,
conservering) teneinde tot een waardestelling te kunnen komen. Belangrijk is dat
op basis van het inventariserend veldonderzoek een beslissing kan worden geno-
men of verder (voor)onderzoek in het gebied noodzakelijk en verantwoord is.

Administratieve gegevens
Provincie Noord Brabant
Gemeente Breda
Plaats Breda
Toponiem Burgstsedreef 8
Objectcode BR-358-13
Noord-coördinaten 110.283 / 403.414, 110.301 / 403.428
Zuid-coördinaten 110.297/403.396, 110.318/403.412
Kaartblad 44 D
Onderzoeksmeldingsnummer 57478
Opdrachtgever Astrid van der Lee
Bevoegd gezag Gemeente Breda
Uitvoerder Gemeente Breda, Afdeling Ruimte
Sr. Archeoloog drs. Joeske Nollen
Veldarcheoloog Lina de Jonge MA
Veldmedewerker John Harmanus, Alex Schut

LIGGING EN AARD VAN HET TERREIN
Het plangebied is gelegen ten zuidoosten van de huidige bebouwing op het
perceel met nummer BDA OOI 2101 aan de Burgstsedreef 8 te Breda. Het terrein is
nu gedeeltelijk bebouwd en gedeeltelijk in gebruik als tuin. De Burgstsedreef ligt
ten noordwesten van het plangebied. Het plangebied wordt aan de zuid en
oostkant begrensd door verschillende percelen die een agrarische functie hebben.
Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 640 m2 waarvan het grootste deel
bebouwd gaat worden. Tijdens het inventariserend veldonderzoek is ongeveer 25
m2 onderzocht, dit is 4 procent van het te verstoren oppervlak van het plangebied.

Gemeente Breda;  
 

9. Boeknummer: 00572  
Vijver Liesboslaan Breda. Definitief archeologisch onderzoek.
Historie -- Archeologie           (2008)    [drs. F. van Nuenen]
Vijver Liesboslaan Breda. Definitief archeologisch onderzoek.
BAAC onderzoeks- en adviesbureau 's-Hertogenbosch - Deventer
BAAC rapport A-07.0292 Maart 2008
Archeologische Rapporten Breda 57

Inhoud
1 Inleiding 5
1.1 Algemeen 5
1.2 Ligging van het plangebied 5
1.3 Leeswijzer 5
1.4 Administratieve gegevens 6
2 Achtergrond 7
2.1 Geologische en bodemkundige achtergrond 7
2.2 Archeologische achtergrond 7
2.3 Historische achtergrond 8
2.4 Archeologische verwachting 9
3 Onderzoeksvragen 11
4 Werkwijze en archeologische methodiek 13
4.1 Werkwijze 13
4.2 Archeologische methodiek 14
4.2.1 Algemeen 14
4.2.2 Bemonstering 15
4.2.3 Meetsysteem 15
5 Resultaten 17
5.1 Algemeen 17
5.2 Bodemopbouw 17
5.3 Grondsporen en vondsten 19
5.3.1 Grondsporen 19
5.3.2 Vondsten 20
5.4 Interpretatie 20
6 Beantwoording onderzoeksvragen en aanbeveling 21
6.1 Beantwoording onderzoeksvragen 21
6.1.1 Landschap, flora en fauna 21
6.1.2 Bewoning/nederzetting 21
6.1.3 Verkaveling en infrastructuur 22
6.2 Aanbeveling 22
7 Samenvatting en conclusie 23
Literatuur 25
Verklarende woordenlijst 27
Bijlagen 29
- Bijlage 1 Contextenlijst 31
- Bijlage 2 Vondstenlijst 33
- Bijlage 3 Onderzoeksvragen van het Programma van Eisen 35

Algemeen
In opdracht van de Ontwikkelingsdienst Breda, Vakdirectie Grondbedrijf, Economische
zaken en Projectmanagement (contactpersoon: P. Verheijden) werd aan de Liesbos-
laan in de gemeente Breda een opgraving uitgevoerd op de locatie van de geplande
uitbreiding van een bestaande vijver. In het kader van dit project zou de bodem tot
meerdere meters onder het maaiveld worden afgegraven. Deze grondwerkzaam-
heden betekenden een potentiële bedreiging voor het bodemarchief, hetgeen voor
het Bureau Cultureel Erfgoed (contactpersoon: H. Koopmanschap) van de gemeente
Breda aanleiding was om voorafgaand aan de grondwerkzaamheden een archeolo-
gisch onderzoek te laten uitvoeren.1 Dit onderzoek werd van 7-9 augustus 2007
uitgevoerd door het onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie,
Architectuur- en Cultuurhistorie (BAAC bv) te ’s-Hertogenbosch, conform de door het
Bureau Cultureel Erfgoed en de KNA versie 3.1 opgestelde richtlijnen.2

Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van de Liesboslaan, juist ten zuiden van de Ettense-
aan. Aan de westzijde ligt de bestaande vijver, terwijl aan de oostzijde een niet meer
in gebruik zijnde naamloos weg ligt. Het plangebied maakt onderdeel uit van het
voormalig tracé van de Leurse Baan. De wegverharding hiervan is reeds eertijds
verwijderd. Het terrein is nu braakliggend en maakt een zeer rommelige indruk.
Direct ten oosten van de bestaande vijver is een dam opgeworpen, terwijl het (deels)
uitgegraven tracé van de Leurse Baan lager ligt.

Administratieve gegevens
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Breda
Plaats: Breda
Toponiem: Liesboslaan
Datum onderzoek: 7 tot 9 augustus 2007
BAAC projectnummer: A-07.0292
BREDA Projectcode: BR-167-07
Coördinaten zuidoost hoek: 109534/399080
Coördinaten zuidwest hoek: 109519/399097
Coördinaten noordwest hoek: 109531 / 3999128
Coördinaten noordoost hoek: 109561 / 199122
Oppervlakte plangebied: circa 1500 m2
Oppervlakte onderzoeksgebied:
Complextypen: circa 625 m2 greppelsystemen; nederzettingssporen
Datering: LME/NT/Recent
Onderzoeksmeldingsnummer: 23865
Soort onderzoek: Opgraving
Opdrachtgever: Gemeente Breda, Ontwikkelingsdienst Breda, Vakdirectie Grondbedrijf, Economische zaken en Projectmanagement Contactpersoon: P. Verheijden
Bevoegde Overheid: Gemeente Breda, Bureau Cultureel Erfgoed Contactpersoon: drs. J.P.C.A. Hendriks
Bewaarplaats documentatie en vondsten: momenteel BAAC-kantoor te ’s-Hertogenbosch; worden binnen een jaar overgedragen aan het archeologisch depot van de gemeente Breda

BAAC;  
 

10. Boeknummer: 00573  
Landgoed Heilaar Breda
Historie -- Archeologie           (2007)    [drs. F. van Nuenen]
Landgoed Heilaar Breda. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven.
BAAC onderzoeks- en adviesbureau 's-Hertogenbosch - Deventer
BAAC rapport A-07.0036 Oktober 2007
Archeologische Rapporten Breda 51

INHOUD
1 Inleiding 5
1.1 Algemeen 5
1.2 Ligging van het plangebied 5
1.3 Leeswijzer 6
1.4 Administratieve gegevens 8
2 Achtergrond 9
2.1 Geo(morfo)logische en bodemkundige achtergrond 9
2.2 Archeologische achtergrond 10
2.2.1 Archeologie van de wijdere omgeving: bewoningsgeschiedenis van Breda-West 10
2.2.2 Archeologie van de directe omgeving: archeologie van het akkercomplex Huifakker 11
2.3 Cultuurhistorische achtergrond 14
2.3.1 Het dorp Princenhage 14
2.3.2 Het Landgoed Heilaar 14
2.3.3 De belegeringslinies uit de Tachtigjarige Oorlog 15
3 Onderzoeksvragen 17
4 Werkwijze 19
5 Resultaten 23
5.1 De werkputten: vlak, bodemopbouw, contexten en structuren 23
5.1.1 Werkput 1 23
5.1.2 Werkput 2 26
5.1.3 Werkput 3 28
5.1.4 Werkput 4 29
5.1.5 Werkput 5 30
5.1.6 Werkput 6 30
5.1.7 Werkput 7 31
5.1.8 Werkput 8 32
5.1.9 Werkput 9 34
5.1.10 Werkput 10 35
5.1.11 Werkput 11 36
5.2 Vondsten en datering 38
5.2.1 Verzamelwijze 38
5.2.2 Aanwezige materiaalcategorieën 38
5.3 Interpretatie 40
5.3.1 Interpretatie deelgebied IA 40
5.3.2 Interpretatie deelgebied IB 41
5.3.3 Interpretatie deelgebied II 42
6 Beantwoording van de onderzoeksvragen, waardering en aanbeveling 43
6.1 Beantwoording van de onderzoeksvragen 43
6.2 Waardering 45
6.3 Aanbeveling 48
7 Samenvatting en conclusie 51
8 Literatuur 53
BIJLAGEN
Bijlage 1. Verklarende Woordenlijst
Bijlage 2. Contextenlijst
Bijlage 3. Vondstenlijst

Algemeen
In opdracht van de gemeente Breda, Bureau Cultureel Erfgoed, Vakdirectie Cultuur
(projectcoördinator Ria Berkvens) werd door het onderzoeks- en adviesbureau
voor Bouwhistorie, Archeologie Architectuur- en Cultuurhistorie (BAAC bv) te ’s-
Hertogenbosch op het Plangebied Landgoed Heilaar in de gemeente Breda tussen 25
januari en 5 februari
2007 een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van proefsleuven
uitgevoerd. Nieuwbouwplannen ter verdere uitbouw van de omliggende woonwijk
vormden een bedreiging voor het potentieel aanwezige bodemarchief. In het
Programma van Eisen werd voor het plangebied een hoge archeologische
verwachting verwoord.1 De algemene doelstelling van het inventariserend
proefsleuvenonderzoek was dan ook het nader toetsen van deze verwachting en het
in kaart brengen van eventueel aan te treffen archeologische sporen en vondsten.
Daartoe werd een puttenplan ontworpen waarbij circa 10 % van het plangebied
onderzocht zou worden. Het onderzoek werd conform KNA versie 3.1 en de richtlijnen
van het Bureau Cultureel Erfgoed van de gemeente Breda uitgevoerd.2

Ligging van het plangebied
Het plangebied Landgoed Heilaar bestaat uit twee deelgebieden.
Deelgebied I ligt ten westen van het Landgoed Heilaar, met de volgende begrenzing:
Baanzicht en de ten zuiden daarvan gelegen geluidswal in het noorden en
noordwesten, het Landgoed Heilaar met omgracht hoofdgebouw in het noordoosten,
Heilaarpark in het zuidoosten en zuiden en de Heilaardreef met een fabriekshal in het
westen.
Deelgebied II ligt ten zuidoosten van het Landgoed Heilaar, met als begrenzing: het
Landgoed Heilaar, met name de bijgebouwen en Klein Heilaar, in het westen en
noorden, de Westerparklaan in het oosten en Heilaarpark in het zuiden.
Deelgebied I bestaat uit twee percelen, die door een oud kasseienlaantje gescheiden
worden: een groot rechthoekig perceel ten zuidoosten van Baanzicht (deelgebied
IA) en een kleiner driehoekig perceel in het zuidwesten, ten noorden van Heilaarpark
(deelgebied IB). Het kasseienlaantje is waarschijnlijk een relict van een van de
zichtlanen van het Landgoed Heilaar.
Ten tijde van de uitvoering van het proefsleuvenonderzoek waren de volgende delen
in deelgebied I niet toegankelijk:
- de geluidswal in het noorden en noordwesten van het deelgebied
- een walletje op circa 25 meter ten zuidoosten van de geluidswal in het noorden
- een fabriekshal in de zuidwesthoek van het deelgebied
- een perceel met paardjes in de zuidoosthoek van het deelgebied.

Administratieve gegevens
Provincie: Noord-Brabant
Gemeente: Breda
Plaats: Princenhage
Toponiem: Landgoed Heilaar
Datum onderzoek: 25 januari - 5 februari 2007
Gemeente Breda objectcode: BR-62-07
BAAC projectnummer: A-07.0036
Centrum coördinaten Deelgebied I: 109.943/400.119
Centrum coördinaten Deelgebied II: 110.230/400.075
Oppervlakte plangebied: 4,9 ha.
Oppervlakte onderzoeksgebied: 45.555 m2
Complextypen: Nederzetting; perceleringsgreppels
Datering: Prehistorie; LME/NT
CIS-code: 20879
Soort onderzoek: IVO -P
Opdrachtgever: Gemeente Breda, Projectmanagement Grondbedrijf
Bevoegd Gezag: Gemeente Breda
Bewaarplaats documentatie en vondsten: momenteel BAAC-kantoor te ’s-Hertogenbosch; wordt t.t.z. overgedragen aan het archeologisch depot van de gemeente Breda

BAAC;  
 

11. Boeknummer: 00574  
Heilaarstraat Breda
Historie -- Archeologie           (2008)    [drs. M. Tump, drs. C.C. Kalisvaart, drs. L. de Vries]
Heilaarstraat Breda. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven.
BAAC onderzoeks- en adviesbureau 's-Hertogenbosch - Deventer
BAAC rapport A-07.0475 Juni 2008
Archeologische Rapporten Breda 72


1 Inleiding 5
2 Ligging en aard van het onderzoeksgebied 7
3 Achtergronden 9
3.1 Landschappelijke achtergrond 9
3.2 Historische en archeologische achtergronden 10
4 Archeologische Verwachting en vraagstellingen 13
5 Strategie en werkwijze 17
6 Resultaten 21
6.1 Ondergrond en stratigrafie 21
6.2 Contexten en structuren 23
6.3 Vondsten 28
6.4 Conclusie en synthese 31
7 Waardering en selectieadvies 35
8 Beantwoording van de onderzoeksvragen 39
9 Literatuurlijst 41
10 Verklarende woordenlijst 43
11 Begrippenlijst 43
Bijlagen:
Bijlage 1. Contexten lijst
Bijlage 2. Vondstenlijst en determinatielijst
Bijlage 3. Allecontextenkaart
Bijlage 4. De alle-contextenkaart met daarop weergegeven de kadastrale grenzen van 1824.
Bijlage 5. Overzicht van geologische en archeologische tijdsvakken
Bijlage 6. Overzichtskaartje van het onderzoek door BAAC aan de Taxandrialaan (A07.0273).

Inleiding
Op maandag en dinsdag 21 en 22 januari 2008 is een inventariserend veldonderzoek
door middel van twee proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd op de locatie Heilaarstraat
(nabij nummer 235) te Breda, gemeente Breda. De aanleiding tot het onderzoek wordt
gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Het plangebied zal een
woonfunctie krijgen. Door het hiermee samenhangende bouwrijp maken van de kavel
en het aanleggen van kabels en leidingen zullen de eventueel ter plaatse aanwezige
archeologische resten beschadigd dan wel vernietigd worden.
Het inventariserende veldonderzoek door middel van proefsleuven had conform het
voor dit onderzoek opgestelde Programma van Eisen1 ten doel op een snelle maar
betrouwbare wijze inzicht te verschaffen in de aanwezigheid van archeologische
resten in het plangebied. Daarbij diende voldoende inzicht te worden gegeven in de
inhoudelijke en fysieke kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten
binnen het plangebied (aard, ouderdom, omvang, gaafheid, conservering) teneinde
tot een waardestelling van deze resten te kunnen komen. Belangrijk is dat op basis
van het onderzoek een beslissing kan worden genomen of verder onderzoek in het
plangebied noodzakelijk en/of verantwoord is.
Het archeologische onderzoek is verricht in opdracht van de heer J. Rombouts en
dhr. H. Nooren, en uitgevoerd door het advies- en onderzoeksbureau BAAC bv.
Contactpersoon van de bevoegde overheid, de gemeente Breda, was dhr. drs. F.J.C.
Peters.

Ligging en aard van het onderzoeksgebied
Het plangebied Heilaarstraat is gelegen in de Bredase wijk Princenhage, ten westen
van de historische stadskern van Breda. De locatie betreft de kadastrale percelen
2434 en 2435, gelegen tussen Heilaarstraat nummer 235 en 211.
De onderzoekslocatie wordt begrensd door de kadastrale grenzen. Aan de oostzijde
wordt deze grens gevormd door de Heilaarstraat en aan de noord-, zuid- en westzijde
door struiken, bomen en hekwerk.
Het terrein bestaat uit een voormalig erf. Behalve (verwilderde) vegetatie bevinden
zich ook asfalt en een loods (deze laatste op perceel 2434) binnen het plangebied.

Administratieve gegevens
Provincie Noord-Brabant
Gemeente Breda
Plaats Breda
Toponiem Heilaarstraat nabij nummer 235
Objectcode Breda BR-97-08
BAAC-projectnummer A-07.0475
Coördinaten 109.798, 399.918 109.866, 399.923 109.868, 399.843 109.803, 399.839
Kaartblad 44C
Datum veldonderzoek 21 en 22 januari 2008
Onderzoeksmeldingnummer 26154
Oppervlakte plangebied ca 5.300 m2
Opdrachtgever dhr. J. Rombouts/dhr. H. Nooren
Bevoegde overheid Gemeente Breda
Uitvoerder BAAC bv
Documentatie en vondsten Archeologisch depot van Bureau Cultureel Erfgoed van de gemeente Breda (na deponering)

BAAC;  
 

12. Boeknummer: 00575  
Breda Heilaarstraat 184 en 241. Erfgoedrapport Breda 80.
Historie -- Archeologie           (2012)    [drs. J. Nollen, L. de Jonge MA]
Breda Heilaarstraat 184 en 241. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven.

Inhoudsopgave
1 Inleiding-9
2 Ligging en aard van het terrein - 11
3 Landschappelijke gegevens en historische context - 13
4 Archeologische achtergronden - 17
5 Doelstelling -19
6 Werkwijze - 23
7 Resultaten - 27
8 Conclusie - 41
9 Waardering en aanbeveling - 45
10 Literatuur - 47
Bijlage 1 Sporenlijst - 49
Bijlage 2 Vondsten lijst - 54
Bijlage 3 Aardewerk inventarisatielijst - 60
Bijlage 4 Glas quickscan - 63
Bijlage 5 Allesporenkaart werkput 1 - 64
Bijlage 6 Allesporenkaart werkput 2-65
Bijlage 7 Allesporenkaart werkput 3-66
Bijlage 8 Allesporenkaart werkput 4-67
Bijlage 9 Allesporenkaart werkput 5 vlak 1 - 68
Bijlage 10 Allesporenkaart werkput 5 vlak 2-69
Bijlage 11 Allesporenkaart werkput 6-70
Bijlage 12 Allesporenkaart werkput 7-71
Bijlage 13 Projectie plangebied 1 kadastrale minuutplan 1824-72
Bijlage 14 Projectie plangebied 2 kadastrale minuutplan 1824 - 73
Bijlage 15 Dierskelet S 005 - 74
Bijlage 16 Dierskelet S 150 - 75

Samenvatting
In opdracht van Lambregts & Sweep Makelaardij B.V. heeft het Bureau Cultureel Erfgoed op
12 + 13 januari, 29 februari en 1 + 2 maart 2012 een inventariserend veldonderzoek door
middel van proefsleuven uitgevoerd op het terrein aan de Heilaarstraat 184 (plangebied 2)
en 241 (plangebied 1) te Breda (percelen PCH00 P1977 en P2060). Aanleiding voor het
onderzoek is de uitgifte van vier kavels en toekomstige nieuwbouw van woningen, waarbij
bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden.’
Tijdens het inventariserend onderzoek zijn met name sporen aangetroffen die dateren
in de nieuwe tijd. Er zijn echter ook sporen aangetroffen in plangebied 1, die dateren in de
ijzertijd.
In plangebied 1 is een grote hoeveelheid sporen aangetroffen, die dateren in de nieuwe
tijd B en C. Zo zijn er twee dierbegravingen van runderen aangetroffen, kuilen en sporen van
grondverbetering. Mogelijk staan deze sporen in relatie meteen voormalige herberg, die net
ten zuiden van het plangebied op de kadastrale minuutplan 1824 zichtbaar is. Verder zijn
er diverse sporen aangetroffen die aan de belegering van 1637 zijn te relateren, waaronder
de buitenwal die op deze locatie zou zijn opgeworpen. Tot slot zijn er twee spiekers gedo-
cumenteerd, die uit de ijzertijd dateren. Ten oosten van het plangebied is eerder een groot
aantal huisplattegronden en daar bijhorende spiekers aangetroffen, dat eveneens in de ijzer-
tijd dateert. De vondst van deze twee spiekers geeft aan dat de ijzertijd-bewoning door-
loopt tot in het huidige plangebied. In plangebied 2 zijn een beperkt aantal sporen aange-
troffen, die allen in de nieuwe tijd dateren.

INLEIDING
In opdracht van Lambregts & Sweep Makelaardij B.V. heeft het Bureau Cultureel Erfgoed op
12 en 13 januari 2012 een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uit-
gevoerd op het terrein aan de Heilaarstraat 184 en 241 te Breda. Aansluitend op dit onder-
zoek is op het terrein aan de Heilaarstraat 241 op 29 februari en 1 en 2 maart 2012 een aan-
vullend inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd, waarbij de
drie bouwvlakken in zijn geheel zijn onderzocht. Aanleiding voor het onderzoek is de uit-
gifte van vier kavels en toekomstige nieuwbouw van woningen, waarbij bodemverstorende
werkzaamheden plaatsvinden.2
Het doel van het inventariserende veldonderzoek door middel van proefsleuven is op een
snelle en betrouwbare wijze inzicht te verschaffen in de aanwezigheid van archeologische
resten in het plangebied. Daarbij dient voldoende inzicht te worden gegeven in de inhou-
delijke en fysieke kwaliteit van de mogelijk aanwezige bewoningssporen op de betreffende
locatie (aard, ouderdom, omvang, gaafheid, conservering) teneinde tot een waardestelling
te kunnen komen. Belangrijk is dat op basis van het inventariserende veldonderzoek een be-
slissing kan worden genomen of verder (vooronderzoek in het gebied noodzakelijk en ver-
antwoord is.

Administratieve gegevens
Provincie Noord-Brabant
Gemeente Breda
Plaats Breda
Toponiem Heilaarstraat 184 en 241
Objectcode B R-315-12
Heilaarstraat 241 (1)
Noord-coördinaten 109.774 / 400.078, 109.794 / 400.103
Zuid-coördinaten 109.774 / 400.020, 109.820 / 400.041
Heilaarstraat 184 (2)
Noord-coördinaten 109.884 / 399.844, 109.915 / 399.854
Zuid-coördinaten 109.888 / 399.819, 109.924 / 399.830
Kaartblad plangebied 1: 44 C; plangebied 2: 50 A
Onderzoeksmeldingsnr. 50047 & 50576
Opdrachtgever Lambregts & Sweep Makelaardij B.V.
Bevoegd gezag Gemeente Breda
Uitvoerder Gemeente Breda, Afdeling Ruimte
Senior archeoloog drs. Erik Peters
Senior veldarcheoloog drs. Joeske Nollen
Veldmedewerkers Lina de Jonge MA, Alex Schut, John Harmanus, vrijwilligers Bureau
Cultureel Erfgoed gemeente Breda

LIGGING EN AARD VAN HET TERREIN
Het inventariserend veldonderzoek heeft plaatsgevonden op twee plangebieden ten westen
van het centrum van Breda. Plangebied 1 betreft Heilaarstraat 241 (perceel PCHOO P2060),
en plangebied 2 is Heilaarstraat 184 (perceel PCHOO P1977). Plangebied 1 heeft een opper-
vlakte van circa 3460 m2 en is deels bebouwd en bestraat. Plangebied 2 is een grasveld met
fruitbomen en heeft een totale oppervlakte van circa 885 m2. De totale oppervlakte van het
onderzoeksgebied is circa 4345 m2, waarvan er tijdens het eerste deel van het inventarise-
rend veldonderzoek circa 440 m2 (circa 10%) is onderzocht door middel van proefsleuven.
Tijdens het aanvullende inventariserend veldonderzoek in plangebied 1 is er nog eens circa
602 m2 onderzocht door middel van proefsleuven, waardoor er in totaal 966 m2 (circa 28 %)
binnen plangebied 1 is onderzocht.

Gemeente Breda;  
 

13. Boeknummer: 00576  
Breda Heilaardreef 21. Erfgoedrapport Breda 188.
Historie -- Archeologie           (2016)    [Lina de Jonge (MA)]
Breda Heilaardreef 21. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven.

Inhoud
1 Inleiding.......................................................4
2 Ligging en aard van het terrein.................5
3 Landschappelijke gegevens en historische context....6
4 Archeologische achtergronden....................7
5 Doelstelling....................................9
6 Werkwijze en resultaten.........................12
7 Conclusie en aanbeveling........................15
8 Literatuur......................................18
Bijlage 1. Sporenlijst
Bijlage 2. Vondstenlijst
Bijlage 3. Aardewerkinventarisatielijst
Bijlage 4. Allesporenkaart

Inleiding
In opdracht van Schots Makelaardij heeft de Afdeling Ruimte van de gemeente Breda in november
2015 een Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd aan de
Heilaardreef 21 te Breda. Het IVO-P is uitgevoerd naar aanleiding van de wijziging van het
bestemmingsplan en de toekomstige bouw van een woning, waarbij bodemverstorende
werkzaamheden zullen plaatsvinden die dieper gaan dan 0,30 meter onder maaiveld.1
Het plangebied ligt in een zone van middelhoge archeologische verwachting op de Archeologische
Beleidskaart Breda. Door de nieuwbouw kunnen eventueel aanwezige archeologische sporen of
vondsten verstoord worden. Het is dan ook van belang de archeologische verwachting nader te
toetsen en eventuele archeologische sporen en vondsten in kaart te brengen.

Administratieve gegevens
Provincie Noord-Brabant
Gemeente Breda
Plaats Breda
Toponiem Heilaardreef 21
Objectcode BR-428-15
Noordcoördinaten RD 110.113/399.735, 110.148/399.751
Zuidcoördinaten RD 110.127/399.705, 110.143/399.712
Kaartblad 50 B
Onderzoeksmeldingsnr. 3979194100
Opdrachtgever Schots Makelaardij
Bevoegd gezag Gemeente Breda
Uitvoerder Gemeente Breda, Afd. Ruimte
Senior archeoloog drs. Joeske Nollen
Veldarcheoloog Lina de Jonge MA
Veldtechnicus John Harmanus en Stefan Vedder (stagiair Saxxion)

Ligging en aard van het terrein
Het plangebied ligt ten westen van het centrum van de stad Breda aan de Heilaardreef 21 op het
perceel PCHOO P 2680. Het gebied wordt begrensd door de Heilaardreef in het oosten en de
Warmoezenierstraat in het noorden. Bij aanvang van het onderzoek was het terrein in gebruik als tuin
met gras, bosschages en bomen. Het totale oppervlakte van het plangebied bedraagt 936 m2.

Gemeente Breda;  
 

14. Boeknummer: 00577  
Breda. Weimersedreef 25 (P)
Historie -- Archeologie           (2012)    [drs. J. Nollen, L. de Jonge MA]
Breda. Weimersedreef 25 (P). Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven.

Inhoudsopgave
1 inleiding-11
2 ligging en aard van het terrein- 13
3 landschappelijke gegevens en historische context-15
4 archeologische achtergronden- 19
5 doelstelling- 21
6 werkwijze- 27
7 resultaten- 29
8 conclusie- 33
9 waardering en aanbeveling- 35
10 literatuur- 37
Bijlage 1: sporenlijst- 39
Bijlage 2: vondstenlijst en aardewerkinventarisatie- 40
Bijlage 3: allesporenkaart werkput 1- 41

INLEIDING
Op donderdag 11 oktober 2012 heeft de Afdeling Ruimte van de gemeente Breda
een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd aan
de Weimersedreef 25 te Prinsenbeek. Het plangebied is onderdeel van een boom-
kwekerij en betreft een braakliggend terrein. Aanleiding voor het onderzoek is de
geplande bouw van een loods, waarbij bodemverstorende werkzaamheden zullen
plaatsvinden. De grondwerkzaamheden zullen eventueel aanwezige archeologische
resten beschadigen of vernietigen.1
Het doel van het inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven is
op een snelle en betrouwbare wijze inzicht te verschaffen in de aanwezigheid van
archeologische resten in het plangebied. Daarbij dient voldoende inzicht te worden
gegeven in de inhoudelijke en fysieke kwaliteit van de mogelijk aanwezige bewo-
ningssporen op de betreffende locatie (aard, ouderdom, omvang, gaafheid,
conservering) teneinde tot een waardesteliing te kunnen komen. Belangrijk is dat
op basis van het inventariserend veldonderzoek een beslissing kan worden geno-
men of verder (voor)onderzoek in het gebied noodzakelijk en verantwoord is.

Adminstratieve gegevens
Provincie Noord Brabant
Gemeente Breda
Plaats Prinsenbeek
Toponiem Weimersedreef 25
Objectcode B R-337-12
Noord-coördinaten 107.172 / 404.108 , 107.300 / 404.091
Zuid-coördinaten 107.141 /404.084,107.169/404.058
Kaartblad 44 C
Onderzoeksmeldingsnummer 53966
Opdrachtgever Architectenburo Schoenmakers
Bevoegd gezag Gemeente Breda, drs. Erik Peters
Uitvoerder Gemeente Breda, Afdeling Ruimte
Sr. Archeoloog drs. Joeske Nollen
Veldarcheoloog Lina de Jonge MA
Veldmedewerkers Alex Schut

LIGGING EN AARD VAN HET TERREIN
Het plangebied aan de Weimersedreef 25 te Prinsenbeek ligt op het perceel PSBOO
H 3140 ten noordwesten van het centrum van de gemeente Breda. Het plangebied
heeft een oppervlakte van 1500 m2, waarvan er 800 m2 verstoord zal worden
door de toekomstige nieuwbouw. Tijdens het inventariserend veldonderzoek is
circa 90 m2 onderzocht, dat is 11 % van het bedreigde bodemarchief.

Samenvatting
Op donderdag 11 oktober 2012 heeft de Afdeling Ruimte van de gemeente Breda
een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd aan
de Weimersedreef 25 te Prinsenbeek. Het plangebied is onderdeel van een boom-
kwekerij en betreft een braakliggend terrein. Aanleiding voor het onderzoek is de
geplande bouw van een loods, waarbij bodemverstorende werkzaamheden zullen
plaatsvinden.
Tijdens het inventariserend veldonderzoek aan de Weimersedreef zijn drie paalkui-
len, een greppeltje en een sloot aangetroffen. Vermoedelijk dateren alle sporen in
de nieuwe tijd (1500-heden), maar mogelijk zijn het greppeltje en de paalkuil in het
noorden van de werkput ouder.
De ondergrond van het plangebied was flink verstoord door diepploegen en
gegraven drainagesleuven. Er was geen intact bodemprofiel aanwezig.

Gemeente Breda;  
 

15. Boeknummer: 00579  
De maatschappij verandert, PTT verandert mee
Ondernemingen -- PTT (Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie)           (1989)    [Drs. C.J. Kleijwegt, mw. L.G. Schoor-Tempelaar, J. Wagensveld, C.J. Wulffraat, Rudie Kagie]
De maatschappij verandert, PTT verandert mee
De samenleving verandert... De herinnering, dat is het enige dat blijft. De dingen veranderen, vaak zonder dat iemand dat in de gaten heeft.
Een foto van tien jaar geleden is soms al genoeg. Zo'n foto drukt je met de neus op de feiten: dit-en-dat is er niet meer.
De maatscahppij verandert. De PTT is ook veranderd. Verandert nog steeds. Zal blijven veranderen.

Bij het boek behoort ook een geluids-document in de vorm van een LP (rechts op de foto)


INHOUD
Hoofdstuk 1 De samenleving verandert, ptt verandert mee 1
Hoofdstuk 2 een beeld. De samenleving verandert, ptt verandert mee 9
Hoofdstuk 3 Berichtenverkeer 25
Hoofdstuk 4 een beeld. Kunst en vormgeving 33
Hoofdstuk 5 De post
Hoofdstuk 6 een beeld. Verbindingen en vervoer 65
Hoofdstuk 7 Telecommunicatie 81
Hoofdstuk 8 een beeld. Telefoonboek 97
Hoofdstuk 9 een beeld. Papierenwereld 105
Hoofdstuk 10 Mensen en werk 113
Hoofdstuk 11 een beeld. De wereld rondom ptt 121
Hoofdstuk 12 Tekstkaders 137
Hoofdstuk 13 een beeld. Veel verandert, de mens blijft 145
Hoofdstuk 14 De toekomst 153
Fotobijschriften 159
Verantwoording en colofon 161

Drs. N. Smits-Kroes
Er zullen mensen zijn die denken dat ik dit afscheidswoord met weemoed schrijf. Ik zeg u voluit dat dat niet zo is.
Dat vraagt om uitleg. In ieder geval om te voorkomen dat die uitspraak verkeerd wordt begrepen.
Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat naar mijn oprechte overtuiging de overheid alleen dat moet doen wat niet bui-
ten haar sfeer om kan gebeuren. Overigens, om een tweede misverstand te voorkomen, dat wat niet door de overheid gedaan wordt,
moet uiteraard wel passen binnen de regels en de kaders die we binnen onze democratische samenleving met elkaar hebben afgesproken.
Ik hoef in het geval van de privatisering van het Staatsbedrijf der PTT niet bang te zijn goede vrienden te verliezen. Het beeld is
vaker gebruikt: een moeder die haar zoon de deur uit ziet gaan om op eigen benen, op zijn eigen manier het leven te gaan leven,
verliest geen zoon. Het bedrijf, dat natuurlijk al jaren ‘z’n eigen geld’ verdient, is nu toe aan zelfstandige bedrijfsvoering. Het is voor
investeringen niet meer afhankelijk van de schatkist. Het kan zoals iedere andere private onderneming, inspelen op de verlangens van
de klanten, vrij concurreren, in sommige gevallen samenwerken met concurrenten of diensten aan de concurrenten over laten. Er zijn een
paar zaken waar de overheid wel scherp op blijft letten. Voor een aantal basisdiensten heeft PTT een exclusieve concessie gekregen.
Iedere Nederlander heeft namelijk, tegen betaling, recht op telefoon en postbezorging en kan terecht verlangen dat die diensten snel en
accuraat, tegen de laagst mogelijke kosten en met de beste kwaliteit geleverd worden.

Wil de PTT dit kunnen blijven leveren dan zal de continuïteit gewaarborgd dienen te zijn. Ik ben ervan overtuigd dat wij daarvoor
de beste condities geschapen hebben.
Terug naar mijn uitgangspunt: als er dan toch een beetje weemoed moet zijn, dan zal het zijn omdat ik in het vervolg niet alles meer
zo heel precies kan volgen. Maar ook dat zal wennen.
De PTT en de PTT’ers staan op het punt de deur uit te gaan. Ik weet dat ze goed geëquipeerd zijn en, belangrijker nog, dat ze er
zin in hebben, en dat ze het kunnen.

Het ga ze goed!


Ir. C. Wit
Er is een verhaal van Belcampo waarin over een denkbeeldige PTT wordt geschreven. Aan de orde is de vraag of PTT wel moet blijven
bestaan. Zeer slimme medewerkers hadden bekeken of de berichten die PTT overbracht nog wel positief waren. Men vond van niet. De
berichten waren, alles bij elkaar genomen, erg negatief geworden.
Kortom, de mensen zouden beter en gelukkiger kunnen leven zonder al die berichten.
Hoe het verhaal eindigt, zal ik u niet onthullen. U moet zelf het boek van Belcampo maar eens lezen.
Toch lijkt het erop of we het einde van het verhaal zelf geschreven hebben, door op 31 december 1988 alle PTT’ers te ontslaan en ze op
1 januari 1989 weer in dienst te laten komen bij PTT Nederland NV.
Het lijkt op een einde, maar het is het niet, integendeel!
Nederland kan geen dag zonder de PTT en PTT kan niet zonder zijn klanten. Ons roemruchte verleden begint met de postbestelling
en loopt door tot de huidige expeditieknooppunten, digitale technieken, computers, glasvezels en satellieten. In de loop der jaren was
er wel steeds een wijziging in onze manier van werken noodzakelijk.
Niet alleen vraagt de maatschappij immers om snelheid en betrouwbaarheid bij de overkomst van berichten, maar ook heeft er een
gigantische groei van het aantal berichten plaatsgevonden. Dat maakt dat er steeds organisatorische wijzigingen noodzakelijk zijn.
Wij kunnen en moeten een zeer modern bedrijf zijn. Daardoor ook kunnen wij concurreren met het buitenland wat betreft ons voor-
zieningenpakket. En kunnen we concurreren in het binnenland.
Dat moet zichtbaar zijn. Zichtbaar voor iedereen die met PTT in aanraking komt, maar ook binnen ons bedrijf.
De markt bepaalt ons succes. En die markt wisselt steeds van smaak, wil slimmere apparatuur. PTT moet daarop anticiperen en
inspelen. Hoe doen we dat? Door opleiden en bijscholen. Dat zijn geen nieuwe elementen, het is voortbouwen op gevestigde tradities.
En bouwen, dat zullen we doen: geld kan niet meer het knelpunt zijn. Kennis hebben we zelf in huis, maar is ook te koop. Daarom
kregen we een nieuwe status, op grotere afstand van de overheid.
Bij een zo ingrijpende wijziging is het goed om ons eens rekenschap te geven van ons werken: omzien in verwondering. Verwonder-
ing over de grote veranderingen in hulpmiddelen en organisatie, maar bovenal over de flexibilteit van onze medewerkers. Het verhaal
van 'de ambtenaar' bestaat niet voor ons, heeft nooit bestaan. Het tegendeel van de discriminatie die in dit begrip besloten ligt is
waar. Daarom is PTT staande gebleven, ondanks alle ingrepen die hebben plaatsgevonden. Dankzij de PTT'er die meedenkt over al die
veranderingen en meedenkt over de toekomst. Een toekomst die rust op het stevige fundament van het verleden.
Daarin bewijst dit gedenkboek zijn waarde.

PTT;  
 

16. Boeknummer: 00580  
Leer mij ze kennen de Brabanders
Historie -- Brabant, algemeen           (1978)    [Jan Naaijkens]
Leer mij ze kennen de Brabanders
Dit boek is een momentopname van Brabant. Een beeld van een levend, vitaal gewest is nu eenmaal niet te fixeren. Het wijzigt zich als het ware met de dag, vooral nu
het een stormachtige ontwikkeling doormaakt. Aan deze ontwikkeling wijdt de auteur bijzondere aandacht. Hij heeft daarbij geen enkele wetenschappelijke pretentie.
In een prettig leesbare, lenige stijl wil hij de lezer tot zijn heimelijke dan wel publieke deelgenoot maken in zijn liefde tot het land, die hem aangeboren is. Daarnaast is
het boek door het kwistig gelardeerde feitenmateriaal een niet te onderschatten informatiebron voor een eerste kennismaking met dit boeiende, volop levende gewest.
Jan Naaijkens (1919), werkzaam bij het onderwijs, woont met zijn vrouw en 12 kinderen in Hilvarenbeek, in het hart van Brabant. Hij heeft steeds midden tussen de
mensen geleefd waarover hij schrijft, maar bovendien heeft hij zich als auteur van een honderdtal radioklankbeelden (Brabants Halfuur — KRO) en als
mede-organisator van de Groot-Kempische Cultuurdagen een grote feitelijke kennis van land en volk verworven. Na de oorlog, waarin hij als onderduiker de ‘Sous-marin presse’
stichtte, ontwikkelde Jan Naaijkens een grote activiteit als journalist en schrijver van stukken, ook met groot succes door de t.v. uitgezonden. Daarnaast schreef hij veel
voor kinderen. Hij werd onderscheiden met de Toneelprijs van de Provincie Noord-Brabant.
Omslagontwerp Kees Kelfkens/foto Martien Coppens

Inhoud
Woord vooraf........................................ 9
Bij wijze van waarschuwing; in de derde persoon

Van Arcadië tot Evoluon............................. 11
Goropius Becanus — De oorsprong van het Paradijs — Idyllisch beeld van Brabant — Reinier en August Snieders — Drie revoluties — Snel voortwoekerende nivelle-
ring — Het kosmische tijdperk


Zijn ze werkelijk zo?...............................21
‘De’ Brabander bestaat niet — Oost- en West-Brabanders — Stedelijke verschillen — Rivaliteit tussen de dorpen — Toch een bier cultus? — Het intuïtieve type — De verste
voorouders — De Rondhoofdigen — Deugden en ondeugden — Volk van smokkelaars? — Het eeuwige heimwee — De contente mens


En zo is ’t gekomen.................................42
Zwaartepunt in het zuiden — Eerste Gouden Eeuw — Bourgondische levensdrift — In tweeën gedeeld — Generaliteitsland — De V van vrijheid — Het donkere zuiden —
Van den Eisen en Ouwerling — Het eerste licht — Hendrik Moller — Vanuit wingewesten — Ontwakend zelfbewustzijn — Brabantia Nostra — Emancipatie voltooid?


Een nijver en arbeidzaam volk........................56
Ontstaan van de huisnijverheid — Jeugd in een fabrieksstad — Welvaartsplan — Spectaculaire groei — Vrees voor de toekomst?

Van vroom en onvroom.................................64
Traditionele vroomheid — Maria1 s heerlijkheid — Geloof of bijgeloof? — Clericale invloeden — Geestelijke aardverschuiving — Einde van een tijdperk — Kloosters
en roepingen — Criminaliteit — Mystiek


Het feestelijke leven................................83
Bourgondisch — Carnaval — Stoeten en ommegangen — Muziek en toneel — Kermisreizigers en wielrenners — Handboogschutterijen — De gilden — Groot-Kempische
cultuurdagen — De Pickwick Club


Van de wieg tot het graf.............................98
Laatste resten van een rijke oogst — Nieuwjaar en Driekoningen — Vastenavond die komt aan — Pasen en Pinksteren — Afe# d’n krommen èrm — Begrafenisge-
bruiken — Sint Thomas — Onnozele kinderen


De taal is gans een volk.............................107
Om het laatste voer graan — Geen dialect, wel dialecten — Spreuken — Oost en West — Het werk van dr. Weijnen — Drie dialectdichters

Drie die het wisten..................................120
Jeroen Bosch — Pieter Brueghel — Vincent van Gogh — Hun verre nazaten

Tussen droom en daad.................................131
Geïnspireerd door Brabant — Antoon Coolen — Dichters rond Brabantia Nostra — De na-oorlogse generatie — Anton van Duinkerken

Woord vooraf
Bij wijze van waarschuwing;
in de derde persoon . ..

De schrijver van dit boekje is geen geoloog, archeoloog, psycholoog of historicus, noch munt hij uit in kennis van het heem, van de diepste beweegredenen der menselijke natuur,
van de religies of van welk ander gebied dan ook. Bijgevolg toont dit werkje ernstige gebreken. Het is niet volledig, het is onwetenschappelijk, het graaft niet tot de kern en het laat veel
onbesproken wat zonder twijfel het bespreken meer dan waard zou zijn. Daar staat tegenover, dat de man geboren is in het land en is opgegroeid te midden van de mensen over
wie het hier gaat. Hij leeft nog altijd tussen hen. Zijn voorzaten woonden er tot in een ver en grijs verleden; zijn talrijke nazaten zullen wellicht uitzwerven over de wereldzeeën; maar
hijzelf hoopt hier eenmaal het moede hoofd neer te leggen, ofschoon hij evenmin als Multatuli weet waar hij sterven zal.
Het dorp waar hij woont is een oud en schoon dorp, vol fouten en tekortkomingen die de keerzijden van zijn kwaliteiten zijn, en het heeft grote mannen voortgebracht. Het zal u dus duide-
lijk zijn dat dit boekje niet uit wetenschap of kennis, maar uit liefde geboren is, de meest natuurlijke geboorte, dat wel.
Maar de liefde tot zijn land, die eenmaal ieder aangeboren was, is enigszins suspect in deze tijd. Waarom dan wel? Is liefde blind? Integendeel. De liefde ziet scherp en voor zover zij
niet de mantel hanteert die alles bedekt, kan zij prikkelen waar zij dat heilzaam acht. Wel dwingt de liefde tot een persoonlijke keus. Val daarom de schrijver niet hard als de keuze
die hij in dit boekje herhaaldelijk moest maken, niet de uwe is.
En tenslotte: er was eens een man, die trouwde met een vrouw wier neus scheef was. Althans, dat zeiden al de anderen, maar voor hèm was de neus recht, mijne heren.
Die man, dat is deze schrijver. En hij verzoekt u beleefd te willen kijken door zijn ogen, en dan zult u zien dat de vrouw zijner keuze inderdaad een rechte neus heeft, zo recht als het
volmaakt geschapen orgaan ener Venus van Praxiteles...
Jan Naaijkens

Ofschoon er tien jaar verstreken zijn sinds dit boek voor de eerste keer verscheen, is het bij deze derde druk nagenoeg ongewijzigd gebleven.
Slecht een aantal feiten die inmiddels door de tijd zijn achterhaald, werden bijgewerkt of door aanvullende verklaringen in overeenstemming gebracht met de huidige werkelijkheid.
januari 1978
J. N.

J.W. Richt b.v./Vught;  
 

17. Boeknummer: 00581  
Land en Volk van Brabant
Historie -- Brabant, algemeen           (1950)    [Brabantse schrijvers, dichters en geleerden]
Land en Volk van Brabant
Bijdragen van Brabantse schrijvers, dichters en geleerden, verzameld en ingeleid door Antoon Coolen

VOORWOORD
In memoriam Vincent Cleerdin, Uri Nooteboom en A. M. de Jong
Boeken hebben hun noodlot — ook dit heeft het zijne. Het plan tot dit werk is gevormd in 1941, en nog tijdens de eerste voorbereidingen dreigden
reeds de Cultuurkamermaatregelen van den Duitsen bezetter. Verschillende medewerkers deden aanstonds angstvallig weten, dat zij in geen geval ten behoeve van
hun medewerking aan dit boek onder die maatregelen door wilden. Zij konden evenwel gerust zijn, uitgever en samensteller hadden al hun afwijzend standpunt
bepaald. De moeilijkheden in de uitgeverij hebben na den oorlog de verschijning van dit boek ook nog enigen tijd tegengehouden. Nu het eindelijk verschijnt, wil
de samensteller een kort woord van nagedachtenis wijden aan drie medewerkers, die dit verschijnen niet meer beleven: Vincent Cleerdin, Uri Nooteboom en A. M. de Jong.

Vincent Cleerdin, de griffier van de Staten van Noord-Brabant, overleed 15 Juli 1946, op 59-jarigen leeftijd, welken leeftijd hij toen juist was
ingegaan: hij was 5 Juli 1888 geboren. De vreugde over het einde van de Duitse bezetting, die nachtmerrie waaronder zijn gevoelige natuur zozeer leed, is voor
hem persoonlijk niet lang onvermengd gebleven. Rechtschapen en onkreukbaar als hij was, Brabanter, zeer Oranjegezind, met een hoog besef van vaderlandsen
trouw daar op zijn post, zag hij zich toch verwikkeld in een van die pijnlijke naoorlogse verwarringen van lichtvaardige beschuldiging, die slepend voortgang
vond doordat zij, die hadden kunnen ingrijpen, dralend en nalatig bleven. In de zekerheid van zijn integriteit droeg hij de bitterheid met een grote geestkracht,
waarvan de spanning evenwel te veel vergde van zijn lichamelijke gezondheid.
Toen zijn eerherstel kwam was het te laat, enige maanden daarna stierf hij een voortijdigen dood. In een bijeenkomst van het Noordbrabantse genootschap van
kunsten en wetenschappen, waarvan hij de laatste jaren voorzitter was geweest, heeft dr H. van Velthoven in een uitnemende kenschetsing van zijn persoonlijk-
heid en zijn werk hem posthuum ook op die plaats eerherstel gegeven en die hulde, waarop zijn grote verdiensten voor het gewest, dat hij zo lief had, hem recht gaven.
Bekwaam en toegewijd ambtenaar, was Vincent Cleerdin gelijktijdig een man met een levendige, fijne belangstelling in letteren en cultuur. Die begrippen om-
vatten voor hem de liefde voor zijn gewest, hij hield ze ook niet van zijn functie gescheiden: zijn kennis van de provincie, haar geschiedenis, zijn cordiale opvatting
van haar geographie, zijn zich verdiepen in het Brabantse wezen kwamen den ambtenaar in hem te stade en gaven hem in het ganse gewest dat fijne, uitzonder-
lijke gezag, dat harten en geesten wint.
Hij schreef verspreide stukken over de geschiedenis en de cultuur van zijn gewest, verzamelde de sagen van Brabant in een tweetal boekuitgaven, bracht uit
Van Gogh’s brieven aan Theo de Brabantse bekentenissen in een klein boekje bijeen en gaf in de Heemschut-serie een evenzeer van liefde als van kennis ge-
tuigend boek uit over het Brabantse dorp.
Klassiek gevormd, latijns ingesteld, met enige studiejaren aan de Parijse Sorbonne, was hij francophiel en „antiteutoons” — en een minnaar en kenner van
de Franse literatuur. Hij publiceerde met enige geestverwanten een Nederlandse bloemlezing uit Léon Bloy en gaf een geestig geschrift in den dialoogvorm uit,
waarin hij als hedendaags humanist in gesprek is met Erasmus.
Voor het onderhavige boek Land en Volk van Brabant had hij grote belangstelling. Zijn onmiddellijke toezegging tot medewerking kon hij later niet anders
gestand doen dan door het afstaan van enige hoofdstukken uit een ongepubliceerden roman, die het Brabantse lotgeval behandelt van een in den vorigen oorlog
naar hier uitgeweken Belgische familie. Toen het boek werd opgezet had het stuk zeker een nieuwe actualiteit, welke het evenwel niet meer handhaaft nu de tweede
wereldoorlog de ervaringen van den eerste verder in den achtergrond terugdringt.
Na de bezetting bevredigde de bijdrage hem zelf ook niet meer, waarom zij nu vervangen is door een van zijn Brabantse sagen.

Uri Noteboom werd in de laatste dagen van den oorlog, toen hij in het bevrijde Nijmegen hoofdredacteur was van het dagblad De Gelderlander, op
den 12den April in Zutphen bij een autotocht in de gevechtszone door een vijandelijken kogel getroffen en gedood. Hij was 12 Juli 1903 geboren en stierf in den
leeftijd van 41 jaren. Uri Nooteboom had bekendheid verworven door zijn meestal journalistieke publicaties, waaruit er een aantal gebundeld werden, beschrij-
vingen van zwerftochten door het ganse land, landelijke gebeurtenissen, welke hij als reizend Maasbode-redacteur bezocht. Hij was geboortig van Tilburg en had
een hartelijke en stralende liefde voor Brabant en alles wat Brabants eigen was.
Onder zijn beschrijvende beschouwingen nemen die, welke van Brabantsen huize zijn, een voorname plaats in: poëtische, bij voorkeur wat droom verteder de, lich-
telijk idealiserende en indringende beschrijvingen van vooral het Kempische landschap en het Kempische leven, die hij beide aan alle kanten kende, en waarmee
hij voortdurend aanraking zocht. Juist in de latere jaren ontwikkelde hij zich hoelanger hoe meer tot breder werk en tot een opvallenden, op het Brabants inge-
stelden eigen stijl, en de twee grote stukken, die hij voor dit boek afstond, een over de Kempen en een over zijn geboortestad, bevatten ongetwijfeld de beste
bladzijden, die hij heeft geschreven.

A. M. de Jong, de derde van de medewerkers die het verschijnen van dit boek niet meer beleven, viel, 55 jaar oud, als slachtoffer van een van die
afschuwelijke en laffe Silbertannemoorden, waartoe Nederlandse handlangers van den vijandelijken bezetter bereid bleken te zijn. In conflict met de N.S.B. van
zijn woonplaats, Laren (N.H.), kreeg hij in den avond van 17 October 1943 bezoek van twee hunner, zogenaamd voor het niet in orde zijn van de verduistering, en
werd, toen hij hen uitliet, door een van deze mannen neergeschoten: hij was onmiddellijk dood.
Met A. M. de Jong ging een vruchtbaar schrijver heen. Zijn Brabantse romans, waartoe hij, na zijn herhaalde bewuste pogingen tot overstijging van het regiona-
lisme en tot ruimer verleggen van zijn interesse naar de sociale en socialistische probleemstelling, telkens weer terugkeerde, vormen veruit zijn beste werk.
Ongetwijfeld heeft hij de grote, dieper gelegen drijfkrachten in het Brabantse wezen veronachtzaamd en niet onderkend en ging hij dat waarde volle voorbij,
wat in zijn afspiegeling van het Brabantse leven een rijker facet en aan zijn werk een dieper inhoud had kunnen geven. Dit neemt niet weg, dat zijn Brabantse
figuren, vooral die van buitenmaatschappelijken en vagabonderenden, de levendigste, kleurigste en bestgeslaagde in zijn oeuvre zijn. Het beeld van het West-
Brabantse landschap, van de dorpjes en de stadjes, nam hij scherp en zuiver waar in een zich bekennende liefde voor de Brabantse streek van zijn geboorte.
Enige van zulke levendige beschrijvende bladzijden bestemde hij voor dit boek.
Zij zijn de inleiding tot een grotere novelle of een roman, waaraan hij bij mijn weten niet verder heeft geschreven. Zij vormen een fragment, dat in zijn afge-
rondheid een helder beeld voltooit.
ANTOON COOLEN

N.V. Uitgevers-maatschappij Kosmos;  
 

18. Boeknummer: 00582  
Cultuurhistorische Landschapsinventarisatie Gemeente Breda
Historie -- Breda, algemeen           (2006)    [dr. K.A.H.W. Leenders]
Cultuurhistorische Landschapsinventarisatie Gemeente Breda
ErfgoedRapport Breda 1

TEN GELEIDE
Weten waar je het over hebt. Eenieder die zo’n uitspraak hoort zal dat direct beamen. Soms tegen beter weten in. Natuurlijk zijn er sommige plannenmakers en
ontwerpers die doen alsof ze een tabula rasa in de schoot geworpen hebben gekregen, een leeg veld dat ze mogen bombarderen met doosjes van allerlei aard
en formaat. Maar ik wil niet geloven dat zij dat doen óndanks hun kennis van de historie van dat gebied. Het is wel makkelijk natuurlijk, net doen alsof alles wat
er ooit was geen waarde meer vertegenwoordigt; alsof het verleden geen enkele
waarde heeft voorde toekomst.
Gelukkig is het tij aan het keren. Het Rijk probeert, via financiële middelen uit het Belvédèreproject, het verleden als aanknopingspunt aan te bieden voor mo-
derne ontwikkelingen. ‘Behoud door ontwikkeling’ wordt dat genoemd. En er zijn best veel projecten die Belvédèregelden mogen ontvangen, zodat mét dat geld
het verleden een plek krijgt in een nieuwe situatie. Laten we hopen dat het hier om een overgangsfase gaat; dat overeen aantal jaren het Rijk niet meer met een
vette geldbuidel hoeft te zwaaien om plannenmakers en projectontwikkelaars zover te krijgen dat ze überhaupt rekening houden met het verleden; dat er een
tijd komt waarin het verleden écht een rol krijgt in de ruimtelijke ordening.
Maar daar is wel wat voor nodig: kennis. De gemeente Breda is begonnen met een algehele inventarisatie van haar cultuurhistorisch erfgoed. Vóór 2010 willen
we echt weten welke gebouwen monument waardig zijn en willen we ook een beter inzicht te hebben in datgene wat vanuit een (heel) ver verleden aan onze bodem
is toevertrouwd en al datgene waarvan we nu niets meer merken. De bijdrage van dr. Karel Leenders kan dan ook nauwelijks overschat worden. Hij brengt in het
kader van dit ‘weten-schapsbeleid’ de inventarisatie van het cultuurhistorische landschap voor het voetlicht, waarbij en passant het historische landschap wordt
gereconstrueerd en bovendien wordt aangegeven wat er nog van de cultuurhistorische landschapselementen als relict bewaard is gebleven. Al deze gegevens
zijn niet alleen op schrift gesteld, maar ook op twee CD-roms op Gis-basis meegeleverd. Betekent dit nu dat de plannenmakers er met dit werk vandoor kunnen
gaan? Neen. Want Leenders geeft geen waardenoordelen. Hij zegt niet welk element belangrijker is en welk relict wel kan worden opgeruimd. Dat is een taak die
aan de beleidsmakers voor het erfgoed is voorbehouden. Eén ding staat echter als een paal boven water: zonder deze inventarisatie was die taak nauwelijks te
volbrengen. Want lang niet iedereen weet wat er allemaal (nog) is.
Johan Hendriks
Hoofd Bureau Cultureel Erfgoed
Vakdirectie Cultuur


INHOUDSOPGAVE
Ten Geleide-5

Deel 1 INLEIDING
Hoofdstuk 1 Inleiding-15
1.1 Opdracht-15
1.2 Werkwijze-15
1.2.1 Landschappelykeanalyse-15
1.2.2 Reconstructie van het historische landschap -16
1.2.4 Indeling van de rapportage -19
1.3 Gebruikt basismateriaal - 21
Hoofdstuk 2 Historisch overzicht - 23
2.1 Staatkundige ontwikkeling - 23
2.2 Occupatiegeschiedenis - 25
2.2.1 Prehistorie en Romeinse tijd - 25
2.2.2 Vroege en Hoge Middeleeuwen - 26
2.2.3 Explosieve periode - 28
2.2.4 Opkomst van de steden - 31
2.2.5 Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd - 33
2.3 De uitgroei van stads- en dorpskernen - 33
2.3.1 Breda - 35
2.3.2 Bavel - 35
2.3.3 Ginneken-35
2.3.4 Princenhage - 36
2.3.5 Prinsenbeek - 36
2.3.6 Teteringen - 37
2.4 De landbouw en het landschap - 37
2.4.1 De vroege landbouw - 37
2.4.2 Heide- en beemdendorpen - 39
2.4.3 De landbouw, wisselwerking met het landschap - 40
2.4.4 Structuur van de beemdendorpen - 43
2.5 Infrastructuur -44
2.5.1 Landwegen - 44
2.5.2 Waterwegen - 48
2.5.3 Spoorwegen - 49

Deel 2 RECONSTRUCTIE VAN DE LANDSCHAPPELIJKE BASIS
Hoofdstuk 3 Inleiding - 53
Hoofdstuk 4 Beschrijving van de legenda (I) - 55
Het Lage - 56
1 De grens tussen het Hoge en het Lage - 58
2 De beemden - 59
3 De moeren in Het Lage - 63
4 De dalletjes in het Lage - 65
5 De donken - 66
6 De hillen -68
7 De Oude Mark-71
8 De Mark van 1750 - 72
Het Hoge - 73
9 De lage zandgronden - 74
10 De lage dekzandruggen - 76
11 De hoge dekzandruggen - 79
12 Duinen en stuifkoppen - 89
13 Laagten op het Hoge - 93
14 Dalen op het Hoge - 97
15 Beken-101
16 De moeren op het Hoge -107
17 Hei in 1838 -112
18 Dalen op het Hoge -118
19 Restbossen -121

Deel 3 RECONSTRUCTIE VAN HET HISTORISCHE LANDSCHAP
Hoofdstuk 5 Inleiding-127
Hoofdstuk 6 Beschrijving van de legenda (II) -129
21 Oude infrastructuur -129
22 Turfwinning-130
23 Doorgaande wegen -133
24 Lokale wegen -141
25 Heerlijkheden -161
26 Landgoederen -167
27 Kerkelijk-190
28 Gehuchten - 200
29 Beemden - 216
30 Ontginningsgolfi65o-226
31 Bosbouw-229
32 Molens-241
33 Kanalen-250
34 Bestuurlijk-253
35 Militair-260
36 De stad Breda - 265
37 De oude akkers - 270
38 Middeleeuwse agrarische ontginningscomplexen - 280
39 Divers meubilair-282

Deel 4 RELICTEN VAN HET HISTORISCHE LANDSCHAP
Hoofdstuk 7 Inleiding - 293
Hoofdstuk 8 Relictstatus beschouwd per thema - 295

Deel 5 OM VERDER TE LEZEN
Hoofdstuk 9 De vorming van de gemeenten ten westen van de Donge - 307
9.1 Inleiding-307
9.2 Zand-Brabant is een gehuchtenland - 307
9.3 Het gehucht is de basiseenheid - 308
9.4 Het ‘dorp’ als institutie is het samengaan van gehuchten - 310
9.5 De dorpsnaam: gemeenschapsnaam of nederzettingsnaam - 311
9.6 Vóór 1800 een hele reeks instituties, ieder met een eigen bereik - 315
9.6.1 Schepenbankgebieden - 316
9.6.2 Parochies - 318
9.6.3 Fiscale dorpen - 320
9.6.4 Gemeynten - 321
9.7 Vorming van de dorpen in de Middeleeuwen - 324
9. 8 Gemeenten vrij eenvoudig uit oudere entiteiten samengesteld - 327
9.9 Conclusie-328
Hoofdstuk 1o De Haagse Beemden in ruimer verband - 331
10.1 Beemden - 331
10.1.1 Gemene beemden - 333
10.1.2 Verkaveling en gemeenschappelijkheid - 335
10.1.3 ‘Beemden’; een samenvatting - 336
10.2 Haagse-336
Hoofdstuk 11 De Mark-349
11.1 Rivierstelsel - 339
11.2 Ontwikkelingsfasen in de loop der eeuwen - 339
11.2.1 Bovenstrooms van Breda - 339
11.2.2 De Aa of Weerijs - 341
11.2.3 De Mark bij Breda - 342
11.2.4 De hoogmiddeleeuwse Beneden-Mark - 344
11.2.5 De Beneden-Mark in de overstromingsperiode - 345
11.2.6 De Mark als dichtslibbende getijderivier - 345
11.2.7 De gekanaliseerde Mark-346
11.3 Hillen langs de Mark-347
Hoofdstuk 12 Het landgoederenlandschap rond Breda - 349
12.1 Inleiding-349
12.2 Het landgoederenlandschap rond Antwerpen - 351
12.3 De particuliere landgoederen rond Breda-353
12.3.1 Oorsprong - 353
12.3.2 Persoonlijke bindingen met Breda - 357
12.3.3 De ruimtelijke structuur van de landgoederen bij Breda - 358
12.3.4 Bosbouiw-360
12.3.5 Naamsveranderingen - 363
12.3.6 Volksverhalen - 364
12.3.7 Schuilkerken - 365
12.4 De prinselijke landgoederen rond Breda-366
12.4.1 Oorsprong - 366
12.4.2 Kasteel en omgeving - 366
12.4.3 De tuinen en lusthoven-367
12.4.4 De waranden - 367
12.4.5 De bossen-368
12.4.6 De lanen naar de bossen-380
12.4.7 Zichtlijnen - 381
12.5 Het landgoederenlandschap rond Breda - 382
12.5.1 De wisselwerking tussen particuliere en prinselijke landgoederen - 382
12.5.2 De internationale tuin- en parkmode -383

Aangehaalde literatuur - 387
Archieven - 411
Oude kaarten - 413
Noten - 433

Gemeente Breda;  
 

19. Boeknummer: 00583  
Prehistorie en vroegste geschiedenis van West-Brabant
Historie -- Brabant, algemeen           (1984)    [J.H. Verhagen]
Prehistorie en vroegste geschiedenis van West-Brabant
Bijdragen tot de studie van het Brabants Heem, deel 24
Onder redactie van: N. Aarts, G. Beex, A. Dams, F. Ector, D. Gooren, W. Heesters en H. Hutten

INHOUD
Afkortingen 4
Inleiding 7
Dankwoord 11
Hoofdstuk 1. Geologisch overzicht 13
Hoofdstuk 2. De bewoonbaarheid van West-Brabant in de pre- en protohistorie 19
Hoofdstuk 3. Archeologische activiteiten in West-Brabant 27
Hoofdstuk 4. Het Paleolithicum en het Mesolithicum 31
Hoofdstuk 5. Het Neolithicum 45
Hoofdstuk 6. De Bronstijd en de IJzertijd 53
Hoofdstuk 7. De Romeinse tijd 73
Hoofdstuk 8. De Vroege Middeleeuwen 83
Melding van vondsten 87
Literatuur 89
Register van plaatsnamen 93


INLEIDING
n 1956 verscheen er in het tijdschrift Brabants Heem een artikel van de hand van Br. Christofoor, getiteld: Paleo-, Meso- en Neolithische vondsten in West-Brabant.
Zoals uit de titel blijkt, beperkte de schrijver zich tot de steentijd. Met West-Brabant bedoelde hij de streek ten westen van Breda. Christofoors artikel, hoe
beperkt ook van opzet, is tot nu toe vrijwel de enige bron van informatie geweest die er voor de archeologie van deze perioden voor dat gebied beschikbaar was.
Dit werk is ruimer van opzet. Er wordt in getracht een overzicht te geven van de prehistorie en de vroegste geschiedenis (de protohistorie) dus tot het begin van de
Late Middeleeuwen, rond het jaar 1000. Het besproken gebied is West-Brabant in de ruime en meest gebruikelijke zin: het omvat de gehele voormalige Baronie van
Breda, het voormalige Markiezaat van Bergen op Zoom en de vroeger tot Holland behorende gebieden in het noorden en noordwesten. Globaal dus het gebied tussen
Schelde en Donge. Ik ben me ervan bewust dat ik hierbij enkele stukken heb geannexeerd, zoals bijvoorbeeld Riel, dat immers nooit deel heeft uitgemaakt van
de Baronie, maar dat wel ten westen van de Donge ligt en geografisch en archeologisch aansluit bij West-Brabant.
Het is niet mijn bedoeling geweest een boeiend en voor iedereen begrijpelijk verhaal te vertellen over de voorgeschiedenis van dit gebied. De opzet is geweest
datgene bij elkaar te brengen wat er over dit onderwerp bekend is, waar mogelijk gezien in het ruimere kader van de ontwikkelingen in de provincie als geheel of in
Nederland. Die kennis beperkt zich vrijwel tot vondsten van niet-vergankelijk materiaal waaruit slechts een gering aantal conclusies kan worden getrokken.
Informatie over de vroegere bewoners zelf kunnen deze vondsten nauwelijks verschaffen.
Op een aantal vindplaatsen en vondsten is dieper ingegaan. De reden zal meestal duidelijk zijn. Waar mogelijk, is verwezen naar literatuur over het betreffende
onderwerp waar men in veel gevallen meer details kan vinden.

Om de zeer grote verschillen in het voorkomen van archeologische vondsten tussen de verschillende regio’s binnen het gebied in de onderscheiden periodes van de pre-
en protohistorie te begrijpen, is het noodzakelijk enig idee te hebben van de geologische situatie en de ontwikkeling van het landschap in West-Brabant. In de
eerste hoofdstukken wordt hieraan aandacht besteed.
In het derde hoofdstuk worden enige woorden gewijd aan enkele, soms vergeten, werkers die tussen het einde van de achttiende en de jaren vijftig van deze eeuw
verdiensten hebben gehad voor het oudheidkundig onderzoek van deze streken.
In de daaropvolgende hoofdstukken, die de verschillende archeologische perioden behandelen, worden vondsten en vindplaatsen besproken per landschappelijk
gebied. Er is naar gestreefd een zo volledig mogelijk overzicht te geven van wat er nu, eind 1981, aan vondsten bekend is in West-Brabant, al is natuurlijk niet elke
vondst of vindplaats afzonderlijk of in details behandeld. Het spreekt vanzelf dat van de talrijke vindplaatsen die (nog) niet volledig zijn onderzocht geen exacte
plaatsaanduiding wordt gegeven.
Voor het samenstellen van dit overzicht is o.a. gebruik gemaakt van oude en meer recente publikaties en vondstmeldingen, die, waar mogelijk, kritisch zijn bekeken,
zonder op elk slakje zout te leggen. Een aantal gegevens en aanvullingen is afkomstig uit de door de oud-provinciaal archeoloog G.A.C. Beex tot voor enkele
jaren bijgehouden cartotheek van vondsten in Noord-Brabant.

Het zou me niet verbazen als menigeen bij het lezen tot de conclusie zal komen dat er toch wel wat meer bekend is van de pre- en protohistorie van West-Brabant dan
veelal wordt aangenomen. Er is echter weinig reden tot tevredenheid over de bereikte resultaten. Zeker, door intensieve veldverkenningen zijn vooral in de
laatste jaren talrijke nieuwe vindplaatsen uit verschillende perioden bekend geworden en een aantal daarvan heeft vrij aanzienlijke hoeveelheden
nederzettingsmateriaal opgeleverd. De opgravingen die op direct bedreigde punten hebben plaatsgehad zijn echter vrijwel nooit uitgekomen boven het niveau van een
inderhaast uitgevoerd noodonderzoek, verricht met te weinig mankracht, te weinig hulpmiddelen en onder soms zeer ongunstige omstandigheden. Ze hebben dan ook
niet de gegevens opgeleverd die in deze tijd van een opgraving mogen worden verwacht. Het aantal zorgvuldig voorbereide en uitgevoerde opgravingen van enige
omvang in West-Brabant is op de vingers van één hand te tellen. Er is nog veel te doen, ook voor amateurs. Met name in de gebieden die minder intensief zijn
verkend, is er werk genoeg voor nieuwe veldwerkers, die bereid zijn zich in te werken in deze materie, die weten wat ze kunnen en mogen doen, beseffen wat ze
moeten laten en die over een lange adem beschikken, want dit laatste is onontbeerlijk in een groot deel van West-Brabant, waar, met een variant op een
uitspraak van Christofoor, „prehistorie” nu eenmaal niet voor het opscheppen ligt.

Met de schrijver zal iedereen die het archeologisch onderzoek van West-Brabant een warm hart toedraagt, hopen dat er in de komende jaren zoveel wordt gevonden en
gedaan - en dat niet alleen door amateurs - dat dit boekje spoedig verouderd zal zijn.
J.H. Verhagen

Stichting Brabants Heem, Waalre;  
 

20. Boeknummer: 00584  
Ambrogio Spinola 1622
Historie -- Brabant, algemeen           (2008)    [prof. dr. Hans Vlieghe, drs. George P. Sanders, drs. Yolande Kortlever, drs. Jan Peeters, Han Verbeem BJ]
Ambrogio Spinola 1622
Redactie drs. Frans van Dongen en Han Verbeem BJ

INHOUDSOPGAVE
VOORWOORD 3
INLEIDING 5
HOOFDSTUK 1
AMBROGIO SPINOLA, MILITAIR GROOTMEESTER (1569-1630) 9 Drs. Yolande Kortlever
HOOFDSTUK 2
DE BELONINGSPENNING VAN BERGEN OP ZOOM 41 Drs. George Sanders
HOOFDSTUK 3 SPINOLA IN BEELD
3.1 EEN PORTRET VAN SPINOLA UIT RUBENS’ ATELIER 63 Prof. dr. Hans Vlieghe
3.2 Iconografische aspecten 71 Drs. Jan Peeters
3.3 AMBROGIO SPINOLA WEET BERGEN OP ZOOM ALSNOG TE VEROVEREN 85 Han Verbeem BJ
BIJLAGE
DE NIEUWE AMBTSKETEN VAN BERGEN OP ZOOM 93

VOORWOORD
Door dr. Ad Houtman
Beste lezer, beste vriend,

Eind jaren ‘60 van de vorige eeuw werd duidelijk hoe mooi het stadspaleis van Bergen op Zoom zou worden. Na haar laatste functie als kazerne is een uitvoerige restauratie van
het Markiezenhof uitgevoerd, waardoor een van de mooiste stadspaleizen van Nederland weer zichtbaar werd. U kent wellicht de aard van de Bergenaar: trots op diens stad en
trots op de geschiedenis.

Daarom werd in 1968 het initiatief genomen de Stichting Vrienden van het Markiezenhof op te richten; een stichting van enthousiaste inwoners van Bergen op Zoom die steun
wilde geven aan het mooie stadspaleis en het daarin ondergebrachte museum.

Dit boek is een uitgave ter gelegenheid van het 40-jarig jubileumjaar 2008.

Veel Vrienden van het eerste uur zijn nog steeds lid, daarvoor is het bestuur en ‘Het Markiezenhof’ dankbaar. Dit jubileumboek markeert ook de vernieuwing van de koers;
naast het geven van museumstukken is het de bedoeling mee te helpen dit unieke stadspaleis voor een breder publiek bekend te maken. Naast de oude trouwe vrienden
proberen we daarom ook andere doelgroepen aan te boren; bijvoorbeeld de jeugd via de ‘Juniorenprijs der Markiezen’.

Het bestuur dankt alle Vrienden en alle bestuursleden uit de afgelopen 40 jaar voor hun betrokkenheid en inzet. Mede dank zij hen is het Markiezenhof een genoegen om in te
vertoeven. Daar mag Bergen op Zoom met recht trots op zijn.

Ik wens u veel plezier met deze uitgave, waarop wij trots zijn, en wij danken de auteurs voor hun bijdragen.

Ad Houtman,
voorzitter Stichting Vrienden van het Markiezenhof


INLEIDING
Door drs. Frans van Dongen, bestuurslid Stichting Vrienden van het Markiezenhof
Dit jubileumboek van de Stichting Vrienden van het Markiezenhof staat in het teken van het jaar 1622. In dat jaar wist de stad Bergen op Zoom wederom haar reputatie te
bevestigen een onneembare vesting te zijn in de Nederlandse opstand tegen het Spaanse gezag. De opperbevelhebber van de Spaanse troepen in de Zuidelijke Nederlanden,
Ambrogio Spinola, nam gedurende de eerste decennia van de 17' eeuw talloze vestingen in de Nederlanden in, waaronder zelfs de vesting Breda. Deze inname van Breda leverde
Spinola, de tegenstander van prins Maurits, een geweldige reputatie als veldheer op en werd enige tijd later door de Spaanse schilder Velasquez verbeeld met het wereldberoemde
schilderij ‘Las Lanzas’. Tot grote teleurstelling van Spinola leidde zijn beleg van Bergen op Zoom in de zomer van 1622 niet tot een inname. De stad wist zijn Spaanse troepenmacht
te weerstaan en Spinola hief zijn belegering op 3 oktober 1622 op toen hij vernam dat prins Maurits in aantocht was met een Staats leger. De succesvolle verdediging van de
strategische vesting Bergen op Zoom vormde een belangrijke ondersteuning van het moreel van de jonge Nederlandse Republiek. Het toen door Adriaen Valerius geschreven
lied ‘Merck toch hoe sterck’ getuigt daarvan.

In de afgelopen 40 jaar heeft de stichting talloze meubelen, schilderijen en kunstwerken ten behoeve van het Markiezenhof verworven. Daarnaast werden de stijlzalen in de Franse
vleugel vrijwel compleet ingericht met steun van de Vrienden van het Markiezenhof en ook de kopie van de vestingmaquette is een schenking van de stichting. De Vrienden van
het Markiezenhof zijn in het afgelopen jaar in staat geweest een aantal belangwekkende objecten van grote cultuurhistorische waarde te verwerven, die samenhangen met het
historische beleg van 1622. Deze vormen een waardige markering van het veertigjarig bestaan van de stichting.

Eén van de nieuwe aanwinsten betreft een op doek geschilderd portret van Ambrogio Spinola uit de eerste helft van de 17' eeuw. Het is een kopie van een schilderij van Peter
Paul Rubens, dat waarschijnlijk zelfs in zijn atelier tot stand gekomen is.

In de tweede plaats betreft het een exemplaar van een gouden beloningspenning, geslagen ter herinnering aan het beleg van 1622, die uitgereikt werd aan hoge functionarissen die
zich hadden ingezet voor de succesvolle verdediging van de stad.

Het voorliggende jubileumboek beoogt de achtergronden van deze aanwinsten te belichten.

In hoofdstuk 1 gaat stadshistoricus Yolande Kortlever (Het Markiezenhof Historisch Centrum) eerst in op de historische context. De Nederlandse Opstand tegen Spanje, de
persoon Spinola, zijn rol en veldtochten in de Nederlanden en het beleg van Bergen op Zoom worden daarin uitvoerig belicht.

In hoofdstuk 2 wordt door George Sanders (conservator Museum Kanselarij der Nederlandse Orden en Penningen op Paleis Het Loo) vervolgens ingegaan op de
geschiedenis van de beloningspenningen die na het beleg van 1622 geslagen werden en eerst uitgereikt werden aan diegenen die zich verdienstelijk hadden gemaakt voor de
verdediging van de stad, maar jaren later ook aan personen die zich op andere wijze voor de stad hadden ingezet.

In hoofdstuk 3 wordt tot slot ingegaan op het portret van Ambrogio Spinola. Professor Hans Vlieghe, emeritus hoogleraar van de Katholieke Universiteit van Leuven en
internationaal vermaard expert op het vlak van Vlaamse schilderkunst, belicht daarin de kunsthistorische achtergronden van het schilderij (3.1). Vervolgens gaat Jan Peeters
(conservator Markiezenhof) in op de iconografische aspecten van het schilderij (3.2) en Han Verbeem (bestuurslid Stichting Vrienden van het Markiezenhof) sluit het hoofdstuk
af met een uiteenzetting over de aankoop van het schilderij, de fysieke staat ervan en de restauratie door Henk Olthuijsen (3.3).

Rest hier nog een korte toelichting op het vervolg dat de Vrienden geven aan de verwerving van de gouden beloningspenning.

De Vrienden hebben een klassieke burgemeestersketting voor de stad Bergen op Zoom laten ontwerpen met daaraan gehangen een replica van de gouden beloningspenning. Deze
ambtsketen wordt in 2009 aan burgemeester Han Polman overhandigd. Burgemeester Polman zal vanaf dat moment de keten dragen bij ceremoniële gelegenheden.
Daarmee krijgt de beloningspenning een hernieuwde symbolische betekenis: de belangenbehartiging van de stad (zie de bijlage op pagina 93).

De aankoop van de penning past ook goed bij één van de nieuwe initiatieven van de stichting: de 'Juniorenprijs der Markiezen, een cultuurprijs bestemd voor middelbare
scholieren of een middelbare schoolklas voor culturele prestaties die direct of indirect verband houden met het Markiezenhof en zijn bewoners. Daarbij kan gedacht worden
aan een schriftelijk werkstuk (b.v. een scriptie als resultaat van onderzoek), maar ook aan een uiting van beeldende kunst (schilderij, plastiek, tekening e.d.). De instelling van
deze cultuurprijs sluit direct aan bij de vernieuwde doelstellingen van het Bestuur van de stichting, te weten:
        • Het inspelen op de noodzaak jongeren meer te betrekken bij en te interesseren voor de activiteiten van de stichting;
        • Het aanjagen van de multiculturele functie van het Markiezenhof;
        • Het organiseren van interessante activiteiten voor de Vrienden van het Markiezenhof;
        • Het inspelen op de wensen van de Vrienden (meer activiteiten gericht op jongeren);
        • Het genereren van publiciteit voor het Markiezenhof.

De winnaars van de juniorenprijs worden gehuldigd met de Beloningspenning van de Vrienden van het Markiezenhof. Indien de winnaar bestaat uit een groep, zal elk lid van
de groep een oorkonde ontvangen. Met dit initiatief wil de Stichting Vrienden van het Markiezenhof de oude traditie nieuw leven inblazen om personen, die een bijzondere
prestatie hebben geleverd, te belonen met een penning; in dit geval jongeren die een bijzondere culturele prestatie geleverd hebben.

Stichting Vrienden van het Markiezenhof, Bergen op Zoom;  
 

21. Boeknummer: 00585  
De Oranjeboom deel 75
Historie -- Breda, algemeen           (2023)    [Mart Franken, Frans Gooskens, Kees van Hooijdonk, Hans de Jong, Ton Kappelhof, Otto Knitel, Marianne Laurijssens, Monique Rakhorst, Vincent Smit, Pieter Stallen, Peter van Steenhoven]
De Oranjeboom Jaarboek 2022 deel 75

INHOUD
Ten geleide ................................................................. V
1. Van katholiek naar liberaal, het gemeentebestuur van Breda T946 - 2020
        Peter van de Steenoven ................................................... 7
2. Woningcorporaties in Breda, de stille stadmakers
        Vincent Smit.............................................................. 27
3. Fietsen in de autostad Breda: 7 5 jaar terugtrappen of versnellen
        Otto Knitel .............................................................. 41
4. Bredase historici. Van pastoor Juten tot onderwijzer Anne Hallema (1900-1970)
        Ton Kappelhof............................................................. 59
5. 1948. Rat Verlegh en de Olympische Spelen in Londen
        Kees van Hooijdonk ....................................................... 79
6. Bisschop Ernst: tussen bisschopskerk en Heilig Hart
        Hans de Jong ............................................................. 99
7. Van negen parochies naar één parochie. De fusieprocessen achter de totstandkoming van de H. Augustinusparochie in Breda (1968-2013)
        Frans Gooskens ........................................................... 115
8. Van witte non tot black jack. Een verzoening van botsende erfgoedwaarden en restauratietheorieën
        MartFranken .............................................................. 143
9. Het voormalige Oudemannenhuis Breda. De transitie en monumentale waardenvan de historiserende achterbouw met pleintje en Toscaanse zuilen naar een modem museum
        Marianne Laurijssens ..................................................... 161
10. Een nieuw gezicht op Breda. Stedelijk Museum Breda identificeert schilderij van Jacobus Storck
        Monique Rakhorst ......................................................... r83
11. Goed voorbereid op de vorige oorlog. In Breda op zoek naar ondergrondse relicten uit een Koude Oorlog
        PieterStallen ............................................................ 195
Over de auteurs ............................................................. 228
Verenigingsinformatie “De Oranjeboom” ....................................... 230
Ledenlijst vereniging “De Oranjeboom” ....................................... 231

Ten geleide
Dit jaarboek staat in het teken van de na-oorlogse geschiedenis van Breda. We hopen nieuwe bouwstenen aan te dragen voor een Geschiedenis van Breda deel IV die er echt moet komen.
Als historische vereniging gaan we daar graag aan meewerken, maar de gemeente Breda moet zich ook achter dit project zetten.
Over jaarboek 75 valt veel te zeggen, maar één element springt er zeker uit. Zes van de elf auteurs zijn zelf betrokken geweest bij de ontwikkelingen die ze beschrijven. Dat
heeft natuurlijk te maken met de eigentijdse geschiedenis die ze beschrijven. Zo heeft Peter van de Steenoven tien jaar in de Bredase gemeenteraad gezeten. Vincent Smit is al
jarenlang toezichthouder bij woningcorporaties in Breda. Otto Knitel is actief lid van de Fietsersbond. Auteur Hans de Jong heeft nog onder bisschop Ernst gewerkt. Ton Kappelhof
heeft de historici die hij beschrijft vaak zelf ontmoet en ikzelf ben vicevoorzitter geweest van het parochiebestuur Breda-Oost.
Het gevaar van vertekening van de geschiedenis ligt op de loer. Wat is de waarheid meer dan de gekozen invalshoek? Maar de redactie moet waken voor eenzijdigheid. Het
voordeel is dat de lezers op de eerste rij zitten en verslagen te lezen krijgen van mensen die de gebeurtenissen zelf hebben meegemaakt. Deze auteurs kennen de hoofdpersonen
persoonlijk en weten hoe rancunes, karakters en vriendschappen hun rol spelen. Bovendien kun je op deze manier toegang krijgen tot archieven die anders gesloten zouden
blijven. Mensen spreken uit het circuit die anders buiten zicht zouden blijven.
Dank aan alle auteurs voor hun werk. Het blijft een levende groep van onderzoekers-schrijvers die zich inzetten voor mooi, origineel en goed onderbouwd artikel.
Vier van elf auteurs hebben hun eerste jaarboekbijdrage geleverd. Wij hopen natuurlijk op meer.
Tenslotte dank aan de redactie, grafische opmaak, bestuur en iedereen die weer heeft meegewerkt aan dit jaarboek 75. Dank aan de leden die ons al 75 jaar steunen. En nu
weer op naar het volgende boek dat uitgegeven gaat onder de verantwoordelijkheid van de nieuwe historische vereniging. Want per r januari 2024 gaan, als de leden het goed
vinden, Historische Kring ‘de Oranjeboom’ en Erfgoedvereniging Engelbrecht van Nassau samen verder.
Fred Saan
voorzitter ‘de Oranjeboom’
Frans Gooskens
voorzitter redactie

Geschiedkundige en Oudheidkundige Kring De Oranjeboom;  
 

22. Boeknummer: 00586  
Schuttersgilden in Noord-Brabant
Historie -- Brabant, algemeen           (1983)    [Willem Iven, Jan Bogaerts, Teo van Gerwen]
Schuttersgilden in Noord-Brabant
In het boek is ook de catalogus (40 bldz.) opgenomen van de tentoonstelling Schuttersgilden in Noord-Brabant gehouden in het Noord-Brabants Museum van 21 mei - 7 augustus 1983

Voorwoord
Het is waarschijnlijk dat de schuttersgilden al zo lang bestaan, doordat zij volks zijn. De gilden zijn immers groeperingen van gewone mensen.
Niet de elite of de overheden, maar gewone mensen uit het volk, boeren en burgers, hebben de rijke gildeschatten aan traditie en historie door de
eeuwen gedragen. Daardoor zijn de gilden een volksbezit. De vanzelfsprekendheid waarmee zij zich nog altijd vertonen, komt daaruit voort.
De gilden trekken nu meer en meer bijzondere aandacht, ook van buiten de eigen gemeenschap. Het versneld vernieuwen van onze
maatschappij en ons leven van alledag maken het weinige eigene dat gebleven is, tot iets opmerkelijks. Die levende traditie bezit kennelijk stabiliteit.

Geïntrigeerd door dat verschijnsel zijn drie tamelijk jonge Brabanders zich gaan bezighouden met het aloude verschijnsel gilden. Omdat zij van
hun land houden met alles wat daarin echt, eigen en wezenlijk is. Uit de eeuwen van hun ouders zagen zij al zovéél verdwijnen. Zoveel dat
moeizaam was verworven in langdurige processen van zoeken, vinden en bewaren. Van het ene jaar op het andere werd het weggegooid.
Het weinige dat de eeuwen doorstond, moet waardevol zijn en betekenis hebben en kunnen houden. Iets dat al zó oud is als onze
schuttersgilden heeft daardoor alle recht op voortbestaan. Een goede toekomst groeit uit het kennen van goed én kwaad uit het verleden. Van
dat verleden wilden wij leren.
Dit boek is het resultaat. Um durrum.

We hebben het niet alléén gedaan. Onze geduldige 'mentor intellectualis et amabilis’ had altijd zijn hoge deur voor ons open om de weg te
wijzen door een doolhof van feiten, vermoedens en beweringen.
Drs. W.H.Th. Knippenberg, gulden Brabander: dat ge bedankt zijt, dat weet ge.
Zonder de medewerking van tientallen gildebroeders en -zusters zou er niets van terechtgekomen zijn. Zij verstrekten gegevens, leenden
bronnen uit en stonden materiaal af, namen deel aan gesprekken, lieten ons bij hun vergaderingen zijn, deden tijdvergende naspeuringen,
gingen in op al onze vragen, stonden fotograferen toe en corrigeerden kritisch een aantal teksten. Wij willen hen en alle andere mensen
bedanken die geholpen hebben bij de totstandkoming van dit boek. Sint Joris krijgt onze dank, omdat hij ons liet doorzetten en de Heilige
Catharina, omdat zij hielp de juiste bewoordingen te vinden.

Moge ons boek voor ieder die Brabant met alle verleden en heden bemint, een middel zijn om de kostbare gilden van ons schone gewest
voor altijd in het oog, in het hart en in ere te houden. Want daarvoor is het bedoeld.
Asteblieft.
namens de makers van dit boek,
Willem Iven


Een boek over schuttersgilden.
Hun schone middeleeuwse uiterlijk. Kleurige sjerpen, grote hoeden met struis- en haneveren, gekroonde hoofden, vrolijk flapperende vendels en het
plechtige statievaandel. Het diepe geluid van de gildetrom.
Het vele vele zilver.
Heldhaftig vertoon midden over straat, met donderend tromgeroffel een kerk binnengaan, het herhaaldelijk bewijzen van trouw aan tijdelijke en
eeuwige overheden. Indrukwekkende massale toernooien.
In de zomerzon vallende vogels.
De gezelligheid onder gildebroeders, schaterlach en schouderklop. Het gouden gildebier dat schuimend en keelklokkend de vrolijkheid verhoogt.
Drie jonge Brabanders raakten geïntrigeerd door het verschijnsel schuttersgilden. Zij togen op onderzoek. Het resultaat van hun bevindingen
is dit volle, kleurige boek met geweldig veel interessante gegevens over uiterlijk en innerlijk van de gilden, afkomst en historie, hun plaats in de
maatschappij, vroeger, vandaag en straks. Traditionele gebruiken, regels en gedragingen, maar ook vernieuwing en verjonging.
Het gildeleven is wezenlijk en waardevol. De schuttersgilden horen bij Brabant, ook in onze tijd. Omdat zij stabiele elementen zijn die een
tegenwicht kunnen vormen voor verdergaande cultuurverarming en geestelijke erosie.

Uitgeverij Helmond - Helmond;  
 

23. Boeknummer: 00587  
Heksenwiel. Centrumgebied Haagse Beemden, Breda
Ruimtelijke-ordening -- Haagse Beemden           (onbekend)    [onbekend]
Heksenwiel. Centrumgebied Haagse Beemden, Breda

Met gepaste trots mag ik het voorwoord schrijven in dit bijzondere boek over een al even bijzonder samenwerkingsproject.
Blauwhoed Vastgoed-ontwikkeling bv en de Gemeente Breda toveren met 'Heksenwiel, Centrumgebied Haagse Beemden, Breda'
een publikatie tevoorschijn die de geslaagde samenwerking tussen de acht realisatoren van dit Centrumgebied van de Haagse Beemden
memoreert en levend houdt.

Met de Haagse Beemden trad Breda in de jaren zeventig buiten haar muren. Op de plaats waar in de Ijzertijd al mensen woonden en het landschap
een hoofdrol speelde, is een uitbreidingswijk naar de inzichten van de moderne tijd gebouwd.
Daarbij is de waarde van het verleden behouden gebleven. In de Haagse Beemden vindt men een symbiose in de betekenis van de Dikke van Dale:
'Het samenleven van twee ongelijksoortige organismen/fenomenen op of in elkaar tot wederzijds voordeel'.
Het karakteristieke landschap behield zijn plaats in een moderne woonwijk. In figuurlijke zin komt dit tot uiting in de rol die de typische kenmerken
van het 'Brabantse dorp' spelen. Deze komen juist in het Heksenwiel naar voren.

Het Centrumgebied Heksenwiel is het hart van de Haagse Beemden waarin we de functies van een dorps- of stadskern herkennen.
Wonen, werken, winkelen, elkaar ontmoeten en recreëren in één gebied. In veel Brabantse dorpen zien we dit en beschouwen we het als een overle-
vering die bewaard moet blijven.
De zichtlijn naar de toren van de Grote Kerk van Breda geeft de relatie met de stad aan.
Het Centrumgebied heeft alle ingrediënten die het tot een volwaardige en complete kern maken.

De Gemeente Breda is niet alleen trots op het Centrumgebied. De goede samenwerking met de mede-realisatoren van het Heksenwiel geeft reden
tot grote tevredenheid. Dit project heeft een speciale plaats verworven in de groep van Publiek-Private Samenwerkingsprojecten.
De relatief korte tijd tussen de ondertekening van de realisatie-overeenkomst en de oplevering van de diverse delen van het Centrumgebied hebben
samen met de volledige verwezenlijking van de oorspronkelijke plannen dit project een speciaal cachet gegeven.
Breda, de Haagse Beemden en de realisatoren van het Centrumgebied Heksenwiel kunnen trots zijn.
drs. E.H.T.M. Nijpels
Burgemeester van Breda

Gemeente Breda;  
 

24. Boeknummer: 00589  
Onder heide en akkers
Historie -- Archeologie           (2009)    [Evert van Ginkel, Liesbeth Theunissen]
Onder heide en akkers. De archeologie van Noord-Brabant tot 1200

INHOUDSOPGAVE

Woord vooraf 7
Ten geleide 8

1 Een landschap, geschikt voor bewoning | 1O
De opbouw van de ondergrond van Noord-Brabant
PLEK Brabant scheurt | de Peelrandbreuk | 16
PAREL Bladspits van Eindhoven | het laatste werktuig van de neanderthaler | 26
PERSOON Ad Wouters | controversieel leraar in vuursteen | 30

2 Bivakken op de poolsteppe | 32
Het einde van de oude steentijd
PERSOON Nico Arts &Jos Deeben | jonge modelbouwers in de jaren zeventig | 40
PAREL Betwiste Venus | de Danseres van Geldrop | 46
PLEK De Panberg bij Eersel | kampementje voor de toekomst | 50

Lichte pijlen, scherpe bijlen | 54
De laatste jagers en de eerste boeren
PERSOON Broeder Christofoor | pionier van het woeste westen | 62
PAREL De Kraaijenberg in Linden | passende klingen van verre | 70
PLEK Toterfout | verwoede zoekpoging naar neolithische cultuur | 74

4 De dodenheuvels | 76
Grafmonumenten en rituelen uit steentijd en bronstijd
PAREL Boekelse Joekels | Hilversumpotten op handen gedragen | 84
PLEK De Regte Heide bij Goirle | een millennia oud heidelandschap | 94
PERSOON Willem Willems & Joan Willems | pleitbezorgers in tijden van crisis | 100

5 Potten, botten, cirkels | 1O6
De urnenvelden uit de late bronstijd en ijzertijd
PLEK Slabroekse Heide | hervonden heuvels op de Maashorst | 116
PERSOON Gerrit Beex | een levenlang febris archeologica | 122
PAREL Breda-Steenakker | een intrigerende kuil met potten en een leegte van zand | 128

6 Vorsten en boeren | 13O
De Brabantse ijzertijdmaatschappij
PERSOON Verwers, Van der Sanden & Fokkens | bakermat van een Leidse school | 140
PLEK Someren-Waterdael | verbeeld verleden in trottoir en rotonde | 146
PAREL Heiligdom van Zundert | rituelen in het vierkant | 158

7 Vreemdelingen langs de Maas | 160
Het eerste optreden van de Romeinen in Zuid-Nederland
PLEK Kessel-Lith | megatempel rijst op uit talloze baggervondsten | 166
PAREL A50 schampt schat | het bronsdepot van Nistelrode | 176
PERSOON Nico Roymans | fascinatie voor stemloze samenlevingen | 182

8 Drie eeuwen wonen in Neder-Germanië | 184
Noord-Brabant als onderdeel van het Romeinse Rijk
PAREL De graven van Esch | Romeinse dames, rustend in weelde 198|
PERSOON Jules Bogaers | alle punten op de Romeinse | gezet 206
PLEK Monument voor een helm | dolende ridder wordt Romeins depot | 218

9 Nieuwe mensen op een nieuw platteland |220
Kolonisatie, ontginning en staatsvorming tot 1200
PERSOON Pim Verwers | van Oeienboschdijk naar provincie | 234
PAREL De rammelaar van Someren | verdraaid goed gedraaid | 244
PLEK De burcht van Sint-Oedenrode | over de heilige Oda, Arnold van Rode en de onbekende horige | 250

Noten 254
Literatuur 263
Register van geografische namen 271
Register van persoonsnamen en instellingen 275
Illustratieverantwoording 277
Dankwoord 279
Over de auteurs 280
Colofon 280


WOORD VOORAF
Het devies van het provinciewapen bij ons provinciehuis luidt: ‘Brabant is maken, maken dat leven zich hechten kan, thuisraken kan in de tijd.’ Het Brabants erfgoed, dat bestaat
uit tal van historische gebouwen, landschappen en archeologische vindplaatsen, is de weerslag van het hechten van het leven van vroegere generaties. Het is ons doel dit erfgoed
door te geven aan de Brabanders van de toekomst, zodat het ook hen kan helpen om hun eigen identiteit te bepalen.
Of - om met ons motto te spreken - thuis te raken in de tijd.
In navolging van het Verdrag van Valletta heeft de provincie Noord-Brabant in 2002 in haar streekplan Brabant in Balans laten opnemen dat bij ruimtelijke ingrepen ook ons oudste
erfgoed systematisch gerespecteerd moet worden. Mede dankzij deze maatregel zijn de afgelopen jaren veel archeologische onderzoeken in onze provincie gedaan met verrassen-
de uitkomsten en nieuwe inzichten als resultaat. Helaas vinden die uitkomsten en inzichten lang niet altijd hun weg naar het belangstellende publiek. En dat is jammer, want onbe-
kend maakt onbemind. Daarom ben ik zeer verheugd dat het Noordbrabants Genootschap het initiatief heeft genomen tot een nieuw overzichtswerk van de Brabantse archeologi-
sche bodemschatten dat voor brede kringen geknipt is.
In dit aantrekkelijk vormgegeven boek worden onze archeologische bodemschatten met hun lange geschiedenis en bijzondere betekenis voor iedereen onthuld. Verborgen ver-
halen komen volop in het daglicht te staan. Het zijn deze verhalen die kunnen uitmonden in betrokkenheid en eerbied voor de nalatenschap van de vroegere bewoners van Brabant.
Archeologie wordt vaak gezien als een ‘dood’ onderwerp; maar telkens als er weer eens iets onverwachts boven de grond komt dat getuigt van menselijk leven van heel lang ge-
leden, dan is archeologie meteen weer springlevend, spannend en actueel. Hoe uniek is de vondst en hoe waardevol, wat betekent het voor de wetenschap en is er misschien wel
meer in de buurt te vinden? Archeologie komt zo dicht bij de mensen. En dat is één van de dingen waar het om draait binnen het provinciale cultuurbeleid: Brabanders laten ontdekken
dat zij meer met het verleden hebben dan zij vaak denken.
Ik twijfel er niet aan dat veel lezers van dit boek verrast zullen zijn over de grote hoeveelheid bodemschatten die Brabant rijk is. En ik weet zeker dat dit boek de bestaande
belangstelling voor de archeologie verder zal stimuleren.
Belangstelling leidt tot betrokkenheid en dat is uiteindelijk de beste garantie voor het behoud van ons archeologisch erfgoed voor toekomstige generaties Brabanders.
Brigite van Haaften-Harkema
Gedeputeerde Jeugd, Cultuur en Samenleving
van de provincie Noord-Brabant


TEN GELEIDE
Voor u ligt het eerste overzicht van de resultaten van archeologisch onderzoek in de provincie Noord-Brabant sinds 1975.
Toen verscheen Noord-Brabant in Pre- en Protohistorie, onder redactie van G.J. Verwers. Net als het voorliggende boek was het bestemd voor een breder publiek dan alleen de in de
oudheidkunde ingewijden, en beschreef het niet alle archeologisch relevante perioden; de volle en late middeleeuwen en de postmiddeleeuwse archeologie bleven buiten beschouwing.
Het werd toen in de eigen inleiding aangeprezen als ‘de eerste volledige publicatie, in Nederland en in de Nederlandse taal, over de regionale archeologie’. Nu is een regio iets an-
ders dan een provincie en men kan zich afvragen of een overzicht op provinciale (of nationale) grondslag wel zo voor de hand ligt. In de pre- en protohistorie bestond er niet zoiets
als Noord-Brabant, en in de middeleeuwen al evenmin. De huidige provincie kreeg haar grenzen en eigen bestuur pas in 1795 en haar naam in 1830, al was een groot gedeelte van het
gebied al enkele eeuwen daarvoor een politieke eenheid, zij het geen zelfstandige. Voor 1200 bestond Noord-Brabant uit een aantal regio’s die soms wel, soms niet deel uitmaakten
van een grotere culturele eenheid. Sinds het proefschrift van Frans Theuws uit 1988 is het gebruikelijk om die eenheid geografisch aan te duiden als de Maas-Demer-Schelde (mds) re-
gio, waartoe behalve Noord-Brabant ook de aangrenzende Belgische zandgronden ten noorden van de lijn Antwerpen-Maastricht en de Nederlandse provincie Limburg ten westen
van de Maas behoren. De vondsten en sporen uit de latere prehistorie, de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen zijn binnen dat gebied meestal goed vergelijkbaar, al zijn er
ook verschillen te constateren tussen de verschillende deelgebieden.
Toch is gekozen voor de archeologie van Noord-Brabant en niet van de MDS-regio, omdat de provincie weliswaar haar verleden met de zuider- en oosterburen deelt, maar daar-
naast een heel eigen onderzoeksgeschiedenis kent. Er is niet alleen vergeleken met België, maar ook met de rest van Nederland sprake van een reusachtig databestand, opgele-
verd door een buitengewoon rijk bodemarchief dat door allerlei oorzaken met grote regelmaat werd opengelegd, en dat de voortdurende aandacht genoot van generaties amateur-
én beroepsarcheologen met een grote betrokkenheid bij de geschiedenis van hun geboortestreek. Ook vandaag de dag zijn archeologen dagelijks actief in de provincie, die met enige
afstand de meest onderzochte is van Nederland. Voor een deel is dat te danken aan de Nederlandse invulling van de Europese ‘Conventie van Malta’ uit 1992, waarin de onderte-
kenaars zich verplichten om vindplaatsen beter te beschermen tegen de gevolgen van economische ontwikkelingen en ze, als bescherming niet lukt, zo goed mogelijk te laten op-
graven. Doordat in Nederland beschermen een uitzondering en opgraven de regel is, en juist in Noord-Brabant nieuwbouw en de aanleg van infrastructuur aan de orde van de dag
zijn, worden ongekend grote oppervlakten archeologisch onderzocht. Daarbij wordt een veelvoud aan financiële middelen en menskracht ingezet dan voorheen mogelijk was. Maar
ook vóór ‘Malta’ was er al een kentering merkbaar: grote onderzoeksprojecten als te Oss-Ussen en het Kempenproject zijn al kort na het verschijnen van Noord-Brabant in Pre- en
Protohistorie opgestart. Dit waren de eerste voorbeelden van de grootschalige nederzettingsarcheologie, die de periode na 1975 zo onderscheidt van die daarvoor.
Want hoezeer is het aantal archeologische gegevens gegroeid, en hoezeer is daarmee de thematiek veranderd! In 1975 lag de nadruk nog heel sterk op het onderzoek van graf-
heuvels uit het neolithicum en de bronstijd, urnenvelden en Merovingische rijengrafvelden. Goed onderzochte prehistorische nederzettingsporen beperkten zich tot Haps. Over de
Romeinse periode viel, afgezien van de vele vondsten bij Cuijk, de rijke graven bij Esch, de pottenbakkersovens van Halder en uiteraard de ‘Peelhelm’, niet veel te melden. De
talrijke vondsten uit het laat-paleolithicum en mesolithicum werden nog vooral typologisch beschreven, al werd er wel gepleit voor een meer antropologische benadering van deze
periode in de toekomst.
Die toekomst liet niet lang op zich wachten, en niet alleen wat de studie van paleolithische en mesolithische vindplaatsen betrof, waarbij de Brabantse onderzoekers Nico Arts en
Jos Deeben baanbrekend werk verrichten. Terwijl, navrant genoeg, nieuwe vondsten uit die periode zeldzaam werden, bleek de bodem van Noord-Brabant honderden nederzettin-
gen uit bronstijd, ijzertijd, Romeinse tijd en vroege en volle middeleeuwen te bevatten. Talloze gave huisplattegronden, fraai geconserveerde waterputten en andere onderdelen van
oude erven zijn sindsdien blootgelegd, en er worden nog bijna dagelijks nieuwe aanwinsten aan toegevoegd. Romeins Noord-Brabant werd van een uithoek met een enkele opzien-
barende vondst tot een dichtbevolkte agrarische zone met een eigen dynamiek. Zowel de overgang van de late ijzertijd naar de vroeg-Romeinse tijd als die van de laat-Romeinse tijd
naar de vroege middeleeuwen, beruchte witte plekken in de geschiedschrijving, werden steeds duidelijker uit het archeologisch materiaal. De vele vroegmiddeleeuwse nederzettings-
structuren vulden de gegevens van de al zo goed bekende rijengrafvelden aan. Ten slotte - al valt hun werk grotendeels buiten het kader van dit boek - zijn er de gemeentelijke ar-
cheologen, die de centra van de middeleeuwse Noord-Brabantse steden archeologisch onderzoeken. In 1975 was er in Noord-Brabant nog geen enkele stadsarcheoloog, maar ten
tijde van het schrijven van dit boek zijn er al negen gemeentelijke en regionale diensten actief.
Er is dus in die bijna 35 jaar sinds Noord-Brabant in Pre- en Protohistorie verscheen, niet zozeer ‘meer van hetzelfde’ aan gegevens bij gekomen, maar véél meer en vaak van heel an-
dere aard. De hausse aan opgravingen leidde gelukkig ook tot een stroom van nieuwe theorieën en verhalen. Tot 1975 waren er bijvoorbeeld nog maar twee proefschriften die het
Brabantse bodemarchief als uitgangspunt voor een reconstructie van de bewoningsgeschiedenis hadden. Daar zijn er sindsdien nog eens zeven bijgekomen, nog afgezien van de
vele belangrijke artikelen die over onderwerpen uit bijna alle tijdvakken zijn gepubliceerd. Vooral het werk van de (Noord-Brabantse) hoogleraren Nico Roymans en Frans Theuws
moet hier worden genoemd, ook al omdat het veel anderen als voorbeeld heeft gediend. Ook mag niet onvermeld blijven dat, hoewel het nieuwe nederzettingsonderzoek veel van de
archeologische energie heeft gevergd, de belangstelling voor grafheuvels en urnenvelden is blijven bestaan en heeft geleid tot nieuw veldonderzoek en nieuwe inzichten. Daarnaast is
er nieuwe aandacht voor het rituele aspect van allerlei vondsten, van graflegging en bronsdepot tot eenvoudige bouw- of verlatingsoffers. In het algemeen spelen de vroegere bewo-
ners een veel actievere rol in de archeologische verhalen dan in 1975 het geval was - of, in veel gevallen, kon zijn.
Het is de opgave voor de schrijvers van dit boek geweest, om de resultaten van zowel het oude als het jongere onderzoek in een breed overzicht te presenteren voor een wat groter
publiek dan alleen de in de archeologie ingewijden. Daarbij moest recht worden gedaan aan de historische ontwikkeling van het onderzoek, maar ook aan de nieuwe inzichten, die
door hun vaak theoretisch karakter niet altijd bondig zijn weer te geven in verhouding tot de vondsten.
Gezien de overvloed van gegevens maakt het boek geen aanspraak op volledigheid. Het houdt bovendien op rond 1200, een tijd waarin er in allerlei opzichten veel verandert in de
Noord-Brabantse geschiedenis én in het bodemarchief. Het gebied van de huidige provincie wordt deel van een groter politiek geheel, het hertogdom Brabant, waarvan we de ge-
schiedenis toch vooral aan geschreven bronnen ontlenen.
Archeologisch gezien verdwijnen de plattelandsnederzettingen in diezelfde tijd uit beeld, terwijl de Brabantse steden pas vanaf die tijd sporen in de bodem hebben achtergelaten.
We hebben echter afgezien van een gecombineerde geschiedenis van de Noord-Brabantse steden aan de hand van archeologische resten. Die zou het boek een stuk dikker heb-
ben gemaakt dan het al is, maar die geschiedenis zou vooral van een heel ander karakter zijn dan die welke is beschreven in de voorgaande hoofdstukken, waarin de nadruk ook voor
de vroeghistorische perioden op de archeologie ligt.
De negen chronologisch opgezette hoofdstukken zijn voorzien van voetnoten, die hopelijk de lezers niet zullen afschrikken, maar hun de weg zullen wijzen naar meer gespeciali-
seerde literatuur. Een overzicht van de belangrijkste geraadpleegde bronnen, die bovendien niet al te moeilijk achterhaalbaar zijn voor de lezer, staat achter in het boek.
Daarnaast zijn in ieder hoofdstuk drie uitvoerige kaderteksten opgenomen, die per periode aandacht besteden aan een belangrijke onderzoeker, een vindplaats van betekenis of een
opzienbarende vondst.
Evert van Ginkel
Liesbeth Theunissen
Leiden/Amersfoort, maart 2009

Onder heide en akkers is een gedetailleerd, rijk geïllustreerd en leesbaar overzichtswerk over archeologische onderzoekingen en onder-
zoekers in de provincie Noord-Brabant. Het behandelt de vroege geschiedenis van de provincie tot 1200. In negen hoofdstukken worden de vorming van het landschap, de pioniersfasen in de
steentijd,en de bloei in de metaaltijden, de Romeinse tijd en de vroege en volle middeleeuwen beschreven.
Noord-Brabant is in archeologisch opzicht een bijzondere provincie.
Het gebied kent een lange en bijzondere onderzoekstraditie, waarin bevlogen amateurarcheologen - vaak met een professionele kennis van zaken - en beroepsarcheologen van faam - van wie velen uit
de provincie afkomstig zijn - hun sporen hebben verdiend. Ze hebben samen ontdekkingen gedaan van nationale betekenis, zoals de vele vindplaatsen uit de steentijd, grafheuvelgroepen uit de midden-
bronstijd, urnenvelden en Merovingische grafvelden. Na 1975 is Noord-Brabant bovendien vermaard geworden door de grote opgravingen van nederzettingen uit de Romeinse tijd en de vroege en
volle middeleeuwen, waardoor onze kennis over het plattelandsleven in deze perioden enorm is verrijkt.
Onder heide en akkers is het eerste grote publieksboek over de archeologie van een provincie. Met zijn ruim vierhonderd illustraties en bijna dertig speciale kaderteksten over bijzondere vindplaatsen,
vondsten en personen, is het een rijke en toegankelijke bron van informatie voor iedereen die zich interesseert voor de geschiedenis en het landschap van Noord-Brabant.

Matrijs, Utrecht;  
 

25. Boeknummer: 00590  
Erfstukken
Historie -- Brabant, algemeen           (1999)    [Dirk Vellenga]
Erfstukken. Zuidwest-Nederland van 1900 naar 2000

De klokkenmaker en de tijd
In de moderne natuurkunde gaat men er vooralsnog vanuit dat tijd inderdaad bestaat, zo bleek onlangs uit de vele interviews met de Nederlandse Nobelprijswin-
naars Veltman en 't Hooft. Dat is een hele geruststelling. In het heelal ontwikkelt alles zich in ontzagwekkend tempo van situatie A via B naar C, en wel in die
volgorde, en A komt nooit meer terug. Alles wat er is is eenmalig, en kan alleen maar bestaan als resultaat van de enorme reeks situaties die eraan vooraf ging.

Het was in december 1981 toen een handelaar in en reparateur van antieke klokken de krant belde met de mededeling dat hij zijn winkel definitief ging sluiten en
dat het daarom wel eens tijd werd voor een mooi interview. Ik vroeg hem waarom. 'Tijd, meneer,' was het antwoord. 'Tijd. Ik sta hier nu meer dan zestig jaar in
deze winkel. Dat is een hele tijd. Ik ben nu 81, mijn vrouw is 75 en we moeten er helaas mee ophouden.
Komt u nou maar, ik heb een mooi verhaal.'

We spraken een dag en een tijd af. Het was mistig, koud en donker op het pleintje, dat aan alle zijden was omsloten door zeer oude huizen, een beetje scheefge-
zakt, maar ze hielden elkaar overeind. Er hing een blauwig licht, het had een eeuw geleden in Venetië kunnen zijn. Ik liep de winkel binnen. De man kwam uit de
dagkamer naar de toonbank en riep olijk: 'U bent tien minuten en vierendertig seconden te laat!' De klokkenmaker was nog heel erg bij de tijd, zo liet hij twee keer
per minuut weten.

In elke zin wist hij wel een verwijzing van de tijd te weven. Hij had nog tijd van leven, maar hij voelde zich de laatste tijd zo slapjes. En: vroeger, dat waren nog een
tijden. De klokkenmaker was geboren in 1900 in de piepkleine woning boven zijn vaders klokkenwinkel, die hij na diens dood en zijn eigen mobilisatie had over-
genomen. En toen volgde in moordend tempo de rest van het verhaal, uiteraard in chronologische volgorde.
Precies vier minuten en dertig seconden voor tien uur onderbrak hij zijn woordenstroom met: 'En nu even stil zijn, want de klokken gaan slaan. Om de beurt.'
Zijn huwelijk en de Tweede Wereldoorlog waren slechts voetnoten in zijn geschiedenis, zo ratelde hij verder.
Zijn vrouw stond naast hem en knikte instemmend. Hij vertelde over alle boeken die hij in zestig jaar tijd in de dagkamer had zitten lezen. Minimaal een per dag, mi-
nimaal twintigduizend in totaal, misschien wel dertig.
De man droeg dertig eeuwen literatuur, filosofie, geschiedenis en natuurkunde met zich mee. Het ging van Sophokles via Shakespeare naar Mulisch, van Homerus
via Dante naar Marquez, van Plato via Spinoza naar Habermas, van Vergilius via Jacob van Maerlant naar Huizinga en van Thales via Fermatt naar Einstein. Van A
naar B naar C.

Ik schreef mijn blocnote vol en toen hij na een tijdje zei dat hij nu wel genoeg van mijn kostbare tijd had geroofd, spoedde ik me naar de redactie om het verhaal
uit te werken. Er was maar weinig tijd, want het moest de volgende dag in de krant. Terwijl ik zat te tikken en mijn aantekeningen voortdurend raadpleegde, zag ik
ergens wat krabbels met een uitroepteken. Het was kennelijk een citaat van de klokkenmaker dat iets bijzonders had, in grote haast opgeschreven tussen al het
heftige gepraat van de man en het getik en geklingel van zijn klokken.

Toen ik mijn eigen handschrift had ontcijferd, stond er:
'Niet de tijd gaat voorbij, maar wij gaan voorbij.' Ik had de kop boven het artikel gevonden, en misschien nog wel meer.

'Niet de tijd gaat voorbij, maar wij gaan voorbij.' Aan die uitspraak heb ik het afgelopen jaar veel moeten denken als ik de verhalen van Dirk Vellenga in Qnze
krant las. Heel veel van de mensen over wie hij schreef zijn nu dood. En alles lijkt zo lang geleden. Nog moeilijker is het om in de volgorde van de gebeurtenissen een
logische lijn te ontdekken, die er niet is, of misschien wel, maar we zien hem niet. Dat wordt erger naarmate de zaken zich in een nabijer verleden afspelen. Het is
verleidelijk om zinnen te schrijven als: 'De twintigste eeuw spoedde zich in een razend tempo naar het jaar 2000,' terwijl de val van het communisme, de teloor-
gang van Afrika, de politieke en economische crisis in Azië en de moeizame eenwording van Europa al tachtig jaar eerder waren begonnen. Misschien is de hele
twintigste eeuw over een paar honderd jaar niet meer dan een rampzalig uitvloeisel van de grote ontdekkingen uit de achttiende en negentiende eeuw. Maar mis-
schien ook zal later blijken dat we in de jaren vijftig, zestig en zeventig van deze eeuw het einde van de renaissance hebben beleefd. Van A naar B naar C,
maar als je er met je neus bovenop staat zie je niks.

Dirk Vellenga heeft op dat punt voor een onmogelijke opgave gestaan. Wat is een eeuw? Wat zijn de causale verbanden tussen pakweg de crisis in de jaren twintig
en het succes van de Beatles? Waar zijn de relaties tussen de mondiale en regionale ontwikkelingen, die het afgelopen jaar op de millenniumpagina in onze krant
beide zijn behandeld? Dirk heeft ze gevonden en beschreven. Natuurlijk heeft in de selectie zijn persoonlijke waarneming en analyse een rol gespeeld. In die zin
beschrijft dit boek niet alleen de twintigste eeuw waarin wij allen hebben geleefd, maar is het ook een beetjede eeuw van Dirk Vellenga geworden.
Ben Rogmans,
hoofdredacteur BN/DeStem

Erfstukken laat in woord en beeld zien hoe de twintigste eeuw het landschap en de mens veranderde. De nadruk ligt op kleine,
plaatselijke gebeurtenissen, die herkenbaar zijn omdat ze passen in brede, maatschappelijke processen. De aandacht wordt gericht
op gewone mensen die met beide benen op en in de grond van Zuidwest-Nederland staan, maar ogen en oren open hebben voor de grote gebeurtenissen in de wereld.
Het pad van 1900 tot 200 leidt onder meer langs het wonder van de grammofoon in Rijsbergen, de paardenmestraper die door een rijtuig werd geschept in Princenhage, het dagboek van
een Nederlandse soldaat in de oorlog van 1914-1918, de mannen uit Standdaarbuiten die in 1933 voor de werkverschaffing naar Noord-Holland moesten, de rol van Oudenbosch bij de
maanlanding in 1969 en de bezetting van de Enka-fabriek in Breda in 1972.
We komen de namen tegen van A.M. de Jong, Jan Toorop, Rat Verlegh, Corry Brokken, Bertha Hertogh, George Knobel, Lidwien Janssen en Gianni Romme. We maken de uitvinding mee van de
radio, het monopolyspel, de naaldhak, de minirok, de computer en de flippo.
De auteur Dirk Vellenga is redacteur van BN/DeStem in Breda.
Erfstukken is een bundeling van verhalen die hij voor deze krant schreef. Van hem verschenen eerder Elvis en de Colonel (1988),
Het Boek Rinnering (1994) en Eeuwsprong (1998).

ZHC / BN/ DESTEM;  
 

26. Boeknummer: 00605  
Tradities in Brabant
Historie -- Brabant, algemeen           (2022)    [Ineke Srouken, Tjeu van Ras, Kees van Kempen]
Beschrijving van eeuwenlange tradities in Brabant

Passie voor erfgoed
Brabant herbergt een schat aan tradities. Jarenlang, of zelfs eeuwenlang in stand gehouden door mensen die in deze provincie wonen. Soms komen deze tradities door de
moderne ontwikkelingen in het gedrang, maar met inzet en enthousiasme blijft Brabant beschreven en is er met bijzondere foto’s een beeld van gegeven.
Voor het verzamelen van de gegevens over al die tradities hebben we als samenstellers een beroep gedaan op de heemkundekringen en erfgoedorganisaties die zijn aangesloten
bij Brabants Heem. De reacties daarop hebben ons aangenaam verrast; Het is de basis aanvullende gegevens kunnen krijgen, waarbij de samenstellers vaak ook zelf navraag
of onderzoek hebben gedaan.
Onze welgemeende dank gaat uit naar allen voor hun medewerking. Fotografen voor het beschikbaar stellen van foto’s, de Werkgroep Immaterieel Erfgoed Brabant voor
Robin Logjes van uitgeverij Positon Uitgevers voor de goede samenwerking.
De samenstellers: Ineke Strouken, Tjeu van Ras, Kees van Kempen, bestuursleden van Brabants Heem

Tradities in 't Brabants Heem
Na de door Thorbecke voorbereide grondwetsherziening wilde het katholieke volksdeel maar één ding. Emancipatie van de katholieken, vooral in het zuiden, was het devies.
Inherent daaraan was ook het bestuderen en uitdragen van de cultuur en identiteit van eigen dorp en regio. Het Brabants eigene. Daar wisten het Provinciaal Genootschap voor
Kunsten en Wetenschappen en later Brabantia Nostra wel weg mee. Ambitieuze jongeren met een groot hart voor 'het eigene'namen initiatieven om heemkundekringen op te
richten. En zo werd op 9 februari 1947 Brabants Heem, de organisatie 'welke ten doel heeft de bevordering van de practische en theoretische beoefening der heemkunde' een feit.

Dit jaar vieren we het 75-jarig bestaan van de stichting Brabants Heem. Terugkijkend is er veel veranderd. De tijd van de katholieke hiërarchie en tradities is al lang voorbij. Het aantal
aangesloten kringen is van het tiental eind jaren veertig gegroeid naar 123. Bijna elk Brabants dorp heeft zijn eigen heemkundekring of erfgoedvereniging. Eigenlijk zijn we zo
ook zelf een traditie in 't Brabants Heem geworden. Samen met onze heemkundekringen en en erfgoedverenigingen, die op hun beurt onder andere het immaterieel erfgoed, de lokale
tradities en gebruiken beschrijven. Want ook dat is heemkunde!

Brabants Heem is een naam die klinkt in het veld van het Brabants erfgoed. Al 75 jaar lang zijn wij de overkoepelende organisatie, de ondersteuner en belangenbehartiger van
de Brabantse heemkundekringen. Ter gelegenheid van dit jubileum willen we samen met hen Brabantse tradities uitdragen. Aan dit boek 'Tradities in Brabant’ hebben 89
heemkundekringen en erfgoedverenigingen die zijn aangesloten bij Brabants Heem en tal van andere immaterieel erfgoedgemeenschappen meegeschreven. Ze schrijven over
jaren-, soms eeuwenlange tradities en gebruiken in hun heem. Zo vieren we met dit Brabants Heemtintje samen ons 75-jarigjubileum.

Henk Hellegers
voorzitter Brabants Heem

Brabant is rijk aan tradities
Tradities zijn ‘levend’ erfgoed. Het is erfgoed dat van generatie op generatie wordt doorgegeven.
Tradities zijn gewoonten en gebruiken van nu, met een wortel in het verleden. Tegenwoordig noemen wij tradities ook wel immaterieel erfgoed. In dit boek willen wij samen met de
heemkundekringen een kijkje geven in de rijkdom aan lokale tradities in Brabant.


Tradities
Elke cultuur en elk mens kent tradities. Zonder tradities kun je niet. Alleen ben je je daarvan in het dagelijks leven niet zo bewust. Als je in de winter stamppot of erwtensoep eet, denk je
niet aan erfgoed of hoe het toch komt dat wij daar in Nederland zo dol op zijn. Toch is daar een historisch verhaal over te vertellen. Het dagelijks leven is doordrenkt met tradities. De kerstboom
optuigen, kaarsjes op de verjaardagstaart uitblazen, paaseieren kleuren en nog veel meer. Tradities zijn de gewoonste zaak van de wereld.
In je beleving doet iedereen dat en is dat altijd zo geweest, maar dat klopt niet. Iedere cultuur heeft haar eigen tradities. Op een beschuit met muisjes trakteren als er een kindje geboren is, is
een traditie die alleen in Nederland voor komt.
Zoute haring en drop vindt buiten Nederland bijna niemand lekker. En in het buitenland vinden ze het vreemd dat wij, als het ook maar een beetje gaat vriezen, verlangen naar
schaatsen op natuurijs en de Elfstedentocht.

Tradities zijn een spiegel van de samenleving. Het zijn gebruiken die van generatie op generatie worden doorgegeven. Het woord 'traditie’ zegt het al. Het komt van het Latijnse
woord 'tradere' dat overleveren betekent. Als je een traditie overneemt van je ouders of grootouders doe je dat alleen als een traditie betekenis heeft voor jou. Daarom zijn tradities
per definitie dynamisch erfgoed. Ze moeten zich telkens weer aanpassen aan de tijd en aan de veranderende behoeften van de dragers.

Jubileum Brabants Heem
In 2022 vieren wij dat Brabants Heem 75 jaar geleden werd opgericht. Het leek ons een mooi gebaar om terug te gaan naar de wortels van Brabants Heem. In de eerste decennia van
Brabants Heem was er veel aandacht voor volkscultuur. Dat heette de ‘kleine geschiedenis', de geschiedenis van het dagelijks leven. Tradities namen hier een belangrijke plaats in.
Grote namen binnen Brabants Heem, als Willy Knippenberg, Hein Mandos en pater Dagobert Gooren, inspireerden de heemkundekringen.
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de samenleving heel snel. Het Rijke Roomsche Leven brokkelde af en de eerste gastarbeiders kwamen naar Brabant. Door de toenemende
welvaart konden steeds meer mensen zich een koelkast, televisie, telefoon en auto permitteren.
Heemkundekringen gingen het dagelijks leven en de tradities van vroeger vastleggen en verzamelen. Nu 75 jaar later hebben wij een andere reden om tradities te kiezen als
onderwerp voor het jubileumjaar.

Immaterieel erfgoed
In 2022 is het precies tien jaar geleden dat Nederland het UNESCO Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed ondertekende. Dit verdrag kwam tot stand doordat
landen in Azië, Afrika en Zuid-Amerika met lede ogen zagen dat tradities als rituele vieringen, ambachten en kennis van de natuur snel verdwenen. Het andere verdrag van UNESCO
- het Werelderfgoedverdrag dat in 1972 is aangenomen - beschermde wel het materieel erfgoed, maar niet het immaterieel erfgoed.
Vandaar dat die landen actie ondernamen om ook het immaterieel erfgoed, de tradities die van generatie op generatie worden doorgegeven, te gaan beschermen. België
ondertekende het Immaterieel Erfgoed Verdrag in 2006 en Nederland in 2012. Op 2 september 2012 gaf toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra officieel tijdens het Bloemencorso
Zundert het startschot voor het immaterieel erfgoed in Nederland. Het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland kreeg de opdracht om het verdrag uit te voeren.

Eén van de verplichtingen die Nederland met de ondertekening op zich nam, was het inventariseren en zichtbaar maken van het immaterieel erfgoed in het hele koninkrijk.
Dat doet het Kenniscentrum door middel van de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland.
Het Bloemencorso Zundert was de eerste traditie die op deze inventaris geplaatst is. Inmiddels heeft Nederland de bloemencorso's met succes voor de UNESCO Representatieve
Lijst van Immaterieel Erfgoed van de Mensheid aangemeld. Op deze internationale lijst staan ook het ambacht van de molenaar en de valkerij.

Inmiddels hebben 178 landen het UNESCO Immaterieel Erfgoed Verdrag ondertekend. Dat zegt veel over het belang ervan. Bij immaterieel erfgoed zijn altijd mensen betrokken die
met passie en liefde hun traditie beoefenen. Het geeft hen een gevoel van continuïteit en identiteit. Immaterieel erfgoed geeft mensen houvast en Iaat ze zich thuis voelen. Het is
erfgoed dat altijd betekenis moet hebben in het hier en nu en dat maakt het heel bijzonder. Dat immaterieel erfgoed belangrijk is voor de identiteit van een gemeenschap blijkt wel uit
het Bloemencorso Zundert. Het bloemencorso zet Zundert op de kaart, maar zorgt vooral voor veel gemeenschapsgevoel. Het corso is de reden dat in Zundert, iedereen die bij het
corso betrokken is, het hele jaar samenwerkt. Jongeren die studeren komen speciaal terug naar Zundert om te helpen de wagens op tijd klaarte hebben. Er is competitie, maar ook veel
betrokkenheid. De blijdschap is enorm als een wagen gewonnen heeft.

Wij hebben er voor gekozen om het boek 'Tradities in Brabant' en niet 'Immaterieel erfgoed in Brabant’ te noemen. Dat hebben wij gedaan omdat de term immaterieel erfgoed nog
best lastig is en omdat wij niet de indruk willen wekken dat de Brabantse inventaris onderdeel is van de officiële Nederlandse inventaris. Op de Nederlandse inventaris staan veelal de tradities
die de dragers niet verloren willen laten gaan en waarvoor ze bewust actie ondernemen om ze te borgen. In dit boek gaat het vooral om tradities die onbewust erfgoed zijn. Voor de dragers is
het vanzelfsprekend dat die tradities er zijn en worden doorgegeven.

Provinciale inventarisatie
Wat UNESCO met de internationale lijsten doet en het Kenniscentrum met de Nederlandse inventaris heeft Brabants Heem provinciaal willen aanpakken: het immaterieel erfgoed
in de provincie Brabant inventariseren en zichtbaar maken. Bij Brabants Heem zijn 123 heemkundekringen en erfgoedverenigingen aangesloten. Bijna in elke gemeente is wel een
heemkundekring of erfgoedvereniging en soms zelfs meer dan een. Zij zijn als geen ander op de hoogte van de geschiedenis en cultuur van hun woonplaats, een ideale infrastructuur dus om
een inventarisatie op te zetten.

Begin 2022 hebben wij aan alle heemkundekringen gevraagd om enkele tradities in te sturen die zij bij hun woonplaats vinden horen. Dat was voor de heemkundekringen nog niet
zo gemakkelijk. Want waaruit bestaat de identiteit van een gemeente? Daar moest over nagedacht worden. Dit boek is meer dan een verzameling tradities. Het hele traject heeft de
heemkundekringen bewust gemaakt van het immaterieel erfgoed en het feit dat erfgoed niet iets is uit het verleden, maar vandaag de dag nog voortleeft. In het begin kregen wij
inzendingen met informatie over tradities die inmiddels verdwenen waren. Later stuurden de heemkundekringen ons hedendaagse tradities, maar vooral met informatie over de
geschiedenis en met oude foto’s.
Heemkundekringen zijn vooral met het verleden bezig, maar zijn door dit boek op het spoor van het hedendaags erfgoed gezet. Wij denken dat de heemkundekringen voortaan alert zijn op het
levend erfgoed in hun omgeving en vooral ook op de mensen die die tradities dragen. Zo hopen wij dat immaterieel erfgoed een plekje binnen de heemkundekringen krijgt.

Identiteit van Brabant
Wat zegt dit boek over de identiteit van Brabant? Allereerst dat het beeld van Brabant maar langzaam verandert. De tradities die voorkomen uit het Rijke Roomse Leven - de vele
processies en heiligenvieringen bijvoorbeeld - werden heel vaak genoemd. Gewone alledaagse dingen, die blijkbaar zo gewoon zijn dat ze over het hoofd gezien worden, zijn bijna niet
genoemd. In het boek komen daarom maar heel weinig levenslooprituelen, jaarfeesten en ambachten als bijen houden voor. Ook missen we de boerenovertrekken, de schnitzelbank of
lakenliederen, de ‘welkom in de buurt’ borden, het losschieten van de bruid, de ‘stukskes’ (voordrachten op bruiloften en partijen) en nog veel meer dingen. Ook mist het boek een echte
Brabantse traditie, de Brabantse drieklapper. De gewoonte om als begroeting elkaar drie keer te kussen. Ontstaan in de jaren vijftig in Brabant veroverde deze traditie de rest van Nederland.
Nu is het bedreigd erfgoed.

Identiteit beweegt. Brabant is niet meer het Brabant van een halve eeuw geleden. Er wonen nu veel andere culturen in Brabant. Deze zijn nog niet goed zichtbaar in deze inventaris.
Daarom is het goed om elke vijf jaar opnieuw te inventariseren. Tradities worden van generatie op generatie doorgegeven en zijn een spiegel van een bepaalde tijd. Daarom is een inventaris
immaterieel erfgoed altijd een dynamisch overzicht.

Boek
Wij willen met het boek 'Tradities in Brabant, van generatie op generatie’ niet alleen een mooi cadeau aan Brabants Heem en de heemkundekringen geven, maar aan alle
Brabanders. Een mooie aanzet voor een ontdekkingstocht naar het mooie Brabantse immaterieel erfgoed.
Tekst Ineke Strouken
Foto’s Rick Huisinga, Mariska de Jong, Margot Kuijpers, Jan Aerts, Moreno Molenaar en Bianca van Veen.

Stichting Brabants Heem;  
 

27. Boeknummer: 00606  
't Spoort al 33 jaor. Jubileumboek en CD tgv 33 jaar BAK
Bak-van-boemeldonck -- 1990 - 1999           (1998)    [BAK-bestuur en commissie van 11 personen.]
Jubileumboek en Cd t.g.v. 33 jaar BAK.

Voorwoord
‘t Spoort al 33 jaor
DE FUNDAMENTEN
Ter gelegenheid van het 11-jarig bestaan van de BAK van Boemeldonck werd het ‘GROOT KARNAVALSBOEK’ uitgegeven.
In dit fraaie boekwerk kunnen we alles lezen over de beginjaren van de BAK, het ontstaan van de vele festiviteiten en
tradities die we in onze huidige karnavalsviering nog steeds kennen.
De beide oprichters van de BAK, Theo Schipper en Herman Dirven, hebben toen met vele andere enthousiaste Boemel-
donckers de fundamenten voor Boe-meldoncks karnaval gelegd.
Fundamenten die zó stevig zijn dat we er nog steeds op door kunnen bouwen.

MUZIKALE ODE
‘2x ELLUF OP 33 TOERE’ was de titel van een elpee die bij de viering van het 22e jaar is verschenen. Aan deze elpee heb-
ben dertien Boemeldonckse blaaskapellen meegewerkt. Het was een muzikale ode aan Boemeldoncks karnaval dat zo-
veel mensen inspireert tot allerlei uitingen van creativiteit.

COMMISSIE
Het huidige BAK-bestuur was het er dan ook al snel over eens dat er in dit 33e jaar iets bijzonders aan de twee hiervoor
genoemde karnavalsdocumenten, het boek en de plaat, toegevoegd zou moeten worden. In december 1997 werd hier-
voor een commissie in het leven geroepen van elf personen.
De commissie kreeg tot taak een document samen te stellen waarin met name het karnaval zoals we dat nu vieren be-
licht diende te worden.
Daarbij zouden dan in het bijzonder de schijnwerpers gericht moeten worden op die evenementen waar iedere
Boemeldoncker terecht enorm trots op is, te weten de BAK-ZITTINGEN en de OPTOCHTEN.
De commissie is direct enthousiast aan de slag gegaan. Een aantal commissieleden heeft het oor te luister gelegd bij
de vele fantastische karnavalsclubs die we hebben en daar vele anekdotes opgetekend.
Andere leden van de commissie hebben vele uren en dagen besteed aan het bekijken en afluisteren van video- en ge-
luidsbanden die er nog van de BAK-zittingen waren om daar de hoogte- punten uit te selecteren.
Het resultaat van dit vele werk ligt hier voor U. Een boek en een C.D. Wij hopen dat U er vele uren lees-, luis-
ter- en kijkplezier aan zult beleven.


Dit voorwoord wil ik afsluiten met één van de vele gevleugelde uitspraken van onze ere-voorzitter Theo Schipper, na-
melijk 'UN GRANDE MERCI’ aan iedereen die aan de samenstelling van dit unieke document heeft meegewerkt.
Namens het BAK-BESTUUR
Marinus van Amerongen
(voorzitter)

BAK betekend Beeckse Algemene Karnavalsstichting

Dit was het dan
In januari 1998 is de tijdelijke BAK-commissie ‘33 jaar BAK’ opgericht. De commissie kreeg van het BAK-bestuur de opdradnf, een BAK-box te maken. Het is een boek met
cd/cd-rom geworden die gemaakt is door elf Boemeldonckers in hart en nieren.
Boemeldonckers zullen herkennen wat is geschreven en hopelijk genieten van wat op de cd is te horen.
Vanuit het BAK-bestuur gaven Ella Snoek (voorzitter van de commissie) en Frank Timmers leiding aan het geheel. Joke van Amerongen, Kees van Kempen en Theo
Schipper hebben zich beziggehouden met het algemeen gedeelte. De verhalen van de clubs, de kapellen en de optochten zijn geschreven door Jan Kleemans, Léon
Nagelkerke, René Domstorff en Wessel Bakker. Riny Arnouts blikte terug op de BAK-zittingen. De cd/cd-rom is samengesteld door Riny Arnouts, Emiel van Nijnatten, Ton
van de Wijngaart en Henk Bogers.
Het bestuur van de BAK van Boemeldonck dankt iedereen die op welke wijze dan ook heeft bijgedragen aan de samenstelling van de BAK-box. Met name de clubs, kapellen
en andere Boemeldonckers voor hun anekdotes, de (ook niet vermelde) schrijvers voor hun woorden op papier. De kapellen voor de klanken op de cd Groep Gestrikt voor
het cabaret op het schijfje en de vele partners van de schrijvers en samenstellers voorde uren dat zij deze rasechte Boemeldonckers moesten missen in de huiselijke
kring.
Boemeldonck, de elfde van de elfde 1998

BAK van Boemeldonk;  
 

28. Boeknummer: 00607  
De Brabantse Spreekwoorden
Historie -- Dialect           (1988)    [Drs H.Mandos en M. Mandos-van de Pol]
Uitdrukkingen in Brabant gebruikt en opgetekend. Met registers

Voorwoord
Eind augustus 1985 werd de Hein Mandosstichting te Waalre opgericht met o.a. het doel het 'stille monument' voor de in 1978 overleden drs. Hein Mandos op te
richten: de publicatie van 'De Brabantse Spreekwoorden'. Mevrouw Miep Mandos-van de Pol heeft echter zelf twee jaar lang stevig moeten meetrekken,
voordat het monument overeind stond. Gelukkig was het haar gegeven om zelf, hierbij geholpen door vrijwilligers, de samenstelling van 'De Brabantse Spreek-
woorden' ter hand te nemen en tot een goed einde te brengen. Hier ligt dan het resultaat van die twee jaar intensieve arbeid.
Met subsidies van de provincie Noord-Brabant, het Anjerfonds Noord-Brabant, de gemeenten Best, Eindhoven, Mierlo en Waalre, en ook met een aantal giften
van particulieren kon de jonge stichting drie computers aanschaffen waardoor het spreekwoordenmateriaal in een gegevensbestand opgeslagen en gemanipuleerd
kon worden. Vrijwilligers hebben geholpen bijna twee miljoen karakters in te toetsen. Zij verdienen voor dit 'monnikenwerk van de twintigste eeuw' alle lof!
De voorbewerking van het materiaal gebeurde door - hoe kan het anders - Miep Mandos, die ook zelf veel achter de computer te vinden was.
Voor de technische leiding van het computergebeuren is de Hein Mandosstichting veel dank verschuldigd aan ir. W.J.M. Balemans uit Waalre. Zonder zijn steun en
zonder zijn technische kennis zou het niet gelukt zijn 'De Brabantse Spreekwoorden' in deze korte tijd gepubliceerd te krijgen.
De redactieraad van deskundigen die de samenstelling van 'De Brabantse Spreekwoorden' begeleidde bestaat uit:
Prof. dr. A.A. Weijnen, oud-studiegenoot van Hein Mandos, emeritus hoogleraar dialectkunde, oprichter en eerste directeur van de Nijmeegse Centrale voor
Dialect- en Naamkunde van de Katholieke Universiteit Nijmegen.
Prof. dr. A.M. Hagen, de opvolger van professor Weijnen en huidige directeur van de Nijmeegse Centrale voor Dialect- en Naamkunde.
Dr. J.B. Berns, hoofd van de afdeling dialectologie van het P.J. Meertens-Instituut te Amsterdam.
Drs. P.H. Vos, redacteur van het Woordenboek van de Brabantse Dialecten dat wordt samengesteld aan de Nijmeegse Centrale voor Dialect- en Naamkunde van
de Katholieke Universiteit Nijmegen.
Drs. P.J.A. Bakkes, docent aan de Hogeschool Katholieke Leergangen Sittard, actief op dialectologisch gebied.
Zij gaven de samenstelster veel waardevolle aanwijzingen waarvoor wij hen hier danken.
Voor juridisch advies kon het stichtingsbestuur terecht bij Mr. A.J.A.D.M. Pigmans uit Waalre.
Deze unieke samenwerking van mensen en de inzet van de medebestuursleden, te weten M. Mandos-van de Pol, vice-voorzitter, L. van Grinsven, secretaris, drs. A.
Dams, penningmeester, en W. de Bakker heeft ertoe geleid dat de wens van Hein en Miep Mandos om eens de collectie terug te geven aan de Brabanders die er
meer dan zestig jaar lang de stof voor leverden in vervulling is gegaan.
Alle betrokkenen hopen dan ook dat 'De Brabantse Spreekwoorden' veel mensen - in Brabant en daarbuiten - mag boeien en dat zij dit unieke boek met de
fraaie illustraties van René Coolen vaak ter hand zullen nemen.
Het 'stille monument' voor Hein Mandos is hiermee opgericht!
Drs. Caspar van de Ven
voorzitter van de Hein Mandosstichting

Toelichting op inhoud en vorm van 'De Brabantse Spreekwoorden'
Sinds zijn middelbare schooltijd heeft mijn man spreekwoorden verzameld en bestudeerd. Tijdens zijn studie in Nijmegen publiceerde hij reeds verschillende
artikelen over dit onderwerp. Gedurende de tweede wereldoorlog ontwierp hij een vragenlijst om de bekendheid van het spreekwoord bij de gemiddelde Neder-
lander te onderzoeken. De resultaten van dat onderzoek wilde mijn man in een dissertatie verwerken. Het respons op de uitgezonden lijsten was goed. Ruim
vierhonderd van de vijfhonderd formulieren kwamen retour. Die hebben we samen verwerkt en op staten de gegevens over personen en spreekwoord opgete-
kend. De inleiding voor de dissertatie was een historisch overzicht over spreekwoordenliteratuur. Verder is hij niet gekomen. Toch is deze arbeid niet tevergeefs
geweest. Dit overzicht en de uitgewerkte lijsten hebben anderen tot stof voor scripties gediend.
In die jaren kreeg zijn belangstelling voor alles wat Brabants was, vorm in zijn werkzaamheden voor de Stichting Brabants Heem. Hij kwam in het bestuur van
de jonge Stichting en begon al spoedig met een tijdschrift. Hierdoor kreeg hij veel contacten die het hem mogelijk maakten een enquête te houden over het gebruik
van spreekwoorden in Noord-Brabant. Het succes was geweldig. Niet alleen kwamen er veel ingevulde lijsten uit de hele provincie terug, maar hij kreeg tevens de
beschikking over collecties en handschriften waarin nieuw materiaal te vinden was. Door het onderzoek werd bij velen belangstelling gewekt voor het gebruik
van spreekwoorden waarvan mijn man weer kon profiteren. Daarnaast werden woordenboeken en dissertaties die de Brabantse taal als geheel of plaats- of
streekgewijze tot onderwerp hadden, op uitdrukkingen nagekeken en werd het Handschrift Sassen op deze onderwerpen geëxcerpeerd. Ook lazen we Brabantse
streekromans. De daarin gebruikte spreekwoorden werden aan de collectie toegevoegd. Dit alles had tot gevolg dat mijn man nu artikelen over Brabantse spreek-
woorden schreef. Hij vroeg zich daarin ondermeer af: wanneer zijn spreekwoorden Brabants; door wie worden ze gebruikt; zijn ze een uiting van het karakter
van de Brabantse mens en hebben ze nog toekomst. Alleen op het laatste wil ik hier ingaan.
Uit het radioproramma van Omroep Brabant en de artikelen in enkele regionale bladen blijkt dat nog zeer velen spreekwoorden kennen, ze ook gebruiken en dat
niet begrepen en verouderde woorden voor gebruiken en voorwerpen gebezigd worden, zoals ook in het volkslied veel onbegrepen teksten voortleven. Ik deel
zijn sombere uitspraak 'de tijd van het spreekwoord lijkt voorbij' niet en ik hoop door deze publicatie de mogelijkheden van spreekwoorden te laten heront-
dekken en oude voorwerpen en gebruiken door de illustraties aan de vergetelheid te onttrekken.
Na zijn pensionering begon Hein aan het grote werk: uitdrukkingen in Brabant gehoord of opgetekend, in een Westeuropees verband plaatsen, dwz equivalenten
in Westeuropese talen en dialecten op te zoeken en te verwerken. Voor deze opzet was Stoett zijn grote voorbeeld. Mijn man en ik hebben veel gediscussieerd
over de vorm: de uitdrukkingen rangschikken naar onderwerp of alfabetisch. Tenslotte is voor het laatste gekozen omdat wij ervoeren dat uitdrukkingen die zo
speels zijn als de menselijke geest en zo variabel als het leven zelf, zich niet in thema’s laten ordenen. Er blijven teveel gezegden over die niet onder te brengen
zijn. Toen hij ziek werd, waren de lemmata van de letters A, B en C nagenoeg voltooid. Bovendien was er al veel onderzoek gepleegd voor de overige letters.
Mijn man en ik besloten de items van de eerste drie letters uit te geven en de rest van het alfabet toe te voegen zoals het voorhanden was. Ook dat is er niet van
gekomen. Zo bleef ik achter met een berg aan gegevens.
Na enige jaren begon het plan, vooralsnog een Brabantse versie uit te geven langzaam bij mij te rijpen, ook omdat via 'Het spreekwoordenspel van Omroep
Brabant' waarvan mijn man de geestelijke vader is, een stroom aan gegevens binnenkwam.
Om de uitgave van zo’n werk te verwezenlijken werd de 'Hein Mandosstichting' opgericht waardoor gelden verkregen konden worden, die de mogelijkheid open-
den de gegevens in een computer op te slaan om ze daarna te kunnen verwerken.
Ik dank de leden van de Stichting alsmede de adviseurs voor de energie, de tijd en de middelen die zij aan dit doel besteed hebben.
Voor de begeleiding bij het aan het papier toevertrouwen van de gegevens werd een redactieraad gevormd. Elk lid becommentarieerde op zijn manier de vorm en
redactie van de lemmata en gaf raad over de te volgen criteria voor de op te nemen items. Er bleven grensgevallen over die behandeld werden om het volks-
kundige belang ofwel vanwege de merkwaardige dialectwoorden die men in woordenboeken wel voor Vlaanderen maar nergens voor Noord-Brabant vermeld ziet.
Mijn voorstel over opbouw van de lemmata werd in de eerste vergadering met enkele wijzigingen aangenomen. Ze waren nieuw wat betreft de toevoeging
plaats, datum en bron; voor de vermelding van het gegeven in dialect en de vernederlandsing had Krosenbrink mij tot voorbeeld gediend. Het programma
voor de computer werd hiervoor speciaal ontworpen waarna gestart kon worden met het invoeren van het materiaal. Hiervoor stelden zich verschillende vrijwilli-
gers beschikbaar.
Het aanwezige bestand werd door mij gedurende de afgelopen twee jaren bewerkt; het zag er daarna als volgt uit: bron, jaartal, kernwoorden, teksten in
dialect en in Algemeen Nederlands (AN) en de toelichting daarvan, waarbij de laatste de meeste tijd vergde, vanwege de naspeuringen in mijn bibliotheek en
elders naar de betekenis van niet meer courante woorden, gebruiken en gewoonten. De grondgedachte hierbij was dat het boek, behalve wetenschappelijk ver-
antwoord, ook voor iedereen gemakkelijk te raadplegen moet zijn.
Daarmee rekening houdend, is de volgende vorm tot stand gekomen.
De items zijn alfabetisch geordend naar het eerste zelfstandig naamwoord in het AN. Ontbreekt dit, dan naar het eerste werkwoord of een belangrijk naam- of
bijwoord. De zelfstandige naamwoorden die in een uitdrukking voorkomen en waarvan de eerste drie letters niet gelijk zijn, zijn opgenomen, soms ook een
belangrijk ander woord. Bij afwijking van de Algemene taal kan men in vele gevallen het dialectwoord ook terugvinden. Een uitzondering hierop, zo bleek bij
het gereed maken van de teksten, moest gemaakt worden voor de spreekwoordelijke vergelijkingen, waarvan we het belangrijkste woord uit het eerste deel na-
men. Zijn er meer uitdrukkingen met eenzelfde woord, dan staan deze in alfabetische volgorde naar de beginletters, met dien verstande dat, om technische rede-
nen, uitdrukkingen die beginnen met een eerst staan vermeld, vervolgens die met ’ beide in alfabetische volgorde bv ’n voor ’t.
In deze reeks zijn naast spreekwoorden; uitdrukkingen, zegswijzen, 'zeispreuken', spreekwoordelijke vergelijkingen, afjachten enz in alfabetische volgorde
opgenomen.

De lemmata
Deze zijn als volgt ingedeeld:
De tekst in dialect.
Is de tekst uit gedrukte dan wel uit geschreven bronnen overgenomen dan wordt, waar het kan, de schrijfwijze van het origineel gerespecteerd.
Zoveel mogelijk is de onbepaalde wijs gebruikt, ook al geeft de bron een vervoegde vorm van het werkwoord. Vaak moest uit meer mogelijkheden een keuze
worden gemaakt.
De data van de feesten van heiligen zijn in de eerste regel van de uitdrukking opgenomen.
Een vernederlandsing van de tekst.
De betekenis van het spreekwoord is, waar deze bekend dan wel te achterhalen bleek, steeds gegeven.
Bestaat er een variant in het AN dan staat deze voorop, gevolgd door de verklaring. Indien nodig wordt de verklaring verduidelijkt door een tekening. Wat de
betekenis van het spreekwoord betreft heb ik me gehouden aan de bronnen die ik ter beschikking had. Als die geen verklaring gaven of een die ik niet correct vond,
was er vaak veel speurwerk nodig dat echter niet altijd tot resultaat leidde. Soms waren degenen die een uitdrukking aangereikt hadden totaal onkundig van de
betekenis ervan. Voor de hulp die ik hierbij ondervond, wil ik naast de redactieraad en het correctieteam vele Brabantse bibliothecarissen, archivarissen, het
Meertensinstituut, het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem, de directeur van het Niederrheinisches Museum für Volkskunde und Kulturgeschichte in Ke-
velaer en die van het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum te Overloon, de heer Vogels van het landbouwmuseum Hand en Span te Oirschot, museum De Platijn
te Best, museum De acht zaligheden te Eersel, drs. G. Rooijakkers die de collectie van de heer C. Maas beheert, alle andere hulpverleners, Brabanders en Vla-
mingen, bedanken. Zij hebben door hun constructieve bijdragen de waarde van dit boek zeer verhoogd.
Als varianten worden beschouwd:
a. Uitdrukkingen met hetzelfde beeld, maar met een andere betekenis.
b. Uitdrukkingen met dezelfde betekenis maar met een afwijkend beeld. Deze zijn, indien ze niet in het lemma vermeld worden, eveneens te vinden onder de
verwijzing (Zie ook:). Een uitzondering wordt gemaakt voor de lemmata die op elkaar volgen; zijn er veel verwijzingen dan vindt men bij de eerste vermelding
alle gegevens. De verwijzing (Zie ook:) wordt ook gebruikt als de toelichting eveneens van toepassing is op items die onder een ander trefwoord staan. (Zo kan
bv wijwater onder heks en duivel gevonden worden. Het wordt maar eenmaal verklaard; in de andere lemmata volgt dan een verwijzing als boven).
De geografische, bron- en tijdaanduiding.
De geografische aanduidingen worden als volgt vermeld: Alg. Brab. = Algemeen Brabants als de gegevens verspreid zijn over de hele provincie. Omdat door het
woon-werkgebied van mijn man de inlichtingen uit Oost-Brabant kunnen overheersen, zijn van elke uitdraai vijf exemplaren naar West-Brabant gezonden.
Men heeft deze met opmerkingen en aanvullingen geretourneerd. Oost-Brab. = Het gebied ten oosten van de Donge. West-Brab. = Het gebied ten westen van de
Donge. Gebieden als Langstraat, Meierij, Maaskant, Peel worden vermeld als de informatie uit die streken afkomstig is.
De plaatsnamen heb ik aan de gegevens ontleend. Indien er slechts één gegeven in de collectie aanwezig is, wordt de bron vermeld met een afkorting, die in de lijst
met afkortingen te vinden is. Zijn er meer gegevens aanwezig, dan wordt alleen plaats of streek vermeld zoals ook het geval is bij de varianten. Is de plaats of
streek echter onbekend, dan wordt de bron vermeld.
Als tijd wordt het laatste jaar opgegeven, waarin de uitdrukking genoteerd of gepubliceerd is. Zowel bij de geografische aanduiding als met de tijd kreeg ik
problemen die niet te voorzien waren. Wie schreef van wie over? Panken en Sassen van Cuypers? Van de laatste is de oudste publicatie bekend. Gaven de
correspondenten van Sassen originele ter plaatse gehoorde uitdrukkingen? De berichtgever uit Nederwetten verdenk ik van overschrijven uit almanakken. De
Norbertijn A. van der Biezen heeft in zijn handschrift, zonder bronvermelding, uit het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde,
spreekwoorden opgetekend, die Cuypers daarin voor Zeelst en omstreken gepubliceerd had. Ze zijn te vinden onder de nummers 31 t/m 45. Ook uit Taxandria
jgr I t/m VI werd op dezelfde manier geput, nrs 71-190. Maar hij heeft, dit zij tot zijn eer gezegd, ook de kostschooljongens de boer opgestuurd en daar zijn veel
goede gegevens bij. Na deze ontdekking heb ik wel de originele plaatsnamen aangehouden, maar toch de laatste datum van vermelding, zoals in de opzet was
voorgesteld.13) Dat niet alle in Noord-Brabant gebruikte uitdrukkingen vermeld zijn, ligt aan de opzet van dit boek; de Algemeen Nederlandse, bij Stoett te
vinden specimina, worden niet genoemd, bovendien is het een weergave van wat in vele jaren door ons is verzameld. Ik ben ervan overtuigd dat na het verschijnen
van dit boek nieuwe gegevens aangedragen zullen worden, die we graag in de collectie opnemen en misschien nog eens als aanvulling zullen publiceren.
Tenslotte dank ik allen die het mij mogelijk gemaakt hebben om tien jaar na de dood van mijn man tot deze uitgave te komen. Hij zou het zeker beter hebben
gedaan; ik heb slechts wat ik in al die jaren onder zijn leiding aan kennis op dit gebied heb mogen vergaren, in dit boek vast willen leggen. De gebreken die eraan
mochten kleven, zijn voor mijn rekening.
M. Mandos-van de Pol
Waalre, 28 september 1988

Hein Mandosstichting Waalre;  
 

29. Boeknummer: 30097  
DE KLEPEL 25e jaargang nummer 97
Verenigingen -- Heemkundekring Op de Beek           (2021)    [Bestuur, Marjan v.d. Laken, Rinie Maas, Kees Nagelkerke, Henny Willemen, Jan Vissers]
INHOUDSOPGAVE
pag. 3 Beeldbanken
pag. 4 25 jaar geleden
pag. 5 Van Beek NB naar Prinsenbeek
pag. 6 Pierre Batens
pag. 10 Droom Baetens (Dagblad de Stem)
pag. 12 Afswcheid Baetens
pag. 16 Beekse kroniek
pag. 17 Beek, gij zijt veraanderd
pag. 18 Dun Tieprie
pag. 19 Jan Vissers vertelt.....

Heemkundekring Op de Beek;  
 

30. Boeknummer: 30098  
DE KLEPEL 25e jaargang nummer 98
Verenigingen -- Heemkundekring Op de Beek           (2021)    [Bestuur, Marjan v.d. Laken, Rinie Maas, Kees Nagelkerke, Henny Willemen]
INHOUDSOPGAVE
pag. 3 Beeldbank en Heemreis
pag. 4 Clazina Biemanserf
pag. 4 Verpakkingen (Kees Nagelkerke)
pag. 5 Bikse Kruidenhof
pag. 6 Landgoed/Kasteel de Emer (Henny Willemen)
pag. 16 Beekse kroniek (Marjan v.d. Laken en Henny Willemen)
pag. 17 De Telegraaf (Rinie Maas)
pag. 19 Beek, gij zijt veraanderd (Kees Nagelkerke)

Heemkundekring Op de Beek;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 6 augustus 2023