HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 125   (uit: 485)

Getoond wordt publicatie : 1 t/m 30


Uitgebreid zoeken

Zoekresultaat verdeeld over 5 pagina's, met elk (max.) 30 publicaties:

1   2   3   4   5       Volgende       Eind

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00006  
Eerste Wereldoorlog.
Oorlog -- Eerste wereldoorlog, algemeen           (2003-2004)    [H.P. Wilmott.]
Eerste Wereldoorlog
Oorspronkelijke titel: First World War
©2003 by Dorling Kindersley Limited, Londen

Vertaald uit het Engels door: Maarten Schellekens en Catalien van Paassen

INLEIDING
De Eerste Wereldoorlog is waarschijnlijk de meest ingrijpende gebeurtenis uit de moderne tijd. De gevolgen ervan
waren vele malen groter dan die van de Franse Revolutie. Toen deze oorlog begin augustus 1914 uitbrak, kon niemand voorzien
op wat voor ramp hij zou uitdraaien. Na de oorlog, die vier jaar duurde en meer offers vroeg dan enige andere oorlog uit de geschiedenis van de mensheid,
kon niemand zijn ogen meer sluiten voor de gruwelijke gevolgen. De politieke wereldkaart was totaal veranderd, aan de lange periode van vrede die de
negentiende eeuw had gekend was een eind gekomen en het groeiende vertrouwen in de kracht van liberale waarden en het moderne kapitalisme was
uitgehold. De belangrijkste erfenis van de Eerste Wereldoorlog was een sfeer van haat en wraak — tussen naties, sociale klassen en rassen. De gevolgen
hiervan waren voelbaar in de bittere politieke conflicten van de jaren twintig en dertig en uiteindelijk in het uitbreken van een oorlog die nog vernietigender
was, twintig jaar na het eind van de Eerste Wereldoorlog.
Aan het begin \an de oorlog werd het grootste deel van de wereld geregeerd door diverse vorstenhuizen. Tegen 1920 waren de meeste van het toneel
verdwenen. De grote Europese vorstenhuizen - het Habsburgse, Russische en Duitse Rijk - hadden plaatsgemaakt voor moderne republieken. Het
Osmaanse Rijk werd verslagen en viel uiteen; een nationalistische dictatuur nam de macht over in het gebied dat nu Turkije is. Van de Baltische Zee tot
aan de Perzische Golf ontstond een reeks nieuwe staten, die vonden dat ze recht hadden op zelfbeschikking. Het verval van het oude
Europa van de grote, door aristocratie en militaire macht beheerste monarchieën had reeds lang vóór 1914 ingezet, maar de oorlog bracht dit proces in
een stroomversnelling. Het Europa van vandaag heeft zijn wortels in de jaren twintig.

klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding
De oorlog zorgde ook nog voor andere veranderingen op internationaal gebied. De VS mengden zich pas laat in de oorlog en begonnen aan hun lange
opmars naar de status van supermacht. De wens die in 1918 leefde om voor eens en altijd een einde te maken aan de oorlog, leidde tot de oprichting van de
Volkenbond in 1920. Ondanks al zijn zwakke punten heeft deze bond de basis gelegd voor internationale samenwerking op het gebied van belangrijke
kwesties die na 1945 het terrein werden van de Verenigde Naties. De Russische Revolutie van oktober 1917, die het communisme aan de macht
bracht, leidde tot de confrontatie tussen kapitalisme en communisme. Deze zou de internationale verhoudingen zeventig jaar lang verstoren en was de oorzaak
van de Koude Oorlog, die duurde van 1945 tot 1989.
De oorlog veranderde ook het wezen van de moderne staat. Geen enkele Europese natie was ooit gevraagd om legers bestaande uit miljoenen soldaten
op de been te brengen. De inzet van het thuisfront die vereist was om het leger van al het nodige voorzien, noodzaakte de staat om streng toezicht te houden
op de economie en deze in dienst te stellen van de oorlogvoering. Landen voerden op grote schaal systemen van rantsoenering in, breidden allerlei sociale
voorzieningen uit, stimuleerden wetenschappelijk onderzoek, verzamelden statistische gegevens en zetten hun propagandamachines in gang, in de jaren
twintig bleven de overheden van diverse staten veel van deze verantwoordelijkheden op zich nemen: de oorlog had hen geleerd hoe zij de
bevolking moesten controleren, mobiliseren en manipuleren.
Het enige dat de Eerste Wereldoorlog niet deed was verandering brengen in het materieel waarmee werd gevochten. Hoewel nog nooit op een dergelijk
grote schaal oorlog was gevoerd, werd gedurende het grootste deel van de oorlog gestreden met conventionele oorlogsschepen, artillerie, mitrailleurs,
i geweren en paarden. De luchtvaart stond nog in de kinderschoenen; duikboten werden spaarzaam gebruikt evenals de tanks, de enige echt
nieuwe uitvinding op het gebied van landoorlog. Pas in de volgende oorlog zouden deze nieuwe wapens ten volle benut worden. Het gevolg
was dat een groot deel van de strijd, vooral aan het westelijk front, verzandde in een impasse. Beide partijen probeerden wanhopig nieuwe wapens of
tactieken te bedenken waarmee ze door de vijandelijke linies van loopgraven en prikkeldraadversperringen heen konden breken.
De verschrikkelijke prijs die voor de oorlog betaald moest worden, leidde tot een wijdverspreid pessimisme, een morbide vrees voor verval. In de jaren
twintig verwierpen duizenden verbitterde jonge mannen de principes van de oudere generatie die hen naar het front had gestuurd. Zij hunkerden naar
wraak op degenen die zij verantwoordelijk hielden voor dit rampzalige conflict.
In Italië en Duitsland gebruikten de veteranen Mussolini en Hitler de honger naar politiek geweld om een nieuwe radicale nationalistische beweging op te
richten, die in Italië in 1922 aan de macht kwam en in Duitsland in 1933. De nieuwe dictatoren die het liberale westen verwierpen, zagen de oorlog als een
voorbode van een nieuw tijdperk, van een nieuw rijk en een nieuwe oorlog.
Als de Eerste Wereldoorlog er niet was geweest zou de wereld vrijwel zeker voor de verschrikkingen van burgeroorlogen, politiek terrorisme, een tweede
grote oorlog en de volkerenmoord van de jaren dertig en veertig gespaard zijn gebleven. Terwijl het resultaat van de oorlog de basis legde voor een groot deel
van de moderne wereld, lieten de onzekerheden die daarmee gepaard gingen Europa achter in een diepe verwarring, die de weg vrijmaakte voor de
verschrikkingen van Stalingrad en Auschwitz.
Richard Overy
juni 2003

Lannoo/Het Spectrum;  
 

2. Boeknummer: 00015  
Veldnamen in de gemeente Gilze en Rijen. Deel I
Historie -- Gilze-Rijen, Toponiemen           (2002)    [Christ Buiks]
Veldnamen in de gemeente Gilze en Rijen. Deel I


VOORWOORD
Het is er toch van gekomen. Het boek VELDNAMEN IN DE GEMEENTE GILZE EN
RIJEN in twee delen, ligt voor u.
Reeds in de beginjaren van onze Heemkring - en wij bestaan dit jaar 25 jaar - was er reeds een werkgroep die zich met deze materie bezig hield. Maar om welke reden dan
ook is er geen werkelijk resultaat bereikt en de werkgroep verdween geruisloos.
De heer Christ Buiks heeft mij eens over dit onderwerp gebeld en toen heb ik het in de bestuursvergadering gebracht. Het bestuur had er wel oren naar en op de eerstvolgende
jaarvergadering werd het onderwerp ter sprake gebracht.
Er bleek onder de leden wel belangstelling te bestaan, Theo van Opstal zou het voortouw nemen om samen met een stel belangstellenden een werkgroep te vormen om dan in
samenwerking met de heer Christ Buiks afspraken te maken over de te volgen werkwijze.
Aan de hand van oude kaarten en het kadaster kwamen al verschillende oude akkernamen naar boven en werden op de kaarten verwerkt. Het reeds bekend zijn van
deze mensen in het gebied kwam daarbij goed van pas. Ieder had een deel van de gemeente waar hij/zij het beste bekend was. Toen volgde gesprekken met de gebruikers,
vooral oudere boeren, omdat zij vaak nog die benamingen gebruikten dan wel zich nog konden herinneren. Dit deel van het werk heeft veel tijd in beslag genomen, maar naar ik
aanneem, ook veel voldoening geschonken aan de werkers.
Daarna begon het werk voor Christ Buiks, al het ingezamelde materiaal te ordenen en te verwerken tussen al de gegevens die hij in de loop van de jaren had verzameld.
Maar voor de heer Crist Buiks was het niet de eerste keer dat hij dat deed, daarbij heeft hij een grote kennis op dat gebied. Ik heb veel respect voor het door hem geleverde
resultaat.
Een kleine werkgroep, bestaande uit Christ Buiks, Jeanne de Hoon, Cees van den Nieuwenhuizen en Ben Robbers, heeft tenslotte vorm gegeven aan de vele gegevens en
gereed gemaakt voor de drukker.
Waar ik heel blij mee ben, is de sponsering, de beide Rabo-banken in onze gemeente, Rabo-bank Baarle-Nassau Gilze, Rabo-bank Dongen Rijen en Interpolis hebben deze
uitgave met een belangrijk bedrag gesponsord. Ook de gemeente heeft, met een flinke subsidie, het mogelijk gemaakt, de verkoopprijs van deze uitgave in twee delen op een
dusdanig bedrag te brengen, dat het geen bezwaar is voor de aanschaf hiervan.
Ik wil een ieder bedanken die op enigerlei wijze aan het tot stand komen van deze uitgave heeft meegewerkt en ik ben enorm trots dat onze Heemkring weer z’n prachtige
uitgave aan de reeds omvangrijke lijst van publicaties kan toevoegen.
Voorzitter Heemkring Molenheide,
Jan Bruikman.

Heemkundekring Molenheide Gilze en Rijen;  
 

3. Boeknummer: 00020  
Cultuurhistorische Landschapsinventarisatie Gemeente Breda
Historie -- Erfgoed Breda           (2006)    [dr. K.A.H.W. Leenders]
Cultuurhistorische Landschapsinventarisatie Gemeente Breda. Erfgoedrapport Breda nr. 1

TEN GELEIDE
Weten waar je het over hebt. Eenieder die zo’n uitspraak hoort zal dat direct beamen. Soms tegen beter weten in. Natuurlijk zijn er sommige plannenmakers
en ontwerpers die doen alsof ze een tabula rasa in de schoot geworpen hebben gekregen, een leeg veld dat ze mogen bombarderen met doosjes van allerlei aard
en formaat. Maar ik wil niet geloven dat zij dat doen óndanks hun kennis van de historie van dat gebied. Het is wel makkelijk natuurlijk, net doen alsof alles wat
er ooit was geen waarde meer vertegenwoordigt; alsof het verleden geen enkele waarde heeft voor de toekomst.
Gelukkig is het tij aan het keren. Het Rijk probeert, via financiële middelen uit het Belvédère project, het verleden als aanknopingspunt aan te bieden voor mo-
derne ontwikkelingen. ‘Behoud dóór ontwikkeling’ wordt dat genoemd. En er zijn best veel projecten die Belvédère gelden mogen ontvangen, zodat mét dat geld
het verleden een plek krijgt in een nieuwe situatie. Laten we hopen dat het hier om een overgangsfase gaat; dat overeen aantal jaren het Rijk niet meer met een
vette geldbuidel hoeft te zwaaien om plannenmakers en projectontwikkelaars zover te krijgen dat ze überhaupt rekening houden met het verleden; dat er een
tijd komt waarin het verleden écht een rol krijgt in de ruimtelijke ordening.
Maar daar is wel wat voor nodig: kennis. De gemeente Breda is begonnen met een algehele inventarisatie van haar cultuurhistorisch erfgoed. Vóór 2010 willen
we echt weten welke gebouwen monument waardig zijn en willen we ook een beter inzicht te hebben in datgene wat vanuit een (heel) ver verleden aan onze bodem
is toevertrouwd en al datgene waarvan we nu niets meer merken. De bijdrage van dr. Karel Leenders kan dan ook nauwelijks overschat worden. Hij brengt in het
kader van dit ‘wetenschapsbeleid’ de inventarisatie van het cultuurhistorische landschap voor het voetlicht, waarbij en passant het historische landschap wordt
gereconstrueerd en bovendien wordt aangegeven wat er nog van de cultuurhistorische landschapselementen als relict bewaard is gebleven. Al deze gegevens
zijn niet alleen op schrift gesteld, maar ook op twee cd-roms op Gis-basis meegeleverd. Betekent dit nu dat de plannenmakers er met dit werk vandoor kunnen
gaan? Neen. Want Leenders geeft geen waarden oordelen. Hij zegt niet welk element belangrijker is en welk relict wel kan worden opgeruimd. Dat is een taak die
aan de beleidsmakers voor het erfgoed is voorbehouden. Eén ding staat echter als een paal boven water: zonder deze inventarisatie was die taak nauwelijks te
volbrengen. Want lang niet iedereen weet wat er allemaal (nog) is.
Johan Hendriks
Hoofd Bureau Cultureel Erfgoed
Vakdirectie Cultuur

Gemeente Breda. Vakdirectie Cultuur;  
 

4. Boeknummer: 00021  
Bredase akkers eeuwenoud
Historie -- Erfgoed Breda           (2004)    [Redactie o.l.v. C.W. Koot, R. Berkvens]
Bredase akkers eeuwenoud. 4000 jaar Bewoningsgeschiedenis op de rand van zand en klei. Rapportage Archeologische Monumentenzorg 102. Erfgoedstudies Breda nr 1. Met CD

Voorwoord
In Breda, dat bekend staat als de stad van de Nassaus, is nog veel historie in het stadsbeeld herkenbaar. Breda-West daarentegen is de laatste jaren door grootscha-
lige nieuwbouwprojecten en de aanleg van nieuwe infrastructuur als de HSL en de verbreding van de Al 6 volledig veranderd. Van oorsprong was dit gebied sterk
agrarisch. Het Bredase landschap was het resultaat van een eeuwenlang verfijnd samenspel tussen de boer, zijn dieren, de natuur en het milieu. In de twintigste
eeuw veranderde het landschap in een tuinbouwgebied en tenslotte in een bedrijventerrein. Namen als Steenakker, Huifakker, Emerakker en Kesteren, die al voor-
komen vanaf de Middeleeuwen, vertellen over het ontstaan en het gebruik van het landschap. En voor wie er nog oog voor heeft, geven deze namen blijk van een le-
vend verleden.

Het is de verdienste van Guido van den Eynde - van 1984 tot en met 2001 stadsarcheoloog van Breda - dat de opgravingen in een betrekkelijk korte tijdsspanne
zijn uitgewerkt en in boekvorm kunnen verschijnen. Toen er begin jaren negentig plannen waren om in Breda-West nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen, greep
hij de gelegenheid aan om onderzoek te doen naar het bodemarchief in het buitengebied. Het gemeentebestuur toonde zich ten volle bewust van zijn verantwoorde-
lijkheid voor het Bredase culturele erfgoed door deze opgravingen mogelijk te maken. In een prijzenswaardige en enthousiaste samenwerking met talloze vrijwilli-
gers van binnen en buiten onze gemeente, met studenten van verschillende universiteiten en archeologen van onze eigen afdeling archeologie zijn de opgravingen
uitgevoerd. De zo vele handen die zijn uitgestoken om het onderzoek tot een goed resultaat te brengen, tonen aan dat geschiedenis leeft in onze gemeenschap.

De resultaten van het onderzoek waren boven verwachting. Archeologisch was er tot op heden weinig bekend over de vroegste bewoningsgeschiedenis van het weste-
lijk deel van de provincie Noord-Brabant. Deze kennislacune was vooral te wijten aan het tot voor kort vrijwel ontbreken van archeologisch nederzettingsonderzoek
in deze regio. De opgravingen in Breda-West, waarbij nederzettingssporen vanaf de Midden Bronstijd tot in de Late Middeleeuwen zijn aangetroffen, vormen een
eerste belangrijke aanzet voor de opvulling van deze gesignaleerde lacune en illustreren duidelijk het archeologisch potentieel van de regio. Dankzij de resultaten
van de opgravingen in Breda-West kan de kennis van de geschiedenis van Breda nu in één klap met meer dan 3000 jaar worden uitgebreid. Dit onderzoek stelt ons
in staat om een boeiend inzicht te geven in het leven van zijn bewoners vanaf de prehistorie tot in de Late Middeleeuwen. De betekenis daarvan reikt tot ver buiten
de grenzen van onze gemeente. Negen jaar na het begin van de opgravingen in de omgeving van het NAC-stadion op Emerakker is het tijd voor een publicatie over
de archeologische vondsten die in Breda-West zijn gedaan.

De grootschalige nieuwbouw en infrastructuur in het westen van Breda betekenden een forse aantasting van het oude cultuurlandschap. De archeologische begeleiding
hiervan vormde enerzijds een enorme uitdaging voor de archeologische monumentenzorg en anderzijds een mogelijkheid om de achterstand in de archeologische ken-
nis over de bewoningsgeschiedenis van West-Brabant in te lopen. Het werk is echter nog niet af. Op sommige plaatsen kan en moet nog verder onderzoek worden ver-
richt. Dat vraagt tijd, geld en energie. Op andere plaatsen is het mogelijk om het archeologisch erfgoed te behouden en te beschermen, zodat het als een bron van
kennis bewaard blijft. Daarnaast dient een zichtbaar en herkenbaar verleden ook als bron van inspiratie en is het een reden om trots op te zijn voor de mensen die
er nu wonen en werken. Het verrassend rijke bodemarchief dat tevoorschijn is gekomen tijdens de opgravingen, vraagt om een coherente visie voor het onderzoek
van bedreigde vindplaatsen in de toekomst. Daarbij dienen beheer en onderzoek binnen een regionaal kader te worden geplaatst waarbij het cultuurlandschap het
uitgangspunt is.

Dit boek is ook een blijk van de rijke geschiedenis van Breda en het maakt onze gemeente nog meer tot een bijzondere woonplaats met een bijzonder karakter. Ik
wens U veel genoegen bij het lezen van deze belangwekkende publicatie die hopelijk gevolgd zal worden door een vervolgpresentatie van de resultaten van het ver-
dere archeologische onderzoek in onze gemeente. De geschiedenis van Breda-West en de mensen die er geleefd hebben is hierbij vastgelegd. Dat is van belang voor
hen die al tijden hier wonen, maar ook voor alle nieuwkomers. Het biedt een mogelijkheid om zich hier verder thuis te voelen.

Drs. A.C.A.M. Adank
Wethouder Economische zaken, Cultuur en Grondbedrijf, gemeente Breda

Gemeente Breda Breda/Rijksdienst voor het Oudheidkunidg bodemonderzoek;  
 

5. Boeknummer: 00023  
Het leven en werk van Jan Strube (1892-1985)
Personen -- Personen q-r-s-t-u           (2007)    [Joosen Anton]
Het leven en werk van Jan Strube (1892-1985)

Voorwoord
Gedurende zowat mijn hele leven ben ik elke dag de spoorwegovergang overgestoken, aan de
Zanddreef nabij het Liesbos. Daarbij passeerde ik dan altijd het romantisch gelegen huisje van de
kunstenaar Jan Strube, pal naast het spoorhuis. Zo nu en dan zag ik hem wel eens in de tuin. Ik heb
hem nooit gesproken, ik heb nooit een voet in zijn tuin of zijn huis gezet. Ik heb eigenlijk niet meer
dan een vaag beeld van een oude man met zilverkleurig haar en een wollen vestje aan. Ik herinner me
dat hij altijd op klompen liep en dat ik dat raar vond voor een kunstenaar, die bovendien ook nog een
Amsterdammer bleek te zijn. Nee, ik kan eigenlijk niet zeggen dat ik Jan Strube gekend heb.
Maar nu, ruim twintig jaar na zijn overlijden, ken ik hem beter dan tijdens zijn leven. Aanleiding tot
dit boek was het eerder gepubliceerde boek “Herinneringen aan de Zanddreef', waarbij ik een bezoek
aan het huis van Jan Strube bracht. Tot mijn verrassing woonde daar Strube’s kleindochter Ineke, die
mij het een en ander over haar grootvader vertelde en iets van zijn werk liet zien....
Ik was meteen enthousiast.
Een Amsterdammer die zó verknocht was aan het Brabantse land dat hij er heel zijn lange leven als
kunstenaar heeft gewoond en gewerkt, verdient het om vereeuwigd te worden voor het nageslacht. Jan
Strube, zo ontdekte ik al gauw, heeft honderden litho’s, houtsneden, tekeningen en schilderijen
nagelaten. De meeste werken hangen aan de muren van particulieren, maar ook in musea zelfs tot over
onze landsgrenzen. Verder zijn er enkele belangrijke verzamelaars die een omvangrijke collectie
Strube’s hebben.
Gedurende drie jaar heb ik gegevens verzameld over de mens en de kunstenaar Jan Strube. Langzaam
vormde zich het beeld van deze man die al op achttienjarige leeftijd zijn eerste bezoek bracht aan
Breda en er verliefd raakte. Verliefd op Brabant, op Breda en op het Leurse meisje Dina Bogers, die
later zijn toegewijde vrouw zou worden. Strube is in zijn directe omgeving vooral bekend geworden
als de schilder en lithograaf van het Brabantse landschap en de Brabantse mens. Het valt ook niet te
ontkennen dat misschien tachtig procent van zijn werk Brabants is. Maar de overige twintig procent
zijn zeker zo interessant. Strube in Parijs, Strube in Vlaanderen. Strube in Noord Holland, in Zeeland
en in Limburg. Ik heb Jan Strube postuum leren kennen als een rustige, ietwat eigenzinnige man. Een
harde werker, met maar weinig wensen voor zichzelf. Een man die zijn ontspanning zocht in zijn tuin,
in pianospelen en lezen. Maar bovenal een man die vooral werkte. De achter in dit boek opgenomen
catalogus is niet meer dan een poging om al zijn werk op te sporen, te dateren en te rangschikken. Ik
ben mij er terdege van bewust dat de catalogus niet volledig is. Ik weet zeker dat er zo hier en daar nog
belangrijk, eenmalig werk van Strube een muur van een huiskamer siert. Jan Strube hield het allemaal
niet zo bij. Dat vond hij niet belangrijk. Hij wijdde zijn gehele lange leven aan het maken van mooie
dingen en daar was wat hem betrof de kous mee af. Jan Strube rekende zichzelf tot de Populisten. Een
stroming die hij in de jaren dertig vorm gaf door samen met Louis Singer de “Populistenkring”op te
richten. Kunst voor het volk, dat was wat zij nastreefden. Volkse taferelen en herkenbare
onderwerpen. Alledaagse dingen, zoals het leven in de stad of op het platteland. Markten, kennissen,
werken op het land, stillevens, oude boerderijtjes, stille straatjes. Jan Strube deed het op zijn manier.
Met een herkenbare stijl, die hij heel zijn leven heeft vastgehouden. Heel af en toe permitteerde hij
zich een uitstapje in stijl of onderwerp, maar die behoren tot de uitzonderingen. Enkele voorbeelden
daarvan zijn: Don Quichot. Ik ruik Menschenvlees. Droogbloemen, Ziende blind en de Poppenkast Jan
Kabaal. Het zijn welhaast “On-Strubiaanse” werken, maar daarom niet minder interessant. Ik heb mij
met veel plezier in het leven en werk van Jan Strube gestort en ik wens u allen evenzoveel lees- en
kijkplezier.
Anton Joosen

Debieb/ Anton Joosen;  
 

6. Boeknummer: 00026  
Een bijzonder stukje Bredase Binnenstad
Historie -- Breda, algemeen           (2002)    [Gerard Otten, Jan Kamphuis, Kees van Roon, Ester Vink, Walter van de Calseyde]
Een bijzonder stukje Bredase Binnenstad

BETER TEN HALVE GEKEERD . .
In een dynamische stad als Breda, en zeker in het dichtbebouwde en intensief gebruikte stadshart, hebben talloze panden in de loop der tijd ingrijpende verande-
ringen ondergaan, zoals splitsing, samenvoeging, verbouwing en sloop. Zeker in de periode na de Tweede Wereldoorlog woog het economisch en praktisch belang vrijwel
altijd zwaarder dan het (cultuur-)historisch belang. Veel gebouwen zijn door die ongeremde vernieuwingsdrift ernstig verminkt; andere zijn nog slechts te bewonderen
op oude illustraties.
De laatste jaren is er weer meer aandacht en geld voor het behoud van panden die vaak al heel lang het gezicht, en daarmee het karakter van Breda bepalen. Zo stelde
de gemeente begin 2001 in haar nota 'Gekoesterd karakter' vast dat er een onderzoek moest worden gedaan naar de bouwhistorische kwaliteiten van de circa 650 historische
panden in de binnenstad. Extra aanleiding daarvoor was de commotie vanwege de sloop van enkele waardevolle panden in het stadshart. De gemeente beschikte daar-
bij niet over harde (bouw-)historische gegevens om een sloopvergunning te kunnen weigeren.
Het doel van het 'Bouwhistorisch Onderzoek Binnenstad' (BOB) is het achterhalen en (digitaal) vastleggen van belangrijke historische gegevens van panden waarvan dik-
wijls uit onwetendheid niet wordt vermoed wat de bijzondere waarde ervan is.
In 2002 is bij wijze van proefproject een historisch en bouwhistorisch onderzoek gedaan naar 25 panden en hun bewoners in het blok bebouwing tussen de Haven-
Vismarktstraat-Havermarkt-Potkanstraat. Dit proefproject leverde veel en soms verrassende informatie op.
In deze uitgave komt een selectie uit dat materiaal aan bod.

Afdeling Welstand, Achitectuur en Monumenten Gemeente Breda;  
 

7. Boeknummer: 00033  
Luimige Landlopersverhalen.
Historie -- Plattelands- en boerenleven           (2010)    [Marc van Uffelen]
Luimige Landlopersverhalen versie dd. 15 juli 2010

VOORWOORD
Waren de landlopers de laatste nomaden?
Leefde in hen nog dat laatste stukje zwerver van onze verre verre voorouders? Of waren de landlopers en de bedelaars gewoon de arme
stumpers, die uit de boot waren gevallen? Was de maatschappij te ingewikkeld voor hen? Hadden ze tegenslag?
Of waren ze te lui om te werken?

In de Middeleeuwen werden de landlopers verjaagd, gebrandmerkt en verbannen. In de Moderne Tijden wilde men hen arbeidsvreugde
aanleren door middel van dwangarbeid. Zo ontstonden de eerste tuchthuizen. Tijdens de Hollandse Tijd bouwde de Maatschappij van
Weldadigheid in de Noorderkempen een groot bedelaarshuis en vele kleine hoevetjes. Daarvoor werd het heidelandschap omgevormd tot een
dambordstructuur van akkers, weiden en bossen, omringd met dreven.
In het nieuwe jonge België werd de Wet op de Landloperij gestemd die bij alle Belgen in het collectief geheugen zit: wie op straat komt, moet
zijn identiteitskaart kunnen tonen en moet geld bij zich hebben om minstens één brood te kunnen kopen. Dat was meteen de start van de
Rijksweldadigheidskoloniën in Merksplas en Wortel. Maar omdat arm zijn geen misdaad is, werd ook dat systeem afgeschaft.

Deze geschiedenis van de armoede is in het landschap nog tastbaar aanwezig, als één groot openluchtmuseum, een penitentiair Bokrijk,
uniek in Europa!

Maar ook het samenleven met de landlopers was speciaal!
Voor de overheid was het een mengvorm van dwang en liefdadigheid.
Veel bewoners uit de regio hadden een heimelijke sympathie voor deze gasten, voor de underdogs van de maatschappij...
Ook het niet-tasbare erfgoed is uniek!

Door middel van de vele kleine anekdotische landlopersverhalen krijgen we een prachtig beeld van het leven zoals het was, binnen in de
landloperskolonies.

Wij wensen je een amusant en leerrijk leesgenot.
Gevangenismuseum vzw

Eigen uitgave. DNS/Gevangenismuseum;  
 

8. Boeknummer: 00034  
Straffeloos Slenteren in Merksplas-kolonie en in Wortel-kolonie
Historie -- Plattelands- en boerenleven           (2010)    [Karel Govaerts e.a.]
Straffeloos Slenteren in Merksplas/Wortel kolonie. Uitgave t.g.v. Open Monumentendag

TEN GELEIDE
Toen in 1993 de wet op de landloperij werd afgeschaft kon niemand vermoeden welke gevolgen dit zou hebben voor Merksplas-Kolonie en Wortel-Kolonie.

Verschillende gebouwen en gronden van de landloperskolonies vielen zonder functie, wat op termijn merkbaar was aan verwaarlozing, aftakeling en verval. Om een dreigende
versnippering tegen te gaan, werd op 9 september 1995 de Mars op Wortel-Kolonie georganiseerd, gecoördineerd door Het Convent, gekend van het begijnhof in Hoogstraten.
In Merksplas werd het Platform 'Red Merksplas-Kolonie' vzw opgericht, een koepel van Merksplasse en Vlaamse verenigingen.

Na twee jaar lobbywerk en constructief overleg keerde het tij. De Vlaamse Gemeenschap kocht, via de Vlaamse Landmaatschappij, een groot deel van de gronden van de federale
overheid. Andere Vlaamse partners zijn: de afdeling Monumenten & Landschappen, de drinkwatermaatschappij PIDPA en het Agentschap Bos & Natuur. Door de Federale
Overheidsdienst Binnenlandse Zaken werden in Merksplas vier gebouwen omgevormd tot een Centrum voor Illegalen. De Provincie Antwerpen richtte eind 1997 de Stichting
Kempens Landschap op, welke als taak heeft grote domeinen te beschermen en te beheren.

In 1998 nam Merksplas voor het eerst deel aan de Open Monumenten-Dagen (OMD), toen met een grote tentoonstelling en receptie. Sindsdien mochten we jaarlijks ca. 2000
bezoekers per dag verwelkomen. De partners bij het OMD-initiatief in Merksplas zijn: de cultuurraad CuRaM, de heemkundekring Marcblas, Gevangenismuseum vzw, het Platform
'Red Merksplas-Kolonie' vzw en Toerisme Merksplas. Zij krijgen hierbij de gewaardeerde hulp van het gemeentebestuur van Merksplas, de huidige eigenaar van de gebouwen en de
aanpalende gronden.

In 1999 werd de beschermingsprocedure met succes afgerond: zowel het landschap als de vijf voornaamste gebouwen zijn definitief beschermd. In dat jaar werd ook de vzw
Gevangenismuseum gesticht. Vanaf april 2007 kan de toerist een bezoek brengen aan het 'Gevangenismuseum' in de landloperskapel en/of met een gids gaan wandelen langs het
Vagebondjespad.

In november 2005 verwierf de gemeente Merksplas de kapel, de Grote Hoeve en de aanpalende gronden. Met de deskundige hulp van professionelen onderzoekt de gemeente de
haalbare mogelijkheden m.b.t. herbestemming, beheer en financiering.

In de lente van 2007 nam de gemeente deel aan de Monumentenstrijd, waardoor de site van Merksplas-Kolonie in gans Vlaanderen met succes werd gepromoot.

Het groenpatrimonium, en het beheer ervan, is in de goede handen van het Vlaams Gewest. Het is belangrijk dat u en ik kunnen genieten van dit mooie domein. Moge onze brochure u
een beetje begeleiden op deze boeiende ontdekkingstocht...

Veel wandel- en fietsgenot namens het lokaal OMD-comité,

Frank Wilrycx, burgemeester,
Kristien Mangelschots, cultuurraad CURAM, Jan Dielis, Toerisme Merksplas
Karei Govaerts, heemkring 'Marcblas' & 'Gevangenismuseum vzw'
Joris Vranckx, Platform 'Red Merksplas-Kolonie' vzw.

Eigen uitgave. OMD-comite Gemeente Merksplas/WortelCultuurraad CURAM;  
 

9. Boeknummer: 00038  
The soldiers of General Maczek in WO II
Oorlog -- Polen           (2004)    [Zbigniew Mieczkowksy]
The soldiers of General Maczek in WO II


Foreword
Sixty years have elapsed from the wartime exploits of the 1st Polish Armoured Division.
Fate denied her soldiers, who brought freedom to other nations, the privilege of liberating their own country. The memorial erected in Warsaw in 1995 thus became a poignant
symbol of their return fifty years after the end of hostilities. It marked the end of their long march home from foreign lands.
Sadly, General Stanislaw Maczek and many of hls soldiers did not live to see the rebirth of a democratie Poland. Among those who did return to take part in the unveiling of
the memorial, built in their honour, are the co-authors of this book who share here their wartime experiences and ordeals.
The aim of this book is to preserve their memories, to bear witness to their fortunes in the uncertain future and to acknowledge the gratitude and friendship manifested in so
many ways by the towns and villages liberated by the Division in Western Europe.
Poland’s decision to make a stand against Nazi Germany in 1939 changed the course of the Second World War. Had she accepted Hitler’s proposals to profeet Europe against
the march of Communism, as she did alone in 1920, the initial German offensive against the West would have prejudiced the outcome of the conflict and reshaped the balance of
political forces in post-war Europe.
That decision brought to Poland unforeseen consequences. Left without help in September 1939, in spite of promises and guarantees, and deserted by Western powers at the
end of the war, she alone amongst the victors sustained complete defeat. Unmeasured destruction, annihilation of one-fifth of her population at German and Russian hands,
deportations and territorial changes altered her historical role from that of a bastion of Western civilisation to a province of the Communist East.
Throughout a thousand years of history at the time of her power as a Republic of Nobility and also on the threshold of her decline by the end of the 18,h century, Poland
exercised a leading role in Central Europe in the development of the Parliamentary system of government, safeguarding the privilege of liberty for her citizens. After the victorious war
with Russia in 1920, having driven back the invading Communist forces and regaining lands of the former Polish Kingdom inhabited by national minorities, she established religious tol-
erance and secured human rights for all her people. These human rights were forfeited during the later 50 years of Soviet imperialist rule.
In September 1939 Poland feil fighting simultaneously against the might of Germany’s mechanised divisions and the Russian armies allied with Hitler. In the last days of peace,
fulfilling her treaty agreement of mutual assistance, she equipped France and England with its most valuable weapon - the Enigma machine. This coding system, acquired by Polish
Intelligence, provided the key to Germany’s war secrets and enabled the Allies to predict all enemy action, including its bombardment schedules, throughout the whole war.
Defeated in the military campaign, the Polish natiën did not for a moment acknowledge full defeat. The Underground Army was born with the echo of the last shot fired in the
defence of Warsaw and grew to comprise half a million volunteers within the next few years.
In the West, forces a quarter of a million strong were formed in two phases. Immediately at the outbreak of war the Polish navy sailed to British ports to continue its activities. General
Sikorski’s call brought one hundred thousand men under the Colours in France. After Germany’s assault on Russia thousands of Polish soldiers who were released from prisons and
labour camps joined the 2nd Corps under General Anders. They were short, however, of officers, whose mass graves were eventually discovered in the Katyn Woods.
Polish soldiers, airmen and seamen fought the enemy on all war fronts: from Narvik to Tobruk, at Monte Cassino and Falaise. In the Battle of Britain every sixth German plane
was shot down by a Polish pilot. The Polish airforce, together with the English and Americans, eventually laid waste to Berlin, Cologne and Bremen.
The battles of the 1st Polish Armoured Division have received much acclaim in literary works by Polish writers and other authors on military matters of the Second World War.
Readers interested in this subject will find several references, not only in respect to the Division itself, but also historical books helpful in understanding Poland in between the wars,
in the enclosed index of sources. This introduction, therefore, is intended only as a guide to the events during which the Division was born and then re-created on foreign soil, an expla-
nation of its traditions and an insight into its most decisive war engagements.
From a peacetime strength of 40 infantry divisions and 10 cavalry brigades, Poland confronted Germany with one million men at the outbreak of the war. Well disciplined and
patriotic, this Polish Army inflicted on the Germans who were twice their number and superior in equipment losses similar in casualties but greater in tanks and equipment than they
sustained later when defeating the Anglo-French forces in 1940.

klik op de pijlpunt links voor het volledige Foreword


Amongst the Polish Cavalry Brigades, the 10th had already become mechanised before the war. Under the command of Colonel Stanisfaw Maczek, from its first encounters
south of Cracow up until the defence of Lwów, she delayed in battles the advance of the enemy Armoured Corps, often fighting against the 2nd German Panzer Division. A few years
later luck gave the 10th Cavalry Brigade their well deserved revenge by surprising the same Division at night in Normandy, dispersing its headquarters and spreading general confusion.
On 17th September 1939 Russian armies, allied with Germany, entered Poland and virtuaily ended large scale military operations except for various points of defence, including
Warsaw, which fought gallantly up to the beginning of October. At that time, on the orders of the Commander-in-Chief of the Polish Forces, the Brigade was withdrawn. Having expe-
rienced some losses, but nevertheless fully mobile and with Regimental Colours intact, she crossed the border into friendly Hungary. The intention to preserve these modern, well
equipped units for further engagements, with unfulfilled hopes of an offensive from the West, enabled the eventual recreation of the Brigade composed of the same men and under the
same commander in France.
The struggle for the freedom of one’s own country whilst on foreign soil is not a common objective in the history of warfare. In the case of Poland, battles for her own independ-
ence fought abroad were immortalised by the words of the National Anthem, originating from the Napoleonic era: Poland is not lost so long as we live. What foreign force has taken
from us, H/e shall recover by sword. These traditions and the awareness of the existence of the re-established legal Government in Paris spurred the immense efforts of many soldiers,
undeterred by hardship and sacrifice, who strived to re-join the Colours alongside the Allies.
The ‘Sikorski Tourists', as the Germans called these volunteers wishing to continue the fight, could be the subject of excellent scenarios and fascinating novels. Leaving
occupied Poland through Hungary, Romania, Yugoslavia, Italy, Greece, Spain and Portugal, by sea to Africa or Scandinavia, Crossing illegal frontiers, often via internment camps, they
arnved in France and after her fall made their way to England.
By summer 1940, two divisions of infantry and the only partially armed 10th Mechanised Cavalry Brigade took part in the defence of France. The Brigade attacked the Ger-
mans with considerable success at Montbart in Burgundy, but after the collapse of the French front and with no petrol available, on the orders of General Maczek, it destroyed its vehicles
and penetrated on foot into unoccupied regions of the country. Diminished in numbers by the loss of those who were killed or imprisoned, but undaunted in spirit, the soldiers gath-
ered together again by various ways and means in Great Britain.
The defence of the British Isles against the expected invasion comprised the main duty of the Polish Forces stationed in Scotland. There, the 1st Polish Armoured Division was
formed out of the 10th Cavalry Brigade and other veterans of the Polish, French and Norwegian campaigns. Many Scottish towns retain plaques and badges from the Polish armoured
units, infantry, artillery and engineers given in recognition of their hospitality in this country's ‘finest hour'.
The invasion of the Continent in 1944 was, for the Division, the beginning of its long awaited main task - to bring freedom to Poland. Within the Canadian Army, belonging to
the 21st Army Group, it sustained considerable losses whilst engaged in decisive action in the Battle of Normandy.
On direct orders from Field Marshall Montgomery, the Division surprised the Germans by penetrating deep behind the front lines and closing the Falaise Gap by occupying the
dominating hills of Montormel. For four days the Polish regiments fought alone against the 7th German Army whose main task was to withdraw to new positions and re-create further
defences in Central Europe. They were attacked by forces ten times their strength now trapped in the pocket and from behind by two Panzer Divisions attempting to re-open lines
of retreat. They fought alone as the Allied units could not break through to the Polish positions. Eventually the Americans reached Chambois and the Canadians got across from the
east bringing supplies and ammunition. Thousands of captured prisoners, in strength several times greater than those resisting them at Montormel, were taken away. Uncountable
numbers of killed Germans and destroyed vehicles remained on the ‘Polish Battlefield’ as it became known amongst the British Forces.
The entrance to the cemetery at Urville-Langannerie, which contains about 900 graves, is adorned with badges of all the regiments, arms and services of the Division. At the main
gate, the sign of Husaria's wings with a helmet against the background of a tank wheel points to the allegorical connection between the Polish horsemen-knights, wearing eagle
wings on their shoulders, liberating Vienna 300 years earlier and the modern armoured troops bringing freedom to the nations of Western Europe [edit.: Poland for centuries pro-
tected Europe from the Ottoman Empire and finally defeated the Turks at Vienna in 1673].
This Divisionai sign embroidered on all uniforms and marked on its vehicles repeats itself often as a main motif on various monuments and cemeteries and has also been retained
on the back cover of this book. The front cover is based on a fragment of the memorial erected in Warsaw and the coats of arms of towns linked with the Division’s history.
Amongst great towns like Abbeville, St Omer, Ypres and Ghent, Breda established particularly strong links with the soldiers of the Division and bestowed honorary citizenship
on all of them. The Dutch have erected several monuments to express their gratitude for liberation achieved without great destruction of this ancient city.
From the moment of disembarkation in France to the surrender of the German naval port of Wilhelmshaven, the Division was in action for 283 days and accomplished a dis-
tance of 1 800 kilometres. Overall losses amounted to approximately one third killed and wounded. These losses were considerably higher in the first line combat units.
Entering Germany in 1945, the Division liberated thousands of prisoners of war captured during the September 1939 campaign - soldiers of the Home Army, people deported
from Poland for forced labour purposes, survivors of concentration camps and many others.
The most memorable day was the liberation of 1 728 women soldiers taken prisoner at the Warsaw Uprising.
In Germany the Polish Forces of occupation, comprising the Division and the Parachute Brigade, were commanded by General Klemens Rudnicki, one of the heroes of the
defence of Warsaw in 1939 and the liberator of Bologna in 1945. Their main task was to give care and shelter to all those compatriots now left to an uncertain destiny in foreign
lands.
For the soldiers of the Division this period was a time for making personal decisions conceming their own future. For officers, including the editor of this book, a return to Sta-
lin's Poland would mean imprisonment or even more serious consequences. Conscious of their friendship and traditions, they formed the International Association of the 1st Polish
Armoured Division to retain the close links of ex-combatants scattered all over the world.
The unveiling of the memorial in Warsaw was one of the proudest moments in the Association’s history, marking as it did the Division’s symbolic return home. The independ-
ence of Poland, regained after 50 years of Soviet rule, also made it possible for the Association to hand over the regimental traditions it had safeguarded to various units of the
Polish Army.



Foundation Commemoration of General Maczek First Polish Armoured Division. Warsaw/London;  
 

10. Boeknummer: 00040  
Inventarisatie cultuurhistorisch waardevolle boerderijen in Noord-Brabant
Monumenten -- Boerderijen, algemeen           (2007)    [F.W.van Dommelen, G.G. E. M. Dirven]
Inventarisatie cultuurhistorisch waardevolle boerderijen in Noord-Brabant


VOORWOORD
De Boerderijenstichting Noord-Brabant presenteert later dan gepland, maar met trots deze Inventarisatie van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen, die in de jaren 2003 tot
en met 2006 in de provincie Noord-Brabant heeft plaatsgevonden. Dit enorme karwei, een uitvloeisel van '2003 Jaar van de Boerderij', kon alleen uitgevoerd worden dank zij de
enthousiaste medewerking van tientallen Heemkundekringen in de provincie. Wij zijn hen zeer erkentelijk voor de investering in kennis en tijd.

Het betreft hier geen project dat op wetenschappelijk niveau is uitgevoerd. Het gaat hier om een telling, om een eenvoudige inventarisatie. Het gaat over aantallen en (een
indicatie van) kwaliteit van de historische boerderijen, zodat we weten waar we over praten als het gaat hoe boerderijenrijk Brabant nog is.

Uitgangspunt voor deze Inventarisatie was het Monumenten Inventarisatie Project (MIP), zoals dat in het begin van de jaren negentig door de provincie is uitgevoerd. In de
tussentijd zijn in de hele provincie de gemeenten opnieuw ingedeeld en zijn er zgn. Reconstructie-/ Revitaliseringsgebieden gevormd. Bij de presentatie van de resultaten is
daarom uitgegaan van de huidige administratieve situatie en is de onderverdeling per gemeente gerelateerd aan de MIP om een vergelijking 'toen/ nu' mogelijk te maken.
De resultaten zijn getotaliseerd per Reconstructie-/ Revitaliseringsgebied extra toegevoegd en zijn bedoeld als aanzet voor de ontwikkeling van beleid op het gebied van
(her)gebruik en behoud van cultuurhistorisch belangrijke boerderijen.

Wij hopen dat de hier gepresenteerde gegevens de basis zullen vormen voor een voortdurend enthousiasme bij velen voor het behoud van de Noord-Brabantse
cultuurhistorisch waardevolle boerderijen en hun omgeving. Het resterende boerderijenbestand is tenslotte één van de dragers van een 'Mooi Brabant'. Een
dergelijke waardevolle erfenis moet met kennis en kunde worden beheerd en daarvoor zal in de komende tijd nog veel werk moeten worden verzet.

Wij vertrouwen er op dat de 'Aandachtspunten' bij de beleidsmakers en beleidsuitvoerders zoveel weerklank zullen vinden dat alle Brabanders met een gerust
hart toekomstige inventarisaties tegemoet kunnen zien.

Tenslotte willen wij de Provincie Noord-Brabant hier in het bijzonder bedanken voor de financiële steun, waardoor deze uitgave mogelijk is gemaakt.

het bestuur van de Boerderijenstichting Noord-Brabant
Oisterwijk, september 2007

Inleiding
Tijdens de voorbereiding van '2003 jaar van de Boerderij' kwam bij de daartoe ingestelde provinciale werkgroep de vraag naar voren /hoeveel cultuurhistorisch waardevolle
boerderijen zijn er in onze provincie aanwezig?”.
Een eerste aanzet tot een telling is in 1941 uitgevoerd door leden van de toenmalige Jonge Boerenstand. In 94 gemeenten of kerkdorpen werden 6609 boerderijen geteld,
waarvan 4839 van het langgeveltype, 919 van het kortgeveltype en 370 T-huizen of krukhuizen. Mgr. Dr. G.P.J.Bannenberg rapporteerde daarover in Brabants Heem.

De Boerderijenstichting Noord-Brabant ging vanaf haar oprichting uit van ca 2500 boerderijen. Dit geraamde aantal is vermeld in de in 1997 uitgegeven video over de
Brabantse boerderijen en in de uitgave van de Commissie Boerderijenzorg van Brabants Heem (het zgn. zwartboek) In december 2001 verschenen de resultaten van een landelijke “onderbouwde raming”
van de Stichting Historisch Boerderijen Onderzoek (SHBO). In deze raming was becijferd dat in Noord-Brabant 37,4 % van alle MlP-boerderijen gebouwd voor 1940 verdwenen
waren en nog eens 22,6 % door bouwkundige ingrepen ernstig was aangetast. Het totaal aantal nog aanwezige boerderijen met een hoofdgebouw van voor 1940 werd daarbij
evenwel geraamd op 10.500. De SHBO constateerde in haar rapport dat in heel Noord-Brabant een zeer groot deel van het bouwbestand blijkt te zijn verdwenen sedert de MIP-
inventarisatie van de provincie (1988 tot 1993). De provincie loopt in dit opzicht aan de kop. Het verlies ligt hier tweemaal zo hoog als het landelijk gemiddelde, was de
conclusie.

klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding


Niet lang daarna publiceerde de provincie de eerste versie van de CHW (cultuur-historische waardenkaart) met daarin 3850 opgenomen waardevolle boerderijen.
Hoeveel boerderijen waren opgenomen in de 131 MlP-rapporten was nooit nagegaan.

Als één van de eerste activiteiten in het kader van '2003 Jaar van de Boerderij' initieerde de provinciale werkgroep het voorstel om een inventarisatie per gemeente uit te voeren
van alle nog aanwezige waardevolle boerderijen van vóór 1950.
Het doel hiervan was het verkrijgen van actuele cijfermatige gegevens per gemeente over het aantal, soort, gebruik en onderhoudstoestand van de nog aanwezige cultuurhistorisch
van betekenis zijnde boerderijen in de provincie.
De inventarisatie werd mede ondersteund door de provincie, het Monumentenhuis, de Z.L.T.O. en de Stichting Brabants Heem.

Voor de uitvoering heeft als uitgangspunt gediend de registratie van alle boerderijen opgenomen in de MlP-rapporten. Daarnaast zijn tijdens de inventarisatie in een aantal
gemeenten nog aanvullingen op de MlP-lijsten voorgesteld.

Voor de uitvoering is de medewerking gevraagd van de lokale heemkundekringen en erfgoedinstellingen. Het grootste deel van de inventarisatie is door betrokken leden van
de plaatselijke heemkundekringen uitgevoerd. Naar schatting hebben meer dan 200 heemkundeleden hun medewerking gegeven. In enkele gevallen hebben leden van
gemeentelijke monumentencommissies, consulenten van de Federatie Noord-Brabants Monumentenoverleg en anderen de inventarisatie uitgevoerd. De inventarisatie is einde
2002 gestart en zo veel mogelijk uitgevoerd per Reconstructiegebied.

Voorafgaande aan de veldverkenning zijn voor de deelnemers per regio instructiebijeenkomsten gehouden, waarbij de door de provinciale werkgroep opgestelde
'Leidraad voor de inventarisatie van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen in Noord- Brabant' richtinggevend was (zie bijlage 1).

De afronding vergde meer tijd dan was voorzien. Eind 2006 zijn de laatste inventarisaties uitgevoerd en konden de resultaten met behulp van een database in beeld worden
gebracht. De ontwikkelingen binnen de land- en tuinbouwsector wijzigen de laatste jaren zo snel dat de inmiddels gereedgekomen inventarisatie een gedateerd beeld geeft van de
situatie tijdens de terreinopnames.

De heemkundekringen voelden zich zodanig betrokken bij de problematiek rond de instandhouding van interessante boerderijen in hun dorp of gemeente dat er
tentoonstellingen zijn ingericht, fietstochten werden georganiseerd en zelfs fotoboeken zijn uitgegeven.

Geconstateerd kan worden dat de inventarisatie op veel plaatsen extra aandacht heeft teweeggebracht voor de instandhouding van de voor Noord-Brabant zo belangrijke
historische boerderijen zowel in de kernen van steden en dorpen als in het buitengebied bij landerijen en rondom natuurgebieden. De nog aanwezige waardevolle boerderijen
vormen zodoende een belangrijk onderdeel van de identiteit van het Brabantse land.

Na de afsluiting van de activiteiten rond '2003 Jaar van de Boerderij' is de afronding, de verslaglegging en de publicatie van de inventarisatie overgenomen door de
Boerderijenstichting Noord-Brabant. Deze Stichting heeft zich ten doel gesteld om op die wijze bij te dragen aan het instandhouden van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen in
de provincie Noord-Brabant.



Boerderijenstichting Noord-Brabant;  
 

11. Boeknummer: 00041  
Gouwe Gasten Goei Volluk
Historie -- Breda, algemeen           (2002)    [Rinie Maas]
Gouwe Gasten Goei Volluk


Voorwoord Chris Rutten,burgemeester van Breda
Geachte lezer,
U heeft op dit moment een 'pareltje van het zuiden' in handen.
Rinie Maas is er namelijk wederom in geslaagd een prachtige bundel met verhalen ‘van en voor het volk’ samen te stellen.
Rinie Maas behoeft eigenlijk geen introductie meer want wie kent hem niet? Elke week weer kan heel Breda (mits natuurlijk geen 'nee-nee-sticker' op de brieven-
bus) genieten van een verhaal over een Bredanaar of een Bredase gebeurtenis. Met vlotte pen, in een zeer plezierige stijl, schildert hij met woorden fraaie taferelen, en
zie je de persoon of het gebeurde verschijnen op je netvlies. En elke keer leer je weer iets over het vroegere leven in onze prachtige stad.
Naast de wekelijkse bijdrage aan de Bredase Bode is er natuurlijk ook het boek 'Gaode mee door ‘t Aogje'. In 1998 bestond Princenhage 800 jaar, en dat was de eerste
aanleiding voor Rinie om verhalen te bundelen tot een boek. Het lijkt me dan ook stug dat er nog Bredanaars zijn die nog nooit een pennenvrucht van Rinie Maas
onder ogen hebben gehad. Maar mocht dat zo zijn, dan kan het nu meer dan goed worden gemaakt.
Ter gelegenheid van 750 jaar Breda heeft Rinie zo'n 50 verhalen geschreven over het 'Breda van weleer' zoals de ondertitel van dit boek luidt. Het boek behandelt 80 jaar
recente geschiedenis van onze Stad met Karakter volgens het beproefde recept: volksverhalen opgetekend uit de monden van vertellers en omgezet in kleurrijke bewoor-
dingen. Dat is Rinie wel toevertrouwd.
Dat Uitgeverij Vorsselmans de uitgave verzorgt en de daarbij behorende risico’s voor zijn rekening neemt is natuurlijk fantastisch. Natuurlijk, Vorsselmans kent als
geen ander de aantrekkelijkheid van de verhalen van Rinie: Vorsselmans is immers ook de uitgever van de Bredase Bode. Het 100-jarig bestaan van de Uitgeverij is
wellicht één van de redenen van dit genereuze gebaar.
Maar wat de achtergronden ook zijn, op deze plaats wil ik Vorsselmans danken voor het mogelijk maken van de bundel en hem natuurlijk van harte feliciteren met dit
eeuwfeest. Ik wens hem toe dat het boek een succes wordt en dat de uitgeverij nog vele voorspoedige jaren zal hebben.

Lezer,
Pak en lees een verhaal, over Mieke Bukkum of de Rooie Mie, over het gemeenteziekenhuis of de koepelgevangenis en laat u meenemen naar tijden die alleen nog bestaan
in verhalen en in afbeeldingen; laat een beetje heimwee u bevangen en laat de geest zich verenigen met 'Gouwe Gasten, Goei Volluk' uit de vorige eeuw van Breda.

Rinie, bedankt, het is prachtig, en ik hoop dat vele Bredanaars het boek zullen aanschaffen en zich mee laten slepen door je manier van vertellen. Dank voor je
feestelijke bijdrage aan het 750-jarig bestaan van ons Breda, Stad Met Karakter, en voor het vele werk dat je hebt verzet om dit boek tot stand te brengen.
mr. C.G.J. Rutten
burgemeester van Breda

Gouwe Gasten, Goei Volluk Het Breda van Weleer 1920-2000
Deze tweede bundel geromantiseerde stadsverhalen op historische grondslag verschijnt ter gelegenheid van Breda 750 jaar. De eerste verhalenbundel van Rinie
Maas 'Gaode mee door ‘t Aogje', verscheen in 1998, ter gelegenheid van Princenhage 800 jaar. Gezien het succes van deze bundel is dit boek daarop eigenlijk een logisch
vervolg.
'Gouwe Gasten. Goei Volluk' is een uitgave van de Bredase Bode, als hommage aan de Baroniestad. De verhalen over mensen en gebeurtenissen in de stad Breda wer-
den eerder gepubliceerd in de Bredase Bode in de rubriek Het Breda van Weleer. Op 18 oktober 1995 liet Rinie Maas als kroniekschrijver voor de eerste maal aan
de hand van jeugdherinneringen, primaire bronnen, archieven en documenten het verleden van Breda herleven in de Bredase Bode, die toen nog 'De Bredanaar' als
titel droeg. De daaropvolgende jaren zouden nog vele ontboezemingen uit de vlotte pen van Rinie Maas vloeien. Talrijke kleurrijke figuren uit Breda zijn door de
schrijver in de loop der jaren opnieuw in de schijnwerpers geplaatst. Janus Jongbloed, de Patriarch van de Abrahamschoot, Kaatje en Mieke van de Haagdijk, Pik-
kie van het Valkenberg zijn maar enkelen van de opmerkelijke mensen die in hun eenvoud voor de Bredanaars absoluut een hoofdrol in de stad hebben vervuld en daar-
door terecht een plaats hebben gekregen in dit boek.

Sinds de eerste publicatie in 1995 is Het Breda van Weleer uitgegroeid tot een vaste waarde van de Bredase Bode en één van de meest gelezen rubrieken in het week-
blad. Dat het elke week opnieuw veel gevoelens en emoties losweekt bij de lezers, blijkt wel uit de grote hoeveelheid reacties die de redactie iedere keer weer ont-
vangt. Naast bepaalde aanvullingen, correcties en opmerkingen, kruipt menig lezer in de pen om uitgebreide opstellen en zelfs complete ontboezemingen op papier te
zetten. Onder de reacties werd de afgelopen jaren de roep om de verhalen te bundelen steeds luider. Tegelijkertijd kreeg de Stichting Breda 750 jaar meerdere suggesties
om in het jubileumjaar een boek over historische Bredase personen te laten verschijnen. Daarbij werd de naam van 'onze' Rinie Maas uitdrukkelijk genoemd. Het logi-
sche gevolg was een bundeling van de krachten, wat heeft geresulteerd in deze bijzondere uitgave met Stads-verhalen.

Op zijn bekende wijze heeft Rinie Maas gebeurtenissen uit het verleden opnieuw kleur gegeven. De demping van de Mark omstreeks 1940 o.l.v. burgemeester B.W.Th.
van Slobbe, als 'opstapje' om ook de Haven te dichten, verteld door de ooggetuige Manus Schimmelaars, is maar één van de verhalen die naar onze mening onmid-
dellijk de aandacht van de lezer trekken. Deze bundel maakt wederom duidelijk dat Rinie Maas over de gave beschikt om zowel voorname en belangrijke als preten-
tieloze” Bredase historische personen en gebeurtenissen te beschrijven op een dusdanige manier dat het verhaal van het begin tot het eind blijft boeien. Door middel van
deze verhalen blijft de geschiedenis van Breda levend, ook de komende 750 jaar. Ik wens u véél leesplezier toe.

Jan Willem van Bodegom,
hoofdredacteur De Bredase Bode

Inhoud Gouwe Gasten, Goei Volluk
1. LUT, DE LAATSTE BREDASE KLEPPERMAN.............................
2. EEN LIEFDESKAART VOOR JUFFROUW JASPERS.........................
3. PIET AVONTUUR.............................................
4. TINUS DE KLOPPER.............................................
5. HUIS GROOT WOLFSLAAR.........................................
6. DE SCHOLENSAMENZANG........................................
7. DE ROOIE MIE VAN DE NIEUWE WEG.................................
8. DE MEESTERLIJKE LEO CANJELS...................................
9. DE BOMINSLAG OP BAD GINNEKEN EN DE BALFORTBRUG.................
10. HET GEMEENTEZIEKENHUIS AAN DE SCHORSMOLEN.....................
11. WEESHUIS SINT WILLIBRORDUS....................................
12. DE BOSCHSTRAAT...............................................
13. DE PATRIARCH VAN DE ABRAHAMSSCHOOT............................
14. HET VERMAARDE ZESDE EN DE GIFPIL...............................
15. HET BREDASE PALACE-THEATER: BRUTUS EN CALIGULA..................
16. HET SPORTFONDSENBAD EN DE VIERWINDENSTRAAT.....................
17. DE KWATTA IN BREDA............................................
18. HET BADHUIS AAN DE FELLENOORDSTRAAT...........................
19. MIEKEBUKKUM................................................
20. HET VERDWENEN GEHUCHT HEUSDENHOUT...........................
21. DE MARIA-HEMELVAARTKERK.....................................
22. NAC’S NOBELSTE ZWOEGER: PAUKE VAN DEN HOVEN.....................
23. HET MEEST UNIEKE PARK VAN NEDERLAND: HET VALKENBERG.............
24. HET BOZE BEGIJNTJE............................................
25. PIKKIE VAN HET VALKENBERG.....................................
26. DE BREDASE ORGELDRAAIER JANUS JONGBLOED.......................
27. DE BREDASE BRUINTJES..........................................
28. WIE WAS SIMON BOOG...........................................
29. SNARF VAN DORST..............................................
30. DE POKKENPRIK VAN PIET JOOSSEN.................................
31. DE DRIE MUSKETIERS VAN BREDA..................................
32. OVER BEROEMDE BREDASE HISTORISCHE PERSONEN.....................
33. HET VERZET VAN JANTJE DE SCHOENLAPPER EN D’N BLOMKOOL............
34. DE AANSLAG: HET GEVECHT OM DE WILHELMINABRUG..................
35. DE POËZIE VAN MARTINUS NIJHOFF OVER DE BARONIELAAN...............
36. HEIN VAN GASTEL: RASPAARDJE VAN RATH VERLEGH....................
37. LEVEN EN WERK IN DE WIJK DE SCHORSMOLEN........................
38. HET SLACHTHUIS VAN DIRECTEUR MEYER IN DE BELCRUMPOLDER..........
39. VROUW DE BRALIE EN DR. FRANS HEYLAERTS..........................
40. KRISKRAS DOOR BREDA; DE ZUSTERS FERD1NANDA EN CORONA............
41. EEN BOEKETJE BLOEMEN VOOR APPELSIENTJE..........................
42. LEVENSMIDDELEN EN COMESTIBLES IN DE BREDASE BUURTWINKEL........
43. DE ZANDBERGWEG. LOUISKE BOMBARDON EN DE WITTE KUBBER...........
44. DE KOEPELGEVANGENIS..........................................
45. HET S1NT-IGNATIUSZ1EKENHUIS....................................
46. PROCESSIES EN PELGRIMAGES: WAT HEEFT BREDA MET SCHERPENHEUVEL?...
47. HET HEUVELKWARTIER..........................................
48. EEN BREDASE ST. CHRISTOFFEL...................................
49. HET BRABANTPARK............................................
50. DE GEDEMPTE MARK............................................
51. KAATJE EN MIEKE VAN DE HAAGDIJK...............................

Uitg. Vorsselmans Zundert;  
 

12. Boeknummer: 00042  
Honderd seizoenen van Land tot Stad
Ruimtelijke-ordening -- Breda buitengebied           (2003)    [Piet Hein Stulemeijer]
Honderd seizoenen van Land tot Stad


Vooraf
Michel Gorrissen
directeur Gebouw F

Gebouw F, het centrum voor architectuur te Breda, wil het grote publiek enthousiast maken voor architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur vanwege
het grote belang van deze onderwerpen voor het woon-, werk- en leefklimaat van de stad. Het centrum initieert onder meer debatten, tentoonstellingen,
wedstrijden, prijzen, rondleidingen en bijzondere publicaties.

Een dergelijke, heel bijzondere publicatie ligt nu voor u: het monumentale project Honderd seizoenen van land tot stad. Piet Hein Stulemeijer, beeld-
houwer en fotograaf, legde gedurende 25 jaar de verandering vast van een buitengebied: landbouw en landschap transformeert in een nieuw stadsdeel,
met een opvallende stedenbouwkundige opzet en circa 30.000 inwoners. Stulemeijers boek is een reisverslag van dit avontuur door tijd en ruimte.
Centraal staat het beeldverhaal, maar dat wordt ondersteund door boeiende beschouwingen en anekdotes. Piet Hein Stulemeijer is de reisleider, die de
ontstaansgeschiedenis in kaart heeft gebracht en elke plek en de bijzonderheden ervan kent. De fotoreeks meandert door het boek als een rivier door
het landschap. Het reisgezelschap bestaat voorts uit een aantal gerenommeerde auteurs, die op de rustplekken hun verhalen vertellen. Het boek
nodigt u uit deze reis mee te maken of opnieuw te beleven.

Honderd seizoenen biedt een magnifiek inzicht in de ingrijpende gevolgen van de verandering, vanuit zowel ruimtelijk als sociaal-maatschappelijk oogpunt.
Daarnaast bevat het verrassende informatie vanuit onverwachte invalshoeken, zoals de landbouw, de bouwtechnieken, de natuur, de voorzieningenstructuur
en zelfs de afvalinzameling. Het basismateriaal vormt een rijke bron voor het grote publiek terwijl het ook uitnemend geschikt is voor onderwijskundige,
culturele en wetenschappelijke doeleinden.

Ik dank Piet Hein Stulemeijer en vele anderen voor de zeer plezierige samenwerking en/of hun financiële steun.

ANEKDOTES
Piet Hein Stulemeijer
Binnenweg
Gageldonkseweg
Mijkenbroek
Achter Emer
Rietdijk
Velddonksebaan
Werftseweg
Bredestraat
Muizenberg
Kesteren
Burgstsedreef I
Burgstsedreef II

Uitg. De Geus Breda;  
 

13. Boeknummer: 00044  
De stad, een fotograaf en zijn fiets
Historie -- Breda, algemeen           (2008)    [P.Haverman, Wessel Keizer]
De stad, een fotograaf en zijn fiets en andere verhalen van mensen die Breda in hun hart dragen


Inleiding
De Stad der Vrouwen

Mensen, jong en oud, ze rollen en ze lopen. Straten, terrassen vol met opgewekte personen. Wat maakt hen toch zo anders? Wat verbindt hen?
Zo klein is de stad niet meer. Niet als een dorp. Hoe organiseren ze hun leven? Hoe behouden ze hun warmte, hun geborgenheid in een wereld die
om 'efficiency' vraagt? Hoe blijven ze elkaar kennen, in de grote massa?
Hoe houden ze hun groene landschap in en om de stad, hun historische gebouwen, hun ambachtelijke inborst? Hoe kan het dat ze daarnaast toch
innovatief en grootschalig kunnen denken? Amerikanen boeien? Chinezen!
Wat is dat, het Bredase geheim?

Hoe te leven
Wessel Keizer zoekt de antwoorden. Een fietsende fotograaf die langs lanen en door stegen stevent. Een zoeker die vanaf het zadel ziet. Hij verwacht de
verrassing, geniet van de verwondering, verdrinkt in de wereld die achter de foto ligt. Hij bewaart het voor ons en het nageslacht: het begeerde Ginneken
en het Westerpark, waar de wens wordt verwezenlijkt om 'een eigen huis' te hebben. De Knokkestraat waar een kind zijn eerste contacten legt die later
gouden herinneringen blijken te zijn. De goudkust van het Montenspark waar diversiteit zich niet in huidskleur maar in bouwstijlen uit.

De ongekroonde stadsfotograaf zoekt een antwoord zonder woorden. Bredanaars weten immers intuïtief wanneer het juist is. Ze denken in beelden.
Beelden van vroeger, het goede leven. Beelden van straks, de betere toekomst. Bredanaars groeien in balans. 'Niet te gek, eej kul.' Ze weten hoe te
leven, die 170.000 in het Haagje van het Zuiden. 'Breda, mijn stad,' zeggen ze. Maar niet alleen de stenen zijn de genen.

klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding


De bron van het Valkenberg
Eeuwen water vloeide door Aa en Mark. Eerlijk water, het schonk de bieren een goede smaak en daarmee wellicht de drinkers. Hun 'joie de vivre' ging
niet ten koste van verantwoordelijkheid. - De nieuwe haven is als een teruggevonden parel -. Het optimisme van de werkenden opende de weg naar
welzijn. Meer nog dan welvaart, een glimp van het geheim.

De genen van de stad zijn oud en voornaam. Ze zijn diplomatiek en diep ontwikkeld. De clerus, de magistraat, de prinsen van het kasteel, mijmerend
door de Reigerstraat kom je ze tegen. De vrouwen van het Valkenberg verankerden een feminiene bron die onvindbaar de Bredanaars voedt. De
chique zwanen in hun park boezemen de nieuwkomer vertrouwen in. Traag maar natuurlijk assimileert Breda.

Verantwoorde variatie
De fysieke stad is net als het leven, een avontuur dat beleeft mag worden. Voor de een een stratenpatroon als een Engelse tuin, voor de ander een
dwaal- en doolmilieu met vaste ankerpunten. Waar de Kwatta en de Etna zijn verdwenen, klopt iets niet. Het Klapcot en de Havermarkt daarentegen,
zijn Breda ten voeten uit. Sterk is de stad en kwetsbaar zijn haar kinderen.
Transparant is de high tech architectuur op het historische Chassé-terrein en mysterieus zijn de middeleeuwse sporen in de moderniteit. Die variatie
maakt het spannend.

De uitbreiding en inbreiding van de stad vraagt om rijpe reparateurs. De shuttle van de HSL meert aan waar eerder paarden fusten 3-Hoefijzers-bier
vervoerden. Via Breda loopt als een Romeinse heerbaan langs kolossale silo's, tentoonstellingen van industriële grandeur. Het is moeder Breda die de ver-
binding moet maken tussen de diverse karakters van haar kroost. Het is moeder Breda die zonder betuttelend te zijn haar verantwoordelijkheid moet
nemen voor de regio. Het palet van Van Gogh ligt immers in haar achtertuin.

Bredase beweging
Die bijzondere manier van leven, kunnen we die beschrijven? 'Bredanaars zijn Bourgondiër, Westerling en Belg tegelijk,' stelt Paul Schnabel, directeur
van het Sociaal Cultureel Planbureau, over zijn geboortestad.
Echt zijn ze, de Bredanaars en soms zelfs doortastend; in hun harten jong en vrolijker dan de buurman. Hun werkwijze kun je typeren als een 'familiair
professionalisme'.

Het geheim van de Bredase levenswijze ligt in de garnizoenen van weleer. Officieren mochten vroeger niet katholiek zijn. Protestanten vestigden zich
in de Nassau-stad. Uit de integratie van Belgen, Bourgondiërs en Westerlingen groeide geruisloos een nieuwe gemeenschap. Een gemeenschap die, hoe
militair masculien ook van buiten, zacht van binnen bleef. De officieren verbleven immers in de stad van hun vrouwen.

Is dat het geheim van Breda? Een vrouwelijke stad. Vroeg werd ze geteisterd door godsdiensttwisten. Toen elders de wereld zwart-wit was, lagen zowel
de Hollander als de Spanjaard in haar bed. Ze heeft ze van dichtbij leren kennen, hen ontdaan van hun wapengekletter en met zachte hand gevoeld
dat beide mannen mensen bleken. Dat onverbrekelijke geloof in de mens, zoals een moeder haar kinderen blind vertrouwt, dat is de Bredase beweging.

Vrouwelijke verbinding
Hoewel garnizoenstad hebben vrouwen hier altijd invloed gehad. Toonden mannen daardoor hun betere kant? Bovendien hield de 'gemene mensch
vant laant' al te hoge ambities aan de grond. Het is de x-factor van het Bredase chromosoom die doorslaggevend is. Een stad met een open en
sociale oriëntatie. Een stad voor wie de bloeitijd pas begint.

De druk van de wereldhavens Antwerpen en Rotterdam, de Chinese relaties, de Amerikaanse interesse, het Benelux-centrum; de vooruitgang dient zich,
soms opdringerig aan, als een ongeduldige jongeling.
Dan is het aan Breda om haar waardigheid te tonen. De vrijers mogen langskomen, mee-eten zelfs. Maar zij bepaalt hoe lang en waar ze slapen. Geen
industrie meer zonder duurzame uitgangspunten, geen plannen zonder beschouwing van het omgevingseffect. Geen besluiten zonder draagvlak.

Liefdevolle erflaters
Residuen van de oude beschaving vormen een netwerk met de futuristische bespiegelingen van de beleidsmakers van vandaag. Plannen krijgen als
kazen tijd om te rijpen. 'Pieken in de Delta' geven zicht op de weelderige wol die zonder veel geschreeuw aan de Zuid-Nederlandse 'schaopkes' groeit.
Het toerisme en de horeca kennen hier een on-Nederlandse gastvrijheid.
Kansen voor een economisch cluster van onderwijs en ondernemingen? De techniek en onderhoudsector zijn zo sterk dat ze duizenden mensen tekort
dreigen te komen. Zorg, 'food', 'visual design', logistiek lijken lokale brandstoffen voor de economie van de toekomst. Liefdevol worden ze geëxplo-
reerd, met aandacht gevoed en subsidiair gestimuleerd. Zo werkt het nieuwe Breda, de hoofdstad van de regio, met de liefdevolle visie van haar erflaters.

De derde weg
Is Breda dan niet ambitieus? Wil ze dan oud worden en verstoffen? Wie dat denkt, kent haar niet. 'Meta', zou haar koosnaam kunnen zijn. Soeverein,
staat ze boven de ambitie. Ze overtreft de hitsigheid van de dag met haar lange-termijn-visie van uitgebalanceerde groei. 'She's watching the game,
controlling it,' om het met een verwijzing naar de musical 'Chess' te zeggen.
Ze is een schaker, Breda, en een familiemens. Uit dezelfde genen ontspruiten heel verschillende telgen. Breda hemelt hen
niet op (naar de 'eerste' Amerikaan Adriaen van der Donck is nog steeds geen straat vernoemd) en verstoot hen niet (zelfs de voormalige drie werden
menswaardig behandeld). Ze houdt haar kinderen bij elkaar en zoekt de derde weg. Het mag 'goed toeven' zijn voor allen in deze regio.

La grande dame
Wessel Keizer heeft die familie van Bredanaars, bezoekers en buitenlui, bezield geportretteerd. Handwerkers en bankzitters zien we in dit boek, delicate
dames en 'hupse dingskes'; decente drachten voor het Nassaumonument, kleurrijke kinderen op de kermis in de herfstvakantie. De familie verpoost en
drinkt bier in deze brouwersstad, het bier dat overal bij past. En ze eten Vlaams: friet van Christ, die hier 'vroeger nog wel eens ooit, echt is gewist'.
Hun frivole feesten zijn geworteld in religie. 'La grande dame' op de Grote Markt, leeft in het hart van alle Bredanaars. De processie van Niervaert her-
innert aan pragmatische piëteit. Religie rendeert. 'L'église Wallon' is een waarzegster voor de intellectuele elite. Wie een kaarsje brandt in de Sint-
Joost-kapel kapittelt het consumentisme. Gebrandschilderde schetsen uit het leven van Onze Lieve Vrouwe verkondigen het Bredase geloof in een
duurzame, verdraagzame samenleving. Een geloof in de oneindige groei van de familie. Een geloof in de bron van de jeugd.

Toekomst aan de jeugd
Breda zou daarom het mooiste studentencomplex van de wereld moeten worden. Studenten als stadsambassadeurs. Met z'n tienduizenden zijn ze,
Breda's jong talent. Ze zwermen uit in de stad, naar de regio, het land, Europa. Ze steken met hun enthousiasme anderen aan. Die komen dan weer
van heinde en ver. Het is al heel gewoon dat je in de supermarkten Duits, Engels, Spaans, Chinees hoort spreken.
En het zijn niet alleen de HBO-ers van Avans en NHTV die sprankeling brengen. Het Vitalis-College vitaliseert de stad met kansen voor verzorgenden. Het
Florijn berekent de toekomst met de discipline van Ignatius. Voorbeelden van vooruitstrevende MBO-opleidingen.
Talloze jonge Bredanaars ontmoeten de vele professionele en hulpvaardige handen van middelbare scholen als OLV, Mencia, Newman en Nassau.
De Bredase genen brengen nog oorspronkelijke leraren voort die in het basisonderwijs de mentaliteit van de stad vermenigvuldigen. We mogen er
allemaal zijn, met respect voor elkaars variatie.

Bredase beelden
In plaats van de grote -ismen heeft een verzameling van kleine verhalen de vorming van ons wereldbeeld overgenomen. Zo is het ook met het stads-
beeld. Dat wordt gevormd door duizenden beelden per dag. Soms heb je niet eens in de gaten dat ze zich aandienen. Wessel Keizer ziet de stad als
plek om plezier te maken, de stad als atelier, als werkplaats, de stad als thuis!

Dit fotoboek is een innemende impressie van onze stad. Geen hokjes, geen dwangmatige scheidslijnen separeren de Bredase beelden. Het leven dient
zich immers ook in fragmenten en stadia aan. Sommige Bredanaars vertellen hun beelden van het Bredase geheim, als vrienden aan de keukentafel.
Keizer (fotografie), Homburg (vormgeving) en Haverman (interviews) maakten een fotoboek als een familie-album van de stad. Een album zoals alleen
zachtaardige mannen het kunnen samenstellen.
November 2008,
Wilbert van den Bosch



Uitg. Van Kemenade Breda;  
 

14. Boeknummer: 00045  
Beekse Bakhuizen. Als een bakhuisje praten kon
Monumenten -- Bakhuizen           (2004)    [Kees Nagelkerke]
Beekse Bakhuizen. Als een bakhuisje praten
Dit boek is via deze link verkrijgbaar in de winkel van Heemkundekring Op de Beek.


VOORWOORD
Niet iedereen weet heden ten dage meteen wat een „bakhuisje” is en menigeen kijkt ook raar op als je dan zegt dat het een huisje is voor het bakken van het dagelijks brood.
Maar het is dan ook al weer lange tijd geleden dat de boer zijn eigen „warme bakker” was. Daarvoor bouwde hij bij zijn boerderij een huisje. En over die huisjes gaat dit boek.
We mogen ons gelukkig prijzen dat er op de Beek her en der nog 42 van deze huisjes staan.
En deze hebben allemaal een plaatsje gevonden in dit boek. Verscholen achter boerderijen en bosschages leiden ze immers nu vaak hun teruggetrokken en kwijnend bestaan.
Maar in het verleden waren ze dikwijls het middelpunt van activiteiten. Zodoende heeft ieder huisje uiteraard ook zijn eigen verhaal en daarmee komen ze nu aan het woord, want
als ze praten konden....
Slechts enkele bakhuisjes zijn weer aan de vergetelheid onttrokken, kundig gerestaureerd en hebben een nieuwe bestemming gevonden. Maar het wordt de hoogste tijd om er voor
te zorgen dat deze brok historie niet definitief verdwijnt en ook de andere huisjes voor de ondergang worden behoed.
Onze plaatsgenoot Kees Nagelkerke heeft zich veel moeite moeten getroosten om de geschiedenis en al die unieke verhalen te verzamelen en op schrift te stellen.
De kunstenaar Jan Tankink, eveneens een plaatsgenoot, heeft die verhalen vertaald naar mooie romantische illustraties. De bijzonderheden van elk verhaal worden daarmee in
beeld gebracht.
Ook is hiermee wederom een waardevolle nieuwe stap gezet op de eindeloze weg van de geschiedschrijving van ons dorp. Wij zijn hen daar - samen met u - bijzonder dankbaar voor.
Tevens is er onze hoop dat met dit prachtige boek de belangstelling voor dit cultureel erfgoed opnieuw leven wordt ingeblazen en dat er meer mogelijkheden en maatregelen
komen die het behoud van de bakhuisjes in de toekomst garanderen.
De dank van het bestuur van de Heemkundekring OP DE BEEK en zeker ook van alle lezers gaat uit naar de auteur en illustrator en al degenen die hun medewerking gegeven hebben.
Met gepaste trots wordt dit boek u ter lezing en kijkgenot aanbevolen.
Ad van Melis
Voorzitter Heemkundekring OP DE BEEK.

PS. Niet alle bakhuisjes zijn zichtbaar vanaf de openbare weg.
Vraag altijd eerst toestemming van de eigenaar als u het erf wilt betreden.

Heemkundekring Op de Beek;  
 

15. Boeknummer: 00048  
Landgoed Wolfslaar
Monumenten -- Landgoed, Wolfslaar           (ca. 2000)    [..]
Landgoed Wolfslaar

LANDGOED WOLFSLAAR
Aan de zuidrand van de stad, tussen Breda en Ulvenhout ligt het eeuwenoude landgoed Wolfslaar. Het landgoed bestond vroeger uit een landhuis, een koetshuis, een park en twee boerderijen:
Groot Wolfslaar en Klein Wolfslaar, met de daarbij horende landerijen.
Door ontwikkelingen in de tijd is het landgoed niet meer als één geheel intact. Het omvat nu een landhuis, een koetshuis en een openbaar park, in eigendom van de gemeente Breda.
Groot- en Klein Wolfslaar zijn particulier bezit. In 1965 is aan de rand van het landgoed het openluchtzwembad
Wolfslaar in gebruik genomen. De gemeente gebruikt een ander deel, schuin aan de overkant, in 1970 voor de inrichting van de kinderboerderij.
Het hek en de oprijlaan met de oude klinkertjes weerspiegelen nog iets van de vroegere voornaamheid. Ook de karakteristieke rododendrons ontbreken niet.
Aan het eind van de oprijlaan komt de verrassing.

Gemeente Breda;  
 

16. Boeknummer: 00051  
De mosflora van het Natuurreservaat de Berk en randgebieden
Natuur -- De Berk           (2002)    [Chr. Buter]
De mosflora van het Natuurreservaat de Berk en randgebieden.
Rapport van de inventarisatie uitgevoerd door de mossenwerkgroepen van KNNV Afd. Breda en KNNV Afd. Roosendaal
Samenstelling: Chr. Butter
Met bijdragen an H. Backx en A. Gladdines

DANKWOORD.
Aan het noodzakelijke veldwerk, verbonden aan dit project, werd van meet af aan meegewerkt door de heren H. Backx (KNNV Breda) en A. Gladdines (KNNV Roosendaal), waardoor het geheel een
eerste 'joint venture' is van beide Afdelingen. Daarnaast gaven de heren C. Ruinard en J. de Bruijn (beide Rotterdam) meerdere malen acte de presénce, waarbij ook zij waardevolle bijdragen leverden.
Naast dit veldwerk, vereist een betrouwbare determinatie van de aangetroffen mossoorten, vaak verificatie van de microscopische soortkenmerken. Ook daaraan hebben betrokkenen hun 'steentje'
bijgedragen.
Naast dit meer wetenschappelijk werk, hebben zij ook de nodige assistentie verleend inzake vorm en inhoud van dit rapport.
Met betrekking tot de aangetroffen veenmossen kon een beroep gedaan worden op de heer A. Bouman te Weesp, die de determinatie danwel de controle daarvan voor zijn rekening heeft genomen.
Daarnaast verstrekte hij, evenals de heren Dr. J. Kruijer te Leiden en H. van Melick te Valkenswaard, in enige gevallen, waardevolle aanwijzingen.
De heer J. van de Wiel (Tilburg) stelde een door hem vervaardigde habitus- en detailtekening van de soort Orthotrichum scanicum ter beschikking, waardoor de herkenning van deze zeer zeldzame soort
voor menigeen gemakkelijker zal zijn.
Met betrekking tot de rubriek 'Overige waarnemingen' heeft Mevr. P. van de Wiel (KNNV/Floron - Roosendaal) een duidelijke bijdrage geleverd inzake de identificatie van enige 'probleem-planten', die
uiteraard afkomstig waren uit het betreffende gebied.
De 'streekdeskundigen', bij name genoemd in de heemkundige bijdrage van H. Backx, hebben zeer verduidelijkende informatie verstrekt en zodoende eveneens een waardevolle bijdrage geleverd.
Tenslotte, zonder de toestemming van de heer Th. Bakker, boswachter bij het SBB, had dit inventarisatieonderzoek niet kunnen plaatsvinden. Niet alleen met hem maar ook met de functio-
narissen G. Boot en G. van den Bouwhuijsen (resp. Beheerseenheid De Beemden en Breda) kon op bijzonder prettige manier worden samengewerkt.
Alle betrokkenen: mijn welgemeende dank!
Rijen, september 2002.
Chr. Buter


TER KENNISMAKING.
De verspreidingskaart van de mosflora binnen Nederland kent nog veel 'witte vlekken'. Als men daarbij in rekening brengt dat de mossen tot de meest bedreigde planten behoren, dan zal duidelijk
zijn dat onderzoek naar soortendiversiteit en de verspreiding zeer gewenst is.
Bryologisch veldwerk - het inventariseren van de mosflora nu - heeft, vooral als zulks moet gebeuren in broekbossen of moerassige terreinen, zoals het met het Natuurreservaat De Berk het geval is, veel
weg van Outward Bound School activiteiten. Onze stelling dat het toch wetenschappelijk werk betreft ontlokt bij buitenstaanders nog al eens meewarige gelaatsuitdrukkingen en zelfs blikken van ongeloof.
Dit nu was reden genoeg voor enig zelfonderzoek en al snel moet worden toegegeven dat de aanblik van een stel grijze 'heren', ver over de pensioengerechtigde leeftijd, gestoken in besmeurde en soms
gehavende kleding en bemodderde laarzen, eerder het beeld van landlopers oproept.
Wel, wij zitten daar niet zo mee. Sterker nog, wij geven ruiterlijk toe dat wij bij het kruipen door struikvormige wilgen, het ploeteren door hoge braambossen, nat riet en brandnetels, want wij gaan
natuurlijk van de gebaande paden af, onze jeugdjaren herbeleven. Kortom, wij gedragen ons als een soort kwajongens ongehinderd en frustratievrij. Hoewel, wij voelen soms wel enige frustratie,
bijvoorbeeld bij het aantreffen van een rijk bemoste boom, waar de realiteit ons met twee voeten op de grond plaatst en waar we dan ook blijven want 'boompje klimmen' is er niet meer bij. Of bij een net
iets te brede sloot waar aan de overkant boeiende mospopulaties lonken. Dit alles kan ons evenwel niet uit het evenwicht brengen; wij hebben inmiddels geleerd alles te relativeren.
Onze werkwijze heeft kennelijk ook een aantrekkende werking, althans op oude heren met belangstelling voor de mosflora. Zo is er iemand uit Roosendaal die zelden of nooit verstek laat gaan
en twee lieden uit het Rotterdamse die er nota bene vrij vaak een reis met openbaar vervoer (ja U leest goed: 'openbaar vervoer') voor over hebben om te kunnen participeren.
Dit alles overziende bekruipt ons de indruk dat onze activiteiten zelfs ook nog enige psycho-therapeutische waarde hebben. (Wij vermoeden dat de Staf van het SBB, als vergunningverlener, dit
aspect nog niet heeft bevroed.)
Enigszins bezorgd vragen wij ons echter wel af hoe wij ons 'product' (dit verslag) als wetenschappelijk werk kunnen aanbieden als wij ook nog moeten bekennen dat er een probleem is met ons 'korte
termijn geheugen'. Dit betreft in het bijzonder de smaak van koffie. Wij zijn gewoonweg niet in staat om dit gedurende enige uren te onthouden. Tijdens het veldwerk is het dan ook vaste prik om
regelmatig bij elkaar te informeren naar wat de smaak van koffie ook weer is. Zodra er niemand meer is die daarop een zinnig antwoord heeft is het dringend tijd dit probleem op te lossen door een bezoek
aan het gezellige etablissement ‘In Den Molen'.
Dan, bij het genot van uiteraard koffie, stellen we vast dat onze werkwijze de enig bruikbare methode is. Dit althans voor zolang het nog niet mogelijk blijkt vegetatieopnamen, tot op de soort nauwkeurig,
te maken met behulp van satelieten. Voorts laten wij ons niet ringeloren door het Ministerie van Onderwijs etc. en andere betrokken Overheden die nauwelijks of geen fondsen ter beschikking stellen
voor beroepsmatig onderzoek. Wij doen het dan wel op onze manier en op vrijwillige basis en misbruiken bovendien onze leeftijd in het kader van de uitdrukking: 'Goed voorbeeld...'.
Tenslotte; heeft ons werk wetenschappelijke waarde? Wij denken van wel. Het betreft immers een eerste onderzoek in het natuurreservaat De Berk. Het draagt zodoende in ieder geval bij aan het
inzicht in de verspreiding en de frequentie van voorkomen van mossen in het betrokken gebied en daarmee ook in Nederland.
En als het echt niet anders kan: dan beroepen wij ons maar op het spreekwoord, U weet wel dat van het halve ei en de lege dop.

Mede namens mijn teamgenoten Henk Backx (Breda), Adri Gladdines (Roosendaal), Cor Ruinard en Hans de Bruijn (Rotterdam).
Chr. Buter. (Rijen.)

MWG KNNV (ver. voor veldbiologie). Afdeling Breda;  
 

17. Boeknummer: 00053  
Genealogie Familie van Alphen
Personen -- personen a-b-c-d           (2004)    [Jos van Alphen]
Genealogie Familie van Alphen. Familiegeschiedenis van het geslacht van Alphen uit Princenhage

FAMILIEGESCHIEDENIS VAN HET GESLACHT VAN ALPHEN UIT PRINCENHAGE
Opgetekend door Jos van Alphen; zoon van Christiaan, Petrus van Alphen en Catharina, Cornelia Bartels
Moergestel 2004

INLEIDING
Een familieverhaal schrijven is vlugger gezegd dan gedaan. Ik had er dan ook geen enkel vermoeden van wat dat met zich meebrengt toen ik tien jaar geleden op het idee kwam om
wat men noemt een stamboom samen te stellen. Dat idee was ontstaan bij het opruimen van de papieren toen mijn vader, Christiaan Petrus van Alphen was overleden in 1992.
Daarbij trof ik een, in zijn bekende 'Van Alphens' handschrift geschreven beknopte stamboom aan. In het korte verhaaltje uitte mijn vader het vermoeden dat zijn grootvader
rond 1830 geboren moest zijn. Dit maakte mij wel nieuwsgierig en zonder enige voorkennis stortte ik mij in dit avontuur dat later een verslaving bleek te worden.
Wat volgt is de beschrijving van hoe een en ander tot stand is gekomen. Hierbij wil ik mijn dank uitspreken aan de mensen van de verschillende archiefdiensten die mij op alle
mogelijke manieren hebben geholpen om dit verhaal samen te stellen.
Wat begon met het verzamelen van gegevens van de nog in leven zijnde familieleden en hun aanhang leverde al een heel pakket informatie op. Ondertussen was ik erachter
gekomen dat ik op het Streekarchief, toen nog gevestigd in Etten, ook nog wel iets zou kunnen vinden en dat bleek ook zo. Toen het Streekarchief verhuisde naar Zevenbergen,
verhuisde ik maar mee. Ik kwam er achter dat de Van Alphens in 1761 van Princenhage naar Terheijden waren verhuisd. De reden van deze verhuizing heb ik niet kunnen
achterhalen, vermoedelijk door oorlogsomstandigheden. Ze waren in die tijd ook arm althans ze hadden in Terheijden geen eigendommen. Hier is ook een heel gezin kinderen
geboren waarvan geen doopdatums bekend zijn. Deze zijn bij de brand van de kerk, in 1725 verloren gegaan. Het boek met onechte kinderen is gespaard gebleven dat was
toevallig die dag op het gemeentehuis. Maar omdat de familie wel belasting betaalde kon ik de geboortejaren van de kinderen alsnog achterhalen. Dit verblijf in Terheijden was de
enige keer dat de Van Alphens buiten Princenhage gewoond hebben in plusminus 500 jaar.
Toen ik in het Streekarchief van Zevenbergen niet wijzer kon worden, verhuisde ik naar het Stadsarchief in Breda waar tot mijn verbazing nog kaartenbakken vol met Van Alphens
zaten. Het bestand ging terug tot ongeveer 1600 zij het wel met enige haperingen van verloren gegane doop- en trouwboeken.
Om verder te komen moest ik mij bekwamen in het lezen van 'oud schrift'. Hieraan heb ik een winter besteed om mij vervolgens op de notariële aktes en vestbrieven te
concentreren. Ofschoon dit saaie kost was, ging het mij niet slecht af. Ik heb er verschillende wetenswaardigheden betreffende onze familie in gevonden.
Vestbrieven vormden vroeger een soort gemeentelijke administratie.

Eigen uitgave. Moergestel;  
 

18. Boeknummer: 00054  
Zo blijft PRINSENBEEK leefbaar voor 55+ers
Zorg -- Woonwensen ouderen Prinsenbeek           (2003)    [J.P. Van Bueren e.a.]
Zo blijft PRINSENBEEK leefbaar voor 55+ers
Eindrapport Prinsenbeek Ouderenproof 2003

Voorwoord
Met veel voldoening kunnen wij U de eindrapportage van het project 'Ouderenproof Prinsenbeek' overhandigen. Op initiatief van de Provinciale Staten is door Vitaal Grijs
Noord-Brabant in dorpen of wijken (10 a 15.000 inwoners) de evaluatie van leefbaarheid door en voor de ouderen, gestart.
Dit rapport kwam mede tot stand door de enthousiaste medewerking van zeer veel ouderen van alle leeftijden tussen 55 en 92 jaar.
Dit project geeft de wensen en behoeften aan, die de komende jaren het leven voor de 55+ers in Prinsenbeek mogelijk en aangenaam moeten maken. Zij immers weten water
nodig is om zelfstandig en toch verzorgd ouder te worden.
Alleen door hun participatie is dit een groot succes geworden. In talloze bijeenkomsten en vergaderingen is nagedacht, beredeneerd, besproken en op schrift gezet. Graag
onderstrepen wij hier dat het een uniek project is, dat alle aandacht verdient van de gemeente Breda en alle andere betrokken instanties en spreken onze dank uit voor haar
royale medewerking, zowel op ondersteunend als op financieel gebied.
Stuurgroep Ouderenproof Prinsenbeek,
P.J. Snoeker-Verboom, voorzitter

Inleiding
In het voorjaar van 2002 heeft een aantal ouderenorganisaties het initiatief genomen om te komen tot een een geïntegreerd ouderenbeleidsplan voor het dorp Prinsenbeek. Dat
moest gebeuren via een inspraaktraject in het kader van het project Ouderenproof, wat weer onderdeel is van het project Vitaal Grijs van de provincie Noord-Brabant.

Hier een overzicht van de betrokken organisaties:
-GOBO, Gezamenlijk Overleg Bredase Ouderenbonden, hierin zijn de Bredase ouderenbonden (KBO, PCOB en ANBO) verenigd, het GOBO heeft als belangenorganisatie een duidelijke rol in de gemeente Breda.
-OOB, Ouderen Overleg Breda, heeft een adviesfunctie voor de Raad en het College van B&W (dualisme)
-SOB, Stichting Ouderenwerk Breda is reeds jaren bezig met het realiseren van projecten en activiteiten ten behoeve van de ouderen in Breda.
-Dorpsraad Prinsenbeek

In enkele voorbereidende bijeenkomsten is door de betrokken partijen de bereidheid tot participatie uitgesproken. De gemeente Breda en de SOB hebben met menskracht en
deskundigheid dit project ondersteund. Tevens hebben de gemeente Breda en de provincie Noord-Brabant de financiën ter beschikking gesteld.
De ouderen-ambassadeur van de provincie heeft het project in de beginfase begeleid.

Reeds in september 2002 kon er een convenant worden ondertekend, waarin gemeente, OOB, GOBO en SOB hun medewerking toezegden en zich verbonden om het eindrapport
te beschouwen als basis van een te ontwikkelen integraal ouderenbeleid voor Prinsenbeek.
Tijdens de startbijeenkomst, in november 2002 was de belangstelling zeer groot, ruim 250 personen waren present en velen hebben zich verontschuldigd.
Aan het einde van de bijeenkomst kon men zich inschrijven voor de diverse thema-werkgroepen, zoals Zorg, Wonen, Welzijn en Dienstverlening, Verkeer en Mobiliteit en
Veiligheid. Opnieuw was de animo groot, ongeveer 60 personen meldden zich hiervoor aan!
De werkgroepen werden gecoördineerd door de projectgroep, zij was verantwoordelijk voor de voortgang en tevens het aanspreekpunt voor iedereen die hierbij betrokken was.

Als overkoepeling fungeerde een Stuurgroep die gevormd werd door: gemeente, OOB, GOBO en SOB. Zij is het die de eindrapportage, in het convenant genoemd beleidsplan,
aan de gemeente Breda zal aanbieden

De Beekse Ouderenproof Dagen op 2 juni 2003 overdag en 1 juli 2003 's avonds, gaven aan dat niets van het enthousiasme verloren was gegaan in de maanden van worsteling
met de materie. Minstens 200 personen waren aanwezig, waarbij in werkgroepen gebrainstormd werd ter voorbereiding van een schriftelijke enquête. Tevens is nog een
enquête gehouden onder de bewoners van het verzorgingshuis Oranjehaeve, locatie Hagedonk en de aanleunwoningen.

Deze korte inleiding kan bij lange na niet beschrijven hoeveel werk er verricht is in een korte periode. De Prinsenbekenaren kunnen met trots terugzien op dit resultaat.
Voor de gemeente Breda en alle betrokken instanties ligt hier een handleiding om het huidige en toekomstige beleid op af te stemmen.
Zo zullen ook de stuurgroep, projectgroep, de werkgroepleden en alle 55+ers in Prinsenbeek de totstandkoming van dit beleid volgen door middel van een
Verankeringsgroep en waar gewenst nogmaals hun bijdrage leveren aan de totstandkoming van zoveel mogelijk voorgestelde items.

De Projectgroep Ouderenproof Prinsenbeek,
J. Ph. van Bueren, voorzitter
Prinsenbeek, oktober 2003.

Stuurgroep Ouderenproof Prinsenbeek;  
 

19. Boeknummer: 00056  
Verleden wordt heden
Monumenten -- Monumentenzorg           (2010)    [Rijdt-van de Ven, Tonnie van de; Berkvens, Ria]
Verleden wordt heden
Een handreiking voor vrijwilligers in de archeologische monumentenzorg

Een nieuwe uitgave

De eerste versie
In 2005 gaf de Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland (AWN-afdeling 23) de eerste versie uit van 'Verleden wordt Heden'. Aanleiding was de in voorbereiding zijnde Wet op de
Archeologische Monumentenzorg (Wamz). De vereniging wilde haar leden en gemeenten tijdig informeren over de vele nieuwe taken die de gemeenten volgens deze wet zouden gaan krijgen
en de rol die vrijwilligers daarbij kunnen spelen. De uitgave bleek in een duidelijke behoefte te voorzien. Niet alleen voor de eigen leden, er kwamen aanvragen uit het hele land.

Een handreiking specifiek voor vrijwilligers
Er is inmiddels veel gepubliceerd over Malta en de Wamz. Nóg een boek lijkt dan niet meer zo nodig. Echter, vrijwilligers hebben een specifieke informatiebehoefte. Er is behoefte aan basale
kennis over wet- en regelgeving en aan informatie over wanneer en hoe je als burger op kunt komen voor de belangen van de archeologie. Daar voorzien die bestaande publicaties maar deels
in. Deze herziening is bedoeld om geactualiseerde informatie te geven die specifiek op vrijwilligers in de archeologie is afgestemd.

Invoering nieuwe wetten
In september 2007 is de Wamz in werking getreden. Daar zijn nu de eerste ervaringen mee opgedaan en zijn resultaten zichtbaar. De belangrijkste reden voor grondige herziening van de tekst
uit 2005 is echter de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) die in juli 2008 van kracht werd. De archeologische monumentenzorg is voor een groot deel geregeld via de ruimtelijke ordening en
dan in het bijzonder via bestemmingsplannen. Door de nieuwe Wro zijn de regelingen en procedures voor ruimtelijke ordening op veel punten gewijzigd. Archeologiegroepen krijgen daar mee
te maken, als belangenbehartiger voor de archeologie en als amateurveldwerker. Onder archeologiegroepen worden verstaan AWN-afdelingen en AWN-werkgroepen, archeologische werk-
groepen die lid zijn van een heemkundekring of historische vereniging of andere lokale groepen. De Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland heeft inmiddels ruim vier jaar ervaring met
belangenbehartiging en heeft vele vragen voorbij zien komen. Die ervaring is in deze nieuwe uitgave verwerkt. De tekst is daarom niet alleen geactualiseerd maar ook verbreed naar de vele
vragen waarvoor vrijwilligers als belangenbehartigers komen te staan.

Vrijwilligers blijven nodig
Vrijwilligers hebben als amateurarcheologen jarenlang een hoofdrol gespeeld in het archeologisch onderzoek. In de laatste decennia van de vorige eeuw is archeologie steeds meer een beroep
geworden. Beroepsarcheologen en amateurs werkten nog veel samen en hadden elkaar nodig.
Met de inwerkingtreding van de Wamz leken vrijwilligers naar de marge te schuiven. Archeologie werd een professionele bedrijfstak. Nu, na enkele jaren ervaring met het nieuwe archeologische
bestel, blijkt dat de rol van vrijwilligers verschuift en zeker niet is uitgespeeld. Er zijn nieuwe rollen bijgekomen en uitvoerend veldwerk als amateur blijft in verschillende vormen mogelijk.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Verschuivingen en nieuwe rollen
De klassieke amateurarcheologen waren experts, meestal in een bepaald gebied en/of bepaalde periode. Zij waren 'de ogen en oren' van de archeologie en hadden een rijke ervaring door eigen
veldwerk. Beroepsarcheologen steunden op hen voor waarnemingen en het melden van vondsten. Dat type vrijwilligers is in het nieuwe bestel aan het afnemen. Helemaal verdwijnen zullen zij
niet. Er blijven bevlogen hobbyisten die door hun kennis en inzet een extra bijdrage leveren aan de archeologische kennis voor hun eigen regio of over een bepaalde periode. Er zijn andere rollen
bijgekomen. In deze handreiking worden vijf rollen onderscheiden:
• de inspirator: de vrijwilliger die veel weet over de lokale archeologie, 'het verhaal vertelt' en nog steeds de oren en ogen vormt van de archeologie;
• de belangenbehartiger: de vrijwilliger die het beleid van gemeenten en andere overheden kritisch volgt en opkomt voor behoud en bescherming van het archeologisch erfgoed;
• de veldwerker en uitwerker: de vrijwilliger die actief is in het veld en bij vondstverwerking;
• de publieksvoorlichter: de vrijwilliger die het verhaal overbrengt naar een breed publiek;
• de bezoeker: hij of zij die graag het verhaal wil horen, die geïnteresseerd is in wat het bodemarchief over het verleden vertelt.
Er zullen weinig vrijwilligers zijn die deze vijf rollen gelijktijdig kunnen en willen vervullen. Iedere vrijwilliger heeft eigen voorkeuren en sterke punten, in een archeologiegroep zijn al deze
kwaliteiten bij voorkeur aanwezig. Tezamen geven zij draagvlak aan de archeologie.

Deze, deels nieuwe rollen van vrijwilligers en daarmee een actieve bijdrage van vrijwilliger aan de gemeentelijke monumentenzorg is in ieders voordeel. Het:
• versterkt het lokale erfgoedbeleid;
• vergroot het lokale draagvlak;
• kan de effectiviteit van de uitvoering verbeteren.
Dat levert zowel inhoudelijke als financiële voordelen op.

Deze handreiking beschrijft de bijdragen die vrijwilligers als belangenbehartigers voor de archeologie te bieden hebben en geeft hen de kennis en instrumenten die daar voor nodig
zijn. Als een eerste introductie is de folder 'Hoe beschermen we ons archeologische erfgoed' beschikbaar. Deze is te vinden op www.awn-archeologie.nl/Werkgroepen/BelangenbehartigingRO


Opbouw van deze handreiking
De handreiking is zo opgebouwd dat de lezer kan selecteren welke informatie voor hem of haar op dat moment van toepassing is.
Als leeswijzer.
• Lees in ieder geval deel 1. Dat deel bevat de hoofdlijnen voor de archeologische monumentenzorg en vanuit dat hoofdstuk kan de lezer kiezen waar hij of zij meer over wil weten.
• In de vervolgdelen worden die hoofdlijnen uitgewerkt. De lezer kan met elk van deze delen afzonderlijk verder gaan. Elk deel begint met een kort overzicht van wat in dat deel aan bod
komt. Waar nodig wordt verwezen naar de andere delen. Wie over een bepaalde zaak meer wil weten kan daarvoor terecht bij een serie notities, die te vinden is op: www.awn-archeologie.nl
• Een overzicht van deze notities staat in bijlage 3. De lezer kan ook rechtstreeks naar deze specifieke informatie gaan.
• Begrippen en afkortingen voor archeologische monumentenzorg en voor ruimtelijke ordening worden in bijlage 4, in een alfabetisch overzicht, kort uitgelegd.
• Door de hele handreiking heen krijgen belangenbehartigers tips over wat zij wanneer kunnen doen.
• De handreiking bevat een groot aantal praktijkervaringen en voorbeelden, als korte illustraties en als inspiratie voor het indienen van zienswijzen, en bezwaar en beroep.
Voorbeeldteksten van zienswijzen en bezwaar- of beroepschriften zijn te vinden op: www.awn-archeologie.nl

De handreiking biedt de hoofdlijnen en helpt de belangenbehartigers op weg in de grote hoeveelheid aan wetten, regels, processen en betrokken instanties. Wie over bepaalde
zaken meer wil weten kan terecht bij een serie notities en voorbeelden, die op www.awn-archeologie.nl/Werkgroepen/BelangenbehartigingRO te vinden is. In de handreiking zal regelmatig
naar deze notities verwezen worden.


Archeologie en cultureel erfgoed
Archeologie is één van de peilers van het cultureel erfgoed. Archeologie, cultuurhistorie, landschapshistorie en gebouwde monumenten leveren elk hun deel in het verhaal over het verleden.
Die verhalen moeten met elkaar verbonden worden.

Archeologische monumentenzorg moet een verbinding leggen met gebouwde monumenten, cultuurhistorie en landschapshistorie voor een integraal gemeentelijk erfgoedbeleid.

In deze handreiking staat de archeologie centraal en worden die verbindingen nu nog niet ingevuld. In de Notitie Historisch Landschap zal die koppeling wel worden gemaakt voor archeologie
en het historisch landschap.

Met dank aan
Voor het samenstellen van deze handreiking is dankbaar gebruik gemaakt van:
• College van Gemeentelijke Archeologen 'Voorbeeld Beleidsplan Gemeentelijke Archeologische Monumentenzorg (2002)';
• SIKB syllabus 'Bouwen, ruimte en archeologie. Juridisch kader voor niet-archeologen' (2009);
• VNG-handreiking 'Verder met Valletta' (2009).

Er is tevens met dank geput uit de vele in ontwikkeling zijnde of reeds beschikbare gemeentelijke archeologische waardenkaarten, beleidskaarten en beleidsplannen binnen ons werkgebied,
Zuidoost Brabant. Ook de praktijkervaringen komen uit deze regio. De beschreven voorbeelden zullen daardoor niet altijd representatief zijn voor andere regio's. Op de website zullen, op basis
van ontvangen reacties, ook praktijkvoorbeelden uit andere regio’s worden opgenomen. Veel mensen hebben meegedacht en commentaar gegeven. Hun namen staan in bijlage 2



Afdeling Archeologie Eindhoven;  
 

20. Boeknummer: 00077  
Beekse Negotie. Geschiedenis van het winkelbestand in Beek 1945-1950
Ondernemingen -- Algemeen           (2002)    [Kees Nagelkerke]
Beekse Negotie

VOORWOORD
Dat de wereld de laatste decennia erg is veranderd is iedereen duidelijk. Op allerlei gebied laten de ontwikkelingen zich zien en zeker ook in de negotie die tegenwoordig de
commerciële sector heet. Halverwege de vorige eeuw was in een dorp als (Prinsen)Beek de buurtwinkel nog iets waar men niet buiten kon en was een dagje winkelen in de grote
stad met de “deftige” winkels voor velen nog een belevenis. Tegenwoordig zijn grootwinkelbedrijven, supermarkten, e-commerce, internet-shoppen enz. heel gewoon..
Hoorde vroeger het winkelbezoek bij het normale werk van iedere dag, nu doen we veelal éénmaal per week boodschappen en gaan we “fun-shoppen”. Betalen met gewoon geld
raakt uit en pinnen en chippen is normaal. Het is allemaal zakelijker en afstandelijker geworden. Dat was vroeger anders.
Geen wonder dat iedereen, die de jaren vlak na de oorlog bewust heeft meegemaakt, nog wel eens met weemoed terugdenkt aan die tijd waarin de winkel niet alleen een plaats was
waar je iets kon kopen, maar ook een trefpunt voor de dorpse gemeenschap.
Ook zondags was de winkel open en even achterom binnenlopen buiten de openingstijden was gewoon. Lief en leed werd er gedeeld en de dorpsnieuwtjes en -roddels werden er
uitgewisseld. Men betaalde met contant geld, maar “opschrijven” (op rekening kopen) was ook geen probleem als de klant in een moeilijke financiële gezinssituatie verkeerde.
Iedereen kende immers iedereen en had elkaar nodig, want men was op elkaar aangewezen voor hulp en inkomsten. De sociale en economische functie van de plaatselijke
middenstand in die tijd in een dorp moet daarom zeker niet onderschat worden.
De heemkundekring was dan ook erg verheugd over het idee van onze plaatsgenoot Kees Nagelkerke om over de Beekse middenstand uit die tijd een (foto)boek samen te stellen.
Kees - geboren en getogen Bekenaar en zoon van een plaatselijke bakker - is als geen ander daartoe in staat omdat zijn kennis van Beek/Prinsenbeek onuitputtelijk is.
Bovendien bezit hij het talent om anderen te enthousiasmeren en te motiveren om hieraan mede te werken. Zijn inspanning is niet voor niks geweest, want het is een prachtig boek
geworden dat een open plek in de geschiedschrijving van ons dorp heeft ingevuld.
De dank van het bestuur van Heemkundekring Op De Beek en zeker ook van alle lezers gaat uit naar de schrijver en al degenen die hem hun medewerking gegeven hebben, veelal
in de vorm van het aanleveren van gegevens en foto’s.
Het boek zal voor velen - naast het lees- en kijkgenot - een waardevol bezit zijn, waarbij de herinneringen aan het straatbeeld en de winkeliers van vroeger weer boven komen.
Ad van Melis
Voorzitter Heemkundekring OP DE BEEK.

TER INLEIDING
Niets nieuws vertel ik u als ik zeg, dat er over Beek-Prinsenbeek al heel veel is geschreven Om een aantal boekwerken hiervan te noemen. .
De serie Hage over de geschiedenis van Beek en Princenhage, twee boekjes met Beek in prentenbriefkaarten, het huis aan huis verspreide boek “55 jaar zelfstandig Prinsenbeek ,
boek 100 jaar harmonie Amor Musae, boek 200 jaar vrijwillige brandweer boek 80 jaar tuinbouwver. St. Isidorus, twee boeken over Beeks karnaval, boek over oorlog op de Beek,
boek Beekse Indië-gangers, toetenboek met bekende Beekse gezichten, boek 200 jaar parochie Prinsenbeek.
Als er zoveel en zo vaak over zulk een toch kleine gemeenschap wordt geschreven en vastgelegd, betekent dat tegelijkertijd dat zulk een gemeenschap leeft, dat het iets te
bieden had en heeft, dat er activiteiten zijn en een groots verenigingsleven. En al is Prinsenbeek dan wel niet het mooiste dorp van Brabant, we zijn toch trots op de hechte
band die ons dorp heeft en altijd heeft gehad.
En dan nu weer een boek? Moet dat zonodig? Moeten natuurlijk niet, maar er is een categorie die nimmer is beschreven en dus tot op heden onderbelicht is gebleven en dan
doel ik hier op de PrinsenBeekse negotie.
Zolang Beek bestaat is er altijd een levendige handel geweest op allerhande gebied.
En het is goed dat ook zoiets voor ons, maar vooral voor ons nageslacht wordt vastgelegd.
Het is belangrijk dat in beeld wordt gebracht en wordt gekoesterd hoe onze voorgangers zaken deden en wat voor zaken ze deden!!
Wist u dat er een halve eeuw geleden in Beek 51 winkels waren, waarvan er 40 in zijn geheel zijn verdwenen? En dat er van de resterende 11 nog slechts 6 zijn, waarin dezelfde
familie, zij het de derde generatie, is gevestigd?
En het zijn deze 51 winkels, die ik in dit boek wil beschrijven met daarbij uiteraard de nodige foto’s.
Dan zullen ei bij u, geachte lezer, direct vragen naar voren komen van: waarom staan er die en die niet in. Het is goed dat ik u dit maar gelijk kan uitleggen.
Allereerst zij gezegd dat er in dit boek alleen winkels worden beschreven En dan die winkels, die er in de periode 1945/1950 in Beek bestonden, dus ruim een halve
eeuw geleden. Dat betekent dat winkels die er voor die periode waren, maar in genoemde periode niet meer, ze ook niet in dit boek worden vermeld.
Het betekent evenzeer dat winkels die NA 1950 zijn opgestart niet in dit boek voorkomen Natuurlijk zullen er dan grensgevallen zijn, maar er is een duidelijke grens
getrokken en dat is 1950.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Dan moet ook nog worden vermeld dat er in genoemde periode vele andere zaken en bedrijven waren, doch zonder winkel en ook die zult u in dit boek niet terug vinden
We hadden toen diverse aannemersbedrijven, er waren twee kolenboeren twee klompenmakers, twee horlogemakers, twee wagenmakers, er was een boerenbond en er
was een melkfabriek, want de nering tierde hier welig.
Tenslotte zij nog gezegd, dat er mogelijk een of twee winkels meer waren dan in het boek genoemd. Dat zijn dan winkels die ik niet heb kunnen achterhalen en waar dan ook geen
gegevens en foto’s van zijn.
Alle in het boek voorkomende families zijn door mij persoonlijk benaderd en via een oproep in Modem Prinsenbeek, ons lokale weekblad, hebben anderen in elk geval de
gelegenheid gehad te reageren.
Om te voorkomen dat ik mogelijk de verkregen informatie verkeerd zou interpreteren, heb ik alle personen, waarvan ik materiaal leende, de tekst ter correctie aangeboden,
doch blijf ik uiteraard volledig verantwoordelijk voor de inhoud.
Ik ben er mij van bewust dat er foto’s in staan, die kwalitatief niet spectaculair zijn, maar het is niet altijd de kwaliteit van een foto die boeit, ook de eraan verbonden herinnering
deed opname verantwoorden.
Dat bij de een meer foto’s staan afgedrukt dan bij een ander heeft uiteraard te maken met het beschikbaar zijn van het materiaal.
Om een en ander zo overzichtelijk mogelijk te maken, worden de winkels per straat behandeld, beginnend op de Markt, dan Beeksestraat, Kapelstraat, Groenstraat, Valdijk en overige.
Graag wil ik al degenen bedanken, die zo bereidwillig en vriendelijk waren om mij de nodige informatie te geven en tijdelijk hun (vaak dierbare) foto’s af te staan. Een en ander
gebeurde meestal onder het genot van een kopje koffie.
Zonder hun hulp was dit boek nooit tot stand gekomen.
Ik hoop hiermede een bijdrage te hebben geleverd aan de Beekse c.q. Prinsenbeekse geschiedenis, die nu dus niet in een sigarenkistje of in een schoenendoos wordt bewaard,
maar in boekvorm altijd kan worden terug gevonden.
Moge dit boek ertoe bijdragen, dat wij en onze kinderen zuinig worden op wat nog bewaard is gebleven en dat we beseffen dat de hardwerkende winkeliers uit het verleden
Prinsenbeek mede hebben gemaakt van wat het nu is...
Kees Nagelkerke


Heemkundekring Op de Beek;  
 

21. Boeknummer: 00080  
Cafévoetbal Prinsenbeek 1960-2010
Sport -- Café-voetbal           (2010)    [Theo Sprenkels, Sjef Machielsen]
Cafévoetbal Prinsenbeek 1960-2010
50 JAAR CAFÉVOETBAL PRINSENBEEK
Is dit een feit om bij stil te staan? Ja natuurlijk!
In Prinsenbeek wonen veel mensen (zowel dames als heren) die leuke herinneringen aan het cafévoetbal bewaren. Het 50-jarig jubileum kunnen we dan ook niet zomaar voorbij laten gaan; het is
een goed moment voor een reünie.
In 1960 was de speelplaats van de toenmalige Heilig Hart school (nu De Horizon) de voetbalplek van de Prinsenbeekse jongelui.
Neergelegde jassen markeerden het doel. Het waren voornamelijk families en vrienden die hier tegen elkaar voetbalden. Hier ontstond bij Ben Poppelaars, één van de initiatiefnemers van het georganiseerd
cafévoetbal Prinsenbeek, het idee om buiten de KNVB om te voetballen.
Ben heeft nooit kunnen vermoeden hoeveel dit los zou maken in ons dorp. Zijn initiatief was wellicht de bakermat van het enorme verenigingsleven waar Prinsenbeek inmiddels bekend om staat!
Het meest kenmerkende voor het cafévoetbal waren wel de hechte vriendschappen die ontstonden. Er waren binnen de teams behoorlijk veel onderlinge verschillen in voetbalkwaliteit, maar niemand maakte
daar een probleem van want juist de missers werden tijdens de 3e helft breed uitgemeten.
Als herinnering aan de reünie is dit boekwerk gemaakt; het is tot stand gekomen dankzij de ingestuurde foto's, anekdotes en herinneringen van oud-voetballers en -voetbalsters, te weten (in
willekeurige volgorde):
Jan Beekers, Toon van Endschot, Rien Huijbregts, Christ van Endschot, Pierre Wijnen, Nancy de Craen, Wim Nijhof, Ad Jansen, Cees van Steen, Wil van Endschot, Frans Wildhagen, Luus Boeren,
Thérèse van de Riet, Mechteld Taks, Ad Nagtzaam, André Schipperen, Sjack Vissers, Rien Franken, Toine Kleemans, Ingrid de Graaf, Piet Nuiten, Jan en Ben Poppelaars.
Met dank aan allen die aan dit boekje hebben meegewerkt!
Theo Sprenkels & Sjef Machielsen

Eigen uitgave;  
 

22. Boeknummer: 00081  
Breda Bevalt. Herinneringen van 28 Bekende Nederlanders aan hun geboortestad. Hans van Mierlo; Corry Brokken; Joris Rasenberg; Rein Welschen; Dimitri van Toren; Hubertus Ernst; Josine van Dalsum; Onno Ruding; Kees Rijvers; Maria Goos; Oek de Jong; Tijs Verrest; Ruud Benard; Jurgen van den Goorbergh; Marga Minco; Corry Konings; Moniek Toebosch; Arnold Heertje; Hugo Haenen; J.P. van Gastel; Remco van Wijk; Beertje van Beers; Eric Albada Jelgersma; Vic v.d. Reijt; Pieter Laurens Mol; Henri van der Biesen; Flip Bolluyt
Historie -- Breda, algemeen           (2001)    [Martijn Jas]
Breda Bevalt. Herinneringen van 28 Bekende Nederlanders aan hun geboortestad.
INLEIDING
Het jaar 2000 was een succesvol jaar voor Breda. NAC promoveerde naar de hoogste afdeling van het betaald voetbal,
de popgroep Abel stond wekenlang op nummer één met Onderwegen Big Brother Ruud werd de nationale knuffelbeer.
Scenarioschrijfster Maria Coos werd benoemd tot officier in de orde van Oranje-Nassau, dj Tiësto was de beste dance-
discjockey van Nederland, Remco van Wijk behaalde een gouden plak op de Olympische Spelen en Moniek Toebosch
kreeg een oeuvre-prijs. Vic van de Reijt stelde de Top 100 van Nederlandstalige singles samen en van Corry Brokken verscheen
de autobiografie Wat mij betreft.
■ Door al die successen ging in Amsterdam mijn Breda-hart sneller kloppen. Al jaren wist ik dat Hans van Mierlo in Breda
geboren was, net als josine van Dalsum en Onno Ruding. Maar hoe en waar zij hun tijd hadden doorgebracht in de
stad, wist ik niet. Zo ontstond het idee voor BREDA BEVALT, herinneringen van 28 bekende Nederlanders aan hun geboortestad.
■ Ik stelde voor mezelf een aantal criteria. Zo vond ik dat de bekende Nederlanders die in aanmerking kwamen per se in
Breda geboren moesten zijn. En daarmee bedoel ik het Breda van na de oorlog, inclusief Ginneken en Princenhage. Iemand
die wel in Breda getogen was maar niet geboren, zoals bijvoorbeeld Pierre Kartner, kwam niet op mijn lijst voor. Verder
stelde ik me als doel om een zo gemêleerd mogelijk gezelschap bij elkaar te krijgen. En in de verhalen moest één thema
naar voren komen: Breda.

klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding


■ Dankzij het stadsarchief van Breda, mijn oud-collega's van BN De Stem, familie en vrienden, ben ik tot een indrukwek-
kende namenlijst gekomen. De uiteindelijke selectie heb ik zelf gemaakt. Opmerkelijk was dat iedereen die ik heb bena-
derd, direct ja zei op mijn verzoek voor een interview over hun geboortestad.
■ In BREDA BEVALT! streef ik niet naar volledigheid want ik weet dat er meer dan 28 bekende Nederlanders hun wieg in
Breda hadden staan. Wellicht dat een andere auteur zich geroepen voelt om in de toekomst deel twee te gaan maken.
■ Een jaar lang heb ik met veel plezier aan dit boek gewerkt. Omdat het een non-budgetproject betrof, was ik aangewezen
op de belangeloze medewerking van een groot aantal mensen. Ik wil allereerst de 28 hoofdpersonen van BREDA BEVALT!
hartelijk bedanken voor hun enthousiaste medewerking en vertrouwen. Zonder die prettige samenwerking was het
boek niet geworden wat het nu is.
■ Ik dank grafisch ontwerper Jeroen Jas, fotograaf Certjan Koeken, tekstadviseur Piet Rasenberg en mede-eindredacteur
Pim Cluistra. Zonder deze vier personen had ik dit project nooit kunnen voltooien. Tot slot wil ik, naast alle sponsors,
twee Pauls bedanken: Paul de Leeuw die de titel bedacht en professor dr. Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en
Cultureel Planbureau, die het voorwoord heeft geschreven. Laatstgenoemde is niet in Breda geboren maar wel getogen.
Martijn Jas, november 2001



VOORWOORD
Eén procent van de Nederlanders woont in Breda. Ik heb nog nooit iemand meegemaakt die het daar niet beviel. Een aan-
gename stad, al heeft dat de meeste Bredanaars in dit boek er niet van afgehouden de wereld in te trekken. Sommigen,
als Arnold Heertje of Oek de Jong, hebben van hun geboortestad ook niet meer dan hun wiegje gezien, anderen, zoals
Kees Rijvers en Jurgen van den Coorbergh, komen regelmatig uit Frankrijk even langs voor familie en vrienden. Voor de
meesten is Breda echter toch een afgesloten hoofdstuk in hun leven. Vaak wel een belangrijk hoofdstuk, omdat daar de vic-
torie begon of simpelweg omdat daar de tienertijd lag. Dan wordt de stad pas echt van jou, weg uit de eigen straat en buurt,
op de fiets of de brommer naar school, naar de cafés op de Havermarkt, het stadion van NAC en het eerste vriendinnetje.
■ Dat was ook mijn Breda. Al ben ik er niet geboren en ook niet gebleven, het is toch de stad van mijn jeugd. Bijna elke
straat en elke plek die mijn vroegere stadgenoten noemen, zie ik meteen voor me. Net als Rein Welschen zat ik op de
Lourdesschool en met Vic van de Reijt zat ik op het Onze-Lieve-Vrouwelyceum. Ik weet nog precies hoe de stad er bijna
veertig jaar geleden uitzag, hoe het rook bij de H.K.I., hoe koud het met carnaval kon zijn, hoe zwart de Mark was en hoeveel
salamanders er achter de Kogelvanger in het Mastbos zaten. Op weg naar school passeerde mij soms de groene Jaguar
met chauffeurvan minister Toxopeus. De wereld veranderde. Op dansschool De Kruijff werd de Engelse wals gestopt toen
het bericht kwam dat president Kennedy vermoord was. Met mijn eerste CJP zag ik in het net tot stadsschouwburg ver-
bouwde Concordia Ank van der Moer schelden en tieren in Wie is bang voor Virginia Woolf. De jongerenmis werd een
beatmis en we zongen 'Dank u Heer, dat ik u danken mag' de hitparade in. De televisie kwam naar Breda, maar de opnames
van het jeugdparlement eindigden in zo'n chaos dat het niet tot een uitzending kwam. Dick Dees was toen fractievoorzitter
bij de jonge liberalen, ik bij de jongeren-KVP. Wij droegen nog pakken en dassen, maar dat zou niet lang meer duren.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


■ Dit is een Bredaas verhaal, maar zoals alle verhalen in dit boek is het ook een persoonlijke getuigenis van de geschie-
denis van de modernisering van Nederland. Zelfs bisschop Ernst praat nauwelijks meer over de kerk, die zo lang zijn
stempel op het leven van de stad heeft gedrukt. De oude industrieën zijn bijna net zo snel verdwenen. Toch is de welvaart
groter dan ooit. De armoede in het Westeinde, waar Corry Konings van vertelt, bestaat niet meer. Ook wie het nu niet
breed heeft, is er toch altijd nog veel beter aan toe dan de arbeider, onderwijzer of ambtenaar van vijftig jaar geleden.
Nette armoede was het bij Filip Bolluyt en vele anderen, met geen geld voor een auto, vakantie, of zelfs maar een paar sport-
schoenen. Standsverschillen kon je nog zien en ruiken. Het geld woonde niet in het Noorden en het Westen, steeds min-
der ook binnen de singels, de wereld van Henri van den Biesen. De Baronielaan en de Ginnekenweg vormden de coördinaten
van het echte Breda, en dat is nog steeds zo. Daar staan de mooiste huizen en liggen de beste scholen, de hockey- en
tennisvelden. Hans van Mierlo groeide op aan de Ginnekenweg, net als Eric Albada Jelgersma. Onno Ruding woonde
aan de Baronielaan.
■ Een onzichtbaar verschil met vroeger is de zoveel gemakkelijker acceptatie van een carrière in de kunst, de muziek
of de sport. Remco van Wijk, Tijs Verwest, Beertje van Beers en Joris Rasenberg - de jongste generatie bekende Bredanaars -
hebben opvallend vaak met steun van hun ouders kunnen doen wat ze graag wilden en waar ze graag goed in wilden
zijn. De oudere generatie had wat dat betreft minder te kiezen, behalve als je, zoals Moniek Toebosch, zelf uit een artistiek
nest komt. Iemand als Corry Brokken had alles tegen. In haar jonge jaren was er ook nog geen spoor van het uitgaansleven,
dat midden jaren zestig al zo groot was, dat ik als eerstejaars Utrecht een dood water vond. Een kunstacademie als St. Joost
had je daar niet en het studentenleven speelde zich nog volledig binnen de muren van de sociëteiten af. Utrecht is ove-
rigens inmiddels erg op Breda gaan lijken, zoals trouwens alle Nederlandse binnensteden 'bourgondischer' geworden
zijn. Een raar begrip eigenlijk, want in Breda was vroeger echt ook niet veel te doen. Wie uit wilde gaan, ging naar Antwerpen.
In de levensverhalen is dan ook een generatiebreuk te bespeuren in de waardering van de sfeer van Breda. Wie er voor 1960
is opgegroeid, herinnert zich een andere, veel burgerlijker en bekrompener stad dan wie Breda 'bevrijd' heeft meegemaakt.
De discrete charme van de binnenstad is pas laat ontdekt. Op het nippertje trouwens, want het gemeentebestuur had
toch meer een soort tweede Tilburg in gedachten.
■ De warme gevoelens van veel Bredanaars voor hun geboortestad strekken zich dan ook niet uit tot hun bestuurderen. Dat
is wederzijds, want de interesse van het stadsbestuur in zijn min of meer beroemde zonen en dochters - van Marga Minco
tot Maria Coos en Hugo Haenen, van Paul den Hollander en Pieter Laurens Mol tot Josine van Dalsum - grenst aan ver-
waarlozing. Nog altijd is over de eindeloze buitenwijken die Breda aan alle kanten omringen de toren van de Grote Kerk
te zien. 'Te wit' vindt Dimitri van Toren, maar Jean-Paul van Gastel beklimt enthousiast alle bijna 400 treden en ik vind
het nog altijd de mooiste gotische kerk van Nederland. De toren bepaalt het beeld van de stad, die hoorbaar wordt in de
taal die door Ruud Benard in heel Nederland synoniem is geworden voor gezelligheid. Die taal heb ik nooit gesproken,
maar ik hoor hem nog altijd graag. Breda bevalt.
Paul Schnabel


M. Jas Amsterdam / uitgeverij Kapstok;  
 

23. Boeknummer: 00082  
Beekse Herbergen. Doesse nogges vol..
Ondernemingen -- Algemeen           (2008)    [Kees Nagelkerke]
Beekse Herbergen
Dit boek is via deze link verkrijgbaar in de winkel van Heemkundekring Op de Beek.

VOORWOORD
Zo oud als de mens is hebben er waarschijnlijk ook plaatsen bestaan waar men samen komt. Een plek om elkaar te treffen, een gesprekje aan te knopen en ook
om gegevens en ervaringen uit te wisselen. Vrijwel ieder mens heeft behoefte aan sociale contacten en zoekt graag de medemens op. Dan ligt het al snel voor
de hand om samen iets te drinken. En natuurlijk zijn er dan mensen die het gat in de markt zien en zo’n plaats van samenkomst oprichten. Zij willen dan daar
-uiteraard tegen betaling- als een soort gastheer/vrouw wel zorgen voor de benodigde drank en wat dies meer zij. Daardoor ontstaat een gezellige sfeer en
voelt de bezoeker zich een beetje thuis. En dan niet alleen de toevallige bezoeker maar ook iedereen die op zoek is naar gezelligheid en vertier. Het samen beleven
van gezelligheid en het elkaar leren kennen in een informele sfeer, schept een band en legt de basis voor het welbevinden in een gemeenschap.
Ik wil hiermee maar zeggen dat ontmoetingsplekken een niet te onderschatten functie hebben. Immers zij bieden een plaats waar het individu een ander mens
wordt, onderdeel uitmakend van een gezelschap waarin men met elkaar praat, naar elkaar luistert en samen plezier maakt.
Iedere gemeenschap heeft dan ook behoefte aan dergelijke gelegenheden en het maakt dan in principe niet uit of dit de naam draagt van herberg, café, restaurant,
kroeg, disco of welke soorten er nog meer zijn.
Prinsenbeek maakte en maakt hierop geen uitzondering. En dat is maar goed ook, want kunt u zich bijvoorbeeld kermis of carnaval voorstellen zonder cafés?
Dat er in de loop der jaren veel veranderde op horecagebied is logisch. Ook hier stond de tijd niet stil en volgden de ontwikkelingen elkaar op. Van de vroegere
'stille knip' naar de huidige 'bar' is een hele stap. En hoe dat in Prinsenbeek allemaal in zijn werk ging kunt u lezen in dit boek.
We moeten erg blij zijn dat er mensen zijn die dit allemaal voor ons en ons nageslacht op papier willen zetten en onze plaatsgenoot Kees Nagelkerke is een
van hen. Met veel kennis van zaken en uitermate goed gedocumenteerd heeft hij een uniek stukje geschiedenis van ons dorp beschreven.
De omslag wordt gesierd met een erg fraaie en zeer treffende tekening van eveneens onze plaatsgenoot Jan Tankink.
De dank van het bestuur van de Heemkundekring OP DE BEEK en zeker ook van alle lezers gaat uit naar de auteur en illustrator en al degenen die hun
medewerking gegeven hebben.
Geniet - onder het genot van een glaasje - samen van dit boek. En...redt u het niet met één glaasje dan roept u maar: „Doesse nogges vol....
Ad van Melis
Voorzitter Heemkundekring OP DE BEEK.

TER INLEIDING
Al zolang de wereld bestaat worden over heel diezelfde wereld al bier en alcoholische dranken gedronken. Nooit en te nimmer nog weg te denken, het zal
dus altijd zo wel blijven. .
- Er bestaan talloze stokerijen, zowel grote als kleine.
- En zijn duizenden brouwerijen, waarvan ook veel regionale.
- Er zijn en worden miljarden liters gedronken.
- Er zijn vele boeken over geschreven.
- Er zijn diverse liederen over gecomponeerd.
- Er zijn verschillende musea voor opgericht.
- Er zijn ontelbare cafés, restaurants, hotels, cafetaria’s enz.
- Er verdienen massa’s mensen hun brood in de branche.
- Er zijn groothandels, gespecialiseerd op dit gebied.
- Er zijn duizenden soorten en nog meer merken.
- Er worden beurzen, tentoonstellingen en exposities voor gehouden.
- Er zijn, het getal mag u zelf invullen,...drinkers, zeg maar liefhebbers.
- Er is veel, heel veel vreugde aan beleefd.
- En...het heeft ook veel verdriet, ellende en armoede gebracht.

Al in eerdere schrijvens heb ik laten weten dat Prinsenbeek, maar zeker ook het vroegere Beek, altijd en overal aan meedeed en meedoet. Op alle gebied en dat
geldt dan ook op horecagebied.
In dit boek gaat u daar veel over lezen, want één ding staat zo vast als een huis:
'OP DE BEEK IS NOOIT DORST GELEDEN'

In een ver verleden, we spreken dan over de jaren rond 1700, waren er in Beek toch vijf kleine huisbrouwerijen en wel die van Jan Lips, Adriaen Jan Dirven,
Adriaen Boeren jan Melissen en Adriaen Poppelaars.
Er waren vroeger naast een groot aantal herbergen ook verschillende clandestiene drinkgelegenheden en ook toen was er al de lokale concurrentie. Om u als lezer
toch een indruk te geven van het Beekse drankgebeuren, publiceren we hier als voorbeeld de jaaromzet van bier in het jaar 1907. (eeuw geleden.)
Nuyten 1200 liter, Veehandelshuis 800 liter, P. Dircken 750 liter, Aartsen 670 liter, Ch. Mouwen 600 liter, Frijters 600 liter, Sterkens 500 liter, G. Mouwen 450 liter, ’
J. Dircken 450 liter, C. Mulder 400 liter, van Dorst 180 liter, Ch. Schalk 160 liter en tenslotte de wed. Leijs en H. Rops elk 120 liter.
Bij elkaar toch zo’n slordige 7000 liter op een aantal van ca. 2000 inwoners Als we het hier over Beek hebben bedoelen we het gehucht, het kerkdorp Beek
want we behoorden toen nog bij de gemeente Princenhage en op 1 januari 1942 werd Beek zelfstandig. Per 1 januari 1951 is het Prinsenbeek gaan heten De
daarop volgende annexaties van 1976 en 1997 zijn genoegzaam bekend.

klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding


Beek groeide, er kwamen nog enkele cafés bij en er werden er diverse gesloten en net voor de tweede wereldoorlog kende Beek, schrikt u niet, 25 herbergen en
diverse stille knipkes bij een inwonertal van om en nabij 4000 mensen en....... het kan immers niet anders ook veel liefhebbers.

Veel dingen waren toen overigens wel effekes anders zoals:
Niet één uitbater, herbergier, kastelein kon met het café de kost verdienen.
Vrouwen kwamen toen nog niet (nauwelijks) in cafés. Er werden andere dranken verkocht dan tegenwoordig. Toen een schilletje, een boerenjongen, Bossche
pop en veel donker bier om maar eens wat te noemen. Bossche pop was jenever die gemengd werd met kruiden, die uit 's Hertogenbosch afkomstig waren. Dit
mengsel moest dan wel in een stenen kruik een tijdje trekken. Het was goed voor de maag en nog lekker ook! Limonade kende men natuurlijk ook, maar van cola,
tonic of spa had men nog nimmer gehoord.

Nu kan men een keuze maken uit tientallen verschillende bieren en talloze inlandse en buitenlandse sterke dranken, likeuren en frisdranken. En natuurlijk
veel wijnen in allerlei prijsklasse en kwaliteiten.

Vroeger verkocht men in de kruidenierswinkels geen sterke drank en dronken we in Beek thuis alleen met feest- en verjaardagen. En dan is het nu 2008.
Een ieder ervaart het drinken van alcohol op zijn of haar manier, drinkt het thuis of buitenshuis en maakt hieromtrent de eigen keuze.
We kennen op de Beek overigens niet meer naar 30 cafés, maar nog slechts naar 11. Daarbij komt wel dat er nu gelegenheid tot drinken is bij de kantines van
voetbalvereniging Beek Vooruit, Tennisvereniging Prinsenbeek, Hockeyvereniging H.C.P., Golfclub Albatross, de drie cafetaria’s, de Shoarma, de Wok, de Chinees en
de Zilverberk.

Toch is het interessant om meer te weten te komen van die vele cafés, waar stonden ze, wie waren de verschillende uitbaters, wat deden zij nog meer en wat
gebeurde er zoal?
Elk café heeft immers toch 'zijn' verhaal. Nog interessanter is om het met foto’s en afbeeldingen te omlijsten. Er zijn enkele foto’s bij die kwalitatief niet al te
best zijn, maar wel aan het herbergverhaal verbonden als herinnering en daarom verantwoord om ze toch te plaatsen.

Daarom is dit boek geschreven. Het is een vervolg op de boeken Beekse Bakhuisjes en Beekse Negotie om zo op deze wijze te weten hoe het Beek
van vroeger was, hoe Bekenaren woonden en leefden en nu dus ook waar de Bekenaren hun sociale contacten hadden en waar men een lekker borreltje of
biertje kon gaan drinken.
Het spreekt vanzelf dat van het ene etablissement meer te vertellen is dan van het andere, maar u, lezer zult er een goed beeld van krijgen.
Dan nog dit. Ik zou tekort schieten als ik hierbij Ad van Melis, voorzitter van onze heemkundekring, niet zou noemen om hem speciaal dank te zeggen voor het vele
werk dat hij heeft gedaan bij de voorbereidingen van dit boek. Verder wil ik ook graag de diverse families hartelijk danken voor hun medewerking, het uitlenen
van hun (veelal dierbare) foto’s en de kopjes koffie die ik tijdens mijn bezoeken heb gekregen.
Tot slot wens ik u veel leesgenoegen.
Kees Nagelkerke.


Heemkundekring Op de Beek;  
 

24. Boeknummer: 00083  
Langs de rand van het zand. Waterstaatsgeschiedenis in de Brabantse Delta
Natuur -- Waterstaat           (2009)    [Jan van den Noort]
Langs de rand van het zand. Waterstaatsgeschiedenis in de Brabantse Delta
Woord vooraf
Veel waterschappen zijn respectabele oude organisaties met wortels tot in de middeleeuwen. Maar heden ten dage zitten er ook jonkies tussen,
zoals Waterschap Brabantse Delta, amper vijf jaar oud. Vergis u niet!
Achter dat jeugdige uiterlijk gaat een eeuwenoude geschiedenis schuil.
Zo’n tweehonderd waterschappen in het West- en Midden-Brabantse gingen Brabantse Delta voor en hun DNA is nog duidelijk herkenbaar in
het nieuwe waterschap.
Waar vroeger het beheer van polderpeilen, dijken en sluizen een hoofdrol speelde, ligt het accent vandaag de dag op de zuivering van afvalwater en
de kwaliteit van het oppervlaktewater. Het waterschap wordt daarnaast geacht in te spelen op klimaatverandering en verband te leggen met
uiteenlopende onderwerpen als milieu, landschap, ruimtelijke ordening, economie, cultuurhistorie en recreatie.
Waterschap Brabantse Delta vroeg historicus en cartograaf dr. Jan van den Noort om te onderzoeken hoe die lappendeken van polders
en poldertjes werd samengevoegd en welke rol het verlangen naar voldoende schoon water daarbij speelde. Ik begreep dat Brabant zich niet
gemakkelijk liet kennen, maar het is een verbluffend rijke geschiedenis geworden. Die rijkdom wordt nog onderstreept door verrassende foto's
van Joop Reijngoud, de heldere kaartjes van de auteur en een fris ontwerp van Karin ter Laak.
Ik wens u veel leesplezier.
Joseph A.M. Vos
Dijkgraaf Waterschap Brabantse Delta

Waterschap Brabantse Delta;  
 

25. Boeknummer: 00084  
Van Gogh in Etten. Catalogus bij tentoonstelling over Vincent van Gogh 2003. 2de druk
Cultuur -- Exposities           (2003)    [J.A. Rozemeyer]
Van Gogh in Etten.
VOORWOORD
Sinds het jaar (1875) dat ds. Th. van Gogh in Etten en Leur werd beroepen is er veel veranderd.
Telde de gemeente toen nog geen 5000 inwoners, inmiddels is Etten-Leur gegroeid tot ongeveer 40.000 inwoners. Was de gemeenschap toen overwegend agrarisch, nu is Etten-Leur een kleine
stad met een belangrijke industriële en dienstverlenende taak.
In het jaar 2003 wordt de 150e geboortedag van de zoon van dominee Van Gogh herdacht.
Vincent van Gogh, geboren in 1853 in Zundert, ontdekte in 1881 in Etten-Leur na twaalf ambachten en dertien ongelukken, dat hij over een teken- en schildertalent beschikte. In een
periode van zijn leven, dat hij thuis bij zijn ouders orde op zaken in zijn leven wilde stellen, begon hij te tekenen. Hij gebruikte daartoe veel voorbeelden uit zijn naaste omgeving. In het
voorliggende boek, dat dit jaar zijn tweede, geheel herziene druk beleeft, is op voorbeeldige wijze verslag gedaan van de Ettense periode in het leven van Vincent van Gogh; feitelijk werd toen een
groot kunstenaar geboren.
Etten-Leur besteedt het gehele jaar 2003 grote aandacht aan zijn beroemdste inwoner. Velen zullen ongetwijfeld de gelegenheid te baat nemen op bezoek te gaan in Zundert én in Etten-Leur.
Hen zal opvallen, dat, ondanks de geweldige veranderingen, er nog steeds belangrijke elementen uit Vincent’s tijd zichtbaar zijn. Etten-Leur heeft weliswaar stadse trekken gekregen, maar de
dorpse gemoedelijkheid is niet verdwenen ondanks de vele nieuwbouw. De 'Tuin van Etten (1888)' is heden ten dage veranderd in een bruisend hart met lommerrijke parklanen.
Op deze plaats hecht ik eraan de samensteller van de eerste en de tweede druk van dit boekje, de heer J.A. Rozemeijer en degenen die hem terzijde stonden te danken voor hun noeste arbeid.
Het Stichtingsbestuur, dat de organisatie van het 150e geboortejaar van Vincent van Gogh in Etten-Leur voor zijn rekening nam, dank ik voor zijn creativiteit en inzet. De vele vrijwilligers,
die zich belangeloos inzetten om de feestelijkheden mogelijk te maken en geïnteresseerde bezoekers rond te leiden complimenteer ik voor hun bijdrage aan de public relations van onze gemeente.
U lezer van dit boek en bezoeker van onze Vincent-stad dank ik voor uw belangstelling. Ik heet u welkom en nodig u uit nog eens terug te keren en te genieten van het fraais dat Etten-Leur u te
bieden heeft.
drs. J.A.M. van Agt,
burgemeester van Etten-Leur.
Januari 2003

Stichting Vincent van Gogh Etten-Leur;  
 

26. Boeknummer: 00088  
Toekomst religieus erfgoed in Noord-Brabant
Monumenten -- Monumentenzorg           (2005)    [drs. Harrie Maas]
Toekomst religieus erfgoed in Noord-Brabant
Voorwoord
De meeste kerkgenootschappen en religieuze instellingen in Nederland maken een woelige tijd door. Ontkerkelijking een
steeds kleiner wordend aantal kerkbezoekers, (dreigende) exploitatietekorten, nog slechts enkele kloosterroepingen...
menig bestuurder van een kerk of kloosterinstelling heeft het hoofdbrekens bezorgd. Ondanks de 'zorgen' hebben tal van
kerken en kloosters de deuren inmiddels al gesloten, of zijn zelfs gesloopt. Elke keer wanneer dit zich voordoet, roept het veel
emotie en betrokkenheid op: bij de gelovigen, bij degenen die een band met het gebouw hebben (bijvoorbeeld omdat ze er zijn
gedoopt, of zijn getrouwd), bij de buurtbewoners, bij degenen die zorg hebben voor ons cultuurhistorisch erfgoed, bij het
kerkbestuur, bij het bisdom, bij het gemeentebestuur, of bij andere belanghebbenden. Elke keer wanneer dit zich voordoet
wordt religieus erfgoed 'vervreemd', of -soms nog erger- onherstelbaar vernietigd.
Actieve opstelling nodig
De komende tijd zal de problematiek van de leegkomende kerken en kloosters en daarmee een dreigende teloor-
gang van het religieuze erfgoed in nog veel grotere mate zich aandienen. Deze landelijke ontwikkeling zal met
name in Noord-Brabant. waar het kerkgebeuren en het kloosterleven zo significant aanwezig is geweest, merk-
baar zijn. De vele kerktorens en kloostercomplexen in het Brabantse landschap getuigen daarvan. Maar voor
sommige tikt de tijd? Hoe lang hebben ze nog te 'leven'?
Om een verdere teloorgang van het religieuze erfgoed te stoppen is een actieve stelling-name dringend nodig. Dat
vraagt in de eerste plaats om onderkenning van de problematiek. Vervolgens is het nodig dat oplossings-
gericht te werk wordt gegaan. Vanuit onze dagelijkse praktijk weet het Monumentenhuis Brabant dat er vele
belangen in het spel zijn en dat vanuit verschillende invalshoeken naar de problematiek wordt gekeken.
Ondanks dit gegeven is er een gemeenschappelijk belang:
de zorg voor hel behoud van het religieuze erfgoed in onze provincie. Op zich is dit een mooi vertrekpunt waar ieder
het mee eens is. maar wat Ie doen als een kerk of klooster op termijn leeg komt te staan en de vraag echt op tafel
komt? hoe wordt dan invulling gegeven aan de 'zorg voor het behoud van het religieuze erfgoed'? Het gebouw leeg
laten staan, slopen... of is herbestemming een optie?
Deze vragen zullen de komende tijd vaak worden gesteld. Vragen die we niet uit de weg moeten gaan.
Doel brochure
Met deze publicatie wil het Monumentenhuis Brabant een bijdrage leveren aan de discussie rond de zorg voor het
behoud van het religieuze erfgoed in Noord-Brabant, in het bijzonder met betrekking tot het aspect herbestemming.
Daartoe zijn in deze brochure een aantal 'stakeholders' aan het woord gelaten die hun mening hieromtrent geven.
Hopelijk draagt het ook bij aan een maatschappelijke attitude en betrokkenheid, gericht op de instandhouding
van het religieuze erfgoed.
Tenslotte willen we in deze brochure laten zien dat er vele varianten van herbestemming van religieuze gebouwen
mogelijk zijn en dat herbestemming een goede optie kan zijn voor de instandhouding van vrijkomende religieuze
gebouwen. Het Monumentenhuis Brabant heeft zeker niet de pretentie een compleet beeld te geven van de
verschillende varianten van herbestemming. Evenmin spreken wij ons uit vóór of tegen een bepaalde variant.
Wel is het onze mening dat herbestemming kansen biedt voor de toekomst voor het religieuze erfgoed in Noord-
Brabant. Dat spreken wij graag hierbij uit. Hopelijk biedt deze brochure hiervoor inspiratie.
Ir J.A J. Huijbregts
Voorzitter Stichting Monumentenhuis Brabant

Stichting Monumentenhuis Brabant;  
 

27. Boeknummer: 00093  
Breda na 750 jaar
Historie -- Breda, algemeen           (2002)    [A. Bijma, W. v.d .Calseyde, E.v.d. Hoeven, H. Lokerse]
Breda na 750 jaar t.g.v. 750 jaar Breda
VOORWOORD
Van jongs af aan ben ik gehecht aan Breda
Chris Rutten (60) is burgemeester van de stad Breda. Als 'primus inter pares’ (eerste onder zijns gelijken) is
het eerste woord dan ook aan hem, waarbij we in dit geval de gehele stad als zijn wijk bescbouwen. Als 'gelijke'
van zijn medebewoners presenteren we dit voorwoord in de vorm van een interview, zoals ook andere bewoners
in de volgende hoofdstukken aan het woord komen.
Enkele dagen na zijn aanstelling, op 1 januari 1996. zat de kersverse burgemeester voor de eerste keer een raadsvergadering
in Breda voor. Na afloop werd er nog een borrel gedronken, daarna keerde hij terug naar hotel De Keijser, waar hij logeerde.
Ik woonde nog in Zeeland. Het was na middernacht en het vroor dat het kraakte. Tot mijn verbazing paste de sleutel niet in het
hotelslot en ook de hotelhouder, een inmiddels bekende Bredanaar, reageerde niet op het geklop. Dus ik naar het politie-
bureau, waar ze me nog niet herkenden en de suggestie deden naar een ander hotel te gaan. Maar ik had geen cent op zak en
kon zelfs geen taxi nemen. Nog steeds incognito belandde ik uiteindelijk met behulp van een vriendelijke wachtcommandant
om half drie in hotel Mercure, waar een baliemedewerkster mijn verhaal geloofde dat ik de nieuwe burgemeester was, zij
het zonder portefeuille.
Chris Rutten werd geboren in het Limburgse Susteren, in het voor Breda belangrijke jaar 1942. In dat jaar werden
namelijk grote delen van Ginneken en Princenhage bij Breda gevoegd. Vele jaren later zou hij als burgemeester van Breda
nog zo’n gedenkwaardig moment meemaken: de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1997, waarbij Teteringen, Prinsenbeek
en grote delen van Bavel en Ulvenhout bij Breda kwamen. Nog geen jaar in functie was hij daarmee plotsklaps burgemeester
van de achtste stad van Nederland. Zijn liefde voor Breda werd er niet minder om, die dateert al uit zijn jeugdtijd.
In de jaren '50 kwam ik als kind regelmatig op vakantie in Breda. De zomers bracht ik door bij vrienden van mijn ouders
in de Laan van Mecklenburg. Ik voetbalde op de toenmalige Ceintuurlaan, die een brede middenberm van gras had, en vond
het heerlijk om te kunnen zwemmen in het Sportfondsenbad en te fietsen in het Mastbos. Sinds die tijd ben ik erg gehecht
aan Breda, dat ik reken tot de drie mooiste steden van Nederland, naast Amsterdam en Maastricht. Het heeft, denk
ik, veel te maken met goede jeugdherinneringen en een gevoel van nostalgie.
Het gevoel van vertrouwdheid met de stad is er sinds zijn aantreden als burgemeester alleen maar sterker op geworden.
Wat mij vooral aanspreekt is de menselijke maat die de stad heeft. Breda is niet al te groot en in sociaal opzicht voel je je
dan ook snel thuis. Zeker in mijn functie waarin je heel veel mensen tegenkomt.
Rutten heeft de ervaring dat Bredanaars over het algemeen trots zijn op hun stad, die een zekere sjiekheid bezit ten opzichte
van de omgeving. Bovendien is Breda ook een mooie historische stad, in Brabant alleen in gezelschap van Bergen op Zoom en
’s-Hertogenbosch.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Er is jammer genoeg in het verleden veel monumentaals verdwenen in de stad, maar dat werd nu eenmaal gedicteerd door
de tijdgeest. Het ging hier gewoon te goed. Weet je waarom in steden als Brugge en Gent zoveel fraais overeind is gebleven?
Niet omdat stadsbestuurders zoveel beter waren dan hier, maar omdat ze al die tijd domweg te arm waren om te kunnen slopen
en iets nieuws te kunnen bouwen. Gelukkig wordt tegenwoordig veel zorgvuldiger omgegaan met ons Bredaas erfgoed.
Wat Breda ook bijzonder maakt is dat het gemiddeld genomen schitterende, ruim opgezette wijken heeft. Het Heuvelkwartier
bijvoorbeeld is qua ruimte en architectuur heel bijzonder.
En dan natuurlijk de geweldige omgeving van de stad, met veel groen en recreatiemogelijkheden. Alleen een stad als Amersfoort
heeft dat ook, maar dan heb je het wel gehad.
Al een week na zijn aantreden in Breda ging hij onder andere op werkbezoek naar de Vestkant, in Haagpoort. Dat was verrassend.
Waarom hij dat deed? De mensen daar nemen geen blad voor de mond. Het eerste wat ze zeiden was: 'Doe nou maar normaal en
trek je jasje uit'. Ik heb ook nog iets voor ze kunnen doen en als mensen zich serieus genomen voelen, dan kan het niet meer
kapot hé. Dat blijft ze bij. Ik was er later weer omdat een van de bewoonsters 100 jaar werd. De hele straat zat er binnen. Dat is
toch prachtig. Bewoners waarderen het als je in de wijk op bezoek komt.
Chris Rutten vindt Breda niet alleen een fijne stad om in te wonen, maar hij wijst ook op de plaats van de stad in de regio.
Breda is dé economische trekker van dit gebied. Vroeger lag de stad aan de periferie van het land, maar door het wegvallen van
de grenzen en het toegenomen belang van de Euregio’s ligt ze nu feitelijk veel centraler dan de Randstad. En dat biedt enorme
kansen. Breda wordt met de komst van de HSL en de Shuttle naar Rotterdam en Antwerpen niet alleen een belangrijk snijpunt
van weg- en spoorverbindingen, maar is samen met Amsterdam ook nog eens een snijpunt van de digitale infrastructuur in
Nederland. Als je Breda als een wijk in 'Brabantstad' zou zien, dan vormt ze de centrale toegangspoort van die stad.’
Het enthousiasme van Chris Rutten voor Breda wordt gestaafd door het feit dat hij zojuist verhuisd is naar een nieuw optrekje,
ook weer in Effen. IJs en weder dienende zal Breda, gezien zijn leeftijd, zijn laatste standplaats zijn.
We gaan niet terug naar Limburg of Zeeland. Het is onze uitdrukkelijke wens om hier te blijven wonen, omringd door vele
vrienden, kennissen en vooral onze in het Sportpark wonende dochter, schoonzoon en de twee kleinkinderen.
Waarvan akte.



Inleiding en verantwoording
Sinds enkele jaren zet Breda zichzelf op de kaart als 'stad met karakter'. Een predicaat dat niet alleen van toepassing is op de
fraaie binnenstad of op de oude en eigentijdse monumenten als de Grote Kerk of het Chassé Theater. Het leven in Breda wordt
daardoor weliswaar beïnvloed, maar niet bepaald. Het echte leven werd en wordt immers vooral geleefd in de vele wijken, buurten
en (voormalige) dorpen die de huidige gemeente telt.
Daarover gaat dit nieuwe boek van Sectie D.
In woord en beeld tonen we de ontstaansgeschiedenis, sociale samenhang en bijzonderheden op het gebied van natuur en architectuur
van steeds nieuwe delen in een almaar uitdijende stad. Daarnaast vertellen wijkbewoners van verschillende leeftijd en sociale
achtergrond hun eigen verhaal over hun woonomgeving.
Van elke wijk is een fotografische impressie gemaakt door één van de zestien Bredase fotografen die speciaal voor dit project
zijn aangezocht. Zo biedt dit jubileumboek een karakteristieke weergave van het leven in de verschillende wijken van Breda.

Sektie D Zandbergse Boekstichting;  
 

28. Boeknummer: 00099  
500 jaar Zwartenbergse polder
Natuur -- Zwartenbergsepolder           (2007)    [Ton van den Wijngaart]
500 jaar Zwartenbergse polder
Dit boek is via deze link verkrijgbaar in de winkel van Heemkundekring Op de Beek.


Voorwoord
Voor u ligt het boekwerk ‘500 jaar Zwartenbergse polder’, een indrukwekkende geschiedschrijving van de Heemkundekring ‘Jan uten Houte’ uit Etten-Leur waar-
in u ook de geschiedenis van het waterschap kunt herkennen.
Een polder wordt gemaakt en beheerd door mensen, zij leven in de polder en geven er zijn karakter aan. Zo ook de ingelanden van de Zwartenbergse polder. Na
ruim tweehonderd jaar van wateroverlast besloten zij in 1721 een watermolen met stenen goot naar de Leurse Vaart te bouwen om het water uit de polder te pom-
pen. Deze houten poldermolen brandde in 1888 door blikseminslag af. Een jaar later werd de huidige stenen molen, met een partij stenen die voor de bouw van de
plaatselijke kerk was afgekeurd, herbouwd.
In 1963 is de molen door het toenmalige waterschap overgedragen aan de gemeente Etten-Leur. Als gevolg van de ruilverkaveling daalde het grondwaterpeil
en verloor de molen zijn bemalingsfunctie, ook omdat het waterschap in het poldergebied inmiddels het elektrische gemaal ‘Halle‘ had gebouwd dat de functie van
de molen overnam. Toch blijft de Zwartenbergse molen de enige windwatermolen in Zuidwest-Brabant die nog volledig functioneert. De molen, met de status van
rijksmonument, is in 2004 opnieuw door het pas opgerichte waterschap Brabantse Delta overgenomen. Het waterschap herstelt en renoveert de molen zodat deze
een educatieve functie kan gaan vervullen en het verhaal van 500 jaar Zwartenbergse polder tot in lengte van dagen kan blijven vertellen.
Het waterschap heeft onlangs de westzijde van de kade van de Leursche haven vanaf de Zwartenbergse molen tot aan de Mark opgehoogd om de Ettense Beem-
den te beschermen tegen hoog water. Ook proberen we in de polder het waterpeil voor de landbouw optimaal te maken en tegelijkertijd de kwaliteit van het water in
de landbouwsloten te verbeteren. Daarmee gaat de Zwartenbergse polder nog een lange - en als het aan ons ligt - droge en schone toekomst tegemoet.
Joseph Vos, dijkgraaf waterschap Brabantse Delta

Inleiding
In het uiterste noorden van de gemeente Etten- Leur ligt de Zwartenbergse polder. Deze polder is om meerdere redenen een uniek en bijzonder interessant gebied.
Uniek, omdat het gezien de ligging de vraag oproept tot welke gemeente de polder behoort. Is het Etten-Leur, Breda (Prinsenbeek) of Zevenbergen?
Uniek, omdat het een echte kleipolder is, die vrijwel exact ligt op de grens van klei- en zandgronden.
Uniek, omdat de polder gemiddeld 70 cm onder de zeespiegel ligt.
Uniek, omdat de polder totaal ligt ingeklemd tussen rivieren of waterlopen. Dat zijn de Mark in het noordwesten, de Leurse Vaart (de haven) in het zuiden en de
Halse of Leurse Vliet in het oosten.
Uniek, omdat de polder heel vroeger ten noorden van de Mark lag, maar sinds lange tijd al weer ten zuiden van diezelfde Mark.
Uniek, omdat de polder vroeger op de grens lag van het hertogdom Brabant en het graafschap Holland.
Uniek, omdat de polder nog zo duidelijk de sporen draagt uit een ver verleden; dit is elders vrijwel nergens meer te zien en zeker niet in deze mate.
Uniek, omdat in de polder de enige windwatermolen staat die West-Brabant nog heeft.
Uniek, omdat het in 2007 exact 500 jaar geleden is dat van Zwartenberg een polder werd gemaakt.
Het 500-jarig bestaan mag niet onopgemerkt voorbij gaan. Daarom heb ik dit boek geschreven dat de lezer meer inzicht geeft in het poldergebied. Wie het leest
zal voortaan het door de polder wandelen, fietsen of autorijden met andere ogen bezien en beleven dan voorheen.
Gaat u mee op reis door de tijd en de wording van Zwartenberg?
Het zal een reis zijn, die zich niet laat vastleggen in vastomlijnde periodes maar wel een reis die u meeneemt naar momenten die voor Zwartenberg cruciaal,
belangrijk, interessant of van grote invloed zijn geweest.
De schrijver wenst u een bijzonder aangename reis toe.

Jan Uten Houte Etten Leur;  
 

29. Boeknummer: 00115  
Van de Beek naar de Kali. Beekse herinneringen aan Nederlands-Indië. 1945-1950
Oorlog -- Indiëgangers           (2000)    [Hans Luiken]
Van de Beek naar de Kali. Beekse herinneringen aan Nederlands-Indië. 1945-1950
Dit boek is via deze link verkrijgbaar in de winkel van Heemkundekring Op de Beek.

WOORD VOORAF.

BEEKSE JONGEMANNEN VER VAN HUIS.
Het heeft te lang geduurd voor de herinneringen aan Nederlands-Indië van een zestigtal jonge Bekenaren en hun
thuisfront aan het papier werden toevertrouwd. Maar nu is het er dan toch eindelijk van gekomen en liggen ze
voor de toekomst vast in dit boek 'Van de Beek naar de Kali'.
Dat stemt tot vreugde. Vreugde voor degenen die 50 jaar geleden hun diensttijd doorbrachten in Indië, maar ook
voor hun familie, vrienden en kennissen.
De strijd in Indië heeft de naam een 'vergeten oorlog' te zijn, maar een oorlog mag nooit vergeten worden.
Daarvoor is hij voor teveel mensen vaak een te ingrijpend deel van hun leven. Ook deze oorlog kende zijn
verschrikkingen. Gelukkig kwamen alle Bekenaren behouden weer thuis, maar hun Indiëtijd is sindsdien een
onuitwisbaar deel van hun leven.
Terecht dat onze Heemkundekring “OP DE BEEK” dan ook vanaf het begin van zijn nog jonge bestaan het laten
verschijnen van dit boek hoog op de wensenlijst had staan. Naast de oorlogherinneringen 1940-1945 in
'Oorlog op de Beek' ligt nu ook dit stuk Beekse geschiedenis vast.

klik op de pijlpunt links voor het volledige woord vooraf


Met de betrokkenen of hun familie zijn -variërend van zeer openhartige tot zeer gesloten interviews gehouden
om hun verhalen te horen. De schrijver Hans Luiken legde de verbanden en zorgde voor het juiste kader.
De discussies omtrent deze oorlog zijn nog steeds gaande en zullen voorlopig nog niet stoppen. Maar hierbij
mag nooit uit het oog worden verloren dat gebeurtenissen van het verleden altijd gezien moeten worden in relatie
tot de tijd en de omstandigheden waarbinnen deze zich afspeelden.
Voor alle militairen van toen, is dit boek iets van herkenning Voor hun nageslacht, een boeiend boek om te lezen.
Voor alle anderen, een boek om er lering uit te trekken.
Maar bovenal moet dit boek worden gezien als een vorm van erkenning. Erkenning voor diegenen, die daar geweest
zijn. Op verzoek van onze regering, dus op ons verzoek! Onze heemkundekring hoopt daarom met deze uitgave
een bijdrage te leveren aan begrip en vooral erkenning, nu dicht bij huis.
Dank aan allen die een bijdrage leverden aan de totstandkoming van dit boek. In het bijzonder een compliment
voor de auteur Hans Luiken voor de jaren durende krachtmeting met zichzelf en het verleden. Het resultaat mag er
zijn: twee voor de historie van de Prinsenbeekse gemeenschap onmisbare boeken.
HEEMKUNDEKRING OP DE BEEK.


INLEIDING
Het is dit jaar vijftig jaar geleden dat de laatste Beekse soldaten terugkwamen uit het voormalig Nederlands-Indië.
Toen zij vertrokken, waren ze rond de twintig jaar jong. De Beekse gemeenschap kan zich gelukkig prijzen:
van deze zestig mannen heeft wonder boven wonder niemand het leven gelaten. Duizenden anderen kwamen niet terug.
Eind 1944 hadden de eerste Bekenaren zich als oorlogsvrijwilliger gemeld. Het bevrijde zuiden had soldaten nodig.
Later volgden meer mannen van het eerste uur, die klaar stonden voor hun land. Een land dat zwaar gehavend uit de
Tweede Wereldoorlog kwam. Beek was toen een dorpje, met nog lang niet overal verharding, straatverlichting of
riolering. De jeugd groeide er beschermd op, onder het wakend oog van de katholieke Kerk. Nieuws kwam er via de radio
en de kranten, weinig mensen hielden zich met politiek bezig. Verre reizen kende men niet: Tilburg was al ver.
De Nederlandse regering had manschappen nodig voor de terugkeer naar Nederlands-Indië en deed ook een beroep op de
kleine Brabantse gemeente Beek. Na de oorlogsvrijwilligers was het dan ook de beurt aan de dienstplichtigen.
Eén voor één verdwenen ze naar het grote onbekende, voor jaren zoals zou blijken. Het enige contact met thuis waren
de brieven, pakjes en krantjes van familie, vrienden en verenigingen die hun jongens niet vergaten. Ze gingen
Van de Beek naar de Kali (Indisch voor rivier). In Indië wachtte hen vaak een moeilijke taak, er was een
nationalistische beweging die streed voor een zelfstandig Indonesië, groter dan de regering dacht.
De Bekenaren die er als eerste aankwamen troffen een land in chaos aan. Bendes richtten enorme slachtingen aan onder
de eigen en onder de Nederlandse burgers. Velen van hen hebben de oorlog van zijn donkerste kant meegemaakt en dan
ook vrienden verloren. Ondanks veel weerstand uit de wereld bleef de Nederlandse regering volhouden totdat uiteindelijk
op 27 december 1949 de soevereiniteitsoverdracht werd getekend en Nederland afscheid nam van zijn kolonie. Het conflict
heeft Nederland veel gekost aan mensenlevens en materieel, daarnaast was Nederland in de naoorlogse jaren vrijwel
onverdedigd en moest het land bij de wederopbouw vele handen missen.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


In 1950 kwamen eindelijk de laatste Beekse jongens terug. Een groot aantal van hen had heel wat meegemaakt.
Veel interesse was er bij hun dorpsgenoten echter niet voor de verhalen, iedereen had het druk met de wederopbouw van
Nederland. Werk en woonruimte was er niet altijd meteen voor hen. Ook de Nederlandse regering die hen destijds zo hard
nodig had, leek hen te zijn vergeten. 'Het vergeten leger' worden ze wel genoemd. In de afgelopen vijftig jaar zijn er
heel wat pijnlijke confrontaties geweest. In de pers waren zij een gemakkelijk slachtoffer. De werkelijke geschiedenis
hoor je zelden. De jongens van toen zijn inmiddels met pensioen en in de afgelopen jaren werd de roep in Beek voor
meer aandacht groter.
Al tijdens het schrijven van 'Oorlog op de Beek' kwam regelmatig de vraag om een boekje over de Indië-gangers. Dankzij
heemkundekring 'Op de Beek' heeft dit boek dan ook doorgang kunnen vinden. Het is niet, zoals mijn eerste boek, bijna
geheel gebaseerd op archief onderzoek. Dit boek is een verzameling van verhalen uit de herinnering van de individuele
soldaten. Dit is aangevuld met het weinige archiefmateriaal dat voorhanden is.
Indië leeft enorm bij deze mannen, getuige de vele verhalen die ik mocht optekenen: algemene, leuke en serieuze verhalen.
Een aantal heeft het over 'mijn vakantie', weer anderen hebben 'het niet rustig' gehad. Regelmatig stokte dan ook een
verhaal, de toon werd anders, een blik in de verte. Het verlies van kameraden geeft een zware herinnering. Er zijn in Beek
heel wat foto's van begrafenissen en erevelden.
Dit boek heeft de Beekse veteranen de mogelijkheid gegeven hun verhaal te vertellen. Zonder hun hulp was het dan ook niet
tot stand gekomen. Dit is hun boek met hun verhaal. Ik dank hen en hun familie dan ook hartelijk voor alle medewerking.
Verder dank ik het bestuur en de leden van 'Op de Beek' voor alle hulp en ondersteuning en verder het Anjerfonds, de sectie
militaire geschiedenis Den Haag, Regionaal archief West-Brabant, Vereniging oud-militaire Indië-gangers, Stichting Nationaal
Indië Monument en het stadsarchief Breda voor hun waardevolle hulp en ondersteuning.
Moge dit boekje bijdragen tot wat meer kennis en begrip voor de Beekse Indië-veteranen, zodat zij door de komende generaties
niet vergeten zullen worden.
Hans Luiken
Prinsenbeek, januari 2000


Heemkundekring Op De Beek;  
 

30. Boeknummer: 00116  
Mensen uit de kringen van Brabants Heem. De Heemkinderen, deel 1
Historie -- Erfgoed Breda           (2004)    [Cees Slegers]
Mensen uit de kringen van Brabants Heem. De Heemkinderen, deel 1

Inleiding
‘Delven wij waar wij staan, want waar wij staan is Klondyke.’
Deze regel van Gerard Bruning werd gebruikt door een van de founding fathers van de heemkunde in Brabant, de norbertijn dr. Hugo Heijman, archivaris en bibliothecaris van
de abdij van Berne in Heeswijk, in zijn toespraak voor het Provinciaal Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen in 1941 in ’s-Hertogenbosch. Met de verwijzing naar het
Amerikaanse gouddelversstadje in Alaska bedoelde Bruning dat je het geluk niet te ver moet zoeken; 'begin maar te graven waar je staat'.
Hoewel het graven en de archeologie in de begintijd van Brabants Heem een voorname plaats innam, wilde men toch van het begin af aan duidelijk maken dat heemkunde meer
was dan archeologie. Het zou de kennis van het heem in al zijn aspecten moeten zijn. De archeologie, de natuurlijke historie, de relicten van de vroegste bewoners, de volksge-
bruiken en de kunst, de monumenten, de geografie, de taal, de toponiemen, de genealogie en de geschiedenis van de bewoners van een bepaalde stad, dorp of regio vormden de ob-
jecten voor de heemkundigen. Omdat niemand dit hele scala kan omvatten, waren er in de heemkunde altijd veel specialisten. Toch waren er ook steeds mensen, die door een
tomeloze nieuwsgierigheid gedreven, alles van hun regio wilden weten.

Kempen Uitgevers Zaltbommel;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Zoekresultaat verdeeld over 5 pagina's, met elk (max.) 30 publicaties:

1   2   3   4   5       Volgende       Eind

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 24 april 2022