HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 33   (uit: 244)

Getoond wordt publicatie : 1 t/m 30


Uitgebreid zoeken

Zoekresultaat verdeeld over 2 pagina's, met elk (max.) 30 publicaties:

1   2       Volgende       Eind

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00043  
Heksenwiel. Centrumgebied Haagse Beemden Breda
??           (1994)    [Jan Heystek e.a.]
Heksenwiel. Centrumgebied Haagse Beemden Breda

Met gepaste trots mag ik het voorwoord schrijven in dit bijzondere boek over een al even bijzonder samenwerkingsproject.
Blauwhoed Vastgoed-ontwikkeling bv en de Gemeente Breda toveren met 'Heksenwiel, Centrumgebied Haagse Beemden, Breda'
een publikatie tevoorschijn die de geslaagde samenwerking tussen de acht realisatoren van dit Centrumgebied van de Haagse Beemden
memoreert en levend houdt.

Met de Haagse Beemden trad Breda in de jaren zeventig buiten haar muren. Op de plaats waar in de Ijzertijd al mensen woonden en het landschap
een hoofdrol speelde, is een uitbreidingswijk naar de inzichten van de moderne tijd gebouwd.
Daarbij is de waarde van het verleden behouden gebleven. In de Haagse Beemden vindt men een symbiose in de betekenis van de Dikke van Dale:
"Het samenleven van twee ongelijksoortige organismen/fenomenen op of in elkaar tot wederzijds voordeel".
Het karakteristieke landschap behield zijn plaats in een moderne woonwijk. In figuurlijke zin komt dit tot uiting in de rol die de typische kenmerken
van het 'Brabantse dorp' spelen. Deze komen juist in het Heksenwiel naar voren.

Het Centrumgebied Heksenwiel is het hart van de Haagse Beemden waarin we de functies van een dorps- of stadskern herkennen.
Wonen, werken, winkelen, elkaar ontmoeten en recreëren in één gebied. In veel Brabantse dorpen zien we dit en beschouwen we het als een overle-
vering die bewaard moet blijven.
De zichtlijn naar de toren van de Grote Kerk van Breda geeft de relatie met de stad aan. Het Centrumgebied heeft alle ingrediënten die het
tot een volwaardige en complete kern maken.

De Gemeente Breda is niet alleen trots op het Centrumgebied. De goede samenwerking met de mede-realisatoren van het Heksenwiel geeft reden
tot grote tevredenheid. Dit project heeft een speciale plaats verworven in de groep van Publiek-Private Samenwerkingsprojecten.
De relatief korte tijd tussen de ondertekening van de realisatie-overeenkomst en de oplevering van de diverse delen van het Centrumgebied hebben
samen met de volledige verwezenlijking van de oorspronkelijke plannen dit project een speciaal cachet gegeven.

Breda, de Haagse Beemden en de realisatoren van het Centrumgebied Heksenwiel kunnen trots zijn.

drs. E.H.T.M. Nijpels
Burgemeester van Breda

Gemeente Breda;  
 

2. Boeknummer: 00071  
Geschiedenis van de heerlijkheid Asten
Historie -- Informatie Brabant           (1994)    [Toine Maas redactie]
Geschiedenis van de heerlijkheid Asten
Woord vooraf
Tussen 1987 en 1990 werd de kasteelruïne van Asten aan een bouwhistorisch onderzoek onder-
worpen. In dezelfde periode onderzochten archeologen het kasteelterrein en de daaromheen
liggende grachten. Dit gecombineerde onderzoek leverde een schat aan gegevens op over de
bouw- en bewoningsgeschiedenis van ‘tHuys tot Asten’. Nadat enkele historici kennis hadden ge-
nomenvan de onderzoeksresultaten ontstond het plan een bundel samen te stellen waarin de bouw,
bloei en ondergang van het kasteel zou worden beschreven.
Al snel bleek dat het boek een veel bredere opzet zou krijgen. Er werd immers gekozen voor
een aanpak waarbij meer bestudeerd werd dan de bouwgeschiedenis van het kasteel. De verschil-
lende onderzoekers wilden uiteindelijk iets te weten komen over het functioneren van het kas-
teel in zijn omgeving waardoor als vanzelf een geschiedenis van de hele heerlijkheid zou ontstaan.
Vandaar dat niet alleen de kasteelruïne maar ook archeologische vondsten, archiefstukken en ico-
nografische bronnen aan een onderzoek werden onderworpen. Door regelmatig met elkaar te
overleggen konden onderzoeksgegevens en meningen worden uitgewisseld. Uitgangspunt was
dat het overleg er toe zou leiden dat een completer beeld ontstond van wat er zich in en rond
‘tHuys tot Asten’ had afgespeeld.
Prof. drs. H.L. Janssen, hoogleraar kastelenkunde aan de Universiteit van Utrecht, onder-
streepte in 1992 het belang van deze - wat hij noemt - integrale methode. In zijn inaugurele
rede die hij in februari van dat jaar uitsprak, stelde hij dat bij werkelijk integraal onderzoek meer
vragen beantwoord kunnen worden dan voorheen. Langs deze weg krijgen het kasteel en zijn
bewoners een plaats in de maatschappij waarbinnen zij functioneren.
Ook in Asten vervulde het kasteel op bestuurlijk, juridisch en economisch terrein een cen-
trumfunctie. De adellijke bezitters bekleedden een vooraanstaande positie binnen het lokale be-
stuur. Dankzij een rijk heerlijkheidsarchief kon worden achterhaald op welke wijze de heren en
vrouwen van Asten hun stempel drukten op het leven in hun heerlijkheid. De heer bezat immers
eeuwenlang rechten in een gebied dat door de huidige gemeentegrenzen van Asten wordt om-
sloten. Bovendien beheerden zij vanuit het kasteel uitgebreide bezittingen waaronder twee
molens en een aantal pachthoeven. De beschrijving van de wijze waarop ze dit deden maakt
duidelijk welke plaats ze in de Astense samenleving innamen en hoe hun relatie met de Aste-
naren was.
Op deze plaats wil het bestuur van de Stichting Geschiedschrijving Asten iedereen bedanken die
op welke wijze dan ook heeft meegeholpen aan de totstandkoming van dit boek. Particulieren en in-
stellingen die fotomateriaal beschikbaar stelden, de leden van Fotokring Beeldhoek, de mensen die
verantwoordelijk waren voor de vormgeving, de archiefmedewerkers en informanten, en niet te
vergeten de makers van de tekeningen en de auteurs. Speciale dank gaat uit naar de sponsors
zonder wie het onmogelijk was geweest het boek in deze vorm uit te geven.
Stichting Geschiedschrijving Asten
Asten, oktober 1994

Stichting Geschiedschrijving Asten;  
 

3. Boeknummer: 00079  
Gemeenschapsbelang Prinsenbeek 1965-1990
Overheid -- Gemeenschapsbelang           (1990)    [Piet v.d. Bliek]
Gemeenschapsbelang Prinsenbeek 1965-1990
Voorwoord.
Oktober 1990 was het 25 jaar geleden, dat Gemeenschapsbelang werd opgericht.
T.g.v. dit jubileum wordt dit boekwerk uitgebracht.
Het wordt als een blijvende herinnering aan de leden en geinterresseerde oud leden
aangeboden als blijk van waardering voor hun inzet en bijdrage aan deze politieke
groepering.
Hoewel zelfingenomenheid en pretenties deze partij vreemd zijn, zijn er terugblikkend toch
een aantal opmerkelijke zaken te noemen.
Gemeenschapsbelang was de eerste politieke partij die in deze gemeente een eigen
verkiezingsprogramma uitbracht, werd vertegenwoordigd door een vrouwelijk raadslid en aan
informatieverschaffing deed over de gemeenteraad.
Deze goede initiatieven zijn inmiddels door anderen overgenomen.
Gemeenschapsbelang is verder een partij die zich uitsluitend met de plaatselijke politiek bezig
houdt en financieel zichzelf bedruipt door kontributies van leden en bijdragen van raadsleden.
De positie die deze partij inmiddels heeft bereikt heeft veel wilskracht en doorzetting gevraagd
van zowel bestuur, fraktie als leden.
Het is ons bepaald niet kado gegeven, integendeel zelfs.
Daarom doet het deugd, dat hoewel daar 6 raadsperioden overheen zijn gegaan, Gemeenschapsbelang
die erkenning heeft gekregen die het verdiend.
Dank ook aan de kiezers die op ons zijn blijven stemmen.
Ondanks deze belangrijke mijlpaal, jubileum en een wethouderszetel, zal Gemeenschapsbelang aan
de weg moeten blijven timmeren. Naar ik heb begrepen in de laatste algemene ledenvergadering
zal dit zeker het geval zijn.
Denk daarbij aan de slogan:
"Klein is mooi, groot is machtig, doch eenvoud is suksesvol."
De voorzitter.
Piet van den Bliek

Gemeenschapsbelang Prinsenbeek;  
 

4. Boeknummer: 00094  
De bevrijding van West-Brabant. Sept. 1944-mei 1945
Oorlog -- Tweede wereldoorlog           (1994)    [P. Hoedelmans, A. Wagenaar, I. de Wolff]
De bevrijding van West-Brabant. Sept. 1944-mei 1945

Voorwoord
Wij zijn zeer verheugd dat de archivarissen van Bergen op Zoom en Roosendaal en Nispen in
het kader van de duo-stadsamenwerking van onze gemeenten her initiatief hebben genomen
om ter gelegenheid van de viering van 50 jaar bevrijding een publikatie over de bevrijdingsge-
schiedenis van de regio te laten verschijnen. Wij hopen dat het bock ‘De Bevrijding van West-
Brabant, september 1944 ■ mei 1945, een streek en haar bewoners’ zijn weg naar vele Westbra-
bantse gezinnen zal vinden.
Wij complimenteren de auteurs, de redacteuren en de overige medewerkers, die betrokken zijn
geweest bij de totstandkoming van dit boek alsmede de uitgeverij ‘Het Verboden Rijk’ met het
produkt dat nu voorhanden is.
Door de toekenning van een subsidie heeft ook het bestuur van de provincie Noord-Brabant
kenbaar gemaakt het belang van deze studie te onderkennen.
Door de vertalingen in het Engels van enkele passages uit het boek, zoals de samenvattingen
en de onderschriften bij de illustraties, wint dit boek aan betekenis voor onze oud-strijders.
Wij hopen dat het weerzien van de geallieerde bevrijders met de door hen bevrijde burgers van
West-Brabant tijdens deze jubileumherdenking een blijvende, hartverwarmende herinnering zal
zijn. Deze publikatie kan daaraan een bijdrage leveren.
Daarom dragen wij dit boek met dankbaarheid op aan onze bevrijders van weleer.
mw A. van den Berg
burgemeester van Bergen op Zoom
mr. M. Marijnen
burgemeester van Roosendaal en Nispen

Gemeentearchief Roosendaal i.s.m. Boekhandel Het Verboden Rijk;  
 

5. Boeknummer: 00108  
Prinsenbeek. Regio VII nummer 7001
Historie -- Informatie Prinsenbeek           (1991)    [Herman Dirven]
Prinsenbeek. Regio VII nummer 7001

INHOUD
1. Het dorp Prinsenbeek
2. Een tocht van Sint Gertrudis door ons dorp
3. Naar het Groene Liesbos en langs de ”Loop” terug
4. De Beeksestraat, de Heikant, de Kapelstraat en de Markt
5. Via de Polder en de Prinshoef naar een Verloren Hoekje
6. Over Overveld en Zwartenberg naar Haagse Beemden-Oost
7. Gezellig winkelen en uitgaan in de kom van Prinsenbeek
8. Kunst en Kultuur uit en in Prinsenbeek
9. Prinsenbeekse Cijfers, Kengetallen en Feiten

Stichting Basis Publika;  
 

6. Boeknummer: 00109  
Prinsenbeek een dorp als geen ander
Historie -- Informatie Prinsenbeek           (1995)    [Herman Dirven]
Prinsenbeek een dorp als geen ander

inhoud
1. Prinsenbeek, een dorp als geen ander
2. Toen Sinte Gertrudis nog over de Beek wandelde
3. Tweehonderd jaar geleden werd ‘t gehucht Beek een dorp
4. Kerkpadjes of voetweggetjes over de Beek
5. Op zoek naar de stille einders van de polders
6. In de oorlog moesten Bekenaren in Duitsland werken
7. Prinsenbeek, een eigen zelfstandige gemeenschap
8. Prinsenbeek in cijfers, jaartallen en literatuur

Stichting Basis Publika;  
 

7. Boeknummer: 00110  
Hoge Vucht in Breda
Historie -- Informatie Breda           (1992)    [Herman Dirven]
HOGE VUCHT in B R E D A

INHOUD
1. Een oude polder werd een nieuwe stad
2. Breda, een stad van 125.000 inwoners
3. De Belcrum is en blijft iets bijzonders
4. Van ’t Liniekwartier tot de Wisselaar
5. Het buitengebied van de Lage Vucht, de Hartel en de Spinolaschans
6. Werken in Breda-Noord op de Krogten langs de Mark
7. De sport en de kunst in de Hoge Vucht en de Belcrum
8. Hoge Vucht in cijfers, jaartallen en de literatuur

Stichting Basis, Publika;  
 

8. Boeknummer: 00111  
Haagse Beemden in Breda
Historie -- Informatie Haagse Beemden           (1992)    [Herman Dirven]
HAAGSE BEEMDEN in B R E D A

INHOUD
1. Land van oude Heerlijkheden en wijdse Polders
2. Breda, een stad van 125.000 mensen
3. In vijftien jaar een nieuwe stad gebouwd
4. Het groene hart ”Burgst” van de nieuwe stad
5. Het Buitengebied van de nieuwe stad
6. Werken in de Haagse Beemden
7. Het "karakter” van de Haagse Beemden
8. Kunst en Kultuur in de Haagse Beemden
9. Haagse Beemden in cijfers, jaartallen en literatuur

Stichting Basis Publika;  
 

9. Boeknummer: 00112  
Binnenstad van Breda
Historie -- Informatie Breda           (1991)    [Herman Dirven]
BINNENSTAD van BREDA

INHOUD
1. Hartje Binnenstad, bijna 750 jaar oud
2. Breda, een stad van 125.000 mensen
3. De Haagdijk,’n stadje apart op de westoever van de Mark
4. Van de Ginnekenpoort of Zuidpoort tot de Baronielaan
5. Tussen ’t Kasteel van Breda en ’t klooster Catharinedal
6. De singels en stadsparken rond de oude binnenstad
7. Gezellig winkelen en uitgaan in de Binnenstad van Breda
8. Kunst en Kultuur uit en van de Binnenstad van Breda
9. De Binnenstad in cijfers, jaartallen en literatuur

Stichting Basis, Publika;  
 

10. Boeknummer: 00113  
Prinsenbeek een dorp van Goud, 1942-1992 en Twee honderd jaar vrijwillige brandweer te Prinsenbeek
Historie -- Informatie Prinsenbeek           (1992)    [M. Voermans]
Prinsenbeek een dorp van Goud, 1942-1992 Van Kerkdorp tot forensengemeente (137 bladzijden)
en
Tweehonderd jaar vrijwillige brandweer te Prinsenbeek (37 bladzijden)

VOORWOORD Prinsenbeek een dorp van goud
Voor u ligt het jubileumboek uitgegeven door het gemeentebestuur van Prinsenbeek bij
gelegenheid van het 50-jarig bestaan van deze gemeente.
De titel, te weten ’van kerkdorp tot forensengemeente’ spreekt duidelijk voor zich en geeft
eigenlijk reeds aan welk een als het ware stormachtige ontwikkeling Prinsenbeek in deze periode
heeft doorgemaakt.
Waar veranderingsprocessen zich veelal geleidelijk plegen te voltrekken, zal het de lezer van deze
geschiedschrijving snel duidelijk worden, dat zulks niet of nauwelijks gezegd kan worden van die,
welke in deze gemeente hebben plaatsgevonden.
Deze snelle evolutie heeft zich voorgedaan ten aanzien van alle aspecten in de samenleving van
Prinsenbeek.
Zij omvat dan onder andere de facetten van wonen, leven, werken, onderwijs, cultuur, sport en
politiek', in een woord samengevat: het totale woon- en leefklimaat.
De informatie, welke u telkens in periodes wordt aangereikt, is mijns inziens helder, leerzaam en
vaak ook vermakelijk.
Ik wens u gaarne veel leesgenot toe bij het doorbladeren van dit jubileumboek, dat in opdracht van
het gemeentebestuur werd samengesteld door de heren P. Broos, M. Voermans en R. Wols,
medewerkers van het Streekarchivariaat De Markkant.
Rest mij u erop attent te maken, dat aan dit boekwerk nog als een afzonderlijk katern is
toegevoegd, en wel in spiegelbeeld, de beschrijving van 200 jaar Brandweerkorps Prinsenbeek,
welk jubileum eveneens in 1992 plaatsvindt.

Prinsenbeek, 31 maart 1992
Mr L.K.M. Verwiel
burgemeester

INLEIDING Prinsenbeek een dorp van goud
Een goede buur is beter dan een verre vriend, zo luidt het gezegde. In Prinsenbeek heeft men zijn
eigen ideeën over deze wijsheid. In het recente verleden is immers meermalen duidelijk geworden
dat vooral een sterke buurman ook gevaarlijk kan zijn. De stad Breda, want daarover gaat het
natuurlijk, heeft dan ook alle kenmerken van een machtige buurman. Deze sterk groeiende stad
heeft al dikwijls gepoogd ten koste van de aangrenzende gemeenten zijn grondgebied te vergroten.
De reden dat Prinsenbeek thans haar vijftigjarig bestaan kan vieren is gelegen in het feit dat
vanwege de voortgaande groei van Breda met ingang van 1942 onder andere de gemeente
Princenhage, waarvan Beek deel uitmaakte, werd opgeheven. Het zuidelijk gedeelte van het
grondgebied van Princenhage werd bij Breda gevoegd. Van het overblijvende gebied werd de
gemeente Beek N.B., sedert 1951 Prinsenbeek gevormd.
In de jaren zestig dreigde Prinsenbeek een deel van Breda te worden. Aan het einde van 1967, het
jaar waarin Prinsenbeek 25 jaar bestond, werden de plannen van Breda en de provincie Noord-
Brabant bekend. Door mee te werken aan een vlotte overdracht van de helft van zijn grondgebied
naar Breda kon Prinsenbeek haar zelfstandigheid behouden. In 1976 gingen De Haagse Beemden
naar Breda over.
Door ruimtegebrek was Breda in 1988 genoodzaakt toekomstige uitbreidingen op het grondgebied
van aangrenzende gemeenten te situeren. Kort daarop maakte de provincie Noord-Brabant de uit-
gangspunten van het beleid inzake de gemeentelijke herindeling bekend. Een en ander leidde er toe
dat in 1992, het jaar waarin Prinsenbeek 50 jaar bestaat, de vrees dat de gemeente zijn
zelfstandigheid zal verliezen weer actueel is.
In 1966 waren er plannen voor het samenstellen van een jubileumboek bij gelegenheid van het
25-jarig bestaan van de gemeente. Dit boek is er echter niet gekomen. Het raadslid P.H.J. van de
Mosselaar sprak toen zijn twijfel uit over de vraag of Prinsenbeek het vijftigjarig bestaan wel zou
vieren. Nu viert Prinsenbeek dit jubileum en er is een boek, waarin op de afgelopen vijftig jaar
wordt teruggekeken. Zouden dit tekenen voor de toekomst zijn?

VOORWOORD Twee honderd jaar vrijwillige brandweer
Al heeft de mens het vuur leren beheersen, om het altijd te bedwingen is heel wat moeilijker
Daarom wordt er bij ieder van ons iets wakker als we "Brand, brand" horen roepen.
Eeuwenlang was brandbestrijding een bijna hopeloze taak en kon men het losgebarsten vuur
slechts bestrijden met emmertjes water. Hele steden en dorpen zijn dan ook in de as gelegd.
De ommekeer in de brandbestrijding ligt inderdaad bij het inzetten van een brandspuit. En voor
zowel het transport als de bediening daarvan had men een goed getraind team nodig.
Op de Beek, zoals Prinsenbeek tot 1951 heette, kwam op zeven januari van het jaar 1792 de eerste
brandspuit en toen werd ook het eerste corps van de vrijwillige brandweer opgericht. Dat is nu
precies tweehonderd jaar geleden, zodat in hetzelfde jaar dat Prinsenbeek vijftig jaar een
zelfstandige gemeente is, de eigen brandweer zijn tweehonderdjarig bestaan viert.
Al met al meer dan voldoende redenen om beide jubilea in één boek samen te brengen. Trouwens,
de gemeente en de brandweer horen bij elkaar.
Herman Dirven, voorzitter Stichting Werkgroep Haagse Beemden.

Gemeente Prinsenbeek / Streekarchivaat De Markkant;  
 

11. Boeknummer: 00141  
Oorlog op de Beek. Prinsenbeek 1940-1944
Oorlog -- Tweede Wereldoorlog Prinsenbeek           (1994)    [Hans Luiken]
Oorlog op de Beek. Prinsenbeek 1940-1944

VOORWOORD
Prinsenbeek herdenkt op 30 oktober 1994 dat 50 jaar geleden onze gemeente door het Poolse
10e regiment werd bevrijd uit oorlogshanden. De strijd voor vrijheid en vrede werd beslecht
met de dood van velen. De meest bewogen periode uit onze geschiedenis heeft in Prinsen-
beek en in Polen blijvend sporen van leed en verdriet getrokken.
Uit groot respect en blijvende dankbaarheid jegens allen die zich hebben ingezet voor onze
bevrijding, willen wij in het laatste weekend van oktober stilstaan bij de oorlogsperiode
1940-1944. Juist ook om deze periode voorde toekomst levend te houden. Onze vrijheid van
vandaag is immers verworven door verzet en oorlogsleed van toen. Het stelt ons blijvend
voor de plicht vrijheid en vrede niet als een vanzelfsprekendheid te accepteren maar er steeds
bewust en zorgvuldig mee om te gaan.
Omdat onze toekomst gebouwd wordt op de fundamenten van onze geschiedenis, heeft het
college van burgemeester en wethouders het streekarchivariaat De Markkant verzocht de
oorlogsgeschiedenis van Prinsenbeek te beschrijven. De archivaris vond Hans Luiken, inwo-
ner van onze gemeente, bereid om het verhaal te schrijven. ‘Oorlog op de Beek’ vormt daar-
door voor de komende generaties een blijvend document om bewust stil te staan bij het oor-
logsleed van 1940-1944.
Oktober 1994
Drs. C.J.G.M. de Vet
Burgemeester van Prinsenbeek

TEN GELEIDE
Vijftig jaar geleden is ons dorp, toen nog Beek, bevrijd door de Polen. Bij het Nieuw Veer
sneuvelde ver van hun vaderland een groot aantal van deze dappere mannen. Zij hadden een
lange tocht achter zich.
In Beek heerste een mengeling van vreugde, verdriet en angst. Vreugde was er om de vrij-
heid. De bezetter en zijn helpers kregen het pak slaag waar men zo op had gehoopt. Verdriet
was er om de dorpsgenoten die om het leven waren gekomen, angst om de oorlog die nog
voortwoedde. V-l’s, vliegende bommen, en granaten sloegen nog rondom het dorp in. Ook
was er de angst over het lot van de mensen die nog niet waren teruggekeerd.
Dit boekje is geschreven om een indruk te geven van het leven in Beek in de periode 1940-
1944. Getracht is zoveel mogelijk facetten te belichten. Over het één is natuurlijk meer terug
te vinden dan het ander. Gelukkig zijn veel authentieke verslagen bewaard gebleven. Toch is
dit boek niet volledig. Veel betrokkenen zijn immers niet meer in leven. Voor aanvullingen
en verbeteringen houd ik mij dan ook aanbevolen. Ik ga door met het vastleggen van de
Beekse oorlogsgeschiedenis.
De oorlog heb ik zelf niet meegemaakt en ik heb steeds in vrijheid geleefd. In de loop der
jaren heb ik gesprekken gehad met Nederlandse oud-militairen, verzetsmensen, geallieerde
vliegeniers, militairen en mensen die onderduikers hielpen. Natuurlijk ook met familieleden
van slachtoffers en gewone burgers. Ik ben zeer dankbaar voor het door hen in mij gestelde
vertrouwen. Ook wil ik de medewerkers van de diverse musea en archieven voor hun waar-
devolle hulp bedanken. Mijn dank gaat verder uit naar de gemeente Prinsenbeek die dit boek
heeft willen uitgeven.
De nieuwe generaties moeten aan de Tweede Wereldoorlog worden herinnerd. Zij moeten
een volgende oorlog voorkomen door de symptomen tijdig te herkennen. De geschiedenis
kan ons veel leren.
Niet zo langgeleden stond ik op een geallieerde begraafplaats. Ik zag honderden graven, veel
van de soldaten hadden mijn leeftijd toen ze sneuvelden. Hun dood veroorzaakte onnoemelijk
leed onder familie, verloofden, echtgenotes, kinderen en vrienden. Hun strijd en de inzet
van vele anderen leidden er toe dat de oorlogsmachine van de zogenaamde Asmogendheden
langzaam maar zeker vastliep.
Witte kruizen in het groen, hun offer is niet voor niets geweest.
Prinsenbeek, oktober 1994
Hans Luiken

Gemeente Prinsenbeek en Streekarchivaat De Markkant;  
 

12. Boeknummer: 00153  
Twee honderd jaar Vrijwillige Brandweer Prinsenbeek
Brandweer -- Algemeen           (1992)    [Herman Dirven]
Twee honderd jaar Vrijwillige Brandweer Prinsenbeek
zie ook het boek 00113 Prinsenbeek van kerkdorp tot forensengemeente

VOORWOORD
Al heeft de mens het vuur leren beheersen, om het altijd te bedwingen is heel wat moeilijker.
Daarom wordt er bij ieder van ons iets wakker als we "Brand, brand" horen roepen.
Eeuwenlang was brandbestrijding een bijna hopeloze taak en kon men het losgebarsten vuur
slechts bestrijden met emmertjes water. Hele steden en dorpen zijn dan ook in de as gelegd.
De ommekeer in de brandbestrijding ligt inderdaad bij het inzetten van een brandspuit. En voor
zowel het transport als de bediening daarvan had men een goed getraind team nodig.
Op de Beek, zoals Prinsenbeek tot 1951 heette, kwam op zeven januari van het jaar 1792 de eerste
brandspuit en toen werd ook het eerste corps van de vrijwillige brandweer opgericht. Dat is nu
precies tweehonderd jaar geleden, zodat in hetzelfde jaar dat Prinsenbeek vijftig jaar een
zelfstandige gemeente is, de eigen brandweer zijn tweehonderd-jarig bestaan viert.
Al met al meer dan voldoende redenen om beide jubilea in één boek samen te brengen. Trouwens,
de gemeente en de brandweer horen bij elkaar.
Herman Dirven, voorzitter Stichting Werkgroep Haagse Beemden.

Gemeente Prinsenbeek;  
 

13. Boeknummer: 00154  
Oorlog onderweg. Brabant en WO II
Oorlog -- Tweede wereldoorlog           (1994)    [Piet Mooren en K.Ghonem-Woets]
Oorlog onderweg. Brabant en WO II

Voorwoord
Nederland en Brabant waren bezet in de Tweede Wereldoorlog. In eens waren er
mensen in uniformen, met wapens, die vertelden wat iedereen mocht doen of
moest laten. Mensen werden gevangen gezet of verdwenen. Omdat zij verzet
pleegden of omdat zij door de bezetter niet als mens beschouwd werden. In die oorlog
zijn ook uit Brabant enkele duizenden joodse Nederlanders weggevoerd naar
vernietigingskampen. Dit boek gaat daar over en leert ons over het schrikbewind
van de Nazi's, vijftig jaar geleden.

Misschien doet het je pijn, of vind je het niet leuk om over die erge dingen te ho-
ren. Toch vind ik het heel belangrijk dat je weet wat er toen gebeurd is.
Alleen als wij allemaal goed weten waar rascisme toe kan leiden kunnen we voor-
komen dat er opnieuw groepen als zondebok worden aangewezen voor alles wat
fout gaat.

Jullie grootouders hebben de oorlog mee gemaakt, jullie ouders waarschijnlijk
niet. Praat eens met je oma, opa, oud-tante of oud-oom over de oorlog. De mensen
die het hebben meegemaakt kunnen nog het beste oordelen en je veel leren.
De schrijver van dit boek heeft ook een speurtocht gemaakt en is veel te weten
gekomen uit gesprekken.

Er zijn mensen geweest die moedig waren, durfden "néé" te zeggen. Diezelfde
moed is ook nu nodig. We moeten er heel goed voor waken dat we nu niet opnieuw
mensen oordelen en veroordelen op grond van huidskleur, ras of overtuiging.
De les die we kunnen leren uit dit boek raakt ons allemaal.
Wr. F. J.M. Houben
Commissaris van de Koningin
in Noord-Brabant

Vooraf
De provincie Noord-Brabant vroeg de Schoolbegeleidingsdienst Tilburg een
boekje te maken over de oorlog in en de bevrijding van Noord-Brabant.
Om een boekje dat ook laat zien waartoe racisme kan leiden en welke les er uit het
recente verleden getrokken kan worden om herhaling te voorkomen. Om die les
aan het verleden af te kunnen lezen was het noodzakelijk de oorlog al voor 1940
een begin te laten nemen en te laten zien dat de treinen naar Auschwitz ook in
Noord-Brabant vertrokken en dat ook Brabant daartegen in verzet kwam. Ten-
slotte was ook aandacht gewenst voor de verwerking van het verleden in de afgelo-
pen vijftig jaar met als markeringsmomenten bijvoorbeeld de fusilladeplaats in
Vught, de plaquette op station Vught, de namenlijst in het Nationaal Monument
Kamp Vught en de ten hemel geheven spoorrails in Westerbork.

In 'Oorlog onderweg. Noord-Brabant in de Tweede Wereldoorlog' resoneert dan ook
het verleden van de monumenten in Brabant als preventief herinneringsteken.

'Oorlog onderweg' probeert een beeld van de oorlog te geven via verhalen, beelden
en documenten uit diverse plaatsen in Noord-Brabant. Veel moest daarbij nood-
zakelijkerwijs overgeslagen worden; hopelijk zullen lokale werkgroepen alsnog in
die 'omissies’ voorzien.

Een boekje als dit had niet tot stand kunnen komen zonder de medewerking, de
talrijke adviezen, de ter beschikking gestelde bronnen en het kritisch komment-
aar van velen. Graag wil ik daarvoor de volgende personen met name bedanken:
Max Cahen, Ernst Elzas, Guus Hes en Rénee Moser; prof.dr.Ido Abram (APS);
prof.dr.F. Grünfeld (KUB); J. Bader (Breda), Jeroen van der Heijden (Gemeentear-
chief Helmond); Hans Dikx (Jan Cunen- centrum Oss); drs. Gerard Steijns, Gerrit
Kobes en Ronald Peeters (Gemeentearchief Tilburg); drs. Ad de Beer; drs. Hans
van der Linde (BRG); drs. Jeroen van den Eijnde en Chiel Konings (Nationaal Mo-
nument Kamp Vught); drs. Dirk Mulder (Herinneringscentrum Kamp Wester-
bork); drs. Harry op den Camp (Stichting Dokument); dr. Ad van Oord; drs. Frank
Storm (Zwijsen); drs. Joost van Gils, drs. Niko van Dorp en Claudia Martens (SBD
Tilburg); Tiny Bartens-Vroman (MLK-school Bisschop Janssens Tilburg) die
evaluatieve vragen ontwierp voor de docentenhandleiding. Daarin is ook de ver-
antwoording van de gebruikte bronnen te vinden.
Ik hoop dat het boekje de oorlog dichterbij brengt en daarmee ook verder weg.
Piet Mooren
Tilburg, augustus 1994

Provinciaal Noord Brabant Schoolbegeleidingsdienst;  
 

14. Boeknummer: 00156  
Proefschrift Corné Roelen (geb. 1966) 1995
Personen -- Personen q-r-s-t-u           (1995)    [Corné Roelen]
The influence of growth hormone on high affinity plasma growth hormone binding protein

Proefschrift
ter verkrijging van de graad van doctor
aan de Universiteit Utrecht
op gezag van de Rector Magnificus
Prof. Dr. J.A. van Ginkel
ingevolge het besluit van het College van Decanen
in het openbaar te verdedigen op
dinsdag 14 maart 1995 des namiddags te 2.30 uur.

door
Cornelis Adrianus Maria Roelen
geboren op 17 maart 1966 te Prinsenbeek

Universiteit Utrecht (geneeskunde);  
 

15. Boeknummer: 00157  
Noord-Brabants Historisch Jaarboek 1990. Deel 7
Historie -- Informatie Brabant           (1990)    [Os J.D.J. van e.a.]
Noord-Brabants Historisch Jaarboek 1990

Ten geleide
In deel 7 van het Noordbrabants Historisch Jaarboek dat nu voor u ligt, valt
de nadruk op aspecten van de Noordbrabantse geschiedenis uit de negen-
tiende eeuw. Dit was geen redactionele opzet maar een gevolg van de grote
belangstelling voor deze periode toen onze provincie volwaardig en als poli-
tieke eenheid voor het voetlicht trad. En nu 1990 op de omslag van dit nieu-
we deel staat, realiseren we ons dat de negentiende eeuw ook voor historici
niet meer zo ‘contemporain’ klinkt als het dat deed toen prof, dr J.D.M.
Cornelissen in 1945 zijn nieuw aangekomen schare jonge geschiedenisstu-
denten afried een scriptiethema te kiezen uit een tijdvak na 1813, want, zo
zei hij, over faits et gestes die zo dicht bij ons liggen kunnen we nog niet
objectief oordelen.
De vervlechting van naamkunde en geschiedenis vindt u terug in het arti-
kel van Chr. Buiks over Veldnamen en landbouwgeschiedenis in de Baronie
van Breda. Over de Tiendaagse Veldtocht zijn boeken volgeschreven, maar
is hij wel eens ooit bekeken uit het bed van een gewonde militair? Dat doet
M. Portegies, die daarmee ook een stuk geschiedenis van de gezondheids-
zorg schrijft. Het welslagen van deze opstand had tot gevolg dat er dwars
door de Kempen een landgrens kwam te lopen en dat een inwoner van Lom-
mel ineens een buitenlander werd voor een ingezetene van Budel. Een aantal
mensen trachtte daar munt uit te slaan. J. van Eijndhoven heeft het over
hen.
Slechts langzaamaan kwam in de van het culturele moederland afgeschei-
den provincie Noord-Brabant een laag van maatschappelijk en cultureel
geïnteresseerde inwoners bovendrijven. Zij verenigden zich op instigatie van
gouverneur Van den Bogaerde van ter Brugge in het Provinciaal Genoot-
schap van Kunsten en Wetenschappen. De eerste vijftig jaren van deze ver-
eniging beschrijven de beide jonge Waalwijkse historici Van Oss en Rosen-
daal. Een van de leden was de Bossche advocaat Jan Baptist van Son, de eer-
ste katholieke minister die ons land kende. Over hem schrijft J. van Miert.
Van Son leefde in een tijd dat tal van congregaties voor vrouwelijke en man-
nelijke religieuzen het licht zagen, met name binnen de grenzen van de apos-
tolische vicariaten — na 1853 bisdommen — Breda en ’s-Hertogenbosch.
Dat stichtingen van deze aard niet zo gemakkelijk konden worden gereali-
seerd als velen nu wel eens denken, blijkt uit de studie van J. van Vugt over
de broeders van Oudenbosch. Over de wijze waarop religieuze vorming van
en kennisoverdracht bij de jeugd ter hand werd genomen, informeren ons
D. Verhoeven en M. van Hees.
Ook in dit deel krijgen jonge veelbelovende geschiedschrijvers kansen.
Een historicus die aan de vorming van deze generatie bijdraagt, is prof, dr
Paul Klep van de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Vanaf deel IX der
Varia Historica Brabantica, in 1980 verschenen, tot en met deel 6 van het
uit de Varia voortgekomen Noordbrabants Historisch Jaarboek dat in 1989
verscheen, heeft hij als lid van de redactie meegewerkt aan negen delen en
wel op een zeer betrokken en zeer deskundige wijze. Zijn oordeel was kri-
tisch maar nooit afbrekend. In de Kroniek, waarmee vanaf 1982 deel XI van
de Varia werd uitgebreid, nam hij een groot aandeel. Zijn opname in de
redactie van de Bijdragen en Mededelingen betreffende de geschiedenis der
Nederlanden en de grote druk op hem binnen de vakgroep brachten hem er
toe zijn functie neer te leggen. Hem past grote dank voor zijn inspirerend
lidmaatschap gedurende de jaren tachtig.
Ook van een ander redactielid moeten we afscheid nemen, i.c. de heer Jan
van Mosselveld, die vanaf deel VI van de Varia Historica Brabantica aan het
redactieberaad deelnam. Zijn betekenis lag in het aanreiken van ideeën door
zijn contacten met het veld. Sinds hij met ingang van 1 januari 1988 zijn
functies van gemeentearchivaris van Bergen op Zoom en directeur van Het
Markiezenhof heeft neergelegd, verminderden deze contacten. Ook op het
terrein van de geschiedschrijving gaan de ontwikkelingen zoveel sneller als
tien, twintig jaar geleden. De heer Van Mosselveld achtte het om die reden
beter zijn zetel ter beschikking te stellen, een besluit dat de redactie onder
grote dankzegging voor bewezen diensten respecteert.
Zowel prof. Klep als de heer Van Mosselveld dragen voor de inhoud van
dit nieuwe jaarboek geen verantwoordelijkheid meer. Dat doen beide nieu-
we redactieleden mevrouw drs Geertrui van Synghel en dr L. Bots. Mevrouw
Van Synghel, alumna van de universiteit van Gent en medewerkster aan het
Oorkondenboek van Noord-Brabant, versterkt binnen de redactie de des-
kundigheid op het gebied van de mediaevistiek. Dr L. Bots, universitair
hoofddocent binnen de vakgroep economische en sociale geschiedenis van
de Nijmeegse universiteit, vult de leemte op die door het vertrek van prof.
Klep anders zou zijn ontstaan. De redactie heeft reeds bemerkt hoezeer zij
beiden zich er voor inzetten het jaarboek wetenschappelijk te dragen. Het
is van het grootste belang dat een provincie, die gekenmerkt wordt door een
overdadige maar ook versnipperde aandacht van de geschiedenis, met dit
jaarboek een eigen gezicht behoudt naast de andere provincies waarin de
splitsing van de belangstelling naar de regio toe minder desintegrerend heeft
gewerkt.
Aan deze integratie werken het Noordbrabants Genootschap, dat de af-
name van een groot aantal exemplaren garandeert, en de stichting Brabantse
Regionale Geschiedbeoefening. Hoe mevrouw drs Annemiek van der Veen
van deze stichting het klaarspeelt om naast haar gewone arbeid en de uitwer-
king van haar vele andere initiatieven ook als secretaris dit jaarboek op de
plank te brengen en de eerste contacten te onderhouden met redactieleden
en schrijvers, is mij ten enenmale een raadsel. Een hartelijk dankwoord is
mij eigenlijk te mager, maar meer heb ik niet.
Namens de redactie,
dr L. Pirenne, voorzitter

Stichting voor Brabantse Regionale Geschiedbeoefening;  
 

16. Boeknummer: 00158  
Noord-Brabants Historisch Jaarboek 1991. Deel 8
Historie -- Informatie Brabant           (1991)    [Th. Verhoeve e.a.]
Noord-Brabants Historisch Jaarboek 1991. Deel 8

Ten geleide
In de tijd van de Verlichting zo tussen 1750 en 1850 trachtten pas opgerichte
academies en wetenschappelijke verenigingen ook in de Nederlanden het on-
derzoek te stimuleren door prijsvragen. Dat deed ook vanaf den beginne het
Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Bra-
bant. Tijdens de oprichtingsvergadering van 8 maart 1837 werden niet min-
der dan vier prijsvragen uitgeschreven, die respectievelijk betrekking had-
den op:
- ziekten in samenhang met leefwijzen;
- de ontwikkeling van de landbouw;
- de ontginningen getoetst aan de inzichten van het fysiocratisme van de
voorafgaande vijftig jaren;
- de geschiedenis van Neder-Lotharingen in het algemeen en van Noord-
Brabant in het bijzonder.
In 1865 besloot het bestuur van het Genootschap te stoppen met deze prijs-
vragen omdat de response teleurstelde en de kwaliteit van de spaarzame in-
zendingen tegenviel al moet een uitzondering worden gemaakt m.b.t. de
prijsvraag van 1853 voor een plan van herstelling van de St. Janskathedraal
te ’s-Hertogenbosch, die in feite de aanzet is geweest tot de grote restauratie
- de eerste van deze aard en omvang in ons land - van dit prachtige gothi-
sche kerkgebouw.
De laatste jaren is er een nieuwe hausse ontstaan in het organiseren van
concoursen, het uitschrijven van prijsvragen en het toekennen van wat we
in goed Nederlands ‘awards’ noemen. Ook het Noordbrabants Genoot-
schap nam na een en een kwart eeuw de draad weer op door het instellen van
een Brabantse prijs voor geschiedschrijving. Het bestuur nam contact op het
de redactie van het Noordbrabants Historisch Jaarboek, die bereid bleek als
jury op te treden. Na enig onderhandelen werd overeengekomen, dat het ene
jaar de beste inzendingen zouden worden gepubliceerd in het Jaarboek, dat
an et karakter zou krijgen van een themanummer, terwijl het jaar daarop
een vrij nummer zou worden uitgegeven. Het bestuur hoopte de belangstel-
ing voor het Jaarboek te stimuleren door een thematiek. De redactie van
haar kant twijfelde aan de haalbaarheid van themanummers bij handhaving
van de kwaliteit.
In onderling beraad werd voor deel 8 gekozen voor het thema ‘Onderwijs in
Noord-Brabant na 1648’. De eerste toezeggingen waren zowel in aantal als in
omschrijving van het deelthema veelbelovend. Bij de sluiting van de inzend-
termijn bleken helaas slechts drie studies te zijn binnengekomen. Zij werden
binnen de redactie gewetensvol gewogen. Eén moest afvallen wegens een te
lokale strekking en een ruim overschrijden van de terminus ante quem non.
De beide andere studies worden in het voor U liggende deel gepubliceerd
maar leveren gezamenlijk geen themanummer op. In het Jaarboek vindt U
verder een studie van drs P. Toebak over ‘De ‘religieuze’ tegenstelling tussen
stad en platteland in westelijk Noord-Brabant en de Noordantwerpse Kem-
pen, 1580-1610’, van mr B. Jacobs en drs Th. Bosman over ‘Mededogen of
straf? De gevolgen van een Bergeijkse kraambedpsychose in de achttiende
eeuw’ en de resultaten van een gericht onderzoek door drs R. de Jong naar
‘Achtergronden en gevolgen van de conservatief-katholieke verkiezingssuc-
cessen in Breda rond 1870’.
Met de verzorging van deel 8 neemt tot grote spijt van de redactie me-
vrouw drs A. M. D. van der Veen afscheid van het Jaarboek en van het werk
als directeur van de stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening door
haar vertrek naar Huis Bergh in ’s-Heerenberg. Vanaf deel 3 heeft zij de
zwaarste last gedragen in de contacten met de auteurs, met de drukker en
met de voor de uitgave tekenende instanties. Haar past grote dank voor haar
creatieve inzet niet alleen voor het Jaarboek maar voor alle activiteiten van
de stichting BRG, voor de coördinatie in deze provincie van cursussen oud-
schrift en regionale geschiedbeoefening, voor de contactbijeenkomsten naar
tijdperk van promovendi op het terrein van de (Noord)brabantse geschiede-
nis, voor haar begeleiding met name van het Meierij-project van de sectie
geschiedenis van de Rijksuniversiteit Utrecht en voor vele andere initiatieven
van achter de schermen van het druk bespeelde toneel van het historisch be-
drijf in deze provincie.
Namens de redactie,
dr L. Pirenne, voorzitter

Stichting voor Brabantse Regionale Geschiedbeoefening;  
 

17. Boeknummer: 00159  
Noord-Brabants Historisch Jaarboek 1992. Deel 9
Historie -- Informatie Brabant           (1992)    [Rosendaal J. e.a.]
Noord-Brabants Historisch Jaarboek 1992. Deel 9

Ten geleide
De incubatietijd van het negende Noordbrabants Historisch Jaarboek is
langer geweest dan de redactie lief was. Het is voor de auteurs niet gemakke-
lijk studies, waarin veel tijd en energie zijn geïnvesteerd, zo samen te vatten
dat ze passen. De redactie waakt er immers voor, dat het Jaarboek geen
bundel met een klein aantal relatief omvangrijke monografieën wordt.
De zeven studies die u hier aantreft, zijn gespreid in tijd en naar onder-
werp. Overleg met de redacties van de in westelijk Noord-Brabant verschij-
nende jaarboeken lijkt gewenst om af en toe een qua techniek en wijze van
behandeling belangrijk artikel middels het Noordbrabants Historisch Jaar-
boek een wijdere wetenschappelijke spreiding te geven. Thans blijven zij
soms te veel in de regio verborgen.
Over het onderwijs als (in dit geval) reformatorisch strijdwapen, schrijft
J. Rosendaal aan de hand van het Latijns onderwijs te Heusden.
De deconfiture van de Hanzebank te ’s-Hertogenbosch in 1923 leidde tot
hoge golven in de pers en in kringen van middenstand en kleinbedrijf in
oostelijk Noord-Brabant. P. Dekkers beschrijft het wel en wee van deze
onderneming.
J. van den Eijnde beschrijft de rol van de in 1909 in Tilburg geboren en
in 1974 te Oisterwijk gestorven politicus Joan Willems, die na de oorlog
landelijk een belangrijke rol heeft gespeeld als doorbraakfiguur binnen het
katholieke kamp, maar die in tal van functies, waaronder het lidmaatschap
van het college van Gedeputeerde Staten in de vier jaren vóór zijn overlijden,
heeft geijverd voor de cultuur in Noord-Brabant.
G. van Synghel, lid van de redactie, wijdt aandacht aan een nieuw frag-
ment van de rijmbijbel van Jacob van Maerlant, dat werd gevonden in de
kaft van een cijnsboek uit het archief van de rentmeester-generaal der
domeinen in Stad en Meierij van ’s-Hertogenbosch, berustend op het Rijks-
archief aldaar. Het lijkt niet onwaarschijnlijk, dat het manuscript, waaruit
het afkomstig is, deel heeft uitgemaakt van een Brabantse collectie en wel-
licht zelfs in een Brabants scriptorium is vervaardigd.
De uitdagende titel ‘Militarisme en Seksisme te ’s-Hertogenbosch in het
begin van de moderne tijd’ vraagt om een toelichting. Moderne tijd moet
hier verstaan worden volgens het spraakgebruik van historici, die het begin
van de zestiende eeuw zien als een ontluikende nieuwe tijd. Het artikel
beschrijft enerzijds de rol van ’s-Hertogenbosch in de Gelderse oorlogen,
met name het gebruik van het geschut, anderzijds de symboliek waarvan
men zich bediende om zijn visie op de vrouw te geven. Men uitte deze visie
aldus L. Adriaenssen - ondermeer via de benaming van de kanonnen.
Het is ongetwijfeld een origineel, sprankelend, verfrissend en goed
geschreven artikel dat veel leesplezier zal verschaffen al zal het zeker ook
opzien baren en misschien wel ‘Hineininterpretierung’ als kritiek krijgen.
De enorme uitgroei van Eindhoven in de jaren twintig van deze eeuw
leidde tot spanningen en tot een overspanning van de bouwmarkt. Th. Cuij-
pers licht dit toe aan het voorbeeld van de wijk Tivoli, uit de Geldropse
boedel naar Eindhoven overgeheveld.
Het opstel “s-Hertogenbosch, terug naar de bronnen’ tenslotte, van de
Brusselse historicus F.W. Steurs is de schriftelijkc neerslag van een lezing,
die hij op 20 september 1991 in de collegezaal van het Rijksarchief in Noord-
Brabant heeft gehouden bij de aanbieding van de bundel Middeleeuwen in
beweging. Hij gaat daarbij nader in op de stichting en verwerving van stads-
rechten van ’s-Hertogenbosch, die naar de mening van de aan de Universiteit
van Antwerpen verbonden hoogleraar R. van Uytven tien jaar later heeft
plaats gehad dan tot nu toe in het algemeen werd aangenomen.
De formele relatie van het jaarboek met het Noordbrabants Genootschap
zal na het verschijnen van dit deel worden afgebouwd. De redactie ervaart
hierover spijt, mede gezien de grote rol, die dit Provinciaal Genootschap van
Kunsten en Wetenschappen vanaf zijn oprichting in 1838 heeft gespeeld op
het terrein van de bevordering van de kennis van het Noordbrabants ver-
leden. Zij hoopt dat het genootschap in zijn koersverlegging naar cultuur-
behartiging in algemene zin succesvol mag zijn en vele Brabanders kan
binden. Met de uit de Historische Sectie van het genootschap voortgekomen
Historische Vereniging Brabant zijn de banden inmiddels nauwer aange-
haald.
Aan dit deel werkte de nieuwe directeur van de Stichting Brabantse Regio-
nale Geschiedbeoefening drs J.A.F.M. van Oudheusden intensief mee als
redactiesecretaris. Mevrouw drs Th. de Wit-Bosman, die vanaf 1980 deel
heeft uitgemaakt van de redactie en op deze wijze met inbegrip van de drie
laatste delen van de Varia Historica Brabantica twaalf jaarboeken mee ten
doop heeft gehouden, zal de redactie verlaten vanwege vertrek binnen
afzienbare tijd naar het buitenland. Haar kritische instelling kende niet
alleen maat, maar was tevens vruchtbaar voor behoud van het wetenschap-
pelijk peil. De redactie is haar veel dank verschuldigd.
Haar plaats zal worden ingenomen door mevrouw mr B. Jacobs, waardoor
de band met de vakgroep rechtsgeschiedenis van de Katholieke Universiteit
Brabant te Tilburg bestendigd blijft.
Namens de redactie,
dr L. Pirenne,
voorzitter

Stichting voor Brabantse Regionale Geschiedbeoefening;  
 

18. Boeknummer: 00173  
Daar in de hei was het zo mooi. Tien brieven uit Brabant van Vincent van Gogh
Cultuur -- Boeken           (1990)    [Wil Tromp, Jan van Muilekom]
Daar in de hei was het zo mooi. Tien brieven uit Brabant van Vincent van Gogh

VOORWOORD
Het Noordbrabants Museum opende in 1987 zijn poorten in het voormalige gouvernementspaleis te
’s-Hertogenbosch met de tentoonstelling Van Gogh in Brabant. De bezoekers werd beeldend werk van
Vincent van Gogh getoond uit de perioden dat hij in Noord-Brabant werkzaam was. De brieven die hij
toen heeft geschreven, bleven niet onopgemerkt. Citaten hieruit hadden echter een dienende taak:
toelichting bij tekening of schilderij.
In deze uitgave daarentegen staan de brieven centraal. En zoals voornoemde tentoonstelling zich
beperkte tot beeldend werk uit Van Goghs Brabantse perioden, is hier gekozen voor een aantal brieven
uit diezelfde tijd. Dat betekende een keuze uit ruim honderd van de meer dan 750 brieven die van
Van Gogh bewaard zijn gebleven. In de geselecteerde brieven komen nagenoeg alle onderwerpen aan bod
die bekend zijn uit zijn correspondentie, voor het merendeel gericht aan zijn broer Theo. Deze vier
jaar jongere broer was Vincents veruit belangrijkste vertrouwensman, die hem bovendien zijn kunstenaars-
leven lang financieel ondersteund heeft.
Will Tromp, publicist, bezorgt in deze uitgave een tiental aan Theo gerichte brieven, die hij bovendien
van verbindend commentaar voorziet.
Vervolgens buigt Jaap Goedegebuure, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Brabant en literatuur-
criticus, zich over de vraag, welke positie het schrijverschap van Van Gogh inneemt in zijn
kunstenaarsbestaan. Diens brieven worden immers vooral in het buitenland als een zelfstandige bron
van literaire waarde beschouwd.
Tot slot laat Han van Crimpen, hoofd beheer, documentatie en bibliotheek van het Rijksmuseum
Vincent van Gogh, zien, dat Van Gogh in zijn brieven zijn gehechtheid aan Brabant voortdurend
verwoordde.
Wij hopen dat deze kleine uitgave voor velen - in Brabant en daarbuiten - een eerste en aardige
kennismaking zal zijn met de brieven van Vincent van Gogh. De kunstenaar die niet alleen tekenend
en schilderend, maar ook schrijvend een rijk en belangrijk oeuvre heeft nagelaten.
Nijmegen/ ’s-Hertogenbosch, januari 1990
Will Tromp en Jan van Muilekom

Noord-Brabants Genootschap;  
 

19. Boeknummer: 00191  
475 jaar Het Roode Hert. 1518-1993. de oudste herberg van Princenhage en Breda
Ondernemers -- Het Roode Hert PH           (1993)    [Herman Dirven]
475 jaar Het Roode Hert.

VOORWOORD
Op 27 januari 1518 verkocht pastoor Peter de Bruyn het door
hem zeven jaar daarvoor gebouwde huis ”Den Hert” aan de
Haagse Markt aan Gielis Anthonis Bays, die er onder dezelfde
naam zijn herberg in begon.
Nu 475 jaar later is Het Roode Hert nog steeds een herberg
of zoals we tegenwoordig zeggen een café, met daarbij een eigen
restaurant ”De Laveien” en grote en kleine feestzalen.
Er is in de loop van die tijd, bijna vijf eeuwen, vanzelfsprekend
veel veranderd, maar één zaak is al die eeuwen gebleven en dat
is de gastvrijheid. Dat kan ook moeilijk anders, want het is de
eerste voorwaarde om zo lang te kunnen bestaan.
Nu is de geschiedenis van een herberg, waar twee en dertig
kasteleins en hun families in geleefd en gewerkt hebben altijd
boeiend; die van het Roode Hert is extra interessant, omdat ze
door haar ligging altijd een belangrijke plaats in het dorp Hage,
sinds 1942 dorp in Breda, heeft ingenomen.
Wij wensen U bijzonder veel genoegen aan het verhaal over het
Roode Hert, de oudste herberg in Princenhage en Breda.
Op jullie gezondheid,
Peter en Anneke de Jong
Breda-Princenhage 26 januari 1993

Stichting Basis Publika/Familie De Jong;  
 

20. Boeknummer: 00192  
Lucia. Een eeuw gezondheidszorg in Princenhage
Zorg -- Verzorgingshuis Lucia PH           (1994)    [Herman Dirven]
Lucia. Een eeuw gezondheidszorg in Princenhage

VOORWOORD.
LUCIA in Princenhage.
De "Stichting Verpleeghuis Lucia" heeft haar naam te danken aan Sint Lucia.
Onder de naam "Lucia" zijn wel een twintigtal heilige vrouwen bekend.
Te Princenhage gaat het om de Siciliaanse Lucia, die in de derde eeuw omwille
van haar geloof op de brandstapel terechtkwam. Omdat de vlammen haar niet
deerden, werd het godsvruchtige meisje door een dolksteek in de hals om het leven gebracht.

Deze vrome legende had in de middeleeuwen tot gevolg dat Lucia ook zo werd
afgebeeld en werd aangeroepen tegen keelpijn en vrouwenziekten.

Ook werd Lucia de beschermheilige voor visueel gehandicapten. Waarschijnlijk was dat een
gevolg van haar naam. In Lucia ligt het Latijnse "Lux", hetgeen licht betekent,opgesloten.
In vele landen, zeer bekend is Zweden, wordt dat jaarlijks op haar naamdag, 13 december,
met een zogenaamde licht- of kaarsjes-processie gevierd.

Te Princenhage werd vroeger de feestdag van de Heilige Lucia ook echt gevierd. Elk
jaar werden in de late herfst huis aan huis de Lucia-penningen opgehaald. Men had
de parochie daarvoor zelfs in distrikten ingedeeld.
Als goed voorbeeld hiervan de indeling van het kerkbestuur van de Sint Martinus-
parochie uit 1804, met in totaal 262 huizen of gezinnen.

St. Martinusparochie-Princenhage in 1804 totaal 262 huizen of gezinnen:
Distrikt & huizen --------------------------------------- Collectanten: mannen
1) Cuype en omvang van het dorp:met 90 huizen Leyten en Van Genk

2) Heuvel, Eyndhoven en Vloet: met 32 huizen Koppelie en Boons

3) Heylaer, Varent, Buur, Heike: met 41 huizen Oonincx en Nooren

4) Bagven, Lies, Vuchtschoot: met 37 huizen van Galder en Scrauwe

5) Effen, Hout en Overa : met 62 huizen Nooyens en Van Dijk

In deze letterlijk overgenomen tekst uit 1804 kunt U zelf zien, hoe groot toen de
Martinusparochie in Princenhage was.
Hoe goed Sint Lucia al vele eeuwen in Princenhage bekend is, wordt pas echt dui-
delijk, als U de kerkrekeningen van de Sint Martinusparochie doorneemt. Die zijn
vanaf 1557, op enkele na, allemaal bewaard. Van elk jaar staan daarin de
opbrengsten van de Lucia-omgang vermeld. In vergelijking tot de overige inkom-
sten waren die zeer belangrijk en onmisbaar voor de grote Martinusparochie.
Je kunt dus zeggen, als er iemand hier wel zeer goed bekend en gekend was, dan was
dat: Lucia van Princenhage.

INLEIDING
De verzorging van zieken, mindervaliden, armen, gebrekkigen en bejaarden ligt altijd
bij hen, die zelf deze zorg op dat moment niet nodig hebben.

Er zijn dus verzorgers en verzorgden en voor beide groepen is dit boek bedoeld.
Uiteraard ook voor allen, die voor deze zorg belangstelling hebben.

Zo oud als de mensheid is, kan men stellen, was de verzorging van hen die het
nodig hadden, geregeld. Lang geleden was dat vanzelfsprekend binnen het stamver-
band, later werd dat de eerste taak van het eigen gezin of de familie.

In de middeleeuwen ontstond in onze streken een gemeenschapsleven, gebaseerd op
het gezin en de dorpsgemeenschap, of stad, waarin men woonde. Daarbinnen ontston-
den een reeks van goede gewoonten, vrijwillige verplichtingen en algemene regelin-
gen.

Pas in de vorige eeuw, eerst in de steden en later ook in de dorpen, kwam daarin een
sterke verandering. Toen zijn de eerste stappen gezet en werd de kiem gelegd voor
de moderne verzorging van die medemensen, die daaraan behoefte hadden.

Het is daarom zo interessant, om in de geschiedenis van het Lucia Gesticht en de
Lucia-Stichting deze ontwikkeling duidelijk te volgen, omdat ze juist begonnen is op
het moment toen betere organisatie, efficiëntie en kwaliteit in de verzorging hun
eisen begonnen te stellen. De gehele ontwikkeling daarin heeft Lucia mee- en door-
gemaakt.

Uiteindelijk is Lucia uitgegroeid tot een modern verpleeghuis waarin verpleeg-
huiszorg, (verpleging/verzorging, begeleiding en behandeling) wordt verleend.

In dit boek willen wij U zoveel mogelijk over dat dagelijkse werk vertellen.

Stichting Basis Publika/Lucia;  
 

21. Boeknummer: 00195  
Zundert-Rijsbergen
Historie -- Informatie Brabant           (1991)    [Herman Dirven]
Zundert & Rijsbergen

pag. 5 Het mooie land aan weerszijden van de Aa of Weerijs
pag. 11 Groot en Klein Zundert, groeiend naar één dorp
pag. 33 De Hoge Heerlijkheid Wernhout
pag. 39 Achtmaal en het land van de Turfvaarten
pag. 47 Rijsbergen, het dorp en zijn omgeving
pag. 61 Werken op Hazeldonk, in Rijsbergen en in Zundert
pag. 69 Schutterijen: gilden-traditie en sport-kampioenschap
pag. 75 Kunst, Kuituur en Ontspanning in Zundert en Rijsbergen
pag. 79 Zundertse en Rijsbergse cijfers, feiten en literatuur

Stichting Basis Publika;  
 

22. Boeknummer: 00196  
Teteringen en Breda-Oost-Heusdenhout-Brabantpark
Historie -- Informatie Breda           (1992)    [Herman Dirven]
Teteringen en Breda-Oost Heusdenhout Brabantpark

pag. 5 Teteringen en de Driesprong.
pag. 19 Breda, een stad van 125.000 mensen.
pag. 35 Brabantpark en Brabantplein: deftig en voornaam.
pag. 41 Van Heusdenhout naar de Driesprong.
pag. 49 Het afwisselende en prachtige Buitengebied.
pag. 53 Werken in Breda-Oost: langs de spoorlijn.
pag. 57 Het "karakter” van Teteringen en Breda-Oost.
pag. 61 Door Eendracht Teteringen Omhoog. D.E.T.O.
pag 63 Teteringen en Breda-Oost in cijfers, jaartallen en de literatuur.

Stichting Basis Publika;  
 

23. Boeknummer: 00197  
Ginneken in Breda
Historie -- Informatie Breda           (1991)    [Herman Dirven]
Ginneken in Breda

pag. 5 De Heerlijkheid en Gemeente Ginneken & Bavel
pag. 19 Breda, een stad van 125.000 mensen
pag. 35 Het bruisende Ginnekenvergitte nie
pag. 45 Overakker, IJpelaar en de Blauwe Kei
pag. 55 De Zandberg, aan weerszijden van de Molenlei
pag. 67 IJpelaar, Wolfslaar, Bieberg en het Mastbos
pag. 75 Gezellig winkelen en uitgaan in het Ginneken
pag. 77 Kunst en Kuituur in en uit het Ginneken
pag. 79Ginneken in cijfers, jaartallen en literatuur.

Stichting Basis Publika;  
 

24. Boeknummer: 00198  
Etten-Leur
Historie -- Informatie Brabant           (1991)    [Herman Dirven]
Etten-Leur

pag. 5 Etten-Leur, één gemeente, één gemeenschap.
pag. 11 Van de Moederlinde op de Markt naar de Nobelaer.
pag. 29 Met de Turfschipper naar de Leurse Haven.
pag. 43 Het Oude hof en Winkelcentrum en de Bisschop-molenaar
pag. 51 Het Buitengebied van Etten-Leur ’n bonte verscheidenheid.
pag. 65 Werken in Zwartenberg en op de Vosdonk.
pag. 75 Gezellig winkelen en uitgaan in Etten-Leur.
pag. 77 Kunst en Kultuur in Etten-Leur.
pag. 79 Feiten, cijfers en litteratuur van en over Etten-Leur.

Stichting Basis Publika;  
 

25. Boeknummer: 00199  
Baarle en Alphen
Historie -- Informatie Brabant           (1992)    [Herman Dirven]
Baarle en Alphen

pag. 5 Het Heerlijke Baarle en het Zalige Alphen
pag. 15 Baarle Hertog en Nassau : één dorp - twee gemeenten
pag. 31 Alphen, het dorp van Sint Willibrordus
pag. 41 Riel, oude banden met Hilvarenbeek en Alphen
pag. 47 Ulicoten met zijn prachtige Buitengebied
pag. 51 Castelré, aan alle kanten een Belgische grens
pag. 55 Zondereigen en Baarle-Grens: begin van Mark en Donge
pag. 59 Heemkunde, Musea, Kunst en Schutters in Baarle en Alphen
pag. 61 Baarle Nassau, Hertog en Alphen-Riel in cijfers, jaartallen en literatuur

Stichting Basis Publika;  
 

26. Boeknummer: 00200  
Bavel, Ulvenhout, Galder, Strijbeek en Chaam
Historie -- Informatie Brabant           (1992)    [Herman Dirven]
Bavel, Ulvenhout, Galder, Strijbeek en Chaam

pag. 5 Nieuw-Ginneken en Chaam een park ten zuiden van Breda
pag. 13 Bavel, een zeer oude parochie en uiterst gezellig dorp
pag. 31 Ulvenhout, van klein gehucht tot mooie buitenplaats
pag. 39 Galder en Strijbeek, al eeuwenlang een grens
pag. 45 Chaam, een dorp en gemeente met een eigen gezicht
pag. 57 Het grote buitengebied tussen de dorpskommen
pag. 59 Even speciale aandacht voor de Gezondheidszorg
pag. 61 Het karakter van deze Groene Gemeenten
pag 63 Nieuw-Ginneken en Chaam incijfers, jaartallen en literatuur

Stichting Basis Publika;  
 

27. Boeknummer: 00201  
Klundert en Zevenbergen
Historie -- Informatie Brabant           (1992)    [Herman Dirven]
Klundert en Zevenbergen

pag. 5 Het Land en het water onder en boven de Moerdijk
pag. 11 De stad Klundert, vroeger Niervaart en de Overdraghe
pag. 23 Zevenbergen, stad van zout en suiker
pag. 45 ’n Zeemeermin, postmeester en kostschool te Zevenbergen
pag. 53 Zonzeel, tussen Langeweg en Zevenbergschen Hoek
pag. 63 Moerdijk en Roodevaart, kleine havens aan groot water
pag. 67 Het industrieterrein Moerdijk aan ’t Hollands Diep
pag. 71 Karakter, Kunst en Kuituur van dit vlakke land
pag. 79 Cijfers, korte historie en literatuur

Stichting Basis Publika;  
 

28. Boeknummer: 00204  
40 jaar KNBTB-bedevaarten Lourdes 1953-1992
Religie -- Lourdesbedevaart           (1993)    [Mevr. M. van Meer, Rector A.Merkx]
40 jaar KNBTB-bedevaarten Lourdes 1953-1992

Voorwoord
Wonder
Is het ter bedevaart gaan nog van deze tijd?
Deze vraag stel ik - ook aan mezelf omdat ons leven en ons werken
steeds meer worden beheerst door materiële zaken en belangen, zoals: Hoe
financier ik een mestsilo? Hoe pas ik m’n teeltplan aan in het licht van
dalende prijzen? Hoe kan ik m’n bedrijfsontwikkeling optimaliseren?

De maatschappij bemoeit zich in toenemende mate met het boeren- en tuin-
dersbedrijf. Dat uit zich in tal van geboden, verboden, eisen en regel-
geving. Dat hoort kennelijk bij een moderne samenleving. Die bedreigin-
gen welke nopen tot een "struggle for life", laten menigeen in de praktijk
van alledag nauwelijks tijd en ruimte voor zaken van diepere waarden.

Hoewel ...
De Lourdesbedevaarten van de KNBTB vormen een erfgoed uit de tijd dat
katholieke boeren en tuinders zich verenigden in standsorganisaties waar-
aan zij niet alleen het behartigen van hun zakelijke belangen delegeerden,
maar waarin zij zich met geloofsgenoten ook thuis voelden.
Binnen dat saamhorigheidsgevoel groeide onder meer de behoefte aan
bezinning, aan inspiratie, aan pelgrimage.
Vele duizenden boeren en boerinnen, tuinders en tuindersvrouwen en hun
gezins- en familieleden hebben in de afgelopen veertig jaar de Lourdes-
bedevaart gemaakt. Zij kunnen getuigen van de rijke en verrijkende erva-
ringen van hun tocht.

Ook nu leeft de behoefte aan pelgrimage nog volop; ondanks of misschien
wel dankzij de verzakelijking van en in onze samenleving. We mogen er
dankbaar voor zijn, dat vele mensen, jong en oud, zich (blijven) inzetten
voor het instandhouden van de KNBTB-Lourdesbedevaart.
Dat is toch een klein wonder?!
Drs. J.W.E.M. Mares
voorzitter KNBTB

Ten geleide
Ter bedevaart gaan...
Het trekken van de mens, individueel of in groepsverband, is iets zó
algemeen menselijks dat dit verschijnsel wel moet samenhangen met het
diepste wezen van de mens. De mens beleeft er voldoening aan en het
geeft een bevrijding zowel aan de gevoelens van vreugde als aan die van
verdriet. Het is tevens ontspanning. Iets zó typisch menselijks als het
trekken heeft het religieuze in de mens heel sterk aangegrepen. Het heeft
zijn uitdrukking gevonden o.a. in de bedevaarten en processies. Zowel in
de bedevaart als in de processie spelen de mystiek van de "weg" en de
mystiek van het "trekken" een belangrijke rol.
Zolang de mens bestaat, bestaat het ter bedevaart gaan, op weg gaan naar

God.
In de heilige Schrift, in het oud-testamentische boek "Exodus" lezen we
over de uittocht van het Joodse volk uit Egypte, het slavenhuis. Zij trekken
op naar het beloofde land, naar God. God leidt die tocht. "En Jahwe ging
voor hen uit" (Ex. 13,12). De mens heeft geen vaste woonplaats hier op
deze wereld, hij is op weg naar God.
Ook in het Nieuwe Testament lezen we hierover, o.a. in het Evangelie van
Lukas over de bedevaart van Jezus met Maria en Jozef samen met een
grote groep mensen. "Ieder jaar reisden zijn ouders tegen het paasfeest
naar Jeruzalem" (Lk. 2,41-42).

Het is niet waar, wat door tegenstanders wel eens wordt opgemerkt, dat
een bedevaart naar een Maria-oord een sta-in-de-weg is of een blokkade
op de weg naar God of zijn Zoon Jezus Christus. Integendeel. De juiste
Maria-verering brengt de gelovige mens tot Christus. Maria verwijst met
heel haar leven, met heel haar geloof naar Jezus Christus. "Per Mariam ad
Jesum!" Door Maria tot Jezus. God heeft Maria uitverkoren als Moeder
van ons allen. Langs de Moeder bereiken wij de Vader. Daarom gaan we
tot haar op bedevaart, met al onze vragen en zorgen, maar ook met de
openheid en de stilte om God tot ons te laten spreken door zijn Zoon en
zijn Moeder.

De KNBTB-commissie en nog meer de NCB-commissie hebben in de
veertig jaren van hun Lourdesactiviteiten bij voorkeur aan zieken en
gehandicapten mogelijkheden aangereikt om een bedevaart naar Lourdes
te maken. En dit niet in de verwachting dat al deze mensen in Lourdes
genezen zouden worden, maar wèl dat zij er "beter" vandaan komen. Beter
in de zin van: gesterkt, getroost, nieuwe moed opgedaan en extra kracht
om hun ziekte, hun kruis te aanvaarden en beter te kunnen dragen. Het is
dan ook niet "zomaar" datje in Lourdes zoveel blijde gezichten ziet! Want
daar krijgt men heel persoonlijk te horen: "Ga in vrede, je geloof heeft je
genezen".
Lourdes geeft een extra dosis vitaminen, niet in de vorm van tabletten
maar door de ervaring, het gevoel dat God met je meetrekt eh Hij je helpt
het leven te aanvaarden zoals het naar je toekomt.
Maar ook voor de gezonden is Lourdes een oase van gebed en ontmoeting,
de "plek waar de hemel de aarde raakt". Het samen optrekken, het samen
bidden en zien bidden, het met duizenden deelnemen aan de sacraments-
processie en de lichtprocessie, je verbonden voelen als wereldkerk met
mede-christenen uit alle delen van de wereld, met alle volkeren één
gemeenschap vormen, het zien van de blijheid die zieken uitstralen on-
danks hun situatie, het in stilte neerknielen bij de grot: het zijn allemaal
momenten die indruk maken, die geestelijk verrijken en een gevoel van
diep geluk geven. Geen wonder dat ondanks alle sekularisatieprocessen en
de teruggang van het kerkbezoek in Nederland het aantal pelgrimerenden
naar Lourdes nog eerder toe- dan afneemt.

Lourdes is echter niet enkel een plaats van gebed en bezinning. Het
hulpbetoon, de onderlinge liefde, het er-zijn-voor-de-ander maken Lourdes
tot een plek van daadwerkelijk christendom. Ieder helpt ieder. Men staat
klaar voor elkaar, troost elkaar, deelt lief en leed met elkaar, maakt plezier
met elkaar. En dat als een vanzelfsprekendheid waar je stil van wordt.
Over wonderen gesproken! Ik denk dat dit het ook is wat jonge mensen zo
aanspreekt in Lourdes en trekt naar Lourdes. Het is in deze veertig jaren
dan ook nooit een probleem geweest om voldoende jonge mensen bereid
te vinden als vrijwillige hulpkracht (zelfs met bijbetaling!) aan een
bedevaart deel te nemen.
Elk jaar ervaren deze jonge mensen weer hoe de vreugde die zij brengen
aan zieken en gehandicapten op hen zelf terugkaatst, hen zelfs tot diep in
hun binnenste raakt. Tegelijk zijn zij ook een bron van vreugde voor vele
gezonde (oudere) pelgrims. Dezen zien vaak tot hun verbazing maar vooral
tot hun vreugde hoe positief die jonge mensen zijn: zo toegewijd, zo attent,
zo vol liefde en geduld. Oud en jong inspireren elkaar, luisteren naar
elkaar, genieten van elkaar, zijn één met elkaar. Ook dat is een van de
wonderen van Lourdes!

Maar het eerste (echte) wonder van Lourdes, de verschijning van Maria,
heeft Lourdes gemaakt tot een van die ''uitgespaarde plekken" in de wereld
waar het visioen over een andere wereld wordt hoog-gehouden, waar
mensen tijd en aandacht hebben om zich de "nieuwe mens" voor te stellen,
waar mensen met stilte de verkeerde ijver te lijf gaan, en waar mensen
meetellen niet om wat zij hebben maar om wat zij zijn en vragen en
zoeken. Gelukkig zijn er in onze wereld nog van die uitgespaarde plekken
die zich heel duidelijk lenen om "goede aarde" te zijn, waar het zaad,
Gods woord, nog goed terecht komt.
Lourdes is zo’n plek.

Rector A.J. Merkx
Voorzitter Commissie Lourdesziekenfonds NCB

Lourdescommissie KNBTB;  
 

29. Boeknummer: 00205  
Het Mastbos en het werk van Houtvester van Schermbeek
Natuur -- Mastbos           (1990)    [A.J. Spierings]
Het Mastbos en het werk van Houtvester van Schermbeek

Ten geleide
Het Mastbos: 100 jaar bosbouw!
Binnen de Nederlandse bossen neemt het Mastbos een bijzondere
plaats in. De geschiedenis van het bos gaat ver terug. Grote delen zijn
al eeuwenlang met bos bezet, een bijzonderheid in ons land, waar de
meeste bossen amper een eeuw geleden werden aangelegd.
Maar bos in dit verleden had het zwaar te verduren, zeker in de nabij-
heid van een garnizoensstad als Breda. De behoefte aan (brand)hout,
strooiselloof, beweiding, stroperij, militaire kampementen; steeds
weer werden aanslagen op het bos gepleegd.
Een vergelijking met bossen in de derde wereld anno 1990 ligt voor de
hand: ook daar dreigt het bos niet door zorgvuldig gebruik, maar door
overexploitatie ten gronde te gaan.

Gelukkig kan het Mastbos ook als positief voorbeeld dienen, hoe
het aftakelingsproces ten goede kan worden gekeerd.
Door gezondheidsproblemen gedwongen keerde Houtvester Van
Schermbeek terug uit de tropen en ging in het Mastbos aan het werk.
Groot enthousiasme legde hij aan de dag en vele, nieuwe inzichten in
het bosbeheer. Veel weerstanden moest hij ook overwinnen bij de
maatregelen die hij nam, maar het doel stond hem duidelijk voor
ogen: een stabiel bosmilieu scheppen waarin een gevarieerd bos kan
ontstaan.
Nieuw voor die tijd was ook de grote waarde die hij hechtte aan het
bos zelf. In een tijd dat denken over bos vooral was gekoppeld aan het
produceren van zoveel mogelijk hout.
Als we ons verdiepen in de wijze waarop hij zijn doel trachtte te berei-
ken, blijkt dat ook nu, na 100 jaar, nog verbluffend actueel!
Door zijn activiteiten was hij indirect een van de grondleggers
voor het latere Staatsbosbeheer. Kort na zijn vertrek uit het Mastbos,
in 1899, werd het Staatsbosbeheer opgericht, met de Houtvesterij
Breda als een van de eerste objecten.

Niet alleen door zijn werk in het Mastbos, maar ook de nieuwe
inzichten die hij in Nederland bracht, hebben we veel aan Van
Schermbeek te danken.

De inzet van de heer A.J. Spierings, om de geschiedenis van het
Mastbos en het leven en werken van Van Schermbeek vast te leggen,
waardeer ik daarom bijzonder.
Ik hoop dan ook. dat dit boekje zich in een grote belangstelling mag
verheugen!

Dr.ir. H.S.B.M. van Asperen,
Directeur Staatsbosbeheer.

Inleiding
In 1889 aanvaardde Adriaan Johannes van Schermbeek, Oost-
Indische houtvester met verlof, de opdracht van het Domeinbestuur
tot het vervaardigen van een boskaart van het Mastbos en Liesbos,
met de daarbij behorende bedrijfsplannen. Een jaar later werd hij be-
noemd tot bosbouwkundig medewerker bij dat zelfde Domeinbestuur.
In die functie werd hij toegevoegd aan de Rentmeester van het
Rentambt Breda, de heer R.J.H. Roosmale Nepveu. Daarmee begon
een nieuw tijdperk in de geschiedenis van het Mastbos. De tot dan toe
traditionele werkwijze in de exploitatie van het bos moest plaats
maken voor beheersvormen die veel meer rationeel gefundeerd waren
en door experimenten ondersteund. Met veel doorzettingsvermogen
werden nieuwe ideeën en opvattingen in de praktijk toegepast. De vele
weerstanden die dat opriep, zowel in de regio als ook in de leidende
kringen in de bosbouw in den lande, hebben Van Schermbeek er niet
van kunnen weerhouden voor zijn ideeën te strijden en in de praktijk
tot uitvoering te brengen.

Het is precies 100 jaar geleden dat Van Schermbeek zijn werk in
Breda is begonnen. Ter herdenking van dit feit werd in het Informatie-
centrum "Oudhof" in het Mastbos een tentoonstelling ingericht,
gewijd aan de geschiedenis, de fysische geografie en het landschap
van het Mastbos. Daarbij werd natuurlijk extra nadruk gelegd op de
persoon en het werk van A.J. van Schermbeek. In relatie daarmee is
ook deze uitgave tot stand gekomen.

Het noodzakelijke materiaal werd samengesteld door een werk-
groep, bestaande uit dhr. P.C.A. Schoenmakers, boswachter en Mej.
H. v. Wermeskerken en de heren S. van Hilst en A.J. Spierings.

Heemkundekring Paulus van Daesdonk;  
 

30. Boeknummer: 00221  
Zwerven door de Rith
Natuur -- Waterstaat           (1995)    [Peter de Jaeger]
Zwerven door de Rith

VOORWOORD
Breda staat bekend als een stad in het groen. Niet alleen omdat het stedelijk gebied wordt
gesierd met veel bomen en struiken in parken en lanen, maar ook vanwege de landschappelijke
omgeving rondom de stad, de kleigronden met de landgoederenzone ten noorden en de zand-
gronden met de beekdalen en bossen ten zuiden van de stad. Voor de leef- en woonkwaliteit van
de burgers van Breda zijn die buitengebieden zeker zo belangrijk als de bebouwde omgeving
in het centrum.
In die afwisseling van landschappen is er een gebied, Effen-De Rith, dat door zijn ligging
misschien wat minder bekend is. Ingeklemd tussen het bekende Mastbos en het Liesbos, door-
sneden door de A16, is het gebied vooral bekend bij liefhebbers. Zij kennen de bijzondere waarde
van de natuurgebieden de Vloeiweide en de Krabbebosschen. Zij zien de inspanningen tot
behoud van zandpaden en beukenlanen en genieten van alles wat daar leeft, groeit en bloeit.
Daarbij heeft het gebied ook nog zijn eigen historie en economische ontwikkeling, die in
het landschap en de boerderijen zijn terug te vinden.
Een bezoek aan De Rith kan ik u van harte aanbevelen. Zet uw auto aan de kant en ga te
voet verder of nog beter, pak de fiets en ga op ontdekkingstocht. Om het u makkelijk te ma-
ken is hiervoor een speciale fietsroute opgenomen. Na lezing van dit boek en een bezoek aan
De Rith zult u dan met mij tot de conclusie komen dat dit prachtig stukje Breda onze be-
scherming verdient.
drs. E.H.T.M. Nijpels
burgemeester van Breda

Uitgeverij De Geus;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Zoekresultaat verdeeld over 2 pagina's, met elk (max.) 30 publicaties:

1   2       Volgende       Eind

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 21 november 2021