HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 79   (uit: 485)

Getoond wordt publicatie : 1 t/m 30


Uitgebreid zoeken

Zoekresultaat verdeeld over 3 pagina's, met elk (max.) 30 publicaties:

1   2   3       Volgende       Eind

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00013  
Het Brabant van toen. Herinneringen van Westbrabantse mensen
Historie -- Brabant, algemeen           (1980)    [Toon Kloet]
Het Brabant van toen. Herinneringen van Westbrabantse mensen

INHOUDSOPGAVE
1. Zo wordt geschiedenis gemaakt ..................... 3
2. JAN DE WILD over OUDENBOSCH .......... 5
3. KEES VAN UNEN over HOEVEN .............. 8
4. CIE WAGEMANS over ULVENHOUT........... 11
5. PEERKE LAUWEN over RUCPHEN............. 14
6. ADR. VAN MEER over ZEVENBERGSCHEN HOEK ... 18
7. LEEN KEIJZERS (f) over RAAMSDONKSVEER ..... 21
8. JAN RAMS (f) over OOSTEIND ........... 24
9. GRÉ KONINGS over RAAMSDONK .......... 27
10. REIN BEERENDONK over FIJNAART............ 30
11. COR VAN LEEST over MOERDIJK .......... 33
12. KO GOBBENS (t) over ETTEN-LEUR.......... 37
13. BART WATZEELS over PRINSENBEEK......... 40
14. MERIJNTJE ROOZEBOOM over NIEUW-VOSSEMEER..... 43
15. JAN NOOREN over PRINCENHAGE......... 46
16. JAN VERSWIJVER over HOOGERHEIDE ........ 49
17. JANTJE LUUKX over ST.-WILLEBRORD...... 52
18. NOL HEIJMANS over DUSSEN.............. 56
19. TOON JOOSEN over WAGENBERG ...........' 59
20. ADR. V.D. RIJKEN over WASPIK.............. 62
21. PIET JANSEN over MADE ............... 65
22. WOUT BOELAARS over BREDA............... 68
23. TOOS BAARS-RENNIERS over GEERTRUIDENBERG...... 73
24. KAREL VERHAGEN over WILLEMSTAD.......... 76
25. MARTIEN TROMMELEN over OOSTERHOUT.......... 80
26. DRIK DE BRUIN over RIJSBERGEN.......... 83
27. ARIE GIELES over BERGEN OP ZOOM...... 86
28. ARIE DE GAST over ZEVENBERGEN......... 89
29. THÉ DIEPSTRATEN over BAVEL .............. 92
30. KEES ELST over ROOSENDAAL ......... 95
31. CATO FIRING-VAN DEN BROEK over BREDA............. 98

Zo wordt geschiedenis gemaakt
„Herinneringen van Westbrabantse mensen” is steeds de ondertitel geweest van interviews, dertig in getal, die
onder de naam „Het Brabant van toen” tussen september 1979 en mei 1980 in „De Stem” zijn gepubliceerd. De geïn-
terviewden zijn mensen die rond de eeuwwisseling of in de eerste decennia van deze eeuw zijn geboren. Hun herin-
neringen bleken een beeld te geven van het leven in West-Brabant dat vergeten dreigt te raken. Het gaat dan natuur-
lijk niet om de „echte” geschiedenis. Die ligt vast in officiële documenten van allerlei aard. Veel meer komt uit de
interviews naar voren, hoe mannen en vrouwen in die tijd de „echte” geschiedenis hebben beleefd en in een aantal
gevallen - zeker als het om sociale geschiedenis gaat - er hun aandeel in hebben geleverd. Een vergelijking tussen
het begin van deze eeuw en de tachtiger jaren biedt - hoe zou het anders kunnen - een beeld van scherpe tegenstel-
lingen. Een van de duidelijkste tegenstellingen is ongetwijfeld die tussen armoede toen en welvaart nu. Een an-
dere is de gewijzigde onderlinge verhouding tussen mensen: ruim een halve eeuw geleden was het standenverschil
van nature gegeven. Zo leek het althans. Maar uit deze herinneringen van Westbrabantse mensen wordt duide-
lijk, dat zij, ondanks soms vertederende woorden over „Het Brabant van toen,” op hun eigen, bescheiden plaats
vaak strijd hebben geleverd tegen wat in hun ogen onrechtvaardig was. Zo wordt geschiedenis gemaakt.

Uitg. Mij De Stem Breda;  
 

2. Boeknummer: 00019  
Groot Karnavalsboek
Bak-van-boemeldonck -- Algemeen           (1977)    [H. Dirven, K. Nagelkerke]
Groot Karnavalsboek. Karnaval in Boemeldonck

VOORWOORD
De BAK van BOEMELDONCK heeft al veel georganiseerd dat met karnaval te maken heeft, maar een groot karnavalsboek uitgeven was nog iets nieuws en dus iets anders.
Met behulp van enkele tientallen schrijvers, uit alle geledingen van diezelfde BAK, zowel in als buiten Boemeldonck, met behulp van de vele goede fotografen uit
ons eigen Boemeldonck, met behulp van een lay-out-verzorging en drukwerk van PERFEKT zijn we er echter in geslaagd. En naar we hopen tot Uw tevredenheid!
De eindredactie wilde in dit Groot-Karnavalsboek twee zaken duidelijk stellen:
-Karnaval is een fijn en goed feest, waarin de typische waarden als verbroedering, zinvolle ontspanning en creatief bezig zijn van een groot volksfeest besloten liggen.
Het is dus ten volle te verdedigen en verantwoord om zich inspanningen te getroosten om het echte karnaval te behouden.
-Het karnaval in Boemeldonck kent zowel een eigen geschiedenis van elf jaar, als een uitgebreide voorgeschiedenis; zowel het een als het ander is een beschouwing meer dan waard.
Het is nu juist 550 jaar geleden dat een echte 'RAAD van ELF' het uitgestrekte Hertogdom Brabant bestuurde. De jonge hertog, die toen zijn vader zou moeten opvolgen was
nog maar elf jaar, en Zeven Brabantse steden en Vier machtige Brabantse abdijen vormden met hun Elven het Bestuur.
Het is nu 11 jaar geleden dat een echte 'RAAD van ELF' het uitgestrekte Karnavalsrijk Boemeldonck begon te besturen. De eerste Prins was RENIER en hij werd ondertussen
al door vijf andere Prinsen opgevolgd. Hoewel de leden van de Karnavals-Raad van Elf in die elf jaar ook wisselden, bleef de continuiteit in het aanvoeren van de
leut gewaarborgd.
En zo kunnen we doorgaan, maar daarvoor is dit Groot-Karnavalsboek, waar U kennis zult maken met de West Brabantse Karnavalsvierder, waarvan de Boemeldonckers zonder
twijfel de prachtigste exemplaren zijn.
Want die Boemeldonckers, die kostelijke figuren, die zijn de dragers van de echte en ware karnavalsgedachte, omdat zij in hun hart gebleven zijn, die Brabanders
met hun onuitroeibare drang naar de gulle hartveroverende lach, naar de gemeenschappelijke vreugde en vooral naar de ware en volle levenskunst.
Daardoor scheppen zij levensvreugde om zich heen. Daarvoor bouwen en sjouwen zij maanden van te voren, om die geweldige Boemeldonckse optocht mee tot stand te brengen.
Daarom hebben de Boemeldonckers al meer dan zestig karnavalsverenigingen opgericht, omdat zij elkaar niet missen kunnen.
De eindredactie heeft dan ook getracht om in dit Groot Karnavalsboek aan deze gedachte gestalte te geven, en daardoor het ernstige in woord willen vermengen met de
heerlijke kolder, zoals die is vastgelegd door de fotografen. Want waar woorden tekort schieten, spreekt het beeld voor zichzelf.
HET BAK BESTUUR
voorzitter Theo Schipper
secretaris Herman Dirven
penningmeester Mart Hennekam
lid Dagelijks Bestuur Kees Nagelkerke

BOEMELDONCK
Net voor het eerste grote karnavalsfeest van 1967, georganiseerd door de B.A.K. werd de karnavalsnaam BOEMELDONCK algemeen goed.
Kort na karnaval, n.l. op 19 febr. 1967 verscheen over deze naam in de Gertrudisklok de uitleg, welke wij hier nog eenmaal graag overnemen:
BOEMELDONCK is een herdoping van onze gemeentenaam Prinsenbeek, tijdens het eerste regeringsjaar van Prins RENIER I en zijne eerste Raad van Elf in-en vastgesteld.
Lang is er gezocht en gewroet in de zo eenvoudige geschiedenis van ons kleine dorpje, om een gepaste karnavaleske naam te vinden. Maar buiten het feit dat Beek in oude
tijden geschreven werd als Beeck, konden we in de geschreven bronnen niets anders vinden dan éénmaal 'Donck', waarmede kennelijk het huidige centrum van de Beek werd bedoeld.
Totdat bij toeval iemand de naam 'Boemeldonck' liet vallen.
En ja, dat was het! En het gekke is, dat de geestelijke vader van deze naam absoluut onvindbaar is. Of zou je moeten zeggen: dat is nou echt karnaval, niemand weet waar de
naam vandaan komt en iedereen accepteert hem volkomen.
Het woord boemelen heeft voor ons een tweeledige betekenis:
1. BOEMEL heeft te maken met boemeltrein en dat berust weer op het feit dat Prinsenbeek zo rijk is aan spoorwegen en overwegen en wat belangrijker is: vroeger had
Prinsenbeek drie stations.
De naam van ons dorp was toen nog kortweg BEEK en de stations werden HALTE'S genoemd voor de BOEMELTREINEN.
Maar de BEEK had drie stations, en dat was meer dan welke plaats in Nederland ook. Zelfs Amsterdam had in die tijden slechts twee stations.
Die drie stations lagen aan de Zanddreef bij 't Liesbos, aan de Mr. Bierensweg op Overbroek en aan de Spoorstraat bij Burgst.
En heus, daar stopten op alle drie stations per dag meerdere BOEMEL-treinen. Zo kon men dus vanuit de Beek per trein naar Breda, Roosendaal en Dordrecht. Onze voorouders
maakten van deze drie stations druk gebruik om hun boter en eieren naar de 'botermert' in Breda te brengen, of om familiebezoeken af te leggen, enz.
2. BOEMELEN is slenteren, op je gemak aan doen, van herberg naar herberg lopen. En dat is iets wat wij met zijn allen bewezen hebben goed te kunnen zonder extreme uitspattingen,
zonder excessen of zonder vervelende (kermis) pottenkijkers of herrieschoppers van buitenaf. Iedere Boemeldoncker is gebleken een rechtgeaarde karnavalsvierder te zijn.
Niet alleen dit jaar, maar ook nog hopelijk vele jaren hierna.
3. DONK: letterlijk meestal een kleine hoogte in de omgeving van laag(veen) gebied. In en rond Prinsenbeek zijn precies elf van deze donken nog bekend.
Halderdonk, Ependonk en Essendonk (deze drie in Halle), Verdonk en Hoogdonk (in Wijmeren), Hooiendonk (Oeyendonck), Velddonk en Hondsdonk (in Haagse Beemden Oost), Gageldonk
en tenslotte De Donck is kom Prinsenbeek.

BOEMEL + DONCK
PRINSEN BEEK
beide namen hebben uiteraard elf letters.

BAK Boemeldonck;  
 

3. Boeknummer: 00062  
De positie van de Gemeenteraad/constitutionele ontwikkeling van het gemeentelijk bestel
Overheid -- Gemeente, algemeen           (1974)    [Hennekam, B.M.J.]
DE POSITIE VAN DE GEMEENTERAAD TEGEN DE ACHTERGROND VAN CONSTITUTIONELE ONTWIKKELINGEN VAN HET GEMEENTELIJK BESTEL.


INLEIDING.
Met de afschaffing van de heerlijke rechten en het invoeren van een uniform bestuursstelsel werd hier te lande op het eind van de 18e eeuw voor het eerst de naam 'gemeente' gebruikt als aan-
duiding voor de kleinste bestuurlijke eenheid in onze gedecentraliseerde eenheidsstaat.
De gemeente vertoont dan de grondeigenschappen van elke staatkundige eenheid, samen te vatten als 'de macht door en over het volk binnen een bepaald territoir', met dien verstar.de dat hier
niet zoals bij de Staat sprake is van een oorspronkelijke, maar van een afgeleide - van de Staat verkregen - macht. Aan de hand van de belangrijkste wettelijke bepalingen zien we evenwel dat
de aan de gemeenten toebedeelde macht tot 1848 sterk schommelend was en in elk geval in de praktijk niet veel inhield. Een korte beschrijving van die periode dient als achtergrond waartegen de
veranderingen, die in 1848 en 1851 met betrekking tot het gemeenterecht tot stand kwamen, pas duidelijk reliëf krijgen. De gewijzigde grondwet en de gemeentewet leggen de funderingen voor het
moderne gemeenterecht, zoals we het thans nog kennen. En in dit stelsel wordt uitdrukkelijk de raad, als eerste orgaan binnen de gemeente, belast met de wetgevende en besturende macht.
Deze 'zelf-regerende' taak zoals door Thorbecke toebedacht aan de raad is in de jaren na het tot stand komen van de gemeentewet door verschillende oorzaken al snel geworden tot een 'controleren-
de' en terwijl de gemeente aanzienlijk van gedaante veranderde bleef de raad zich in zijn opstelling beperken tot dat controleren. i
Lange tijd is in dit karakter van de raad geen wijziging gekomen. Pas de laatste jaren is duidelijk waarneembaar dat de raad - en zulks onmiskenbaar ais gevolg van de maatschappelijke omstandig-
heden - die oorspronkelijk toebedachte en wettelijk nog steeds zo omschreven taak van 'regeren' weer op wenst te nemen.
Peze gewijzigde taakopvatting zoals die voor het eerst kon worden geconstateerd hij de raden, verkozen in 1966, zette zich bij genoemde- colleges na 1970 door en te verwachten is
dat de straks te verkiezen nieuwe gemeenteraden deze lijn verder zullen doortrekken.
Maar de gemeente nu is niet meer die uit Thorbecke's tijd. Verschillende niet-wettelijke belemmeringen staan de raad daarom bij dit streven in de weg. Bij het beschrijven hier-
van en van de wijzen waarop deze kunnen worden teruggedrongen heb ik mij vooral laten leiden door mijn ervaringen als gemeenteraadslid van de gemeente Prinsenbeek sinds september 1970.
Vanaf deze plaats wil ik mijn leermeester prof. Jeukens, mijn scriptiebegeleider mr. van Geelen, mr. Pop van de V.N.G. en bestuurderen van Prinsenbeek en Regio Breda hartelijk dankzeg-
gen voor hun kennisoverdracht en verleende adviezen.
Prinsenbeek, 1974

Eigen uitgave;  
 

4. Boeknummer: 00065  
Herinrichten? Ja! maar ........
Ondernemingen -- Bank, Rabobank           (1980)    [KNOV]
Herinrichten? Ja! maar...... Brochure KNOV 1980

Voorwoord.
In toenemende mate ontstaat er behoefte aan instrumenten, waarmee planologische uitgangspunten ook daadwerkelijk kunnen worden be-
reikt. In deze nota wil het KNOV een aanzet geven voor de discussie en een bijdrage leveren aan de oplossing van de problemen, die zich
voordoen bij de uitvoering van ruimtelijke plannen.
De voorgestelde financiële regeling zal een stimulans kunnen zijn voor ondernemers om op vrijwillige basis medewerking te geven aan
deze uitvoering.
Voor nadere informatie kan men zich wenden tot het Koninklijk Nederlands Ondernemersverbond (KNOV)
Broekmolenweg 20
2289 BE Rijswijk
Postbus 379
2280 A3 Rijswijk
tel. 015 - 569395

KNOV;  
 

5. Boeknummer: 00069  
Kijk op Noord-Brabant
Historie -- Brabant, algemeen           (1976)    [Redactie Tirion bv]
KIJK OP NOORDBRABANT
met ca. 450 kleurenfoto’s
geeft in woord en beeld een uniek overzicht van een provincie die kan bogen op een fraai natuur-
schoon en een grote culturele rijkdom. Steden als ’s-Hertogenbosch, Breda, Bergen öp Zoom en
Geertruidenberg, maar ook stadjes als Grave, Oosterhout en Heusden en de overal verspreid lig-
gende boerderijdorpjes bewaren een schat van stedelijke eiï landelijke bouwkunst. Monumentale
kerken, raadhuizen, kastelen, torens en vestingwerken, oude gevels en gevelstenen, hofjes,
poortjes en straatjes: Noordbrabant telt ze als weinig andere delen van ons land.

TEN GELEIDE
Lange tijd werd Noordbrabant ‘het donkere zuiden’ genoemd, een arm gebied dat als wingewest van
de Republiek anderhalve eeuw economisch en politiek werd onderdrukt. Door ontginning, verbeterde
landbouwtechnieken en industrialisering groeide Noordbrabant in de 18de en 19de eeuw tot een
provincie met dezelfde welvaart als de andere. Maar ook hier liet de Tweede Wereldoorlog een spoor
van nutteloze verwoestingen achter en het mag een wonder heten dat er nog zoveel bouwkundig
schoons voor vernietiging gespaard is gebleven. De St.-Jan in Den Bosch staat er nog, ook het
Markiezenhof van Bergen op Zoom, na de restauratie nog steeds een van de mooiste paleizen van ons
land, en de Lieve Vrouwekerk van Breda, met haar stad en omgeving beheersende toren.
Natuurlijk heeft de snelgroeiende industrie veel aan het land veranderd. Tal van plattelandsdorpen
groeiden uit tot grote woonkernen met moderne bebouwing en industrieterreinen en natuurgebieden
moesten ruimte maken voor autosnelwegen. Maar het ‘nieuwe’ Brabant komt weer zeer indrukwekkend
tot uiting in een echt Brabantse stad als Eindhoven, waar moderne architectuur een harmonieus geheel
vormt met woon- en winkelcentra. Wie de geschiedenis wil zien zal vooral kunnen genieten in de
binnenstad van Den Bosch of Bergen op Zoom, of ook in historische stadjes als Heusden, Willemstad,
Woudrichem, Grave. Wie een echt Brabants dorp wil zien gaat naar St.-Oedenrode, Oirschot,
Hilvarenbeek, Eersel of Nuenen. In ‘Kijk op Noordbrabant’ zal men hoofdzakelijk de historische
bezienswaardigheden aantreffen. De inleiding geeft een algemeen beeld van de provincie, daarna volgt
een reis langs haar steden en dorpen, met de bedoeling oog te krijgen voor hun ‘grote’ en ‘kleine’
monumenten. Wellicht een aansporing om zelf in Noordbrabant nog meer te ontdekken.

Tirion bv Amsterdam;  
 

6. Boeknummer: 00074  
Gids voor Prinsenbeek 1974
Overheid -- Gemeentegids           (1974)    [P.J. Baetens etc]
Gids voor Prinsenbeek 1974
VOORWOORD
Het doet mij genoegen deze 4e uitgave van de GIDS VOOR PRINSENBEEK
weer hij U te mogen inleiden. Herdruk was noodzakelijk geworden,
niet alleen omdat de voorraad medio 1974 reeds was uitgeput, maar
evenzeer omdat de inhoud al reeds verouderd bleek.
Een bewijs voor de dynamiek welke zich in de gemeente demonstreert.
De gegevens omtrent het gemeentelijk bestuursapparaat moesten her-
schreven worden, maar daarnaast waren de wijzigingen en uitbreidings-
gen bij de plaatselijke middenstand en het verenigingsleven zo dras-
tisch, dat een nieuwe inwoner met de oude gegevens toch wel in
moeilijkheden zou zijn geraakt.
Deze gids is bovenal bedoeld om de nieuwe ingezetenen de oriëntatie
in Prinsenbeek te vergemakkelijken.
Ik hoop dat in dit opzicht deze GIDS dezelfde waardering krijgt als
de voorgaande uitgaven.
U zult misschien vernomen hebben dat Prinsenbeek betrokken is geweest
bij een plan tot gemeentelijke herindeling.
De ontwikkelingen, zoals deze zich de laatste jaren hebben voltrokken
wijzen echter op een behoud van de gemeentelijke zelfstandigheid.
In stadsgewestelijk verband zal Prinsenbeek met +, 10.000 zielen een
nuttige functie kunnen vervullen.
Gaarne roep ik U welkom toe bij Uw vestiging in deze gemeente en
spreek daarbij de hoop uit, dat U hier een woonklimaat zult aantreffen
dat velen vóór U reeds als erg prettig hebben gekenschetst.
Daar waar mogelijk zal het gemeentebestuur met ambtelijke staf U
alle medewerking verlenen. Ook voor U mag het gemeentehuis geen ivoren
toren zijn, maar een huis van en voor onze inwoners.
PRINSENBEEK, OKTOBER 1974.
DE BURGEMEESTER,
P.J.A. Baetens.

Gemeentebestuur Prinsenbeek;  
 

7. Boeknummer: 00075  
Gids voor Prinsenbeek 1978
Overheid -- Gemeentegids           (1978)    [P.J. Baetens etc.]
Gids voor Prinsenbeek 1978
Voorwoord door de Burgemeester
Het doet mij genoegen deze 5e uitgave van de GIDS VOOR PRINSENBEEK weer bij U te mogen inleiden. Herdruk was noodzakelijk geworden, niet alleen omdat de voorraad
medio 1977 reeds was uitgeput, maar evenzeer omdat de inhoud reeds verouderd bleek.
Een bewijs voor de dynamiek welke zich in de Gemeente demonstreert.
De gegevens omtrent het Gemeentelijk bestuursapparaat moesten herschreven worden, maar daarnaast waren de wijzigingen en uitbreidingen bij de plaatselijke mid-
denstand en het verenigingsleven zo drastisch, dat een nieuwe inwoner met de oude gegevens toch wel in moeilijkheden zou zijn geraakt.
Deze gids is bovenal bedoeld om de nieuwe ingezetenen de oriëntatie in Prinsenbeek te vergemakkelijken.
Ik hoop dat in dit opzicht deze GIDS dezelfde waardering krijgt als de voorgaande uitgaven.
U zult misschien vernomen hebben dat Prinsenbeek betrokken is geweest bij een plan tot gemeentelijke herindeling.
Alhoewel op 1 juli 1976 een overdracht aan de Gemeente Breda heeft plaatsgevonden van het gebied dat bekend staat onder de naam 'Haagsche Beemden Oost', heeft de Ge-
meente Prinsenbeek zijn zelfstandigheid behouden.
In stadsgewestelijk verband zal Prinsenbeek met + 10.000 zielen een nuttige functie kunnen vervullen.
Gaarne roep ik U welkom toe bij Uw vestiging in deze Gemeente en spreek daarbij de hoop uit, dat U hier een woonklimaat zult aantreffen dat velen vóór U
reeds als erg prettig hebben gekenschetst.
Daar waar mogelijk zal het Gemeentebestuur met ambtelijke staf U alle medewerking verlenen. Ook voor U mag het Gemeentehuis geen ivoren toren zijn, maar
een huis van en voor onze inwoners.
Prinsenbeek, april 1978.
DE BURGEMEESTER,
P.J.A.Baetens.

Gemeentebestuur Prinsenbeek;  
 

8. Boeknummer: 00078  
Enige aspecten van de rechten van gebruik en bewoning. Doctoraalscriptie
Overheid -- Gemeente, algemeen           (1977)    [A.W.M. Roelen]
Enige aspecten van de rechten van gebruik en bewoning.
VOORWOORD.
Ik heb deze scriptie geschreven, ter voldoening aan mijn
laatste tentamen voor mijn doctoraal examen in het
Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Mede gezien de omstandigheid dat ik de studie aan
bedoelde universiteit naast mijn volledige dagtaak als
medewerker in het notariaat volgde, heb ik voor het
schrijven van deze scriptie zoveel mogelijk gebruik willen
maken van de ervaringen uit mijn beroep.
Aan allen, die zich de moeite hebben gegeven mij met deze
scriptie terzijde te staan, zeg ik vanaf deze plaats mijn
welgemeende dank.
In het bijzonder geldt deze dank mijn scriptie-begeleider,
mr H.W. Heyman, wetenschappelijk medewerker eerste klas
en kandidaat-notaris te Rotterdam, mijn direkte werkkring
in het notariaat, vooral de heer E.J.F.Smits, kandidaat-
notaris te Breda, voor hun kennisoverdracht en verleende
adviezen, alsmede mejuffrouw P.H. Slegers, die mij met
het verzorgen van deze scriptie haar gewaardeerde
diensten heeft verleend.
A.W.M. Roeien.
Prinsenbeek, augustus 1977

Eigen uitgave;  
 

9. Boeknummer: 00092  
Noord-Brabant
Historie -- Brabant, algemeen           (ca. 1980)    [Hans Rooseboom]
Noord-Brabant
Voorwoord
Noord-Brabant: een aantrekkelijke combinatie van een springlevend heden en een rijk verleden. Nergens in de Lage Landen is zo veel gebeurd als in Brabant: het gewest kent
een geschiedenis rijk aan tragiek en schoonheid. En tegelijkertijd is Noord-Brabant, op het breukvlak van de 20e en 21e eeuw, het kloppend hart van de economie van de Benelux.
Het boek dat voor u ligt voert u langs twee sporen door de provincie.
De foto’s zijn het ene spoor. Zij vangen het karakter van Brabant in sprekende beelden.
Ze vertellen op hun eigen wijze het complete verhaal. Over oude steden, groot en klein, knusse dorpen, robuuste kastelen, wijde rivierlandschappen, bossen, vennen en hei-
develden. Dat is Brabant. Daar doorheen vertellen de foto’s het verhaal van bruggen en spoorlijnen, wegen, kanalen en industrie.
Dat is ook Brabant. De fraaiste staaltjes van moderne bouwkunst zijn vertegenwoordigd, met name in het economische hart van Brabant, Eindhoven. Via verhelderende onder-
schriften bij iedere foto profileert het beeld van de provincie zich steeds duidelijker.
Het tweede spoor naar de identiteit van Brabant leidt via de teksten. Die vertellen hoe al die beelden samenhangen. De geschiedenis van Brabant maakt duidelijk
waarom alles er zo uitziet zoals het eruit ziet.
Waarom het zo met Brabant is gelopen zoals het gelopen is.
In het bruisende heden van Brabant is altijd het verleden voelbaar. De Brabantse mentaliteit is een rechtstreeks uitvloeisel van een proces van eeuwen. Levende geschiede-
nis midden in een dynamische actualiteit: zo leert u Brabant uit dit boek kennen.
De uitgever

Scriptum topografie;  
 

10. Boeknummer: 00146  
De verdwenen sleutel van kabouterstad
Cultuur -- Boeken           (ca. 1970)    [Leo Stevens]
De verdwenen sleutel van kabouterstad (7 jaar en ouder)

Leo Stevens is een schrijver uit Prinsenbeek

EEN VREEMDE ONTMOETING IN HET LIESBOS
In dit boek wordt het avontuur verteld van drie jongetjes. Het eerste jongetje heet Stan. Stan is acht jaar. Hij
woont in Prinsenbeek. Prinsenbeek is een dorp in de buurt van Breda. Het ligt lekker rustig tussen grote
bossen. Het tweede jongetje heet Rob. Hij is zes jaar.
Rob is het jongste broertje van Stan. Hij woont natuurlijk ook in Prinsenbeek. Als de grote vakantie voorbij is gaat
Rob naar de grote school. Hij komt dan in de eerste klas bij juffrouw Kroes. Het derde jongetje heet Marlijn.
Martijn is vijf jaar oud. Hij is een neefje van Stan en Rob.
Hij woont in Neer. Neer is een klein plaatsje in Limburg.
Dat ligt wel op honderd kilometer afstand van Prinsenbeek. Martijn logeert bij Stan en Rob. Als de zomer-
vakantie voorbij is, gaat Martijn ook naar de eerste klas van de grote school. Als de grote vakantie bijna afge-
lopen is, wordt Martijn zes jaar. Hij is dan even oud als Rob. Maar Rob zegt dat hij toch lekker ouder is dan
Martijn, omdat hij eerder zeven jaar wordt. En dat klopt.
Martijn is al een paar dagen bij Stan en Rob aan het logeren. Dat is wel dapper van Martijn. Hij is nu immers
zó ver weg van huis, dat je niet even naar je pappa en mamma kunt fietsen. Maar Martijn denkt niet aan zijn
mamma en pappa. Hij heeft het veel te druk met het bouwen van de lego-trein en het timmeren van een

Uitgeverij Schenk Maastricht;  
 

11. Boeknummer: 00147  
De ontvoerde elfenkoning
Cultuur -- Boeken           (ca. 1970)    [Leo Stevens]
De ontvoerde elfenkoning (7 jaar en ouder)

Leo Stevens is een schrijver uit Prinsenbeek

EEN ONVERWACHTE BRIEF
Het is al enkele dagen erg warm in Prinsenbeek. Overdag is dat wel lekker. Maar ’s avonds is het dan erg
moeilijk om in slaap te vallen. Ook Stan kon niet slapen van de warmte. Hij rolde van de ene zij op de andere. Na
een hele poos viel hij eindelijk in slaap. Maar Stan merkte natuurlijk zelf niet dat hij sliep. Hij droomde het
ene avontuur na het andere.
Hij droomde dat de deur van zijn slaapkamer zachtjes op een kier werd geduwd. En dat kabouter Stippel
binnenstapte en hem aan zijn neus trok. Stan schudde even met zijn hoofd en blies alsof hij een lastige vlieg
wilde verjagen. Stan droomde wel vaker over kabouter Stippel. Stippel was de boodschapper van Koning
Goudbaard, de koning van Kabouterstad. Door kabouter Stippel zijn Stan en zijn broertje Rob en, Martijn het
neefje van Stan en Rob, te weten gekomen dat kabouters écht bestaan. In Prinsenbeek, midden in het Lies-
bos, is de geheime ingang naar Kabouterstad. Niemand weet waar die ingang is. Alleen Stan, Rob en Martijn
weten hoe zij de onderaardse gang naar Kabouterstad kunnen binnengaan. Maar zij zullen dat echt aan
niemand vertellen. Het is een geheim dat zij alleen, samen met de kabouters kennen.
Weer voelde Stan het gekriebel aan zijn neus. En weer schudde hij met zijn hoofd en maakte hij een blazend
geluid en... sliep weer verder... Opnieuw leek het, of

Uitgeverij Schenk Maastricht;  
 

12. Boeknummer: 00148  
Heks Fiskalia wil een supertoverstaf
Cultuur -- Boeken           (ca. 1970)    [Leo Stevens. Ill. Joop Walenkamp]
Heks Fiskalia wil een supertoverstaf (7 jaar en ouder)

Leo Stevens is een schrijver uit Prinsenbeek

BIJ OUDE VRIENDEN OP BEZOEK
In dit verhaal worden de avonturen verteld van Stan, Rob en Martijn. Stan en Rob wonen in Prinsenbeek.
Stan is een broertje van Rob. Hij is acht jaar oud. Hij zit in de tweede klas van de lagere school. Zijn broertje Rob is
zes jaar oud. Hij zit op de kleuterschool. Daar hoort hij nu bij de oudste kleuters. Martijn is een neefje van Stan
en Rob. Hij is ook zes jaar oud, net als Rob. Hij woont in ’s-Hertogenbosch. Daar woont hij echter nog maar pas.
Enkele dagen geleden is Martijn verhuisd. Hij woonde eerst in Neer, een klein plaatsje in Limburg. Maar ja, zijn
vader kreeg ander werk, en... hup, alles ging de grote verhuiswagen in. Op weg naar hun nieuwe huis in de
grote stad.
Sommige dingen van verhuizen zijn wel leuk. Alles in je huis wordt ingepakt in grote dozen. Alle kasten worden
uit elkaar geschroefd. Zelfs de lampen worden van het plafond en de muren gehaald. Ooms en tantes of buren
en kennissen komen helpen met inpakken. Sommige dingen kun je natuurlijk niet inpakken, maar die gaan
toch mee: de goudvis in zijn kom, en het konijntje in zijn hok. En natuurlijk wordt het hondje Briks ook niet ingepakt.
Maar je kunt niet alles meenemen als je verhuist. Je vriendjes en vriendinnetjes van school en van de straat
kun je niet meenemen. Ook de juffrouw van de klas

Uitgeverij Schenk Maastricht;  
 

13. Boeknummer: 00161  
Toentertijd
Cultuur -- Gedichten           (1979)    [Henriette Kegge]
Toendertijd

VOORWOORD
Henriette Kegge is van oorsprong een boekenfiguur. Zij laat zich in de Camera obcsura terdege het hof maken door de charmante
Heer van den Hoogen, die volgens kenners niet toevallig boven een beddewinkel woonde.
Naast die nogal nuffige en nukkige Hollandse juffer is er echter ook nog een door en door Brabantse Henriette Kegge, die werd
geboren en getogen in Prinsenbeek in West Brabant, dat voor het zo deftig werd, gewoon ’Beek’ heette. Deze Brabantse
Henriette is alles behalve een boekenfiguur, maar schrijft wel zelf. En dat doet ze al zo 'lang en zo’ voortreffelijk in de taal van
haar geboortedorp, dat ik haar alweer bijna vijf jaar geleden (om precies te zijn op 25 februari 1975) voor het eerst heb mogen
lanceren in het Literair Café in Den Bosch. Zij is daar, ook na een aantal andere optredens, altijd haar blijde dankbaarheid
voor blijven tonen, een verschijnsel dat men heden ten dage met een lang en fel lichtend lantarentje moet gaan zoeken zonder het
nog veelvuldig gewaar te worden.
Daarom ben ik, op mijn beurt, zo blij om wat hier nog volgt.
Door de goede zorgen van Cor Borsje (Communications Manager van Rank Xerox, Venray) werk ik sedert enige tijd aan
De Zondagsveder. Dat is een bloemlezing van 25 Zuidnederlandse auteurs, waar ik ook Henriette Kegge bij
betrokken heb. Ter inleiding bij haar stukjes schreef ik in juni 79:
’Een uitgever die de pareltjes van Henriette Kegge, die zij verzamelde onder de titel Toentertijd, in het licht geeft, verricht
niet alleen een daad van eenvoudige rechtvaardigheid, maar zal er bovendien geen spijt van krijgen’.
En ziet. Nog voor De Zondagsveder op tafel kan worden gelegd blijkt die uitgever gevonden. Hij heet Ko Huijbregts en is er de
man achter de op menig embleem van jeugdige paardekracht getuigende uitgeverij HECHT in Den Bosch.
Toentertijd zal nog in 1979 verschijnen bij uitgeverij HECHT als het veertigste boekdeel dat ontstaan is uit het Literair Café in Den Bosch.
Dat heuglijke nieuws bereikte mij tegelijk met het bericht dat aan een andere Brabantse auteur, die ik meende te moeten opnemen
in De Zondagsveder, deP. C. Hoofdprijs is toegekend. Een geluk komt dus nooit alleen, al hoor je dat meestal alleen maar
van ongelukken. En de weg voor Henriette Kegge lijkt gebaand. Wie had dat toentertijd kunnen denken?
CAREL SWINKELS

Hecht 's Hertogenbosch;  
 

14. Boeknummer: 00163  
Volksverhalen uit Noord Brabant
Cultuur -- Boeken           (1980)    [Willem de Blécourt ]
Volksverhalen uit Noord-Brabant en hun herkomst

INHOUD
Volksverhalen uit Noord-Brabant 7
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
3. Sprookjes en natuurgeloof. Verhalen vanuit Helmond verzameld
4. Onderzoek naar overlevering. Verhalen vanuit Breda verzameld
5. De verteller als tovenaar. Verhalen uit Ossendrecht en Woensdrecht
6. Heksenprocessen
7. Spot en Venijn. Aantekeningen over Noordbrabantse plaatsen en ingezetenen
8. Noordbrabantse volksverhalen. Commentaar

Het Spectrum Utrecht/Antwerpen ;  
 

15. Boeknummer: 00187  
Tentoonstelling Princenhage vroeger en nu. 1976
Historie -- Princenhage, algemeen           (1976)    [Herman Dirven, Karel Leenders e.a.]
Princenhage vroeger en nu

TEKST BIJ OMSLAG
Op de voorplaat een kaart van de dorpskom van Princenhage van ruim honderd jaar gele-
den. Zoals nog duidelijk te zien is, was toen de kom nog een afzonderlijk dorp, omgeven
voor landerijen, weiden, boomgaarden en tuinen.
Nu in 1976 ziet de kaart van hetzelfde gebied er wel geheel anders uit, en is de vroegere
dorpskom van Princenhage geheel ingebouwd door nieuwe wijken en daardoor als het ware
een 'dorp in de stad' geworden.
Maar dit dorp is nog levend en het fel kloppend hart van haar nieuwe omgeving, net zo
goed als het dat was in de eeuwen hiervoor, een hoofdzakelijk agrarische omgeving.
En als U wat nauwlettend toekijkt en de twee kaarten vergelijkt, zult U constateren dat het
oude stratenpatroon (met uitzondering van de Heilaarstraat) zowel op de nieuwe als de
oude kaart identiek zijn. Diezelfde band met het verleden willen wij U ook trachten een
beetje bij te brengen op deze tentoonstelling. Wij hopen dat U ervan genieten en leren zult.
Werkgroep Haagse Beemden.

opm. De wijken Heilaar, Princenhage uitbreiding west (ambachtenwijk), Heuvel, Haag-
poort, Tuinzigt, Boeimeer en Ruiterbos liggen op grondgebieden van de voormalige ge-
meente Princenhage.

VOORWOORD.
Ter gelegenheid van de Torenhaanfeesten had het organiserend comité o. a. ook de idee,
om naast het terugplaatsen van de haan en kruis op de toren van de Martinuskerk ook
een braderie, een ambachtendorp, festiviteiten en tentoonstellingen te doen plaatsvinden
in de oude kern van het dorp Princenhage in Breda.
Voor de historische tentoonstelling richtten zij hun verzoek tot de Werkgroep Haagse
Beemden, die er niet lang behoefde over na te denken om ja te antwoorden.
Op de eerste plaats werd door de Werkgroep Haagse Beemden de tentoonstelling 'Het
Verleden van Princenhage', welke gehouden werd in 1966 - dus precies tien jaren gele-
den - nog eens goed bekeken. Het bleek dat veel daaruit bruikbaar zou zijn, maar toch
ook dat verschillende leemten sinds die tijd gelukkig opgevuld konden worden.
De medewerking werd gevraagd aan de heer Kimmel, conservator van het Stedelijk en
Bisschoppelijk Museum te Breda, en de heren Brekelmans en Lohmann, respectievelijk
archivarissen in Breda en Prinsenbeek.
Daarna werd een indeling gemaakt van en voor de tentoonstelling en moest naar een pas-
sende ruimte worden gezocht. We kwamen daarbij op de idee om de hervormde kerk,
'De Johanneskerk' aan de Dreef 5 te Princenhage als tentoonstellingsruimte in te richten.
We vroegen daartoe toestemming aan de kerkeraad en bij monde van de voorzitter de
heer E.Rutjens werd ons deze gaarne gegeven.
Daarna moest er hard in de weinige tijd, die ieder van ons heeft, gewerkt worden, om
een en ander in orde te krijgen. Wij willen ons bij voorbaat dan ook gaarne verontschul-
digen, indien de bezoeker feilen mocht ontdekken in de beschrijving of kritiek wil uit-
oefenen op de onvolledigheid der verzameling.
Toch willen wij niet nalaten om de vele mensen, die dikwijls zeer spontaan hulp boden,
te bedanken.
Wij hopen dat ook deze tentoonstelling 'PRINCENHAGE VROEGER EN NU' in 1976 voor
U een interessante kennismaking of vernieuwde kennismaking zal zijn met het verleden
van Princenhage.
Werkgroep Haagse Beemden
Karel Leenders Piet Dekkers
Herman Dirven George Dirven
Jan Lodewijk
Princenhage-Prinsenbeek, 10 mei 1976.

Werkgroep Haagse Beemden;  
 

16. Boeknummer: 00203  
H.H.J. Maas tussen Venray en Eindhoven. Turfjesserie 7
Historie -- Brabant, algemeen           (1977)    [dr. J.P.A. van den Dam]
H.H.J. Maas tussen Venray en Eindhoven.

Elke mens wordt geboren om dood te gaan. Elke mens wordt ergens
geboren om dood te gaan. Herman Maas kwam in Venray ter wereld
om in Eindhoven te sterven.
Hij heeft meer dan tachtig jaar de tijd gehad om zover te komen. De
meeste mensen hebben die ’ruimte’ niet. De meeste mensen hebben
ook niet het vooruitzicht, dat na hun overlijden anders dan in de klei-
ne kring over hen gesproken wordt. De meeste mensen leven korter en
baren geen opzien.
Herman Maas leefde lang en baarde minstens zoveel opzien, dat ter
gelegenheid van zijn honderdste geboortedag een echte levensbe-
schrijving van hem werd uitgegeven.
Als een van de vaders van deze biografie zou ik nu kunnen volstaan
met het geven van een samenvatting van het door Jan Lucassen en
mij geschreven boek. Met een dergelijke activiteit zou zonder enige
moeite een avondvullend programma te realiseren zijn geweest. Door
zo te handelen zou ik echter mijzelf, en niet minder enkele andere
aanwezigen, die bij het totstandkomen van het boek over Maas be-
trokken zijn geweest, geen plezier doen. Wij zouden teveel herinnerd
worden aan het moeizame proces, waarvan het bock de vrucht was.
Ik wil deze lezing daarom anders opbouwen door af te stappen van
het chronologische en gebruik te maken van het thematische. En dat
natuurlijk niet door het in ons bock verwerkte biografische materiaal
terzijde te leggen. Integendeel, het zal optimaal aan zijn trekken ko-
men. Maar wel door dit materiaal én andere niet—verwerkte, gegevens
vanuit verschillende gezichtshoeken te groeperen.
Ik weet vanzelfsprekend niet of ik in zo’n op zet zal slagen, maar ik
zal er in ieder geval een poging toe wagen.

TIJ Kools Deurne;  
 

17. Boeknummer: 00209  
De geschiedenis van de parochie Maria ten Hemelopneming Prinsenbeek.
Religie -- Parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming / Maria Magdalena           (1979)    [Herman Dirven]
De geschiedenis van de parochie Maria ten Hemelopneming Prinsenbeek. Uitgave t.g.v. expositie in Grote Kerk Breda

VOORWOORD
Bij het voorbereiden van deze tentoonstelling kwam als vanzelf de gedachte naar voren iets over de geschiedenis van de
Parochie, het Kerkgebouw en het Hoofdaltaar te publiceren.
Wat is daartoe meer geschikt dan de gedegen studie die de heer Dirven van de Werkgroep Haagse Beemden over dit on-
derwerp maakte en publiceerde in haar tijdschrift ”Hage”.
Wij zijn er de heer Dirven dankbaar voor dat hij onmiddellijk bereid was toestemming te geven beide artikelen tot één
boekje samen te vatten en dit ter gelegenheid van deze tentoonstelling uit te geven.
Wij menen dat niet alleen bij de inwoners van Prinsenbeek hiervoor grote belangstelling zal bestaan, doch ook bij alle
anderen wie de kerkgeschiedenis ter harte gaat.
STICHTING GROTE OF ONZE
LIEVE VROUWE KERK BREDA.

Stichting Grote Kerk Breda;  
 

18. Boeknummer: 00215  
De invloed van de mens op het landschap
Ruimtelijke-ordening -- Haagse Beemden           (1977)    [G. van Agtmaal en Hannes Fleskens]
DE INVLOED VAN DE MENS OP HET LANDSCHAP
Hannes Fleskens en Ger van Agtmaal
streekstudie t.b.v. het eindexamen
voor landschaps- en tuinarchitect
aan de
Agrarisch Hogere School
te Anderlecht
Breda - 's-Hertogenbosch
februari 1977.

Eigen uitgave;  
 

19. Boeknummer: 00216  
Nederlandse Monumenten in Beeld. Noord-Brabant en Limburg
Monumenten -- Monumentenzorg           (1975)    [J.F.van Agt, C.Peeters]
Nederlandse Monumenten in Beeld 1978. Noord-Brabant en Limburg

C. Peeters
NOORD-BRABANT
Wie een goed beeld wil krijgen van de bouwkunst uit het verleden van Noord-
Brabant, doet er het beste aan, de tegenwoordige provinciegrenzen maar uit het
oog te verliezen. Er bestaat nu eenmaal niet zo iets als een eigen Noordbrabant-
se architectuur. Wat de tijd vóór omstreeks 1600 betreft, is het hertogdom Bra-
bant als een politieke en culturele eenheid te zien, met als hertogelijke residentie
beurtelings Leuven, Mechelen en Brussel en kerkelijk grotendeels tot de bis-
dommen Luik en Kamerijk behorend. Het gebied omvat de tegenwoordige Bel-
gische provincies Brabant en Antwerpen en een groot deel van ons gewest, maar
Geertruidenberg, Woudrichem, Heusden en de hen omringende gebieden moe-
ten tot het graafschap Holland en het bisdom Utrecht gerekend worden. Daar-
na, tot aan het ontstaan van de Bataafse Republiek, is Noord-Brabant verre-
gaand van zijn zuidelijke wortels afgesneden en een Generaliteitsland geworden,
waarin de vernieuwing van kerken, openbare gebouwen en woonhuizen een
Hollands stempel ging dragen.
Voor het kerkelijk leven op het platteland in de middeleeuwen ligt het hart van
Brabant zeker buiten onze landsgrenzen. Wanneer wij teruggaan tot de oor-
sprong van het christendom in Noord-Brabant, dan is, meer nog dan Lamber-
tus, Willibrordus de kerkvorst tot wie alles herleid kan worden. Veel goederen
in Noord-Brabant werden door de plaatselijke heren aan hem geschonken en
door hem werden zij aan de Benedictijnenabdij in Echternach overgedragen.
Ook het recht om in de plattelandsparochies een pastoor te benoemen, een deel
van de kerkelijke inkomsten te vorderen, tienden in natura of geld als heffing op
landbouwgronden te innen, het recht om water- en windmolens te zetten, kwam
dan in Echternach te berusten. Maar door een samenspel van omstandigheden
zijn het de Norbertijnen of Premonstratensers geworden, die, vanaf de tijd van
hun ontstaan in de 12de eeuw, hier de meeste invloed hadden. Zij namen veel
rechten en bezittingen van de abdij van Echternach over. De reikwijdte van de
macht van hun abdijen Tongerlo en Postel was groot en deze hebben grote in-
vloed gehad op de ontwikkeling van de landbouw. De herinnering aan deze tijd
is op de Kempische zandgronden met hun beken en riviertjes en hier en daar
nog eiken- en mastbossen en heiden temidden van eeuwenoude ontginningen,
nog enigszins tastbaar. Een sprekende tegenstelling daarmee zijn de noordwes-
telijke en noordelijke zee- en rivierkleigebieden van het markiezaat van Bergen
op Zoom (eens een bloeiende in- cn doorvoerhaven aan de Oosterschelde) en
van de baronie van Breda, die heel anders gericht zijn geweest. In het opzicht
van de waterstaat cn de landbouw hebben zij een geschiedenis die met de pol-
ders van de Hoekse Waard, Zeeland en de Betuwe samenhangt. Zij zijn vooral
getekend door de watersnood van de St. Elisabethsvloed van 1421, waarmee ge-
makshalve een proces van erosie door de zee wordt aangeduid, dat vroeger be-
gonnen en later geëindigd is. Door hun gevecht met en tegen de zee zijn zij ty-
pisch Noord-Nederlands en hebben zij een grote rol kunnen spelen in de mili-
taire strategie vanaf de late middeleeuwen tot in de vorige eeuw. Fijnaart, Stand-
daarbuiten, Dinteloord, Klundert en Willemstad* zijn alle ontstaan als stelsel-
matig aangelegde dorpen op geometrisch grondplan, keurig verkaveld in het na
de overstromingen opnieuw bedijkte rivierendeltagebied, de twee laatste boven-
dien door Willem van Oranje, heer van Breda, tot vestingstad uitgebouwd met
aarden wallen, bastions en grachten, naar de nieuwste krijgskundige, in Italië
hun oorsprong vindende ideeën. Maar natuurlijk was, in de tijd van de Repu-
bliek, heel Noord-Brabant van de grootste militaire betekenis als verdedigings-
gordel en aanvalsbasis tegenover de Spaanse, later Oostenrijkse Nederlanden.

Bosch en Keuning NV;  
 

20. Boeknummer: 00233  
25 Kriminele verhalen uit Nassau-Brabant
Historie -- Brabant, algemeen           (1974)    [Albert Delahaye]
25 Kriminele verhalen uit 'Nassau-Brabant'

INLEIDING
De serie der „Publikaties van het Archivariaat „Nassau Brabant” begon in 1968 op hoop van zegen. Het bestuur van het archivariaat wenste de archiefdienst, naast diens eerste taak
in het ordenen en beheren van de archieven, tevens te doen publiceren uit de geschiedenis van de aangesloten gemeenten en waterschappen. De belangstelling van het publiek was groter dan
aanvankelijk werd verwacht; het aantal abonnées overschrijdt de 900. Een en ander leidde ertoe, dat spoedig besloten werd tot een periodieke uitgave van 4 deeltjes per jaar, al was in
eerste instantie aan een onregelmatiger verschijning en een wat vrijblijvender tempo gedacht.

De inhoud van de serie is uit de aard van haar doel en de samenstelling van het archivariaat zeer verscheiden. De opzet is in elk nummer een afgerond onderwerp te behandelen. De
stof wordt populair-wetenschappelijk gepresenteerd, daar de uitgave allereerst bedoeld is voor de inwoners van het archivariaat. Sommige afleveringen zijn wellicht te zwaar uitgevallen;
het blijkt niet altijd te lukken een ingewikkelde materie uit een lang vervlogen tijd, met vreemde zaken en begrippen, bevattelijk voor iedereen te behandelen. Pure wetenschapsmensen
zullen andere bezwaren hebben. Er werd geprobeerd een middenweg te vinden. De redaktie koestert geenszins de illusie dat deze „gulden” is, daar aan dit predikaat van twee kanten geknabbeld
wordt. Vrij vaak kwam van de lezers de wens naar voren om een smeuïg verhaal. Dit is een heel begrijpelijke vraag, daar bij velen (en niet alleen uit de „populaire” hoek!) de interesse
in de historie meer de kant opgaat van pikante bijzonderheden dan naar die van de droge en niet altijd doorzichtige maatschappelijke en politieke geschiedenis. Dit 25e nummer, dat als een
heel bescheiden jubileum en een nauwelijks uit de grond gerezen mijlpaal beschouwd kan worden, is wellicht ’n goede gelegenheid om de liefhebbers van verhalen enigszins tegemoet te komen.
In deze aflevering wordt een verzameling kriminele processen gebundeld, die in vroeger eeuwen in de streek van het archivariaat zijn voorgevallen.
Sommige van deze verhalen zijn met de lichte pen geschreven. Misdaden behoeven niet altijd met zwaar wenkbrauwfronsen bekeken te worden. Gelukkig vallen er misdrijven voor — die
men daarom nog niet goed wil praten — waar de humor van het geval eigenlijk groter is dan de euvele daad. Het zijn de ergste misdrijven niet, wanneer de misdadigers in deemoed
hun bestraffing aanvaarden, daarna in twijfel geraken tussen berouw om hun vergrijp of pret om het gebeurde. In andere verhalen gaat het om diep tragische gevallen, waar mensen
met betrekkelijk weinig persoonlijke schuld ten onder zijn gegaan. Eveneens zal men zaken tegenkomen, waar de rechtspraak ernstige fouten maakte.

Vooraf moet gewaarschuwd worden tegen twee mogelijke misvattingen. Een verzameling als deze, waarin spektakulaire en zware misdrijven beschreven worden, zou de indruk kunnen
geven, dat het met de kriminaliteit van West-Brabant droevig was gesteld. Voor zover te o verzien is (uiteraard zijn er geen statistieken uit die tijd voorhanden, zodat die gelukkig ! ook
niet misbruikt kunnen worden), nam de streek op dit punt geen uitzonderlijke positie in, noch ten goede noch ten kwade. De tweede opmerking gaat over de rechtspraak op zich. Die was
voorheen totaal anders dan nu. De rechtbanken bevonden zich ter plaatse; zij werden gevormd door schepenen van de stad of het dorp, wat voor de objektiviteit van de rechters bijzonder
gevaarlijk was. Eigen mensen werden ontzien; vreemden werden veel strenger behandeld. De sociaal zwakken werden volgens de letter van de wet berecht, terwijl de beter gesitueerden of
de intellektuelen de gaten van de wet kenden.

De onafhanklijkheid van de rechters was dikwijls zeer gering. De roddelende volksmond had een funeste invloed. Wie een slechte naam had, terecht of ten onrechte, was bij een
vergrijp reeds half veroordeeld. De wijze van verhoor was direkter en harder. De pijnbank was een gebruikelijke methode, waartoe een rechtbank snel haar toevlucht nam als het gewone
verhoor niet vlotte. Daarmede zijn valse bekentenissen en valse beschuldigingen eruit geperst. De vonnissen waren op dezelfde leest geschoeid. Zij waren streng, meestal veel te zwaar voor
de gepleegde feiten en dikwijls zeer wreed. In veel gevallen was van een vonnis over een misdrijf geen beroep mogelijk.
Over een erfenisje van een paar honderd gulden werd jarenlang geprocedeerd; over een mensenleven was in een paar uren beslist. Was het vonnis eenmaal geveld, dan werd dit binnen
zeer korte tijd uitgevoerd. Tussen de uitspraak van een doodvonnis en de voltrekking daarvan lagen hoogstens enkele dagen.
Men mag aannemen, dat veel gerechtelijke dwalingen zijn voorgevallen; het „wettig en overtuigend bewijs” zal dikwijls gekonstrueerd zijn geworden. In deze kleine bloemlezing van processen
zijn enkele, waarbij heel wat vraagtekens gezet kunnen worden.

Het zou evenwel onjuist zijn een vernietigend oordeel te geven over de kompetentie van de vroegere rechters, daar wij hen niet mogen beoordelen volgens onze huidige normen. Hun
maatschappij was minder ontwikkeld. Sociale inzichten bestonden nauwelijks. Het begrip van verminderde of totaal ontbrekende toerekeningsvatbaarheid was nog niet uitgevonden. De gezeten
burgers wisten zich niet beter tegen de misdaad te verzetten dan door kort en hard recht. De zedelijksheidsnormen werden tot in het puriteinse toe overtrokken. Er zijn doodvonnissen
uitgesproken en uitgevoerd om feiten, die heden ten dage niet eens vervolgd worden. Wij kunnen onszelf gelukkig prijzen, dat nu andere inzichten bestaan, doch wij mogen vroegere generaties
niet verwijten dat zij die niet hadden. Het is immers (en helaas!) een normale ontwikkeling, dat de mensheid haar juiste opvattingen pas vindt na veel fouten.

Archivaat Nassau Brabant;  
 

21. Boeknummer: 00238  
Stichting het noordbrabants landschap
Natuur -- Brabants Landschap           (1972)    [J.Noest. Rentmeester]
Handboekje Stichting het noordbrabants landschap

Voorwoord
Ons laatste Handboekje werd uitgegeven eind 1969, begin 1970. In dat boekje verzuchtte ik, dat tot op dat ogenblik de Stichting Het Noord-brabants Landschap jammer genoeg nog geen bezit in West-Brabant
had kunnen verwerven, ondanks meerdere pogingen daartoe. Maar 1970, het Natuurbeschermingsjaar, bleek ons vrij spoedig zeer welgezind, in het bijzonder in West-Brabant. In dat jaar verwierf de Stichting in dat
rayon twee fraaie landgoederen: 'de Pannenhoef' en 'de Mattemburgh'.

'De Pannenhoef', groot 477 ha, is gelegen onder de gemeenten Zundert, Rijsbergen, Etten en Rucphen. Dit is tot nu toe ons grootste aaneengelegen bezit. 'De Mattemburgh', groot 366 ha en gelegen onder de
gemeenten Woensdrecht en Bergen op Zoom, werd door de eigenaar, de Graaf de Chambure, aan de Stichting overgedragen, waarvan een deel, groot 17 ha, als schenking. Het geschonken deel wordt gevormd door de
villa, met tuinmanswoning, garages, orangerie, park, tuin en bos, en is voortaan aangeduid als 'Schenking Gravin de Chambure-Cuypers', als respectvolle nagedachtenis. Zij had namelijk haar echtgenoot verzocht
voor de toekomst een passende bestemming voor het buitengoed te zoeken, dat haar na aan het hart lag en dat van haar familie afkomstig was. Zij was de laatste telg uit het geslacht Cuypers.

In het thans lopende jaar bestond onze Stichting 40 jaar. Dit feit werd op 10 maart onder grote belangstelling in het gastvrije Provinciehuis gevierd.
Ter gelegenheid van dit jubileum kon een viertal mooie jubileumaankopen worden aangekondigd, namelijk:
1. Uitbreiding van de Groote Slink, onder Oploo (Oost-Brabant) met een deel, groot 85 ha, van de aangrenzende 'Bunthorst'. Ons totale bezit ter plaatse wordt hierdoor 212 ha.
2. Aankoop van het 'Pompveld' onder Veen in het land van Heusden en Altena, groot 110 ha. In dit reservaat ligt een eendenkooi. Het bestuur is verheugd ook in dit deel van de Provincie de hand te hebben kunnen
leggen op een interessante bezitting.
3. En dan wederom in West-Brabant en wel het landgoed 'Zoomland', groot 285 ha, onder de gemeenten Bergen op Zoom en Wouw. Hierin ligt het merkwaardig moerasgebied 'De Zeezuiper' en het 'Keutelmeer'.
4. Tenslotte een aankoop in Midden-Brabant: het 'Galgeven', een bijzonder fraai voedselarm ven, met de boerderij De Eendracht , landbouwgronden, bossen en heidevelden, groot 224 ha, onder de gemeenten
Berkel-Enschot en Moergestel. Het ven wordt ook wel genoemd 'Berghven', vanwege de nauwe band, welke meer dan 160 jaar heeft betaan met de familie van den Bergh.

Door deze aankopen komt het totaal-bezit van het Brabants Landschap op ruim 2500 ha, over de provincie verdeeld als volgt:

distrikt Oost 404 ha
distrikt Noord 119 ha
distrikt Midden 906 ha
distrikt West 1128 ha
Totaal 2557 ha

Naar ik mag aannemen is bekend dat onze rentmeester, de heer J. Noest wegens ziekte reeds geruime tijd geheel of gedeeltelijk verstek heeft moeten laten gaan. Hij is het geweest, die het 'Landschap' van de grond
heeft gebracht, waarvoor het bestuur hem erkentelijk is. Ik hoop, dat hij binnen niet al te lange tijd zijn functie wederom geheel zal kunnen waarnemen.

Met de omvang van ons bezit groeit het personeelsbestand. Dit bedraagt thans 17 personen in vaste dienst. Hiervan vermeld ik de stafleden.
Na de reeds genoemde heer Noest noem ik de heer J. W. C. Entrop, plaatsvervangend rentmeester, die een paar dagen nadat de heer Noest was uitgevallen, in dienst trad. Hij werd zwaar op de proef gesteld,
welke hij glansrijk doorstond. Dan de administrateur, de heer P. H. Raadsen, bijgestaan door zijn assistente, mejuffrouw H. M. Leliaert, van welke krachten het bestuur veel steun ondervindt. Voorts zijn in onze
dienst vier reservaatbeheerders: de heren P. Geenen (distrikt Oost), J.C. P. Reuser (distrikt Noord), W. P. van de Wouw (distrikt Midden) en J. T. Adriaensen (distrikt West).

In 1971 betrokken wij ons nieuw kantoor, Torenstraat 32 te Helvoirt. Het is het met steun van Rijksmonumentenzorg gerestaureerde oude koetshuis van 'Jagtlust'. De heer P. Drijvers te Oisterwijk trad op als architekt.
Aannemer was Nico de Bont en Zonen N.V. te Nieuwkuijk. De heer Kramer van Monumentenzorg verstrekte adviezen. Onze penningmeester, de heer van Dijk trad namens onze Stichting als bouwheer op. We zijn
heel gelukkig met deze nieuwe huisvesting. Op 8 juni mochten wij hier Prins Claus en Prinses Beatrix, vergezeld van de Commissaris der Koningin, de heer Kortmann, ontvangen en met hen een pittig en van
belangstelling getuigend gesprek voeren.

Nog wil ik er op wijzen, dat postbus 10 Helvoirt gaarne aanmeldingen tot contribuant zal ontvangen. Op 1 januari 1972 bedroeg het aantal particuliere contribuanten 3535. Thans, 30 oktober 1972, passeerden wij de
5000. Zou dit aantal 10.000 kunnen worden? Dit zou een grote steun voor ons zijn. De minimum-contributie bedraagt thans ƒ10,—. Tot slot wil ik nog eens in herinnering brengen het uitstekende werk
gedurende meer dan 20 jaar van de heer Jhr. Mr. E. W. J. van Weede van Dijkveld, als secretaris. In verband met verplaatsing van zijn werkkring in 1969 moest hij deze functie neerleggen. Door zijn deskundig
en bezielend werk is de heer van Weede van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van het Brabants Landschap. De heer van Weede blijft als lid van het hoofdbestuur de Stichting mede besturen.

De huidige maatschappelijke ontwikkelingen betekenen in vele opzichten een ernstige bedreiging van het natuurlijk milieu. Het in stand houden van groene ruimten is daarom van vitaal belang voor het welzijn van
al wat leeft, niet het minst van de mens. Dit probleem positief te benaderen voor wat betreft de Provincie Noord-Brabant en voorzover onze bescheiden krachten dit toelaten, is de doelstelling van onze Stichting.
Het bestuur is van nature optimist en wil trachten met veler steun en sympathie, met de waardevolle en zeer gewaardeerde financiële hulp van de overheid en in evenwichtige samenwerking met andere op ons
terrein werkzame instellingen in deze te slagen.
P. H. F. HUENGES, voorzitter
Oktober 1972

Stichting Het Noordbrab. Landschap;  
 

22. Boeknummer: 00244  
Hage, Werkgroep Haagse Beemden
Historie -- Haagse Beemden, werkgroep           (1971)    [Dirven, Herman; Leenders, Karel (eindredaktie)]
Hage, Werkgroep Haagse Beemden nr 1. juli 1971
Geschiedenis van Princenhage en Prinsenbeek

Ter kennismaking
U hebt thans de eerste uitgave van een drie keer per jaar verschijnend tijdschrift in de hand dat de naam HAGE draagt, met daarbij ter nadere verklaring de ondertitel: 'Geschiedenis
van Princenhage en Prinsenbeek'. Waarom een dergelijke uitgave ?

Op de allereerste plaats omdat U ook in dit gebied woont, en wij min of meer toevallig elkaar gevonden hebben, en beiden geinteresseerd zijn in het vroegere leven, wonen en werken van
de mens in dit gebied.
Nu heeft de werkgroep 'Haagse Beemden' over dit gebied ontzaglijk veel gegevens over die vroegere tijden en het zou gewoon jammer zijn, als deze verstopt bleven in de wat muffe
sfeer van archieven, terwijl ze toch zo gemakkelijk ook onder uw bereik te brengen zijn.
Die Werkgroep Haagse Beemden is oorspronkelijk een aantal jongelui geweest, die min of meer toevallig elkaar gevonden hebben, omdat zij door de bouwplannen van de gemeente Breda
voor het gelijknamige gebied in tegenwoordig noord-oost Prinsenbeek, vonden dat hier een rijk gebied aan historie opgeofferd zou worden aan bebouwing, zonder behoorlijke inventarisatie
van alle geschiedkundige waarden. Naderhand is het werkgebied van de werkgroep verruimd tot de gehele voormalige gemeente (Princen) HAGE, die ongeveer geheel Breda-West en de huidige
gemeente Prinsenbeek bevatte.
Door goede samenwerking en coördinatie beschikt de werkgroep thans over meer dan 5000 pagina's tekst, honderden kaarten en foto's van dit gebied en duizenden fiches met allerlei gegevens.
Zij beperkten zich niet tot de reeds geschreven verhalen en boeken over dit gebied, maar gingen zelf de oorspronkelijke bronnen na, waarbij zij tot vele verrassende ontdekkingen en nieuwe
gezichtspunten kwamen.
Ook werden in het gebied veel kleine opgravingen verricht en in de zomers van 1969 en 1970 werden zelfs grootse opgravingen verricht op de Singeltjes te Burgst.Dit in nauwe samenwerking
met N.J.B.G. en Rijksdienst voor Oudheidk. Bodemonderzoek.
Over dat alles, maar vooral over het gewone volksleven, de sagen en legendes, de volkstypes, de cijnsen, pachten, rechten enz. willen wij u wat gaan vertellen, vooral omdat het leuk is
om wat meer te weten over de streek waar men woont.
In het verleden werden deze verhalen, en wat dies meer zij ook al gepubliceerd via krant en weekbladen en een aantal mensen via stencils toegezonden, maar we dachten dat nu het moment
gekomen was om deze gegevens wat beter verzorgd in boekvorm te doen verschijnen, vooral ook omdat ons dit werd mogelijk gemaakt door drukker-uitgever Ed. van den Wijngaard te Breda.
We hopen dat u zeer veel plezier aan onze uitgaven zult beleven, en dat u de boekjes goed zult bewaren, zodat u altijd nog graag hierin de voor u interessante gegevens zult kunnen herlezen.
Wij hebben het boekje 'HAGE' ten doop gehouden, en hopen nu maar dat 't bij u in goede aarde valt, en dat u, ook al bent u misschien nog niet zo erg geinteresseerd in het verleden van
uw woongebied, door het lezen van 'HAGE' toch die interesse zult krijgen.
Voor reakties uwerzijds houden wij ons aanbevolen.
Wij wensen u een prettig leesgenot.
WERKGROEP HAAGSE BEEMDEN

 Wijngaard Ed van den (Breda);  
 

23. Boeknummer: 00245  
Hage, Werkgroep Haagse Beemden
Historie -- Haagse Beemden, werkgroep           (1971)    [Dirven, Herman; Leenders, Karel (eindredaktie)]
Hage, Werkgroep Haagse Beemden nr 2. oktober 1971
Geschiedenis van Princenhage en Prinsenbeek

Ter inleiding
Het is met bijzonder veel plezier dat wij U thans het tweede nummer van het boekje-tijdschrift Hage kunnen aanbieden. De vele goede op-en aanmerkingen, en vooral de geweldige
toevloed van intekenaren op Hage, maken het ons volkomen duidelijk dat we in een bepaalde behoefte kunnen voorzien. Wij zijner werkelijk blij om, dat we zovele mensen dit plezier kunnen
doen, en willen hierbij aanstippen, dat het nog steeds mogelijk is om alle delen van het tijdschrift Hage te bestellen.
Als U de eerste nummers in Uw bezit hebt, en U wilt zich verder abonneren, wilt U dan zo vriendelijk zijn het verschuldigde bedrag t.n. v. onze penningmeester over te maken en daarbij
te vermelden welke nummers U nog wenst te ontvangen. De abonnementsprijs is f.7,50 per drie boekjes.
Wij schreven in ons eerste nummer al 'Voor reacties Uwerzijds houden wij ons steeds aanbevolen'. Datzelfde geldt als U nog oude gegevens of oude papieren, foto's of voorwerpen
hebt of weet te liggen, die betrekking hebben op het oude Hage, Het best kunt U in de avonduren dan even telefoneren met Karel Leenders (01600-47868), die er dan op zijn beurt verder
zorg voor zal dragen, dat een en ander geregeld wordt.
Wij hopen dat U van ons tweede nummer weer evenveel, of nog meer, genoegen zult beleven als van het eerste nummer.
WERKGROEP 'HAAGSE BEEMDEN'

Voor een goed begrip
Voor een goed begrip heeft het wellicht zin er nog eens op te wijzen, dat met De Hage altijd het gehele gebied van de oude heerlijkheid De Hage wordt bedoeld. Dat wil dus zeggen het
gehele gebied ten westen van Breda (oude stad), begrensd in het oosten en noorden door de Mark, in het westen door de gemeente Etten-Leur en in het zuiden door Rijsbergen en de
vroegere gemeente Ginneken. De naam Princenhage werd pas vanaf ongeveer 1780 steeds frekwenter gebruikt en werd in 1817 de officiële naam voor de gehele gemeente. In 1927 werd een
gedeelte van deze gemeente Princenhage (vanaf de Mark net iets boven de nu bekende Backer en Ruebbrug over globaal genomen 1 km. breedte tot de Aa of Weerijs en verder langs deze rivier
tot ongeveer het Mastbos) geannexeerd. In 1942 volgde geheel Zuid-Princenhage met de oude dorpskom tot de spoorlijn. Het noordelijk gebied werd toen de nieuwe gemeente Beek, welke
in 1950 haar naam wijzigde in Prinsenbeek. En thans staat de volgende annexatie voor de deur, waarbij het oostelijk gedeelte van Prinsenbeek bij Breda gevoegd zal worden. Prinsenbeek
zal dus in de toekomst met zijn dan ongeveer 1700 ha. (nu nog bijna 3400) nog ongeveer een vierde zijn van de vroegere gemeente Hage, waarvan de rest dus bij Breda is gevoegd.

Wijngaard Ed van den (Breda);  
 

24. Boeknummer: 00246  
Hage, Werkgroep Haagse Beemden
Historie -- Haagse Beemden, werkgroep           (1971)    [Dirven, Herman; Leenders, Karel (eindredaktie)]
Hage, Werkgroep Haagse Beemden nr 3. december 1971
Geschiedenis van Princenhage en Prinsenbeek

Inleiding
Wij hadden U in onze folder medio juli van dit jaar beloofd, dat wij nog dit jaar de eerste drie nummers van 'Hage' U zouden bezorgen.
Het is dan ook met een zekere trots, dat wij U in de Kersttijd ons derde nummer kunnen aanbieden.
Ook bij het verschijnen van het tweede nummer zijn er wederom heel wat mensen geweest die op 'HAGE' ingetekend hebben, zodat wij thans de 500 reeds ruim overschreden hebben.
Op onze oproep om oude foto's, tekeningen, schilderijen die een of andere bijzonderheid, gebouw, feest e.d. uit het oude Princenhage vertonen, hebben wij na Hage no. 2 al
verschillende reakties mogen ontvangen, waarvan wij er thans ook een in dit nummer hebben afgedrukt.
Wij houden ons natuurlijk nog steeds aanbevolen voor dergelijke tips en in de avonduren kunt U altijd telefoneren naar Karel Leenders (01600-47868), die er dan wel voor zorgt,
dat iemand van de Werkgroep bij U langs komt.
In Hage 2 hadden wij gesteld, dat wij de geschiedenis van de Parochie van Prinsenbeek zouden voortzetten. Dit hebben we echter om technische redenen verzet naar Hage no. 4 (eerste
nummer van 1972).
In 1972 zullen trouwens wederom drie nummers van Hage verschijnen, n.l. no. 4 in maart-april, nr. 5 in augustus-september en nr. 6 in december 1972.
U kunt van nu af aan dan ook Uw abonnement voor 1972 al betalen. De prijs blijft ongewijzigd/. 7,50. Wilt U bij de opdracht vermèlden HAGE 1972.
Met vriendelijke groeten,
WERKGROEP HAAGSE BEEMDEN

Wijngaard Ed van den (Breda);  
 

25. Boeknummer: 00247  
Hage, Werk.gr Haagse Beemden
Historie -- Haagse Beemden, werkgroep           (1972)    [Dirven, Herman; Dekkers, Piet (eindredaktie)]
Hage, Werkgroep Haagse Beemden nr 4. juni 1972
Geschiedenis van Princenhage en Prinsenbeek

Voorwoord
Nummer vier van het tijdschrift HAGE betekent tevens de start van de tweede jaargang, waarin we hopen de boekjes met een meer konstante regelmaat te laten verschijnen.
De ruim 500 abonnées op deze publikatie van de Werkgroep Haagse Beemden betekenen voor ons werk aan de geschiedenis van Princenhage een zeer belangrijke steun. We
zullen dan ook voortgaan met de bestudering van de talloze facetten van het verleden van deze dorpsgemeenschap.
Talloze facetten, dat wil zeggen dat we werkelijk meer te doen hebben dan we in onze vrije tijd aankunnen. Toch komen er geregeld weer grotere of kleinere studies gereed,
waarvan U dan in dit tijdschrift de neerslag zult aantreffen.
We hebben ons afgevraagd waar het grote aantal abonnees op Hage aan te danken is. Natuurlijk zal er voor een belangrijk deel de interesse van U voor eigen omgeving,
juist op een moment waarop die sterk pleegt te veranderen, aan ten grondslag liggen. Maar ook geloven we dat ons pogen wat meer licht te werpen op het gewone leven, en
voor Princenhage betekent dat hoofdzakelijk dat van een agrarische gemeenschap, voor velen een verademing betekent na de schoolgeschiedenis van veldslag na veldslag,
en van de ene koning tot de andere held. Daar bestond het alledaagse nauwelijks.
Wij wensen U weer veel leesgenot.
WERKGROEP HAAGSE BEEMDEN

 Vorsselmans, W.;  
 

26. Boeknummer: 00248  
Hage, Werkgroep Haagse Beemden
Historie -- Haagse Beemden, werkgroep           (1972)    [Dirven, Herman; Dekkers, Piet (eindredaktie)]
Hage, Werkgroep Haagse Beemden nr 4. september 1972
Geschiedenis van Princenhage en Prinsenbeek

Nawoord van de redactie
In tegenstelling tot ons gebruikelijk voorwoord, willen wij U in een nawoord nog wat vertellen over onze werkgroep.
Zoals velen van U bekend is op de allereerste plaats het doel van onze werkgroep om op een wetenschappelijk verantwoorde wijze de gehele geschiedenis va.n een kleine
leefgemeenschap en haar organisatie welke (Princen) HAGE ruim zeven eeuwen lang is geweest na te zoeken, te beschrijven en te analyseren in al haar aspecten. Wij hebben
daarvoor een doelschema in een 500 tal punten opgesteld, hetgeen in vele aspecten haar voltooiing reeds benadert. Een activiteit als het boekje HAGE, ligt daar in feite
helemaal buiten. En de gehele verantwoording, bezorging, enz. berust daarvoor dan ook bij de eindredactie.
Wij zijn U dan ook bijzonder erkentelijk, dat reeds zovelen van U hun abbonement op 1972 betaalden. Laten die enkelen, die het nog vergeten zijn, het nu meteen ook even doen.
Met vriendelijke dank
De eindredactie van HAGE
Herman Dirven en Piet Dekkers.

Vorsselmans, W.;  
 

27. Boeknummer: 00249  
Hage, Werkg. Haagse Beemden
Historie -- Haagse Beemden, werkgroep           (1972)    [Dirven, Herman; Dekkers, Piet (eindredaktie)]
Werkgroep Haagse Beemden nr 6. december 1972
Geschiedenis van Princenhage en Prinsenbeek


Inhoud
7 De „Keienhoef’-boerderij K. Leenders.
38 De drie boerderijen op Keyenhof H. Dirven
43 Handboogschutterijen H. Dirven en P. Dekkers.
60 Libellen Ton Huybregts.

Vorsselmans, W.;  
 

28. Boeknummer: 00250  
Hage, Werkgroep Haagse Beemden
Historie -- Haagse Beemden, werkgroep           (1973)    [Dirven, Herman; Dekkers, Piet (eindredaktie)]
Hage, Werkgroep Haagse Beemden nr 7. mei 1973
Geschiedenis van Princenhage en Prinsenbeek

INHOUD HAGE no. 7 : MEI 1973
4 De Nassau-Breda prijs voor de Werkgroep Haagse Beemden P. Dekkers
6 Heeft geschiedenis c.q. lokale geschiedenis betekenis voor onze tijd Prof. H. van den Eerenbeemt
16 Haagse vestbrieven van het jaar 1514 H. Dirven en G. Dirven
38 Vuchtschoot H. Dirven en G. van Oosterhout (foto’s)
51 Hillen langs de Mark in Prinsenbeek K. Leenders
54 De kozakken op Overveld in 1813 Jos van Rosmeulen †

Vorsselmans, W.;  
 

29. Boeknummer: 00251  
Hage, Werkgroep Haagse Beemden
Historie -- Haagse Beemden, werkgroep           (1973)    [Dirven, Herman; Dekkers, Piet (eindredaktie)]
Hage, Werkgroep Haagse Beemden nr 8. september 1973
Geschiedenis van Princenhage en Prinsenbeek


INHOUD HAGE no. 8
5 De gemeentegrens van Rijsbergen en Princenhage (nu Breda) of ”De limiete tussche Haeghe en Rijsberghen” door Herman Dirven en Karel Leenders
39 De meiseniers in de Hage tijdens de Middeleeuwen door George Dirven
63 Volksverhaal ”Een wonderbare redding in 1449 op Overveld.
Alle foto’s in dit nummer zijn van Ton Tiggelman.

Vorsselmans, W.;  
 

30. Boeknummer: 00252  
Hage, Werkgroep Haagse Beemden
Historie -- Haagse Beemden, werkgroep           (1973)    [Dirven, Herman; Dekkers, Piet (eindredaktie)]
Hage, Werkgroep Haagse Beemden nr 9. december 1973
Geschiedenis van Princenhage en Prinsenbeek

INHOUDSOPGAVE
Hoofdstuk I
pag.
5 BURGST - ’n Overzicht en Inzicht KAREL LEENDERS
5 - de naam Burgst
7 - Burgst als grondheerlijkheid
10 - Rechten
15 - Inrichting
Hoofdstuk II
18 GEBOUWEN IN BURGST KAREL LEENDERS
19 - Het „Oud Kasteel” + opgravingsverslag (T. J. Hoekstra)
28 - De Grote Hoeve van Burgst
31 - De Kleine Hoeve „De Muizenberg”
31 - De Kleine Hoeve van Burgst
32 - De bouw van het landhuis Burgst
33 - Andere gebouwen in Burgst
Hoofdstuk III
35 DE GESCHIEDENIS VAN DE HEREN VAN BURGST HERMAN DIRVEN
35 - De middeleeuwen (ong. 1150 tot 1304)
37 - De XlVe en XVe eeuw (1304-1507)
39 - Burgst uiteen en weer samengebracht (1507-1611)
43 - Burgst als belegging (1611-1798)
46 - Burgst en z’n Landhuis (1798-heden)
48 - Hoeve Muizenberg
Hoofdstuk IV
51 BURGST GEDURENDE ZES EEUWEN HERMAN DIRVEN
51 - De Middeleeuwen en Burgst
51 - Burgst en zijn lenen en cijnzen
54 - Burgst in de 80-jarige oorlog
57 - Het zoeken naar (vermeende) Hoge Rechtsmacht
59 - Burgst in de vorige en onze eeuw
65 - Noten

Vorsselmans, W.;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Zoekresultaat verdeeld over 3 pagina's, met elk (max.) 30 publicaties:

1   2   3       Volgende       Eind

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 24 april 2022