HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 6   (uit: 485)


Uitgebreid zoeken

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00097  
Gedenkboek R.K. Land- en Tuinbouwschool Breda 1919-1949
Onderwijs -- Algemeen           (1949)    [J. Oomen (voorzitter RK Land- en Tuinbouwschool)]
Gedenkboek R.K. Land- en Tuinbouwschool Breda 1919-1949

Dertigjarig Jubileum van de Katholieke Land- en Tuinbouwschool te Breda.
Bevordering van het katholiek onderwijs is een van de voornaamste plichten van de Bisschop. Ten volle bewust van deze.gewichtige taak, ons opgedragen,
hebben we bij het bestijgen van de Bisschoppelijke zetel van het Bisdom Breda terstond de handen aan het werk geslagen en ons ingespannen voor de oprich-
ting van meer katholieke scholen.
Bij de uitvoering van dat dringend nodige werk, had vooral onze aandacht de katholieke middelbare school, niet het minst de katholieke Land- en Tuin-
bouwschool. We voelden aan, dat onze boeren en tuinders, de machtige steun van Kerk en Maatschappij, meer ontwikkeld moesten worden om als trouwe
leden van Kerk voor godsdienst en zeden met vrucht te kunnen optreden. Ook in hun eigen belang moesten ze hoger ontwikkeling opdoen om hun bedrijf op
te voeren.
Het was ons een oprechte vreugde, dat onze godsdienstige boeren en tuinders hun eigen belang en het belang van Kerk en Maatschappij beseffend,
bereidwillig waren te vinden om Land- en Tuinbouwscholen in het leven te roepen. De Bredase school mag nu haar dertigjarig bestaans-jubileum vieren
en zij mag dat doen met heel grote blijdschap, als zij nagaat, hoe de school jaarlijks in bloei toenam en overziet, welke mooie resultaten zij in dat tijdsbe-
stek heeft bereikt.
Altijd hebben we met levendige belangstelling de groei en de bloei van de katholiek Land- en Tuinbouwschool te Breda gevolgd. Bij de aanvang van het
schooljaar nemen wij met genoegen kennis van het aantal leerlingen en wij verheugen ons, als de school flink is bezet en bij het sluiten van het schooljaar
gaan wij met aandacht na de uitslag van de examina. We blijven met de school meeleven.
Met onze welgemeende gelukwensen bij het jubileum betuigen wij van harte onze dankbaarheid aan al de bestuurderen, aan directeur en leraren, voor het
onbeschrijfelijk vele, dat ze voor de oprichting en de aanhoudende ontwikkeling hebben gedaan.
De school geniet een goede naam en wij zijn zeer verheugd in onze Bisschopsstad zulk een bloeiende katholieke Land- en Tuinbouwschool te bezitten.
Moge Gods onmisbare Zegen op de ons dierbare school blijven rusten en haar tot steeds hogere bloei leiden tot heil van Kerk en Maatschappij, inzonderheid
van het Bisdom Breda.
Breda, 26 Augustus 1949.
De Bisschop van Breda,
P. HOPMANS.

Voorwoord Voorzitter.
Volgaarne voldoe ik aan het verzoek om een voorwoord voor dit gedenkboek te schrijven. Ik wil dan beginnen met terug te gaan tot 16 Maart 1920, op
welke datum een eerste bijeenkomst is gehouden. Toen ontstond de kiem van onze R.K. Land- en Tuinbouwschool. Zij werd gesticht door de Kring Breda
van de N.C.B. en de R.K. Baroniese Tuinbouwschool. Daar deze twee verenigingen beide, zij het langs verschillende wegen, werken in het belang van
onze Boeren en Tuinders in de Baronie van Breda, spreekt het als vanzelf, dat zij de handen ineen sloegen om dit grote werk tot stand te brengen. Als goede
boerenbonders zochten de initiatiefnemers direct contact met de moederorganisatie, de R.K. Noordbrabantse Boerenbond. De eerste bestuurscommissie be-
stond dan ook uit drie leden van de Kring Breda N.C.B., drie leden van de R.K. Baroniese Tuinbouwvereniging en één lid als vertegenwoordiger van de
De commissie is enthousiast aan het werk getogen en is er in geslaagd de R.K. Land- en Tuinbouwschool tot stand te brengen. Het succes der school
worde met voldoening geconstateerd en moge een vergelding zijn voor de vele werkzaamheden en al de moeite van het Bestuur.
Steeds heeft onze school de overgrote belangstelling van onze Boeren en Tuinders genoten en honderden kunnen er zich op beroemen de lessen met
succes te hebben gevolgd.
Door onze hoogst wetenschappelijke directeur met zijn staf van zeer toegewijde leraren is hun op theoretisch gebied bijgebracht wat mocht worden ver-
wacht en door eminente priesters is hun de nodige Godsdienstleer en Sociologie en wat daarmee samenhangt uiteengezet, zodat men mag spreken van
een veelzijdige degelijke basis voor voortgezette zelfstudie en een algemene ontwikkeling voor het verdere leven. Steeds blijft de school het middelpunt en
de vraagbaak voor onze Boeren- en Tuindersstand en vaak neemt zij het initiatief voor een of andere actie op vakkundig gebied.
Zo hadden de stichters zich het ook voorgesteld en de leerlingen hebben het vertrouwen niet beschaamd.
Ik hoop, dat onze school haar zegenrijk werk steeds moge voortzetten en dat zij onder Gods onmisbare zegen door de voorspraak van onze Patroon, de H.
Walfridus, zal groeien en bloeien tot heil en welzijn van onze Boerenbevolking, onze gezinnen en bedrijven.
Bavel, 22 Augustus 1949.
J. H. OOMEN,
Voorzitter.

R.K. Land- en Tuinbouwschool;  
 

2. Boeknummer: 00105  
Geschiedkundig overzicht van het Bredasche Postwezen
Overheid -- Rijk           (1941)    [C.A.M.van Bavel]
Geschiedkundig overzicht van het Bredasche Postwezen

VOORWOORD VAN DEN SCHRIJVER
Een geschiedkundig overzicht samen te stellen van het postwezen van mijn geboortestad, zie hier een opdracht, welke mij reeds daarom zoo welkom was, omdat zij zoozeer overeenstemde
met mijn persoonlijke verlangens. Het omvangrijke onderzoek der vele archiefstukken, daartoe noodig, was oorzaak, dat het werk aanvankelijk al te langzaam vorderde. Door de gulle
medewerking echter der postautoriteiten kon ik later in veel sneller tempo mijn arbeid voleindigen. Mijn dank gaat dan ook in de eerste plaats uit naar de autoriteiten van het
Hoofdbestuur der P. T. T., den Heer Inspecteur te Middelburg, en niet het minst naar mijn onmiddellijken chef, den Heer J. Spaan, Directeur van het Post- en Telegraafkantoor te Breda. *)
Vervolgens ben ik groote erkentelijkheid verschuldigd aan Mejuffrouw D. C. J. Mijnssen, Archivaris der gemeente Breda en den Z. E. Pater Placidus, den kenner van Breda’s verleden bij
uitnemendheid, die mij zoo dikwijls met hun deskundigen raad terzijde stonden. Ook dank ik den Heer N. A. Vlak, adjunct-commies te Breda, die eenige smaakvolle illustraties voor dit werk
leverde, en niet minder den foto-technischen dienst van het Hoofdbestuur der P. T. T.
Uit het verleden van het Nederlandsche Postwezen is, helaas, nog 'maar al te veel onbekend.
Een onbekendheid, die mij onnoodig lijkt, daar, door de betere inventarisatie in de laatste decenniën zeer veel materiaal in de rijks-, provinciale-, gemeentelijke- en speciaal ook
familiearchieven toegankelijk is geworden, dat opheldering kan geven over zoo menig duister punt uit de geschiedenis van ons vaderlandsche postwezen.
Wanneer het mij door deze studie gegeven is belangstelling voor het postale verleden van Breda op te wekken en eenige van die duistere punten uit dat verleden te belichten, acht ik de aan
deze studie besteede arbeid ruimschoots beloond.
Tenslotte hoop ik, dat deze regelen een — zij het bescheiden — bijdrage zullen vormen tot de geschiedenis van mijn geliefd Breda.
C.A.M. VAN BAVEL
*) Tijdens her afdrukken, op 1 Maart j.l., verliet de Heer Spaan den dienst.

Hoofdbestuur Posterijen en telefonie 's Gravenhage;  
 

3. Boeknummer: 00134  
Geschiedenis van de NCB 1896-1946
Belangenverenigingen -- Noord Brabantse Christelijke Boerenbond /Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (NCB/ZLTO)           (1946)    [mr. J.J. Wintermans]
Geschiedenis van de NCB 1896-1946

L.S.
Het vijftig-jarig bestaan van den N.C.B. is een welkome gelegenheid om de feiten van opbouw en ontwikkeling historisch vast te leggen en voor het nageslacht te bewaren,
gedachtig het devies, in het verleden ligt het heden, in het nu wat komen zal.
Door het Hoofdbestuur N.C.B. werd aan Mr. Wintermans opdracht gegeven de geschiedenis van den N.C.B. te boek te stellen, vanaf de oprichting in 1896 tot zijn vijftig-jarig
bestaan in 1946. Moeilijk kon voor dit werk een meer geschikt persoon worden gevonden, die den N.C.B. een warm hart toedraagt, die vanaf de oprichting tot aan het vijftig-jarig
bestaan den N.C.B. heeft gevolgd, die voor een groot gedeelte heeft meegeleefd de geschiedenis, die hij heeft te boek te stellen.
Gaarne hadden wij gezien, dat het boek kon worden aangeboden bij de feestelijke herdenking van het Gouden jubilé van den N.C.B.; verschillende omstandigheden
hebben dit belet, o.a. de papiertoewijzing, den langen tijd, dien de schrijver noodig had om het materiaal te verzamelen en misschien had de opdracht iets vroeger verleend kunnen
zijn. Het voornaamste is, dat de geschiedenis van den N.C.B. is vastgelegd, daardoor aan de vergetelheid is ontrukt en voor het nageslacht is bewaard.
Ik beveel dan ook dit boek warm aan, aan de leden, besturen van de afdeelingen, besturen van instellingen, besturen van jonge boeren en boerinnen en last no least de
leden van het Hoofdbestuur N.C.B. en de vele vrienden van den N.C.B. ,
Moge dit boek den geest van Pater van den Eisen, den stichter van den N.C.B. levendig houden, dat is de wensch van
C. MOORS,
Voorzitter van den N.C.B.
Ginneken, 6 October 1946.


VOORWOORD
Aan het vereerend verzoek van het Hoofdbestuur om een geschiedenis van den N.C.B. samen te stellen, voldeed ik gaarne, omdat het een vereeniging geldt, die van haar aanvang mijn aan-
dacht had en een halve eeuw door mijn stijgende belangstelling won en omdat ik voor haar beteekenis voor de stabilisatie der plattelandsmaatschappij tot steeds dieper besef gekomen ben.
Ik wil in deze Geschiedenis uitsluitend een document geven tot informatie van het nageslacht vanaf het standpunt der hoogste objectiviteit, waartoe een historieschrijver zich voor zijn onderwerp
kan stellen.
Daartoe zal ik in den loop van het verhaal het woord van hen, die de geschiedenis maakten of meemaakten, bij voorkeur letterlijk óf naar den zin getrouw weergeven en van eigen woord of werk
in den derden persoon gewagen. Op deze wijze krijgt men zoo goed mogelijk de feiten te zien, zooals zij beschouwd werden, toen niemand van toekomstig verloop of latere beoordeeling iets met
zekerheid kon weten.
Vooral typische redevoeringen, artikelen en notulen zijn in origineelen text opgenomen. Wat hierdoor het boek als kunstwerk inboet, moge de lezer vergoed vinden in de onmiddelbaarheid en
frischheid, waarmede hij in aanraking komt met hen, die spraken, schreven of handelden.
Zóó worden licht en schaduw niet door den auteur in het schilderij gelegd, maar- door den beschouwer op den historischen achtergrond het meest direct waargenomen.
Wat den inhoud betreft zal ik geen lezer tegenspreken, die meent dat het eene onderdeel te kort en het ander te lang is uitgevallen.
Ik zelf zou graag nog veel namen, feiten en beschouwingen uit de documenten hebben opgenomen, die zijn weggelaten om het werk binnen een redelijk bestek te houden.
Hetgeen ik uit persoonlijke herinneringen en eigen inzicht toevoeg, zal de lezer in een zeer korte nabeschouwing aantreffen. Wat mijn oordeel over het geheel aan waarde heeft, moge een ieder voor
zich bepalen, maar ik durf het toch voor te stellen als ingegeven door de zelfde ernstige en onbaatzuchtige belangstelling voor den Bond, als zij betoonden, wier voorbeeld van ernst en onbaatzuchtig-
heid mij als een licht voor oogen stond en staat, wier vriendschap en vertrouwen ik genieten mocht en wier gedachtenis ik met vereering in het hart blijf dragen.
Moge vele edele boerenbonders, mede door dit bescheiden werk, nog lang in dankbare herinnering blijven
WINTERMANS.

Bestuur Noordbrabantse Christelijke Boerenbond;  
 

4. Boeknummer: 00281  
Geschiedenis der Gemeente Ginneken en Bavel
Historie -- Informatie Breda           (1941)    [Merkelbach, L.; Enkhuizen, Pr. van; Hallema, A.]
Geschiedenis der Gemeente Ginneken en Bavel. Met voorwoord van Jhr mr. Th. E. Serraris, burgemeester.

TER INLEIDING.
Wanneer ik een voorwoord mag schrijven in deze geschiedenis van Ginneken en Bavel, dan doe ik dit met gemengde gevoelens.
Eenerzijds met een gevoel van weemoed, wijl het bestaan dezer schoone, bloeiende Gemeente weder ernstig wordt bedreigd.
Reeds tientallen van jaren worden plannen gesmeed om deze Gemeente te doen verdwijnen of te verkavelen.
Tot dusverre is de aanslag op haar niet noemenswaard gelukt. De hoop blijft levendig, dat ook thans deze aanslag zal verijdeld worden.
Anderzijds schrijf ik dit voorwoord met een gevoel van vreugde.
Door twee terzake kundige personen is de geschiedenis dezer Gemeente te boek gesteld, zoodat haar verleden voor ons herrijst.
Zeker zullen velen, vooral inwoners, met belangstelling kennis nemen van de lotgevallen dezer Gemeente, wier ontstaan zich verliest in den nacht der tijden.
Mocht deze Gemeente onverhoopt ten doode zijn gedoemd, dan zal zij toch immer in haar geschiedenis, die hier levend tot ons wordt gebracht, blijven voortleven.
Blijft zij echter, wat ongetwijfeld alle inwoners hopen en verwachten, voortbestaan, dan zullen het tegenwoordig geslacht en het nageslacht nieuwe hoofdstukken
aan haar geschiedenis toevoegen.
De werken der toekomst zullen dan in de lotgevallen uit het verleden dezer Gemeente een aansporing vinden bij hun arbeid voor haar voortdurend bloeiend leven.
De Burgemeester van Ginneken en Bavel.
Jhr. Mr. TH. E. Serraris
Ginneken, Januari 1941

EERSTE DEEL.
DE GEMEENTE GINNEKEN EN BAVEL TOT 1600
bewerkt door
L. MERKELBACH VAN ENKHUIZEN.

INHOUD.

HOOFDSTUK I. Heemstudie als oriënteering ......1
§ 1. De gesteldheid van den bodem.................... 1
§ 2. Rivier, bosch en heide.......................... 1
§ 3. De bevolking.................................... 4
HOOFDSTUK II. De oudste bewoners...............6
§ 1. Een urnenveldje bij Strijbeek................... 6
§ 2. Eerbied voor den bodem.......................... 8
§ 3. De oudste wegen................................ 10
HOOFDSTUK III. De Heeren dezer landen............12
§ 1. De hertog als Landsheer en de Heeren van Breda.....12
§ 2. De abdij van Thorn over onze gewesten...........18
§ 3. De verstandhouding tusschen Thorn en de Heeren van Breda...34
§ 4. De oude heerbanen..................................38
HOOFDSTUK IV. Oud-Ginneken, oud-Bavel,oud-Ulvenhout........................................41
§ 1. Ginneken, Bavel, Ulvenhout onder Thorn ... 41
§ 2. Onder de heeren van Breda.......................46
§ 3. Kleinere Heeren en Heerlijkheden onder Ginneken, Bavel en Ulvenhout...................... 53
HOOFDSTUK V. Vervolg: Oud-Ginneken, oud-Bavel, oud-Ulvenhout..................................76
§ 1. Ontstaan, groei en indeeling der oude parochies 76
§ 2. Ontwikkeling van de burgerlijke gemeenschap der dorpen................................... 84

TWEEDE DEEL.
DE GEMEENTE GINNEKEN EN BAVEL NA 1600.
bewerkt door
A. HALLEMA.

I n d e e 1 i n g.

HOOFDSTUK VI. De Gemeente in betrekking tot haar ligging, structuur en oppervlakte, vooral in de 17de en 18de eeuw..111
HOOFDSTUK VII. De Gemeente en haar Bestuur en Ambtenaren, in dienst der gemeente, voornamelijk in de 17de en 18de eeuw.....147
HOOFDSTUK VIII. De Gemeente, haar economische toestand, bestaansmiddelen en bestaansstrijd, financiën en belastingen, inzonderheid in de 17de en 18de eeuw. 177
HOOFDSTUK IX. De Gemeente, haar sociale toestand en sociologische structuur, dorpsleven en volksvermaken, zorg voor de gezondheid en voor de armen,
inzonderheid in de 17de en 18de eeuw............................237
HOOFDSTUK X. De Gemeente, haar kerken, kapellen en kerkelijke instellingen, haar geestelijke aspecten en gewijde plaatsen.......................................257
HOOFDSTUK XI. De Gemeente en haar voormalige buitens en kasteelen met de legenden en folklore, daar omheen geweven..........................................286
HOOFDSTUK XII. De Gemeente van den nieuwsten tijd en in een nieuw gewaad. Gestadige inwendige opleving en uitwendige ontwikkeling en bloei, eerst in de
19de eeuw en vooral in de 20ste eeuw. Uitbouw, verfraaiing en vergrooting met tal van nieuwe gebouwen en instellingen van openbaar nut, zorg voor de volks-
gezondheid en cultureele voorziening in de behoeften der ingezetenen.........................................320

Kemink en Zoon Utrecht;  
 

5. Boeknummer: 00423  
Het verzet van de Nederlandse Bisschoppen tegen nationaal-socialisme en Duitse tirannie
Oorlog -- Tweede wereldoorlog, algemeen           (1945)    [Mag. Dr. S. Stokman OFM]
HET VERZET VAN DE NEDERLANDSCHE BISSCHOPPEN TEGEN NATIONAAL-SOCIALISME EN DUITSCHE TYRANNIE
HERDERLIJKE BRIEVEN, INSTRUCTIES EN ANDERE DOCUMENTEN
INGELEID EN UITGEGEVEN DOOR MAG. DR. S. STOKMAN O.F.M.

INHOUD
Voorwoord van Z.H. Exc. Mgr. Dr. J. de Jong ------------------17
Ter inleiding __..............................................18

HOOFDSTUK I HET PRINCIPIEEL VERZET TEGEN HET NATIONAAL-SOCIALISME
Art. I. Maatregelen van het Episcopaat tegen de N.S.B. . . 21
1. De veroordeeling van de N.S.B. in 1934 en 1936 . . 21
2. De Duitsche bezetting en de N.S.B. in 1940 . . . . 24
3. Scherpere maatregelen tegen de N.S.B . . . . . . . 27
4. De Rijksduitschers in Nederland . . . . . . . . . .33
Art. II. De verdediging van Kerk en Vaderland . . . 36
1. De Kerken op audiëntie bij Seyss-Inquart . . . . . 26
2. Verbod van medewerking aan de Duitsche Weermacht . 41

HOOFDSTUK II HET VERZET TEGEN DE AANTASTING DER KATHOLIEKE ORGANISATIES
Art. I. Algemeene richtlijnen voor de houding der katholieke organisaties .. 45
Art. II. De culturele organisaties . . . . . .48
1. De Katholieke Radio Omroep . . . . . . . . . . . . 48
2. De Katholieke Pers . . . . . . . . . . . . . . . . 51
3.. Het R.K. Bijzonder Onderwijs . . . . . . . . . . .54
Art. III. De godsdienstige en charitatieve organisaties . . 63
1. De Verordeningen inzake niet-commercieele vereenigingen en stichtingen . .63
2. Het collecten-verbod . . . . . . . . . . . . . . . 67
3. Het Ziekenhuisbesluit . . . . . . . . . . . . . . .69
4. Belemmeringen van het godsdienstig-zedelijk en kerkelijk leven . . 70
Art. IV. De sociale organisaties en andere vereenigingen . . 74
1. Het R.K. Werkliedenverbond . . . . . . . . . . . . 74
2. De Katholieke Nederlandsche Boeren- en Tuindersbond 79
3. Het Katholiek Onderwijzers Verbond . . . . . . . . 80
4. Andere vereenigingen . . . . . . . . . . . . . . . 82

HOOFDSTUK III HET VERZET TEGEN DE NATIONAAL-SOCIALISTISCHE ORGANISATIES
Art. I. De Winterhulp en de Nederlandsche Volksdienst .85
Art. II. De Arbeidsdienst . . . . . . . . . . . . . . 89
1. Oorsprong en ontwikkeling van den Arbeidsdienst . .89
2. Arbeidsdienstplicht voor allen . . . . . . . . . . 92
Art. III. De Landstand en het Katholiek Land- en Tuinbouwonderwijs . 97
1. De Landstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
2. Het Katholiek Landbouwonderwijs . . . . . . . . . .100
Art. IV. De Cultuurkamer en de Artsenkamer . . . . . .02
1. De Cultuurkamer . . . . . . . . . . . . . . . . . .102
2. De Artsenkamer . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
Art. V. Het Nederlandsche Arbeidsfront . . . . . . .108

HOOFDSTUK IV HET VERZET TEGEN DE MENSCHENROOF EN DEN DIEFSTAL
Art. I. De Jodenvervolging . . . . . . . . . . . . . .114
Art. II. De deportatie der Nederlandsche arbeiders . . 118
1. De arbeidsbemiddeling van Juni 1940 tot December 1942 .118
2. De totale oorlog en de arbeidsinzet. . . . . . . . .121
Art. III. De studentenjacht en haar gevolgen . . . . . 127
Art. IV. De tweede krijgsgevangenschap van het Nederlandsche leger .132
Art. V. De diefstal van kerkelijk goed . . . 135
Art. VI. De plunderingen en razzia’s na de invasie der geallieerden .137

HOOFDSTUK V DE HULPVERLEENING AAN DE SLACHTOFFERS VAN HET ONRECHT
Art. I. Materieele hulpverleening . . . . . . . . . . .142
1. Het Fonds voor de Bijzondere Nooden van het Episcopaat . .143
2. De Hulpactie bij Oorlogsgeweld . . . . . . . . . . .147
3- De Kerken en de voedselvoorziening in het Westen van het land .150
Art. II. Geestelijke hulpverleening . . . . . . . . . .153
1. De geestelijke verzorging van de arbeiders in Duitschland .153
2. De geestelijke verzorging in de gevangenkampen . . . 158

Besluit . . 161

Register . .314

VOORWOORD VAN ZIJNE HOOGWAARDIGE.EXCELLENTIE DEN AARTSBISSCHOP VAN UTRECHT MGR. DR. J. DE JONG
Wij zijn de laatste jaren getuigen geweest van een geweldigen aanval op het Christendom door het nationaal-socialisme, het oude heidendom
in zijn meest modernen vorm. Het ging om het zijn of het niet-zijn in Europa van den christelijken godsdienst en de christelijke zedenleer
voor eeuwen.
In het boek van Pater Mag. Dr. Stokman O.F.M. wordt beschreven hoe de Bisschoppen van Nederland — en onder hun leiding de priesters
en de geloovigen — aan dien strijd hebben deelgenomen. Het boek steunt geheel op een rijk materiaal van documenten, die grootendeels woor-
delijk worden weergegeven. Doch Magister Stokman heeft dit overvloedige materiaal bovendien op meesterlijke wijze weten te ordenen en te
verklaren, zoodat een helder en boeiend verhaal wordt gegeven van deze bewogen jaren. Het boek is uiterst leerzaam en Wij kunnen het niet
genoeg ter lezing aanbevelen.
Als Wij op die jaren terugzien, komen Ons de woorden voor den geest van den H. Hilarius, Bisschap van Poitiers, een van de grootste verdedi-
gers der Kerk in de 4e eeuw in den strijd tegen het Arianisme, de groote dwaling, van dien tijd. Ook toen werd een strijd gevoerd tegen de Kerk,
die veel overeenkomst vertoont met den strijd, dien wij doorleefd hebben, een strijd om de grondslagen van het geloof, een strijd ook van list en
geweld. En dan zegt hij van onze Moeder de H. Kerk: 'Ecclesiae hoc proprium est, ut tunc vincat cum laeditur, tunc intelligatur cum argui-
tur, tunc obtineat cum deseritur'. Het is de Kerk eigen, dat zij dan zegeviert, als zij aangevallen wordt, dat zij dan gekend wordt, wanneer zij
wordt beschuldigd, dat zij zich dan handhaaft, wanneer zij verlaten wordt” (Migne, P. L., X p. 202).
Ook in onze dagen is gebleken de onverwoestbare levenskracht der Katholieke Kerk ondanks alle verdrukking en dit geeft ons moed voor
de toekomst. 'De poorten der hel zullen haar niét overweldigen'
(Matth. 16, 18).
Utrecht, op den Feestdag van S. Petrus en Paulus, 1945.
De Aartsbisschop van Utrecht,

Het Spectrum Utrecht;  
 

6. Boeknummer: 00461  
HKI jubileumboek
Ondernemingen -- Hollandse Kunstzijde Industrie (HKI)           (1946)    [ir. W. Loot, P. Beeftink, E. v. Gurp, W. Obbes, M. v. Fessem]
JUBILEUMBOEK H.K.I. VOOR HET PERSONEEL 1921-1946 19 JULI


VOORWOORD VAN DE REDACTIECOMMISSIE
EERST eenige weken na het ontvangen van haar opdracht, werd de redactiecommissie van dit boek zich volledig bewust, welk een zware, maar toch ook dankbare taak zij op zich genomen had.
Een moeilijke taak, want in het samenstellen van een boek had zij geen ervaring. Een moeilijke taak, want dit boek moest bovendien voor ieder van onze medearbeiders, in alle rangen,
een aantrekkelijk bezit vormen.
Een moeilijke taak, want het verzamelen en het rangschikken van alle gegevens gaf bergen werk, die slechts verzet konden worden dank zij veler gewaardeerde medewerking.
Een dankbare taak ook, want het gaf aan de commissie een unieke gelegenheid de belangwekkende ontwikkelingsgeschiedenis van onze onderneming nog eens intensief te doorleven.
Een dankbare taak, want welke andere commissie zag zich een arbeidsterrein toegewezen, waarvan het resultaat zoo bestendig is en opgedragen is aan iedere medearbeider afzonderlijk?
Hier is dan het resultaat.
Moge het voor de ouderen in dienstjaren een bron worden van prettige herinneringen. Moge het voor de jongeren onder ons een voorbeeld zijn van wat, door gemeenschappelijke, maar vooral
toegewijde arbeid, bereikbaar is.
Moge het voor allen een boek worden, dat telkens opnieuw met genoegen wordt ingezien. Eerst dan is onze taak vervuld.
Ir. W. H. LOOT
P. A. BEEFTINK
E. C. v. GURP
W. OBBES
M. v. FESSEM


TER INLEIDING
25 JAREN is een zeer korte spanne tijds in de geschiedenis van onze wereld, maar in een menschenleven en in het bestaan van een onderneming is het een lange termijn, een termijn
waarin heel wat tot stand gebracht kan worden en waarin zich heel wat wisselvalligheden kunnen afspelen. Het is dus alleszins te verantwoorden, dat wij bij het 25-jarig bestaan
onzer onderneming een oogenblik blijven stilstaan om ons rekenschap te geven van hetgeen in deze 25 jaren door haar, dat wil dus zeggen door allen, die er in werkzaam waren, tot stand
is gebracht. Indien wij dit doen is er zeker plaats voor dankbaarheid en voldoening.
Dankbaarheid omdat de H.K.I. de niet geringe moeilijkheden, die gedurende de eerste 25 jaar van haar bestaan op haar weg werden geplaatst en waarvan in het bijzonder de zware economische
crisis van 1929 en vooral de tweede wereldoorlog op den voorgrond treden, goed te boven is gekomen. Dankbaarheid ook in het bijzonder omdat haar fabriek en haar fabrieksinstallatie
voor oorlogsgeweld werden gespaard.
Voldoening omdat in die periode door gestadigen arbeid en goede samenwerking tusschen alle betrokkenen een resultaat bereikt werd dat alleszins bevredigend genoemd kan worden.
De kunstzijde-industrie is een jonge industrie en bevindt zich nog steeds in het stadium van snelle ontwikkeling.
Dit heeft tengevolge dat bij voortduring alle krachten, die er in werkzaam zijn, onder hoogspanning moeten werken om niet bij concurreerende ondernemingen ten achter te blijven.
Dit is met name het geval bij een onderneming als de onze, welke haar product voor een groot deel moet exporteeren. Dat Breda in dezen wedstrijd op het gebied van efficiency en prima
kwaliteit niet bij haar mededingers is ten achter gebleven, is een feit, dat ons na een kwart-eeuw van hard werken zeker voldoening schenken mag.
Al mogen wij onze onderneming nog tot de jonge rekenen en al draagt zij het karakter van dien, zoo heeft zij in de eerste kwart-eeuw van haar bestaan toch veel ervaring opgedaan en ik
ben er van overtuigd, dat op den jubileumdag als een van de kostbaarste daarvan naar voren zal komen, dat in al de kringen van hen die haar dienen, het besef leeft, dat alleen door
een oprechte samenwerking van alle betrokkenen de samengebundelde kracht gevonden kan worden, die noodig is om èn de belangen der onderneming èn de belangen van hen die er hun bestaan
in vinden, op de beste wijze te dienen.
Dr. F. H. FENTENER VAN VLISS1NGEN
Voorzitter van den Raad van Bestuur


TER VERANTWOORDING
AAN het opvatten van het plan tot het samenstellen van dit Gedenkboek en aan het volbrengen daarvan, liggen voornamelijk ideëele gedachten ten grondslag, gedachten, die de vrees zullen
hebben doen wijken, bij het schrijven van een stukje geschiedenis van een 25-jarig samenwerken, de grenzen der bescheidenheid te overschrijden.
Mocht hier of daar daartegen toch worden gezondigd, dan mag dit verontschuldigd worden met een beroep op het verheven doel, hetwelk voor oogen heeft gestaan en dat in deze gedachten is neergelegd.
Deze gedachten zijn er van vreugde en dankbaarheid en van het verlangen een voorbeeld op schrift te stellen van liefde, ijver en toewijding van de werkers van het verleden en het heden,
bestemd voor al degenen, die in de komende 25 jaren den arbeid zullen voortzetten.
Onze dankbaarheid gaat in de eerste plaats naar God, die ons pogen heeft gezegend, naar onze medewerkers, die gevallen zijn op het veld van eer in den arbeid voor onze onderneming en
naar allen, die in welke mate dan ook, eenig aandeel hebben gehad in de oprichting en instandhouding der fabriek.
Onze vreugde vereenigt zich met die van al onze medewerkers en wij allen juichen heden over de vrucht van onzen arbeid als loon voor plichtsbetrachting, ijver en volharding.
Onze vreugde is des te grooter en de reden voor ons juichen des te belangrijker, nu die vrucht niet alleen van beteekenis is geworden voor één individu of enkele individuen,
maar integendeel een vrucht van algemeen sociaal en economisch belang, een vrucht voor een geheele arbeidsgemeenschap.
En kunnen, die na ons komen, een betere les voor de toekomst ontvangen dan die, welke neergeschreven is in de historie van een 25-jarigen gestagen arbeid, met alle laagte- en hoogtepunten
van een nu eenmaal zoo moeilijk en zorgvol fabrieksleven?
Ziet daar de oorsprong en de reden van dit Gedenkboek. Ziet daar, waarom de viering van dit jubileum zoodanig moet zijn, dat van deze gedachten niets zou verloren gaan door uiterlijk vertoon.
Dat deze geschiedenis vruchtbaar moge zijn voor onze opvolgers.
Dat wij eendrachtig naar binnen en naar buiten het nieuwe tijdperk van werkzaamheid ingaan, om onder Gods voortdurende zegeningen steeds meer tot stand te brengen in het belang van onze
huisgezinnen, welk belang direct verband houdt met het belang der Maatschappij.
Dat wij ons wel mogen bezinnen bij den aanvang van een nieuwe 25-jarige periode, op onze verantwoordelijkheid ten aanzien van een behoorlijke leiding onzer onderneming, gericht, niet alleen
op een betere voorziening van al onze medewerkers, maar ook en vooral op een nieuwe en beter ingerichte Maatschappij.
CH. STULEMEIJER
Gedelegeerd Lid van den Raad van Bestuur.
Voorz. van den Centralen Ondernemingsraad.

Raad van Bestuur HKI;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 2 april 2022