HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 236   (uit: 244)

Getoond wordt publicatie : 1 t/m 30


Uitgebreid zoeken

Zoekresultaat verdeeld over 8 pagina's, met elk (max.) 30 publicaties:

1   2   3   4   5   6   7   8       Volgende       Eind

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00001  
Historische Atlas Noord-Brabant
Historie -- Informatie Brabant           (1989)    [G.L. Wieberdink]
Historische Atlas Noord-Brabant.
Chromotopische kaart des Rijks 1:25.000

Inleiding
De in dit boek gebundelde kaarten zijn herdrukken van de Chromotopografische kaart des Rijks op
schaal 1 : 25.000. Naar de projectiemethode* die ervoor gebruikt is worden zij ook wel ”Bonnebladen”
genoemd. Deze topografische kaarten werden tussen 1866 en 1951 door het Topografisch Bureau van het
leger gepubliceerd. Gedurende deze periode werden zij meerdere malen herzien en herdrukt. Getracht is om
van de provincie Noord-Brabant die kaarten te reproduceren die ongeveer in dezelfde tijd verkend of
herzien zijn, dat wil zeggen in de jaren tussen 1891 en 1920. De atlas geeft dus een beeld van de provincie
in de laatste jaren van de negentiende en de eerste twee decennia van de twintigste eeuw. Op de meeste
kaarten zijn de jaren van verkenning en eventuele herziening aangegeven. Soms is het jaartal van herziening
echter niet vermeld. Voor zover die te achterhalen waren, zijn de juiste dateringen van de afgebeelde
kaarten in het aanhangsel te vinden. De met een * gemerkte woorden worden uitgelegd in een woordenlijst
(hoofdstuk IV).
De meeste bladen komen uit het archief van de Topografische Dienst, dat berust bij het Algemeen
Rijksarchief in ’s Gravenhage. De nummers 549, 551, 553, 567, 587, 588, 590, 605, 607, 608, 643 en
685 zijn afkomstig uit de kaartenverzameling van het Geografische Instituut van de Rijksuniversiteit
Utrecht; de bladen 586, 606, 610, 641 en 737 komen uit de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit
van Amsterdam. De dank van de samensteller gaat uit naar de beheerders van deze verzamelingen, CJ.
Zandvliet en R. Haubourdin van het Algemeen Rijksarchief, J. Wemer van de Universiteit van Amsterdam
en R.P. Oddens van de Rijksuniversiteit Utrecht. Verder is dank verschuldigd aan P. Nugter voor zijn
bruikbare adviezen.

Robas Producties;  
 

2. Boeknummer: 00002  
Brabant Ongemonteerd Manifest 2050.
Historie -- Informatie Brabant           (1997)    [Redactie Hans Broess, Claire Grijzen]
Brabant Ongemonteerd Manifest 2050. Essays, statements en toelichting. Driedelig in cassette.

Inleiding
Brabant Ongemonteerd is het basisdocument waarop het Manifest 2050 gebouwd is. De tien auteurs hebben in de vorm van korte essays
inclusief verwijzing naar wetenschappelijke bronnen, ieder vanuit het eigen standpunt de Brabantse toekomst belicht.
Er is geen bovengeschikt gemeenschappelijk standpunt. In de geïndividualiseerde samenleving van vandaag schitteren duizenden
informatiebronnen als sterren aan de hemel. iedereen heeft gelijk. Niemand weet hoe het verder moet. Dus sturen in het donker?
Nee. Er blijft ons niets anders over dan in te loggen op dat hemelse netwerk (G. Komrij: niet te geloven”). Dat is wat voorligt.
Tien sterren die hun licht over Brabant laten stralen, ieder met zijn eigen plek aan het firmament, ieder met zijn eigen schaduw op aarde.
De positie van Brabant Ongemonteerd’ in de reeks van Tien Statements van de toekomst - Brabant op Tafel - De Toelichting op het
manifest, bestaande uit Positie en rol van Brabant Eigen identiteit van Brabant en Duurzaamheid in de praktijk en last but not least
‘Brabant Ongemonteerd’ wordt bepaald door het concept van ‘de omgekeerde plot’.
De tien statements zijn de steen in het water, Brabant op Tafel is de eerste cirkel, de Toelichting de tweede en Brabant Ongemonteerd
de derde en wijdste. Elk element is op zichzelf leesbaar als geheel. Voor het totale informatiepakket van het Manifest 2050 hebben
Hans Broess en Claire Grijzen de redactie gevoerd, aan de - alfabetisch gerangschikte - essays van de tien auteurs hebben zij echter geen letter veranderd.

13 october 1997.

 ;  
 

3. Boeknummer: 00003  
West-Brabant in de Gouden Delta
Ruimtelijke-ordening -- Streekplan West Brabant           (1969)    [Kees Bastianen, Hans Lutz]
West-Brabant in de Gouden Delta. Plan voor toekomst van West-Brabant. Samenvatting van het voorontwerp van een globaal streekplan

Inleiding
Boekje open over morgen, over de toekomst van West-Brabant in ’s-Werelds grootste zeehavengebied, de Gouden Delta van Schelde, Maas en Rijn. Dit boekje is een samenvatting van het voorontwerp van
een globaal streekplan voor West-Brabant, een studie die de provincie Noord-Brabant in de lente van 1969 uitgegeven heeft.

Geen morgen zonder gisteren. Aan dit ontwikkelingsprogramma voor de komende twintig jaar is twintig jaar welvaarts- en welzijnsbeleid vooraf gegaan. De hoofdlijnen daarvan werden uitgezet in het ontwikkelingsprogramma voor Noord-Brabant van 1950, Noord-Brabant in het nieuwe westen van 1959, en Noord-Brabant, welvaartsbalans en ontwikkelingsplan-1965. In laatstgenoemde publikatie werd aangekondigd, dat de ruimtelijke ontwikkeling der provincie in vier globale streekplannen zou worden uitgewerkt. Het eerste van de vier betreft West-Brabant. In opdracht van Gedeputeerde Staten heeft een stuurgroep van deskundigen, onder leiding van gedeputeerde C. J. van Lienden,
boekje open
het voorontwerp opgesteld na overleg met vier regionale gespreksgroepen van burgemeesters. De bouwstenen zijn aangedragen door de Provinciale Planologische Dienst, geholpen door het Economisch Technologisch Instituut en het Provinciaal Opbouworgaan.

Het werkstuk, een kijk op de toekomst, is voorgelegd aan de burgers. Met de resultaten van deze vorm van inspraak - een experiment - wordt rekening gehouden bij de opstelling van het definitief ontwerp. Eventuele bezwaren kunnen dan worden ingediend bij Provinciale Staten, de Brabantse volksvertegenwoordiging die over het plan moet beslissen.
Dit boekje is gemaakt om iedereen in staat te stellen mee te denken, mee te praten, mee te beslissen. U vindt er het streekplan in, en de overwegingen op grond waarvan de stuurgroep tot haar keus gekomen is.
Tenslotte zult u zien, dat het ook anders kan. Een open boekje dus.

Provinciaal Bestuur van Noord-Brabant;  
 

4. Boeknummer: 00004  
Van Wirs Kante
Oorlog -- Tweede Wereldoorlog Breda/Princenhage           (2019)    [ Harry Benschop, Toon en Peter de Bont, Jan Boot Frans van den Brandt, Jeroen Geerts, Lia van Gils, Herman Janssen, Sylvie Koks, Ad Leijten, Oscar de Rooij, Frans Staes, Frank Tuijtelaars, Frans Tuijtelaars, Jos van Roozendaal, Antoon van Tuijl]
Driemaandelijks tijdschrift van heemkundekring "Amalia van Solms", Baarle-Hertog-Nassau. Jaargang 34 nr. 3, september-november 2019.

Voorwoord
In oktober is het 75 jaar geleden dat Baarle is bevrijd. Alle aanleiding om als heemkundekring bij stil te staan, op een manier die past bij Amalia’, door het optekenen van verhalen en door het doen van onderzoek.
Het resultaat kunt u lezen in dit extra dik (thema)nummer van ons ledenblad Van Wirskaante dat we voor deze gelegenheid met veel plezier verspreiden onder alle inwoners van Baarle-Hertog en Baarle-Nassau.

"75 jaar’ is de laatste mogelijkheid om nog ooggetuigen te spreken of verhalen te horen van mensen die zelf een herinnering hebben aan de oorlogsperiode en de tijd er vlak na. De oproepen die Amalia begin dit
jaar heeft gedaan voor fotomateriaal, documenten en bovenal verhalen in de Tweede Wereldoorlog hebben een onverwacht grote respons opgeleverd. Zoveel dat niet alles kon worden opgenomen in deze Van Wirskaante.
Verhalen over het dagelijks leven in Baarle, de kleine dingen die nog steeds in de herinnering zitten. Verhalen die daarnaast een mooi tijdsbeeld geven, soms in een bijzin, soms is er een halve pagina of meer voor ingeruimd. Die verhalen kunnen na 75 jaar wat zijn ingekleurd, maar voor de verteller geeft het precies aan hoe hij of zij zich die tijd herinnert of heeft beleefd.
De Baarlese enclavesituatie zorgt er voor dat zaken in Hertog en Nassau net wat anders lopen. Met de vraag ‘Hoe zat dat dan in de Tweede Wereldoorlog? is Amalia in de archieven van Baarle-Hertog en
Baarle-Nassau (in het Regionaal Archief Tilburg) gedoken om meer te weten te komen over de distributie, het bestuur en de wederopbouw. Dat leverde weer nieuwe informatie op.

Natuurlijk is in deze Van Wirskaante ook het verhaal van de bevrijding te lezen, een strijd die 28 dagen heeft geduurd. Frank Tuijtelaars zet alles voor ons op rij, waarbij hij ons wijst op de onverwacht felle tegenstand van de Duitsers, juist in Baarle, vanwege de strategische ligging van ons dorp.
Meer dan acht jaar heeft Oscar de Rooij zich vastgebeten om alle informatie boven water te krijgen over de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in de gemeenten Nassau en Hertog. Het gaat om 227 namen, vaak jonge mensen amper 20 jaar oud. Achterin dit boekje is een Lijst van slachtoffers opgenomen. Die wordt ook geplaatst op de website van Amalia. Zo is er steeds een up-to-date overzicht, want dat heeft het onderzoek van Oscar geleerd, het is nooit af.
Dat geldt ook voor ander onderzoek. Lees het verhaal van de vliegtuigcrash in Zondereigen, en je weet dat er nog heel wat onderzoek nodig is om — /5 jaar na dato! — klaarheid te krijgen. Dat is precies wat Amalia tot haar taak rekent. Zaken tot de grond toe uitzoeken én er verslag van doen.

Uit verhalen, uit opmerkingen die soms terloops zijn gemaakt maar ook tijdens het zoeken in archieven kwamen nieuwe vragen naar boven. Vragen waarvan je voorvoelt dat het soms veel moeite en tijd zal vragen om er een antwoord op te vinden. En zorgvuldigheid. In komende nummers van Van Wirskaante gaat u er beslist meer over lezen. Ook over onderwerpen die in dit nummer niet meer aan bod konden komen zoals het verzet en de wederopbouw.

En wie nog verhalen, documenten, foto's of tips heeft, Amalia houdt zich aanbevolen.

Werkgroep '75 jaar bevrijding Baarle!
Ad Jacobs, Michel Antens en
Harry Benschop

Heemkundekring Amalia van Solms Baarle Hertog/Nassau;  
 

5. Boeknummer: 00006  
Eerste Wereldoorlog.
Oorlog -- Eerste wereldoorlog WO I           (2003/2004)    [H.P. Wilmott.]
Eerste Wereldoorlog
Oorspronkelijke titel: First World War
©2003 by Dorling Kindersley Limited, Londen

Vertaald uit het Engels door: Maarten Schellekens en Catalien van Paassen

INLEIDING
De Eerste Wereldoorlog is waarschijnlijk de meest ingrijpende gebeurtenis uit de moderne tijd. De gevolgen ervan
waren vele malen groter dan die van de Franse Revolutie. Toen deze oorlog begin augustus 1914 uitbrak, kon niemand voorzien
op wat voor ramp hij zou uitdraaien. Na de oorlog, die vier jaar duurde en meer offers vroeg dan enige andere oorlog uit de geschiedenis van de mensheid,
kon niemand zijn ogen meer sluiten voor de gruwelijke gevolgen. De politieke wereldkaart was totaal veranderd, aan de lange periode van vrede die de
negentiende eeuw had gekend was een eind gekomen en het groeiende vertrouwen in de kracht van liberale waarden en het moderne kapitalisme was
uitgehold. De belangrijkste erfenis van de Eerste Wereldoorlog was een sfeer van haat en wraak — tussen naties, sociale klassen en rassen. De gevolgen
hiervan waren voelbaar in de bittere politieke conflicten van de jaren twintig en dertig en uiteindelijk in het uitbreken van een oorlog die nog vernietigender
was, twintig jaar na het eind van de Eerste Wereldoorlog.
Aan het begin \an de oorlog werd het grootste deel van de wereld geregeerd door diverse vorstenhuizen. Tegen 1920 waren de meeste van het toneel
verdwenen. De grote Europese vorstenhuizen - het Habsburgse, Russische en Duitse Rijk - hadden plaatsgemaakt voor moderne republieken. Het
Osmaanse Rijk werd verslagen en viel uiteen; een nationalistische dictatuur nam de macht over in het gebied dat nu Turkije is. Van de Baltische Zee tot
aan de Perzische Golf ontstond een reeks nieuwe staten, die vonden dat ze recht hadden op zelfbeschikking. Het verval van het oude
Europa van de grote, door aristocratie en militaire macht beheerste monarchieën had reeds lang vóór 1914 ingezet, maar de oorlog bracht dit proces in
een stroomversnelling. Het Europa van vandaag heeft zijn wortels in de jaren twintig.
De oorlog zorgde ook nog voor andere veranderingen op internationaal gebied. De VS mengden zich pas laat in de oorlog en begonnen aan hun lange
opmars naar de status van supermacht. De wens die in 1918 leefde om voor eens en altijd een einde te maken aan de oorlog, leidde tot de oprichting van de
Volkenbond in 1920. Ondanks al zijn zwakke punten heeft deze bond de basis gelegd voor internationale samenwerking op het gebied van belangrijke
kwesties die na 1945 het terrein werden van de Verenigde Naties. De Russische Revolutie van oktober 1917, die het communisme aan de macht
bracht, leidde tot de confrontatie tussen kapitalisme en communisme. Deze zou de internationale verhoudingen zeventig jaar lang verstoren en was de oorzaak
van de Koude Oorlog, die duurde van 1945 tot 1989.
De oorlog veranderde ook het wezen van de moderne staat. Geen enkele Europese natie was ooit gevraagd om legers bestaande uit miljoenen soldaten
op de been te brengen. De inzet van het thuisfront die vereist was om het leger van al het nodige voorzien, noodzaakte de staat om streng toezicht te houden
op de economie en deze in dienst te stellen van de oorlogvoering. Landen voerden op grote schaal systemen van rantsoenering in, breidden allerlei sociale
voorzieningen uit, stimuleerden wetenschappelijk onderzoek, verzamelden statistische gegevens en zetten hun propagandamachines in gang, in de jaren
twintig bleven de overheden van diverse staten veel van deze verantwoordelijkheden op zich nemen: de oorlog had hen geleerd hoe zij de
bevolking moesten controleren, mobiliseren en manipuleren.
Het enige dat de Eerste Wereldoorlog niet deed was verandering brengen in het materieel waarmee werd gevochten. Hoewel nog nooit op een dergelijk
grote schaal oorlog was gevoerd, werd gedurende het grootste deel van de oorlog gestreden met conventionele oorlogsschepen, artillerie, mitrailleurs,
i geweren en paarden. De luchtvaart stond nog in de kinderschoenen; duikboten werden spaarzaam gebruikt evenals de tanks, de enige echt
nieuwe uitvinding op het gebied van landoorlog. Pas in de volgende oorlog zouden deze nieuwe wapens ten volle benut worden. Het gevolg
was dat een groot deel van de strijd, vooral aan het westelijk front, verzandde in een impasse. Beide partijen probeerden wanhopig nieuwe wapens of
tactieken te bedenken waarmee ze door de vijandelijke linies van loopgraven en prikkeldraadversperringen heen konden breken.
De verschrikkelijke prijs die voor de oorlog betaald moest worden, leidde tot een wijdverspreid pessimisme, een morbide vrees voor verval. In de jaren
twintig verwierpen duizenden verbitterde jonge mannen de principes van de oudere generatie die hen naar het front had gestuurd. Zij hunkerden naar
wraak op degenen die zij verantwoordelijk hielden voor dit rampzalige conflict.
In Italië en Duitsland gebruikten de veteranen Mussolini en Hitler de honger naar politiek geweld om een nieuwe radicale nationalistische beweging op te
richten, die in Italië in 1922 aan de macht kwam en in Duitsland in 1933. De nieuwe dictatoren die het liberale westen verwierpen, zagen de oorlog als een
voorbode van een nieuw tijdperk, van een nieuw rijk en een nieuwe oorlog.
Als de Eerste Wereldoorlog er niet was geweest zou de wereld vrijwel zeker voor de verschrikkingen van burgeroorlogen, politiek terrorisme, een tweede
grote oorlog en de volkerenmoord van de jaren dertig en veertig gespaard zijn gebleven. Terwijl het resultaat van de oorlog de basis legde voor een groot deel
van de moderne wereld, lieten de onzekerheden die daarmee gepaard gingen Europa achter in een diepe verwarring, die de weg vrijmaakte voor de
verschrikkingen van Stalingrad en Auschwitz.
Richard Overy
juni 2003

Lannoo/Het Spectrum;  
 

6. Boeknummer: 00007  
Inventarisatie & waardestelling Cultuurhistorische Objecten. Rapport in 4-rings ordner
Historie -- Informatie Breda           (2006 ?)    [Redactie J. Coertjens, Paul van Geelen, Ruurd Leegstra]
Aanleiding
Vanuit de reconstructiegedachte is door de dijkgraaf van het waterschap Brabantse Delta, de heer
J.Vos opdracht gegeven om al het cultuurhistorisch watererfgoed in het beheersgebied van het
waterschap in kaart te brengen. Daarvoor is basismateriaal aangeleverd door de diverse Historische
Verenigingen en Heemkundekringen aangevuld met eigen materiaal van het waterschap, informatie
van de drie districtshoofden uit de regio’s Oost, West en Midden en andere medewerkers.
Na het verkrijgen van de gegevens is direkt gestart met het veldwerkonderzoek. Na een eerste selectie
van ruim 97 objecten bleven er in totaal 60 objecten over, waaronder bijzonder fraaie, zoals de 3 stu-
wen met toldeur in de Zoom, maar ook objecten in een slechte toestand, zoals de gedempte schutsluis
te Bovensas en de Keeneluis te Standdaarbuiten. Het veldwerk leverde daarnaast ook een aantal ob-
jecten op, die niet als zodanig stonden geregistreerd, maar getraceerd werden tijdens het veldwerk,
zoals een duiker onder de Veerweg in de Overdiepsche Polder.
Het vervolgonderzoek leert dat 30 objecten eigendom zijn van het waterschap, die tevens het beheer
en het onderhoud daarvan voor haar rekening neemt en 30 objecten eigendom zijn van derden, onder
andere gemeenten, Staatsbosbeheer, Staat Financiën en Domeinen, Rijkswaterstaat en particulieren,
waarbij op dit moment niet helemaal duidelijk is of zij ook het beheer voeren en/of (goed) onderhoud
plegen. Zo is bijvoorbeeld de authentieke windmolen te Prinsenbeek in eigendom bij de gemeente
Breda, maar in onderhoud bij het waterschap en wordt de brug Hoge Vaart (1898) in eigendom van de
gemeente Waalwijk, door het waterschap in de nabije toekomst gerestaureerd, (info per 07-11-2006).
Door de inventarisatie doet zich de mogelijkheid voor om op gelijke wijze en in samenwerking met
derden objecten te restaureren aan bijvoorbeeld de Frouwkensvaartseweg en de Wendelnesseweg,
evenals de vele duikersluizen van en onder de Waspikse dijk.
Het is nog een vraag, omdat de exacte gegevens ontbreken, wie van de overige objecten precies het
beheer voert en/of het onderhoud pleegt. In de loop der tijd zijn de objecten - in principe- allemaal
eigendom geweest van het waterschap of van de vele voormalige waterschapen, maar vanwege een
veranderende functie of functieloos geworden verwisselde het object van eigenaar.
Dit betreft vooral het grote aantal bijzondere duikersluizen, zoals de monumentale Koekoeksluis
te Drimm'elen, nu particulier bezit, waarvan onduidelijk is wie het beheert voert en/of het onderhoud
pleegt of wil plegen.
Vanwege het verschil in eigenaar, beheer en onderhoud is daarom gekozen voor een tweeledige opzet
in de uitvoering van het onderzoek.
Een eerste inventarisatie en waardestelling betreft objecten in eigendom van het waterschap, met daar-
aan gekoppeld een onderhouds-/restauratieprogramma en een tweede inventarisatie en waardestelling
van objecten niet in eigendom van het waterschap, zonder onderhoudsprogramma. Van beiden is een
database en een fotorapportage opgesteld. Het verdient aanbeveling om de exacte eigenaar van de ob-
jecten niet in eigendom op te sporen en tevens wie het beheer voert en/of het onderhoud pleegt.

1 Inleiding
1.1 Inleiding
De problematiek van op een verantwoorde wijze omgaan met cultuurhistorisch erfgoed is de laatste
jaren bijzonder actueel. Landelijk gezien worden op grote schaal door waterschappen, provincies en
gemeenten inventarisaties en waarderingen uitgevoerd van bijvoorbeeld aan water gerelateerde
objecten. In de waardering van erfgoed speelt selectie een belangrijke rol. Wat is dusdanig waardevol
dat behoud wenselijk is en wat zou eventueel vernieuwd moeten worden.
Zie hierover bijvoorbeeld de watererfgoed@tlas, uitgebracht door Het Oversticht in Zwolle in nauwe
samenwerking met het Drents Plateau te Assen.
Deze vragen leven ook bij het waterschap Brabantse Delta. Het waterschap bezit een groot aantal
waterstaatkundige en bouwkundige objecten en structuren, verspreid over het westelijk deel van de
provincie N.Brabant. Bijzondere en soms unieke objecten, die van groot belang waren (of nog zijn)
voor de beheersing van de waterhuishouding, maar ook voor de geschiedenis van de streek, het
landschap en die een ontwikkeling in de civiele techniek laten zien.
Vanuit de cultuurhistorie vertelt elk object zijn eigen verhaal over bijvoorbeeld de afwatering van een
gebied of juist niet, de bedijking van een gebied, de inpoldering, de turfwinning, het transport daarvan.
Het waterschap Brabantse Delta wenste inzicht te verkrijgen in de cultuurhistorische waarde van de
kunstwerken en installaties, die in hun bezit zijn, zoals duikers, heulen, gemalen, dijkcoupures, wind-
molens en schutsluizen.
Hiervoor heeft het waterschap in de persoon van de heer Paul van Geelen (Concernstaf) de heer
J.Ruurd Leegstra verzocht een inventarisatie, beschrijving & waardestelling te maken van hun
watererfgoed. De heer Leegstra heeft als architectuur-, cultuurhistoricus & restaurateur ruime erva-
ring opgedaan op genoemd terrein voor de waterschappen Hunze en Aa’s, Noorderzijlvest,
Velt en Vecht en Reest en Wieden in samenwerking met medewerkers van de monumentenhuizen:
Libau te Groningen en Stichting Drents Plateau te Assen, aangevuld met de expertise van de
monumentenwachten en de civiele technici van de waterschappen.
De methodes van onderzoek zijn na goedkeuring van de directies eveneens beschikbaar gesteld voor
het waterschap De Brabantse Delta,
1.2 Opdracht/doel
Het doel van dit project is het verkrijgen van een overzicht van cultuurhistorische objecten met
daaraan gekoppeld een, op basis van cultuurhistorisch verantwoorde criteria, prioriteitsstelling op
grond waarvan ingezet kan worden op behoud, ontwikkeling of functioneel beheer en onderhoud,
inclusief een financiële paragraaf met een globale berekening van de kosten, die gemoeid zijn met het
behoud en de instandhouding van deze objecten. Het kan verder een basis bieden voor het vaststellen
van een eigen cultuurhistorisch beleidskader. Zie daarover meer het beslisdiagram, ontwikkeld door
het waterschap Hunze en Aa’s (de heer G.Sterk) en tevens beschikbaar gesteld voor het waterschap
Brabantse Delta, (blz. 10)

Waterschap Brabantse Delta;  
 

7. Boeknummer: 00008  
Ach Lieve Tijd. 700 jaar West-Brabant en de Westbrabanders. Dl 1-19 incl. register. Losse nrs in linnen band
Historie -- Informatie Brabant           (1994, 1995, 1996)    [Redactie Hermien de Bruijn-Franken e.a.]
Woord vooraf
Cultuur vormt het cement in onze samenleving. Cultuur deelname versterkt de maatschappelijke samenhang. Deze
functie van cultuur neemt in belang toe als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen. Cultuur, in de brede
betekenis van het woord, is even onmisbaar voor een samenleving als bijvoorbeeld een wegennet. Het is de uit-
drukking van onze waarden, die gebaseerd zijn op onze voorgeschiedenis en mede vorm geven aan de toekomst.
Daarom is de bevordering van geschiedschrijving en geschiedbeoefening een belangrijk onderdeel van het cul-
tuurbeleid in Noord-Brabant.
Een beeld van de Noordbrabantse samenleving tot veertig jaar geleden is geschetst in een driedelig boekwerk met
de titel "Het nieuwe Brabant" dat in 1952, met steun van de provincie werd uitgebracht. Hierin wordt de ontwikkeling
beschreven van Brabant tot aan het begin van de jaren vijftig. De geschiedschrijving heeft zich methodisch sterk
ontwikkeld sinds de jaren vijftig. Bovendien zijn er inmiddels decennia verstreken waarin de Brabantse samenleving
ingrijpend is veranderd. De herdenking van het tweehonderdjarig bestaan van Noord-Brabant als onafhankelijke
provincie in 1996 was daarom een uitgelezen aangrijpingspunt voor een actuele geschiedschrijving over de afgelo-
pen tweehonderd jaar. Het provinciebestuur van Noord-Brabant is er trots op dat deze nieuwe publikatie nu tot
stand is gekomen. Waardering gaat uit naar het werk van de zesendertig auteurs die onder de bezielende leiding van
eindredacteur professor dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt de opdracht tot een goed einde hebben gebracht. Waar-
dering ook voor het bestuur van de Stichting Geschiedschrijving Noord-Brabant voor het tot standbrengen van
het werk en de uitgever voor de inbreng van zijn expertise.
In reactie op de ontzuiling, de secularisering en de globalisering van de samenleving is de belangstelling voor de
directe leefomgeving en de geschiedenis van de eigen provincie groot. De Raad voor Welzijn, Onderwijs en Cul-
tuur voor Noord-Brabant roept op aandacht te geven aan de eigen identiteit binnen onze provincie: “Er mag weer
gesproken worden over identiteit; sterker nog: het mag niet alleen maar het gebeurt ook”. Een eigen, steeds evolu-
erende, culturele identiteit is van belang omdat mensen zich moeten kunnen hechten aan zaken die voor hen van
waarde zijn. In een veranderende samenleving is de beleving van cultuur geen statisch maar een dynamisch proces
waarbij openheid en toegankelijkheid voor veranderingen essentiële vereisten zijn. Die benodigde openheid wordt
bevorderd door kennis van en liefde voor de cultuur en de eigen culturele basis. Vanuit die basis kan een vruchtbare
interactie plaatsvinden met nieuwe cultuurvormen.
Het standaardwerk over de geschiedenis van Noord-Brabant dat thans voor u ligt draagt bij aan de kennisver-
meerdering van de regionale geschiedenis in onze provincie en verstevigt daarmee het grondvlak voor cultuurbeleid
in de komende tijd. De provincie Noord-Brabant heeft daarom met het oog op de toekomst de totstandkoming
bevorderd van deze terugblik in het verleden.
De Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Brabant,

Mr. F.J.M. Houben.

Waanders Uitgevers Zwolle i.s.m. Museum Het Markiezenhof en Archieven in West-Brabant.;  
 

8. Boeknummer: 00009  
Geschiedenis van Noord-Brabant Dl 1. 1796-1890 Traditie en modernisering
Historie -- Informatie Brabant           (1996)    [prof.dr. H.F.J.M. v.d. Eeerenbeemt]
Geschiedenis van Noord-Brabant Dl 1. 1796-1890 Traditie en modernisering

Woord vooraf
Cultuur vormt het cement in onze samenleving. Cultuur deelname versterkt de maatschappelijke samenhang. Deze
functie van cultuur neemt in belang toe als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen. Cultuur, in de brede
betekenis van het woord, is even onmisbaar voor een samenleving als bijvoorbeeld een wegennet. Het is de uit-
drukking van onze waarden, die gebaseerd zijn op onze voorgeschiedenis en mede vorm geven aan de toekomst.
Daarom is de bevordering van geschiedschrijving en geschiedbeoefening een belangrijk onderdeel van het cul-
tuurbeleid in Noord-Brabant.
Een beeld van de Noordbrabantse samenleving tot veertig jaar geleden is geschetst in een driedelig boekwerk met
de titel 'Het nieuwe Brabant' dat in 1952, met steun van de provincie werd uitgebracht. Hierin wordt de ontwikkeling
beschreven van Brabant tot aan het begin van de jaren vijftig. De geschiedschrijving heeft zich methodisch sterk
ontwikkeld sinds de jaren vijftig. Bovendien zijn er inmiddels decennia verstreken waarin de Brabantse samenleving
ingrijpend is veranderd. De herdenking van het tweehonderdjarig bestaan van Noord-Brabant als onafhankelijke
provincie in 1996 was daarom een uitgelezen aangrijpingspunt voor een actuele geschiedschrijving over de afgelo-
pen tweehonderd jaar. Het provinciebestuur van Noord-Brabant is er trots op dat deze nieuwe publikatie nu tot
stand is gekomen. Waardering gaat uit naar het werk van de zesendertig auteurs die onder de bezielende leiding van
eindredacteur professor dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt de opdracht tot een goed einde hebben gebracht. Waar-
dering ook voor het bestuur van de Stichting Geschiedschrijving Noord-Brabant voor het totstandbrengen van
het werk en de uitgever voor de inbreng van zijn expertise.
In reactie op de ontzuiling, de secularisering en de globalisering van de samenleving is de belangstelling voor de
directe leefomgeving en de geschiedenis van de eigen provincie groot. De Raad voor Welzijn, Onderwijs en Cul-
tuur voor Noord-Brabant roept op aandacht te geven aan de eigen identiteit binnen onze provincie: “Er mag weer
gesproken worden over identiteit; sterker nog: het mag niet alleen maar het gebeurt ook”. Een eigen, steeds evolu-
erende, culturele identiteit is van belang omdat mensen zich moeten kunnen hechten aan zaken die voor hen van
waarde zijn. In een veranderende samenleving is de beleving van cultuur geen statisch maar een dynamisch proces
waarbij openheid en toegankelijkheid voor veranderingen essentiële vereisten zijn. Die benodigde openheid wordt
bevorderd door kennis van en liefde voor de cultuur en de eigen culturele basis. Vanuit die basis kan een vruchtbare
interactie plaatsvinden met nieuwe cultuurvormen.
Het standaardwerk over de geschiedenis van Noord-Brabant dat thans voor u ligt draagt bij aan de kennisver-
meerdering van de regionale geschiedenis in onze provincie en verstevigt daarmee het grondvlak voor cultuurbeleid
in de komende tijd. De provincie Noord-Brabant heeft daarom met het oog op de toekomst de totstandkoming
bevorderd van deze terugblik in het verleden.
De Commissaris van de Koningin
in de provincie Noord-Brabant,
Mr. F.J.M. Houben.

Boom Amsterdam/Meppel op initiatief van Provincie Noord Brabant;  
 

9. Boeknummer: 00010  
Geschiedenis van Noord-Brabant Dl 2. 1890-1945
Historie -- Informatie Brabant           (1996)    [prof.dr. H.F.J.M. v.d. Eeerenbeemt]
Geschiedenis van Noord-Brabant Dl 2. 1890-1945 Emancipatie en industrialisering

Inleiding: het historisch kader
Prof. dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt
Versnelling rond de eeuwwisseling, 1890-1914
Het politieke landschap zag er rond de eeuwwisseling wel erg divers uit. Dit verschijnsel zou alleen maar toenemen.
De grote politieke verdeeldheid was een kenmerk van het Nederlandse bestel. De liberalen waren op hun retour, de
socialisten stonden nog aan het begin van hun opkomst. In deze situatie was het ontstaan van een nieuwe dominante
machtsfactor van betekenis om het land bestuurbaar te houden. Het middenvlak van de christelijke coalitie, mo-
gelijk geworden uit welbegrepen eigenbelang en door vermindering van de vroegere religieuze tegenstellingen, was
voor de ontwikkeling van Noord-Brabant in de richting van een op basis van religie verzuilde samenleving van
groot belang.
Ondanks het in het voorgaande gestelde is voor de maatschappelijke modernisering van Noord-Brabant van
eminente betekenis geweest de sociale wetgeving die rond de eeuwwisseling zeer vruchtbaar was. In dit opzicht komt
de eer toe aan de liberale kabinetten Roëll en Pierson, die in de tweede helft van de jaren negentig belangrijke socia-
le wetten op stapel hebben gezet. Te noemen zijn de Veiligheidswet (1895), die de beveiliging van leven en ge-
zondheid van arbeiders in fabrieken en werkplaatsen ten doel had, en de Wet op de Kamers van Arbeid (1897) ge-
richt om in samenwerking tussen patroons en werknemers de onderlinge belangen te regelen. Met name het kabinet
Pierson (1897-1901) was zeer actief in sociale wetgeving.
Het introduceerde de Ongevallenwet, die de werkgever verplichtte zijn arbeiders te verzekeren tegen ongevallen
tijdens de uitoefening van hun werk, de Woningwet, die het Rijk de mogelijkheid verschafte via renteloze voor-
schotten aan gemeenten of woningbouwverenigingen een goede volkshuisvesting te stimuleren, de Gezondheidswet
met zorg voor de openbare hygiëne en met toezicht daarop door inspecteurs voor de volksgezondheid en Kin-
derwetten ter bescherming tegen mishandeling van kinderen en om criminele minderjarigen weer op het rechte pad
te brengen.
De hier gememoreerde sociale wetgeving heeft er zeer toe bijgedragen dat, toen Noord-Brabant de twintigste
eeuw in ging, er een sociaal kader was geschapen, dat aansluiting gaf op de modernisering, die in de economie al eer-
der was begonnen. Het sociale bestel bij de tijd brengen was voor een duurzame stabiliteit van de samenleving van
grote betekenis. De nationale spoorwegstaking van 1903 was een teken aan de wand, dat de arbeidsverhoudingen in
een modem bestel om een ingrijpend andere benadering vroegen. De strijd om de collectieve arbeidsovereenkomst
zou bij de arbeidersorganisaties een grote rol gaan spelen.
De politieke beweging in deze jaren was echter nog niet gericht op sociaal-structurele veranderingen op de werk-
vloer. De aandacht ging uit naar andere punten. Deze betroffen zaken als verhoging van de subsidiëring en ge-
lijkstelling van het bijzonder onderwijs, de invoering van algemeen kiesrecht, de uitbouw van de sociale wetgeving
en protectie door de overheid ter bescherming van het bedrijfsleven.
Hadden aanvankelijk Breda en ’s-Hertogenbosch in het industrialisaticproces wat achterop gelopen, op het eind
van de negentiende eeuw kwam daarin verandering. Buiten de omknelling van de oude vestingwallen werden hier
uitbreidingsplannen gerealiseerd. Het aanbod van nieuw industrieterrein schiep de mogelijkheid ook hier tot een
grootscheepse industrialisatie te komen.
In Bergen op Zoom ontwikkelde de metaalnijverheid zich voorspoedig. De impuls hiertoe ging uit van de ge-
avanceerde beetwortelsuikerindustrie in West-Brabant, die behoefte had aan reparatiemogelijkheden voor het
machinepark. De volgende fase was, dat uit deze activiteit de vervaardiging van installaties volgde. Er kwamen con-
structiewerkplaatsen annex ijzergieterijen. In 1909 vond in deze stad 39,4% van alle in de nijverheid werkzame perso-
nen een bestaan in die branche.
De snelle opgang van het industrialisatieproces na 1890 was in belangrijke mate te danken aan de gunstige con-
junctuur die zich sedert het begin van de jaren negentig inzette. De dynamisering van het bedrijfsleven werd be-
gunstigd door een aantal stimulerende maatregelen van de overheid, door de interne herstructurering van het pro-
duktieproces, door een aan de nieuwe tijd aangepast ondernemingsbeleid en door de meer positieve houding die
leidende maatschappelijke kringen in Brabant tegenover de industrie gingen innemen.
Een gevolg van de sterke bevolkingsgroei in de provincie was de vergroting van het arbeidsaanbod. Aangezien
de aanwezigheid van een ruim arbeidsreservoir een determinant was voor economische groei, speelde deze factor
Brabant in de kaart. Maar naast de kwantiteit van het arbeidsaanbod was nu ook de kwaliteit van groot belang
geworden. Bij dit laatste ging een belangrijke stimulans uit van het onderwijs. Het aantal leerlingen dat rond 1900 vak-

Boom Amsterdam/Meppel op initiatief van Provincie Noord Brabant;  
 

10. Boeknummer: 00011  
Geschiedenis van Noord-Brabant Dl 3. 1945-1996 Dynamiek en expansie
Historie -- Informatie Brabant           (1997)    [prof.dr. H.F.J.M. v.d. Eeerenbeemt]
Geschiedenis van Noord-Brabant Dl 3. 1945-1996 Dynamiek en expansie

Inleiding: het historisch kader
Prof. dr. H.FJ.M. van den Eerenbeemt
Wederopbouw en poging tot politieke VERNIEUWING, I945-I95O
Nederland was een van de zwaarst getroffen landen in West-Europa door de gevolgen van de Tweede Wereld-
oorlog. De vijf oorlogsjaren hadden niet alleen de economie maar ook het maatschappelijk leven sterk aangetast.
De opmars van de geallieerde troepen in Noord-Brabant bracht veel schade met zich mee, waardoor de infrastruc-
tuur zwaar werd aangetast. Duizenden Brabanders keerden na de bevrijding uit gevangenschap of gedwongen te-
werkstelling in Duitsland terug, duizenden Brabanders die met de Duitse bezetter op een of andere manier hadden
samengewerkt, werden gevangen gezet. Het duurde geruime tijd voordat het proces van zuivering via bijzondere
rechtspleging op gang kwam. Na enige jaren groeide de behoefte om de oorlog te vergeten en tot nationale ver-
zoening te komen.
Na de bevrijding leefde bij velen de verwachting dat de vooroorlogse politieke verhoudingen definitief zouden
verdwijnen. Al eind 1944 startte de Nederlandse Volks Beweging in Noord-Brabant een campagne om een ver-
nieuwingsbeweging van de grond te krijgen. De ideologische grondslag daarvoor was een mengeling van Chris-
tendom en Humanisme en een streven de verzuilde verbrokkeling van voor 1940 door een eenheidsbeweging te
overstijgen. De oude socialistische Sociaal Democratische Arbeiderspartij (SDAP) werd na de oorlog vervangen
door de Partij van de Arbeid (PvdA), die zich als een nieuwe doorbraakpartij presenteerde. De vroegere KK
Staatspartij ging over in de Katholieke Volkspartij (KVP), waarvan nu ook niet-katholieken lid konden zijn. De ou-
de politieke kaders bleken echter taaier dan door menigeen verwacht. Bij de Kamerverkiezingen die in mei 1946
voor het eerst weer plaats vonden, haalden de confessionele partijen in het parlement de meerderheid. Toch
kwam op die basis geen kabinet tot stand. De twee grootste partijen: de KVP en de PvdA vormden vanaf dat jaar
een rooms-rode coalitie die tot 1958 stand hield. Deze pacificatiedemocratie die economisch en sociaal belang in
evenwicht hield, betekende een gunstige basis om het mirakel van een snel herstel te bewerkstelligen.
De gerealiseerde samenwerking tussen gematigd behoudende en progressieve krachten bleek een gunstig ef-
fect te hebben om het moeizaam proces van wederopbouw te doen slagen. Alle produktieve krachten in de
Brabantse samenleving werden gemobiliseerd om snel tot herstel van de oorlogsschade te komen. Op nationaal ni-
veau werd een geleide loonpolitiek gevoerd met als opzet het loonniveau laag te houden. De intentie hierbij was
een goede internationale mededingingspositie op te bouwen en in de concurrentiestrijd de broodnodige deviezen

Boom Amsterdam/Meppel op initiatief van Provncie Noord Brabant;  
 

11. Boeknummer: 00012  
Honderd jaar Basiliek van de H.H. Agatha en Barbara
Religie -- Basiliek Oudenbosch           (2012)    [Jan Bedaf, Mark Buijs, Kees Koenraadt, Piet Meijers, Wim Tousain]
Honderd jaar Basiliek van de H.H. Agatha en Barbara

VOORWOORD
Lectori Salutem!
Met genoegen schrijf ik een voorwoord voor dit boek dat uitgegeven wordt bij
gelegenheid van het feit dat de koepelkerk in Oudenbosch honderd jaar geleden is
verheven tot basiliek. Een boek, waarin veel te lezen valt over de parochie van de H.H.
Agatha en Barbara te Oudenbosch met haar bijzondere kerkgebouw. De heilige Paus
Pius X heeft deze kerk in het tiende jaar van zijn pontificaat verheven tot “Basilica
Minor”.
Ik feliciteer U allen en uw pastoor, de rector van de basiliek, mijn goede vriend, de
zeereerwaarde heer Maickel Prasing, met dit jubileum.
Het kerkgebouw is gebouwd naar voorbeeld van de Sint-Pieter in het Vaticaan, en de
fagade naar voorbeeld van de moederkerk van de stad Rome en van alle basilieken, de
Sint-Jan van Lateranen. Een creatie die nergens ter wereld is te vinden en een stenen
getuigenis is van de verbondenheid met de Heilige Stoel.
Ik wil U herinneren hoe de zalige paus Johannes Paulus II op woensdag 9 oktober 1991 tijdens een audiëntie op
het Sint-Pietersplein de aanwezige parochianen van Oudenbosch groette: “Het is voor mij een grote vreugde u,
dierbare parochianen van Oudenbosch, te ontvangen en het beeld van broeder Anton Geerts te kunnen zegenen. Het
is welbekend dat uw parochie zich sinds lang nauw verbonden weet met de Heilige Stoel en met de wereldkerk”.
De verbondenheid met de wereldkerk is zeker ook af te leiden uit het grote aantal missionarissen dat hun roeping
onder de schaduw van de basiliek heeft gekregen.
In alle werelddelen treffen we in de twintigste eeuw missionarissen aan uit Oudenbosch. De bovengenoemde
broeder Lazarist (cm) Anton Geerts is zelfs in China de marteldood gestorven, evenals de Oudenbossche
missionaris van het Heilig Hart (msc) Franciscus Raaymakers die op één der Kei-eilanden het leven liet.
In de meer dan tien jaar dat ik als apostolisch nuntius werkzaam ben in de Nederlandse Kerkprovincie heb ik
verschillende malen mogen celebreren in de basiliek van Oudenbosch. Daarnaast heb ik uw parochie enige malen
bezocht.
Steeds mocht ik constateren dat de Oudenbossche parochie een vitale parochie is met oog voor de ontwikkelingen
binnen de Kerk. Het devies van het wapen van uw kerkgebouw “Custos Hereditatis” hebt u daarbij steeds in acht
genomen. Ook in dit boekwerk komt dit tot uiting.
De auteurs van het boek complimenteer ik met het boek. Ik hoop dat deze uitgave mag bijdragen aan het welslagen
van het vieren van “100 jaar basiliek” in uw parochie.
Graag wens ik U Gods Zegen voor het hele jubileumjaar.
’s Gravenhage, oktober 2011
+ Mgr. Dr. Frangois R. Bacqué,
Titulair aartsbisschop van Gradisca
Pauselijk nuntius

VOORWOORD
Het jaar 2012 is voor katholieken wereldwijd een bijzonder jaar. Op 11 oktober gedenken we dat het vijftig jaar
geleden is dat paus Johannes XXIII het Tweede Vaticaans Concilie opende. Het concilie duurde tot 8 december
1965. Geïnspireerd door Vaticanum II werden vele noodzakelijke hervormingen doorgevoerd om de kerk “bij de
tijd te brengen”. In gezamenlijk gedragen verantwoordelijkheid geven sindsdien velen gestalte aan het kerkelijk
leven, vrouwen en mannen, actief in de liturgie, de diaconie, de catechese en de kerkopbouw, geworteld in onze
rijke kerkelijke traditie én tegelijkertijd met open oog en oor voor de tekenen van deze tijd.
Het jaar 2012 is ook voor Oudenbosch een heel bijzonder jaar. We gedenken dat het een eeuw geleden is, dat Paus
Pius X ons opmerkelijke kerkgebouw de titel “Basilica Minor” verleende. Ter gelegenheid van dit memorabele
feit is het een goede gedachte geweest een nieuw boek samen te stellen. Het voorliggende boek is het resultaat van
een samenwerking tussen het Comité 100 jaar Basiliek, het kerkbestuur van onze parochie en de Heemkundige
Kling “Br. Christofoor”.
Een eeuw lang heeft onze kerk de titel “Basilica Minor”. In die honderd jaar zijn er veel vieringen geweest in de
basiliek, hebben mensen hun lief en leed met elkaar gedeeld, is er gerestaureerd, onderhoud gepleegd en zijn tal
van versieringen aangebracht. Dit boek geeft ons de gelegenheid nog eens mijmerend stil te staan bij de pracht en
praal en bij de vele vieringen en gebruiken binnen ons kerkgebouw.
De tijd die vaak aangeduid wordt met “Het Rijke Roomse Leven” valt binnen de afgelopen honderd jaar. We
kennen in die periode een groot scala aan gebruiken om Gods nabijheid te vieren in Woord en Sacrament.
Inmiddels is er veel gewijzigd of zelfs verloren gegaan. Gebleven is echter het feit dat veel parochianen trots zijn
op hun bijzondere koepelkerk én trots zijn dat deze kerk als tweede kerk in de Nederlandse Kerkprovincie in 1912
de titel basiliek verkreeg. Gebleven is ook het feit dat we ook in onze tijd Gods nabijheid in de basiliek willen
vieren bij vreugde en verdriet en op het ritme van het liturgisch jaar.
De auteurs hebben archiefmateriaal geraadpleegd om ons een betrouwbare indruk te geven over de vervlogen
jaren. Opvallend is hoe van generatie op generatie men in Oudenbosch heeft bijgedragen aan het in stand houden
van de basiliek. Van jong tot oud en van rijk tot arm trachtte men bij te dragen aan het verfraaien en onderhouden
van dit kerkgebouw. Het is dan ook goed te constateren dat de belangstelling voor de kerk als monument toeneemt.
Een stroom van bezoekers vanuit het gehele land en van over onze landsgrenzen bezoekt jaarlijks de basiliek.
Maar meer nog is het goed te constateren dat onze basiliek als parochiekerk in gebruik is door een levendige
geloofsgemeenschap die dit jaar het eeuwfeest vol vreugde en dankbaarheid gaat vieren.
Op het fries in de kerk staat, in het Latijn, ondermeer en volkomen terecht “Door louter geloofszin en milddadigheid
van de parochianen werd ik ter ere van de H.H. Agatha en Barbara gebouwd en zal ik voltooid worden naar het
voorbeeld van de Vaticaanse Basiliek van de H. Apostel Petrus”.
De toevallige samenloop van de honderdste verjaardag van de verheffing tot basiliek van onze parochiekerk en
de vijftigste verjaardag van de opening van het Tweede Vaticaans Concilie in 2012 drukt naast de bijzondere
verbondenheid van de basiliek van Oudenbosch met de Vaticaanse basiliek, ook de opdracht uit te blijven
getuigen van de Blijde Boodschap van Jezus van Nazareth, de Christus en zo mee te werken aan een vitale, open,
hartelijke, nabije en gastvrije kerk.
Moge dit boek bijdragen aan het welslagen van de vieringen rond dit eeuwfeest. De samenstellers en auteurs,
Jan Bedaf, Mark Buijs, Kees Koenraadt, Piet Meijers en Wim Tousain, feliciteer ik van harte met het resultaat.
Pastoor Maickel Prasing,
Rector van de Basiliek van de H.H Agatha en Barbara
Oudenbosch, januari 2012

Heemkundekring Broeder Christofoor Oudenbosch i.s.m. Kerkbestuur Basiliekparochie;  
 

12. Boeknummer: 00013  
Het Brabant van toen. Herinneringen van Westbrabantse mensen
Historie -- Informatie Brabant           (1980)    [Toon Kloet]
Het Brabant van toen. Herinneringen van Westbrabantse mensen

Zo wordt geschiedenis gemaakt
„Herinneringen van Westbrabantse mensen” is steeds de ondertitel geweest van interviews, dertig in getal, die
onder de naam „Het Brabant van toen” tussen september 1979 en mei 1980 in „De Stem” zijn gepubliceerd. De geïn-
terviewden zijn mensen die rond de eeuwwisseling of in de eerste decennia van deze eeuw zijn geboren. Hun herin-
neringen bleken een beeld te geven van het leven in West-Brabant dat vergeten dreigt te raken. Het gaat dan natuur-
lijk niet om de „echte” geschiedenis. Die ligt vast in officiële documenten van allerlei aard. Veel meer komt uit de
interviews naar voren, hoe mannen en vrouwen in die tijd de „echte” geschiedenis hebben beleefd en in een aantal
gevallen - zeker als het om sociale geschiedenis gaat - er hun aandeel in hebben geleverd. Een vergelijking tussen
het begin van deze eeuw en de tachtiger jaren biedt - hoe zou het anders kunnen - een beeld van scherpe tegenstel-
lingen. Een van de duidelijkste tegenstellingen is ongetwijfeld die tussen armoede toen en welvaart nu. Een an-
dere is de gewijzigde onderlinge verhouding tussen mensen: ruim een halve eeuw geleden was het standenverschil
van nature gegeven. Zo leek het althans. Maar uit deze herinneringen van Westbrabantse mensen wordt duide-
lijk, dat zij, ondanks soms vertederende woorden over „Het Brabant van toen,” op hun eigen, bescheiden plaats
vaak strijd hebben geleverd tegen wat in hun ogen onrechtvaardig was. Zo wordt geschiedenis gemaakt.

Uitg. Mij De Stem Breda;  
 

13. Boeknummer: 00014  
Inventaris van het archief van 1551-1810
Overheid -- Gemeente Princenhage           (1996)    [M.A.M. Voermans en H.Adriaans]
Het dorpsbestuur van Princenhage Inventaris van het archief van 1551-1810

INLEIDING
1 algemeen
Na een eeuwenlang bestaan verloor de gemeente Princenhage met ingang van 1 januari 1942 haar zelfstandigheid. De gemeente werd opgeheven en het zuidelijk
gedeelte van het grondgebied (ten zuiden van de spoorweg Breda - Roosendaal) werd gevoegd bij dat van Breda. Op het noordelijk deel werd de gemeente Beek
N.B., sedert 1951 Prinsenbeek, gesticht0. De gemeente Princenhage was de voortzetting van de vroegere heerlijkheid De Hage. Op 16 april 1976 trad een
wet in werking waarbij het gebied van de Haagse Beemden overging naar Breda. Per 1 januari 1997 is de gemeente Prinsenbeek opgeheven en samenge-
voegd met de gemeente Breda. Hiermee is de oude heerlijkheid nu volledig onderdeel van deze gemeente.
Behorend tot de noordelijke rand van het Brabants zandgebied bleef het grondgebied van De Hage lange tijd onbewoond. Eerst in de jongste landbouwperiode
die aanvangt met de Nieuwe Steentijd (circa 2000 voor Christus) vestigden zich mensen in dit gebied. De eerste tekenen van menselijke bewoning, scherven van
een potje die gevonden werden op de zogenaamde Singeltjes van Burgst, dateren uit de IJzertijd (600 - 50 voor Christus) 2e Een andere lokatie met vroege
bewoning is Steenakker. Hier werden sporen gevonden van een woonplaats en Romeins vaatwerk uit de tweede eeuw na Christus. Uit de gevonden aardewerk-
resten mag geconcludeerd worden dat deze plaats reeds voor de komst van de Romeinen bewoond was

Streekarchief De Markkant;  
 

14. Boeknummer: 00015  
Veldnamen in de gemeente Gilze en Rijen. Deel I
Historie -- Toponiemen Gilze-Rijen           (2002)    [Christ Buiks]
Veldnamen in de gemeente Gilze en Rijen. Deel I


VOORWOORD
Het is er toch van gekomen. Het boek VELDNAMEN IN DE GEMEENTE GILZE EN
RIJEN in twee delen, ligt voor u.
Reeds in de beginjaren van onze Heemkring - en wij bestaan dit jaar 25 jaar - was er reeds een werkgroep die zich met deze materie bezig hield. Maar om welke reden dan
ook is er geen werkelijk resultaat bereikt en de werkgroep verdween geruisloos.
De heer Christ Buiks heeft mij eens over dit onderwerp gebeld en toen heb ik het in de bestuursvergadering gebracht. Het bestuur had er wel oren naar en op de eerstvolgende
jaarvergadering werd het onderwerp ter sprake gebracht.
Er bleek onder de leden wel belangstelling te bestaan, Theo van Opstal zou het voortouw nemen om samen met een stel belangstellenden een werkgroep te vormen om dan in
samenwerking met de heer Christ Buiks afspraken te maken over de te volgen werkwijze.
Aan de hand van oude kaarten en het kadaster kwamen al verschillende oude akkernamen naar boven en werden op de kaarten verwerkt. Het reeds bekend zijn van
deze mensen in het gebied kwam daarbij goed van pas. Ieder had een deel van de gemeente waar hij/zij het beste bekend was. Toen volgde gesprekken met de gebruikers,
vooral oudere boeren, omdat zij vaak nog die benamingen gebruikten dan wel zich nog konden herinneren. Dit deel van het werk heeft veel tijd in beslag genomen, maar naar ik
aanneem, ook veel voldoening geschonken aan de werkers.
Daarna begon het werk voor Christ Buiks, al het ingezamelde materiaal te ordenen en te verwerken tussen al de gegevens die hij in de loop van de jaren had verzameld.
Maar voor de heer Crist Buiks was het niet de eerste keer dat hij dat deed, daarbij heeft hij een grote kennis op dat gebied. Ik heb veel respect voor het door hem geleverde
resultaat.
Een kleine werkgroep, bestaande uit Christ Buiks, Jeanne de Hoon, Cees van den Nieuwenhuizen en Ben Robbers, heeft tenslotte vorm gegeven aan de vele gegevens en
gereed gemaakt voor de drukker.
Waar ik heel blij mee ben, is de sponsering, de beide Rabo-banken in onze gemeente, Rabo-bank Baarle-Nassau Gilze, Rabo-bank Dongen Rijen en Interpolis hebben deze
uitgave met een belangrijk bedrag gesponsord. Ook de gemeente heeft, met een flinke subsidie, het mogelijk gemaakt, de verkoopprijs van deze uitgave in twee delen op een
dusdanig bedrag te brengen, dat het geen bezwaar is voor de aanschaf hiervan.
Ik wil een ieder bedanken die op enigerlei wijze aan het tot stand komen van deze uitgave heeft meegewerkt en ik ben enorm trots dat onze Heemkring weer z’n prachtige
uitgave aan de reeds omvangrijke lijst van publicaties kan toevoegen.
Voorzitter Heemkring Molenheide,
Jan Bruikman.

Heemkundekring Molenheide Gilze en Rijen;  
 

15. Boeknummer: 00016  
Breda in Beeld 1860-1940
Historie -- Informatie Breda           (1983)    [Maurits van Rooijen]
Breda in Beeld 1860-1940

voorwoord
Breda is een stad, die gezien mag worden.
Dat is ook met het verleden het geval.
De beelden van deze zo rijk gezegende, historische stad geven ons een inzicht in het ontstaan en de groei van een gemeenschap op allerlei gebied.
Voor de mens van vandaag is het van groot belang daarvan kennis te nemen.
De pen van Maurits van Rooijen en zijn grote kennis van de historie van zijn geboortestad staan er borg voor, dat een verantwoord en ook leesbaar beeld tot stand komt.
Het is dan ook daarom dat onder andere het stedelijk museum gaarne bereid is geweest voor dit project haar foto-archief ter beschikking te stellen.
De Bredanaar zal uit dit boek ongetwijfeld veel lering kunnen trekken en er genoegen aan beleven.
Ir. W. Merkx
Burgemeester van Breda

verantwoording
De vesting wordt gesloopt en Breda slaat de historische weg in om een moderne stad te worden.
De techniek komt en verandert het stadsbeeld: telegraaf en telefoon, gas, water- en elektra-voorziening, de posterij. Er komen goed-georganiseerde voorzieningen als
ziekenhuizen, scholen zwembaden, brandweer en politie, een professionele gemeentereiniging, parken.
Cultuur staat hoog in het vaandel, bibliotheken, een museum, Concordia- en het verenigingsleven bloeit (Bonus bijvoorbeeld). Trouwens, ook minder culturele vormen van
ermaak doen het prima: de café’s, de sociëteiten, het carnaval, de grote feesten. De ellendige woonomstandigheden worden aangepakt. Steeds betere transportmogelijkheden
staan een ruime opzet voor de Bredase uitbreidingen toe en doen het verschil tussen het leven op het platteland en in de stad verkleinen. Maar het verkeer eist op zijn
beurt eveneens ruimte en aandacht. De markten verdwijnen merendeels. Winkelstraten komen er voor in de plaats. Industrie brengt welvaart (Kwatta, Hero, Etna, HKI etc.)
en een enkele keer onrust. Het leven blijft verder gemoedelijk en gezellig met uitzondering van 1914-1918 en de crisisjaren.
Deze ontwikkelingen vormen de rode draad van dit boek. Ze zijn beschouwd vanuit een Bredase invalshoek. Bovendien is een kwart deel van het boek bestemd voor een aantal bij
uitstek Bredase zaken: het katholieke leven, de relatie met het koningshuis, de aanwezigheid van het garnizoen en de K..M.A.
Deze structuur is echter geen harnas en de lezer heeft de mogelijkheid elke willekeurige bladzijde open te slaan en daar te beginnen. Velen blijken die vrijheid zeer op prijs te stellen.

I Duizenden en duizenden foto's heb ik bekeken en daaruit zijn tenslotte een zeshondertal gekozen. De opzet is dat deze foto’s een eerlijk beeld geven van Breda en omstreken in de
periode 1860-1940. Ansichten zijn slechts mondjesmaat opgenomen en materiaal dat reeds in andere boekjes werd geplaatst heb ik zoveel mogelijk gemeden. Soms is de kwaliteit van een
foto niet wat we nu gewend zijn. Dat is geenszins verrassend. De opnamen zijn destijds met eenvoudige apparatuur vervaardigd en soms zijn ze na zoveel jaren vergeeld of beschadigd.
Opmerkelijker zijn de opnamen die een dergelijke hoge artistieke kwaliteit bezitten dat ze de kijker nu nog stil kunnen maken met hun schoonheid.
Foto s vormen een wezenlijk bestanddeel van dit boek, maar beelden alleen kunnen de geschiedenis niet doen herleven. Vandaar de ruim vijftig verhaaltjes die samen een geschreven beeld
vormen, een gelijkwaardige 'partner’ van het fotomateriaal. De ruimte voor deze teksten werd gewonnen door de foto-onderschriften zeer beperkt te houden.

Fouras, juli 1983.

Boekhandel Gianotten BV Breda;  
 

16. Boeknummer: 00017  
Smokkelen in Brabant. Een grensgeschiedenis 1830-1970
Historie -- Informatie Brabant           (1988)    [Paul Spapens, Anton van Oirschot]
Smokkelen in Brabant. Een grensgeschiedenis 1830-1970

Ter inleiding
Zeer toevallig zijn de twee auteurs van het boek "Smokkelen in Brabant" tot elkaar gekomen. Toen het
"Kapellenboek" van Paul Spapens op de Persclub Bourgondië in Tilburg werd geïntroduceerd en Anton
van Oirschot juist de laatste hand had gelegd aan zijn "Encyclopedie van Noord-Brabant", kwam terloops
naar voren dat we beiden, los van elkaar, bezig waren aan een nieuw onderwerp: smokkelen in Brabant.
Het zou natuurlijk onzin zijn om twee boeken over hetzelfde onderwerp op de markt te brengen. Bovendien
bleek al gauw dat we met de onderwerpen elkaar zouden aanvullen. Vandaar dat we elkaar snel gevonden
hadden: Paul Spapens heeft de periode van 1900 tot 1970 beschreven en Anton van Oirschot de periode van
1830 tot aan de eeuwwisseling.
Er werd duidelijk gekozen, afgezien van een historisch aanloopje, voor de periode 1830-1970. Vanaf
1830, omdat toen een (nieuwe) scheiding van Nederland en België begon, waarna de grens in 1839 een
definitieve vorm kreeg, al bleven er grote gaten bestaan. En waar een grens is, kan gesmokkeld worden. Tot
1970 met de invoering van de EEG, omdat we gekozen hebben voor de "romantische" periode in de
smokkelarij waaraan toen een einde was gekomen, en niet voor de criminele smokkel zoals die hedentendage
met grote regelmaat in de publiciteit komt.
De zoutsmokkel werd in de tweede helft van de vorige eeuw de eerste georganiseerde vorm van smokkelen,
voor velen een bijna noodzakelijke manier om iets bij te verdienen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kregen
de grote aantallen smokkelaars te kampen met de beruchte electrische draad, die de Duitsers langs de
Nederlands-Belgische grens optrokken, maar die toch door de smokkelaars werd getrotseerd. Tijdens de
crisisjaren was het smokkelen wederom voor velen broodnodig. Gedurende de Tweede Wereldoorlog gingen
enorme partijen tabak de grens over. Na de bevrijding ging het verder met het smokkelen, waar zich zelfs de
geallieerde militairen druk mee bezighielden. In Nederland was een grote vraag naar allerlei luxe zaken.
Vee werd in grote aantallen naar België gebracht. En toen kwam de botertijd met de pantserauto’s en
kraaiepoten. De strijd werd steeds grimmiger. De kleine smokkelaar met de pungel op zijn schouder kwam
er niet meer aan te pas: de min of meer ongevaarlijke en vooral avontuurlijke en romantische smokkelperiode
liep zoetjesaan ten einde.
Dikwijls - zo wordt ook in dit boek verhaald - was het smokkelen "meer dan een spel, meer dan een soort
sport, een opwindende bezigheid". Men zag het in het Brabantse grensgebied niet als een (grote) zonde of
vergrijp. De smokkelaar van toen bestaat niet meer. Die komt alleen nog maar voor in de vorm van een
"pungelaarsbeeldje" van de zijn kraaiepoot-wapen tegen de achtervolgende douaniers als
"kraaiepoot-monument", zijn grensovergangen als "toeristische smokkelroutes". En dan zijn er natuurlijk
nog de verhalen, waarvan er dit boek talloze geeft. Ter bescherming van hun privéleven, hebben we de
namen van de smokkelaars die ons hun verhalen hebben verteld, niet in het boek opgenomen. We zijn tot
1970 gegaan. Ook tegenwoordig wordt nog volop gesmokkeld, maar zonder de romantiek die de periode
1830-1970 kenmerkte.
Dit boek heeft niet de pretentie wetenschappelijk te zijn; we hebben op een populaire manier een stukje
geschiedenis van het smokkelen in het Brabants-Belgisch grensgebied op papier willen zetten. Het smokke-
len was immers een -weliswaar geheimvolle - zaak van het volk, dat de gaten in de grens had gevonden en
daar dankbaar gebruik van maakte.
We hebben van vele kanten alle mogelijke medewerking verkregen, allereerst van Piet Horsten, die voor ons
bijna alles wat in het archief te vinden was, opspeurde, evenals Zjèn Spapens. Van het Belastingmuseum
Prof dr. Van der Poel te Rotterdam, van het Gemeente Archief Tilburg en de Openbare Bibliotheek
aldaar, van heemkundekringen in Brabant. We danken alle gewezen smokkelaars, die openhartig hun
verhalen vertelden, en zeker ook de douaniers en kommiezen uit Nederland en België. Onze dank gaat ook
uit naar Harry Franken, die zijn liedjesarchief voor ons openstelde en niet te vergeten naar Frans Huijbregts
van Drukkerij De Kempen en al die anderen die ons met raad en daad terzijde hebben gestaan. We hopen
dat we in onze opzet zijn geslaagd.
September 1988
Paul Spapens
Anton van Oirschot

De Kempenpers Hapert;  
 

17. Boeknummer: 00018  
Van Houtse Akker tot de Hoge Moer. Een inventarisatie van de collectie Jac. Verhagen. Erfgoedrapport Breda nr. 94
Historie -- Informatie Breda           (2012)    [drs. R.A. Houkes]
Van Houtse Akker tot de Hoge Moer.

Voorwoord
Dit rapport van drs. Rob Houkes heeft een lange voorgeschiedenis. Zo'n tien jaar geleden was het één van de doelstellingen van het Provinciaal Depot Noord-Brabant om
particuliere archeologische collecties te monitoren om te voorkomen dat deze versnipperd zouden raken. Immers de generatie amateurarcheologen die in de jaren '50 en '60
belangrijke vondsten hadden gedaan begon op leeftijd te raken. Vanaf dat moment was Jac. Verhagen in beeld. Het belang van zijn collectie was onder meer door zijn
uitgave van "Prehistorie en vroegste geschiedenis van West-Brabant." uit 1984, in archeologisch Brabant al bekend.
Door de inzet van Gérard de Laat, Barbera Putters en Nobert Verhagen, de zoon van Jac., is deze collectie, inclusief de nauwgezette documentatie, behouden gebleven. Jac.
had overigens een vooruitziende blik door het in de jaren '90 al te legateren aan het Breda's Museum, maar dat was niet bij alle belanghebbenden bekend.
Door een goede samenwerking met het Breda's Museum, in de persoon van directeur Jeroen Grosfeld, kon het materiaal opgeslagen en verwerkt worden in het archeo-
logisch depot van de Gemeente Breda. Tenslotte heeft Johan Hendriks, hoofd van het toenmalige Bureau Cultureel Erfgoed, zich sterk gemaakt voor de financiering van dit
project.
Een apart woord van dank nog voor de tekenaars van het vuursteen en aardewerk, Hen Brekelmans en John Harmanus. Hen heeft het eindresultaat niet meer kunnen
meemaken, maar hij zou er trots op zijn geweest.
We hebben hiermee aan de wensen van Jac. voldaan; een toegankelijke en adequaat beheerde collectie, onvervreemdbaar en te gebruiken voorwetenschappelijke en
educatieve doeleinden.
Medewerkers Erfgoed, Afdeling Ruimte

Gemeente Breda;  
 

18. Boeknummer: 00019  
Groot Karnavalsboek
Bak-van-boemeldonck -- Algemeen           (1977)    [H. Dirven, K. Nagelkerke]
Groot Karnavalsboek. Karnaval in Boemeldonck

VOORWOORD
De BAK van BOEMELDONCK heeft al veel georganiseerd dat met karnaval te maken heeft, maar een groot karnavalsboek uitgeven was nog iets nieuws en dus iets anders.
Met behulp van enkele tientallen schrijvers, uit alle geledingen van diezelfde BAK, zowel in als buiten Boemeldonck, met behulp van de vele goede fotografen uit
ons eigen Boemeldonck, met behulp van een lay-out-verzorging en drukwerk van PERFEKT zijn we er echter in geslaagd. En naar we hopen tot Uw tevredenheid!
De eindredactie wilde in dit Groot-Karnavalsboek twee zaken duidelijk stellen:
-Karnaval is een fijn en goed feest, waarin de typische waarden als verbroedering, zinvolle ontspanning en creatief bezig zijn van een groot volksfeest besloten liggen.
Het is dus ten volle te verdedigen en verantwoord om zich inspanningen te getroosten om het echte karnaval te behouden.
-Het karnaval in Boemeldonck kent zowel een eigen geschiedenis van elf jaar, als een uitgebreide voorgeschiedenis; zowel het een als het ander is een beschouwing meer dan waard.
Het is nu juist 550 jaar geleden dat een echte "RAAD van ELF" het uitgestrekte Hertogdom Brabant bestuurde. De jonge hertog, die toen zijn vader zou moeten opvolgen was
nog maar elf jaar, en Zeven Brabantse steden en Vier machtige Brabantse abdijen vormden met hun Elven het Bestuur.
Het is nu 11 jaar geleden dat een echte "RAAD van ELF" het uitgestrekte Karnavalsrijk Boemeldonck begon te besturen. De eerste Prins was RENIER en hij werd ondertussen
al door vijf andere Prinsen opgevolgd. Hoewel de leden van de Karnavals-Raad van Elf in die elf jaar ook wisselden, bleef de continuiteit in het aanvoeren van de
leut gewaarborgd.
En zo kunnen we doorgaan, maar daarvoor is dit Groot-Karnavalsboek, waar U kennis zult maken met de West Brabantse Karnavalsvierder, waarvan de Boemeldonckers zonder
twijfel de prachtigste exemplaren zijn.
Want die Boemeldonckers, die kostelijke figuren, die zijn de dragers van de echte en ware karnavalsgedachte, omdat zij in hun hart gebleven zijn, die Brabanders
met hun onuitroeibare drang naar de gulle hartveroverende lach, naar de gemeenschappelijke vreugde en vooral naar de ware en volle levenskunst.
Daardoor scheppen zij levensvreugde om zich heen. Daarvoor bouwen en sjouwen zij maanden van te voren, om die geweldige Boemeldonckse optocht mee tot stand te brengen.
Daarom hebben de Boemeldonckers al meer dan zestig karnavalsverenigingen opgericht, omdat zij elkaar niet missen kunnen.
De eindredactie heeft dan ook getracht om in dit Groot Karnavalsboek aan deze gedachte gestalte te geven, en daardoor het ernstige in woord willen vermengen met de
heerlijke kolder, zoals die is vastgelegd door de fotografen. Want waar woorden tekort schieten, spreekt het beeld voor zichzelf.
HET BAK BESTUUR
voorzitter Theo Schipper
secretaris Herman Dirven
penningmeester Mart Hennekam
lid Dagelijks Bestuur Kees Nagelkerke

BOEMELDONCK
Net voor het eerste grote karnavalsfeest van 1967, georganiseerd door de B.A.K. werd de karnavalsnaam BOEMELDONCK algemeen goed.
Kort na karnaval, n.l. op 19 febr. 1967 verscheen over deze naam in de Gertrudisklok de uitleg, welke wij hier nog eenmaal graag overnemen:
BOEMELDONCK is een herdoping van onze gemeentenaam Prinsenbeek, tijdens het eerste regeringsjaar van Prins RENIER I en zijne eerste Raad van Elf in-en vastgesteld.
Lang is er gezocht en gewroet in de zo eenvoudige geschiedenis van ons kleine dorpje, om een gepaste karnavaleske naam te vinden. Maar buiten het feit dat Beek in oude
tijden geschreven werd als Beeck, konden we in de geschreven bronnen niets anders vinden dan éénmaal "Donck", waarmede kennelijk het huidige centrum van de Beek werd bedoeld.
Totdat bij toeval iemand de naam "Boemeldonck" liet vallen.
En ja, dat was het! En het gekke is, dat de geestelijke vader van deze naam absoluut onvindbaar is. Of zou je moeten zeggen: dat is nou echt karnaval, niemand weet waar de
naam vandaan komt en iedereen accepteert hem volkomen.
Het woord boemelen heeft voor ons een tweeledige betekenis:
1. BOEMEL heeft te maken met boemeltrein en dat berust weer op het feit dat Prinsenbeek zo rijk is aan spoorwegen en overwegen en wat belangrijker is: vroeger had
Prinsenbeek drie stations.
De naam van ons dorp was toen nog kortweg BEEK en de stations werden HALTE'S genoemd voor de BOEMELTREINEN.
Maar de BEEK had drie stations, en dat was meer dan welke plaats in Nederland ook. Zelfs Amsterdam had in die tijden slechts twee stations.
Die drie stations lagen aan de Zanddreef bij 't Liesbos, aan de Mr. Bierensweg op Overbroek en aan de Spoorstraat bij Burgst.
En heus, daar stopten op alle drie stations per dag meerdere BOEMEL-treinen. Zo kon men dus vanuit de Beek per trein naar Breda, Roosendaal en Dordrecht. Onze voorouders
maakten van deze drie stations druk gebruik om hun boter en eieren naar de "botermert" in Breda te brengen, of om familiebezoeken af te leggen, enz.
2. BOEMELEN is slenteren, op je gemak aan doen, van herberg naar herberg lopen. En dat is iets wat wij met zijn allen bewezen hebben goed te kunnen zonder extreme uitspattingen,
zonder excessen of zonder vervelende (kermis) pottenkijkers of herrieschoppers van buitenaf. Iedere Boemeldoncker is gebleken een rechtgeaarde karnavalsvierder te zijn.
Niet alleen dit jaar, maar ook nog hopelijk vele jaren hierna.
3. DONK: letterlijk meestal een kleine hoogte in de omgeving van laag(veen) gebied. In en rond Prinsenbeek zijn precies elf van deze donken nog bekend.
Halderdonk, Ependonk en Essendonk (deze drie in Halle), Verdonk en Hoogdonk (in Wijmeren), Hooiendonk (Oeyendonck), Velddonk en Hondsdonk (in Haagse Beemden Oost), Gageldonk
en tenslotte De Donck is kom Prinsenbeek.

BOEMEL + DONCK
PRINSEN BEEK
beide namen hebben uiteraard elf letters.

BAK Boemeldonck;  
 

19. Boeknummer: 00020  
Cultuurhistorische Landschapsinventarisatie Gemeente Breda
Historie -- Erfgoed Breda           (2006)    [dr. K.A.H.W. Leenders]
Cultuurhistorische Landschapsinventarisatie Gemeente Breda. Erfgoedrapport Breda nr. 1

TEN GELEIDE
Weten waar je het over hebt. Eenieder die zo’n uitspraak hoort zal dat direct beamen. Soms tegen beter weten in. Natuurlijk zijn er sommige plannenmakers
en ontwerpers die doen alsof ze een tabula rasa in de schoot geworpen hebben gekregen, een leeg veld dat ze mogen bombarderen met doosjes van allerlei aard
en formaat. Maar ik wil niet geloven dat zij dat doen óndanks hun kennis van de historie van dat gebied. Het is wel makkelijk natuurlijk, net doen alsof alles wat
er ooit was geen waarde meer vertegenwoordigt; alsof het verleden geen enkele waarde heeft voor de toekomst.
Gelukkig is het tij aan het keren. Het Rijk probeert, via financiële middelen uit het Belvédère project, het verleden als aanknopingspunt aan te bieden voor mo-
derne ontwikkelingen. ‘Behoud dóór ontwikkeling’ wordt dat genoemd. En er zijn best veel projecten die Belvédère gelden mogen ontvangen, zodat mét dat geld
het verleden een plek krijgt in een nieuwe situatie. Laten we hopen dat het hier om een overgangsfase gaat; dat overeen aantal jaren het Rijk niet meer met een
vette geldbuidel hoeft te zwaaien om plannenmakers en projectontwikkelaars zover te krijgen dat ze überhaupt rekening houden met het verleden; dat er een
tijd komt waarin het verleden écht een rol krijgt in de ruimtelijke ordening.
Maar daar is wel wat voor nodig: kennis. De gemeente Breda is begonnen met een algehele inventarisatie van haar cultuurhistorisch erfgoed. Vóór 2010 willen
we echt weten welke gebouwen monument waardig zijn en willen we ook een beter inzicht te hebben in datgene wat vanuit een (heel) ver verleden aan onze bodem
is toevertrouwd en al datgene waarvan we nu niets meer merken. De bijdrage van dr. Karel Leenders kan dan ook nauwelijks overschat worden. Hij brengt in het
kader van dit ‘wetenschapsbeleid’ de inventarisatie van het cultuurhistorische landschap voor het voetlicht, waarbij en passant het historische landschap wordt
gereconstrueerd en bovendien wordt aangegeven wat er nog van de cultuurhistorische landschapselementen als relict bewaard is gebleven. Al deze gegevens
zijn niet alleen op schrift gesteld, maar ook op twee cd-roms op Gis-basis meegeleverd. Betekent dit nu dat de plannenmakers er met dit werk vandoor kunnen
gaan? Neen. Want Leenders geeft geen waarden oordelen. Hij zegt niet welk element belangrijker is en welk relict wel kan worden opgeruimd. Dat is een taak die
aan de beleidsmakers voor het erfgoed is voorbehouden. Eén ding staat echter als een paal boven water: zonder deze inventarisatie was die taak nauwelijks te
volbrengen. Want lang niet iedereen weet wat er allemaal (nog) is.
Johan Hendriks
Hoofd Bureau Cultureel Erfgoed
Vakdirectie Cultuur

Gemeente Breda. Vakdirectie Cultuur;  
 

20. Boeknummer: 00021  
Bredase akkers eeuwenoud
Historie -- Erfgoed Breda           (2004)    [Redactie o.l.v. C.W. Koot, R. Berkvens]
Bredase akkers eeuwenoud. 4000 jaar Bewoningsgeschiedenis op de rand van zand en klei. Rapportage Archeologische Monumentenzorg 102. Erfgoedstudies Breda nr 1. Met CD

Voorwoord
In Breda, dat bekend staat als de stad van de Nassaus, is nog veel historie in het stadsbeeld herkenbaar. Breda-West daarentegen is de laatste jaren door grootscha-
lige nieuwbouwprojecten en de aanleg van nieuwe infrastructuur als de HSL en de verbreding van de Al 6 volledig veranderd. Van oorsprong was dit gebied sterk
agrarisch. Het Bredase landschap was het resultaat van een eeuwenlang verfijnd samenspel tussen de boer, zijn dieren, de natuur en het milieu. In de twintigste
eeuw veranderde het landschap in een tuinbouwgebied en tenslotte in een bedrijventerrein. Namen als Steenakker, Huifakker, Emerakker en Kesteren, die al voor-
komen vanaf de Middeleeuwen, vertellen over het ontstaan en het gebruik van het landschap. En voor wie er nog oog voor heeft, geven deze namen blijk van een le-
vend verleden.

Het is de verdienste van Guido van den Eynde - van 1984 tot en met 2001 stadsarcheoloog van Breda - dat de opgravingen in een betrekkelijk korte tijdsspanne
zijn uitgewerkt en in boekvorm kunnen verschijnen. Toen er begin jaren negentig plannen waren om in Breda-West nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen, greep
hij de gelegenheid aan om onderzoek te doen naar het bodemarchief in het buitengebied. Het gemeentebestuur toonde zich ten volle bewust van zijn verantwoorde-
lijkheid voor het Bredase culturele erfgoed door deze opgravingen mogelijk te maken. In een prijzenswaardige en enthousiaste samenwerking met talloze vrijwilli-
gers van binnen en buiten onze gemeente, met studenten van verschillende universiteiten en archeologen van onze eigen afdeling archeologie zijn de opgravingen
uitgevoerd. De zo vele handen die zijn uitgestoken om het onderzoek tot een goed resultaat te brengen, tonen aan dat geschiedenis leeft in onze gemeenschap.

De resultaten van het onderzoek waren boven verwachting. Archeologisch was er tot op heden weinig bekend over de vroegste bewoningsgeschiedenis van het weste-
lijk deel van de provincie Noord-Brabant. Deze kennislacune was vooral te wijten aan het tot voor kort vrijwel ontbreken van archeologisch nederzettingsonderzoek
in deze regio. De opgravingen in Breda-West, waarbij nederzettingssporen vanaf de Midden Bronstijd tot in de Late Middeleeuwen zijn aangetroffen, vormen een
eerste belangrijke aanzet voor de opvulling van deze gesignaleerde lacune en illustreren duidelijk het archeologisch potentieel van de regio. Dankzij de resultaten
van de opgravingen in Breda-West kan de kennis van de geschiedenis van Breda nu in één klap met meer dan 3000 jaar worden uitgebreid. Dit onderzoek stelt ons
in staat om een boeiend inzicht te geven in het leven van zijn bewoners vanaf de prehistorie tot in de Late Middeleeuwen. De betekenis daarvan reikt tot ver buiten
de grenzen van onze gemeente. Negen jaar na het begin van de opgravingen in de omgeving van het NAC-stadion op Emerakker is het tijd voor een publicatie over
de archeologische vondsten die in Breda-West zijn gedaan.

De grootschalige nieuwbouw en infrastructuur in het westen van Breda betekenden een forse aantasting van het oude cultuurlandschap. De archeologische begeleiding
hiervan vormde enerzijds een enorme uitdaging voor de archeologische monumentenzorg en anderzijds een mogelijkheid om de achterstand in de archeologische ken-
nis over de bewoningsgeschiedenis van West-Brabant in te lopen. Het werk is echter nog niet af. Op sommige plaatsen kan en moet nog verder onderzoek worden ver-
richt. Dat vraagt tijd, geld en energie. Op andere plaatsen is het mogelijk om het archeologisch erfgoed te behouden en te beschermen, zodat het als een bron van
kennis bewaard blijft. Daarnaast dient een zichtbaar en herkenbaar verleden ook als bron van inspiratie en is het een reden om trots op te zijn voor de mensen die
er nu wonen en werken. Het verrassend rijke bodemarchief dat tevoorschijn is gekomen tijdens de opgravingen, vraagt om een coherente visie voor het onderzoek
van bedreigde vindplaatsen in de toekomst. Daarbij dienen beheer en onderzoek binnen een regionaal kader te worden geplaatst waarbij het cultuurlandschap het
uitgangspunt is.

Dit boek is ook een blijk van de rijke geschiedenis van Breda en het maakt onze gemeente nog meer tot een bijzondere woonplaats met een bijzonder karakter. Ik
wens U veel genoegen bij het lezen van deze belangwekkende publicatie die hopelijk gevolgd zal worden door een vervolgpresentatie van de resultaten van het ver-
dere archeologische onderzoek in onze gemeente. De geschiedenis van Breda-West en de mensen die er geleefd hebben is hierbij vastgelegd. Dat is van belang voor
hen die al tijden hier wonen, maar ook voor alle nieuwkomers. Het biedt een mogelijkheid om zich hier verder thuis te voelen.

Drs. A.C.A.M. Adank
Wethouder Economische zaken, Cultuur en Grondbedrijf, gemeente Breda

Gemeente Breda Breda/Rijksdienst voor het Oudheidkunidg bodemonderzoek;  
 

21. Boeknummer: 00022  
Beschrijving van de Vrije Heerlijkheid Etten, Leur en Sprundel
Historie -- Etten-Leur           (2017 ?)    [Nuyts Pieter Piersz, bewerkt door Aertssens C.J.W.]
Beschrijving van de Vrije Heerlijkheid Etten, Leur en Sprundel
Pieter Piersz. Nuyts Schout van 1673 tot 1709

Voorwoord
Beste lezer(s),
Sedert een geruime tijd is er een plan geweest om te komen tot een stuk geschiedschrijving van ons mooie dorp. En waar moet je dan beginnen? Rond
het jaar 1200? Of iets later, zo rond 1400?
We weten wel dat er in die tijd het een en ander gebeurde met betrekking tot de turfwinning. Als we het boek: Ontdekkingstochten in West-Brabant
lezen dan is er in 1332 de eerste vermelding van de Leurse turfvaart. Maar wat doe je als je aan het neuzen bent in oude documenten, als je ‘alles’
wilt weten over je dorp, en je komt als het ware een kompleet boek tegen? Een schriftelijk verslag, geschreven door een tijdgenoot.
Een beschrijving van Etten en Leur en Sprundel uit het einde van de 17e eeuw door Pieter Nuyts, schout van Etten etc. Ook schreef hij op wat hij
wist of had gehoord uit de overlevering. De bewerker van dit boek heeft zijn hart kunnen ophalen. Oude (topografische) namen of benamingen die we
nog steeds gebruiken, zoals Den Hil, of ’t Wipend, of Attelaken, letterlijk en woordelijk beschreven alsof je er zelf bij bent. Geen wonder dat de
bewerker vond dat veel meer mensen hier kennis van moesten kunnen nemen. Als je ook maar iets voelt voor je eigen geschiedenis, of van die van de
plaats of dorp waar je geboren bent, of waar je (nu) woont, of vandaan komt, dan is dit boek een ‘must’. Wat een werk en tijd hij had verzet om tot
alle feiten te komen om deze zo waarheidsgetrouw mogelijk aan het papier toe te vertrouwen.
Ik heb alle bewondering voor de volhardendheid waarmee hij te werk is gegaan.
Ik beveel dit boek dan ook van harte aan en wens u veel leesplezier.
Namens de Stichting Adriaan van Bergen
Jan van Harssel

Heemkundekring Jan Uten Houte en Stichting Adriaan van Bergen;  
 

22. Boeknummer: 00023  
Het leven en werk van Jan Strube (1892-1985)
Personen -- Personen q-r-s-t-u           (2007)    [Joosen Anton]
Het leven en werk van Jan Strube (1892-1985)

Voorwoord
Gedurende zowat mijn hele leven ben ik elke dag de spoorwegovergang overgestoken, aan de
Zanddreef nabij het Liesbos. Daarbij passeerde ik dan altijd het romantisch gelegen huisje van de
kunstenaar Jan Strube, pal naast het spoorhuis. Zo nu en dan zag ik hem wel eens in de tuin. Ik heb
hem nooit gesproken, ik heb nooit een voet in zijn tuin of zijn huis gezet. Ik heb eigenlijk niet meer
dan een vaag beeld van een oude man met zilverkleurig haar en een wollen vestje aan. Ik herinner me
dat hij altijd op klompen liep en dat ik dat raar vond voor een kunstenaar, die bovendien ook nog een
Amsterdammer bleek te zijn. Nee, ik kan eigenlijk niet zeggen dat ik Jan Strube gekend heb.
Maar nu, ruim twintig jaar na zijn overlijden, ken ik hem beter dan tijdens zijn leven. Aanleiding tot
dit boek was het eerder gepubliceerde boek “Herinneringen aan de Zanddreef', waarbij ik een bezoek
aan het huis van Jan Strube bracht. Tot mijn verrassing woonde daar Strube’s kleindochter Ineke, die
mij het een en ander over haar grootvader vertelde en iets van zijn werk liet zien....
Ik was meteen enthousiast.
Een Amsterdammer die zó verknocht was aan het Brabantse land dat hij er heel zijn lange leven als
kunstenaar heeft gewoond en gewerkt, verdient het om vereeuwigd te worden voor het nageslacht. Jan
Strube, zo ontdekte ik al gauw, heeft honderden litho’s, houtsneden, tekeningen en schilderijen
nagelaten. De meeste werken hangen aan de muren van particulieren, maar ook in musea zelfs tot over
onze landsgrenzen. Verder zijn er enkele belangrijke verzamelaars die een omvangrijke collectie
Strube’s hebben.
Gedurende drie jaar heb ik gegevens verzameld over de mens en de kunstenaar Jan Strube. Langzaam
vormde zich het beeld van deze man die al op achttienjarige leeftijd zijn eerste bezoek bracht aan
Breda en er verliefd raakte. Verliefd op Brabant, op Breda en op het Leurse meisje Dina Bogers, die
later zijn toegewijde vrouw zou worden. Strube is in zijn directe omgeving vooral bekend geworden
als de schilder en lithograaf van het Brabantse landschap en de Brabantse mens. Het valt ook niet te
ontkennen dat misschien tachtig procent van zijn werk Brabants is. Maar de overige twintig procent
zijn zeker zo interessant. Strube in Parijs, Strube in Vlaanderen. Strube in Noord Holland, in Zeeland
en in Limburg. Ik heb Jan Strube postuum leren kennen als een rustige, ietwat eigenzinnige man. Een
harde werker, met maar weinig wensen voor zichzelf. Een man die zijn ontspanning zocht in zijn tuin,
in pianospelen en lezen. Maar bovenal een man die vooral werkte. De achter in dit boek opgenomen
catalogus is niet meer dan een poging om al zijn werk op te sporen, te dateren en te rangschikken. Ik
ben mij er terdege van bewust dat de catalogus niet volledig is. Ik weet zeker dat er zo hier en daar nog
belangrijk, eenmalig werk van Strube een muur van een huiskamer siert. Jan Strube hield het allemaal
niet zo bij. Dat vond hij niet belangrijk. Hij wijdde zijn gehele lange leven aan het maken van mooie
dingen en daar was wat hem betrof de kous mee af. Jan Strube rekende zichzelf tot de Populisten. Een
stroming die hij in de jaren dertig vorm gaf door samen met Louis Singer de “Populistenkring”op te
richten. Kunst voor het volk, dat was wat zij nastreefden. Volkse taferelen en herkenbare
onderwerpen. Alledaagse dingen, zoals het leven in de stad of op het platteland. Markten, kennissen,
werken op het land, stillevens, oude boerderijtjes, stille straatjes. Jan Strube deed het op zijn manier.
Met een herkenbare stijl, die hij heel zijn leven heeft vastgehouden. Heel af en toe permitteerde hij
zich een uitstapje in stijl of onderwerp, maar die behoren tot de uitzonderingen. Enkele voorbeelden
daarvan zijn: Don Quichot. Ik ruik Menschenvlees. Droogbloemen, Ziende blind en de Poppenkast Jan
Kabaal. Het zijn welhaast “On-Strubiaanse” werken, maar daarom niet minder interessant. Ik heb mij
met veel plezier in het leven en werk van Jan Strube gestort en ik wens u allen evenzoveel lees- en
kijkplezier.
Anton Joosen

Debieb/ Anton Joosen;  
 

23. Boeknummer: 00024  
Bredanaars in beeld
Historie -- Informatie Breda           (1997)    [Duijghuisen Marcel]
Bredanaars in beeld

Inleiding
De eerste foto in mijn persoonlijk fotoalbum is een afbeelding van mijn vader, samen met zijn broers op en achter de ploeg. Ik kreeg die jaren
geleden van een van mijn ooms, omdat hij me wilde laten zien hoezeer ik op hem leek. Het klopte.
In het boek dat voor u ligt wemelt het van de mensen en situaties die u bekend zijn, waarin u zichzelf herkent of die een gevoel van verrassing
oproepen omdat ze u onbekend waren.
Het bovenstaande is ook de reden dat het Gemeentearchief Breda aan deze uitgave heeft meegewerkt. Alles wat in onze depots ligt maakt als
het ware onderdeel uit van het collectieve geheugen van de stad. En wat heb je nu aan een geheugen als daar geen gebruik van gemaakt wordt.
Een fotoboek is een middel om herinneringen te delen. U zult dat ongetwijfeld zelf vaak genoeg ervaren hebben.
Wat nu voor u ligt is nog geen procent van het totale foto- en negatievenbestand van het Bredase gemeentearchief. Mocht u
nieuwsgierig zijn naar de rest, dan bent u van harte welkom. Zoals gezegd, wij zijn er voor u.
En met u bedoel ik ook al diegenen die pas sedert kort deel uitmaken van de gemeente Breda, de inwoners van de voormalige gemeenten
Prinsenbeek. Teteringen en Nieuw-Ginneken. Ook zij zullen zichzelf bij wijze van spreken tegenkomen.
Het verzorgen van een dergelijke uitgave is geen sinecure en ik bedank dan ook mijn medewerkers - hun namen treft u aan op de binnenflap -
voor de extra inspanning die zij geleverd hebben om dit boek tol stand te brengen. Tevens bedank ik de corrector Wil Sterenborg. Ik hoop dat u
hetzelfde plezier en het beetje spanning zult beleven aan het bekijken van dit boek als zij hadden bij de samenstelling ervan.
Ook dank ik Ton Gunsing en Paul van Orsouw van Boekhandel Gianotten. die het voortouw en daarmee het risico hebben genomen voor
deze uitgave. De samenwerking met hen liep gesmeerd. Datzelfde geldt voor de contacten met drukkerij Gianotten.
Ten slotte, in 2002 zal Breda zijn 750-jarig bestaan vieren als een ‘stad met karakter'. Wat mij betreft is de presentatie hier van al die
karaktervolle 'Bredanaars in beeld' een opmaat naar die festiviteiten.
Marcel Duijghuisen
vakdirecteur IMA / gemeentearchivaris

Boekhandel Gianotten Breda ism Gemeentearchief Breda;  
 

24. Boeknummer: 00025  
Breda door de eeuwen heen
Historie -- Informatie Breda           (1996)    [Gemeentearchief Breda]
Breda door de eeuwen heen

Het gemeentewapen van Breda is rood met drie schuinkruisjes van zilver. Het schild wordt aan de
achterzijde vastgehouden door een engel en aan weerszijden door twee leeuwen. Het geheel is geplaatst op
een burcht in natuurlijke kleuren.
Het rode wapenschild met de drie zilveren schuinkruisjes komt voor het eerst voor in 1203 op het zegel van Godfried
van Schoten, heer van Breda. Het is waarschijnlijk een geslachtswapen of familiewapen geweest. De schild-
houders dateren van latere tijd.
De gemeentevlag van Breda is een rode vlag met op het midden drie witte schuinkruisjes. Bij bijzondere
gelegenheden kan er boven deze vlag een oranje-wit-blauwe wimpel gehesen worden.

BREDA STAD...
De naam Breda komen we voor het eerst tegen in een oorkonde uit 1125. De naamsverklaring
is simpel: een gehucht aan de brede rivier de Aa, dus Breda. Een oorkonde uit 1198
vermeldt een castellum, een primitief kasteel. Een bijzonder jaartal is 1252. Breda krijgt
dan stadsrechten van Hendrik IV van Schoten. Het jaar 2002 wordt dus zeer bijzonder
voor Breda!

Afdeling Communicatie Bestuursdienst Gemeente Breda;  
 

25. Boeknummer: 00026  
Een bijzonder stukje Bredase Binnenstad
Historie -- Informatie Breda           (2002)    [Gerard Otten, Jan Kamphuis, Kees van Roon, Ester Vink, Walter van de Calseyde]
Een bijzonder stukje Bredase Binnenstad

BETER TEN HALVE GEKEERD . .
In een dynamische stad als Breda, en zeker in het dichtbebouwde en intensief gebruikte stadshart, hebben talloze panden in de loop der tijd ingrijpende verande-
ringen ondergaan, zoals splitsing, samenvoeging, verbouwing en sloop. Zeker in de periode na de Tweede Wereldoorlog woog het economisch en praktisch belang vrijwel
altijd zwaarder dan het (cultuur-)historisch belang. Veel gebouwen zijn door die ongeremde vernieuwingsdrift ernstig verminkt; andere zijn nog slechts te bewonderen
op oude illustraties.
De laatste jaren is er weer meer aandacht en geld voor het behoud van panden die vaak al heel lang het gezicht, en daarmee het karakter van Breda bepalen. Zo stelde
de gemeente begin 2001 in haar nota 'Gekoesterd karakter7 vast dat er een onderzoek moest worden gedaan naar de bouwhistorische kwaliteiten van de circa 650 historische
panden in de binnenstad. Extra aanleiding daarvoor was de commotie vanwege de sloop van enkele waardevolle panden in het stadshart. De gemeente beschikte daar-
bij niet over harde (bouw-)historische gegevens om een sloopvergunning te kunnen weigeren.
Het doel van het 'Bouwhistorisch Onderzoek Binnenstad' (BOB) is het achterhalen en (digitaal) vastleggen van belangrijke historische gegevens van panden waarvan dik-
wijls uit onwetendheid niet wordt vermoed wat de bijzondere waarde ervan is.
In 2002 is bij wijze van proefproject een historisch en bouwhistorisch onderzoek gedaan naar 25 panden en hun bewoners in het blok bebouwing tussen de Haven-
Vismarktstraat-Havermarkt-Potkanstraat. Dit proefproject leverde veel en soms verrassende informatie op.
In deze uitgave komt een selectie uit dat materiaal aan bod.

Afdeling Welstand, Achitectuur en Monumenten Gemeente Breda;  
 

26. Boeknummer: 00027  
Definitieve uitslagen Gemeenteraadsverkiezingen 27 november 1996
Overheid -- Verkiezingen           (1996)    [Bestuursdienst Gemeente Breda]
Definitieve uitslagen Gemeenteraadsverkiezingen 27 november 1996

Inhoud
Tabel
1. Uitslagen verkiezingen gemeenteraad 1994 en 1996
2. Toewijzing zetels Gemeenteraad Breda 1996
3. Procentuele verdeling van de uitgebrachte geldige stemmen per wijk over de politieke partijen Gemeenteraadsverkiezingen 1996 en 1994)
4. Verdeling van de uitgebrachte geldige stemmen per stemdistrict over de politieke partijen (Gemeenteraad 1996)
5. Procentuele verdeling van de uitgebrachte geldige stemmen per stemdistrict over de politieke partijen (Gemeenteraad 1996)
6. Het totaal aantal uitgebrachte stemmen en de opkomstpercentages per stemdistrict (Gemeenteraad 1996)
7. Procentuele verdeling van de uitgebrachte stemmen over de politieke partijen in Breda (Gemeenteraad vanaf 1962)
8. Zetelverdeling Gemeenteraad Breda vanaf 1962)
9. Uitgebrachte stemmen en opkomst Gemeenteraadsverkiezingen vanaf 1962 te Breda
10. Uitgebrachte stemmen en opkomst Gemeenteraadsverkiezingen 1996 per wijk
11. Koncentratiegetallen per wijk (Gemeenteraad 1996)
12. Aantal uitgebrachte stemmen per partij per kandidaat,
Gemeenteraadsverkiezingen Breda 1996
Bijlagen
Betekenis afkortingen
Kaart wijken Breda

Gemeente Breda;  
 

27. Boeknummer: 00028  
Het nieuwe Breda, eenheid in verscheidenheid.
Annexatie -- Annexatie 01.01.1997           (1996)    [Afdeling BMO]
Het nieuwe Breda, eenheid in verscheidenheid. Vergaderverslag begeleidingsraad

Notulen van de vergadering van de begeleidingsraad van de gemeenten Nieuw-Ginneken,
Prinsenbeek, Teteringen en Breda, gehouden op 25 september 1996 te Breda.
AGENDA
1. Opening
2. Perspectiefnota met convenant als bijlage.
3. Ontwikkeling personele situatie en hoe verder.
4. Rondvraag

AANWEZIG:
GEMEENTE NIEUW-GINNEKEN:
MEVROUW A. BAX-BROECKAERT (BURGEMEESTER, LID PROJECTCOLLEGE), DE
HEREN B.C. MARTENS, G. POSTHUMA, I. ROPS, P.H.M. TEUNISSEN, MEVROUW A.
VONK, DE HEREN J.C. VAN DER WESTERLAKEN, P. VAN YPEREN, B. ZWUNENBURG.

GEMEENTE PRINSENBEEK:
DE HEREN F.J.J.M. VAN GEEL, M.L. GEUZE, MEVROUW A.J.H.W.HOELEN-LAMERS,
DE HEREN A.J.G. OOMEN, B.G.C. SCHREINER, C.J.G.M. DE VET (BURGEMEESTER,
LID PROJECTCOLLEGE).

GEMEENTE TETERINGEN:
DE HEREN A.H.A. VAN DEN BERG (BURGEMEESTER, LID PROJECTCOLLEGE),
A.A.J.M. BRAAT, A.C. VAN CASTEREN, A.A.A.J.M. PRINCE, C.M.S. VERSTEGEN.

GEMEENTE BREDA:
DE HEREN A.C.A.M. ADANK, MEVROUW M.P. HEERKENS, DE HEREN E.J.M. DE
LEEUW, N.G.M. VAN OS (LID PROJECTCOLLEGE), B. OUWERKERK (SECRETARIS
PROJECT-COLLEGE), C.G.J. RUTTEN (BURGEMEESTER, VOORZITTER PROJECT-
COLLEGE), W.J.G. SCHRÖDER, J.P.W.A.A.M. TAKS, C.J. VERPAALEN.

AFWEZIG:
DE HEREN J.S. ADRIAANSEN, (GEMEENTE TETERINGEN), E. DE BRUUN, W.P. VAN
DONGEN, J.C.A.M. GIELEN, F.J.W. HEEREN (ALLEN GEMEENTE BREDA), J.V. VAN
DER HILST (GEMEENTE PRINSENBEEK), J.N.P. JOOSEN (GEMEENTE TETERINGEN),
MEVROUW J.M.C. KOKX, DE HEER H.J.F. VAN RAAK (BEIDEN GEMEENTE BREDA).

1. OPENING
De VOORZITTER opent de vergadering om 19.30 uur.

De VOORZITTER
Ik heet u allen bijzonder hartelijk welkom. Het verheugt mij dat u de moeite hebt genomen om
hierheen te komen. Ik wil u melden dat er enkele berichten van verhindering zijn, te weten mevrouw
Kokx en de heren Van Raak, Van der Hilst en Adriaansen. Deze verhinderingen zijn in ieder geval
gemeld. De anderen verwachten wij eventueel nog. Zij kampen wellicht met een parkeerprobleem.
Het spijt ons dat wij u niet hebben gemeld dat u hier het terrein had kunnen oprijden. Sommigen
hebben dat toch geprobeerd en zij hebben geluk gehad. Anderen staan geparkeerd op andere plaatsen
in deze stad. Wij hebben vanochtend aan de pers medegedeeld dat het wegsleepbeleid iets is
gemitigeerd, dus u zou geluk kunnen hebben. Dit was de opening van deze bijeenkomst. Laat ik
nog even vertellen waarom wij hier bij elkaar zitten. Zoals u weet is er in het kader van de herin-
deling een projectcollege, dat bestaat uit de zittende burgemeesters van de vier gemeenten. Voor
Breda heeft men een ietwat andere constructiebedacht. Wethouder Van Os is de vertegenwoordiger
van Breda en men heeft mij gevraagd om een soort onafhankelijke voorzitter van het projectcollege

Gemeente Breda;  
 

28. Boeknummer: 00029  
Het nieuwe Breda, eenheid in verscheidenheid.
Annexatie -- Annexatie 01.01.1997           (1996)    [Projectcollege Breda, Nieuw-Ginneken, Prinsenbeek en Teteringen]
Het nieuwe Breda, eenheid in verscheidenheid. Perspectiefschets na de herindeling en convenant integratie gemeenten

1. Inleiding
Per 1 januari 1997 zullen de gemeenten Breda, Prinsenbeek, Teteringen, een groot deel van de gemeente Nieuw-Ginneken (de kernen Bavel en Ulvenhout) en een deel van de
gemeente Rijsbergen (bedrijventerrein Hazeldonk) worden samengevoegd tot een nieuwe gemeente Breda. Als gevolg van deze samenvoeging zal de gemeente Breda met
een inwonertal van ca 160.000 en een gemeentelijk budget van bijna 1 miljard gulden per jaar de achtste stad van Nederland worden. Op 27 november 1996 zullen de inwoners
van de vier gemeenten de gemeenteraad voor de nieuwe gemeente Breda kiezen. De vier colleges zijn met elkaar overeengekomen dat een perspectiefschets zal worden opgesteld
die als uitgangspunt kan worden gehanteerd voor het beleid van de nieuwe gemeente Breda. Deze notitie is bedoeld als die perspectiefschets.

Breda
De oude vestingstad Breda is ontstaan aan de samenloop van de Mark en de Aa of Weerijs. De geschiedenis van de stad gaat terug tot voor 1125. Het kleine stadshart werd
in de veertiende eeuw door muren en wallen omringd. In dat stadshart is de Grote of Onze Lieve Vrouwekerk met zijn toren van 98 meter nog steeds dominant in de wijde
omgeving. Ook nadat de wallen tussen 1870 en 1890 waren geslecht was de groei van Breda nauwelijks mogelijk: de grenzen van de gemeente vielen praktisch samen met het
vroegere gebied binnen de wallen. Uitbreiding vond wel plaats maar steeds op het grondgebied van de omliggende gemeenten. Pas na de herindelingen van 1927, 1942,
1961 en 1976 kreeg Breda de ruimte voor een zeer sterke groei. Die groei werd bevorderd door de ligging van de stad aan de belangrijke verkeersverbindingen A-16, A-
27 en A-58 en door de regionale centrumpositie die de stad vervulde. De centrumpositie van Breda werd door de rijksoverheid erkend met de aanwijzing tot groeistad en later tot
regionaal stedelijk knooppunt.
De geschiedenis van de groei en ontwikkeling van Breda is tegelijkertijd het verhaal van het geleidelijk afkalven en de uiteindelijke opheffing van de drie andere gemeenten als
zelfstandige bestuurlijke eenheden.

Nieuw-Ginneken
De gemeente Nieuw-Ginneken werd gevormd nadat in 1942 een groot deel van de gemeente Ginneken en Bavel (o.a. het dorp Ginneken) bij Breda was gevoegd. In
Nieuw-Ginneken liggen de kerkdorpen Ulvenhout en Bavel en de kleine kernen Galder en Strijbeek. Een groot deel van de gemeente bestaat uit natuurgebieden, het Annabos,
de Strijbeekse Heide, het Ulvenhoutse bos, de Goudberg. Door de autoweg Tilburg - Breda (de A58) wordt de gemeente in tweeën gesneden. Bij de herindeling wordt ook
het grondgebied van de gemeente in tweeën gedeeld. Het gebied ten zuiden van de A58 wordt dan samengevoegd met de gemeente Chaam.

Prinsenbeek
Ook de gemeente Prinsenbeek is ontstaan als gevolg van de herindeling van 1942. Toen werd Princenhage toegevoegd aan Breda en een nieuwe gemeente gevormd rond het
kerkdorp Beek. In 1951 kreeg deze gemeente de naam Prinsenbeek. In 1976 verloor Prinsenbeek ook het gebied Haagse Beemden-Oost aan Breda. Prinsenbeek wordt ge-
kenmerkt door een wisseling van landschap. Het gehele poldergebied en met name het boezemgebied langs de Mark wordt gezien als een pleisterplaats voor waterwild.
Daarnaast bevindt zich in Prinsenbeek ook een belangrijke glastuinbouw.

Teteringen
In 1995 vierde de gemeente Teteringen haar 200-jarig bestaan. De zelfstandigheid werd in 1795 door Teteringen afgekondigd, nadat een verzoek om betere bescherming vanuit
Breda niet werd gehonoreerd. In de loop van de 19e eeuw kwam Teteringen steeds meer onder de invloed van de stad doordat de uitleggebieden buiten de gemeentegrenzen aan
de stad werden toegevoegd. In deze eeuw verloor Teteringen bij drie herindelingen steeds een deel van zijn grondgebied aan het groeiende Breda. Tussen Breda en de kern
van Teteringen heeft Teteringen steeds een groene buffer in stand gehouden. In die groene strook is nu een golfbaan gepland.

Gemeente Breda;  
 

29. Boeknummer: 00030  
Het stadhuis door de eeuwen heen
Monumenten -- Stadhuis Breda           (1999)    [Gerard Otten, Marie-Louise v.d. Wijngaard, Wessel Keizer]
HET STADHUIS DOOR DE EEUWEN HEEN...

Aan de oostzijde van de Grote Markt staat het stadhuis, één van de OUDSTE MONUMENTEN VAN DE STAD BREDA. ALS OVERBUURMAN PRONKT DE
Grote Kerk aan dit heringerichte marktplein, waar al sinds 1321 op DINSDAG DE WEEKMARKT PLAATSVINDT. De OPKNAPBEURT EN INTERNE
VERBOUWING VAN HET STADHUIS, EIND 1998, GAVEN AANLEIDING OM DEZE BROCHURE SAMEN TE STELLEN.

Gemeente Breda;  
 

30. Boeknummer: 00031  
Verhalen van Johan Bax
Cultuur -- Boeken           (2019)    [Johan Bax. Illustraties Jos Krijnen. Vormgeving Fond de Weert]
Verhalen van Johan Bax met illustraties van Jos Krijnen


Voorwoord
Deze uitgave is iets anders dan u van ons gewend bent. Normaal zijn de boekjes alleen interessant voor volwassenen.
Deze keer kunnen er 3 generaties plezier aan beleven!
De verhalen spelen zich af in het dorp Heijdenberg, ergens in Brabant. Ze gaan over een gezin met 2 kinderen, 2 katten en een hond.
De illustraties bij de verhalen zijn van Jos Krijnen.
Als er geen tekst in de boekjes zou staan, was het ook al de moeite waard om het uit te geven, zo mooi zijn ze.
Fons de Weert deed de vormgeving.
Dit boek is speciaal voor Mees, Piet, Milan, Vieve, Cato, Veerle, Teun, Julia, Lise en Fien, en alle andere kinderen.
Veel leesplezier
Johan Bax

Heemkundekring De Vlasselt (nr 157);  
 

 

Uitgebreid zoeken

Zoekresultaat verdeeld over 8 pagina's, met elk (max.) 30 publicaties:

1   2   3   4   5   6   7   8       Volgende       Eind

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 26 november 2021