HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 7   (uit: 542)


Uitgebreid zoeken
Gesorteerd op:  Boeknummer

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00036  
Met waardigheid, aandacht en toewijding.
Zorg -- Voogdijmeisjes           (1999)    [Dekker J.C.]
Met waardigheid, aandacht en toewijding. Rector W.G.A. Loos (1896-1987) en de zorg voor voogdijmeisjes en anderen in Princenhage

Het komt niet vaak voor, dat de archieven van een zorginstelling leiden tot een historische publicatie, waarin het leven en werken van één persoon centraal staan. Het komt evenmin vaak voor, dat één persoon een collectie van 143 dagboeken, aangevuld met honderden foto's, nalaat in een instellingsarchief. Op 16 januari 1997 werd deze bijzondere archiefverzamelmg door woon-zorgcentrum Westerwiek (voorheen Huize Princenhof) overgedragen aan het Stadsarchief van Breda en daarin opgenomen als 'de collectie rector Loos'. Hiermee wordt gegarandeerd, dat dit bijzondere erfstuk van de priester rector Willem Loos voor het nageslacht bewaard blijft. Door medewerkers van het Stadsarchief werd het bijzondere karakter van deze collectie onderkend en geconstateerd, dat archiveren alleen onrecht zou doen aan deze verzameling dagboeken. Een publicatie zou de dagboeken toegankelijk maken voor een brede groep belangstellenden. Het bestuur van woonzorgcentrum Westerwiek en het Stadsarchief Breda besloten op grond van de enthousiaste reacties tot een publicatie. Deze publicatie zou dan tevens een afscheidsgroet zijn van Westerwiek aan Princenhage in verband met de verhuizing naar de nieuwbouw-locatie in de Bredase wijk Westerpark. Een bijzonder initiatief dat in juli 1998 werd overgenomen door het bestuur van de stichting Elisabeth te Breda Woon-zorgcentrum Westerwiek is in deze stichting geïntegreerd, hetgeen ook in de historische context van dit boek niet zo nieuw is, zo zal de lezer kunnen constateren.
Het transformeren van duizenden bladzijden dagboektekst tot een historische publicatie is een opdracht van formaat. De auteur mevrouw dr. J.C. Dekker is er in geslaagd de lezer op een boeiende wijze mee te nemen in de wereld van rector Loos Daarmee bij veel lezers herinneringen oproepend aan hun eigen jeugd. In dit voorwoord past het de auteur hiervoor een compliment te geven.
Ook past het iedereen te bedanken die verder heeft meegewerkt aan de realisatie van deze studie.
Een bijzonder woord van dank is gericht aan mevrouw M.L. van den Wijngaard, die vanuit het Stadsarchief Breda deze publicatie begeleid heeft.
Tenslotte spreek ik de wens uit, dat deze publicatie een herinnering mag blijven aan de band tussen de gemeenschap van Princenhage en woon-zorgcentrum Westerwiek.
Breda, juni 1999
Mr. R.H. Smittenaar,
algemeen directeur stichting Elisabeth


Als Stadsarchief Breda hebben we in 1997, na overleg met de directie van woon-zorgcentrum Westerwiek, de 143 dagboeken van rector W. Loos in bewaring genomen. Wij meenden, dat een
dergelijke collectie egodocumenten, zo nauw met Breda-Princenhage verbonden, voor de toekomst bewaard dient te blijven. Naast het toegankelijk maken en materieel verantwoord beheren van deze
dagboeken, hebben we nog een extra verantwoordelijkheid. Het is aan ons om allerlei mogelijkheden te verkennen om informatie uit de dagboeken kant-en-klaar aan te bieden aan belangstellen-
den Het meest voor de hand liggende middel hiertoe is een geïllustreerd boek, dat liefst voor een redelijke prijs te verkrijgen is. Het verheugt ons, dat we hierin ook geslaagd zijn.
Uitgever van de publicatie die voor u ligt, is stichting Elisabeth te Breda. Het feitelijke onderzoek voor de uitgave over rector Loos is op ons advies uitbesteed aan mevrouw dr. J.C. Dekker, die ook
verantwoordelijk is voor de tekst en opzet van het boekwerk. Ons restte de algehele begeleiding en een fotowisseltentoonstelling in de wijk Princenhage, die vanaf het najaar 1999 gaat rouleren.
Mijn dank aan alle betrokkenen voor het enthousiasme waarmee deze uitgave tot stand is gekomen.
drs. Marcel Duijghuisen,
directeur IMA/Stadsarchief Breda

Stichting Elisabeth Breda;  
 

2. Boeknummer: 00047  
Tot behoef van de siecken ende armen
Zorg -- Welzijnsbeleid           (2013)    [drs. Eric Jacobs e.a.]
Tot behoef van de siecken ende armen. Archeologisch onderzoek naar het Bredase Gasthuis, 1958-2006.
Erfgoedrapport Breda 95


VOORWOORD
Breda, halverwege de 13c eeuw. De nederzetting is niet veel meer dan een burcht met een handjevol straten daaromheen, beschermd door een aarden wal van amper twee
kilometer lang. Alhoewel men in die tijd wellicht liever had gesproken van een dikke duizend vadem.
Het is gissen naar de exacte locatie van de Burcht, ergens langs of op een eiland in de Mark. Zeker is dat hij ideaal gelegen was om de scheepvaart door de Mark goed in
de gaten te houden. En om tol te heffen. Breda lag op een knooppunt van wegen. Als de noordwestelijke toegangspoort tot het Hertogdom Brabant. Het is, zo bezien, niet
meer dan het herstellen van een historisch evenwicht, als straks de HSL naar Antwerpen en Brussel gaat rijden, om maar eens een parallel naar het heden te leggen.
Het waren de heren van Breda die de grondleggers waren van de groei van de nederzetting tot echte stad. Waarschijnlijk om daarmee hun aanzien te vergroten, maar
zeker om met de toenemende handel ook hun eigen inkomenspositie te vergroten. Het draaide ook toen al gewoon om het geld. De eerste haven verscheen, de stad kreeg
een verdedigingswal en, vanaf 1332, een stenen ommuring.
Die toenemende verstedelijking had ook een ander gevolg: de vestiging van een gasthuis. Dit laat-middeleeuwse fenomeen diende twee doelen. Enerzijds, bij gebrek
aan herbergen en logementen, de opvang van reizigers en pelgrims. Anderzijds het 'lenigen van de geestelijke en fysieke noden van burgers uit de stad die daar niet op
eigen kracht in konden voorzien'.
Het is de ligging van het Gasthuis die intrigeert. De Boschstraat was ook in de late middeleeuwen al een doorgaande weg, een 'inloper' naar de stad. Het Gasthuis lag
daarmee buiten de stadswal en de latere ommuring. Wilden de toenmalige stadsbewoners de vreemdelingen en armen het liefst buiten de deur houden? Bevreesde de
stedelingen een Gasthuis in de directe woonomgeving, net zoals anno 2013 de komst van een daklozenopvang in de eigen buurt gevoelens van afkeer veroorzaakt. Of lagen
er andere, meer praktische motieven ten grondslag aan de locatiekeuze?
Ondanks de vele onderzoeken naar de geschiedenis van het Gasthuis, bleven er genoeg onbeantwoorde vragen over. De diverse archeologische onderzoeken die tussen
1958 en 2006 hebben plaatsgevonden, waren versnipperd en wisselend van kwaliteit.
Het Odyssee-project van het NWO gaf de mogelijkheid de archeologische informatie van de laatste vijftig jaar opnieuw te onderzoeken. Het rapport 'Tot Behoef van de
siecken ende armen' bundelt daarmee niet alleen de resultaten van vier archeologische campagnes, het destilleert nieuwe informatie uit de oude datasets. En al blijft de
geschiedenis van het Gasthuis ook nu nog lacunes bevatten, het Odyseeproject mag met recht, naast een archeologische zwerftocht, ook een episch dichtwerk genoemd
worden. Een werk waarin gaten in de kennis rondom de stichting en ontwikkeling van het Gasthuis, zo zorgvuldig mogelijk worden gedicht.
Selçuk Akinci
Wethouder Mobiliteit, Duurzaamheid en Cultuur
Gemeente Breda

SAMENVATTING
Tussen 1958 en 2006 is het Gasthuiscomplex van Breda vijf keer aan een archeologisch onderzoek onderworpen. Het complex ligt net buiten de middeleeuwse
stadskern die in de veertiende, vijftiende en zestiende eeuw was omgeven door een stadsmuur en stadsgracht. Aan de zuidzijde van de uitvalsweg die uiteindelijk
richting 's Hertogenbosch voert en daarom Boschstraat genoemd. Oorspronkelijk was de benaming van deze weg 'Bij het Gasthuis' of 'Buiten de Gasthuispoort'.
De bebouwing aan de Boschstraat, oostelijk van het Gasthuis, ontwikkelde zich in die tijd zodanig dat de straat in 1526 werd aangeduid als het Gasthuiseinde,
waarbij de term 'einde' duidt op een voorstad met aaneengesloten lintbebouwing.
Ook aan de zuidelijke en westelijke uitvalswegen waren dergelijke voorsteden in de late middeleeuwen ontstaan, Deze werden ook opgenomen in de nieuwe vesting-
werken die vanaf 1531 werden aangelegd. Daarmee kwam ook het Gasthuis binnen de vesting te liggen.

Gemeente Breda;  
 

3. Boeknummer: 00054  
Zo blijft PRINSENBEEK leefbaar voor 55+ers
Zorg -- Woonwensen ouderen Prinsenbeek           (2003)    [J.P. Van Bueren e.a.]
Zo blijft PRINSENBEEK leefbaar voor 55+ers
Eindrapport Prinsenbeek Ouderenproof 2003

Voorwoord
Met veel voldoening kunnen wij U de eindrapportage van het project 'Ouderenproof Prinsenbeek' overhandigen. Op initiatief van de Provinciale Staten is door Vitaal Grijs
Noord-Brabant in dorpen of wijken (10 a 15.000 inwoners) de evaluatie van leefbaarheid door en voor de ouderen, gestart.
Dit rapport kwam mede tot stand door de enthousiaste medewerking van zeer veel ouderen van alle leeftijden tussen 55 en 92 jaar.
Dit project geeft de wensen en behoeften aan, die de komende jaren het leven voor de 55+ers in Prinsenbeek mogelijk en aangenaam moeten maken. Zij immers weten water
nodig is om zelfstandig en toch verzorgd ouder te worden.
Alleen door hun participatie is dit een groot succes geworden. In talloze bijeenkomsten en vergaderingen is nagedacht, beredeneerd, besproken en op schrift gezet. Graag
onderstrepen wij hier dat het een uniek project is, dat alle aandacht verdient van de gemeente Breda en alle andere betrokken instanties en spreken onze dank uit voor haar
royale medewerking, zowel op ondersteunend als op financieel gebied.
Stuurgroep Ouderenproof Prinsenbeek,
P.J. Snoeker-Verboom, voorzitter

Inleiding
In het voorjaar van 2002 heeft een aantal ouderenorganisaties het initiatief genomen om te komen tot een een geïntegreerd ouderenbeleidsplan voor het dorp Prinsenbeek. Dat
moest gebeuren via een inspraaktraject in het kader van het project Ouderenproof, wat weer onderdeel is van het project Vitaal Grijs van de provincie Noord-Brabant.

Hier een overzicht van de betrokken organisaties:
-GOBO, Gezamenlijk Overleg Bredase Ouderenbonden, hierin zijn de Bredase ouderenbonden (KBO, PCOB en ANBO) verenigd, het GOBO heeft als belangenorganisatie een duidelijke rol in de gemeente Breda.
-OOB, Ouderen Overleg Breda, heeft een adviesfunctie voor de Raad en het College van B&W (dualisme)
-SOB, Stichting Ouderenwerk Breda is reeds jaren bezig met het realiseren van projecten en activiteiten ten behoeve van de ouderen in Breda.
-Dorpsraad Prinsenbeek

In enkele voorbereidende bijeenkomsten is door de betrokken partijen de bereidheid tot participatie uitgesproken. De gemeente Breda en de SOB hebben met menskracht en
deskundigheid dit project ondersteund. Tevens hebben de gemeente Breda en de provincie Noord-Brabant de financiën ter beschikking gesteld.
De ouderen-ambassadeur van de provincie heeft het project in de beginfase begeleid.

Reeds in september 2002 kon er een convenant worden ondertekend, waarin gemeente, OOB, GOBO en SOB hun medewerking toezegden en zich verbonden om het eindrapport
te beschouwen als basis van een te ontwikkelen integraal ouderenbeleid voor Prinsenbeek.
Tijdens de startbijeenkomst, in november 2002 was de belangstelling zeer groot, ruim 250 personen waren present en velen hebben zich verontschuldigd.
Aan het einde van de bijeenkomst kon men zich inschrijven voor de diverse thema-werkgroepen, zoals Zorg, Wonen, Welzijn en Dienstverlening, Verkeer en Mobiliteit en
Veiligheid. Opnieuw was de animo groot, ongeveer 60 personen meldden zich hiervoor aan!
De werkgroepen werden gecoördineerd door de projectgroep, zij was verantwoordelijk voor de voortgang en tevens het aanspreekpunt voor iedereen die hierbij betrokken was.

Als overkoepeling fungeerde een Stuurgroep die gevormd werd door: gemeente, OOB, GOBO en SOB. Zij is het die de eindrapportage, in het convenant genoemd beleidsplan,
aan de gemeente Breda zal aanbieden

De Beekse Ouderenproof Dagen op 2 juni 2003 overdag en 1 juli 2003 's avonds, gaven aan dat niets van het enthousiasme verloren was gegaan in de maanden van worsteling
met de materie. Minstens 200 personen waren aanwezig, waarbij in werkgroepen gebrainstormd werd ter voorbereiding van een schriftelijke enquête. Tevens is nog een
enquête gehouden onder de bewoners van het verzorgingshuis Oranjehaeve, locatie Hagedonk en de aanleunwoningen.

Deze korte inleiding kan bij lange na niet beschrijven hoeveel werk er verricht is in een korte periode. De Prinsenbekenaren kunnen met trots terugzien op dit resultaat.
Voor de gemeente Breda en alle betrokken instanties ligt hier een handleiding om het huidige en toekomstige beleid op af te stemmen.
Zo zullen ook de stuurgroep, projectgroep, de werkgroepleden en alle 55+ers in Prinsenbeek de totstandkoming van dit beleid volgen door middel van een
Verankeringsgroep en waar gewenst nogmaals hun bijdrage leveren aan de totstandkoming van zoveel mogelijk voorgestelde items.

De Projectgroep Ouderenproof Prinsenbeek,
J. Ph. van Bueren, voorzitter
Prinsenbeek, oktober 2003.

Stuurgroep Ouderenproof Prinsenbeek;  
 

4. Boeknummer: 00169  
Van Vereniging Wit-gele Kruis naar zorgorganisatie
Zorg -- Wit-Gele Kruis           (2009)    [Stoffel Vermunt, Wout Timmers]
Van Vereniging Wit-gele Kruis naar zorgorganisatie
Dit boek is via deze link verkrijgbaar in de winkel van Heemkundekring Op de Beek.

Inleiding
Oorspronkelijk was het de bedoeling een kort artikel te schrijven bij gelegenheid van het gouden jubileum van het gebouw aan de
Julianalaan 9. De basisgegevens daarvoor werden verzameld en opgetekend door Wout Timmers en bewerkt en uitgewerkt door Stoffel Vermunt.
Toen zij ook de notulen lazen kwamen ze tot de conclusie dat de voorgeschiedenis zeker zo interessant was. Dit had tot gevolg dat de
gehele geschiedenis nu is geschreven. Dit werd mogelijk door de vele gesprekken met betrokkenen en door het gebruik van het archief van
het Wit-Gele Kruis (o.a. notulenboeken), het archief van de familie Watzeels en Henk van Berkel. Ook informatie uit de boeken van: “Zij
die van wijken weten” van Toon Kortooms en “Het Wit-Gele Kruis in Oudenbosch” van Kees Wijnen. De informatie is verzameld in
2007 en 2008. Latere ontwikkelingen zijn niet meegenomen. Uit de notulenboeken zijn soms originele teksten opgenomen waardoor de teksten wat afwijken.
N.B. De per I januari 2002 ingevoerde Euro-munt vertegenwoordigde ±fl. 2.20

Van ZUSTER tot ZORG
Zorg via de vereniging Wit-Gele Kruis Beek tot de zorg vanuit de zorgorganisatie Thebe Mark en Maasmond. Van hulppost op Markt 3
via Wit-Gele Kruis gebouw in de nieuwbouw Julianalaan 9 in 1958 tot wijkgebouw nu na 50 jaar in 2008.
Het Kruiswerk ontstond in 1875. Om de tyfusepidemie in die dagen te bezweren riep de Inspecteur Volksgezondheid, de heer Jac. Penn,
in de provincie Noord Holland het volk op mee te werken in de strijd tegen die gevaarlijke besmettelijke ziekte. Uit deze gezamenlijke
actie ontstond Het Witte Kruis.
Men bouwde badhuizen waar mensen konden douchen, ontsmettingsovens om kleren, gebruiksvoorwerpen, verpleegspullen
en dergelijke te zuiveren en men nam uitleenmagazijnen in gebruik.
In badhuizen hingen plakkaten op waar beleefd doch dringend werd verzocht:
le Geen warm water te verspillen en de kraan dus niet te openen voordat men ontkleed is
2' Niet langer dan voor mannen 20 minuten en voor vrouwen 25 minuten in de badkamer te blijven.
Onduidelijk is waarom dit verschil van vijf minuten.
In 1900 werd in Zuid-Holland Het Groene Kruis opgericht. Deze vereniging had zijn basis bij de protestants-christelijke bevolking.
Het Limburgse Groene kruis steunde op strikt katholieke basis.
Bijna alle facetten van de gezondheidszorg werden door het Kruiswerk behartigd zoals: bestrijding van besmettelijke ziekten met
als volksziekte nummer één de tuberculose. Verder zuigelingenzorg, kleuterzorg, kraamverzorging, bestrijding van geslachtsziekten, zorg
voor lichamelijke en geestelijke misdeelden.
In 1911 gingen Het Witte Kruis en Het Groene Kruis samen onder de naam Algemene Nederlandse Vereniging Het Groene Kruis.
In 1916 werd het Wit-Gele Kruis opgericht op katholieke grondslag.
Er kwamen provinciale bonden en diocesane federaties.
In 1967 kwam de Stichting Samenwerkende Landelijke Kruisverenigingen tot stand.
In de loop der jaren verdween de naam Wit-Gele Kruis meer en meer.
De algemene aanduiding “Kruisvereniging” werd gebruikelijk. Het kruiswerk ontkleurde. Centrum van de lokale gezondheidszorg is
“het wijkgebouw”. Het wijkgebouw wordt gebruikt voor spreekuren voor “bureaus” van zuigelingen en kleuters onder leiding van huisarts
en of wijkverpleegkundige en als kantoor voor de medewerkers.
Daarnaast maakte ook de gemeente hiervan gebruik voor bv. het geven van vaccinaties.
De Kruisverenigingen werken landelijk, provinciaal, regionaal en vroeger plaatselijk. De provinciale verenigingen hielden zich bezig
met de bestrijding van volksziekten.
De naam Kruisvereniging komt als werkorganisatie bijna niet meer voor. Door fusies zijn ze vaak opgenomen in grote zorgorganisaties
die naast de thuiszorg ook vele andere vormen van zorg aanbieden.
Daarnaast zijn er nog wel ledenorganisaties zoals de Ledenservice Mark en Maasmond en hierin afgeleid het lidmaatschap van de
plaatselijke Kruisvereniging Prinsenbeek Het staat als een paal boven water dat mede door het Kruiswerk,
Nederland een vooraanstaande plaats inneemt op de “wereldranglijst van de georganiseerde gezondheidszorg”.

Heemkundekring Op de Beek;  
 

5. Boeknummer: 00182  
Gemeente Prinsenbeek 1988-1992 Welzijnsverordening
Zorg -- Welzijnsbeleid           (1989)    [ ]
Welzijn 1988 - 1992

VOORWOORD

Van Kaderwet specifiek welzijn tot Welzijnswet.
Nederland kent een uniek stelsel van welzijnsvoorzieningen met een eigen rolverde-
ling tussen de overheid en het particulier initiatief. Aanvankelijk was het primaat
voor maatschappelijke activiteiten toegekend aan het particulier initiatief. Slechts
wanneer deze organisaties aantoonbaar verzaakten achtte men overheidsingrijpen
noodzakelijk (het subsidiariteitsbeginsel). De Tweede Wereldoorlog bracht door
haar verwoestende effecten verandering in deze terughoudende overheidsbemoeienis.
De acute permanente nood bij grote groepen van de bevolking maakte wederopbouw
noodzakelijk. In de jaren 50 beleefde de welzijnssector een explosieve groei. Sinds-
dien heeft het aantal activiteiten op het terrein van de maatschappelijke hulp-
verlening, de educatie, de cultuur, de recreatie zich gestadig uitgebreid. Tot het
midden van de jaren 60 had het welzijnsbeleid van de overheid vooral het karakter
van zorg en verzorging. Het was een corrigerend beleid dat zich richtte op de
negatieve effecten van de welvaartsstaat.
In de jaren 70 wordt de vrijwilliger steeds meer verdrongen door de beroepskracht
(professionalisering van het welzijnswerk). In het eind van de jaren 70 diende de
toenmalige regering een ontwerp van de Kaderwet specifiek welzijn in. Gebaseerd
op de pijlers decentralisatie, harmonisatie, democratisering, toegankelijkheid en
flexibiliteit was deze wet uiteindelijk bedoeld als een raamwet. Via een aparte
invoeringswet zou vervolgens worden bepaald welke terreinen van zorg, recreatie
en educatie onder de werking van die wet zouden vallen. Onder inmiddels veranderde
omstandigheden is in 1983 nog gewerkt aan de voorbereiding van de Invoeringswet
Kaderwet specifiek welzijn. Van de oorspronkelijke brede reikwijdte was echter
niet veel meer over. In 1985 begint de filosofie naar voren te komen, die thans
bekend staat onder het streven naar een zorgzame samenleving. De overheid kreeg
hiermee een aanvullende en voorwaardenscheppende taak. De overheid treedt
pas naar voren als mensen belemmerd zijn in de zorg voor zichzelf en voor anderen
of in de ontplooiing van hun creatieve vermogen. Het gaat daarbij om het stimuleren
van zelfredzaamheid en zelfwerkzaamheid voor elkaar.
In 1986 nam de regering het besluit de overheidsuitgaven terug te dringen, waarbij
met name het welzijnsbeleid een extra disproportionele bijdrage moest leveren.
De nieuwe zakelijkheid deed zijn intrede in het welzijnsbestel. Het voorstel tot
instelling van de huidige Welzijnswet gaf invulling aan het streven van het kabinet
naar bestuurlijke en financiële decentralisatie. Via een totaalbedrag voor een
breed terrein van welzijnsvoorzieningen worden de afwegingsmogelijkheden voor
de gemeente vergroot. Het staat de gemeente vrij, binnen de zeer ruime grenzen
van het maatschappelijke en sociaal-culturele welzijn, zelf te bepalen welke voorzie-
ningen en activiteiten worden gesubsidieerd. In die zin is de Welzijnswet dan ook
nog steeds een kaderwet. j
Met de totstandkoming van de Welzijnswet is tegelijkertijd de gemeentelijke be-
moeienis met het welzijnsbeleid van karakter veranderd. Hét is even wennen dat
er weinig uitvoeringsvoorschriften in de Welzijnswet worden genoemd. Maak een
plan staat er in artikel 15 van de wet zonder verder aan té geven hoe dat moet
en wat er in moet staan. Zoals reeds is aangegeven is de gemeente sterk getroffen
door de bezuinigingen van het rijk. Hoe de gemeente deze bezuinigingen zal moeten
opvangen is een vraag die de gemeenteraad zal moeten beantwoorden. De gemeente-
raad heeft hierbij de volgende mogelijkheden:

a. de bezuiniging ten laste brengen van de totale gemeentebegroting;

b. de kaasschaaf methode, dat wil zeggen alle gesubsidieerde organisaties worden
in gelijke mate gekort op huisvestings- en/of personeelskosten alsmede op
het organisatiebudget;

c. reorganisaties van de welzijnssector zodat dezelfde activiteiten worden aange-
boden tegen verminderde kosten; ...

d. verlaging van het subsidiebedrag door op bepaalde activiteiten de subsidiëring
te verminderen dan wel te beëindigen.

De normen waaraan het totale voorzieningenpakket op gemeente niveau moet
voldoen (in termen van kwaliteitseisen e.d.) worden verlaagd. Beroepskrachten
worden meer begeleiders v?n vrijwilligers dan uitvoerders van activiteiten. Priori-
teiten worden scherper gesteld. Zorg voor en bescherming van de zwakkere is
altijd de kern geweest van de gemeentelijke bemoeienis met de welzijnssector.
De in het welzijnsplan voor de komende jaren gekozen prioriteiten bevestigen
dat beeld. De nadruk komt te liggen bij groepen wier ondersteuning politiek onom-
streden is; de ouderen, minderheden, werkelozen. Het professionele welzijnswerk
krijgt - weliswaar in afgeslankte vorm - in deze sectoren opnieuw een positief
te vervullen taak die goed geoperationaliseerd kan worden.

Nieuwe subsidiemethodiek.
De gemeente heeft besloten tot wijziging van de huidige subsidiemethodiek. Deze
wijziging is gericht op het vergroten van de eigen verantwoordelijkheid van vereni-
gingen, stichtingen en andere instellingen. De methodiek budgetfinanciering is
ingevoerd op grond waarvan een globale beoordeling plaats gaat vinden of het
totaalpakket van een instelling subsidiabel is. Op basis daarvan krijgt de instelling
dan een bepaald budget - afhankelijk van de totaal door de gemeenteraad beschik-
baar gestelde middelen - dat de primaire kosten dekt. In het beleid van voorgaande
jaren werd gekeken wat het totaal aan subsidiabele lasten van instelling was.
Het restant, de sluitpost, was het subsidiabele bedrag. Vooral op besprekingen
met diverse instellingen werd op deze wijze van berekening kritiek geuit. De kritiek
kwam op het volgende neer:
het eigen initiatief wordt gedood, zelfwerkzaamheid wordt gestraft;
het opvoeren van een 'flink' exploitatietekort wordt beloond.
Kenmerk van het huidig systeem is dat door middel van een globale
wordt bekeken of het totaalpakket van een instelling subsidiabel is.
worden de primaire kosten gesubsidieerd. De subsidie wordt verleend - -
systeem van budgetfinanciering. Dat betekent dat de instellingen vooraf precies
weten wat de gemeentelijke bijdrage in de kosten zal zijn. Enkele kenmerken
van de nieuwe subsidieverordeningen zijn:

a. alle geldoverdrachten van de gemeente aan derden zijn bij deze verordeningen
geregeld, voor zover niet uitdrukkelijk geregeld door andere verordeningen.

b. de financiering richt zich op activiteiten niet op instellingen;

c. de verordeningen regelen niet de omvang van de individuele subsidie. Deze
omvang wordt bepaald door gemeentelijke beleidsbeslissingen, Op grond van
deze beslissingen wordt de omvang per instelling vastgelegd.

Prinsenbeek, 21 september 1988.
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN PRINSENBEEK,
Namens deze,
De portefeuillehouder Welzijnszaken,
Wethouder H.J.F.M. Dirven.

Gemeente Prinsenbeek;  
 

6. Boeknummer: 00183  
Gemeente Prinsenbeek Subsidie/Welzijnsverordening 1983
Zorg -- Welzijnsbeleid           (1985)    [ ]
Gemeente Prinsenbeek Subsidie/Welzijnsverordening 1983

VOORWOORD
Algemene subsidieverordening 1985
en de
Verordening subsidiëring welzijnsactiviteiten Prinsenbeek

Deze verordeningen zijn vastgesteld door de gemeente-
raad van Prinsenbeek in de vergadering van 28 maart
1985. Zij treden in werking op 1 januari 1986 en
zijn voor het eerst van toepassing op de subsidies
die voor het jaar 1986 door de welzijnsinstellingen
worden aangevraagd.
Op dat tijdstip vervallen de volgende verordeningen:
- de verordening 'Algemene subsidievoorwaarden
Prinsenbeek 1976';
- de subsidieverordening voor jeugdsport;
- de subsidieverordening voor jeugd- en jongerenwerk.

De nieuwe subsidieverordeningen zijn opgenomen
in deze brochure.
Het gehele terrein van subsidiabele welzijnsactiviteiten
in Prinsenbeek is ingedeeld in 9 categorieën en de
categorie waarderingssubsidies (donaties).
Er zijn subsidie-grondslagen vastgesteld die gebaseerd
zijn op de activiteiten van de verenigingen en instel-
lingen. Dit betekent dat, met enige uitzonderingen,
in de regel de volgende kosten van activiteiten gesubsi-
dieerd kunnen worden:
- uitvoeringskosten;
- organisatiekosten;
- kosten van deskundigheidsbevordering;
- personeelskosten.
Een beschrijving van hetgeen verstaan wordt onder
deze kosten is opgenomen in artikel 31 van de algeme-
ne subsidieverordening. De subsidiegrondslagen zijn
opgenomen in de Verordening subsidiëring welzijns-
activiteiten Prinsenbeek.
Het aanvragen en verlenen van subsidies is geregeld
in de artikelen 6 tot en met 13 en de verplichtingen
van de gesubsidieerde instelling zijn neergelegd in
de artikelen 14 tot en met 27 van de Algemene subsi-
dieverordening.

Wij bevelen u kennisname van deze brochure aan.

Nadere inlichtingen worden gegeven door de gemeente-
secretarie, afdeling algemene zaken, telefoon 076-

412851, toestel 41.
Prinsenbeek, november 1985.
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN PRINSENBEEK,
Secretaris, Burgemeester,
A.A.Th.M. Geerards., Mr L.K.M. Verwiel.

Gemeente Prinsenbeek;  
 

7. Boeknummer: 00192  
Lucia. Een eeuw gezondheidszorg in Princenhage
Zorg -- Verzorgingshuis Lucia Princenhage           (1994)    [Herman Dirven]
Lucia. Een eeuw gezondheidszorg in Princenhage

VOORWOORD.
LUCIA in Princenhage.
De 'Stichting Verpleeghuis Lucia' heeft haar naam te danken aan Sint Lucia.
Onder de naam 'Lucia' zijn wel een twintigtal heilige vrouwen bekend.
Te Princenhage gaat het om de Siciliaanse Lucia, die in de derde eeuw omwille
van haar geloof op de brandstapel terechtkwam. Omdat de vlammen haar niet
deerden, werd het godsvruchtige meisje door een dolksteek in de hals om het leven gebracht.

Deze vrome legende had in de middeleeuwen tot gevolg dat Lucia ook zo werd
afgebeeld en werd aangeroepen tegen keelpijn en vrouwenziekten.

Ook werd Lucia de beschermheilige voor visueel gehandicapten. Waarschijnlijk was dat een
gevolg van haar naam. In Lucia ligt het Latijnse 'Lux', hetgeen licht betekent,opgesloten.
In vele landen, zeer bekend is Zweden, wordt dat jaarlijks op haar naamdag, 13 december,
met een zogenaamde licht- of kaarsjes-processie gevierd.

Te Princenhage werd vroeger de feestdag van de Heilige Lucia ook echt gevierd. Elk
jaar werden in de late herfst huis aan huis de Lucia-penningen opgehaald. Men had
de parochie daarvoor zelfs in distrikten ingedeeld.
Als goed voorbeeld hiervan de indeling van het kerkbestuur van de Sint Martinus-
parochie uit 1804, met in totaal 262 huizen of gezinnen.

St. Martinusparochie-Princenhage in 1804 totaal 262 huizen of gezinnen:
Distrikt & huizen --------------------------------------- Collectanten: mannen
1) Cuype en omvang van het dorp:met 90 huizen Leyten en Van Genk

2) Heuvel, Eyndhoven en Vloet: met 32 huizen Koppelie en Boons

3) Heylaer, Varent, Buur, Heike: met 41 huizen Oonincx en Nooren

4) Bagven, Lies, Vuchtschoot: met 37 huizen van Galder en Scrauwe

5) Effen, Hout en Overa : met 62 huizen Nooyens en Van Dijk

In deze letterlijk overgenomen tekst uit 1804 kunt U zelf zien, hoe groot toen de
Martinusparochie in Princenhage was.
Hoe goed Sint Lucia al vele eeuwen in Princenhage bekend is, wordt pas echt dui-
delijk, als U de kerkrekeningen van de Sint Martinusparochie doorneemt. Die zijn
vanaf 1557, op enkele na, allemaal bewaard. Van elk jaar staan daarin de
opbrengsten van de Lucia-omgang vermeld. In vergelijking tot de overige inkom-
sten waren die zeer belangrijk en onmisbaar voor de grote Martinusparochie.
Je kunt dus zeggen, als er iemand hier wel zeer goed bekend en gekend was, dan was
dat: Lucia van Princenhage.

INLEIDING
De verzorging van zieken, mindervaliden, armen, gebrekkigen en bejaarden ligt altijd
bij hen, die zelf deze zorg op dat moment niet nodig hebben.

Er zijn dus verzorgers en verzorgden en voor beide groepen is dit boek bedoeld.
Uiteraard ook voor allen, die voor deze zorg belangstelling hebben.

Zo oud als de mensheid is, kan men stellen, was de verzorging van hen die het
nodig hadden, geregeld. Lang geleden was dat vanzelfsprekend binnen het stamver-
band, later werd dat de eerste taak van het eigen gezin of de familie.

In de middeleeuwen ontstond in onze streken een gemeenschapsleven, gebaseerd op
het gezin en de dorpsgemeenschap, of stad, waarin men woonde. Daarbinnen ontston-
den een reeks van goede gewoonten, vrijwillige verplichtingen en algemene regelin-
gen.

Pas in de vorige eeuw, eerst in de steden en later ook in de dorpen, kwam daarin een
sterke verandering. Toen zijn de eerste stappen gezet en werd de kiem gelegd voor
de moderne verzorging van die medemensen, die daaraan behoefte hadden.

Het is daarom zo interessant, om in de geschiedenis van het Lucia Gesticht en de
Lucia-Stichting deze ontwikkeling duidelijk te volgen, omdat ze juist begonnen is op
het moment toen betere organisatie, efficiëntie en kwaliteit in de verzorging hun
eisen begonnen te stellen. De gehele ontwikkeling daarin heeft Lucia mee- en door-
gemaakt.

Uiteindelijk is Lucia uitgegroeid tot een modern verpleeghuis waarin verpleeg-
huiszorg, (verpleging/verzorging, begeleiding en behandeling) wordt verleend.

In dit boek willen wij U zoveel mogelijk over dat dagelijkse werk vertellen.

Stichting Basis Publika/Lucia;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 18 april 2022