HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 19   (uit: 485)


Uitgebreid zoeken

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00012  
Honderd jaar Basiliek van de H.H. Agatha en Barbara
Religie -- Oudenbosch, Basiliek           (2012)    [Jan Bedaf, Mark Buijs, Kees Koenraadt, Piet Meijers, Wim Tousain]
Honderd jaar Basiliek van de H.H. Agatha en Barbara

VOORWOORD
Lectori Salutem!
Met genoegen schrijf ik een voorwoord voor dit boek dat uitgegeven wordt bij
gelegenheid van het feit dat de koepelkerk in Oudenbosch honderd jaar geleden is
verheven tot basiliek. Een boek, waarin veel te lezen valt over de parochie van de H.H.
Agatha en Barbara te Oudenbosch met haar bijzondere kerkgebouw. De heilige Paus
Pius X heeft deze kerk in het tiende jaar van zijn pontificaat verheven tot “Basilica
Minor”.
Ik feliciteer U allen en uw pastoor, de rector van de basiliek, mijn goede vriend, de
zeereerwaarde heer Maickel Prasing, met dit jubileum.
Het kerkgebouw is gebouwd naar voorbeeld van de Sint-Pieter in het Vaticaan, en de
fagade naar voorbeeld van de moederkerk van de stad Rome en van alle basilieken, de
Sint-Jan van Lateranen. Een creatie die nergens ter wereld is te vinden en een stenen
getuigenis is van de verbondenheid met de Heilige Stoel.
Ik wil U herinneren hoe de zalige paus Johannes Paulus II op woensdag 9 oktober 1991 tijdens een audiëntie op
het Sint-Pietersplein de aanwezige parochianen van Oudenbosch groette: “Het is voor mij een grote vreugde u,
dierbare parochianen van Oudenbosch, te ontvangen en het beeld van broeder Anton Geerts te kunnen zegenen. Het
is welbekend dat uw parochie zich sinds lang nauw verbonden weet met de Heilige Stoel en met de wereldkerk”.
De verbondenheid met de wereldkerk is zeker ook af te leiden uit het grote aantal missionarissen dat hun roeping
onder de schaduw van de basiliek heeft gekregen.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord

In alle werelddelen treffen we in de twintigste eeuw missionarissen aan uit Oudenbosch. De bovengenoemde
broeder Lazarist (cm) Anton Geerts is zelfs in China de marteldood gestorven, evenals de Oudenbossche
missionaris van het Heilig Hart (msc) Franciscus Raaymakers die op één der Kei-eilanden het leven liet.
In de meer dan tien jaar dat ik als apostolisch nuntius werkzaam ben in de Nederlandse Kerkprovincie heb ik
verschillende malen mogen celebreren in de basiliek van Oudenbosch. Daarnaast heb ik uw parochie enige malen
bezocht.
Steeds mocht ik constateren dat de Oudenbossche parochie een vitale parochie is met oog voor de ontwikkelingen
binnen de Kerk. Het devies van het wapen van uw kerkgebouw “Custos Hereditatis” hebt u daarbij steeds in acht
genomen. Ook in dit boekwerk komt dit tot uiting.
De auteurs van het boek complimenteer ik met het boek. Ik hoop dat deze uitgave mag bijdragen aan het welslagen
van het vieren van “100 jaar basiliek” in uw parochie.
Graag wens ik U Gods Zegen voor het hele jubileumjaar.
’s Gravenhage, oktober 2011
+ Mgr. Dr. Frangois R. Bacqué,
Titulair aartsbisschop van Gradisca
Pauselijk nuntius


VOORWOORD
Het jaar 2012 is voor katholieken wereldwijd een bijzonder jaar. Op 11 oktober gedenken we dat het vijftig jaar
geleden is dat paus Johannes XXIII het Tweede Vaticaans Concilie opende. Het concilie duurde tot 8 december
1965. Geïnspireerd door Vaticanum II werden vele noodzakelijke hervormingen doorgevoerd om de kerk “bij de
tijd te brengen”. In gezamenlijk gedragen verantwoordelijkheid geven sindsdien velen gestalte aan het kerkelijk
leven, vrouwen en mannen, actief in de liturgie, de diaconie, de catechese en de kerkopbouw, geworteld in onze
rijke kerkelijke traditie én tegelijkertijd met open oog en oor voor de tekenen van deze tijd.
Het jaar 2012 is ook voor Oudenbosch een heel bijzonder jaar. We gedenken dat het een eeuw geleden is, dat Paus
Pius X ons opmerkelijke kerkgebouw de titel “Basilica Minor” verleende. Ter gelegenheid van dit memorabele
feit is het een goede gedachte geweest een nieuw boek samen te stellen. Het voorliggende boek is het resultaat van
een samenwerking tussen het Comité 100 jaar Basiliek, het kerkbestuur van onze parochie en de Heemkundige
Kling “Br. Christofoor”.
Een eeuw lang heeft onze kerk de titel “Basilica Minor”. In die honderd jaar zijn er veel vieringen geweest in de
basiliek, hebben mensen hun lief en leed met elkaar gedeeld, is er gerestaureerd, onderhoud gepleegd en zijn tal
van versieringen aangebracht. Dit boek geeft ons de gelegenheid nog eens mijmerend stil te staan bij de pracht en
praal en bij de vele vieringen en gebruiken binnen ons kerkgebouw.
De tijd die vaak aangeduid wordt met “Het Rijke Roomse Leven” valt binnen de afgelopen honderd jaar. We
kennen in die periode een groot scala aan gebruiken om Gods nabijheid te vieren in Woord en Sacrament.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord
Inmiddels is er veel gewijzigd of zelfs verloren gegaan. Gebleven is echter het feit dat veel parochianen trots zijn
op hun bijzondere koepelkerk én trots zijn dat deze kerk als tweede kerk in de Nederlandse Kerkprovincie in 1912
de titel basiliek verkreeg. Gebleven is ook het feit dat we ook in onze tijd Gods nabijheid in de basiliek willen
vieren bij vreugde en verdriet en op het ritme van het liturgisch jaar.
De auteurs hebben archiefmateriaal geraadpleegd om ons een betrouwbare indruk te geven over de vervlogen
jaren. Opvallend is hoe van generatie op generatie men in Oudenbosch heeft bijgedragen aan het in stand houden
van de basiliek. Van jong tot oud en van rijk tot arm trachtte men bij te dragen aan het verfraaien en onderhouden
van dit kerkgebouw. Het is dan ook goed te constateren dat de belangstelling voor de kerk als monument toeneemt.
Een stroom van bezoekers vanuit het gehele land en van over onze landsgrenzen bezoekt jaarlijks de basiliek.
Maar meer nog is het goed te constateren dat onze basiliek als parochiekerk in gebruik is door een levendige
geloofsgemeenschap die dit jaar het eeuwfeest vol vreugde en dankbaarheid gaat vieren.
Op het fries in de kerk staat, in het Latijn, ondermeer en volkomen terecht “Door louter geloofszin en milddadigheid
van de parochianen werd ik ter ere van de H.H. Agatha en Barbara gebouwd en zal ik voltooid worden naar het
voorbeeld van de Vaticaanse Basiliek van de H. Apostel Petrus”.
De toevallige samenloop van de honderdste verjaardag van de verheffing tot basiliek van onze parochiekerk en
de vijftigste verjaardag van de opening van het Tweede Vaticaans Concilie in 2012 drukt naast de bijzondere
verbondenheid van de basiliek van Oudenbosch met de Vaticaanse basiliek, ook de opdracht uit te blijven
getuigen van de Blijde Boodschap van Jezus van Nazareth, de Christus en zo mee te werken aan een vitale, open,
hartelijke, nabije en gastvrije kerk.
Moge dit boek bijdragen aan het welslagen van de vieringen rond dit eeuwfeest. De samenstellers en auteurs,
Jan Bedaf, Mark Buijs, Kees Koenraadt, Piet Meijers en Wim Tousain, feliciteer ik van harte met het resultaat.
Pastoor Maickel Prasing,
Rector van de Basiliek van de H.H Agatha en Barbara
Oudenbosch, januari 2012

Heemkundekring Broeder Christofoor Oudenbosch i.s.m. Kerkbestuur Basiliekparochie;  
 

2. Boeknummer: 00100  
Beknopte geschiedenis van de Pauselijke Zouaven
Religie -- Algemeen           (onbekend)    [M.C. J.L. Van Nispen]
Beknopte geschiedenis van de Pauselijke Zouaven

Voor het begrijpen van de geschiedenis van de Pauselijke Zouaven is het noodzakelijk iets te weten over de Kerkelijke
Staat. Voor de verdediging van deze staat hebben in de periode 1860-1870 duizenden jonge mannen hun leven veil gehad.
De eigenlijke stichting van de Kerkelijke Staat vond plaats onder de regering van Pepijn de Korte. Tevoren had de Kerk
grote stukken grond gekregen en na het edict van Milaan in 313 namen deze bezittingen voortdurend in omvang toe. Zij
lagen over geheel Italië verspreid en vormden tezamen het PATRIMONIUM PETRI, het erfgoed van Petrus. De pausen waren
in feite grootgrondbezitters, zij bezaten geen wereldlijke macht. De zgn. 'schenkingsbrief van Constantijn' waaraan
deze macht zou worden ontleend, is een vervalsing uit de 8e eeuw. Wel had de bisschop van Rome vanaf de tijd van
Constantijn een beperkte wereldlijke macht in Rome en Italië.
Hij was vazal van het Oostromeinse rijk; de plaatsvervanger van de keizer, de exarch, zetelde in Ravenna.
Omdat de Oostromeinse keizer, noch zijn stadhouder, voldoende weerstand aan de veroveringszucht van Hunnen en
Longobarden konden bieden, nam de paus de zorg op zich voor veiligheid en rechtsorde.
Toen in 751 de Longobarden Ravenna veroverden en Rome naderden, trok paus Stephanus II naar de Frankische koning
Pepijn en maakte hem tot 'patricius Romanorum', een titel die de exarch van Ravenna had gedragen. In 754 sloot Pepijn een
bondgenootschap met de paus, trok de Alpen over en versloeg de Longobarden bij Pavia. Het veroverde land, Ravenna en 22
steden in de omtrek, stond hij af aan de paus als geschenk aan de H. Petrus en de Roomse Kerk. Door deze schenking
van Pepijn de Korte was de Kerkelijke Staat eigenlijk gesticht.
Door de reis die door Stephanus II naar Frankrijk was ondernomen om bescherming te vragen, werd de traditie in het
leven geroepen welke Frankrijk meer dan 1000 jaar lang telkens deed ingrijpen, militair of politiek, in aangelegenheden
van de Katholieke Kerk. Ook in de 19e eeuw.
In 773 bedreigen de Longobarden de Kerkelijke Staat. Dan onderneemt de zoon van Pepijn, Karel de Grote, een veldtocht,
verslaat de Longobarden en schenkt in 774 gebieden om Rome, hét land der Sabijnen, Ferrara, Bologna, Imola, Faenza,
Ancona, Osimo en Perugia aan de paus.
In 787 voegt hij er landstreken zuidelijk van Rome, Viterbo,Orvieto en Civita Castellana aan toe.

Nederlands Zouaven Museum Oudenbosch/Pro Petri Sede;   ( Ja)
 

3. Boeknummer: 00164  
Over de dag van morgen heen. 25 jaar Bethlehem Parochie
Religie -- Kerk, Bethlehem (Haagse Beemden)           (2002)    [Toon Kloet]
Over de dag van morgen heen.

TOEN IK ME destijds meldde bij het archief van het bisdom Breda om stukken over het ontstaan van onze 25 jaar oude Bethlehemparochie in te zien, bespeurde ik iets van meewarigheid in de
woorden van de bisdomarchivaris. 'Ik weet niet eens of we daar al veel over hebben', zei hij, 'u bent hier in een archief waarvan de oudste stukken uit 1300 dateren'.
Zo stond ik meteen met twee benen in de werkelijkheid. Een kwart eeuw... Kun je dan al van geschiedenis spreken? Waar en wanneer begint geschiedenis eigenlijk? Staat daar een bepaald
aantal jaren voor? Of moeten de mensen die het allemaal gemaakt en meegemaakt hebben soms uit de tijd zijn...? 'Ergens dichtbij staan, kan het scherp zien bevorderen', schreef prof. P.Bouman
in zijn 'Cultuurgeschiedenis van de twintigste eeuw'. Wat kon ik dus beter doen dan gewoon doorgaan.
Op 1 januari 2002 was het 25 jaar geleden dat pastoor A. (Toon) Danen door bisschop H. Ernst van Breda belast werd met de opdracht zielzorg te gaan voorbereiden en verrichten in een nog te
bouwen grote stadswijk van Breda. Een opdracht die, kerkhistorisch gezien, samenviel met een keerpunt in de geschiedenis. 'Het was duidelijk dat er al een nieuwe tijd gaande was', zou
pastoor Danen er later over zeggen. En daarmee bedoelde hij, dat de secularisatie, de ontkerkelijking zich al duidelijk had aangediend.
We zijn nu een kwarteeuw verder en de parochie leeft. In die voorbije kwarteeuw hebben, naast Danen en zijn opvolgers in het pastoraat, ook vele parochianen als vrijwillig(st)er aan de
geschiedenis van de Bethlehemparochie meegeschreven. Een aantal van hen wordt in de navolgende bladzijden met name genoemd. Anderen, vele anderen -want hoeveel vrijwillig(st)ers kent
onze parochie immers?- zullen hun naam er niet in terugvinden, hoewel hun inzet mede bepalend is geweest voor de kansen die de kerk in dit jonge deel van Breda heeft gekregen en benut.
Allen die, op welke manier dan ook, de Bethlehemparochie in de voorbije 25 jaar hebben gevormd en gesteund mogen zich in de volgende woorden geëerd weten.
TOON KLOET
november 2002

Bethlehem parochiebestuur;  
 

4. Boeknummer: 00204  
40 jaar KNBTB-bedevaarten Lourdes 1953-1992
Religie -- Lourdesbedevaart           (1993)    [Mevr. M. van Meer, Rector A.Merkx]
40 jaar KNBTB-bedevaarten Lourdes 1953-1992

Voorwoord
Wonder
Is het ter bedevaart gaan nog van deze tijd?
Deze vraag stel ik - ook aan mezelf omdat ons leven en ons werken
steeds meer worden beheerst door materiële zaken en belangen, zoals: Hoe
financier ik een mestsilo? Hoe pas ik m’n teeltplan aan in het licht van
dalende prijzen? Hoe kan ik m’n bedrijfsontwikkeling optimaliseren?

De maatschappij bemoeit zich in toenemende mate met het boeren- en tuin-
dersbedrijf. Dat uit zich in tal van geboden, verboden, eisen en regel-
geving. Dat hoort kennelijk bij een moderne samenleving. Die bedreigin-
gen welke nopen tot een 'struggle for life', laten menigeen in de praktijk
van alledag nauwelijks tijd en ruimte voor zaken van diepere waarden.

Hoewel ...
De Lourdesbedevaarten van de KNBTB vormen een erfgoed uit de tijd dat
katholieke boeren en tuinders zich verenigden in standsorganisaties waar-
aan zij niet alleen het behartigen van hun zakelijke belangen delegeerden,
maar waarin zij zich met geloofsgenoten ook thuis voelden.
Binnen dat saamhorigheidsgevoel groeide onder meer de behoefte aan
bezinning, aan inspiratie, aan pelgrimage.
Vele duizenden boeren en boerinnen, tuinders en tuindersvrouwen en hun
gezins- en familieleden hebben in de afgelopen veertig jaar de Lourdes-
bedevaart gemaakt. Zij kunnen getuigen van de rijke en verrijkende erva-
ringen van hun tocht.

Ook nu leeft de behoefte aan pelgrimage nog volop; ondanks of misschien
wel dankzij de verzakelijking van en in onze samenleving. We mogen er
dankbaar voor zijn, dat vele mensen, jong en oud, zich (blijven) inzetten
voor het instandhouden van de KNBTB-Lourdesbedevaart.
Dat is toch een klein wonder?!
Drs. J.W.E.M. Mares
voorzitter KNBTB

Ten geleide
Ter bedevaart gaan...
Het trekken van de mens, individueel of in groepsverband, is iets zó
algemeen menselijks dat dit verschijnsel wel moet samenhangen met het
diepste wezen van de mens. De mens beleeft er voldoening aan en het
geeft een bevrijding zowel aan de gevoelens van vreugde als aan die van
verdriet. Het is tevens ontspanning. Iets zó typisch menselijks als het
trekken heeft het religieuze in de mens heel sterk aangegrepen. Het heeft
zijn uitdrukking gevonden o.a. in de bedevaarten en processies. Zowel in
de bedevaart als in de processie spelen de mystiek van de 'weg' en de
mystiek van het 'trekken' een belangrijke rol.
Zolang de mens bestaat, bestaat het ter bedevaart gaan, op weg gaan naar

God.
In de heilige Schrift, in het oud-testamentische boek 'Exodus' lezen we
over de uittocht van het Joodse volk uit Egypte, het slavenhuis. Zij trekken
op naar het beloofde land, naar God. God leidt die tocht. 'En Jahwe ging
voor hen uit' (Ex. 13,12). De mens heeft geen vaste woonplaats hier op
deze wereld, hij is op weg naar God.
Ook in het Nieuwe Testament lezen we hierover, o.a. in het Evangelie van
Lukas over de bedevaart van Jezus met Maria en Jozef samen met een
grote groep mensen. 'Ieder jaar reisden zijn ouders tegen het paasfeest
naar Jeruzalem' (Lk. 2,41-42).

Het is niet waar, wat door tegenstanders wel eens wordt opgemerkt, dat
een bedevaart naar een Maria-oord een sta-in-de-weg is of een blokkade
op de weg naar God of zijn Zoon Jezus Christus. Integendeel. De juiste
Maria-verering brengt de gelovige mens tot Christus. Maria verwijst met
heel haar leven, met heel haar geloof naar Jezus Christus. 'Per Mariam ad
Jesum!' Door Maria tot Jezus. God heeft Maria uitverkoren als Moeder
van ons allen. Langs de Moeder bereiken wij de Vader. Daarom gaan we
tot haar op bedevaart, met al onze vragen en zorgen, maar ook met de
openheid en de stilte om God tot ons te laten spreken door zijn Zoon en
zijn Moeder.

De KNBTB-commissie en nog meer de NCB-commissie hebben in de
veertig jaren van hun Lourdesactiviteiten bij voorkeur aan zieken en
gehandicapten mogelijkheden aangereikt om een bedevaart naar Lourdes
te maken. En dit niet in de verwachting dat al deze mensen in Lourdes
genezen zouden worden, maar wèl dat zij er 'beter' vandaan komen. Beter
in de zin van: gesterkt, getroost, nieuwe moed opgedaan en extra kracht
om hun ziekte, hun kruis te aanvaarden en beter te kunnen dragen. Het is
dan ook niet 'zomaar' datje in Lourdes zoveel blijde gezichten ziet! Want
daar krijgt men heel persoonlijk te horen: 'Ga in vrede, je geloof heeft je
genezen'.
Lourdes geeft een extra dosis vitaminen, niet in de vorm van tabletten
maar door de ervaring, het gevoel dat God met je meetrekt eh Hij je helpt
het leven te aanvaarden zoals het naar je toekomt.
Maar ook voor de gezonden is Lourdes een oase van gebed en ontmoeting,
de 'plek waar de hemel de aarde raakt'. Het samen optrekken, het samen
bidden en zien bidden, het met duizenden deelnemen aan de sacraments-
processie en de lichtprocessie, je verbonden voelen als wereldkerk met
mede-christenen uit alle delen van de wereld, met alle volkeren één
gemeenschap vormen, het zien van de blijheid die zieken uitstralen on-
danks hun situatie, het in stilte neerknielen bij de grot: het zijn allemaal
momenten die indruk maken, die geestelijk verrijken en een gevoel van
diep geluk geven. Geen wonder dat ondanks alle sekularisatieprocessen en
de teruggang van het kerkbezoek in Nederland het aantal pelgrimerenden
naar Lourdes nog eerder toe- dan afneemt.

Lourdes is echter niet enkel een plaats van gebed en bezinning. Het
hulpbetoon, de onderlinge liefde, het er-zijn-voor-de-ander maken Lourdes
tot een plek van daadwerkelijk christendom. Ieder helpt ieder. Men staat
klaar voor elkaar, troost elkaar, deelt lief en leed met elkaar, maakt plezier
met elkaar. En dat als een vanzelfsprekendheid waar je stil van wordt.
Over wonderen gesproken! Ik denk dat dit het ook is wat jonge mensen zo
aanspreekt in Lourdes en trekt naar Lourdes. Het is in deze veertig jaren
dan ook nooit een probleem geweest om voldoende jonge mensen bereid
te vinden als vrijwillige hulpkracht (zelfs met bijbetaling!) aan een
bedevaart deel te nemen.
Elk jaar ervaren deze jonge mensen weer hoe de vreugde die zij brengen
aan zieken en gehandicapten op hen zelf terugkaatst, hen zelfs tot diep in
hun binnenste raakt. Tegelijk zijn zij ook een bron van vreugde voor vele
gezonde (oudere) pelgrims. Dezen zien vaak tot hun verbazing maar vooral
tot hun vreugde hoe positief die jonge mensen zijn: zo toegewijd, zo attent,
zo vol liefde en geduld. Oud en jong inspireren elkaar, luisteren naar
elkaar, genieten van elkaar, zijn één met elkaar. Ook dat is een van de
wonderen van Lourdes!

Maar het eerste (echte) wonder van Lourdes, de verschijning van Maria,
heeft Lourdes gemaakt tot een van die 'uitgespaarde plekken' in de wereld
waar het visioen over een andere wereld wordt hoog-gehouden, waar
mensen tijd en aandacht hebben om zich de 'nieuwe mens' voor te stellen,
waar mensen met stilte de verkeerde ijver te lijf gaan, en waar mensen
meetellen niet om wat zij hebben maar om wat zij zijn en vragen en
zoeken. Gelukkig zijn er in onze wereld nog van die uitgespaarde plekken
die zich heel duidelijk lenen om 'goede aarde' te zijn, waar het zaad,
Gods woord, nog goed terecht komt.
Lourdes is zo’n plek.

Rector A.J. Merkx
Voorzitter Commissie Lourdesziekenfonds NCB

Lourdescommissie KNBTB;  
 

5. Boeknummer: 00209  
De geschiedenis van de parochie Maria ten Hemelopneming Prinsenbeek.
Religie -- Parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming / Maria Magdalena           (1979)    [Herman Dirven]
De geschiedenis van de parochie Maria ten Hemelopneming Prinsenbeek. Uitgave t.g.v. expositie in Grote Kerk Breda

VOORWOORD
Bij het voorbereiden van deze tentoonstelling kwam als vanzelf de gedachte naar voren iets over de geschiedenis van de
Parochie, het Kerkgebouw en het Hoofdaltaar te publiceren.
Wat is daartoe meer geschikt dan de gedegen studie die de heer Dirven van de Werkgroep Haagse Beemden over dit on-
derwerp maakte en publiceerde in haar tijdschrift ”Hage”.
Wij zijn er de heer Dirven dankbaar voor dat hij onmiddellijk bereid was toestemming te geven beide artikelen tot één
boekje samen te vatten en dit ter gelegenheid van deze tentoonstelling uit te geven.
Wij menen dat niet alleen bij de inwoners van Prinsenbeek hiervoor grote belangstelling zal bestaan, doch ook bij alle
anderen wie de kerkgeschiedenis ter harte gaat.
STICHTING GROTE OF ONZE
LIEVE VROUWE KERK BREDA.

Stichting Grote Kerk Breda;  
 

6. Boeknummer: 00210  
1949-1999 H. Bartholomeuskerk Zevenbergschen Hoek
Religie -- Algemeen           (1999)    [Ad Verschuren]
1949-1999 H. Bartholomeuskerk Zevenbergschen Hoek

Ten geleide
Dit boekje werd samengesteld naar een idee van het kerkbestuur ter
gelegenheid van het 50 jarig bestaan van onze parochiekerk.

Het was geenszins de bedoeling een geschiedenis te schrijven van de
laatste 50 jaar van onze parochie, maar meer om te verhalen over de
bouw van de kerk, wat eraan vooraf ging en wat er daarna met en
rondom de kerk gebeurde in de daarop volgende 50 jaren.

De gegevens uit dit boekje zijn grotendeels afkomstig uit de memo-
rialen van de parochie en het streekarchief te Zevenbergen. Ook de
foto’s en illustraties zijn voornamelijk afkomstig uit bovenstaande
bronnen.

Ad Verschuren
Juli 1999


Voorwoord
Beste lezer,
Voor u ligt de beknopte geschiedenis van onze kerk en zijn gemeen-
schap in de afgelopen 50 jaar. Verhalen over het einde van de oor-
log, over de watersnood, over dopen, trouwen en sterven, over
pastoors en kapelaans, over verbouwingen, kortom over heel veel
zaken die zich in en rondom het huidige kerkgebouw hebben afge-
speeld.
1949- 1999. Ons kerkgebouw is 50 jaar oud en een dergelijk jubi-
leum behoor je te vieren.
Het kerkbestuur wil u in het kader van het jubileum dit boekje aan-
bieden in de hoop dat u er enkele genoeglijke uurtjes aan zult bele-
ven.
Ad Verschuren, lid van het kerkbestuur, heeft heel wat vrije uurtjes
opgeofferd om de archieven van de kerk door te spitten en van al die
gebeurtenissen een lezenswaardig verhaal gemaakt. We zijn Ad daar
erg dankbaar voor, al heeft hij aan zijn werk ook veel plezier be-
leefd. In die annalen kwam hij n.1. prachtige met de hand geschre-
ven, soms bijna onleesbare, verhalen tegen die de geschiedenis van
de laatste 50 jaar zo treffend in beeld brengen. Uit al die boekwer-
ken is een selectie gemaakt met de belangrijkste gebeurtenissen.
Wij hopen dat u deze beknopte 50-jarige H. Bartholomeushistorie
met veel plezier zult doorlezen en wellicht mijmert u zelf weer even
weg als u de verhalen herkent.
Will Aper
Vice- voorzitter kerkbestuur H. Batholomeus

Kerkbestuur Batholomeuskerk;  
 

7. Boeknummer: 00212  
Liefde als wapen
Religie -- Mgr. Bekkers           (1966)    [Ton Oostveen]
Liefde als wapen. Herinnering aan Mgr Bekkers

Voorwoord
Toen de aankondiging van de verschijning van dit boek gepubliceerd werd, vroeg een collega me waarom ik me
geroepen voelde dit werk te ondernemen, en welke onthullingen wellicht te verwachten zouden zijn. Op de
laatste vraag kon ik antwoorden, dat de persoon van mgr. Bekkers veeleer een open bock dan een mysterie
was, zodat over zijn leven weinig werkelijke onthullingen mogelijk schijnen. En wat de eerste vraag betreft:
ik meen de bisschop persoonlijk vrij goed gekend te hebben, maar er zijn er zeer velen die datzelfde,
en vaak met nog meer recht, kunnen zeggen. Mijn rechtvaardiging voor het schrijven van dit boek, zo kort na
het sterven van de geliefde bisschop, is vooral mijn bewondering voor mgr. Bekkers.
Ik mocht hem uit hoofde van mijn functie bij de Brabantpers vele malen ontmoeten en interviewen,
ik volgde als vele anderen geboeid zijn initiatieven ter bevordering van een werkelijke dialoog binnen de katho-
lieke kerk en naar buiten, en ik registreerde iets van de weerklank, die hij in en buiten zijn diocees wekte.
Dit bock, dat noch volledigheid, noch de objectiviteit van de afstand kan pretenderen, is geschreven vanuit een
oprechte bewondering, en wil de herinneringen vastleggen op een moment, dat nog gevuld is met de emoties
van een plotseling verlies. Mij dunkt dat het nuchtere feit, dat een bisschop bij zijn sterven zo’n golf van ont-
roering en bewondering lossloeg, op zich van niet onbelangrijke betekenis is voor toekomstige biografen.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord
Ofschoon ik dus meer getracht heb de herinnering aan en de bewondering voor mgr. Bekkers onder woorden te
brengen dan een volledige en chronologische biografie te schrijven, heb ik toch met dankbaarheid gebruik ge-
maakt van de gegevens, die vrij talrijke interviews met plaats- en schoolgenoten, vrienden en medewerkers van
de bisschop mij opleverden. Met nadruk wil ik daarom mijn oprechte en grote dank uitspreken aan het adres
van al degenen, die mij met hun herinneringen hielpen.
Vooral de naaste medewerkers van mgr. Bekkers, de hulpbisschop mgr. drs. J. Bluyssen, de vicarissen-gene-
raal mgr. L. Rooijackers en mgr. M. Oomens, en de vriend en adviseur van de bisschop, prof. mr. dr.
J. J. Loeff zijn mij met veel gegevens en hartelijke steun zeer ter wille geweest. De meeste tijd en moeite heeft on-
getwijfeld de privé-secretaris van mgr. Bekkers, de heer J. Reinhard, aan mij besteed. Zonder zijn royale mede-
werking zou het in korte tijd voltooien van dit boek welhaast onmogelijk zijn geweest. Tenslotte geldt mijn dank
de leiding van de Brabantpers, die mij de tijd en mogelijkheden om dit boek te schrijven ter beschikking stelde,
en waarvan de hoofdredacteuren mij hielpen met nuttige adviezen.
Als inleiding is in dit boek opgenomen de openingstoespraak, die de aartsbisschop van Utrecht, kardinaal
Alfrink, tijdens de Uitvaartdienst in de St.-Jan hield.
De kardinaal, die door drukke werkzaamheden en gemaakte afspraken onmogelijk kon voldoen aan mijn ver-
zoek om in korte tijd een bijdrage voor dit boek te leveren, was zo vriendelijk zelf deze oplossing te adviseren.
Ik ben de kardinaal daar erg erkentelijk voor.
‘Liefde als wapen’ wil de herinnering levendig houden aan een bisschop, die voor de journalisten zo’n groot
vriend was. Ook daarom heb ik het graag geschreven.
TON OOSTVEEN



Openingswoord
van kardinaal Alfrink bij de uitvaart van mgr. W. M. Bekkers op 14 mei 1966.
De droefheid om het naar menselijke gedachten tragische einde van deze mens, die zoveel goedheid, zoveel hoop
en zoveel vertrouwen rond zich heeft gespreid, wordt overstemd door de dankbaarheid die ons vervult om de
zegen die God, de Gever van alle goeds, ons in hem geschonken heeft.
Na alle goede woorden, waarmee hij in zijn leven zoveel mensen heeft verkwikt, is door zijn vroegtijdig en smar-
telijk heengaan zijn laatste boodschap aan ons een getuigenis geworden van de broosheid en de onzekerheid
van het menselijk bestaan.

klik op de pijlpunt links voor het volledige openingswoord
Het is de boodschap van de profeet: ‘Alle vlees is als gras; heel zijn glorie als de bloem op het veld. Het gras verdort
en de bloem verwelkt als er Jahweh’s adem op blaast’ (Is. 40,6v.).
Maar we geloven dat Gods adem een levenwekkende kracht is. Gods adem brengt geen dood; Gods adem
schenkt leven. Zo is het getuigenis van de Heer: ‘Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven’ (Jo. 11,25).
Dankbaar voor het getuigenis van Gods levenwekkende liefde, dat de overledene ons heeft mogen schenken, dra-
gen wij hem ten grave, getroost door het intense meeleven van zo goed als heel ons volk.
En omdat we weten naar het woord van de Schrift, dat God ook van zijn trouwe dienaar verantwoording vraagt,
willen wij hem aanbevelen in Gods liefde en Gods barmhartigheid door deze eucharistische viering van het offer
van zijn Zoon, die door zijn dood ons het leven heeft geschonken in eeuwigheid.
In dat geloof heeft Wilhelmus Bekkers, bisschop van de Kerk, zijn leven aan zijn Heer teruggegeven. In dat ge-
loof aanvaarden wij Gods ondoorgrondelijk raadsbesluit. En in dat geloof vertrouwen wij dat hij bij zijn
Heer leeft in eeuwigheid.

BERNARDUS KARDINAAL ALFRINK
Aartsbisschop van Utrecht

Malmberg Den Bosch;  
 

8. Boeknummer: 00213  
Bisschop Bekkers, vriend van ons allen
Religie -- Mgr. Bekkers           (1966)    [N. van Hees]
Bisschop Bekkers, vriend van ons allen. 2de druk

Ene doodgewone jongen uit Rooi
Maandag 9 mei 1966 sterft bisschop Bekkers in het ziekenhuis te Tilburg. Daags daarop wordt zijn dood lichaam overgebracht naar
Den Bosch. Dan worden de eerste regels geschreven voor dit boek.
Het is dinsdagmiddag half vier en ik dwaal alleen door het lege bisschopshuis aan de Peperstraat. In de tuin achter staan vier stoelen
schuin tegen de tafel geleund. De zon schijnt op wat tulpen en een bloeiende azalea mollis. Het is stil.
Ik stap de werkkamer binnen van de bisschop. De hangklok tikt. Aan de muur een groot wit paard met erop een vrolijk lachende
man. Een gekleurde prent van paus Jan en daaronder een koppel uit hout gesneden boerenpaarden. Langs drie zijden kijkt het por-
tret van een oude vrouw naar de werktafel. In alle vertrekken hangt een foto van Bekkers’ moeder, hier drie maal. Op de tafel staat een
rijtje boeken voor de hand. Het dagboek van paus Jan en vlak daarnaast ‘Frans voor het dagelijks gebruik’.
De grote kamer is hol en leeg. De laatste keer, dat ik hier binnen kwam, was ze geheel gevuld met de rollende lach van de bisschop,
die er middenin stond met een kop dampende, goudgele bouillon in de hand. Ik ga zitten in de stoel, waar hij me nog zo kort geleden
een glas schuimend bier inschonk. Meer dan in enig ander vertrek van dit huis voel je dat hij weg is, heel ver weg.
Een uur later zal zijn beste vriend, vicaris Lambert Rooyackers, die vijf jaar Dachau overleefd heeft te midden van opgestapelde doden,
en die daarbij zijn geloof in het leven geen moment heeft verloren, zeggen: ‘Ik ben nog nooit zo bij de dood betrokken geweest als nu.’
In de lege kamer, waar ik zit te mijmeren, slaat de klok vier koperen slagen. Ik sta op, ga naar boven en doe de deur open van de grote
slaapkamer, breed houten ledikant, telefoon naast het opgemaakte bed, aan de muur een fotostrip: in het midden de oude vrouw met
aan weerskanten naast haar de koppen van vier van haar dertien kinderen: drie kloosterzusters en een jonge priester, die lacht.
Ik loop terug de gang in en ga staan voor het raam, dat uitziet op de parade, het grote plein naast de kathedraal. Er hebben zich een paar
honderd mensen verzameld. Jongens zijn in de fris groene boompjes geklauterd aan weerskanten van de brede deur, die open staat.
In een halve cirkel staan de pastoors van Den Bosch opgesteld. Vijf minuten over vier beginnen de klokken van de Sint-Jan te luiden.

Becht Uitgeverij Amsterdam;  
 

9. Boeknummer: 00283  
Fotoverslag Jubileumbedevaart Rome 2002
Religie -- Algemeen           (2003)    [Smit, Ruud]
Fotoverslag jubileumbedevaart van het bisdom Breda naar Rome 19 t/m 27 oktober 2002 (met foto cd)

Als bisdom behoren we tot de kerk van alle plaatsen en alle tijden. Nergens is dat meer zichtbaar en voelbaar dan in Rome waar de apostelen Petrus en Paulus
begraven liggen en waar de bisschop van Rome, de opvolger van de apostel Petrus, het zichtbare teken van onze eenheid is. Daarom gaan we in het najaar
van 2002 op bedevaart naar de Eeuwige Stad.
(bisschop Muskens tijdens de Opstapdag Jubileumviering, maart 2001, te Bergen op Zoom)

Reis
Al vroeg vertrekken de bussen vanuit de diverse plaatsen in het bisdom. Familieleden en vrienden van de bedevaartgangers zijn opgekomen om ondanks het vroege uur hen uit te
zwaaien.
Eenmaal over de grens doet zich een hilarisch moment voor. We stoppen bij een benzinestation, waar Italianen zich verbazen over onze sjaaltjes. Die zijn hun onbekend en ze
vragen dan ook van welke voetbalclub wij zijn, (website bisdom)

Keulen
Wij gaan met tweeduizend mensen op bedevaart, op pelgrimstocht. Wij gaan den vreemde in. We hebben ons huis, onze familie, onze woonplaats verlaten. We laten onze
gewone bezigheden, onze normale levenssfeer, onze omgeving achter en trekken naar heilige plaatsen. Wij gaan op pelgrimstocht, op bedevaart en schakelen over van stof-
felijke naar geestelijke zorgen, van aardse bekommernis naar het hemelse. Wij gaan met elkaar op reis naar heilige plaatsen om te bidden en om een gunst af te smeken,
om te danken. Wij gaan in het spoor van onze aartsvader Abraham. Als een zwervende Arameeër, op weg in den Vreemde ontmoette Abraham God op zijn weg. Wij gaan in het
spoor van de Drie Koningen van wie in deze Dom de relieken worden bewaard. Wij gaan in het spoor van St. Willibrord naar Rome...
(deken Simon Kuyten in de Dom te Keulen)

Bisdom Breda;  
 

10. Boeknummer: 00295  
Bijbels Woordenboek
Religie -- Algemeen           (1954-1957)    [Dr A. van den Born e.a.]
Bijbels woordenboek

VERANTWOORDING
De eerste, inmiddels uitverkochte druk van het Bijbels Woordenboek mag zonder enige overdrijving een algeheel succes genoemd worden. Dit blijkt wel het
beste hieruit, dat de publicatie van de duitse bewerking * voltooid is, dat de franse vertaling ** binnen afzienbare tijd verwacht mag worden, en dat verschil-
lende andere vertalingen in voorbereiding zijn.
Hoe goed de eerste druk ook was, de geweldige ontwikkeling en heroriëntering die de bijbelwetenschap in de laatste jaren heeft doorgemaakt (men denke
slechts aan de opzienbarende vondsten in de woestijn van Juda en het verdiepte theologische inzicht dat ook aan de bijbelstudie ten goede kwam), stelde de
redactie voor de noodzaak, de tekst grondig bij te werken.
Daarom is voor de tweede druk het aantal medewerkers aanzienlijk uitgebreid, zijn verschillende trefwoorden geschrapt en nieuwe trefwoorden opgenomen,
vooral van theologische aard. Archeologische en historische onderwerpen zijn bondiger behandeld, theologische vraagstukken daarentegen hebben al de ruimte
gekregen die ze verdienen. Ook de vorm van het boek is, naar wij vertrouwen, eleganter geworden.
Maar ook deze tweede druk blijft, wat de eerste druk wilde zijn: een handig hulpmiddel, waarin vakmensen, geestelijken, priesterstudenten, hogeschoolstu-
denten, afgestudeerden en belangstellende leken een beknopt, maar toch volledig antwoord kunnen vinden op alle vragen die zich bij bijbelstudie en bijbelonder-
richt steeds weer voordoen, en waarvan de beantwoording anders het zoeken in een omvangrijke en vaak moeilijk toegankelijke vakliteratuur noodzakelijk maakt.
Ofschoon de medewerkers allen dezelfde algemene richtlijnen en beginselen volgen, en het vooral hun streven is, een zo objectief en volledig mogelijk beeld
te geven van de verschillende vraagstukken, blijft toch ieder van hen alleen verantwoordelijk voor zijn eigen bijdragen. Daarom is elk trefwoord met een ge-
makkelijk te herkennen initiaal ondertekend.
In het artikel Tijdrekening (niet elders) kon nog rekening gehouden worden met de in 1956 gepubliceerde Chronicles of Chaldaean Kings (626—556) in the British
Museum. Het artikel over de vondsten in de woestijn van Juda is als Aanhangsel I opgenomen om de auteur gelegenheid te geven, de allerlaatste gegevens te verwerken.
DE REDACTIE
* Bibel-Lexikon, herausgegeben von Herbert Haag (Benziger Verlag, Einsiedeln, Zürich, Köln).
** Gebaseerd op de tweede nederlandse uitgave.

J.J. Romen & Zonenen Roermond;  
 

11. Boeknummer: 00296  
Eremietenregels Achelse Kruis
Religie -- Rituelen           (1974)    [Domien de Jong]
Beschrijving van de heremietenregels van de broeders uit Achel. De oorspronkelijke handschriften uit 1689 en 1798 en de geschiedenis.

WOORD VOORAF
’Eremietenregels Achelse Kluis’ is een bijdrage tot de kennis van de vroegere kloosterobservanties in onze streken. Dit is belangrijk, omdat hierover in
onze tijd vaak andere opvattingen bestaan.
De eremieten van Achel zijn in 1798 verdwenen en met hen ook hun kloosterregels. Deze zijn weer uit de archieven te voorschijn gehaald en geven
nog een helder beeld van hoe het was, toen de Eindhovenaar Peeter Wijnants van Ennetten zijn kluis van Achel in 1689 een leefregel meegaf en hoe nadien
dezelfde regel werd omgebogen naar andere inzichten en afgestemd op nieuwere tijden.
De eremietenregel van 1689 werd reeds in 1951 in een Brussels tijdschrift gepubliceerd (1). We hebben het nuttig geoordeeld om deze na 23 jaren weer
het licht te doen zien.
De eremietenregel van 1731/32 is een simultaantekst (Latijns-Nederlands) en is beslist een variant van de regel die in 1696 werd goedgekeurd. De Neder-
landse tekst werd in samenwerking met wijlen frater Herman Walboomers uit ’s Hertogenbosch († 1967) uit het Latijn vertaald en bleef sedertdien in portefeuille.
De inleiding geeft waar nodig een tweevoudige informatie over de handschriften van de eremietenregels: over de tekst en over het document. Als bijlagen zijn opgenomen:
I. De regelgoedkeuring van 1696 (Latijns-Nederlands).
II. Genealogisch fragment van het Eindhovense gezin Wijnant IJsebrants van Ennetten en Elisabeth Petri van den Gevel.

(1) Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, dl CXVI (1951), blz. 61 -122.


INHOUD
INLEIDING......11
REGEL VAN DE EENICH-LEVENDE BROEDERS IN HET CLOOSTER TOT ACHEL ONDER DE BESTIERINGE VAN PEETER WIJNANTS VAN ENNETTEN VAN 1689
Testament voor Peeter Wijnants van Ennetten......21
I. Van den eygendom der gronden ende huijsinghe ...... 21
II. Van het verkiesen van een Oversten......24
III. Van het ontfanghen der broeders......25
IV. Van de maniere van kleedinghe......31
V. Van het ontfanghen der HH. Sacramenten......31
VI. Van de gehoorsamheyt......31
VIL Van de suijverhijt......31
VUL Van de aermoede......32
IX. Van den aerbeijt ende handt-werck......33
X. Van het gebedt ende bidplaetse......33
XI. Van het stilswijghen......34
XII. Van het vasten......35
XIII. Slaepstede......36
XIV. Sieck-huijs......36
XV. Van de geeslelijcke samenspraeck ende vermaninge der openbare fouten......37
XVI. Van de gasten te ontfanghen......38
XVII. Sluijt-regel......38
Approbatie......39
Het aanvullende document van 8 mei 1693......41

REGULAE ET CONSTITUTIONES FRATRUM SOLITARIORUM CONGREGATIONIS SANCTI JOSEPHI IN ACHEL - REGELEN EN CONSTITUTIES DER BROEDERS EREMIETEN VAN DE CONGREGATIE VAN SINT JOSEPH IN ACHEL, 1731/32
I. De receptione fratrum et novitiorum instructione - Over het opnemen van broeders en de onderrichting der novicen......45
II. De admissione et professione fratrum - Over de toelating tot de professie en de professie van de broeders......47
III. De officio superioris - Over de taak van de overste......51
IV. De sacerdote confessario congregationis - Over de biechtvader van de congregatie......55
V. De distributione temporis - Over de dagindeling......57
VI. De oratorio et divinis officiis - Over de kerk en het goddelijk officie......60
VII. De capitulo et correptionibus - Over het kapittel en de berispingen......66
VIII. De labore manuum et opificiis - Over de handenarbeid en de andere werkzaamheden......70
IX. De refectione fratrum - Over de maaltijden van de broeders......72
X. De abstinentia et jejunio - Over de onthouding en de vasten......73
XI. De aedificiis et cellulis fratrum - Over de gebouwen en over de cellen van de broeders......77
XII. De silentio - Over het stilzwijgen......78
XIII. De lectionibus spiritualibus - Over de geestelijke lezing......81
XIV. De conferentiis spiritualibus et annuo exercitio - Over de geestelijke conferentie en de jaarlijkse retraite......82
XV. De veslitu fratrum - Over de kleding van de broeders......84
XVI. De fratribus infirmis - Over de zieke broeders......85
XVII. De hospitibus et peregrinis - Over de gasten en pelgrims......87
XVIII. De fratribus qui foras mittuntur - Over de broeders die uitgezonden worden......88
XIX. De schola et modo parvulos instruendi - Over de school en de methode van onderwijs aan kinderen......89
XX. De relatione harum constitutionum ad regulam evangelicam - Over de verhouding van de constituties tot de evangelische richtlijnen......90
Formula renovationis votorum quotannis facienda - Formule van de jaarlijkse hernieuwing der geloften......93
Preces dicendae ante distributionem laboris matutini - Gebeden voor de verdeling van de morgenarbeid......94
Ante laborem pomerianum - Voor de middagarbeid......95
Approbatio - Goedkeuring......96

BIJLAGEN
I. Regelgoedkeuring van 1696......99
II. Het gezin Wijnant IJsebrants van Ennetten en Elisabeth Petri van den Gevel (genealogisch fragment)......101

COLOFON......103

 

12. Boeknummer: 00303  
Kerken van Cuypers in oude ansichten
Religie -- Algemeen           (1986)    [Jan Jongepier en Andries Monna]
Kerken van Cuypers in oude ansichten. Jubileumuitgave van Europese Bibliotheek.
Foto's met informatieve bijschriften van alle kerken van architect Cuypers in Nederland.

INLEIDING
De toren wordt gebouwd voor de gemeentenaren buiten de kerk. De toren moet hoog zijn. Hij dient om uit de verte de plaats der kerk aan te toonen. Hij moet hoog zijn, omdat de klokken het geluid in de
verte over de woningen der gemeentenaren moeten verspreiden en hen ter kerke roepen. Een lage toren is een onding.
Deze regels, verschenen in het Bouwkundig Weekblad van 1886, zijn afkomstig van bouw-
meester Petrus J.H. Cuypers (1827-1921). De architect heeft het niet bij woorden alleen gelaten. Het silhouet van veel steden en dorpen in ons land wordt voor een groot deel bepaald door een kerk-
gebouw waarvoor hij het ontwerp heeft getekend.

Dat Cuypers zoveel opdrachten kreeg, kwam omdat hij werkte in een tijd waarin het rooms-katholieke volksdeel van Nederland druk bezig was met de emancipatie. De in de Franse tijd opgestelde grondwet van
1798 bepaalde dat alle godsdiensten gelijke rechten zouden hebben. Daarmee kwam er een eind aan de bevoorrechte positie van de Nederlands Hervormde Kerk. Voor de katholieken betekende het dat ze hun
schuilkerkjes konden verlaten en nieuwe, ruime bedehuizen gingen bouwen.

Aanvankelijk gebeurde dit in de zogenaamde waterstaatsstijl, een stijl die zijn naam ontleende aan het feit dat ingenieurs van het Ministerie van Waterstaat vaak nauw bij de plannen betrokken waren. De
kerken van dit type doen met hun klassieke tempelfront, dikwijls gecombineerd met een koepeltorentje, nogal deftig aan. De Amsterdamse Mozes en Aaronkerk is er een goed voorbeeld van.

Omstreeks 1850 maakte het neoclassicisme van de waterstaatskerken geleidelijk plaats voor de neogotiek. De eerste voortbrengselen van deze stijl vielen niet zo gelukkig uit en daarom werden ze fel gehekeld
door de rooms-katholieke geleerde en schrijver Josephus A. Alberdingk Thijm (1820-1889). Naar zijn inzichten moest een kerkgebouw aan de hoogste eisen in constructief, esthetisch en godsdienstig opzicht
voldoen. Omdat hij in de middeleeuwse gotiek deze voorwaard en voortreffelijk vervuld zag, werd hij de vurige propagandist van de neogotiek in ons land.
Spoedig vond Alberdingk Thijm in de jonge architect Cuypers een kunstenaar die in staat was voor de katholieken kerken te bouwen die, evenals in de middeleeuwen, duidelijk getuigenis zouden afleggen
van hun geloof.

Cuypers’ restauraties en ontwerpen, uitbundig geprezen door Alberdingk Thijm, brachten steeds meer bouwpastoors ertoe hun nieuwbouwplannen te laten uitvoeren door de Roermondse architect. Zijn
belangrijkste inspiratiebron lag in de jaren tussen 1850 en 1870 in de dertiende-eeuwse gotiek van Noord-Frankrijk en het Rijnland. De Sint Catharinakerk in Eindhoven geldt als het hoogtepunt uit deze
periode. Na 1870 zijn in een tweede periode ook elementen ontleend aan de Nederlandse, de Engelse, de Scandinavische en de Italiaanse gotiek aan te wijzen. De Haagse Sint Jacobuskerk, de Leeuwarder
Sint Bonifatiuskerk en de Hilversumse Sint Vituskerk laten deze ontwikkeling goed uitkomen, tevens probeert Cuypers dan in sommige ontwerpen een samengaan tussen de gotische, basilikale plattegrond
en centraalbouw te bereiken. Het mooiste voorbeeld hiervan is de Heilig Hart- of Vondelkerk in Amsterdam, de stad waar hij zich in 1865 had gevestigd in verband met het toenemende aantal opdrachten uit
het noorden van het land. Dat Cuypers ook buiten katholieke kringen erkenning kreeg, bleek toen hem de bouw van het Rijksmuseum en het Centraal Station in de hoofdstad werd toevertrouwd.

Zodra de katholieken waren gewonnen voor de neogotiek, werden Cuypers en zijn Utrechtse collega Alfred Tepe (1840-1920) overstelpt met aanvragen.
Grootse bouwwerken met hoge torens moesten na de schuilkerkentijd de herwonnen vrijheid van godsdienst overal tot uitdrukking brengen!

Het einde van de neogotiek brak aan toen in het begin van de twintigste eeuw architecten als Berlage (1856-1934) nieuwe vormen in de bouwkunst aan de orde stelden. Lange tijd hebben kunsthistorici weinig
waardering kunnen opbrengen voor de neogotische kerken. Vaak was hun afkeer terecht, want vooral uit de door leerlingen van Cuypers en Tepe geleverde ontwerpen spreekt weinig bezieling. Maar ook voor
het werk van Cuypers zelf toonde men nauwelijks interesse. Zonder noemenswaardige protesten verdwenen het kerkje in het Friese Wijtgaard, de kathedraal van Breda en in Amsterdam de Maria Magda-
lenakerk en de Sint Willibrordus buiten de Veste. Een trieste reeks die in 1982 nog een vervolg kreeg door de afbraak van de Sint Martinuskerk in Groningen...

Gelukkig is er in de jaren zeventig meer begrip voor de oorspronkelijkheid van Cuypers’ oeuvre ontstaan.
Een respectabel aantal van zijn kerken werd op de lijst van beschermde monumenten geplaatst. Ook ging men hem, zoals Berlage dat al eerder had gedaan, meer en meer zien als degene die door eerlijk materi-
aalgebruik en moderne constructiemethoden de basis had gelegd voor de architectuur van deze eeuw.

Door ruimtegebrek konden niet alle kerken van Cuypers in dit album worden opgenomen. De auteurs hebben een selectie gemaakt, waarbij ze getracht hebben niet alleen de nieuwbouwplannen maar ook
de omvangrijke restauratiepraktijk van de architect te belichten.

Sommige kerken zijn in de oorlog verwoest, voor andere kwam de herwaardering te laat. Wat rest is slechts de afbeelding op een oude ansichtkaart... Dit boekje zal af en toe goede herinneringen oproepen
aan een kerkgebouw dat er niet meer staat. Mogelijk doet het menige lezer ook met des te meer waardering kijken naar de Cuyperskerk die nu nog zo trots het silhouet van zijn woonplaats bepaalt.

Europese Bibliotheek Zaltbommel;  
 

13. Boeknummer: 00308  
De kerk gaat uit
Religie -- Algemeen           (1973)    [Michel van der Plas en Jan Roes]
De kerk gaat uit. Familiealbum van een halve eeuw Katholiek Leven in Nederland

INHOUD
Verantwoording 7
In de kerk 9
Mensen van de kerk 49
De kerk naar buiten 93
Een katholiek gezin 129
Onze zuil 161
Kerk in beweging 193

VERANTWOORDING
Dit familiealbum van een halve eeuw 'katholiek leven in Nederland’ biedt in feite niet meer dan een glimp daarvan. Vele duizenden foto’s zijn door
onze handen gegaan en bekeken, altijd met piëteit, vaak met ontzag, soms met een, verlegen of geamuseerde, glimlach, — en er konden er maar zo’n
vierhonderd gekozen worden. De beelden die overbleven vermogen tenslotte niet meer dan een indruk te geven van de levende mensen, hun geloof en
hun werken, binnen de katholieke gemeenschap van de laatste halve eeuw.
De lezer moet het boek dan ook beschouwen als de eerste aanzet tot een 'Memoriaal’ van veel grotere opzet en omvang, dat waarlijk representatief mag heten.
Intussen hebben wij zelfs niet durven streven naar volledigheid. Wel naar een zo eerlijk mogelijke presentatie van de mensen en hun overtuiging, hun
gebruiken en gewoonten, hun inspiratiebronnen en hun acties, hun triomfen, verdriet en nederlagen, hun bewegingen en spanningen, hun dromen en
idealen, hun winst en verlies.
In de eerste vijf hoofdstukken wordt het verhaal geboden van een verleden dat deels voorgoed voorbij lijkt te zijn, deels nog aan het afsterven is. Door
velen wordt dit verleden — bijna hun eigen vlees en bloed, eigenlijk nog zo dichtbij, maar tegelijk zo ver weg — nog niet vergeten, door een deel van
hen zelfs met nostalgie herdacht.
Het zesde hoofdstuk wil een beeld geven van de beweging in de geloofsgemeenschap sinds de laatste tien a vijftien jaren.

Iedere lezer zal op zijn eigen wijze reageren op de afbeeldingen. De samenstellers willen hem geen interpretatie opdringen. Zij wensen uitsluitend te
laten zien ’hoe het was’. De foto’s moeten het verhaal maken, zij vormen debron.
De begeleidende teksten willen niet meer dan hier en daar verklaren, toelichten, wijzen op tekenende details, niet meer dan een handreiking voor het
kunnen ’zien’ en verstaan van de foto’s. Afbeeldingen en teksten zijn echter eerst en vooral een uitnodiging aan de kijkende lezer, om al bladerend in dit
album — elk met zijn persoonlijke herinneringen — zijn eigen verhaal te vertellen. Wellicht zal hij een eigen album voor de dag halen en er de eigen
tekst bij voelen opkomen, getuigend van persoonlijk beleven. En dat is in wezen — niet meer en niet minder — een oervorm van wat sinds mensen-
heugenis geschiedenis heet.
Het is een platenboek geworden, en dat betekent dat dit eerbiedig herdenken nog in andere opzichten onvolledig is; het brengt geen geuren over, (katho-
lieke geuren, van wierook op het priesterkoor bijv., van een kloostergang, van een pastoorssigaar en van een peuk in een kerkbank); noch kleuren (het
rijke purper van een kardinaal, het goud van het 'plechtige stel’ kazuifels, de rode toogjes van de misdienaars, de krans van lampjes rond het altaar);
noch van geluiden (kloosterklokjes te middernacht, de gong bij de consecratie, de klok voor het angelus, het zuchten van biechtvaders na een paar uur
biechthoren). Maar deze ervaringen behoren wellicht ook tot de eigen herinneringen, die opkomen bij het kijken en lezen.

Voor de foto’s en de gegevens zijn de samenstellers grote erkentelijkheid verschuldigd aan:
drs. G. A. M. Abbink, broeder Amator-Kappê, H. J. M. Bary, Jan Bomans, dr. P R. A. Bouvy, Martien Coppens, Herman Divendal, Frans Duister,
Johan van Eerd, Kees Fens, Lambert van Gelder, Guus van Hemert, Herman Hofhuizen, H. W. A. Joosten, Ben Kroon, M. H. Marijs, M. van Nispen, J.
Nijenhuis, Frans Oudejans, Joost Reuten, Jan Ruyter, Stijn Verbeeck, Herman Verbeek, Nico Versluis, J. v. d. Voort, dr. G. A. Wellen en in het bij-
zonder aan de medewerk(st)ers van het Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen: A. van den Boogaard, G. P. A. Dierick, Elly Janssen-Geraedts,
A. G. J. Maes, W. A. A. Mes, C. A. M. Mohrmann en Sabine Sluyter; voorts aan het Aartsbisschoppelijk Museum, Utrecht; Arca Pacis, Driebergen;
De Bazuin, Nijmegen; foto-archief paters Jezuïeten, Nijmegen; KRO, Hilversum; Kruispunt, Nijmegen; Landelijk Bureau Kerkelijk Kunstbezit, Drie-
bergen; de Nederlandse Katholieke Sportfederatie, ’s-Hertogenbosch; Persdienst Bisdom Breda, Breda; Uitgeverij Spaarnestad, Haarlem,
en verder aan de vele andere personen, instanties en instellingen die van dienst zijn geweest met informaties en adviezen.

Ambo;  
 

14. Boeknummer: 00317  
Momenten uit drie eeuwen kluishistorie
Religie -- 07.034           (1973)    [Domien de Jong, archivaris]
Momenten uit drie eeuwen kluishistorie
Korte geschiedenis van het heremietenklooster De Achelse Kluis en z'n bewoners in Valkenswaard.


INHOUD
BIBLIOGRAFIE ..............................................XIII
INLEIDING .................................................XVII

EERSTE DEEL
DE HERMITAGE VAN SINT JOZEF IN DE ACHELSE HEIDE, 1685—1798

VOORGESCHIEDENIS (1656—1685)................................. 7
Grenskapel voor de heerlijkheid Waalre-Wedert (1656—1670) .... 7
Grenskapel voor Valkenswaard (1689—...)..................... 12
Grenskapel voor Valkenswaard (1736—...)..................... 14

DE HERMITAGE VAN SINT JOZEF (1685—1798)..................... 16
De stichtingsperiode (1685—1693)............................ 16
Naar de definitieve levensvorm (1693—1732).................. 28
Naar de definitieve huisvesting (1732—1793)................. 40
Naar opheffing en liquidatie (1790—1798).................... 57
De Hermitage van Achel een rustig maar toch een omstreden bezit (1798—1845)... 68

BIJLAGEN
I Oversten van de Hermitage (1685—1798).................... 74
II Broeders eremieten van de Hermitage (1685—1798)......... 74

TWEEDE DEEL
HET KLOOSTER VAN SINT BENEDICTUSIN DE ACHELSE KLUIS, 1846—1971

VOORGESCHIEDENIS (1838—1846).................................81
Het moeilijke begin te Meerseldreef (1838—1843)............. 81
De verwachte oplossing ligt te Achel (1843—1846)............ 88

HET KLOOSTER VAN SINT BENEDICTUS (1846—1971) .... 96
Een positieve aanzet bekroond (1846—1871)........................ 96
Successen en controversen (1871—1914)............................105
Van noodklooster tot nieuwbouw (1914—1952)...................... 132
Na consolidatie meer openheid (1952—1971)....................... 146

BIJLAGEN
I Trappisten en Westmalle........................................163
II Verheffing tot abdij..........................................168
III De aanwezige communiteit....................................175
IV De overledenen..............................................179
V De abten ....................................................192

VERKLARING VAN MOEILIJKE WOORDEN.............................202
REGISTER VAN PERSOONS- EN PLAATSNAMEN........................205
HERKOMST FOTO’S..................................................216
COLOFON .........................................................216
SUPPLEMENT Kaart A: Achelse kaert figuratief van 1750
Kaart B: Noodklooster O. L. Vrouw der Verijzenis


VERANTWOORDING
Ter gelegenheid van de viering van het eeuwfeest als trappistenklooster verscheen in 1946 het boek ’De Achelse Kluis, 1846—1946’. Dit is nu aanleiding geworden de daarbij gebruikte bronnen en
literatuur te controleren en een nieuwe documentatieverzameling aan te leggen. Een meer volledige geschiedenis van de Achelse Kluis zou te zijner tijd daaruit kunnen geschreven worden.
Speurtochten langs diverse archiefdepots hebben veel materiaal opgeleverd, dat zowel voor de eremietentijd (1685-1798) als voor de trappistentijd (1846—1971) van zeer groot belang moet worden geacht.
Het ontstaan van de Achelse Kluis in 1685 is niet los te denken van een verschijnsel, dat na de in 1648 gesloten Vrede van Munster algemeen voorkwam in de zuidelijke Generaliteitslanden.
De bewoners van deze gebieden waren gedwongen kerkjes of kapellen te bouwen over de landsgrens heen, omdat binnen het eigen gebied der Staten geen sprake meer kon zijn van een openbare uitoefening
van de katholieke eredienst.
Geen wonder, dat als de gelovigen buiten de grenzen van deze onderdrukte territoria moesten kerken, spoedig ook de pastorie of de pastoorswoning daar werd overgebracht. Kerk en pastorie horen immers
bijeen te liggen. Dit begrepen ook de inwoners van Valkenswaard en zo werden ’Het Weerderhuys’ en ’D’oratorie van Verckensweert’ in elkanders nabijheid gesitueerd.
In deze niet bewoonde pastoorshuizinge begon in 1685 de eerste eremiet, een Eindhovenaar van geboorte, het kluizenaarsleven. Spoedig kreeg hij volgelingen, waardoor de naam ’Het Weerderhuys’ verdween
en die van 'Hermitage’ of 'Achelse Kluis’ kwam. De Achelse Kluis heeft dus een voorgeschiedenis.
Sedert het jaar 1656 zijn ruim drie eeuwen verstreken en bijna al die tijd heeft dit klooster zijn invloed doen gelden.
Het boek 'Momenten uit drie eeuwen Kluishistorie’ bevat geen volledige beschrijving van de lotgevallen en het leven in en over de Achelse Kluis.
Het is veeleer een kennismaking met de uitwendige geschiedenis van dit alombekende klooster. Binnen een kort bestek kon geen uitgebreide historie worden geboden.
Een bibliografie van geraadpleegde archivalia en gedrukte bronnen gaat vooraf.
De inleiding is noodzakelijk, omdat de geschiedenis van de Achelse Kluis berust op een cisterciënser traditie, welke in de laatste drie eeuwen typisch naar de geest van de trappisten is omgebogen,
waardoor de nadruk niet zozeer op Cïteaux als wel op La Trappe is gevestigd.
De meer spirituele of monastieke zijde van de Achelse Kluisgeschiedenis is in beknopte vorm weergegeven, waarvan de inleiding werd toevertrouwd aan pater Edmundus Mikkers.
De illustratie van 'Momenten’ bezit een suggestieve kracht en is geheel aangepast aan de tekst. De medewerking van pater Rafaël van Doren uit de abdij Sion te Diepenveen en de grote bereidwilligheid
van de heer Fr. van lersel van het gemeente-archief Tilburg hebben de aangepaste illustratie mogelijk gemaakt.
Het register van persoons- en plaatsnamen werd samengesteld door mevrouw H. J. Lutkie-van Erning uit Eindhoven, waarvoor ik haar zeer erkentelijk ben. Ook de correctie werd door haar verzorgd.
Mijn dank aan de heer Mr. A. L. G. M. van Agt, gemeente-archivaris van Eindhoven, voor zijn medewerking. Ook dank aan mijn collega voor de hulp om het geschiedkundig relaas op zijn objectiviteit te
onderzoeken.
Het werk aan deze jongste publicatie over het ontstaan en de uitbreiding van de Achelse Kluis is niet vergeefs geweest, indien in de toekomst een volledige geschiedenis van het tijdperk na de
Tweede Wereldoorlog kan worden gerealiseerd.
Achelse Kluis, 31 december 1972.


Klooster De Achelse Kluis;  
 

15. Boeknummer: 00319  
Het Hemels Prentenboek. Devotie- en bidprentjes vanaf 17e eeuw tot begin 20ste eeuw
Religie -- Rituelen           (1975)    [J.A.J.M. Verspaandonk]
Beschrijving en algemene inleiding van devotie- en bidprentjes vanaf 17de eeuw tot begin 20ste eeuw. a.v. tentoonstelling in 1975 in Bisschoppelijk Musem Haarlem en UB te Nijmegen. Met veel illustraties.


Inleiding
Hoe vaak hebben wij als kind, wanneer de zondagse preek wat lang duurde,zitten bladeren in vaders of moeders kerkboek en waren wij stil met het bekijken van de prentjes die
daarin lagen: afbeeldingen van heiligen, taferelen uit de bijbel en bidprentjes van allerlei familieleden, met teksten op de achterkant die wij onderhand van buiten kenden, zo
vaak hadden wij ze uitgespeld. Zelf hadden wij ook a! een paar van die prentjes in ons kerkboekje en wij waren daar erg zuinig op. Wij Heten ze trots zien aan onze vriendjes
en soms werd er een levendige ruilhandel mee bedreven.
Wat wij eerst mooi vonden, bekeken wij later met andere ogen of helemaal niet meer.
Ons kostbaar bezit van toen belandde ergens in een lade of kast, of verdween met het afgedankte kerkboek.
Nu in de laatste jaren de winkels waar men religieuze artikelen kon kopen, erg schaars geworden zijn, komen al deze zaken weer in de belangstelling. Misschien uit een soort
heimwee naar de gemoedelijkheid of de geborgenheid van vroeger, misschien alleen maar omdat het voorwerpen zijn uit grootmoeders tijd.
Een tentoonstelling van devotie- en bidprentjes vanaf de 17de tot in de 20ste eeuw, gehouden in het Bisschoppelijk Museum te Haarlem en in de Universiteitsbibliotheek te
Nijmegen, trok vele bezoekers, niet alleen ouderen, maar ook uit de generatie die deze prentjes bijna niet heeft gekend. Uit deze expositie is dit boek ontstaan.
Het wil een beeld geven van de opkomst van het devotieprentje in de middeleeuwen (de met de hand geschilderde miniatuur en de houtsnede), van de verdere ontwikkeling
in de 17de en 18de eeuw, toen de techniek van de kopergravure werd toegepast, en van de knipsel- en kantprenten uit de 18de eeuw, die weer geheel handwerk waren.
Natuurlijk komt ook ter sprake wat er op de prentjes werd af ge beeld: de heiligen met hun attributen, voorstellingen uit de bijbel, met name het leven van Jezus, emblemen of
zinnebeelden, en allerlei uitingen van devoties.
Daarna wordt aandacht geschonken aan de ontwikkelingsgang in de 19de eeuw. Het devotieprentje is dan een product geworden van de industrie; nieuwe druktechnieken
worden toegepast, kanten randen worden machinaal vervaardigd en men brengt allerlei curiosa, zoals prentjes die uitgeklapt kunnen worden, of met deurtjes waarachter een
andere voorstelling schuil gaat.
Een afzonderlijk hoofdstuk bespreekt tenslotte het bid- of doodsprentje, dat uit het gewone devotieprentje is ontstaan, maar door de teksten op de achterzijde en door de
geleidelijk aangepaste voorstellingen een geheel eigen genre geworden is.
Het voornaamste in dit prentenboek zijn echter de afbeeldingen, waar mooi en minder mooi bijeengebracht is. Een erg strakke lijn is bij dit bijeenbrengen niet gevolgd. De
plaatsing van de bladzijden met kleurendruk maakte dit onmogelijk en ook anderszins teek een zekere vrijheid gewenst. Het is immers zo prettig nu eens prentjes uit dezelfde
tijd, dan weer van dezelfde soort of met dezelfde afbeeldingen te kunnen vergelijken.
Aan de lezer wordt gaarne toegewenst, dat hij aan dit boek evenveel vreugde mag beleven als de samensteller heeft gevonden in het maken ervan.


Gooi en Sticht Hilversum;  
 

16. Boeknummer: 00392  
Langs de Mariakapellen
Religie -- Algemeen           (1985)    [G.A.A.M. Kuijpers]
Langs de Mariakapellen

Inhoud
Voorwoord blz. 5
Langs de Mariakapellen 6-7
Het Kerkgebouw van de parochie St. Bavo 8-9
Lourdesgrot 10-11
Beeldengroep 12 - 13
Kapel Tiggelt 14-15
Kapel Tiggeltseberg 16 -17
Kapel Ettenseweg 18-19
Plattegrond 20 - 21
Kapel Zwart Moerken 22-23
Kapel Kaarschot 24 - 25
Kapel Hazeldonk 26 - 27
Kapel Mosten 28 - 29
Kapel Oekel 30-31
Kapel Oekelseheide 32 - 33
Kapel Klein Oekel 34 - 35
Kapel Kruispad 36 - 37


RIJSBERGEN
Langs de Mariakapellen.
Voorwoord
Een reeds lang sluimerende wens; een simpel idee voor een fietstocht; een onbekend verhaal; dit alles is uitgegroeid tot een boek-
werkje dat veel herinneringen met zich draagt en een route biedt waarlangs het nog leuk fietsen is ook.
Met dank aan al diegenen die hun medewerking hebben gegeven om dit boekje tot stand te laten komen, met name Jan Bastiaansen
die er nu en in het verleden reeds vele uurtjes in heeft gestoken en niet te vergeten de buurtbewoners die de kapelletjes al die tijd in ere
houden.
Wat betreft het fietsen wordt verwezen naar de middenpagina alsmede naar de plattegrond van de gemeente Rijsbergen waarop
de fietsroute eveneens is aangegeven.
Om alle kapelletjes te bereiken moet men op enkele plaatsen de verharde weg verlaten en via soms slechte paden de route ver-
volgen. De totale lengte bedraagt 21 km.
Mochten er onverhoopt onvolkomenheden dan wel onjuistheden in dit boekje voorkomen, dan houden wij ons daar graag voor aan-
bevolen zodat we ze in een eventuele herdruk kunnen verwerken.
J.C. Hoekman
Gemeente Rijsbergen
Rijsbergen, november 1985

Gemeente Rijsbergen en Rabo Rijsbergen;  
 

17. Boeknummer: 00447  
Rooms, rijk of regentesk
Religie -- Algemeen           (1990)    [Maarten Duijvendak]
Rooms, rijk of regentesk
Elitevorming en machtsverhoudingen in oostelijk Noord-Brabant

Inhoud
A INLEIDING
1 Probleemschets
2 Theoretisch en methodisch raamwerk 10
2.1 Historische elitestudies in een stroomversnelling 10
2.2 Noord-Brabant en de geschiedenis van zijn elites 12
2.3 Perspectieven op macht en elite 16
2.4 Definities, vraagstelling en onderzoeksopzet 20
3 De maatschappelijke ontwikkeling in oostelijk Noord-Brabant 24
3.1 De regio en haar bevolking 24
3.2 Bevolking en bestaan in beweging 26
3.2.1 De verkeerssituatie 26
3.2.2 De landbouw 28
3.2.3 De nijverheid 32
3.2.4 De bevolkingsgroei 36
3.3 De maatschappelijke verhoudingen 38
3.3.1 Armoede en sociale ongelijkheid 38
3.3.2 De politiek-bestuurlijke verhoudingen 40
3.3.3 De ontwikkeling van de politieke krachten 41
3.3.4.De institutionele groepsvorming 43
3.4 Samenvattende karakterisering 45
B DE SAMENSTELLING VAN DE ELITES
4 De financiële elite 47
4.1 Derijksten 47
4.2 De welgestelden in de Franse tijd, 1810-1813 48
4.3 De verkiesbaren tussen 1823 en 1839 51
4.4 Een regionaal overzicht uit 1844 - 54
4.5 De hoogstaangeslagenen in de periode 1848-1910 56
4.6 Het vermogen bij de dood, 1880-1885 59
4.6.1 De baten, schulden en saldi 59
4.6.2 De bestanddelen van het vermogen 60
4.6.3 H et onroerend goed 61
4.7 De ontwikkeling van de financiële elite, 1810-1910 62
5 De elite als netwerk van bestuurders 64
5.1 De bestuurders 64
5.2 Over methode en materiaal 64
5.3 Het kleine netwerk van 1835 68
5.4 Uitbreiding: het netwerk van 1875 70
5.5 Verstoring en aanpassing: het netwerk van 1895 74
5.6 Consolidatie: het netwerk van 1910 76
5.7 De ontwikkeling van de bestuurlijke elite, 1835-1910 78
6 De regionale elite 82
6.1 De regionale elite circa 1810 82
6.2 1835: De gehandhaafde continuïteit 84
6.3 De bedreigde continuïteit van omstreeks 1875 86
6.4 De 'regionalisering’ van circa 1895 89
6.5 Opdeling en eenheid circa 1910 91
6.6 Verschuivingen en constanten, 1810-1910 93
C EEN CONGLOMERAAT VAN FAMILIES
7 De familiebanden 96
7.1 Families 96
7.2 Het Bossche familiecomplex 97
7.3 Familierelaties in het Bossche complex 99
7.4 De nieuwkomers 103
7.5 Informele omgang 105
7.6 Betekenis 108
8 Enkele families in ontwikkeling 110
8.1 De la Court, bestuurders met ervaring 110
8.1.1 Katholieke emancipatie 110
8.1.2 Regionaal hoogtepunt en politiek verlies 112
8.1.3 Een financieel bankroet 114
8.2 Jurgens, nieuwe rijkdom 117
8.2.1 Maaslandse handel 117
8.2.2 Van boter naar margarine 119
8.2.3 Regionale betekenis 122
8.3 Ardts, boerenemancipatie 125
8.3.1 Boeren en raadsleden 125
8.3.2 Ardts en de NCB te Beugen 127
8.4 Het genereren der generatie 128
D REGIONAAL FUNCTIONEREN, DRIE CASE STUDIES
9 De conflicten in de periode 1826-1830 131
9.1 Facties en conflicten 131
9.2 De kerk, de staat en het onderwijs, 1815-1830 131
9.3 Petitiebewegingen tussen 1829 en 1830 133
9.4 Profiel van de oppositie 138
9.5 De rol van de clerus 141
9.6 De verkiezingen in 1829 en de gevolgen van de Belgische opstand en afscheiding 142
9.7 Conclusies 146
10 Lokale elites en de strijd om het onderwijs. 1890-1920 148
10.1 Onderwijsdiskussie in oostelijk Noord-Brabant 148
10.2 De Bossche kweekschoolkwestie 153
10.2.1 Huisvestingsproblemen van de Rijkskweekschool 156
10.2.2 Besluitvorming en taktiek in de gemeenteraad 157
10.2.3 Nieuwe verkiezingen en verdere voorbereiding 159
10.2.4 Nasleep en balans 161
10.3 Het testament van Mr. P.F. van Cooth 163
10.3.1 Reakties van pers en gemeenten 164
10.3.2 Van Cooth en Eindhoven 166
10.4 De verschillen tussen de gemeenten 167
10.5 Conclusies 169
11 De strijd om de boeren, 1880-1910 171
11.1 De elite en het boerenvraagstuk 171
11.2 De Maatschappij van Landbouw in Noord-Brabant 172
11.3 De komst van de NCB .176
11.4 De strijd om de leden 182
11.5 Het definitieve succes van de NCB 188
11.6 De NCB een nieuwe elite? 190
11.7 Conclusies 191

E BESLUIT
12 Slotbeschouwing 193
Summary 198

Bijlagen 202
Noten 269
Lijst van tabellen en bijlagen 385
Lijst van geraadpleegde archieven 388
Literatuurlijst 392
Lijst van Aardrijkskundige namen 398
Lijst van persoonsnamen 400


Woord vooraf
Deze studie is één van de eerste resultaten van een langlopend onderzoeksproject van de afdeling economische en sociale geschiedenis van de Rijksuniversiteit
Utrecht. Uiteindelijk doel van dit project is een integrale geschiedschrijving van oostelijk Noord-Brabant tussen 1770 en 1914. Ik kon aan dit projekt deelnemen
door een 4½ jaar durende part-time aanstelling als wetenschappelijk assistent bij de Faculteit Letteren te Utrecht.
Vóór in dit boek wil ik degenen bedanken die in belangrijke mate aan de wording hiervan hebben bijgedragen. In de eerste plaats denk ik daarbij aan mijn
promotor prof.dr. Th. van Tijn en mijn begeleider dr. G.M.T. Trienekens. Hun adviezen, kritieken en aanmoedigingen waren een grote stimulans bij de totstandkoming
van het werk. Prof.dr. A.J.A. Felling, van de Katholieke Universiteit Nijmegen, mijn tweede promotor en drs. Th. van de Weegen waren belangrijk voor de
netwerk-analyses in dit boek. Walther van Halen bedank ik voor de vele gesprekken over ons beider onderzoeksgebied. Hem en drs. L.A.C.A.M. van Rijckevorsel ben ik
erkentelijk voor veel suggesties.
Ik wil hen en voorts dr. H.D. Flap, dr. M. Prak, mevr. drs. M.E.B. van Ophem, mevr.drs. D. Verhoeven, dr. H.M. Weesie en mijn vader bedanken voor het
lezen en becommentariëren van (stukken van) het manuscript. Op veel punten kon ik profiteren van hun inhoudelijke en stilistische aanwijzingen. Mijn broer
Han bedank ik voor zijn hulp bij de Engelse ’summary’ en John Stohr voor het tekenen van de kaartjes. Jan van Muilenkom en Stan Verhaak wil ik bedanken
voor hun bemoeienis met het uitgeven en drukken van het boek.
Tijdens het onderzoek heb ik de medewerking van veel mensen ontvangen.
In mevrouw P. Leget van het Rijksarchief in Noord-Brabant wil ik al de medewerkers van documentatiecentra, bibliotheken, gemeentesecretarieën en de
rijks-, streek- en gemeentelijke archiefdiensten die ik heb bezocht bedanken.
Aanwijzingen en materiaal mocht ik verder ontvangen van de heer E. Geveart te Loon op Zand, dr. A. Kappelhof te Den Bosch, prof.dr. P.M.M. Klep te Nijmegen
en de heer J. J.M. van der Voordt te Beugen. De Nederlandse Unilever Bedrijven b.v. waren zo vriendelijk mij toegang te verlenen tot hun archieven.
Mijn ouders bedank ik voor de kansen en steun die ze mij hebben gegeven en voor hun hulp bij het samenstellen van het register. Ik heb ook veel reden mijn
vrienden te bedanken. Ik doe dat mede voor het ongeduld dat ze de afgelopen jaren hebben getoond. Het is dan ook dankzij Annemieke van Ophem, Carin van den Berg,
Caroline van Eek, Gerrit Schmieman, Ingemette Niekerk, Jaap Jansen, Jeroen Weezie, Joost Latiers, Karin Maus, Lizette Rosenboom, Loes Bakels
en Marjolein Minks dat ten slotte de laatste zinnen van dit boek zijn geschreven.

Utrecht-Groningen, september 1989

Het Noord Brabants Genootschap;  
 

18. Boeknummer: 00467  
Katholiek Woordenboek
Religie -- Algemeen           (1987)    [drs. W. Knippenberg en Frans Oudejans]
KATHOLIEK WOORDENBOEK
samengesteld door drs. W.H.Th. Knippenberg en Frans Oudejans

Thomas Rap Amsterdam/Brussel;  
 

19. Boeknummer: 00483  
Maria Magdalena
Religie -- Parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming / Maria Magdalena           (2019)    [i.o. Pastor Adrie Lint]

Maria Magdalena. Brochure. T.g.v. nieuwe naam parochie Prinsenbeek

Inhoud
Apostel der apostelen 3
Maria Magdalena in de evangeliën 4
Een mix van verschillende vrouwen 7
Maria Magdalena in de kunst 8
In de traditie 10
Legenden 13
Geliefde van Jezus ? 14
Evangelie van Maria Magdalena 15
De tranen van Maria Magdalena 22
Geïnspireerd door Maria Magdalena 23

Apostel der Apostelen
Maria Magdalena is een van de belangrijkste personages uit het Nieuwe Testament. Op paasmorgen is zij de eerste die ervaart dat Jezus uit de dood is opgestaan.
Zij brengt de andere leerlingen het grote nieuws dat Jezus leeft.

Wanneer haar naam genoemd wordt, is dat niet het eerste wat opkomt. Meestal denkt men bij Maria Magdalena eerder aan een zondige vrouw die tot inkeer is gekomen.
Vaak wordt zij in de geschiedenis neergezet als een berouwvolle zondares of prostituee. Ten onrechte, want zij was een vooraanstaande leider en kerkleraar voor de eerste
christenen. Hoe komt het dat zij eeuwenlang niet gezien werd als die prominente apostel?

Dankzij het werk van vrouwelijke religieuzen, vrouw-en-geloof groepen en feministische theologes is er veel meer studie verricht naar de persoon en de
betekenis van Maria Magdalena. Mede daardoor werd zij vanaf de zestiger jaren binnen de rooms-katholieke kerk in ere hersteld.

In 2016 heeft paus Franciscus de gedachtenis aan de Heilige Maria Magdalena opgenomen in de liturgische kalender van de rooms-katholieke kerk.
Daarmee is haar gedenkdag op 22 juli een officiële feestdag en heeft zij een zelfde status gekregen als de twaalf mannelijke apostelen. 'Haar feestdag, 22
juli, moet aanleiding worden om aandacht te geven aan de rol van vrouwen in de verspreiding van het geloof.' aldus paus Franciscus.

Het betekent een eerherstel van Maria Magdalena. In zekere zin is het een terugkeer naar het begin van de kerkgeschiedenis, toen Maria Magdalena werd
omschreven als 'Apostel der Apostelen'. Dat ook paus Franciscus deze hoge eretitel gebruikt, zegt veel over de betekenis van deze vrouwelijke apostel. Hij noemt
haar de apostel van de hoop.


Parochiebestuur Maria Magdalena;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 18 april 2022