HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 20   (uit: 485)


Uitgebreid zoeken

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00007  
Inventarisatie en waardestelling cultuurhistorische objecten
Natuur -- Waterstaat           (onbekend)    [J. Ruurd Leegstra]

Inventarisatie en waardestelling cultuurhistorische objecten eigendom van het Waterschap Brabantse Delta

INHOUDSOPGAVE
A. 1. Aanleiding bldz. 3
1. Inleiding bldz. 4
1.1 Inleiding
1.2 Opdracht/doel

2. Werkwijze bldz. 5
2.1 Inventarisatie
2.2 Onderzoek

        2.2.1. Veldwerk
        2.2.2. Beschrijving
        2.2.3. Waardering
2.3 Advies
2.4 Kosten grootonderhoud

3. Rijksmonumenten bldz. 7
3.1 Voorwaarden
3.2 Subsidie

4. Achtergrond waterschappen bldz. 9
5. Beslisdiagram bldz. 10
6. Literatuurlijst bldz. 11
7. Lijst van alle onderzochte waterhuishoudkundige objecten bldz. 12
8. Inventarisatieformulieren waterhuishoudkundige objecten eigendom waterschap Brabantse Delta bldz. 14


Separate bijlage 1:                Inventarisatieformulieren waterhuishoudkundige objecten niet in eigendom waterschap Brabantse Delta
Separate bijlage 2:                Database alle cultuurhistorische objecten
Separate bijlage 3:                Kosten groot-onderhoud/vervanging & nulmetingen cultuurhistorische objecten eigendom waterschap Brabantse Delta - Jan Coertjens
Separate bijlage 4:                DVD met opnames van de objecten
Separate bijlage 5:                Info RDMZ: Financiële steun voor rijksmonumenten


Aanleiding
Vanuit de reconstructiegedachte is door de dijkgraaf van het waterschap Brabantse Delta, de heer J.Vos opdracht gegeven om al het cultuurhistorisch watererfgoed in het beheersgebied van het
waterschap in kaart te brengen. Daarvoor is basismateriaal aangeleverd door de diverse Historische Verenigingen en Heemkundekringen aangevuld met eigen materiaal van het waterschap, informatie
van de drie districtshoofden uit de regio’s Oost, West en Midden en andere medewerkers.
Na het verkrijgen van de gegevens is direkt gestart met het veldwerkonderzoek. Na een eerste selectie van ruim 97 objecten bleven er in totaal 60 objecten over, waaronder bijzonder fraaie,
zoals de 3 stuwen met toldeur in de Zoom, maar ook objecten in een slechte toestand, zoals de gedempte schutsluis te Bovensas en de Keeneluis te Standdaarbuiten.
Het veldwerk leverde daarnaast ook een aantal objecten op, die niet als zodanig stonden geregistreerd, maar getraceerd werden tijdens het veldwerk, zoals een duiker onder de Veerweg in de
Overdiepsche Polder.
Het vervolgonderzoek leert dat 30 objecten eigendom zijn van het waterschap, die tevens het beheer en het onderhoud daarvan voor haar rekening neemt en 30 objecten eigendom zijn van derden, onder
andere gemeenten, Staatsbosbeheer, Staat Financiën en Domeinen, Rijkswaterstaat en particulieren, waarbij op dit moment niet helemaal duidelijk is of zij ook het beheer voeren en/of (goed) onderhoud
plegen. Zo is bijvoorbeeld de authentieke windmolen te Prinsenbeek in eigendom bij de gemeente Breda, maar in onderhoud bij het waterschap en wordt de brug Hoge Vaart (1898) in eigendom van de
gemeente Waalwijk, door het waterschap in de nabije toekomst gerestaureerd, (info per 07-11-2006).
Door de inventarisatie doet zich de mogelijkheid voor om op gelijke wijze en in samenwerking met derden objecten te restaureren aan bijvoorbeeld de Frouwkensvaartseweg en de Wendelnesseweg,
evenals de vele duikersluizen van en onder de Waspikse dijk.


klik op de pijlpunt links voor de volledige aanleiding
Het is nog een vraag, omdat de exacte gegevens ontbreken, wie van de overige objecten precies het beheer voert en/of het onderhoud pleegt. In de loop der tijd zijn de objecten - in principe- allemaal
eigendom geweest van het waterschap of van de vele voormalige waterschapen, maar vanwege een veranderende functie of functieloos geworden verwisselde het object van eigenaar.
Dit betreft vooral het grote aantal bijzondere duikersluizen, zoals de monumentale Koekoeksluis te Drimmelen, nu particulier bezit, waarvan onduidelijk is wie het beheert voert en/of het onderhoud
pleegt of wil plegen.
Vanwege het verschil in eigenaar, beheer en onderhoud is daarom gekozen voor een tweeledige opzet in de uitvoering van het onderzoek.
Een eerste inventarisatie en waardestelling betreft objecten in eigendom van het waterschap, met daaraan gekoppeld een onderhouds-/restauratieprogramma en een tweede inventarisatie en waardestelling
van objecten niet in eigendom van het waterschap, zonder onderhoudsprogramma. Van beiden is een database en een fotorapportage opgesteld. Het verdient aanbeveling om de exacte eigenaar van de ob-
jecten niet in eigendom op te sporen en tevens wie het beheer voert en/of het onderhoud pleegt.



Inleiding
1.1 Inleiding
De problematiek van op een verantwoorde wijze omgaan met cultuurhistorisch erfgoed is de laatste jaren bijzonder actueel. Landelijk gezien worden op grote schaal door waterschappen, provincies en
gemeenten inventarisaties en waarderingen uitgevoerd van bijvoorbeeld aan water gerelateerde objecten. In de waardering van erfgoed speelt selectie een belangrijke rol. Wat is dusdanig waardevol
dat behoud wenselijk is en wat zou eventueel vernieuwd moeten worden.
Zie hierover bijvoorbeeld de watererfgoed@tlas, uitgebracht door Het Oversticht in Zwolle in nauwe samenwerking met het Drents Plateau te Assen.
Deze vragen leven ook bij het waterschap Brabantse Delta. Het waterschap bezit een groot aantal waterstaatkundige en bouwkundige objecten en structuren, verspreid over het westelijk deel van de
provincie N.Brabant. Bijzondere en soms unieke objecten, die van groot belang waren (of nog zijn) voor de beheersing van de waterhuishouding, maar ook voor de geschiedenis van de streek, het
landschap en die een ontwikkeling in de civiele techniek laten zien.
Vanuit de cultuurhistorie vertelt elk object zijn eigen verhaal over bijvoorbeeld de afwatering van een gebied of juist niet, de bedijking van een gebied, de inpoldering, de turfwinning, het transport daarvan.
Het waterschap Brabantse Delta wenste inzicht te verkrijgen in de cultuurhistorische waarde van de kunstwerken en installaties, die in hun bezit zijn, zoals duikers, heulen, gemalen, dijkcoupures, wind-
molens en schutsluizen.

klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding
Hiervoor heeft het waterschap in de persoon van de heer Paul van Geelen (Concernstaf) de heer J.Ruurd Leegstra verzocht een inventarisatie, beschrijving & waardestelling te maken van hun
watererfgoed. De heer Leegstra heeft als architectuur-, cultuurhistoricus & restaurateur ruime ervaring opgedaan op genoemd terrein voor de waterschappen Hunze en Aa’s, Noorderzijlvest,
Velt en Vecht en Reest en Wieden in samenwerking met medewerkers van de monumentenhuizen:
Libau te Groningen en Stichting Drents Plateau te Assen, aangevuld met de expertise van de monumentenwachten en de civiele technici van de waterschappen.
De methodes van onderzoek zijn na goedkeuring van de directies eveneens beschikbaar gesteld voor het waterschap De Brabantse Delta,

1.2 Opdracht/doel
Het doel van dit project is het verkrijgen van een overzicht van cultuurhistorische objecten met daaraan gekoppeld een, op basis van cultuurhistorisch verantwoorde criteria, prioriteitsstelling op
grond waarvan ingezet kan worden op behoud, ontwikkeling of functioneel beheer en onderhoud, inclusief een financiële paragraaf met een globale berekening van de kosten, die gemoeid zijn met het
behoud en de instandhouding van deze objecten. Het kan verder een basis bieden voor het vaststellen van een eigen cultuurhistorisch beleidskader. Zie daarover meer het beslisdiagram, ontwikkeld door
het waterschap Hunze en Aa’s (de heer G.Sterk) en tevens beschikbaar gesteld voor het waterschap Brabantse Delta, (blz. 10)


Brabantse Delta;  
 

2. Boeknummer: 00051  
De mosflora van het Natuurreservaat de Berk en randgebieden
Natuur -- De Berk           (2002)    [Chr. Buter]
De mosflora van het Natuurreservaat de Berk en randgebieden.
Rapport van de inventarisatie uitgevoerd door de mossenwerkgroepen van KNNV Afd. Breda en KNNV Afd. Roosendaal
Samenstelling: Chr. Butter
Met bijdragen an H. Backx en A. Gladdines

DANKWOORD.
Aan het noodzakelijke veldwerk, verbonden aan dit project, werd van meet af aan meegewerkt door de heren H. Backx (KNNV Breda) en A. Gladdines (KNNV Roosendaal), waardoor het geheel een
eerste 'joint venture' is van beide Afdelingen. Daarnaast gaven de heren C. Ruinard en J. de Bruijn (beide Rotterdam) meerdere malen acte de presénce, waarbij ook zij waardevolle bijdragen leverden.
Naast dit veldwerk, vereist een betrouwbare determinatie van de aangetroffen mossoorten, vaak verificatie van de microscopische soortkenmerken. Ook daaraan hebben betrokkenen hun 'steentje'
bijgedragen.
Naast dit meer wetenschappelijk werk, hebben zij ook de nodige assistentie verleend inzake vorm en inhoud van dit rapport.
Met betrekking tot de aangetroffen veenmossen kon een beroep gedaan worden op de heer A. Bouman te Weesp, die de determinatie danwel de controle daarvan voor zijn rekening heeft genomen.
Daarnaast verstrekte hij, evenals de heren Dr. J. Kruijer te Leiden en H. van Melick te Valkenswaard, in enige gevallen, waardevolle aanwijzingen.
De heer J. van de Wiel (Tilburg) stelde een door hem vervaardigde habitus- en detailtekening van de soort Orthotrichum scanicum ter beschikking, waardoor de herkenning van deze zeer zeldzame soort
voor menigeen gemakkelijker zal zijn.
Met betrekking tot de rubriek 'Overige waarnemingen' heeft Mevr. P. van de Wiel (KNNV/Floron - Roosendaal) een duidelijke bijdrage geleverd inzake de identificatie van enige 'probleem-planten', die
uiteraard afkomstig waren uit het betreffende gebied.
De 'streekdeskundigen', bij name genoemd in de heemkundige bijdrage van H. Backx, hebben zeer verduidelijkende informatie verstrekt en zodoende eveneens een waardevolle bijdrage geleverd.
Tenslotte, zonder de toestemming van de heer Th. Bakker, boswachter bij het SBB, had dit inventarisatieonderzoek niet kunnen plaatsvinden. Niet alleen met hem maar ook met de functio-
narissen G. Boot en G. van den Bouwhuijsen (resp. Beheerseenheid De Beemden en Breda) kon op bijzonder prettige manier worden samengewerkt.
Alle betrokkenen: mijn welgemeende dank!
Rijen, september 2002.
Chr. Buter


TER KENNISMAKING.
De verspreidingskaart van de mosflora binnen Nederland kent nog veel 'witte vlekken'. Als men daarbij in rekening brengt dat de mossen tot de meest bedreigde planten behoren, dan zal duidelijk
zijn dat onderzoek naar soortendiversiteit en de verspreiding zeer gewenst is.
Bryologisch veldwerk - het inventariseren van de mosflora nu - heeft, vooral als zulks moet gebeuren in broekbossen of moerassige terreinen, zoals het met het Natuurreservaat De Berk het geval is, veel
weg van Outward Bound School activiteiten. Onze stelling dat het toch wetenschappelijk werk betreft ontlokt bij buitenstaanders nog al eens meewarige gelaatsuitdrukkingen en zelfs blikken van ongeloof.
Dit nu was reden genoeg voor enig zelfonderzoek en al snel moet worden toegegeven dat de aanblik van een stel grijze 'heren', ver over de pensioengerechtigde leeftijd, gestoken in besmeurde en soms
gehavende kleding en bemodderde laarzen, eerder het beeld van landlopers oproept.
Wel, wij zitten daar niet zo mee. Sterker nog, wij geven ruiterlijk toe dat wij bij het kruipen door struikvormige wilgen, het ploeteren door hoge braambossen, nat riet en brandnetels, want wij gaan
natuurlijk van de gebaande paden af, onze jeugdjaren herbeleven. Kortom, wij gedragen ons als een soort kwajongens ongehinderd en frustratievrij. Hoewel, wij voelen soms wel enige frustratie,
bijvoorbeeld bij het aantreffen van een rijk bemoste boom, waar de realiteit ons met twee voeten op de grond plaatst en waar we dan ook blijven want 'boompje klimmen' is er niet meer bij. Of bij een net
iets te brede sloot waar aan de overkant boeiende mospopulaties lonken. Dit alles kan ons evenwel niet uit het evenwicht brengen; wij hebben inmiddels geleerd alles te relativeren.
Onze werkwijze heeft kennelijk ook een aantrekkende werking, althans op oude heren met belangstelling voor de mosflora. Zo is er iemand uit Roosendaal die zelden of nooit verstek laat gaan
en twee lieden uit het Rotterdamse die er nota bene vrij vaak een reis met openbaar vervoer (ja U leest goed: 'openbaar vervoer') voor over hebben om te kunnen participeren.
Dit alles overziende bekruipt ons de indruk dat onze activiteiten zelfs ook nog enige psycho-therapeutische waarde hebben. (Wij vermoeden dat de Staf van het SBB, als vergunningverlener, dit
aspect nog niet heeft bevroed.)
Enigszins bezorgd vragen wij ons echter wel af hoe wij ons 'product' (dit verslag) als wetenschappelijk werk kunnen aanbieden als wij ook nog moeten bekennen dat er een probleem is met ons 'korte
termijn geheugen'. Dit betreft in het bijzonder de smaak van koffie. Wij zijn gewoonweg niet in staat om dit gedurende enige uren te onthouden. Tijdens het veldwerk is het dan ook vaste prik om
regelmatig bij elkaar te informeren naar wat de smaak van koffie ook weer is. Zodra er niemand meer is die daarop een zinnig antwoord heeft is het dringend tijd dit probleem op te lossen door een bezoek
aan het gezellige etablissement ‘In Den Molen'.
Dan, bij het genot van uiteraard koffie, stellen we vast dat onze werkwijze de enig bruikbare methode is. Dit althans voor zolang het nog niet mogelijk blijkt vegetatieopnamen, tot op de soort nauwkeurig,
te maken met behulp van satelieten. Voorts laten wij ons niet ringeloren door het Ministerie van Onderwijs etc. en andere betrokken Overheden die nauwelijks of geen fondsen ter beschikking stellen
voor beroepsmatig onderzoek. Wij doen het dan wel op onze manier en op vrijwillige basis en misbruiken bovendien onze leeftijd in het kader van de uitdrukking: 'Goed voorbeeld...'.
Tenslotte; heeft ons werk wetenschappelijke waarde? Wij denken van wel. Het betreft immers een eerste onderzoek in het natuurreservaat De Berk. Het draagt zodoende in ieder geval bij aan het
inzicht in de verspreiding en de frequentie van voorkomen van mossen in het betrokken gebied en daarmee ook in Nederland.
En als het echt niet anders kan: dan beroepen wij ons maar op het spreekwoord, U weet wel dat van het halve ei en de lege dop.

Mede namens mijn teamgenoten Henk Backx (Breda), Adri Gladdines (Roosendaal), Cor Ruinard en Hans de Bruijn (Rotterdam).
Chr. Buter. (Rijen.)

MWG KNNV (ver. voor veldbiologie). Afdeling Breda;  
 

3. Boeknummer: 00083  
Langs de rand van het zand. Waterstaatsgeschiedenis in de Brabantse Delta
Natuur -- Waterstaat           (2009)    [Jan van den Noort]
Langs de rand van het zand. Waterstaatsgeschiedenis in de Brabantse Delta
Woord vooraf
Veel waterschappen zijn respectabele oude organisaties met wortels tot in de middeleeuwen. Maar heden ten dage zitten er ook jonkies tussen,
zoals Waterschap Brabantse Delta, amper vijf jaar oud. Vergis u niet!
Achter dat jeugdige uiterlijk gaat een eeuwenoude geschiedenis schuil.
Zo’n tweehonderd waterschappen in het West- en Midden-Brabantse gingen Brabantse Delta voor en hun DNA is nog duidelijk herkenbaar in
het nieuwe waterschap.
Waar vroeger het beheer van polderpeilen, dijken en sluizen een hoofdrol speelde, ligt het accent vandaag de dag op de zuivering van afvalwater en
de kwaliteit van het oppervlaktewater. Het waterschap wordt daarnaast geacht in te spelen op klimaatverandering en verband te leggen met
uiteenlopende onderwerpen als milieu, landschap, ruimtelijke ordening, economie, cultuurhistorie en recreatie.
Waterschap Brabantse Delta vroeg historicus en cartograaf dr. Jan van den Noort om te onderzoeken hoe die lappendeken van polders
en poldertjes werd samengevoegd en welke rol het verlangen naar voldoende schoon water daarbij speelde. Ik begreep dat Brabant zich niet
gemakkelijk liet kennen, maar het is een verbluffend rijke geschiedenis geworden. Die rijkdom wordt nog onderstreept door verrassende foto's
van Joop Reijngoud, de heldere kaartjes van de auteur en een fris ontwerp van Karin ter Laak.
Ik wens u veel leesplezier.
Joseph A.M. Vos
Dijkgraaf Waterschap Brabantse Delta

Waterschap Brabantse Delta;  
 

4. Boeknummer: 00090  
Het Mastbos. Staatsbosbeheer 100 jaar Natuur voor iedereen
Natuur -- Mastbos           (1999)    [Thijs Caspers]
INLEIDING
In het Mastbos ben je nooit alleen.
Wat kan een tegen de stadsrand aangeplakt bos, dat bovendien bekneld ligt tussen autowegen, de zoeker naar rust en natuur eigenlijk te bieden hebben?
Op het eerste gezicht lijkt het Mastbos enkel een leuk uitje voor Bredanaars die hier op een doordeweekse dag tussen de middag even een frisse neus komen
halen, of er de hond uitlaten. Een langere wandeling in het weekend wordt vaak gekoppeld aan een bezoek aan een van de vele horecagelegenheden die
eromheen liggen: de boswandeling als versnapering. Maar het Mastbos verdient meer dan het imago van een groot uitgevallen stadspark.
Want wie dieper in het bos dóórdringt, komt tot de verrassende ontdekking dat de natuur rijker wordt, opvallend rijker.
De wandelaar treed plots het rijk binnen van ree, reiger, kikker, salamander; klokkebei en dubbclloof natuurlijke fenomenen die symbool staan voor
sprookjesachtige betovering.
Wie het Mastbos slechts van naam kent en een blik op de topografische kaart werpt, zou de conclusie kunnen trekken dat hier de zoveelste Brabantse dennenakker ligt:
een droge ondergrond met grove dennen, jong, iel en stijf in het gelid. Niets is minder waar. Het Mastbos bewijst dat wanneer men de grove den de kans geeft oud
te worden, deze boom net als beuk en zomereik het predikaat eerbiedwaardig verdient, met zijn breed uitgegroeide kroon en vlammende schorssculptuur.
Het Mastbos is het oudst aangelegde productiebos van Nederland. Het is opgedeeld in vakken, het wordt doorkruist door loodrecht op elkaar staande lanen en voor de
drainage werden sloten in de loop der tijd steeds verder uitgediept. Door dit verleden draagt het niet het karakter van een natuurlijk bos, hoewel het laatste
decennium in bepaalde delen een beheer gevoerd wordt, gericht op ‘vernatting’ en ‘verwildering’.
De nog goed zichtbare, oude gebruiksfunctie van het Mastbos kent echter ook zijn charmante kanten. De lanen hebben door hun lengte een eeuwigheidskarakter;
door hun talrijkheid geven ze het bos een ‘voornaam’ aanzien. De wandelaar krijgt het gevoel dat velen die vóór hem geleefd hebben met hem optrekken,
van Nassause prinsen, houtvesters, boswachters, houthakkers en jagers tot rabauwen, soldaten, lichtekooien, stropers, sprokkelaars en bosbessenplukkers.
Het is net alsof dit bonte gezelschap in je nek ademt wanneer je van de Lange Dreef het Eeuwig Laantje induikt. In het Mastbos ben je in meer dan één opzicht nooit alleen.
Thijs Caspers

Staatsbos beheer/Uniepers Abcoude;  
 

5. Boeknummer: 00099  
500 jaar Zwartenbergse polder
Natuur -- Zwartenbergsepolder           (2007)    [Ton van den Wijngaart]
500 jaar Zwartenbergse polder
Dit boek is via deze link verkrijgbaar in de winkel van Heemkundekring Op de Beek.


Voorwoord
Voor u ligt het boekwerk ‘500 jaar Zwartenbergse polder’, een indrukwekkende geschiedschrijving van de Heemkundekring ‘Jan uten Houte’ uit Etten-Leur waar-
in u ook de geschiedenis van het waterschap kunt herkennen.
Een polder wordt gemaakt en beheerd door mensen, zij leven in de polder en geven er zijn karakter aan. Zo ook de ingelanden van de Zwartenbergse polder. Na
ruim tweehonderd jaar van wateroverlast besloten zij in 1721 een watermolen met stenen goot naar de Leurse Vaart te bouwen om het water uit de polder te pom-
pen. Deze houten poldermolen brandde in 1888 door blikseminslag af. Een jaar later werd de huidige stenen molen, met een partij stenen die voor de bouw van de
plaatselijke kerk was afgekeurd, herbouwd.
In 1963 is de molen door het toenmalige waterschap overgedragen aan de gemeente Etten-Leur. Als gevolg van de ruilverkaveling daalde het grondwaterpeil
en verloor de molen zijn bemalingsfunctie, ook omdat het waterschap in het poldergebied inmiddels het elektrische gemaal ‘Halle‘ had gebouwd dat de functie van
de molen overnam. Toch blijft de Zwartenbergse molen de enige windwatermolen in Zuidwest-Brabant die nog volledig functioneert. De molen, met de status van
rijksmonument, is in 2004 opnieuw door het pas opgerichte waterschap Brabantse Delta overgenomen. Het waterschap herstelt en renoveert de molen zodat deze
een educatieve functie kan gaan vervullen en het verhaal van 500 jaar Zwartenbergse polder tot in lengte van dagen kan blijven vertellen.
Het waterschap heeft onlangs de westzijde van de kade van de Leursche haven vanaf de Zwartenbergse molen tot aan de Mark opgehoogd om de Ettense Beem-
den te beschermen tegen hoog water. Ook proberen we in de polder het waterpeil voor de landbouw optimaal te maken en tegelijkertijd de kwaliteit van het water in
de landbouwsloten te verbeteren. Daarmee gaat de Zwartenbergse polder nog een lange - en als het aan ons ligt - droge en schone toekomst tegemoet.
Joseph Vos, dijkgraaf waterschap Brabantse Delta

Inleiding
In het uiterste noorden van de gemeente Etten- Leur ligt de Zwartenbergse polder. Deze polder is om meerdere redenen een uniek en bijzonder interessant gebied.
Uniek, omdat het gezien de ligging de vraag oproept tot welke gemeente de polder behoort. Is het Etten-Leur, Breda (Prinsenbeek) of Zevenbergen?
Uniek, omdat het een echte kleipolder is, die vrijwel exact ligt op de grens van klei- en zandgronden.
Uniek, omdat de polder gemiddeld 70 cm onder de zeespiegel ligt.
Uniek, omdat de polder totaal ligt ingeklemd tussen rivieren of waterlopen. Dat zijn de Mark in het noordwesten, de Leurse Vaart (de haven) in het zuiden en de
Halse of Leurse Vliet in het oosten.
Uniek, omdat de polder heel vroeger ten noorden van de Mark lag, maar sinds lange tijd al weer ten zuiden van diezelfde Mark.
Uniek, omdat de polder vroeger op de grens lag van het hertogdom Brabant en het graafschap Holland.
Uniek, omdat de polder nog zo duidelijk de sporen draagt uit een ver verleden; dit is elders vrijwel nergens meer te zien en zeker niet in deze mate.
Uniek, omdat in de polder de enige windwatermolen staat die West-Brabant nog heeft.
Uniek, omdat het in 2007 exact 500 jaar geleden is dat van Zwartenberg een polder werd gemaakt.
Het 500-jarig bestaan mag niet onopgemerkt voorbij gaan. Daarom heb ik dit boek geschreven dat de lezer meer inzicht geeft in het poldergebied. Wie het leest
zal voortaan het door de polder wandelen, fietsen of autorijden met andere ogen bezien en beleven dan voorheen.
Gaat u mee op reis door de tijd en de wording van Zwartenberg?
Het zal een reis zijn, die zich niet laat vastleggen in vastomlijnde periodes maar wel een reis die u meeneemt naar momenten die voor Zwartenberg cruciaal,
belangrijk, interessant of van grote invloed zijn geweest.
De schrijver wenst u een bijzonder aangename reis toe.

Jan Uten Houte Etten Leur;  
 

6. Boeknummer: 00188  
Kruiden in het Bredase Begijnhof
Natuur -- Kruiden           (onbekend)    [N. Sprangers, J.Timmers]
Kruiden in het Bredase Begijnhof

De Bredase kruidentuin in het Begijnhof
De kruidentuin van het Bredase Begijnhof bestaat
uit een verzameling van twintig kleine kruiden-
tuintjes, van elkaar gescheiden door haagjes en
gegroepeerd rond een langwerpig grasveldje.
Dit grasveldje is een voormalig bleekveld waar
vroegere bewoonsters, de begijntjes, hun wasgoed
te drogen legden. Waar nu de kruidentuintjes te
zien zijn bevonden zich moestuintjes waar men
voor eigen gebruik wat groente en fruit kweekte.
Begijntjes vormden al in de middeleeuwen een
gemeenschap van alleenstaande vrouwen die na
het afleggen van een eenvoudige gelofte op een
hofje gingen samenwonen en voornamelijk werk-
zaam waren in de gezins- en ziekenverzorging.
Het is geen kloosterorde. Toch betekenden ze een
belangrijke aanvulling op de taken die nonnen en
paters verrichten in de stedelijke samenlevingen.
In de jaren tachtig is de laatste Bredase begijn over-
leden.Tegenwoordig wonen er op het Begijnhof
alleenstaande oudere vrouwen, zodat het verleden
naadloos over is gegaan in het heden.
De historische sfeer van het hofje is, mede dank zij
de kruidentuin, haast onaangetast gebleven.
Momenteel staat er een verzameling van ongeveer
300 deels medicinale kruiden en deels kruiden voor
gebruik in de keuken. De gemeente Breda heeft in
1970 de kruidentuin ingericht en is verantwoorde-
lijk voor het dagelijkse onderhoud.

Dienst Stadsbeheer Gemeente Breda;  
 

7. Boeknummer: 00205  
Het Mastbos en het werk van Houtvester van Schermbeek
Natuur -- Mastbos           (1990)    [A.J. Spierings]
Het Mastbos en het werk van Houtvester van Schermbeek

Ten geleide
Het Mastbos: 100 jaar bosbouw!
Binnen de Nederlandse bossen neemt het Mastbos een bijzondere
plaats in. De geschiedenis van het bos gaat ver terug. Grote delen zijn
al eeuwenlang met bos bezet, een bijzonderheid in ons land, waar de
meeste bossen amper een eeuw geleden werden aangelegd.
Maar bos in dit verleden had het zwaar te verduren, zeker in de nabij-
heid van een garnizoensstad als Breda. De behoefte aan (brand)hout,
strooiselloof, beweiding, stroperij, militaire kampementen; steeds
weer werden aanslagen op het bos gepleegd.
Een vergelijking met bossen in de derde wereld anno 1990 ligt voor de
hand: ook daar dreigt het bos niet door zorgvuldig gebruik, maar door
overexploitatie ten gronde te gaan.

Gelukkig kan het Mastbos ook als positief voorbeeld dienen, hoe
het aftakelingsproces ten goede kan worden gekeerd.
Door gezondheidsproblemen gedwongen keerde Houtvester Van
Schermbeek terug uit de tropen en ging in het Mastbos aan het werk.
Groot enthousiasme legde hij aan de dag en vele, nieuwe inzichten in
het bosbeheer. Veel weerstanden moest hij ook overwinnen bij de
maatregelen die hij nam, maar het doel stond hem duidelijk voor
ogen: een stabiel bosmilieu scheppen waarin een gevarieerd bos kan
ontstaan.
Nieuw voor die tijd was ook de grote waarde die hij hechtte aan het
bos zelf. In een tijd dat denken over bos vooral was gekoppeld aan het
produceren van zoveel mogelijk hout.
Als we ons verdiepen in de wijze waarop hij zijn doel trachtte te berei-
ken, blijkt dat ook nu, na 100 jaar, nog verbluffend actueel!
Door zijn activiteiten was hij indirect een van de grondleggers
voor het latere Staatsbosbeheer. Kort na zijn vertrek uit het Mastbos,
in 1899, werd het Staatsbosbeheer opgericht, met de Houtvesterij
Breda als een van de eerste objecten.

Niet alleen door zijn werk in het Mastbos, maar ook de nieuwe
inzichten die hij in Nederland bracht, hebben we veel aan Van
Schermbeek te danken.

De inzet van de heer A.J. Spierings, om de geschiedenis van het
Mastbos en het leven en werken van Van Schermbeek vast te leggen,
waardeer ik daarom bijzonder.
Ik hoop dan ook. dat dit boekje zich in een grote belangstelling mag
verheugen!

Dr.ir. H.S.B.M. van Asperen,
Directeur Staatsbosbeheer.

Inleiding
In 1889 aanvaardde Adriaan Johannes van Schermbeek, Oost-
Indische houtvester met verlof, de opdracht van het Domeinbestuur
tot het vervaardigen van een boskaart van het Mastbos en Liesbos,
met de daarbij behorende bedrijfsplannen. Een jaar later werd hij be-
noemd tot bosbouwkundig medewerker bij dat zelfde Domeinbestuur.
In die functie werd hij toegevoegd aan de Rentmeester van het
Rentambt Breda, de heer R.J.H. Roosmale Nepveu. Daarmee begon
een nieuw tijdperk in de geschiedenis van het Mastbos. De tot dan toe
traditionele werkwijze in de exploitatie van het bos moest plaats
maken voor beheersvormen die veel meer rationeel gefundeerd waren
en door experimenten ondersteund. Met veel doorzettingsvermogen
werden nieuwe ideeën en opvattingen in de praktijk toegepast. De vele
weerstanden die dat opriep, zowel in de regio als ook in de leidende
kringen in de bosbouw in den lande, hebben Van Schermbeek er niet
van kunnen weerhouden voor zijn ideeën te strijden en in de praktijk
tot uitvoering te brengen.

Het is precies 100 jaar geleden dat Van Schermbeek zijn werk in
Breda is begonnen. Ter herdenking van dit feit werd in het Informatie-
centrum 'Oudhof' in het Mastbos een tentoonstelling ingericht,
gewijd aan de geschiedenis, de fysische geografie en het landschap
van het Mastbos. Daarbij werd natuurlijk extra nadruk gelegd op de
persoon en het werk van A.J. van Schermbeek. In relatie daarmee is
ook deze uitgave tot stand gekomen.

Het noodzakelijke materiaal werd samengesteld door een werk-
groep, bestaande uit dhr. P.C.A. Schoenmakers, boswachter en Mej.
H. v. Wermeskerken en de heren S. van Hilst en A.J. Spierings.

Heemkundekring Paulus van Daesdonk;  
 

8. Boeknummer: 00221  
Zwerven door de Rith
Natuur -- Waterstaat           (1995)    [Peter de Jaeger]
Zwerven door de Rith

VOORWOORD
Breda staat bekend als een stad in het groen. Niet alleen omdat het stedelijk gebied wordt
gesierd met veel bomen en struiken in parken en lanen, maar ook vanwege de landschappelijke
omgeving rondom de stad, de kleigronden met de landgoederenzone ten noorden en de zand-
gronden met de beekdalen en bossen ten zuiden van de stad. Voor de leef- en woonkwaliteit van
de burgers van Breda zijn die buitengebieden zeker zo belangrijk als de bebouwde omgeving
in het centrum.
In die afwisseling van landschappen is er een gebied, Effen-De Rith, dat door zijn ligging
misschien wat minder bekend is. Ingeklemd tussen het bekende Mastbos en het Liesbos, door-
sneden door de A16, is het gebied vooral bekend bij liefhebbers. Zij kennen de bijzondere waarde
van de natuurgebieden de Vloeiweide en de Krabbebosschen. Zij zien de inspanningen tot
behoud van zandpaden en beukenlanen en genieten van alles wat daar leeft, groeit en bloeit.
Daarbij heeft het gebied ook nog zijn eigen historie en economische ontwikkeling, die in
het landschap en de boerderijen zijn terug te vinden.
Een bezoek aan De Rith kan ik u van harte aanbevelen. Zet uw auto aan de kant en ga te
voet verder of nog beter, pak de fiets en ga op ontdekkingstocht. Om het u makkelijk te ma-
ken is hiervoor een speciale fietsroute opgenomen. Na lezing van dit boek en een bezoek aan
De Rith zult u dan met mij tot de conclusie komen dat dit prachtig stukje Breda onze be-
scherming verdient.
drs. E.H.T.M. Nijpels
burgemeester van Breda

Uitgeverij De Geus;  
 

9. Boeknummer: 00238  
Stichting het noordbrabants landschap
Natuur -- Brabants Landschap           (1972)    [J.Noest. Rentmeester]
Handboekje Stichting het noordbrabants landschap

Voorwoord
Ons laatste Handboekje werd uitgegeven eind 1969, begin 1970. In dat boekje verzuchtte ik, dat tot op dat ogenblik de Stichting Het Noord-brabants Landschap jammer genoeg nog geen bezit in West-Brabant
had kunnen verwerven, ondanks meerdere pogingen daartoe. Maar 1970, het Natuurbeschermingsjaar, bleek ons vrij spoedig zeer welgezind, in het bijzonder in West-Brabant. In dat jaar verwierf de Stichting in dat
rayon twee fraaie landgoederen: 'de Pannenhoef' en 'de Mattemburgh'.

'De Pannenhoef', groot 477 ha, is gelegen onder de gemeenten Zundert, Rijsbergen, Etten en Rucphen. Dit is tot nu toe ons grootste aaneengelegen bezit. 'De Mattemburgh', groot 366 ha en gelegen onder de
gemeenten Woensdrecht en Bergen op Zoom, werd door de eigenaar, de Graaf de Chambure, aan de Stichting overgedragen, waarvan een deel, groot 17 ha, als schenking. Het geschonken deel wordt gevormd door de
villa, met tuinmanswoning, garages, orangerie, park, tuin en bos, en is voortaan aangeduid als 'Schenking Gravin de Chambure-Cuypers', als respectvolle nagedachtenis. Zij had namelijk haar echtgenoot verzocht
voor de toekomst een passende bestemming voor het buitengoed te zoeken, dat haar na aan het hart lag en dat van haar familie afkomstig was. Zij was de laatste telg uit het geslacht Cuypers.

In het thans lopende jaar bestond onze Stichting 40 jaar. Dit feit werd op 10 maart onder grote belangstelling in het gastvrije Provinciehuis gevierd.
Ter gelegenheid van dit jubileum kon een viertal mooie jubileumaankopen worden aangekondigd, namelijk:
1. Uitbreiding van de Groote Slink, onder Oploo (Oost-Brabant) met een deel, groot 85 ha, van de aangrenzende 'Bunthorst'. Ons totale bezit ter plaatse wordt hierdoor 212 ha.
2. Aankoop van het 'Pompveld' onder Veen in het land van Heusden en Altena, groot 110 ha. In dit reservaat ligt een eendenkooi. Het bestuur is verheugd ook in dit deel van de Provincie de hand te hebben kunnen
leggen op een interessante bezitting.
3. En dan wederom in West-Brabant en wel het landgoed 'Zoomland', groot 285 ha, onder de gemeenten Bergen op Zoom en Wouw. Hierin ligt het merkwaardig moerasgebied 'De Zeezuiper' en het 'Keutelmeer'.
4. Tenslotte een aankoop in Midden-Brabant: het 'Galgeven', een bijzonder fraai voedselarm ven, met de boerderij De Eendracht , landbouwgronden, bossen en heidevelden, groot 224 ha, onder de gemeenten
Berkel-Enschot en Moergestel. Het ven wordt ook wel genoemd 'Berghven', vanwege de nauwe band, welke meer dan 160 jaar heeft betaan met de familie van den Bergh.

Door deze aankopen komt het totaal-bezit van het Brabants Landschap op ruim 2500 ha, over de provincie verdeeld als volgt:

distrikt Oost 404 ha
distrikt Noord 119 ha
distrikt Midden 906 ha
distrikt West 1128 ha
Totaal 2557 ha

Naar ik mag aannemen is bekend dat onze rentmeester, de heer J. Noest wegens ziekte reeds geruime tijd geheel of gedeeltelijk verstek heeft moeten laten gaan. Hij is het geweest, die het 'Landschap' van de grond
heeft gebracht, waarvoor het bestuur hem erkentelijk is. Ik hoop, dat hij binnen niet al te lange tijd zijn functie wederom geheel zal kunnen waarnemen.

Met de omvang van ons bezit groeit het personeelsbestand. Dit bedraagt thans 17 personen in vaste dienst. Hiervan vermeld ik de stafleden.
Na de reeds genoemde heer Noest noem ik de heer J. W. C. Entrop, plaatsvervangend rentmeester, die een paar dagen nadat de heer Noest was uitgevallen, in dienst trad. Hij werd zwaar op de proef gesteld,
welke hij glansrijk doorstond. Dan de administrateur, de heer P. H. Raadsen, bijgestaan door zijn assistente, mejuffrouw H. M. Leliaert, van welke krachten het bestuur veel steun ondervindt. Voorts zijn in onze
dienst vier reservaatbeheerders: de heren P. Geenen (distrikt Oost), J.C. P. Reuser (distrikt Noord), W. P. van de Wouw (distrikt Midden) en J. T. Adriaensen (distrikt West).

In 1971 betrokken wij ons nieuw kantoor, Torenstraat 32 te Helvoirt. Het is het met steun van Rijksmonumentenzorg gerestaureerde oude koetshuis van 'Jagtlust'. De heer P. Drijvers te Oisterwijk trad op als architekt.
Aannemer was Nico de Bont en Zonen N.V. te Nieuwkuijk. De heer Kramer van Monumentenzorg verstrekte adviezen. Onze penningmeester, de heer van Dijk trad namens onze Stichting als bouwheer op. We zijn
heel gelukkig met deze nieuwe huisvesting. Op 8 juni mochten wij hier Prins Claus en Prinses Beatrix, vergezeld van de Commissaris der Koningin, de heer Kortmann, ontvangen en met hen een pittig en van
belangstelling getuigend gesprek voeren.

Nog wil ik er op wijzen, dat postbus 10 Helvoirt gaarne aanmeldingen tot contribuant zal ontvangen. Op 1 januari 1972 bedroeg het aantal particuliere contribuanten 3535. Thans, 30 oktober 1972, passeerden wij de
5000. Zou dit aantal 10.000 kunnen worden? Dit zou een grote steun voor ons zijn. De minimum-contributie bedraagt thans ƒ10,—. Tot slot wil ik nog eens in herinnering brengen het uitstekende werk
gedurende meer dan 20 jaar van de heer Jhr. Mr. E. W. J. van Weede van Dijkveld, als secretaris. In verband met verplaatsing van zijn werkkring in 1969 moest hij deze functie neerleggen. Door zijn deskundig
en bezielend werk is de heer van Weede van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van het Brabants Landschap. De heer van Weede blijft als lid van het hoofdbestuur de Stichting mede besturen.

De huidige maatschappelijke ontwikkelingen betekenen in vele opzichten een ernstige bedreiging van het natuurlijk milieu. Het in stand houden van groene ruimten is daarom van vitaal belang voor het welzijn van
al wat leeft, niet het minst van de mens. Dit probleem positief te benaderen voor wat betreft de Provincie Noord-Brabant en voorzover onze bescheiden krachten dit toelaten, is de doelstelling van onze Stichting.
Het bestuur is van nature optimist en wil trachten met veler steun en sympathie, met de waardevolle en zeer gewaardeerde financiële hulp van de overheid en in evenwichtige samenwerking met andere op ons
terrein werkzame instellingen in deze te slagen.
P. H. F. HUENGES, voorzitter
Oktober 1972

Stichting Het Noordbrab. Landschap;  
 

10. Boeknummer: 00239  
De Brandende Scheper
Natuur -- Mastbos           (2003)    [John van Ierland]
De Brandende Scheper. Volksverhalen in en om het Mastbos

Inhoudsopgave
1. Onze Lieve Heer en dun Peer pag. 1
2. De helse opening van Papenmuts pag. 7
3. Doortje en Mieke pag. 11
4. De brandende scheper pag. 17
5. Ontstaan van de Heksenbeek pag. 21
6. De Voesenekken pag. 25
7. De Zeven Heuveltjes pag. 31
8. Dwaallichten pag. 37
9. De Zwarte Ridder van Boeverije pag. 43
10. De Duivelsbrug in het Ginneken pag. 51
11. Noormannen in Breda pag. 57
12. Het wonder van Niervaart pag. 61
13. Nawoord pag. 67
14. Lijst van geraadpleegde werken pag. 68

I.E.R;  
 

11. Boeknummer: 00277  
Park Overbos
Natuur -- Park Over-bos           (2008)    [SSC Communicatie, Breda]
Park Over-Bos
Fotografie: Wim Schuurmans en Piet Hanegraaf

VOORWOORD
Wij kunnen terugkijken op een meer dan geslaagde opening van PARK OVER-BOS op 21 juni 2008. Alle ingrediënten voor een geslaagd feest waren aanwezig. Een aangenaam zonnetje, een overvol
programma met allerlei activiteiten, voor elk wat wils en voor jong en oud. Muziek speelde de hele middag een grote rol en in de avonduren zette Amor Musae haar beste beentje voor.
Wederom bleek uit deze dag waar de inwoners van Prinsenbeek goed in zijn, gezamenlijk een feestje organiseren. De sfeer was optimaal. En wat nog het belangrijkste is, iedereen is
enthousiast over het park. Het park dat nu al een prominente plaats in het dorp inneemt.
Dit boekje bied ik graag aan als een blijvende herinnering aan de feestelijke opening. Wellicht dat u over een aantal jaren verbaasd zult zijn als u de uitgave nog eens doorbladert en
ziet hoe snel alles verandert.
Daarom gebruik ik dit boekje ook als geheugensteuntje om uit te leggen hoe de naam PARK OVER-BOS er kwam. Want we vergeten zo snel.
Mevrouw Langen-de Jong heeft de naam bedacht. Zij had daar goed over nagedacht. Het park is gesitueerd grenzend aan de Mr. Bierensweg tot aan het einde van het PeperBOS.
Het huidige park begint aan de kant van het plantsoen en loopt daar OVER de A16 en de HSL heen. Er is nog een gedeelte wat over de A16 en de HSL heen gaat en die ligt in de omgeving van
het PeperBOS. In het park loop je OVER de paden door het BOS. De naam van het park bestaat uit twee delen: OVER en BOS, daarom de naam PARK OVER-BOS.
Een prachtige uitleg, waar zelfs ik geen speld tussen kan krijgen.
Ik wens u veel plezier met het doorbladeren van dit fotoboekje en verwacht dat deze herinneringsuitgave regelmatig op tafel zal komen om nog eens terug te kijken hoe het begon.
Janus Oomen
Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling, Ontwerp en Beheer Buitenruimte
September 2008

 Gemeente Breda;  
 

12. Boeknummer: 00291  
Wat onze voorouders wisten
Natuur -- Kruiden           (2020)    [Doorn Ien]
Wat onze voorouders wisten. Kruiden rondom Terheijden, Wagenberg en Langeweg

Voorwoord
‘Wat onze voorouders wisten'
Wat wij jammer genoeg al lang vergeten zijn, is wat de natuur ons allemaal te bieden heeft op het gebied van voedsel en geneeskrachtige kruiden.
Het hele jaar door geeft de natuur ons wilde planten die boordevol gezonde voedingsstoffen zitten, eetbaar en smakelijk zijn.
Onze voorouders gebruikten geneeskrachtige kruiden om o.a. maagklachten te bestrijden, bloedingen te stoppen, botbreuken te behandelen
en zelfs voor geestelijke vlieguren.

In dit boekje wordt verteld welke planten je kunt eten, welke je zeker niet moet eten en hoe ze vroeger in de volksgeneeskunde werden gebruikt.

Er geldt een aantal (ongeschreven) regels voor het wild plukken:
• Weet je het niet, dan eet je het niet. Dit omdat er ook giftige planten bestaan.
• Is een plant zeldzaam maar wel eetbaar dan laat je die staan.
• Is een plant beschermd of staat hij op de rode lijst, (hierover later meer wanneer we het over postzegelnatuur hebben) ook dan lekker laten staan.
• Wildplukken valt onder stroperij. Kleine hoeveelheden plukken wordt oogluikend toegestaan. Pluk je grote hoeveelheden, dan is dit strafbaar.

Op deze plaats wil ik Gwen van der Meer en José van Hooijdonk bedanken voor het corrigeren van kromme zinnen en andere vergissingen.
Fons de Weert bedank ik voor de vormgeving.

Recepten vindt je bij de volgende plantnummers: 1,11, 13,20, 36,53,55, 69 een aanrader: 76,93,97 en 103.

Veel leesplezier gewenst
Ien Doorn

Heemkundekring De Vlasselt;  
 

13. Boeknummer: 00292  
Wat onze voorouders wisten
Natuur -- Kruiden           (2021)    [Doorn Ien]
Wat onze voorouders wisten. Kruiden rondom Teteringen

Voorwoord
‘Wat onze voorouders wisten'
Wat wij jammer genoeg al lang vergeten zijn, is wat de natuur ons allemaal te bieden heeft op het gebied van voedsel en geneeskrachtige kruiden.
Het hele jaar door geeft de natuur ons wilde planten die boordevol gezonde voedingsstoffen zitten, eetbaar en smakelijk zijn.
Onze voorouders gebruikten geneeskrachtige kruiden om o.a. maagklachten te bestrijden, bloedingen te stoppen, botbreuken te behandelen
en zelfs voor geestelijke vlieguren.

In dit boekje wordt verteld welke planten je kunt eten, welke je zeker niet moet eten en hoe ze vroeger in de volksgeneeskunde werden gebruikt.

Er geldt een aantal (ongeschreven) regels voor het wild plukken:
• Weet je het niet, dan eet je het niet. Dit omdat er ook giftige planten bestaan.
• Is een plant zeldzaam maar wel eetbaar dan laat je die staan.
• Is een plant beschermd of staat hij op de rode lijst, (hierover later meer wanneer we het over postzegelnatuur hebben) ook dan lekker laten staan.
• Wildplukken valt onder stroperij. Kleine hoeveelheden plukken wordt oogluikend toegestaan. Pluk je grote hoeveelheden, dan is dit strafbaar.

Op deze plaats wil ik Gwen van der Meer en José van Hooijdonk bedanken voor het corrigeren van kromme zinnen en andere vergissingen.
Fons de Weert bedank ik voor de vormgeving.

Recepten vindt je bij de volgende plantnummers: 1,11, 13,20, 36,53,55, 69 een aanrader: 76,93,97 en 103.

Veel leesplezier gewenst
Ien Doorn

Heemkundekring Teterings Erfdeel;  
 

14. Boeknummer: 00312  
Wat onze voorouders wisten
Natuur -- Kruiden           (2021)    [Ien Doorn]
Wat onze voorouders wisten. Dl 2. Kruiden rondom Terheijden Wagenberg en Langeweg


Voorwoord
‘Wat onze voorouders wisten'
Wat wij jammer genoeg al lang vergeten zijn, is wat de natuur ons allemaal te bieden heeft op het gebied van voedsel en geneeskrachtige kruiden.
Het hele jaar door geeft de natuur ons wilde planten die boordevol gezonde voedingsstoffen zitten, eetbaar en smakelijk zijn.
Onze voorouders gebruikten geneeskrachtige kruiden om o.a. maagklachten te bestrijden, bloedingen te stoppen, botbreuken te behandelen
en zelfs voor geestelijke vlieguren.

In dit boekje wordt verteld welke planten je kunt eten, welke je zeker niet moet eten en hoe ze vroeger in de volksgeneeskunde werden gebruikt.

Er geldt een aantal (ongeschreven) regels voor het wild plukken:
•    Weet je het niet, dan eet je het niet. Dit omdat er ook giftige planten bestaan.
•    Is een plant zeldzaam maar wel eetbaar dan laat je die staan.
•    Is een plant beschermd of staat hij op de rode lijst, dan lekker laten staan.
•    Wildplukken valt onder stroperij. Kleine hoeveelheden plukken wordt oogluikend toegestaan. Pluk je grote hoeveelheden, dan is dit strafbaar.

Goede vriendin Gwen van der Meer wil ik bedanken voor het redigeren van dit boekje.
Van oud collega Henk Schell kreeg ik toestemming om zijn foto’s van het penningkruid, rodekoolzwam, korenbloem en paardenbloem te gebruiken. Hiervoor mijn dank.
Fons de Weert wil ik bedanken voor de vormgeving.
Veel leesplezier gewenst
Ien Doorn


Heemkundekring De Vlasselt;  
 

15. Boeknummer: 00419  
Brabant in de ban van buiten
Natuur -- Brabants Landschap           (2007)    [Vic Bakker, Thijs Caspers]
Brabant in de ban van buiten. Gids van de natuurgebieden van Brabants Landschap

75 jaar Brabants Landschap
In dit jubileumjaar presenteren wij u met gepaste trots een nieuwe uitgave van ons handboek. Het draagt de titel Brabant in de Ban van Buiten, gelijk
het thema dat wij voor onze jubileumviering kozen. Het handboek geeft een goed overzicht van de activiteiten van ons Landschap: het vormt als het ware
een 'State of the Union’. Het toont ook aan dat de afgelopen jaren weer grote stappen voorwaarts zijn gedaan in ons natuurbeschermingswerk.

Het aantal hectares in bezit steeg van 13.500 in 1999 tot 16.500 op dit moment(1-5-07). Wij stellen ons ten doel specifiek Brabantse levensgemeen-
schappen te behouden, herstellen en ontwikkelen. Dat streven heeft de meeste kans van slagen binnen een robuust en duurzaam stelsel van op elkaar
aansluitende natuurgebieden, de zogenaamde Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het meest effectieve instrument om dat te realiseren is verwerving en
vervolgens zorgvuldig beheer. Wat dat laatste betreft passeren in dit handboek veel natuurherstelplannen die de laatste achtjaar zijn uitgevoerd: tientallen
in het (verre) verleden dichtgegooide vennen, beekmeanders, riviergeulen en kreken werden terug open gegraven en het einde is nog (lang) niet in zicht.

In toenemende mate besteedt Brabants Landschap tevens zorg aan het platteland, dit is het boerenland buiten de natuurgebieden. Ons 'Coördinatiepunt
Landschapsbeheer’ geeft voorlichting over aanleg en beheer van kleine landschapselementen als erfbeplantingen, houtwallen, natuurvriendelijke oevers
en kikkerpoelen. Met provinciale subsidie kunnen we deze elementen in belangrijke mate financieren, op grond van particulieren wel te verstaan.
Voorts coördineren we het vrijwillige landschapsbeheer in onze provincie. Ook het vrijwilligerswerk op het gebied van 'soortbescherming' - met name
weidevogels en uilen - wordt door Brabants Landschap succesvol begeleid. Sinds het laatste handboek zijn op onze landgoederen ook belangrijke
monumenten gerestaureerd, zoals de oranjerie op Mattemburgh.

De ledengroei (van 21.687 op 1-1-1999 naar 33.400 op 1-1-2007) en de vele enthousiaste vrijwilligers bevestigen ons gevoel dat de Brabantse burgers
onze activiteiten steunen. Vanuit die wetenschap werken medewerkers en bestuur van Brabants Landschap met veel energie en groot vertrouwen aan de toekomst.
Wij wensen u veel leesgenoegen bij het doornemen van ons traditioneel zeer fraai uitgevoerde en informatieve handboek.
Bert van Dijk, voorzitter

Natuurbehoud met Brabants Landschap
Sinds 1932 strijdt Brabants Landschap voor het behoud van natuur- en landschapsschoon in onze provincie.
Per 1-1-2007 bedraagt haar totale bezit, verspreid over 62 grotere en kleinere reservaten, circa 16.500 hectare. Na aankoop worden de terreinen
zorgvuldig beheerd en ontwikkeld. Bij acute bedreiging van planten, dieren en landschappen voeren wij actie. Ook de kwaliteit van het landelijk gebied
buiten de reservaten is ons een grote zorg. Met dit doel is in 1980 het ‘Coördinatiepunt Landschapsbeheer’ bij onze organisatie ondergebracht.

Om meer begrip te kweken voor het behoud van de typisch Brabantse natuur geven wij een eigen natuurtijdschrift uit, alsmede brochures en folders.

Wij stellen onze terreinen graag open voor natuurminnende en lustzoekende recreanten. Natuur is er immers om van te genieten. Op de meeste van onze
terreinen zijn wandelroutes uitgezet en worden excursies gehouden.

Steun
Veel is al bereikt, maar we kunnen bepaald niet op onze lauweren rusten. Voor ons werk hebben wij uw blijvende steun hard nodig. Er zijn immers nog
veel gebieden in onze provincie die door aankoop veiliggesteld moeten worden. Ook het herstellen van leefgebieden voor bedreigde planten en
dieren kostgeld. Met de steun van u en de overige 33.000 donateurs komen we al een heel eind, maar u kunt meer doen. Met deze gids kunt u wellicht
anderen overtuigen ons werk eveneens te steunen.

Brabant is prachtig
Geen andere provincie kent zo'n grote verscheidenheid aan landschappen. Naast de bossen en heidevelden op de zandgronden vind je er vogelrijke
moerassen, nog gave beekdalen en rivieruiterwaarden, kleinschalige agrarische cultuurlandschappen en (meer dan 100) statige landgoederen.
Bij u in de buurt ligt vast wel een van onze bezittingen. We nodigen u van harte uit er te komen wandelen.
U kunt dan zelf zien wat we allemaal doen, voor natuur en recreant.

Zie voor meer informatie www.brabantslandschap.nl of www.natuurlijkbrabant.nl

Brabants Landschap;  
 

16. Boeknummer: 00453  
Geschiedenis Boswachterij Chaam 1900-2000
Natuur -- Brabants Landschap           (2003)    [C.P.M. van Alphen]
Geschiedenis Boswachterij Chaam 1900-2000


INHOUD
1) Inleiding......................................... 3
2) De boswachterij Chaam............................. 7
     Ontginning
     Landbouwvoorbouw
     Kwekerij
     De aanleg van het bos
     Bossamenstelling
     Houtverkoop en opbrengsten
     Graslanden
     De beheerders
3) Het nieuwe bos- en natuurbeheer............ 30
     Bosreservaat
     Certificering van het hout
Natuurbeheer      
4) De Tweede Wereldoorlog..................... 43
5) Wonen en werken in de boswachterij Chaam ... 55
     Gebouwen
     Arbeidstoestanden
     Werkverschaffing
6) Wegen en waterhuishouding.................. 69
     Wegen
     Waterhuishouding
     Recreatie.................................... 79
8) Cultuurhistorie............................ 99
9) Bedreigingen van het bos en de natuur. 91
     Jacht en wildbeheer
     Chemische middelen
     Insectenaantastingen
     Schimmels en zwammen
     Stormen
     Vorst
     Hagel
     Droogte
     Bosbranden
10) Diversen.................................117
     Paarden
     Ossendrijver
     Mechanisatie
     Schaftgelegenheid


1. Inleiding
Staatsbosbeheer werd in 1899 opgericht en kreeg van de toenmalige regering o.a. de opdracht mee, om woeste gronden productief te maken. Zo ook rondom Chaam.
Een grote glooiende heidevlakte met enkele vliegdennen en plaatselijk wat kleinere bosjes. Zo moet het grondgebied tussen Chaam, Alphen en Gilze er omstreeks 1900 uit hebben gezien. De
graslanden en de akkers, waar de bewoners van toen de kost op moesten verdienen, lagen nabij de genoemde dorpen en de gehuchten Langereit, Bolberg, Horst, Brakken, De Heikant, Snijders
Chaam, Dassemus en Kwaalburg.

Het Prinsenbosch - onderdeel van de boswachterij Ulvenhoutsbos - was toen al ontgonnen en ingeplant. De Staatsgrond, gelegen in de driehoek Chaam - Gilze - Alphen bestond uit vele percelen die erg
verspreid lagen. Na veel kopen en ruilen tussen 1894 en 1930 werden de afmetingen bereikt, zoals die nu nog bestaan.
Een groot deel van de heidegronden was afkomstig uit de z.g. dotatiegronden van Prins Frederik der Nederlanden. Hij was de tweede zoon van Koning Willem I. De gronden zouden weer aan de
Staat vervallen, indien Prins Frederik zonder levende nakomelingen zou sterven. Hij overleed op 8 september 1881 en de dotatie keerde weer terug in eigendom bij de Staat.
Een groot complex (155 ha) bouwland, weiland, woeste grond en dennenbos, behorende tot de boerderij Buitenlust, werd door de Staat reeds in 1894 aangekocht van de toenmalige eigenaar J. Erven
Jzn. Bij de verkoop had deze bedongen dat hij over al het hout, ouder dan 10 jaren mocht beschikken, zodat de Staat grote kapvlakten kreeg die uiteraard weer bebost moesten worden. De slechtste
bossen waren blijven staan, maar deze waren zo slecht dat ze bij de ontginning zijn opgeruimd en de grond opnieuw beplant.
In de Alphense Bergen stond een goed oud bos dat in de Eerste Wereldoorlog is geveld.
Nadat de eerste bosbezaaing van 1897 mislukt was, werden tussen 1900 en 1931 de Chaamse bossen aangelegd. Gemiddeld meer dan 30 ha per jaar. In 1900 werden de eerste vakken (37 en 50)
ingeplant; in 1931 de laatste vakken (78 en 79). Tussen 1933 en 1935 werden de Alphense Bergen door werklozen gespit en ingeplant.

Vóór de Tweede Wereldoorlog werden veel bossen in deze boswachterij gemengd aangelegd. De hoofdhoutsoort was groveden.
Deze houtsoort levert het grenenhout en dat was uitstekend geschikt voor de mijnbouw en als timmerhout. De eerste 50 jaren veranderde niet zoveel; maar met name na de
Tweede Wereldoorlog is de ontwikkeling snel gegaan. Het land moest weer worden opgebouwd en daarvoor moest er veel (hout) geproduceerd worden. Een gevolg was dat er veel monotone
productiebossen aangelegd werden. In de zestiger jaren kregen de mensen meer vrije tijd en kwam de recreatie opzetten.
Dagrecreatieterreinen of speelweiden werden aangelegd. In de zeventiger jaren kwam - na enkele grote stormen - de discussie op gang voor meer natuurlijke bossen. In Chaam zou het nog tot 1990
duren eer daar op grotere schaal aandacht aan werd besteed. In 1984 werd 36 ha bos tot bosreservaat bestemd. Binnen het kader van het Chaamse bekenakkoord werd een halt toegeroepen aan de
grondwaterstanddaling en kwam er een afkoopregeling van de pachtgronden binnen de boswachterij. Het laatste decennium van de vorige eeuw is bij het beheer van de bossen steeds meer aansluiting
gezocht bij de natuurlijke processen van de omgeving.

In dit boekje wordt de eerste honderd jaar geschiedenis beschreven van de boswachterij Chaam. Deze begint al op het einde van de 19e eeuw en eindigt in het begin van de 21e eeuw. Deze geschiedenis
kan mogelijk in de toekomst gebruikt worden door beheerders van de boswachterij Chaam bij het ontwikkelen van nieuwe plannen. Ook voor de regelmatige bezoekers van de boswachterij zullen er zeker
interessante herkenningspunten inzitten. Het geeft de lezer inzicht over de omvorming van heide, via productiebos naar multifunctioneel bos en deels natuurbos.

De onderwerpen zijn telkens beschreven vanaf 1900 tot heden, zodat de lezer bij wijze van spreken ook het middelste hoofdstuk eerst kan lezen.
Zelf heb ik meer dan een kwart eeuw deel uit gemaakt van die geschiedenis. Dat was voor mij de reden om zoveel mogelijk van de geschiedenis op te schrijven en zo voor het nageslacht te bewaren.
Een aantal gebeurtenissen heb ik als beheerder zelf meegemaakt, andere heb ik uit overlevering. Jaarverslagen en andere geschreven teksten zijn bronnen waaruit ik geput heb. De jaarverslagen vertonen
veel overeenkomsten met elkaar en zijn meestal weinig spectaculair, met uitzondering die van de oorlogsjaren. Boswachter Jan Verbeet heeft toen interessante teksten opgeschreven. In de gesprekken die
ik met voorwerker/opzichter Sjef Moelands heb gehad is mij gebleken dat de oorlogsjaren een grote impact hebben gehad op de bossen en op alle medewerkers uit die jaren.
De meest belangrijke stukken heb ik letterlijk (met oude spelling) overgenomen. Ze zijn cursief afgedrukt.

Op het kaartje op de volgende pagina zijn de onderdelen van de boswachterij Chaam aangegeven. De boswachterij bestaat uit de Chaamse bossen, Alphense Bergen, Generaalsbossen en het Mallens bos.
Aanvankelijk bestond het gebied van de Chaamse bossen uit twee boswachterijen.
De boswachterij Buitenlust lag in het zuiden en het Nepveubos lag in het noordelijk deel. De eerste was genoemd naar de boerderij Buitenlust; sinds 1962 beter bekend als camping Buitenlust. De
tweede was genoemd naar rentmeester J.H. van Roosmale Nepveu, van het rentambt Breda', dat ressorteerde onder de Dienst der Domeinen van het Departement van Financiën. In 1911 zijn deze
twee bossen samen gevoegd en zo ontstond de boswachterij Chaam, die toen een oppervlakte had van bijna 1000 ha.
In 1915 werd 203 ha aangekocht in de Alphense Bergen. In 1961 werden de Generaalsbossen gekocht en in 1973 werd de boswachterij gecompleteerd, met de aankoop van het Mallensbos,
tot een totale oppervlakte van ruim 1300 ha. De boswachterij Chaam is sinds 1990 samengevoegd met het Ulvenhoutsbos, Strijbeekse Heide, Bleke Heide, Merkske en de Markdalgronden en heeft de
naam gekregen 'beheerseenheid Ulvenhout/Chaam'. Deze beheerseenheid heeft nu - in 2002 - een totale oppervlakte van bijna 3000 ha.


Heemkundekring Ledevaert Chaam;  
 

17. Boeknummer: 00454  
De hertog van Salm Salm het vergeten stukje grensgebied
Natuur -- Brabants Landschap           (2007)    [John van Ierland]
De hertog van Salm Salm het vergeten stukje grensgebied
Volksverhalen, sagen, legenden, mythen, fabels en andere leugens uit het beekdallandschap van 't Merkske


INHOUD
natuur en cultuur
item titel   
1       Voorwoord pag. 6
2       ‘t Merkske pag. 9
3       Das pag. 10
4       Haas pag. 17
5       Boekweit pag. 24
6       Archimedes pag. 31
7       Rugstreeppad pag. 32
8       Sint-Clemens pag. 37
9       Wild zwijn pag. 38
10      Glimworm pag. 46
11      Knolsteenbreek pag. 52
12      Kievit pag. 59
13      Roodborsttapuit pag. 65
14      Moesdistel pag. 72
15      Witte dovenetel pag. 78
16      Eik pag. 84
17      Steenuil pag. 91
18      Primula pag. 100
19      Grondel pag. 110
20      Boomkikker pag. 115
21      Paalkamperen pag. 122
22      Russula pag. 123
23      Buizerd pag. 130
24      Beekprik pag. 138
25      Els pag. 145

verhalen
eerste verhaal: Helhond pag. 11
tweede verhaal: De pacht en de haas pag. 18
derde verhaal: De zwarte dood pag. 25
vierde verhaal: De reuzenpad pag. 33
vijfde verhaal: Blauwe Gerrit pag. 39
zesde verhaal: De geest van de Grote Singelheide pag. 47
zevende verhaal: Spoken op de Lindendijk pag. 53
achtste verhaal: Hermanus Landt pag. 60
negende verhaal: De hertog van Salm Salm pag. 66
tiende verhaal: De aardappelen van Gel pag. 73
elfde verhaal: Lehte en de brandnetelfee pag. 79
twaalfde verhaal: De houthakker pag. 85
dertiende verhaal: De graaf van Lalaing pag. 92
veertiende verhaal: De laatste heks van Baarle pag. 101
vijftiende verhaal: De nieuwe geuzen pag. 111
zestiende verhaal: Hesp, reuzel en rijstepap pag. 116
zeventiende verhaal: De draad des doods pag. 124
achttiende verhaal: Jean de grafsteenkapper pag. 131
negentiende verhaal: De legende van Gelmel de Noorman pag. 139
laatste verhaal: De brandbrief pag. 146


Het voorwoord
Grensstreken zijn per definitie spannende streken waar zeker in vroegere tijden veel te beleven viel. In onze huidige tijd, de tijd van
één Europa, de tijd van samenwerken, de tijd van open grenzen, is wandelen en fietsen in de grensstreek bijzonder aangenaam, maar het
echte spannende is er wel een beetje van af.
Als u deze verhalen leest, vindt u dat, net als ik, misschien wel een beetje jammer. Maar gelukkig kunnen we met dit boek in de hand, zelf
de oude tijden doen herleven.
Deze bundel is samengesteld op initiatief van en in samenspraak met Staatsbosbeheer en het Agentschap voor Natuur en Bos. De wandelroutes
in het gebied rondom Castelré, onder andere de zogenaamde laarzenpaden, zijn in het boek opgenomen en langs deze routes zijn genummerde paaltjes
geplaatst die verwijzen naar de verhalen in het boek.
Dus neemt u tijdens een heerlijke wandeling af en toe een rustpauze en leest u dan eens, wat er zich in die specifieke omgeving heeft afgespeeld.
Wellicht staat u op dat moment wel in het gebied waar ooit de Eletto de macht had, of staat u op een punt waar de Noormannen zich lieten
gelden. En kent u de sagen van ‘Blauwe Gerrit’ of van de dwaallichten al? Wat deed de schatbewaarder van Willem van Oranje, graaf de Lalaing
eigenlijk hier? En hoe zit het met het kogelgat in de kerk van Wortel?
Allemaal vragen die u in dit boek volgens de overlevering van de oude volksverhalen beantwoord krijgt.
Het zijn sagen en legenden die u thuis kunt lezen, maar nog leuker is het, om ze te beleven tijdens een wandeling.
Ook de flora en fauna wordt in deze vertellingen niet vergeten. We zitten hier tenslotte niet alleen in een historisch bijzonder gebied, ook
de natuur kent hier haar specialiteiten.
Bliksem in het open veld, een heel apart natuurverschijnsel komt ter sprake, maar ook de buizerd, de rugstreeppad en het zwijn blijven niet onvernoemd.
Als gemeentebestuur staan wij achter alle prachtige initiatieven die onze mooie omgeving onder de aandacht brengt van een breed
publiek. Niet voor niets waren we in 2006 genomineerd door de Stichting Entente Florale Nederland voor de titel “groenste dorp van
Nederland”. Mede geïnspireerd door deze nominatie zijn we zelf ook weer actief en kritisch naar onze natuur gaan kijken. Als gemeente
streven we continue naar het behoud en het optimaliseren van ons buitengebied. Hier staan we niet alleen in, maar we doen dat samen
met gesprekspartners over de grens en organisaties in ons eigen land, zoals Staatsbosbeheer en het Agentschap voor Natuur en Bos.
Initiatieven als dit leuke en interessante boek, gecombineerd met de prachtige wandelroutes juichen we daarom bijzonder toe.
Ze vormen een prachtige stimulans voor zowel onze eigen inwoners als voor onze gasten om het gebied nog beter te leren kennen en te
waarderen.
Dank aan de initiatiefnemers en de samenstellers en vooral veel lees- en wandelplezier voor u allen.
J.P.M.M. Hendrikx
Burgemeester gemeente Baarle-Nassau


Van Ierland Uitgeverij;  
 

18. Boeknummer: 00455  
De onherbergzame Biesbosch
Natuur -- Waterstaat           (2002)    [Rob Haan e.a.]
De onherbergzame Biesbosch
over griendketen, woonarken en kooihuizen

INHOUDSOPGAVE
Inleiding 9
Het ketenbesluit van 1924 11
Springtij en een oud kooihuis 19
Op wacht in de keet op de Beversluis 23
Kloven en kenezalf 27
De ark tussen “het vuil” 31
De Fantenkeet 35
Piepers met lawaaisaus 39
Cholera in de keet op hef Jannezand 43
Een gat in het dak 47
Een boom als baken 49
Met “je hele hebben en houwe” in de boot 53
In een Schliekerark bij de Huiswaard 57
Jagermeister en natte ogen 63
Gebroken Engels en Dutch chocolate 69
Spek en bonen of de geboorte van een spreekwoord 75
Op de hanenbalken in de keet 79
Vijf Jannen in hun Jannekeet 85
Een Toontje hoger 89
Vrouwen in de Biesbosch 93
Een na-oorlogse schrankkeet 99
Crisisberaad op de Dood 103
Wat niet weet, wat niet deert (Nawoord) 107
Referenties 111


Voorwoord
Er is al heel wat gepubliceerd over de Biesbosch: leesboeken, prentenboeken, kijkboeken, enz. enz., zodat je je afvraagt wat kan een volgend boek nog toevoegen
aan al deze wetenswaardigheden. Niets waarschijnlijk wat u al niet elders kunt lezen of zien, maar toch... toch is er alle aanleiding om dit boek: “De onherberg-
zame Biesbosch” bijzondere aandacht te geven.

Het gaat nou eens niet over de natuur, de vogels, eb en vloed, slik en water, of grienden en riet, nee, in dit boek staan de griendketen, de woonarken en de kooi-
huizen centraal. En dat is toch wel een belangrijke toevoeging aan de verslaglegging over de Biesbosch.
Het is belangrijk omdat het vertelt hoe mensen, onze voorouders, destijds woonden, dus leefden in de Biesbosch en waarom.

Maar het is ook belangrijk omdat deze mensen ons dat niet meer kunnen vertellen en de gebouwen e.d. gaandeweg slechter worden en verdwijnen.
Over enige tijd zal ons niets meer nog hieraan herinneren, maar hebben wij dit boek om het door te geven aan onze kinderen.
Maar verder is het gewoon ook een leuk boek; een boek met foto’s en afbeeldingen die zeer tot de verbeelding spreken en die de tekst een dimensie geven
waardoor de lezer zich in de tijd kan verplaatsen.

Als burgemeester van Drimmelen, met verreweg het grootste deel van de Biesbosch binnen de grenzen, maar ook als bestuurder van het Nationaal Park De
Biesbosch ben ik er trots op dat dit boekwerk is verschenen. Samen met “De Biesbosch ten tijde van het getij” van Jan Hoek en “Biesbosch Panorama” van
Hans Werther vormt dit boek van Rob Haan c.s. een mooi trio dat de lezer op slag een leken-deskundige van onze fraaie Biesbosch maakt.

Ik wens de lezer veel plezier met dit boek en hoop dat het hem/haar weer een reden geeft om een bezoek te brengen aan ons mooi nationaal park. Weet dat u van
harte welkom bent.
Made, oktober 2002
Burgemeester J. Elzinga van Drimmelen.

Inleiding
Wonen in de Biesbosch. Wie het nu hoort denkt aan een vakantiehuisje, aan zon en water en plezier maken. Leven en wonen in de Biesbosch had nog niet zo lang geleden
echter een heel andere betekenis. Toen werkten er op de vele zandplaten en eilanden nog biezenplanters, rietsnijders, griendwerkers en eendenkooikers.


Zij woonden er van maandag tot zaterdag (en soms permanent) in griendketen, woonarken of eenvoudige huizen. Onderkomens die de term woning nauwelijks
verdienden. Het leven was er zwaar en men leed veel ontberingen. Toch was er vaak ook tijd voor vrolijkheid en optimisme.

Als de keten en arken eens konden praten..., ieder onderkomen heeft immers zijn eigen geschiedenis en elke hakker of planter heeft een persoonlijke herinnering aan die
vervlogen tijd.
In ‘De onherbergzame Biesbosch’ zijn enkele van die herinneringen opgetekend; ware gebeurtenissen, anecdotes en soms een historie ontsproten in de gedachten
van een griendwerker met een beetje (te) veel fantasie.
Die verhalen verdienden het volgens ons om vastgelegd te worden.

De meeste keten en arken zijn inmiddels al uit de Biesbosch verdwenen. Sommige hebben de tand des tijds niet kunnen doorstaan. Anderen zijn zwaar verwaarloosd of door
vandalen gesloopt.
De Biesbosch is natuurgebied geworden met minder oog (en geld) voor de cultuurhistorie. Wat er nu nog aan bouwsels over is, zal lang niet allemaal kunnen
blijven bestaan. De leegstand zal de meeste gebouwen uiteindelijk fataal worden.
Gelukkig worden er nog wel enkele keten in ere gehouden. Authentiek ingericht, met een wandelpad er langs, zodat de Biesboschbezoeker de sfeer van het
leven op de gorzen en in de grienden nog even kan meebeleven. Ook een enkele woonark is nog te bezichtigen; dankzij de inspanning van het
Biesboschmuseum in Werkendam.

Voor de rest zal de geïnteresseerde Biesboschbewonderaar het moeten doen met dit boekje waarin wij een aantal keten, arken en kooihuizen met een speciale
historie de revue laten passeren.
Dordrecht, 1 augustus 2002
De samenstellers

Verse Hoeven Raamsdonksveer;  
 

19. Boeknummer: 00456  
Kijk op het groene Noord-Brabant
Natuur -- Brabants Landschap           (1984)    [Sietzo Dijkhuizen (tekst) en Kees Scherer (fotografie)]
Kijk op het groene Noord-Brabant

INHOUD
een soort voorwoord 6
groen 'brabants bont' 9
klei, zand en verrassingen / westelijk brabant 31
land van ruisende populieren / midden-brabant 52
veen en woeste gronden / oost-brabant 87
het land van de grensrivier / rivierenland 103
op stap in het groen 121


EEN SOORT VOORWOORD
'Als je een boek schrijft,'zei een goede kennis eens tegen me, 'moet je er ook een soort voorwoord in schrijven. Dat hóórt zo en dat stáát goed!' Toen hij zich
dus zette aan het schrijven van een boek, begon hij met dat voorwoord. Naar ik later vernam, is het daarbij ook gebleven.
Om dat gevaar te ontlopen heb ik eerst maar het boek gemaakt en nu de verschillende hoofdstukken klaar zijn, denk ik dat het inderdaad goed is toch
ook maar 'een soort voorwoord' te schrijven. Niet omdat het zo hoort of om het goed staat, maar omdat het een mooie gelegenheid is even te vertellen hoe
fotograaf Kees Scherer en ik hebben gewerkt.
We wilden u, dat stond voorop, een kijk geven op het groene Brabant. Dat wil zeggen het Noord-Brabant van de bossen, de heide, de zandverstuiving, maar
ook van de landbouw, de kwekerijen, het uiterwaardengebied en de stadsparken. Er is al heel veel geschreven over deze grote provincie en ook de
groene kanten van de provincie, waar het heet te barsten van de gezelligheid, zijn diverse malen belicht. Maar vaak waren het dan misschien zeer
gedetailleerde landschapsbeschrijvingen of zeer deskundige analyses van een beekdal. Die kunnen zeer boeiend zijn, maar bereiken vaak een beperkte kring
van belangstellenden.
Nu is Noord-Brabant, dat hoor je allerwegen, niet meer de provincie van weleer. En wie er gaat kijken en zich het land herinnert van enkele tientallen
jaren geleden, zal inderdaad pijnlijk verrast kunnen worden. De provincie is veranderd. Er is veel moois verloren gegaan, waaronder ook veel wat met de
term 'groen' is aan te duiden. Noord-Brabant is opengelegd, ontwikkeld, geïndustrialiseerd, maar menigeen vraagt zich af of het welzijn zoveel groter is geworden.
Toch zijn er in Noord-Brabant, zij het vaak in reservaten, mooie stukjes bewaard gebleven. Noord-Brabant heeft (nog) zijn groene kanten. En daarvan
willen we in dit boek een indruk geven. Daarbij pretenderen we geen volledigheid. Niet alle natuurgebieden zijn tot in detail beschreven. Ze worden
zelfs niet eens allemaal genoemd. Dat zou een heel ander boek hebben opgeleverd. Om het geheel wat overzichtelijk te krijgen, hebben we de
provincie ingedeeld in een aantal regio's: West-Brabant, in de vorm van het Markiezaat van Bergen op Zoom en de Baronie van Breda (zelfs tot en met
Tilburg); Midden-Brabant, gelegen tussen de lijn Den Bosch-Tilburg-Belgische grens-Zuid-Willemsvaart, en onder te verdelen in Meierij en Kempen-
Oost-Brabant, ten oosten van de Zuid-Willemsvaart; Rivierenland, het hele stroomgebied van de Maas voor zover dat in Noord-Brabant liqt.
Het is een zeer grove indeling, maar wij konden er redelijk mee werken. We hopen natuurlijk dat u als lezer er ook wat aan hebt. Dat is natuurlijk in de
eerste plaats de bedoeling. Want wat er ook allemaal in Noord-Brabant is gebeurd en misschien nog gaat gebeuren, het is een provincie met nog veel
mooie, groene kanten. We hopen dat met een goede kijk op dat groene Brabant meer mensen oog krijgen voor het behouden van het moois dat deze provincie nog heeft.
Sietzo Dijkhuizen

Elsevier Amsterdam;  
 

20. Boeknummer: 00502  
Met andere ogen. Natuur in de Baronie
Natuur -- Baronie van Breda           (2019)    [Pijnappels, Piet; Engen, Hans van]
Met andere ogen. Natuur in de Baronie


INHOUD
01. Lage Vuchtpolder 12 t/m 21
           Binnenpolder Terheijden
02. Landgoed Oosterheide 22 t/m 29
03. Vrachelse Heide/Teteringse Heide 30 t/m 39
04. Boswachterij Dorst 40 t/m 51
05. Boswachterij Ulvenhout-Chaam 52 t/m 61
           Alphense Bergen
06. Strijbeekse Heide 62 t/m 75
          Elsakker
          Bleeke Heide
07. Chaamse Beek 76 t/m 85
          Chaamse landgoederen
08. Landgoed Hollandse Bossen 86 t/m 93
09. Merkske 94 t/m 105
10. Markdal 106 t/m 121
          Landgoed Blauwe Kamer
1l. Ulvenhouts Voorbos 122 t/m 129
12. Landgoed Wolfslaar 130 t/m 137
13. Mastbos 138 t/m 151
           Galderse Heide
14. Landgoed Vloeiweide/Krabbebossen 152 t/m 163
15. Landgoed Pannenhoef 164 t/m 181
16. Landgoed Oude Buisse Heide 182 t/m 197
           Turfvaartse landgoederen
17. Matjens 198 t/m 207
18. Rucphense Bossen 208 t/m 219
19. Liesbos 220 t/m 231
           Hooiberg
20. Ettense en Haagse Beemden 232 t/m 245
21. Singels van Breda 246 t/m 251


Voorwoord Riet Pijnappels en Hans van Engen
In Breda en omliggende gemeenten, de zogeheten Baronie van Breda, liggen tal van mooie en waardevolle natuurgebieden. Het zijn plekken waar we wandelen en fietsen, spelen en
genieten. Waar we ons terugtrekken, verwonderen, troost en inspiratie zoeken. Het zijn ook - in toenemende mate - toevluchtsoorden voor veel dieren en planten die daarbuiten niet of
nauwelijks meer kunnen overleven.
Dit boek vertelt over het bonte palet aan natuurgebieden in dit stukje Brabant. Over het ontstaan, de rijke historie, flora en fauna, oude en nieuwe natuur. Over de natte polders,
stuifduinen, beekdalen, uitgestrekte bossen en heidevelden. De vele foto's geven hiervan een sfeervolle impressie. Het zijn prachtige beelden van de mysterieuze en boeiende wereld
om ons heen, gezien door de ogen van bevlogen natuurfotografen.

De naam 'Baronie' kent een lange geschiedenis. Ooit betrof het een gebied dat zich uitstrekte van de Meijerij van 's-Hertogenbosch tot het Markiezaat van Bergen op Zoom en
van Zuid-Holland tot de heerlijkheid Hoogstraten. In de loop der tijden werden de grenzen regelmatig verlegd.
Tegenwoordig hebben de zeven gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Breda, Etten-Leur, Oosterhout, Rucphen en Zundert zich verenigd in het streeknetwerk 'Landstad de
Baronie'.
De 21 natuurgebieden die in dit boek belicht worden, liggen in een grote cirkel in en rondom Breda. Deze cirkel begint en eindigt in het noorden bij de jongste en laagstgelegen gebie-
den. Halverwege, in het zuiden, zijn we op het hoogste punt. We sluiten af met de singels van Breda. De singels zijn een belangrijke en onmisbare schakel tussen de natuurgebieden
ten noorden en ten zuiden van de stad Breda.
In alle genoemde natuurgebieden zijn wandel - en of fietsroutes uitgezet. Op een paar kleine stukjes na zijn ze open voor het publiek. Op de websites van de terreinbeheerders vindt u
meer informatie over recreatievoorzieningen.
Dit boek is een ode aan de schoonheid van de natuur in onze omgeving. Maar dat niet alleen. Wie goed kijkt, ziet ook de kwetsbaarheid van het landschap, de dieren en de planten.
En de dringende noodzaak om dit alles beter te beschermen.
Wij hopen dat 'Met andere ogen - natuur in de Baronie' een inspiratiebron is voor iedereen met een warm hart voor onze natuur. En dat het bijdraagt aan een betere bewustwording
van het belang van behoud en bescherming van landschap, flora en fauna.
We wensen u veel lees- en kijkplezier!
Breda, november 2019.


Voorwoord Rik Grashoff gedeputeerde voor Natuur, Water en Milieu van de provincie Noord-Brabant.
Mijn complimenten aan de makers van dit in vele opzichten kleurrijke boek. Zowel de geschiedenis als het hier en nu van de natuur van de Baronie komen in dit boek tot leven. Het boek
laat zien hoe de rol van de mens in de natuur zich heeft ontwikkeld. Vroeger hadden we de natuur nodig om ons te verdedigen, met de aanleg van grachten of het onder water zetten van
gebieden zoals in de Tachtigjarige Oorlog.

Ook nu hebben we de natuur nodig om te overleven: voor onze gezondheid, onze rust en recreatie, het is ons woon- en leefklimaat. Maar daarnaast is natuur van fundamentele beteke-
nis: biodiversiteit en ecologisch evenwicht zijn cruciaal voor ons voedsel en water. Insecten zijn nodig voor ons fruit en van een verdroogde bodem oogsten we niets. Daarom werken
inwoners, maatschappelijke organisaties en overheid samen om problemen als stikstof en droogte aan te pakken.
De biodiversiteit komt je in alle gedaanten en kleuren tegemoet in dit boek, maar het is duidelijk dat er nog een lange weg is te gaan.
Het is buitengewoon belangrijk dat we ons blijven inzetten voor de Brabantse natuur. Maar wat is Brabant al mooi! Dat brengt dit boek prachtig in beeld.


Paul de Beer wethouder Klimaat van de gemeente Breda
De kracht van de natuur is om met andere ogen naar 'iets' te kunnen kijken. Dat anders kijken, kunnen we ook heel goed gebruiken in de ontwikkeling van Breda. Anders doen begint
met anders kijken. De kracht van de natuur zit ‘m ook in verbinding. Denk aan verschillende groene linten in en dwars door de Baronie. En aan de ambitie om meer groen en water aan
Breda toe te voegen, met als voorbeelden het doortrekken van de Nieuwe Mark en de vergroening van de singels en andere plekken in de stad. Daarnaast hebben we de ambitie om
in 2030 de eerste Europese stad in een groen park te zijn.
Zo verbinden we het groen in de stad met het mooie natuurschoon van de Baronie. Of het nu gaat om de Lage Vuchtpolder, landgoed Oosterheide, het Mastbos, Boswachterij Dorst
of Ulvenhout-Chaam. Stuk voor stuk prachtplekken waarin de natuur zich van z'n beste kant laat zien. Met een uniek samenspel zoals alleen flora en fauna dat kunnen. Om u een voor-
beeld te noemen; in de natuurgebieden de Chaamse Beek en het Merkske zijn een aantal jaren geleden honderden boomkikkers uitgezet. Met als doel om deze inheemse amfibiesoort
weer terug te brengen in het landschap waar hij thuishoort.
Zo zien we het graag in Breda. Immers, onze stadsslogan is ‘Breda brengt het samen’. Dit boek brengt al die mooie natuurparels in De Baronie samen met schitterende foto’s en een
beeldende beschrijving van elk gebied. Zo kunnen de lezers, wanneer ze de natuur in gaan, echt met andere ogen kijken en genieten.


Stichting Annakapel;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 24 april 2022