HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 23   (uit: 485)


Uitgebreid zoeken

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00030  
Het stadhuis door de eeuwen heen
Monumenten -- Stadhuis Breda           (1999)    [Gerard Otten, Marie-Louise v.d. Wijngaard, Wessel Keizer]
HET STADHUIS DOOR DE EEUWEN HEEN...

Aan de oostzijde van de Grote Markt staat het stadhuis, één van de OUDSTE MONUMENTEN VAN DE STAD BREDA. ALS OVERBUURMAN PRONKT DE
Grote Kerk aan dit heringerichte marktplein, waar al sinds 1321 op DINSDAG DE WEEKMARKT PLAATSVINDT. De OPKNAPBEURT EN INTERNE
VERBOUWING VAN HET STADHUIS, EIND 1998, GAVEN AANLEIDING OM DEZE BROCHURE SAMEN TE STELLEN.

Gemeente Breda;  
 

2. Boeknummer: 00040  
Inventarisatie cultuurhistorisch waardevolle boerderijen in Noord-Brabant
Monumenten -- Boerderijen, algemeen           (2007)    [F.W.van Dommelen, G.G. E. M. Dirven]
Inventarisatie cultuurhistorisch waardevolle boerderijen in Noord-Brabant


VOORWOORD
De Boerderijenstichting Noord-Brabant presenteert later dan gepland, maar met trots deze Inventarisatie van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen, die in de jaren 2003 tot
en met 2006 in de provincie Noord-Brabant heeft plaatsgevonden. Dit enorme karwei, een uitvloeisel van '2003 Jaar van de Boerderij', kon alleen uitgevoerd worden dank zij de
enthousiaste medewerking van tientallen Heemkundekringen in de provincie. Wij zijn hen zeer erkentelijk voor de investering in kennis en tijd.

Het betreft hier geen project dat op wetenschappelijk niveau is uitgevoerd. Het gaat hier om een telling, om een eenvoudige inventarisatie. Het gaat over aantallen en (een
indicatie van) kwaliteit van de historische boerderijen, zodat we weten waar we over praten als het gaat hoe boerderijenrijk Brabant nog is.

Uitgangspunt voor deze Inventarisatie was het Monumenten Inventarisatie Project (MIP), zoals dat in het begin van de jaren negentig door de provincie is uitgevoerd. In de
tussentijd zijn in de hele provincie de gemeenten opnieuw ingedeeld en zijn er zgn. Reconstructie-/ Revitaliseringsgebieden gevormd. Bij de presentatie van de resultaten is
daarom uitgegaan van de huidige administratieve situatie en is de onderverdeling per gemeente gerelateerd aan de MIP om een vergelijking 'toen/ nu' mogelijk te maken.
De resultaten zijn getotaliseerd per Reconstructie-/ Revitaliseringsgebied extra toegevoegd en zijn bedoeld als aanzet voor de ontwikkeling van beleid op het gebied van
(her)gebruik en behoud van cultuurhistorisch belangrijke boerderijen.

Wij hopen dat de hier gepresenteerde gegevens de basis zullen vormen voor een voortdurend enthousiasme bij velen voor het behoud van de Noord-Brabantse
cultuurhistorisch waardevolle boerderijen en hun omgeving. Het resterende boerderijenbestand is tenslotte één van de dragers van een 'Mooi Brabant'. Een
dergelijke waardevolle erfenis moet met kennis en kunde worden beheerd en daarvoor zal in de komende tijd nog veel werk moeten worden verzet.

Wij vertrouwen er op dat de 'Aandachtspunten' bij de beleidsmakers en beleidsuitvoerders zoveel weerklank zullen vinden dat alle Brabanders met een gerust
hart toekomstige inventarisaties tegemoet kunnen zien.

Tenslotte willen wij de Provincie Noord-Brabant hier in het bijzonder bedanken voor de financiële steun, waardoor deze uitgave mogelijk is gemaakt.

het bestuur van de Boerderijenstichting Noord-Brabant
Oisterwijk, september 2007

Inleiding
Tijdens de voorbereiding van '2003 jaar van de Boerderij' kwam bij de daartoe ingestelde provinciale werkgroep de vraag naar voren /hoeveel cultuurhistorisch waardevolle
boerderijen zijn er in onze provincie aanwezig?”.
Een eerste aanzet tot een telling is in 1941 uitgevoerd door leden van de toenmalige Jonge Boerenstand. In 94 gemeenten of kerkdorpen werden 6609 boerderijen geteld,
waarvan 4839 van het langgeveltype, 919 van het kortgeveltype en 370 T-huizen of krukhuizen. Mgr. Dr. G.P.J.Bannenberg rapporteerde daarover in Brabants Heem.

De Boerderijenstichting Noord-Brabant ging vanaf haar oprichting uit van ca 2500 boerderijen. Dit geraamde aantal is vermeld in de in 1997 uitgegeven video over de
Brabantse boerderijen en in de uitgave van de Commissie Boerderijenzorg van Brabants Heem (het zgn. zwartboek) In december 2001 verschenen de resultaten van een landelijke “onderbouwde raming”
van de Stichting Historisch Boerderijen Onderzoek (SHBO). In deze raming was becijferd dat in Noord-Brabant 37,4 % van alle MlP-boerderijen gebouwd voor 1940 verdwenen
waren en nog eens 22,6 % door bouwkundige ingrepen ernstig was aangetast. Het totaal aantal nog aanwezige boerderijen met een hoofdgebouw van voor 1940 werd daarbij
evenwel geraamd op 10.500. De SHBO constateerde in haar rapport dat in heel Noord-Brabant een zeer groot deel van het bouwbestand blijkt te zijn verdwenen sedert de MIP-
inventarisatie van de provincie (1988 tot 1993). De provincie loopt in dit opzicht aan de kop. Het verlies ligt hier tweemaal zo hoog als het landelijk gemiddelde, was de
conclusie.

klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding


Niet lang daarna publiceerde de provincie de eerste versie van de CHW (cultuur-historische waardenkaart) met daarin 3850 opgenomen waardevolle boerderijen.
Hoeveel boerderijen waren opgenomen in de 131 MlP-rapporten was nooit nagegaan.

Als één van de eerste activiteiten in het kader van '2003 Jaar van de Boerderij' initieerde de provinciale werkgroep het voorstel om een inventarisatie per gemeente uit te voeren
van alle nog aanwezige waardevolle boerderijen van vóór 1950.
Het doel hiervan was het verkrijgen van actuele cijfermatige gegevens per gemeente over het aantal, soort, gebruik en onderhoudstoestand van de nog aanwezige cultuurhistorisch
van betekenis zijnde boerderijen in de provincie.
De inventarisatie werd mede ondersteund door de provincie, het Monumentenhuis, de Z.L.T.O. en de Stichting Brabants Heem.

Voor de uitvoering heeft als uitgangspunt gediend de registratie van alle boerderijen opgenomen in de MlP-rapporten. Daarnaast zijn tijdens de inventarisatie in een aantal
gemeenten nog aanvullingen op de MlP-lijsten voorgesteld.

Voor de uitvoering is de medewerking gevraagd van de lokale heemkundekringen en erfgoedinstellingen. Het grootste deel van de inventarisatie is door betrokken leden van
de plaatselijke heemkundekringen uitgevoerd. Naar schatting hebben meer dan 200 heemkundeleden hun medewerking gegeven. In enkele gevallen hebben leden van
gemeentelijke monumentencommissies, consulenten van de Federatie Noord-Brabants Monumentenoverleg en anderen de inventarisatie uitgevoerd. De inventarisatie is einde
2002 gestart en zo veel mogelijk uitgevoerd per Reconstructiegebied.

Voorafgaande aan de veldverkenning zijn voor de deelnemers per regio instructiebijeenkomsten gehouden, waarbij de door de provinciale werkgroep opgestelde
'Leidraad voor de inventarisatie van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen in Noord- Brabant' richtinggevend was (zie bijlage 1).

De afronding vergde meer tijd dan was voorzien. Eind 2006 zijn de laatste inventarisaties uitgevoerd en konden de resultaten met behulp van een database in beeld worden
gebracht. De ontwikkelingen binnen de land- en tuinbouwsector wijzigen de laatste jaren zo snel dat de inmiddels gereedgekomen inventarisatie een gedateerd beeld geeft van de
situatie tijdens de terreinopnames.

De heemkundekringen voelden zich zodanig betrokken bij de problematiek rond de instandhouding van interessante boerderijen in hun dorp of gemeente dat er
tentoonstellingen zijn ingericht, fietstochten werden georganiseerd en zelfs fotoboeken zijn uitgegeven.

Geconstateerd kan worden dat de inventarisatie op veel plaatsen extra aandacht heeft teweeggebracht voor de instandhouding van de voor Noord-Brabant zo belangrijke
historische boerderijen zowel in de kernen van steden en dorpen als in het buitengebied bij landerijen en rondom natuurgebieden. De nog aanwezige waardevolle boerderijen
vormen zodoende een belangrijk onderdeel van de identiteit van het Brabantse land.

Na de afsluiting van de activiteiten rond '2003 Jaar van de Boerderij' is de afronding, de verslaglegging en de publicatie van de inventarisatie overgenomen door de
Boerderijenstichting Noord-Brabant. Deze Stichting heeft zich ten doel gesteld om op die wijze bij te dragen aan het instandhouden van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen in
de provincie Noord-Brabant.



Boerderijenstichting Noord-Brabant;  
 

3. Boeknummer: 00045  
Beekse Bakhuizen. Als een bakhuisje praten kon
Monumenten -- Bakhuizen           (2004)    [Kees Nagelkerke]
Beekse Bakhuizen. Als een bakhuisje praten
Dit boek is via deze link verkrijgbaar in de winkel van Heemkundekring Op de Beek.


VOORWOORD
Niet iedereen weet heden ten dage meteen wat een „bakhuisje” is en menigeen kijkt ook raar op als je dan zegt dat het een huisje is voor het bakken van het dagelijks brood.
Maar het is dan ook al weer lange tijd geleden dat de boer zijn eigen „warme bakker” was. Daarvoor bouwde hij bij zijn boerderij een huisje. En over die huisjes gaat dit boek.
We mogen ons gelukkig prijzen dat er op de Beek her en der nog 42 van deze huisjes staan.
En deze hebben allemaal een plaatsje gevonden in dit boek. Verscholen achter boerderijen en bosschages leiden ze immers nu vaak hun teruggetrokken en kwijnend bestaan.
Maar in het verleden waren ze dikwijls het middelpunt van activiteiten. Zodoende heeft ieder huisje uiteraard ook zijn eigen verhaal en daarmee komen ze nu aan het woord, want
als ze praten konden....
Slechts enkele bakhuisjes zijn weer aan de vergetelheid onttrokken, kundig gerestaureerd en hebben een nieuwe bestemming gevonden. Maar het wordt de hoogste tijd om er voor
te zorgen dat deze brok historie niet definitief verdwijnt en ook de andere huisjes voor de ondergang worden behoed.
Onze plaatsgenoot Kees Nagelkerke heeft zich veel moeite moeten getroosten om de geschiedenis en al die unieke verhalen te verzamelen en op schrift te stellen.
De kunstenaar Jan Tankink, eveneens een plaatsgenoot, heeft die verhalen vertaald naar mooie romantische illustraties. De bijzonderheden van elk verhaal worden daarmee in
beeld gebracht.
Ook is hiermee wederom een waardevolle nieuwe stap gezet op de eindeloze weg van de geschiedschrijving van ons dorp. Wij zijn hen daar - samen met u - bijzonder dankbaar voor.
Tevens is er onze hoop dat met dit prachtige boek de belangstelling voor dit cultureel erfgoed opnieuw leven wordt ingeblazen en dat er meer mogelijkheden en maatregelen
komen die het behoud van de bakhuisjes in de toekomst garanderen.
De dank van het bestuur van de Heemkundekring OP DE BEEK en zeker ook van alle lezers gaat uit naar de auteur en illustrator en al degenen die hun medewerking gegeven hebben.
Met gepaste trots wordt dit boek u ter lezing en kijkgenot aanbevolen.
Ad van Melis
Voorzitter Heemkundekring OP DE BEEK.

PS. Niet alle bakhuisjes zijn zichtbaar vanaf de openbare weg.
Vraag altijd eerst toestemming van de eigenaar als u het erf wilt betreden.

Heemkundekring Op de Beek;  
 

4. Boeknummer: 00048  
Landgoed Wolfslaar
Monumenten -- Landgoed, Wolfslaar           (ca. 2000)    [..]
Landgoed Wolfslaar

LANDGOED WOLFSLAAR
Aan de zuidrand van de stad, tussen Breda en Ulvenhout ligt het eeuwenoude landgoed Wolfslaar. Het landgoed bestond vroeger uit een landhuis, een koetshuis, een park en twee boerderijen:
Groot Wolfslaar en Klein Wolfslaar, met de daarbij horende landerijen.
Door ontwikkelingen in de tijd is het landgoed niet meer als één geheel intact. Het omvat nu een landhuis, een koetshuis en een openbaar park, in eigendom van de gemeente Breda.
Groot- en Klein Wolfslaar zijn particulier bezit. In 1965 is aan de rand van het landgoed het openluchtzwembad
Wolfslaar in gebruik genomen. De gemeente gebruikt een ander deel, schuin aan de overkant, in 1970 voor de inrichting van de kinderboerderij.
Het hek en de oprijlaan met de oude klinkertjes weerspiegelen nog iets van de vroegere voornaamheid. Ook de karakteristieke rododendrons ontbreken niet.
Aan het eind van de oprijlaan komt de verrassing.

Gemeente Breda;  
 

5. Boeknummer: 00056  
Verleden wordt heden
Monumenten -- Monumentenzorg           (2010)    [Rijdt-van de Ven, Tonnie van de; Berkvens, Ria]
Verleden wordt heden
Een handreiking voor vrijwilligers in de archeologische monumentenzorg

Een nieuwe uitgave

De eerste versie
In 2005 gaf de Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland (AWN-afdeling 23) de eerste versie uit van 'Verleden wordt Heden'. Aanleiding was de in voorbereiding zijnde Wet op de
Archeologische Monumentenzorg (Wamz). De vereniging wilde haar leden en gemeenten tijdig informeren over de vele nieuwe taken die de gemeenten volgens deze wet zouden gaan krijgen
en de rol die vrijwilligers daarbij kunnen spelen. De uitgave bleek in een duidelijke behoefte te voorzien. Niet alleen voor de eigen leden, er kwamen aanvragen uit het hele land.

Een handreiking specifiek voor vrijwilligers
Er is inmiddels veel gepubliceerd over Malta en de Wamz. Nóg een boek lijkt dan niet meer zo nodig. Echter, vrijwilligers hebben een specifieke informatiebehoefte. Er is behoefte aan basale
kennis over wet- en regelgeving en aan informatie over wanneer en hoe je als burger op kunt komen voor de belangen van de archeologie. Daar voorzien die bestaande publicaties maar deels
in. Deze herziening is bedoeld om geactualiseerde informatie te geven die specifiek op vrijwilligers in de archeologie is afgestemd.

Invoering nieuwe wetten
In september 2007 is de Wamz in werking getreden. Daar zijn nu de eerste ervaringen mee opgedaan en zijn resultaten zichtbaar. De belangrijkste reden voor grondige herziening van de tekst
uit 2005 is echter de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) die in juli 2008 van kracht werd. De archeologische monumentenzorg is voor een groot deel geregeld via de ruimtelijke ordening en
dan in het bijzonder via bestemmingsplannen. Door de nieuwe Wro zijn de regelingen en procedures voor ruimtelijke ordening op veel punten gewijzigd. Archeologiegroepen krijgen daar mee
te maken, als belangenbehartiger voor de archeologie en als amateurveldwerker. Onder archeologiegroepen worden verstaan AWN-afdelingen en AWN-werkgroepen, archeologische werk-
groepen die lid zijn van een heemkundekring of historische vereniging of andere lokale groepen. De Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland heeft inmiddels ruim vier jaar ervaring met
belangenbehartiging en heeft vele vragen voorbij zien komen. Die ervaring is in deze nieuwe uitgave verwerkt. De tekst is daarom niet alleen geactualiseerd maar ook verbreed naar de vele
vragen waarvoor vrijwilligers als belangenbehartigers komen te staan.

Vrijwilligers blijven nodig
Vrijwilligers hebben als amateurarcheologen jarenlang een hoofdrol gespeeld in het archeologisch onderzoek. In de laatste decennia van de vorige eeuw is archeologie steeds meer een beroep
geworden. Beroepsarcheologen en amateurs werkten nog veel samen en hadden elkaar nodig.
Met de inwerkingtreding van de Wamz leken vrijwilligers naar de marge te schuiven. Archeologie werd een professionele bedrijfstak. Nu, na enkele jaren ervaring met het nieuwe archeologische
bestel, blijkt dat de rol van vrijwilligers verschuift en zeker niet is uitgespeeld. Er zijn nieuwe rollen bijgekomen en uitvoerend veldwerk als amateur blijft in verschillende vormen mogelijk.

klik op de pijlpunt links voor het volledige voorwoord


Verschuivingen en nieuwe rollen
De klassieke amateurarcheologen waren experts, meestal in een bepaald gebied en/of bepaalde periode. Zij waren 'de ogen en oren' van de archeologie en hadden een rijke ervaring door eigen
veldwerk. Beroepsarcheologen steunden op hen voor waarnemingen en het melden van vondsten. Dat type vrijwilligers is in het nieuwe bestel aan het afnemen. Helemaal verdwijnen zullen zij
niet. Er blijven bevlogen hobbyisten die door hun kennis en inzet een extra bijdrage leveren aan de archeologische kennis voor hun eigen regio of over een bepaalde periode. Er zijn andere rollen
bijgekomen. In deze handreiking worden vijf rollen onderscheiden:
• de inspirator: de vrijwilliger die veel weet over de lokale archeologie, 'het verhaal vertelt' en nog steeds de oren en ogen vormt van de archeologie;
• de belangenbehartiger: de vrijwilliger die het beleid van gemeenten en andere overheden kritisch volgt en opkomt voor behoud en bescherming van het archeologisch erfgoed;
• de veldwerker en uitwerker: de vrijwilliger die actief is in het veld en bij vondstverwerking;
• de publieksvoorlichter: de vrijwilliger die het verhaal overbrengt naar een breed publiek;
• de bezoeker: hij of zij die graag het verhaal wil horen, die geïnteresseerd is in wat het bodemarchief over het verleden vertelt.
Er zullen weinig vrijwilligers zijn die deze vijf rollen gelijktijdig kunnen en willen vervullen. Iedere vrijwilliger heeft eigen voorkeuren en sterke punten, in een archeologiegroep zijn al deze
kwaliteiten bij voorkeur aanwezig. Tezamen geven zij draagvlak aan de archeologie.

Deze, deels nieuwe rollen van vrijwilligers en daarmee een actieve bijdrage van vrijwilliger aan de gemeentelijke monumentenzorg is in ieders voordeel. Het:
• versterkt het lokale erfgoedbeleid;
• vergroot het lokale draagvlak;
• kan de effectiviteit van de uitvoering verbeteren.
Dat levert zowel inhoudelijke als financiële voordelen op.

Deze handreiking beschrijft de bijdragen die vrijwilligers als belangenbehartigers voor de archeologie te bieden hebben en geeft hen de kennis en instrumenten die daar voor nodig
zijn. Als een eerste introductie is de folder 'Hoe beschermen we ons archeologische erfgoed' beschikbaar. Deze is te vinden op www.awn-archeologie.nl/Werkgroepen/BelangenbehartigingRO


Opbouw van deze handreiking
De handreiking is zo opgebouwd dat de lezer kan selecteren welke informatie voor hem of haar op dat moment van toepassing is.
Als leeswijzer.
• Lees in ieder geval deel 1. Dat deel bevat de hoofdlijnen voor de archeologische monumentenzorg en vanuit dat hoofdstuk kan de lezer kiezen waar hij of zij meer over wil weten.
• In de vervolgdelen worden die hoofdlijnen uitgewerkt. De lezer kan met elk van deze delen afzonderlijk verder gaan. Elk deel begint met een kort overzicht van wat in dat deel aan bod
komt. Waar nodig wordt verwezen naar de andere delen. Wie over een bepaalde zaak meer wil weten kan daarvoor terecht bij een serie notities, die te vinden is op: www.awn-archeologie.nl
• Een overzicht van deze notities staat in bijlage 3. De lezer kan ook rechtstreeks naar deze specifieke informatie gaan.
• Begrippen en afkortingen voor archeologische monumentenzorg en voor ruimtelijke ordening worden in bijlage 4, in een alfabetisch overzicht, kort uitgelegd.
• Door de hele handreiking heen krijgen belangenbehartigers tips over wat zij wanneer kunnen doen.
• De handreiking bevat een groot aantal praktijkervaringen en voorbeelden, als korte illustraties en als inspiratie voor het indienen van zienswijzen, en bezwaar en beroep.
Voorbeeldteksten van zienswijzen en bezwaar- of beroepschriften zijn te vinden op: www.awn-archeologie.nl

De handreiking biedt de hoofdlijnen en helpt de belangenbehartigers op weg in de grote hoeveelheid aan wetten, regels, processen en betrokken instanties. Wie over bepaalde
zaken meer wil weten kan terecht bij een serie notities en voorbeelden, die op www.awn-archeologie.nl/Werkgroepen/BelangenbehartigingRO te vinden is. In de handreiking zal regelmatig
naar deze notities verwezen worden.


Archeologie en cultureel erfgoed
Archeologie is één van de peilers van het cultureel erfgoed. Archeologie, cultuurhistorie, landschapshistorie en gebouwde monumenten leveren elk hun deel in het verhaal over het verleden.
Die verhalen moeten met elkaar verbonden worden.

Archeologische monumentenzorg moet een verbinding leggen met gebouwde monumenten, cultuurhistorie en landschapshistorie voor een integraal gemeentelijk erfgoedbeleid.

In deze handreiking staat de archeologie centraal en worden die verbindingen nu nog niet ingevuld. In de Notitie Historisch Landschap zal die koppeling wel worden gemaakt voor archeologie
en het historisch landschap.

Met dank aan
Voor het samenstellen van deze handreiking is dankbaar gebruik gemaakt van:
• College van Gemeentelijke Archeologen 'Voorbeeld Beleidsplan Gemeentelijke Archeologische Monumentenzorg (2002)';
• SIKB syllabus 'Bouwen, ruimte en archeologie. Juridisch kader voor niet-archeologen' (2009);
• VNG-handreiking 'Verder met Valletta' (2009).

Er is tevens met dank geput uit de vele in ontwikkeling zijnde of reeds beschikbare gemeentelijke archeologische waardenkaarten, beleidskaarten en beleidsplannen binnen ons werkgebied,
Zuidoost Brabant. Ook de praktijkervaringen komen uit deze regio. De beschreven voorbeelden zullen daardoor niet altijd representatief zijn voor andere regio's. Op de website zullen, op basis
van ontvangen reacties, ook praktijkvoorbeelden uit andere regio’s worden opgenomen. Veel mensen hebben meegedacht en commentaar gegeven. Hun namen staan in bijlage 2



Afdeling Archeologie Eindhoven;  
 

6. Boeknummer: 00088  
Toekomst religieus erfgoed in Noord-Brabant
Monumenten -- Monumentenzorg           (2005)    [drs. Harrie Maas]
Toekomst religieus erfgoed in Noord-Brabant
Voorwoord
De meeste kerkgenootschappen en religieuze instellingen in Nederland maken een woelige tijd door. Ontkerkelijking een
steeds kleiner wordend aantal kerkbezoekers, (dreigende) exploitatietekorten, nog slechts enkele kloosterroepingen...
menig bestuurder van een kerk of kloosterinstelling heeft het hoofdbrekens bezorgd. Ondanks de 'zorgen' hebben tal van
kerken en kloosters de deuren inmiddels al gesloten, of zijn zelfs gesloopt. Elke keer wanneer dit zich voordoet, roept het veel
emotie en betrokkenheid op: bij de gelovigen, bij degenen die een band met het gebouw hebben (bijvoorbeeld omdat ze er zijn
gedoopt, of zijn getrouwd), bij de buurtbewoners, bij degenen die zorg hebben voor ons cultuurhistorisch erfgoed, bij het
kerkbestuur, bij het bisdom, bij het gemeentebestuur, of bij andere belanghebbenden. Elke keer wanneer dit zich voordoet
wordt religieus erfgoed 'vervreemd', of -soms nog erger- onherstelbaar vernietigd.
Actieve opstelling nodig
De komende tijd zal de problematiek van de leegkomende kerken en kloosters en daarmee een dreigende teloor-
gang van het religieuze erfgoed in nog veel grotere mate zich aandienen. Deze landelijke ontwikkeling zal met
name in Noord-Brabant. waar het kerkgebeuren en het kloosterleven zo significant aanwezig is geweest, merk-
baar zijn. De vele kerktorens en kloostercomplexen in het Brabantse landschap getuigen daarvan. Maar voor
sommige tikt de tijd? Hoe lang hebben ze nog te 'leven'?
Om een verdere teloorgang van het religieuze erfgoed te stoppen is een actieve stelling-name dringend nodig. Dat
vraagt in de eerste plaats om onderkenning van de problematiek. Vervolgens is het nodig dat oplossings-
gericht te werk wordt gegaan. Vanuit onze dagelijkse praktijk weet het Monumentenhuis Brabant dat er vele
belangen in het spel zijn en dat vanuit verschillende invalshoeken naar de problematiek wordt gekeken.
Ondanks dit gegeven is er een gemeenschappelijk belang:
de zorg voor hel behoud van het religieuze erfgoed in onze provincie. Op zich is dit een mooi vertrekpunt waar ieder
het mee eens is. maar wat Ie doen als een kerk of klooster op termijn leeg komt te staan en de vraag echt op tafel
komt? hoe wordt dan invulling gegeven aan de 'zorg voor het behoud van het religieuze erfgoed'? Het gebouw leeg
laten staan, slopen... of is herbestemming een optie?
Deze vragen zullen de komende tijd vaak worden gesteld. Vragen die we niet uit de weg moeten gaan.
Doel brochure
Met deze publicatie wil het Monumentenhuis Brabant een bijdrage leveren aan de discussie rond de zorg voor het
behoud van het religieuze erfgoed in Noord-Brabant, in het bijzonder met betrekking tot het aspect herbestemming.
Daartoe zijn in deze brochure een aantal 'stakeholders' aan het woord gelaten die hun mening hieromtrent geven.
Hopelijk draagt het ook bij aan een maatschappelijke attitude en betrokkenheid, gericht op de instandhouding
van het religieuze erfgoed.
Tenslotte willen we in deze brochure laten zien dat er vele varianten van herbestemming van religieuze gebouwen
mogelijk zijn en dat herbestemming een goede optie kan zijn voor de instandhouding van vrijkomende religieuze
gebouwen. Het Monumentenhuis Brabant heeft zeker niet de pretentie een compleet beeld te geven van de
verschillende varianten van herbestemming. Evenmin spreken wij ons uit vóór of tegen een bepaalde variant.
Wel is het onze mening dat herbestemming kansen biedt voor de toekomst voor het religieuze erfgoed in Noord-
Brabant. Dat spreken wij graag hierbij uit. Hopelijk biedt deze brochure hiervoor inspiratie.
Ir J.A J. Huijbregts
Voorzitter Stichting Monumentenhuis Brabant

Stichting Monumentenhuis Brabant;  
 

7. Boeknummer: 00091  
Brabantse Monumenten Leven. 80 Monumenten in 90 foto's
Monumenten -- Monumentenzorg           (1996)    [dr. Th.G.A. Hoogbergen, Olaf Smit (foto's)]
Brabantse Monumenten Leven
INLEIDING
algemeen
Zoveel aandacht en inspanningen voor de restauratie van een eigen monument in de plaatselijke gemeenschap verdienen een gepaste verslaglegging. Dat betekent opnieuw het inschakelen van
tientallen mensen voor het leveren van zakelijke gegevens, waardevolle informatie en historische beschrijvingen. Tevoren zijn daarover goede afspraken gemaakt: de verantwoordelijke eindre-
dacteur neemt op zich de toegestuurde documentatie zoveel mogelijk op de gelijke leest van één pagina tekst te schoeien, passend in het geheel van een publicatie en toegankelijk voor geïnteres-
seerde lezers. Alle gerestaureerde monumenten zijn de commissie ook even lief. Zij maakt in haar beschrijving geen onderscheid tussen groot of klein, kostbaar of bescheiden, mooi of lelijk, be-
langrijk of onaanzienlijk, door ouderdom al sacrosanct of door zijn actualiteit nog nauwelijks opgemerkt. AI deze waardeoordelen laat zij terzijde.
De commissie neemt de term 'monument' in zijn ruime betekenis: dat wat overblijft van vroegere cultuur, kunst, nijverheid of wetenschap of dat wat slechts een herinnering oproept aan wat
mensen belangrijk vonden. Al die zaken legitimeren duidelijk de keuze van de gemeenten. Die open en spontane wijze van benadering biedt een eindredacteur onvermoede kansen voor het ver-
melden van tal van wetenswaardigheden, die in en rond deze monumenten vaak treffende aspecten van historische overeenkomsten laten zien op plaatselijk, regionaal en landelijk niveau.
Wellicht valt uit al deze beschrijvingen in zekere zin een, vooral bescheiden, geschiedenis van onze provincie af te leiden: fragmentarisch zeker en hoogst willekeurig stellig, want de commissie
heeft op de keuze van de monumenten geen enkele invloed. Zo’n beschrijving kan en wil, om dezelfde reden, ook niet volledig zijn. Maar de commissie vleit zich met de hoop, dat zij af en toe een
kleurrijk detail kan vermelden, soms van een individuele geladenheid of getuigend van een verrassende kijk. Een andere keer ontstaan er misschien associaties in tijd en ruimte, die mensen
niet eerder zijn opgevallen. Gebeurtenissen uit de geijkte geschiedenisboeken krijgen vaak in de entourage van een uitgebeelde couleur locale een nieuw gezicht. Ongetwijfeld scheppen sommige
verhalen misschien een eerste begrip. De tachtig 'artikelen' van een ongeveer gelijke lengte zorgen wel voor voldoende afwisseling, al leent niet ieder monument zich voor even interessante beschou-
wingen.

Stichting Zuidelijk Hististorisch Contact Tilburg;  
 

8. Boeknummer: 00137  
Historische Boerderijen in Baronie en Markiezaat. Handreikingen voor het behoud van het ruraal erfgoed.
Monumenten -- Boerderijen, algemeen           (2011)    [Christ Buiks, George Dirven, ark Bimmel, Judith Toebast]
Historische Boerderijen in Baronie en Markiezaat.


VOORWOORD
Ontwikkelingen in de landbouw vanaf 1945 als schaalvergroting, specialisatie, mechanisatie e.d. hebben een enorme invloed ge-
had op de bedrijfsvoering en de ontwikkeling van boerderijen.
Ruilverkavelingen 'oude stijl’, met name in de jaren 1960 en '70 veranderden het boerenlandschap en daarmee het platteland,
ook in de Baronie van Breda en het Markiezaat van Bergen op Zoom, ingrijpend. Het aantal volwaardige land- en tuinbouwbe-
drijven is vanaf 1960 drastisch gedaald en dit proces is nog steeds gaande. Veel boerderijen hebben hun agrarische functie verloren
en krijgen een nieuwe bestemming, vooral als woonboerderij. Belangrijk is dan dat dit op een goede manier gebeurt.
De Stichting de Brabantse Boerderij streeft er naar dat de historische boerderij in Noord-Brabant voor het nageslacht wordt bewaard. Onder
historische boerderij verstaat onze Stichting de boerderij zelf, de agrarische en andere bijgebouwen, het boerenerf en het agrarisch cultuurland-
schap. Wij willen dat de historische boerderij op de juiste wijze in stand wordt gehouden en dat een goed gebruik ervan mogelijk is. Daarom wil
onze Stichting door middel van deze publicatie boerderijbewoners, maar ook architecten, ambtenaren, aannemers en andere betrokkenen helpen
hun kennis van de cultuurhistorisch waardevolle boerderij uit te breiden en te verdiepen.
In deze publicatie worden de ontwikkeling van de historische boerderij in de Baronie en het Markiezaat beschreven, alsmede de streekeigen
karakteristieken. Wij willen daarmee een handreiking geven bij het restaureren, verbouwen en reconstrueren van historische boerderijen en
schuren, vooral waar sprake is van herbestemming. Onze Stichting is blij dat we dankzij subsidie van de provincie en van anderen na de publicatie
'Historische boerderijen in Het Groene Woud' in 2009 een dergelijke publicatie over boerderijen in de Baronie van Breda en het Markiezaat van
Bergen op Zoom kunnen uitbrengen. Voor deel I zijn tekstuele bijdragen geleverd door ir. Christ Buiks en George Dirven. Deel II werd geschre-
ven door bouwhistoricus en monumentendeskundige Mark Bimmel en ir. Judith Toebast, bouwhistorica. Drs. Harrie Maas schreef de bijlage 'Het
vergunningentrajecten subsidiemogelijkheden voor (monumentale) boerderijen'. Graag zeggen wij hen hiervoor dank. M.n. Huub Oome danken wij
voor zijn vele waardevolle adviezen. Ook alle personen en instanties die toestemming hebben gegeven om gebruik te maken van hun beeld- en
fotomateriaal zijn wij veel dank verschuldigd. Wij hopen van harte dat deze publicatie een hulpmiddel is voor boerderijeigenaren en voor andere
doelgroepen en zo een bijdrage zal leveren aan het behoud van historische boerderijen in de Baronie van Breda en het Markiezaat van Bergen
op Zoom.
Geertruidenberg, april 2011. Namens het bestuur van de Stichting de Brabantse
Boerderij, Ger van den Oetelaar, voorzitter

INLEIDING
De dorpen in de Baronie van Breda en het Markiezaat van Bergen op Zoom hebben er niet altijd uitgezien zoals nu in het begin van
de 21e eeuw. In oorsprong waren het boerendorpen. Boerderijen bepaalden eeuwenlang het beeld van het platteland. Nog steeds
vormen historische boerderijen een wezenlijk onderdeel van de ruimtelijke identiteit van Baronie en Markiezaat.
De afgelopen decennia beëindigden veel boeren hun bedrijf. Anderen breidden uit en bouwden moderne stallen bij hun oude boerderij. Deze
tendens zal zich de komende periode - mogelijk versterkt - doorzetten.
Zowel het platteland als het boerenerf en de gebouwen op het erf veranderen. Om toch de oude Brabantse boerderij, de bijgebouwen en het erf
in Baronie en Markiezaat te behouden is het noodzaak dat vrijkomende boerderijen een nieuwe functie krijgen. Een leegstaande boerderij is im-
mers ten dode opgeschreven. Een nieuwe functie geeft de boerderij weer bestaansrecht. Een historische boerderij zal moeten worden aangepast
aan haar nieuwe functie. Niet elke boerderij kan immers museum worden. Eeuwenlang was de boerderij een gebouw dat in ontwikkeling was
en deze ontwikkeling hoeft niet stil te staan. Echter, bij een nieuwe functie voor een historische boerderij doen zich vaak meer problemen voor
dan men verwacht. Een koe stelt immers andere eisen aan een stal dan de hedendaagse mens aan een woonhuis of kantoor.
Het is erg belangrijk om bij verbouwing en aanpassing van een boerderij aan een nieuwe functie de historische en streekeigen kenmerken van de
boerderij, de bijgebouwen en het erf te behouden en zo mogelijk te versterken. Daarvoor is in de eerste plaats inzicht nodig in hun karakteristieke
verschijningsvorm. Dit inzicht kan dan benut worden om de cultuurhistorische karakteristieken bij restauratie, verbouwing en bij nieuwe ontwik-
kelingen herkenbaar terug te laten komen. Het doel van deze publicatie is tweeledig. Ten eerste willen we een overzicht geven van de streekeigen
kenmerken van historische boerderijen, bijgebouwen en boerenerven in Baronie en Markiezaat.

klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding


Dit overzicht is dan met name - en dat is het tweede
wat we met de publicatie beogen - gericht op het leveren van aandachtspunten voor behoud en herstel van dit ruraal erfgoed.
In deel I van deze publicatie beschrijven we eerst de ontwikkeling van de landbouw en van het agrarisch bedrijf. Het boerenerf als overgang
tussen de boerderij en het omringende landschap is van belang voor de ordening van de gebouwen en de onbebouwde ruimte. Om die reden
wordt de karakteristieke inrichting van het boerenerf geanalyseerd.
Tenslotte worden in deel I de ontwikkeling van de boerderij en de bijgebouwen met hun streekeigen karakteristieken beschreven. Het betreft
dan de periode vanaf ca. r6oo tot en aan ca. 1950, de periode van de wederopbouwboerderijen.
Deel II begint met een aantal algemene adviezen bij restauratie, verbouwing en herbestemming van de boerderij. Vervolgens worden de opbouw en
verschijningsvorm van boerderijen en bijgebouwen uitvoerig beschreven.
Per onderdeel wordt ingegaan op problemen, die zich met betrekking tot dit onderdeel kunnen voordoen en van mogelijke oplossingen hiervan.
Na het lezen van deel II is de boerderijeigenaar niet plotseling architect, aannemer of boerderijdeskundige geworden. Hij weet echter wel beter
wat bij restauratie en herbestemming van boerderijen wel en niet verantwoord is en wat wel en niet mogelijk is. Zo is hij een beter voorbereid
gesprekspartner van architect en aannemer en kan hij hen mogelijk wat meer sturen. Dit alles ten behoeve van de cultuurhistorische waarde
van boerderijen.
De bijlage biedt de lezer hopelijk een toegankelijke wegwijzer in het vaak ingewikkelde traject van vergunningen. Ook wil de wegwijzer wijzen op
de mogelijkheden om van beschikbare subsidies en van laagrentende leningen gebruik te maken. We weten dat velen aan zo'n wegwijzer behoefte hebben.


Stichting De brabantse boerderijen;  
 

9. Boeknummer: 00151  
Van Molen de Beer naar Molen de Beerstraat
Monumenten -- Molen, De Beer           (2004)    [Melis Ad van , Verkooijen A.]
Van Molen de Beer naar Molen de Beerstraat
Dit boek is via deze link verkrijgbaar in de winkel van Heemkundekring Op de Beek.

Voorwoord
Daar bij die molen...
Bijna iedereen kent dit lied en weet dat het over Greetje gaat die bij een molen woonde. Ongetwijfeld heeft er vroeger een meisje gewoond maar in
de loop der jaren is zij niet alleen gebleven en nu wonen er een heleboel mensen daar bij die molen. Alleen de molen is er niet meer, maar daar heeft onze
heemkundekring iets aan gedaan.
Ligt de basis van ons huidige welbevinden immers niet in de inzet van onze voorouders. Zij hebben er mede voor gezorgd dat de Beek van toen een welvarend
Prinsenbeek is geworden, waar het goed toeven is. Dit verleden moet dan ook levendig worden gehouden.
Wij waren dan ook erg verheugd toen het gemeentebestuur van Breda op 24 september 2002 instemde met ons voorstel van 16 augustus 2002 om de straat in
het plan „Groenhof” te vernoemen naar de eertijds - hier zeer nabij - aan de Groenstraat gestaan hebbende molen „de Beer”. Deze molen heeft een eeu-
wenlange geschiedenis en vervulde tot 1936 een belangrijke en vaak essentiële rol in het dorp en zijn wijde omgeving.
Immers om vroeger het dagelijks brood te kunnen bakken had men een molen nodig om het graan te malen. Niet voor niets bemoeide zich in de loop der jaren
regelmatig de overheid met het wel en wee van de molen. Daarom ook zijn er veel spreekwoorden, liedjes en verhalen die over molens gaan. Daarnaast moet
ook de sociale functie van een dorpsmolen in die tijd niet onderschat worden.
Het was o.a. een graadmeter voor de economie van de agrarische sector en een ontmoetingsplaats voor de bevolking.
En in dit laatste schuilt ook de intentie van ons voorstel. Wij hopen dat door deze naamgeving molen de Beer een prettige ontmoetingsplaats zal blijven
zodat de bewoners van de naar hem genoemde straat blijven zingen dat zij - met of zonder Greetje - met plezier daar bij die molen wonen.
Dank aan allen die een bijdrage leverden aan de totstandkoming van deze brochure.
Heemkundekring Op de Beek.

Heemkundekring Op de Beek;  
 

10. Boeknummer: 00172  
Het nut ging voor de sier. Boerenerven in Noord-Brabant
Monumenten -- Boerderijen, algemeen           (2005)    [George Dirven, Stan Elings]
Het nut ging voor de sier.


VOORWOORD
In 1986 gaf onze Boerderijenstichting een boekje uit met de titel 'Boerenerven'.
Kees Elings, tuin- en landschapsarchitect, beschreef hierin het gemiddelde boerenerf, dat ook toen al nog maar sporadisch voorkwam. Inmiddels zijn we bijna
20 jaar verder. In die periode zijn de meeste van de nog resterende traditionele boerenerven verdwenen. In die periode is echter ook meer studie gemaakt van het
boerenerf. Zo zag de Stichting Werkgroep Boerenerven het levenslicht.
O.a. het Nederlands Centrum voor Volkscultuur wijdde in 2001 een publicatie aan het boerenerf.
Ook binnen onze Stichting ontstond de behoefte om op basis van de toegenomen kennis over het traditionele boerenerf een nieuwe uitgave voor te bereiden.
Immers, naast de boerderij en de bijgebouwen behoort ook het erf tot ons cultureel erfgoed. Veel boerderijen en nog meer bijgebouwen zijn in de afgelopen decennia
gesloopt of onoordeelkundig verbouwd. Maar ook bij de nog bestaande boerderijen is het traditionele boerenerf verdwenen en vaak vervangen door een villatuin.
Met ons boekje 'Het nut ging voor de sier. Boerenerven in Noord-Brabant.' willen we allereerst vastleggen uit welke onderdelen het boerenerf bestond en welke
de functies waren van die verschillende onderdelen. We willen ook verduidelijken waarom verschillende van die functies door o.a. landbouwkundige en technische
ontwikkelingen veranderden of verdwenen. Daarnaast beogen we met de adviezen en tips in het tweede gedeelte van het boekje te bereiken dat boerderijbewoners
toch iets van het traditionele boerenerf bewaren of terugbrengen en soms nieuwe functies geven aan oude erfonderdelen. Eén van onze bestuursleden, George
Dirven, beschreef het traditionele boerenerf en de oorzaken van het verdwijnen hiervan. Samen met tuin- en landschapsarchitect Stan Elings formuleerde hij de
aanlegadviezen. Stan Elings stelde de beplantingslijsten samen.
Via het Monumentenhuis Brabant ontvingen we uit het door de provincie voor het Jaar van de Boerderij beschikbaar gestelde budget een subsidie, die deze uitgave
mede mogelijk maakte. De Stichting Historisch Boerderij - Onderzoek te Arnhem (SHBO) stelde ons opgetekende boerenerven uit Noord-Brabant ter beschikking,
waarvan we er een aantal na bewerking in ons boekje opnamen.
We hopen zo een aantrekkelijk boekje te hebben samengesteld. We hopen echter vooral dat we in de komende jaren hier en daar bij boerderijen in onze provincie
toch weer elementen van het traditionele boerenerf zien terugkeren of nog liever totaal gereconstrueerde erven. Daarmee zouden de betrokken boerderijbewoners
zeker een bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid van het Noord-Brabantse platteland.
Wij wensen u ook veel lees- en kijkplezier.
Oisterwijk, september 2005.
Het bestuur.

Boerderijenstichting Noord-Brabant;  
 

11. Boeknummer: 00177  
Geschiedenis van de Kleine Schans
Monumenten -- Kleine Schans Terheijden           (2010)    [Fer van Vuuren]
Geschiedenis van de Kleine Schans

De afbeelding op de omslag is een deel van de landkaart waarop Breda en omgeving in 1624 staat afgebeeld, van Johan Sebastian Untzen. De meest nauwgezette kaart van Terheijden tijdens het beleg
van Breda 1624-1625. In feite ook de allereerste gedetailleerde kaart van Terheijden. Heel goed te zien het legerkamp van Carlo Roma, in het noorden van het dorp. Let op, de molen van Terheijden stond
toen op de plaats waar nu het veerhuis is.

Tijdens de gevechten in mei 1625 hadden de Spanjaarden de polders, rondom het dorp onder water gezet. Terheijden is voor 54 door water omgeven. Het Staatse leger naderde Terheijden
over de dijk vanuit de richting Wagenberg, rechts op de kaart van Untzen. Ook de dijk naar Zevenbergen, nu de Laakdijk sluit daarop aan.

Heel goed is te zien dat geheel Terheijden omschanst is, met als sterkste punt, de ingang van het dorp in het noorden, een afzonderlijk vestingwerk, precies op het punt waar de weg naar
Wagenberg en de weg naar Zevenbergen bij elkaar komen. Dit vestingwerk wordt soms ook als de schans van Terheijden vermeld. Op deze plaats is in 1625 het meest en hevigst gevochten.

Deze kaart is getekend door kapitein Johan Sebastian Untzen, die in Spaanse dienst in het Brandenburgse regiment bij de belegering van Breda in 1625 heeft meegevochten.

Dit is in tijd gezien de derde schans/verschansing van Terheijden


Voorwoord
De samensteller van dit boekje heeft zich zoveel mogelijk gebaseerd op feiten. Een goede gewoonte is het meestal om de bronnen aan te geven. Ik doe dat zo weinig mogelijk in de tekst zelf, omdat ik er
vooral een leesbaar boekje van wil maken en veel minder een historisch-wetenschappelijke uitgave.
Een andere reden voor de sobere bronvermelding is dat ik het verhaal voor een groot gedeelte al 'in mijn hoofd' had. Ik had al veel gelezen en weet daarom niet altijd op alle momenten de bronnen
aan te geven. Verder had ik al veel op papier staan, voordat we besloten om er een Vlasselt-uitgave van te maken. In eerste instantie heb ik mijn bronnen toen niet genoteerd. Ik weet
natuurlijk wel wat ik gelezen heb en de bronvermelding op het eind is dan ook volledig.

Een belangrijke informatiebron is ook internet geweest.

In het samenstellen van dit boekje ben ik ook nogal eens op tegenstrijdigheden in mijn bronnen gestuit. Hoe gedetailleerder de beschrijvingen, hoe groter de verschillen. Ik heb het probleem soms simpel
opgelost door bijvoorbeeld in de beschrijving van de gevechten van mei 1625 alle vertellers aan het woord te laten.

Ik heb wel het taalgebruik gepopulariseerd en gemoderniseerd.

De term de 'Kleine Schans' wordt gebruikt om het verschil aan te geven met de 'Grote Schans' of zoals deze nu wordt genoemd: de 'Spinolaschans'. Deze twee schansen werden in 1639 gebouwd door de Staatsen.
Daarvoor zijn er schansen/verschansingen in Terheijden geweest die een aantal keren opgebouwd en afgebroken werden en die er telkens iets anders hebben uitgezien (schansen nr. 1, 2 en 3).

De Kleine Schans, zoals wij die nu kennen, schans nr. 4 dus, is in 1639 gebouwd. In tegenstelling tot andere bronnen stel ik vast dat deze schans in 1680 niet is afgebroken.
De Kleine Schans in Terheijden is wel degelijk een overblijfsel uit de Tachtigjarige Oorlog.

De titel van het boekje had misschien ook kunnen zijn: 'De schansen van Terheijden' . Ten eerste, omdat er binnen het dorp in de loop der tijd meerdere schansen/verschansingen zijn geweest.
Ten tweede, omdat er vlak buiten het dorp ook een schans ligt. Aan deze Grote Schans, die een veel minder bewogen geschiedenis kent, wordt in dit boekje weinig aandacht besteed. Het boekje
gaat vooral over de voorlopers van de Kleine Schans en over de Kleine Schans zelf, zoals we die sinds 1639 kennen. Vandaar de titel: de geschiedenis van de Kleine Schans.

N.B. De Kleine Schans maakt ook een onderdeel uit van de Zuider Frontier/ Noord-Brabantse (water)linie.
de samensteller

Heemkundekring De Vlasselt;  
 

12. Boeknummer: 00180  
De Zand Tiend. Van Gesticht naar ziekenhuis 1913-1983 (St Laurens Ziekenhus)
Monumenten -- Boerderij, Hooghuis           (1983)    [Hans Jochems]
Van Gesticht naar ziekenhuis

Inleiding.
In verband met het 70-jarig bestaan van ons ziekenhuis op 8 okt. a.s. is deze
uitgave van 'De Zand Tiend' speciaal gewijd aan de geschiedenis van 'Het
Laurens'. De kommissie ”70-jarig bestaan St. -Laurens ziekenhuis” verzocht
mij deze taak voor een deel op me te nemen, aan welk verzoek ik graag
tegemoet heb willen komen. Uiteraard heb ik geprobeerd de feiten zo precies
mogelijk weer te geven. Verwacht echter niet dat door mij geschiedenis met
een grote 'G' wordt geschreven; tenslotte ben ik een amateur en word ik
geacht meer verstand te hebben van steeklakens dan van historische
methodiek. Binnen het bestek van deze 'Zand Tiend' bleek het niet doenlijk
om de volledige ontwikkeling met betrekking tot de reeds uit 1953 daterende
plannen voor de bouw van een geheel nieuw ziekenhuis te schetsen. Hierover
is recentelijk in dit blad regelmatig, zij het in beknopte vorm, geschreven door
o.a. wijlen Drs. J.J.G. van der Put.
Evenzo heb ik nagelaten alle bestuursmutaties te vermelden sinds het
overlijden in 1940 van het laatste bestuurslid, dat vanaf de oprichting in 1910
onafgebroken in het oorspronkelijke bestuur zitting had: dokter E.M.Gommers.
Hoewel ik vaak kompilerend, d.w.z. uit vroegere bronnen samenvoegend, te
werk ben gegaan, heb ik geprobeerd het juiste evenwicht te vinden tussen
gortdroge historische verhandeling en anekdote; het moet tenslotte een voor
ieder leesbaar verhaal blijven. Bijzondere dank ben ik verschuldigd aan
degenen, die mij het materiaal verschaften voor de 'histoire secrète', de
verborgen geschiedenis, en het zout in de 'Laurenspap'.
Het doel van het nu volgende verhaal is: de geschiedenis verbonden aan de
'Stichting St. Laurensgesticht' c.q. 'Stichting Laurensziekenhuis Breda' met
de daaraan ten grondslag liggende waarden te doen kennen en levend te
houden.
In de hoop in deze opzet een beetje te zullen slagen wens ik alle lezers van
deze 'Zand Tiend' veel leesgenoegen, in het bijzonder vele oud-
medewerkers, die voor een belangrijk deel deze 'geschiedenis' hebben
gemaakt. Het zijn juist zij geweest die de wapenspreuk van onze bescherm-
vrouwe Douairière de Grez, geb. Mahie, 'JE FAY MON FYT' = 'lk doe wat mij
te doen staat' oftewel 'Ik doe mijn plicht', in Kristelijke caritas gestalte
hebben gegeven.
Van de gelegenheid gebruik makend wens ik bestuur, direktie en alle
medewerkers van harte proficiat.
H. Jochems, Verpl.

Sint Laurens Ziekenhuis;  
 

13. Boeknummer: 00216  
Nederlandse Monumenten in Beeld. Noord-Brabant en Limburg
Monumenten -- Monumentenzorg           (1975)    [J.F.van Agt, C.Peeters]
Nederlandse Monumenten in Beeld 1978. Noord-Brabant en Limburg

C. Peeters
NOORD-BRABANT
Wie een goed beeld wil krijgen van de bouwkunst uit het verleden van Noord-
Brabant, doet er het beste aan, de tegenwoordige provinciegrenzen maar uit het
oog te verliezen. Er bestaat nu eenmaal niet zo iets als een eigen Noordbrabant-
se architectuur. Wat de tijd vóór omstreeks 1600 betreft, is het hertogdom Bra-
bant als een politieke en culturele eenheid te zien, met als hertogelijke residentie
beurtelings Leuven, Mechelen en Brussel en kerkelijk grotendeels tot de bis-
dommen Luik en Kamerijk behorend. Het gebied omvat de tegenwoordige Bel-
gische provincies Brabant en Antwerpen en een groot deel van ons gewest, maar
Geertruidenberg, Woudrichem, Heusden en de hen omringende gebieden moe-
ten tot het graafschap Holland en het bisdom Utrecht gerekend worden. Daar-
na, tot aan het ontstaan van de Bataafse Republiek, is Noord-Brabant verre-
gaand van zijn zuidelijke wortels afgesneden en een Generaliteitsland geworden,
waarin de vernieuwing van kerken, openbare gebouwen en woonhuizen een
Hollands stempel ging dragen.
Voor het kerkelijk leven op het platteland in de middeleeuwen ligt het hart van
Brabant zeker buiten onze landsgrenzen. Wanneer wij teruggaan tot de oor-
sprong van het christendom in Noord-Brabant, dan is, meer nog dan Lamber-
tus, Willibrordus de kerkvorst tot wie alles herleid kan worden. Veel goederen
in Noord-Brabant werden door de plaatselijke heren aan hem geschonken en
door hem werden zij aan de Benedictijnenabdij in Echternach overgedragen.
Ook het recht om in de plattelandsparochies een pastoor te benoemen, een deel
van de kerkelijke inkomsten te vorderen, tienden in natura of geld als heffing op
landbouwgronden te innen, het recht om water- en windmolens te zetten, kwam
dan in Echternach te berusten. Maar door een samenspel van omstandigheden
zijn het de Norbertijnen of Premonstratensers geworden, die, vanaf de tijd van
hun ontstaan in de 12de eeuw, hier de meeste invloed hadden. Zij namen veel
rechten en bezittingen van de abdij van Echternach over. De reikwijdte van de
macht van hun abdijen Tongerlo en Postel was groot en deze hebben grote in-
vloed gehad op de ontwikkeling van de landbouw. De herinnering aan deze tijd
is op de Kempische zandgronden met hun beken en riviertjes en hier en daar
nog eiken- en mastbossen en heiden temidden van eeuwenoude ontginningen,
nog enigszins tastbaar. Een sprekende tegenstelling daarmee zijn de noordwes-
telijke en noordelijke zee- en rivierkleigebieden van het markiezaat van Bergen
op Zoom (eens een bloeiende in- cn doorvoerhaven aan de Oosterschelde) en
van de baronie van Breda, die heel anders gericht zijn geweest. In het opzicht
van de waterstaat cn de landbouw hebben zij een geschiedenis die met de pol-
ders van de Hoekse Waard, Zeeland en de Betuwe samenhangt. Zij zijn vooral
getekend door de watersnood van de St. Elisabethsvloed van 1421, waarmee ge-
makshalve een proces van erosie door de zee wordt aangeduid, dat vroeger be-
gonnen en later geëindigd is. Door hun gevecht met en tegen de zee zijn zij ty-
pisch Noord-Nederlands en hebben zij een grote rol kunnen spelen in de mili-
taire strategie vanaf de late middeleeuwen tot in de vorige eeuw. Fijnaart, Stand-
daarbuiten, Dinteloord, Klundert en Willemstad* zijn alle ontstaan als stelsel-
matig aangelegde dorpen op geometrisch grondplan, keurig verkaveld in het na
de overstromingen opnieuw bedijkte rivierendeltagebied, de twee laatste boven-
dien door Willem van Oranje, heer van Breda, tot vestingstad uitgebouwd met
aarden wallen, bastions en grachten, naar de nieuwste krijgskundige, in Italië
hun oorsprong vindende ideeën. Maar natuurlijk was, in de tijd van de Repu-
bliek, heel Noord-Brabant van de grootste militaire betekenis als verdedigings-
gordel en aanvalsbasis tegenover de Spaanse, later Oostenrijkse Nederlanden.

Bosch en Keuning NV;  
 

14. Boeknummer: 00218  
Nederlands Bouwkundig Erfgoed 2002/2003
Monumenten -- Monumentenzorg           (2002-2003)    [Monumentenzorg]
Nederlands Bouwkundig Erfgoed 2002-2003

Geachte lezer.
voor u ligt de jaaruitgave 'Nederlands Bouwkundig Erfgoed', waarin we hopen waardevolle informatie te geven ten aanzien
van de realisatie van uw huidige en toekomstige projecten.
Naast verschillende redactionele thema's worden ook voor u handige adressen vermeld. De bedrijven die in deze
uitgave worden vermeld hebben daarvoor betaald en maken u er dan ook op attent graag voor u aan het werk te gaan.
Daar ook wij niet alles kunnen voorzien staan wij open voor suggesties met betrekking tot de volgende uitgave.
Wij wensen u veel leesplezier en goede zaken.
De uitgever.

De IJssel mediagroep Zutphen;  
 

15. Boeknummer: 00219  
Jaaruitgave monumenten 2001/2002
Monumenten -- Monumentenzorg           (2001-2002)    [Monumentenzorg]
Jaaruitgave monumenten 2001-2002

Voor u ligt de Jaaruitgave Monumenten 2001/2002.
Hierin treft u waardevolle informatie en contacten aan, die u van pas kunnen komen
bij de realisatie van uw projecten.
De bedrijven die in deze uitgave zijn opgenomen hebben betaald voor hun
vermelding. Hiermee geven zij aan graag voor u aan het werk te gaan.
Op pagina 66 vindt u een inhoudsopgave van het zakengedeelte.
Wij wensen u goede zaken,
De uitgever

De IJssel mediagroep Zutphen;  
 

16. Boeknummer: 00220  
Nederlands Bouwkundig Erfgoed
Monumenten -- Monumentenzorg           (2005)    [Monumentenzorg]
Nederlands Bouwkundig Erfgoed Jaarboek 2005/2006

Geachte lezer.
voor u ligt 'Nederlands Bouwkundig Erfgoed', waarin wij hopen waardevolle informatie te geven ten aanzien van de
realisatie van uw huidige en toekomstige projecten.
Naast verschillende redactionele thema’s worden ook voor u handige adressen vermeld. De bedrijven die in deze uitgave
worden vermeld hebben daarvoor betaald en maken u er dan ook op attent graag voor u aan het werk te gaan.
Daar ook wij niet alles kunnen voorzien staan wij open voor suggesties met betrekking tot de volgende uitgave.
Wij wensen u veel leesplezier en goede zaken.
De uitgever.

De IJssel mediagroep Zutphen;  
 

17. Boeknummer: 00227  
Nederlands Bouwkundig Erfgoed
Monumenten -- Monumentenzorg           (2002)    [Monumentenzorg]
Nederlands Bouwkundig Erfgoed Jaarboek 2002

Geachte lezer,
voor u ligt het jaarboek Nederlands Bouwkundig Erfgoed 2002, het jaarboek voor de Monumentenzorg.
Hierin treft u waardevolle informatie en contacten aan, die u van pas kunnen komen bij de realisatie van uw
projecten.
De bedrijven die in deze uitgave zijn opgenomen hebben betaald voor hun vermelding. Hiermee geven
zij aan graag voor u aan het werk te gaan.
Daar ook wij niet alles kunnen voorzien staan wij open voor suggesties met betrekking tot de volgende uitgave.
Wij wensen u veel leesplezier en goede zaken.
De uitgever.

De IJssel mediagroep Zutphen;  
 

18. Boeknummer: 00313  
Erfgoed in Noord-Brabant. Vestingsteden langs de linie
Monumenten -- 08.027           (2021)    [Maikel Roelofs]
Erfgoed in Noord-Brabant. Vestingsteden langs de linie.
Overzicht van de vestingsteden in Noord-Brabant.


Inhoud
Vestingsteden langs de linie 5
Vestingsteden in Noord-Brabant 13
Bergen op Zoom 14
Steenbergen 18
Willemstad 22
Klundert 27
Breda 30
Geertrui 33denberg
Woudrichem 36
Heusden 40
’s-Hertogenbosch 44
Megen 48
Ravenstein 51
Grave 57
Om verder te lezen 62
Adressen 62
Illustratieverantwoording 63
Over de auteur 64
Colofon 64

Vestingsteden langs de linie
Door de geschiedenis van Nederland heen is er meermaals een dreiging geweest vanuit het zuiden. Zowel de Belgen,
de Fransen als de Spanjaarden hebben al dan niet meer dan eens oorlog gevoerd met de Nederlanden. Het is dus niet
vreemd dat er in Noord-Brabant al eeuwen een verdedigingslinie ligt waarmee de rest van het land tegen invallen uit het zuiden
beschermd moest kunnen worden.


Stichting Matrijs Utrecht;  
 

19. Boeknummer: 00314  
De geschiedenis van kasteel 'Hof van den Houte' en zijn bewoners
Monumenten -- 08.034           (2021)    [Drs M.J. Bicknese]
Geschiedenis van het Ettense kasteel Hof van den Houte en zijn bewoners. 500 jaar geschiedenis met veel illustraties


INHOUDSOPGAVE
0.1 Voorwoord 7
0.2 Voorwoord auteur 9
0.3 Ten geleide (Leeswijzer 1) 11
0.4 Het Leenstelsel (Leeswijzer 2) 13
Deel 1. Het hof van den Houte in de Middeleeuwen
1.1 Hoe kwam Etten aan zijn kasteel, aan Hof van den Houte? 15
1.2 De heren van Ten Houte en Etten 19
1.3 De omvang en inkomsten van het hof te Etten in de 14de eeuw 23
1.4 De vererving van het goed ten Houte door de familie Uten Houte zelf 24
1.5 Oom Arnt sterft. Wie volgt? 29
1.6 Verdere opdeling van de eigendommen; de verdelingsakte van 1448 33
1.7 Flendrik Steenwech komt op het toneel; Etten raakt los van de familie Van den Houte 35
1.8 De bezittingen Van den Houten vallen uiteen; Jan Pot bezit het kasteel 38
1.9 Een eerste indruk van het kasteel, het gebouwhuis zelf in de 15de eeuw 43

Deel 2. Het hof van den Houte in de 16de en 17de eeuw
2.1 Twee generaties Van Aerschot-Schoonhoven 45
2.1.1 Hendrik van Schoonhoven 46
2.1.2 Jan van Schoonhoven 49
2.2 Van der Straten; bijna 80 jaar bezitter van kasteel van den Houte 55
2.3 17de eeuw: Hinckaert en d’ Assignies sterven kinderloos 64
2.4 De strijd breekt los 71
2.4.1 Intro 71
2.4.2 De rol van Savernel en van der Schueren 74
2.4.3 De rol van Gageldonk 76
2.4.4 Verloop van de twist 77
2.4.5 Duidelijkheid 85
2.5 Hoe zag het kasteel van den Houte er uit in de 16de en 17de eeuw? 89
2.5.1 Beschrijvingen 89
2.5.2 Reparaties aan brug en Hof van den Houte 1671-1675 92
2.5.3 Afbeeldingen van het kasteel 96
2.6 De laatste adel in Etten: Van den Tympel en de Rubempré 108

Deel 3. Hof van den Houte, de laatste honderd jaar (1717-1816)
3.1 Intro 111
3.2 Adriaen Cornkoper 113
3.3 Cornelis Cornkoper 115
3.4 Cornkoper vindt een vrouw: Frantjoise Tilly 119
3.5 Intermezzo: De familie Tilly 123
3.6 Cornkoper eigenaar van het Hof van den Houte 125
3.7 Cornkopers jaren als getrouwde schout (1717-1732) 127
3.8 Intermezzo: korte genealogie van der Mee en Snels 131
3.9 Wie is de biologische vader van Govert van der Mee? 133
3.10 Hoe verliep het de schout in zijn laatste vijftien jaar? 137
3.11 De laatste jaren van Cornelis Cornkoper 139
3.12 Elisabeth Snels erft Hof van den Houte en trouwt 142
3.13 Govert van der Mee laatste kasteelheer 148
3.14 De sloop 154
3.15 De nalatenschap van Govert van der Mee 160
3.16 Hoe zag het kasteel er op het laatst uit? 163

Deel 4 Afsluiting
4.1 Wat is er over van het kasteel? 177
4.2 Archeologisch onderzoek 179
4.3 Samenvatting 184
Nawoord 188
Bijlagen 189
Belangrijkste literatuur 215
Afkortingen 216

Voorwoord
Op 11 mei 1947 werd de Heemkundige Werkkring Jan uten Houte opgericht. De eerste initiatieven daartoe werden al in het begin van 1941 ondernomen maar door de bezetting werd in
september van dat jaar de in het najaar van 1940 opgerichte Bond van Heemkundige Studiekringen verboden. Daardoor konden de Etten-Leurse activiteiten niet openlijk beoefend worden.
Jan uten Houte was in 1947 de vijfde heemkundekring in de provincie en de eerste in West-Brabant.
In 2022 wordt dus het 75-jarig bestaan van de inmiddels vereniging ‘Heemkundekring Jan uten Houte’ bereikt, een albast jubileum, soms ook kroonjuweel genoemd. Welgemeende felicitaties
zijn dus zeker op zijn plaats.
Rond een jubileum worden allerlei festiviteiten georganiseerd, maar de sinds maart 2020 heersende coronapandemie maakte het voor de vereniging onmogelijk activiteiten voor te bereiden
omdat lang (en nu nog) onduidelijk is of deze rond de jubileumdatum doorgang kunnen vinden.
Om in aanloop naar het jubileum de leden van vereniging toch enigszins bij deze heuglijke gebeurtenis te betrekken heeft het bestuur in de loop van 2020 besloten een nieuwe loot aan de
boom van de serie Bijdragen tot de geschiedenis van Etten-Leur toe te voegen.

Sinds een aantal jaren doet Maarten Bicknese onderzoek naar het kasteel te Etten, ook wel aangeduid met Hof van den Houte of kasteel Uten Houte, en haar eigenaren en bewoners. Het doel
was om, zoals hij in 2019 in kwartaalblad Heem-EL schreef, te komen tot een boek met alle bijzondere details. In het verleden zijn over het kasteel, de eigenaren en bewoners al enkele kleinere
publicaties verschenen, maar zijn onderzoek had zoveel nieuwe en onbekende informatie opgeleverd dat een nieuwe publicatie over het onderwerp gerechtvaardigd was. In de eerste jaargang
van het kwartaalblad lichtte Bicknese door middel van korte stukjes alvast wat tipjes op over het toen nog erg schemerige verhaal over het kasteel.
Het resultaat van het onderzoek ligt nu voor u: De geschiedenis van kasteel “Hof van den Houte” en zijn bewoners. Een kloek (naslag)werk van bijna 200 pagina's tekst en vele afbeeldingen en
kaders, aangevuld met dertig pagina's bijlagen waarin de belangrijkste documenten zijn weergegeven.
Een uitgebreid notenapparaat verantwoordt de inhoud en geeft een duidelijke indruk van de weg door archieven en publicaties die Maarten Bicknese heeft afgelegd om tot dit resultaat te komen.
In drie chronologisch geplaatste hoofdstukken en een Afsluiting neemt de auteur de lezer mee op een tocht gedurende meer dan 500 jaar wel en als kantelen en een overkapping van de oor-
spronkelijk hoofdingang die de indruk van een ophaalbrug moet wekken. Terecht vraagt Maarten Bicknese zich af of daardoor bij bezoekers de gedachte zal opkomen dat hier ooit een kasteel
gestaan heeft. Enkel straatnamen als Hof van den Houte, maar ook Bijvang, Bogaard, Burchtplein, Ridderstraat, Slotlaan en Voorvang moeten de gedachte aan wat hier ooit was levend houden.
Een bijzonder stukje Etten(-Leur) wordt in dit boek gepresenteerd. Met het resultaat wil ik zowel de auteur als de heemkundekring van harte feliciteren en u, lezer, wens ik veel plezier bij het
lezen of bladeren door dit boek. Wellicht dat u bij een volgend bezoek aan het winkelcentrum nog eens terugdenkt aan het gebouw en de bewoners van het Hof van den Houte.
Juni 2021
M.A.M. Voermans
oud-medewerker West-Brabants Archief

Voorwoord auteur
Sinds ik in Etten-Leur woon, en dat is nu al weer 45 jaar, ben ik in de historie, het landschap, de dorpsontwikkeling en de inwoners van mijn woonplaats geïnteresseerd. Als leraar probeerde
ik namen van mijn leerlingen mede te onthouden door de familierelaties of hun woonomgeving in te prenten. Na verloop van tijd werden namen als de Hilsebaan, Attelaken, Luijkx, Coremans,
Heeren en andere vertrouwd voor mij. Door mijn stamboomhobby ontdekte ik bovendien dat ik ook in Etten voorouders heb. Ik begon me er al gauw thuis te voelen.
Maar ook viel het me na een aantal jaren op dat, als ik iets over de oude Etten-Leurse historie las, dat dit steeds dezelfde verhalen waren. Ik miste nieuwe aanvulling. Soms werd dit gepresenteerd
als een eigen verhaal, terwijl het dus al keer op keer was verteld. Nou geeft dat op zich niets, ware het niet dat er ook wel eens fouten in stonden, die dan argeloos (begrijpelijk) of klakkeloos
(minder begrijpelijk) werden overgenomen. Ik wil al deze publicaties absoluut niet negatief beoordelen, integendeel ze zijn voor mij een enorme stimulans geweest en het fundament voor mijn onderzoek.

Op de plaats van het huidige winkelhart van Etten-Leur stond het Hof van den Houte en dit kasteel vormt de rode draad door dit boek. Het zojuist geschetste probleem geldt namelijk zeker
ook voor dit kasteel.
Het kasteel zal er vanaf de 14de eeuw tot begin 19de eeuw, dus zo'n 500 jaar hebben gestaan. Er is echter maar heel, heel weinig concreets over bekend.
Het enige verschenen boekje van de Heemkundekring door Toon Buckens over dit kasteel geeft een aardig goed beeld van de historie van het kasteel, maar er zijn toch wel aanvullingen en nieuwe
inzichten bij te geven.
Het zojuist genoemde boekje en Het Centrumplan van Etten-Leur waren een voorbeeld en belangrijke leidraad voor mijn onderzoek.
Ik richtte me bij het onderzoek behalve op het kasteel zelf ook op familie- en andere relaties tussen de personen en kwam daarbij tot soms verrassende ontdekkingen.
Mijn overweging daarbij was dat het vreemd zou zijn als wel de utenHoutes vanaf 1300 tot 1450 uitvoerig besproken zouden worden als stichters van het kasteel, en dat vervolgens vier eeuwen
kasteelbezit door andere families in een paar bladzijden zouden worden afgehandeld. Wie waren die opvolgende bezitters en bewoners? En welke rol speelden zij in Etten? Welk belang hadden
zij bij het bezit?

Gevolg is wel dat ik af en toe flinke uitstappen moest maken, die op zich weinig met het gebouw Hof van den Houte te maken hebben, maar dus wel met zijn bewoners of met de plaats waar
het beschrevene zich afspeelde. Zeer uitvoerig weid ik uit over Cornelis Cornkoper, die 40 jaar eigenaar en bewoner was. Wat was hij voor een persoon, in de publicaties vaak afgeschilderd als
een autoritair en “grimmig” man. Klopt dat beeld wel? Hij was de eerste niet-adellijke eigenaar, en het verhaal wordt nog merkwaardiger als we zien hoe het kasteel na hem overgaat in de handen van
de dienstmeid die als weesmeisje op het kasteel kwam werken.
Ik ben me ervan bewust dat deze hoofdstukken feitelijk niet over het kasteel gaan. Maar door deze families in het kasteelonderzoek te betrekken ontstaat er ook een beschrijving van het
tijdsbeeld van de Vrijheid Etten, Leur en Sprundel gedurende de 18de eeuw en begin 19de eeuw, de laatste 100 jaar van het kasteelbestaan.
Eindelijk ligt dan nu het resultaat van de verwerking van alle verzamelde gegevens voor me, voor u, lezer, en ik hoop dat u er veel plezier van gaat beleven. Maar ook gemak, want zoals gezegd,
veel lees je over de historie in kortere of langere artikelen en dit boek probeert een leesbare verzameling en samenvatting over het kasteel te zijn, zodat er naar ik hoop voor veel geïnteresseerden
een naslagwerk ligt over het kasteel en zijn bewoners.
Met dit boek heb ik dan ook een tweede doel. Ik hoop hiermee nog meer mensen geïnteresseerd te krijgen voor de historie die verder terug gaat dan grootmoeders tijd.
En een derde doel is om de onderzoekende lezers zover te krijgen dat zij dit boek gaan aanvullen en corrigeren. Want ongetwijfeld heb ook ik fouten gemaakt met lezen van het soms lastige oude
schrift, of met de uitleg van een akte. En eerlijk is eerlijk, ook ik heb wel heel veel, maar niet alle bronnen nagetrokken. Niet alle zegels van uten Houte heb ik gecontroleerd evenmin als élke bron
in de gepubliceerde teksten van gerenommeerde onderzoekers zoals Boeren. Ook tikfouten door mij kunnen heel storend zijn vooral bij namen of jaartallen.
En er blijven bovendien genoeg vragen over. Lang niet alle mogelijke bronnen zijn nagelezen, zodat er zeker nog het een en ander te ontdekken blijft.
Ik heb dan ook regelmatig een stukje discussie uitgeschreven, en vraagtekens gezet. Het scheppen van een beeld van hoe het kasteel eruitzag en waar precies het lag vond ik het moeilijkste van
dit onderzoek. Ik verwacht dan ook juist hierop veel reacties, wat hopelijk dit troebele beeld zal verhelderen. Ik zou iedereen willen aanmoedigen om in de oude documenten te duiken en de moei-
te te nemen om het oude schrift onder de knie te krijgen, dat is met wat oefening echt wel te doen.
Er gaat een wereld voor je open. En dan valt er nog heel veel te ontdekken over onze geschiedenis.
Ik houd me zeer aanbevolen voor elke opmerking aanvulling of verbetering en ik hoop dan ook dat er een tweede druk gaat komen.
Maar op de eerste plaats hoop ik u met dit boek een naslagwerk en vooral ook leesplezier te geven.
Het is ondoenlijk om iedereen te noemen die me geholpen en gestimuleerd heeft om door te gaan.
Maar wel wil ik absoluut Cor Aertssens noemen die me heeft uitgedaagd om dit onderzoek en het boek te starten. Hij gaf me al zijn aantekeningen als startpunt en heeft me kritisch leren kijken
naar teksten over historie.
Mensen uit de heemkundekring, archiefmedewerkers, vrienden en bekenden gaven me feedback of zelfs concrete gegevens die ze welwillend met me deelden. En ook mijn lieve Dieneke heeft
menig onderdeel van dit boek kritisch gelezen en met me besproken. Zonder al die hulp was dit boek niet verschenen. Dank jullie wel allemaal.
Tenslotte ben ik ook erg blij, trots en dankbaar met het feit dat het bestuur van de Heemkundekring Jan utenHoute mijn boek als jubileumuitgave wil laten verschijnen, zodat het wijd verspreid
wordt. Ik wens de vereniging nog vele jaren toe in onze boeiende gemeente.
Maarten Bicknese
mjbicknese26@gmail.com


Heemkundekring Jan uten Houte te Etten Leur;  
 

20. Boeknummer: 00318  
Breda, de koorbanken van de Grote of Lieve Vrouwekerk. Misericordereeks.
Monumenten -- 08.033           (1983)    [J.A.J.M.Verspaandonk]
Breda, de koorbanken van de Grote of Lieve Vrouwekerk. Boek uit de Misericordereeks.


DE KERK
Aan de Heren van Breda, de Bredase Nassau's dankt deze stad de Grote- of Lieve Vrouwekerk, na de St. Jan in ’s Hertogenbosch het fraaiste voorbeeld van de Brabantse gothiek in ons land.
In 1410 lieten Engelbrecht I van Nassau en zijn vrouw Johanna van Polanen een begin maken met het koor. Het nieuwe gebouw moest een ander godshuis vervangen. Volgens een oor-
konde uit 1269 was dit de eerste stenen kerk ter plaatse en was men in dat jaar bezig deze te bouwen. Omdat de stad reeds kort na 1116, toen de eerste Heer van Breda, Hendrik, optrad, een
parochiekerk gekregen moet hebben, zullen aan deze oudste stenen kerk een of meer houten bouwsels voorafgegaan zijn. Vóór die tijd moesten de inwoners van Breda hun godsdienstplichten
vervullen in Gilze, waar de enige parochiekerk stond die het Land van Breda rijk was.
Een van de teksten die het jaar 1410 aangeeft voor het begin van de bouw van het koor, deelt ons ook mee, dat Engelbracht I en Johanna van Polanen resp. in 1442 en 1445 in de noordelijke
koorzijbeuk begraven zijn. Hun grafmonument werd nog tijdens het leven van Engelbrecht, waarschijnlijk tussen 1440 en 1442, geplaatst tegen de wand van het koor.
Dit houdt in, dat dit gedeelte van de kerk, de kapel van de Heren van Breda, en het koor rond 1440 gereed geweest zijn. Wellicht was dit ook het geval met de zuidelijke koorzijbeuk, het koor
van de 'prochiaen' (de pastoor), waar het altaar stond waaraan deze de H. Mis opdroeg voor de gelovigen. Beide zijbeuken waren toen nog met een rechte muur afgesloten; pas tussen 1525 en
1536 werden zij rond het koor doorgetrokken tot een kooromgang.
De rest van de kerk, het transept of dwarsschip, het schip en de zijbeuken zijn rond 1468 voltooid. In dat jaar begon men met de bouw van de toren, die in 1513 gereed kwam.
Reeds voordien, in 1497, werd het kerkgebouw officieel ingewijd door de wijbisschop van Luik, tot welk bisdom Breda behoorde. De activiteiten aan de bouw van diverse kapellen en aan de
overwelving van allerlei onderdelen gingen door tot tegen het midden van de 16de eeuw.
Met de bouw van een kerk waren in de middeleeuwen meestal tientallen jaren gemoeid.
Omdat de nieuwe kerk vaak een oudere, die tevens kleiner was, op dezelfde plaats moest vervangen en omdat de godsdienstoefeningen moesten doorgaan, begon men met de nieuwbouw
op enige afstand van de bestaande kerk, soms bouwde men er zelfs omheen. Naarmate men vorderde, nam men delen van het nieuwe gebouw in gebruik en werd het oude geleidelijk afgebroken.
Ook in Breda zal het zo gegaan zijn. Dit blijkt niet alleen uit de oprichting van het grafmonument voor Engelbrecht I en zijn vrouw en hun begrafenis, maar ook uit de plaatsing van het
koorgestoelte. Naar de kleding der figuren moet dit nl. gedateerd worden rond 1440 - 1445.
Het Kapittel dat in deze koorbanken zijn getijde zong, was in 1303 gesticht door Heer Jacob, pastoor van Gilze en deken van Hilvarenbeek. Bij testament schonk hij de goederen waarvan de
inkomsten moesten dienen voor het onderhoud van de kanunniken. Hij stelde hun aantal vast op acht (later zou dit op dertien gebracht worden) en maakte bepalingen over de samenstelling van het
college en de diensten die het moest verrichten.
Reeds in datzelfde jaar werd de stichting bekrachtigd door de bisschop van Luik en de Heer van Breda.
Na de verovering van Breda door Frederik Hendrik, in 1637, werd het kapittel opgeheven.
Zijn inkomsten en goederen werden gevoegd bij de domeinen van de Heer van Breda.
Voordat wij overgaan tot de beschrijving van de koorbanken eerst nog iets over de lotgevallen van de stad Breda en de kerk.
Op 22 augustus 1566 vond in Breda een beelden- storm plaats die 'donderdach ende nog twee dagen en nachten' duurde. De aanstokers kwamen uit Antwerpen, waar zij twee dagen
tevoren hadden huisgehouden, en het stadsbestuur was machteloos. Natuurlijk moest ook het koorgestoelte het ontgelden. Vrijwel alle misericorden en ook de voorstellingen op de
wangen zijn geschonden, waarbij men het vooral gemunt had op de gezichten en de handen. De knoppen of handsteunen op de leuningen, die het gemakkelijkst te bereiken waren, zijn zo deerlijk
gehavend, dat men ze later heeft moeten verwijderen. Mét de rijk bewerkte dorsalen, de hoge wanden achter de zetels, zullen toen ook de twee wangen die de bovenste rijen aan de kant
van het schip afsloten, verloren gegaan zijn.
In de periode van 1577 tot 1637 heeft tot vijfmaal toe een wisseling van de macht plaats gevonden, waarbij de kerk beurtelings in handen van de hervormden en van de katholieken kwam. Wij
vatten dit samen in enige jaartallen.
1577 Willem van Oranje verovert Breda; in februari 1581 wordt de kerk aan de hervormden toegewezen.
1581 Op 28 juni herovert Parma de stad; herstel van het katholicisme.
1590 Door de list met het turfschip krijgt Maurits Breda in handen.
1625 Spinola verovert Breda op Justinus van Nassau; kort hierna restauratiewerken aan de koorbanken.
1637 Frederik Hendrik brengt de stad definitief onder de macht van de Republiek.
Bij de grote restauratie van de kerk, waartoe in 1900 besloten werd en die van 1904 tot 1968 heeft geduurd, heeft men in de jaren 1933 - 1936 ook de koorbanken hersteld. Bij de beschrijving
ervan komen wij hierop nog terug.


Buijten & Schipperheyn Amsterdam en Repro Holland Alphen aan de Rijn;  
 

21. Boeknummer: 00403  
Inventarisatie Haagse Beemden Oost
Monumenten -- Boerderij, De Keihoef           (1975)    [ Gemeente Breda]
Inventarisatie Haagse Beemden Oost Fotoboek bebouwing/monumenten 1975

Ons bedrijfslogo

Gemeente Breda;  
 

22. Boeknummer: 00439  
Brabantse Monumenten leven
Monumenten -- Monumentenzorg           (1996)    [dr. Th. G.A. Hoogbergen, Olaf Smit (foto's)]
Brabantse Monumenten leven
Beschrijving van tachtig gerestaureerde kleine monumenten met 90 foto's


Inhoudsopgave
Het initiatief 6
Samenstelling commissie 8
Inleiding 9
Plaquette Gery Bouw 29
Tachtig kleine gerestaureerde monumenten 30
Kosten 214
Verklarende Woordenlijst 217
Geraadpleegde en verwerkte literatuur 221
Register van personen 225
Register van plaatsen 229


Het initiatief
Voor de viering van het tweehonderdjarig bestaan van Noord-Brabant als zelfstandige provincie, zijn tal van interessante initiatieven genomen. Eén ervan heeft de restauratie van kleine monumenten
tot doel. Alle Brabantse gemeenten zijn uitgenodigd te bekijken, of zij, in dat gedenkwaardige jaar 1996, aan deze kleinschalige, maar over de hele provincie gerekend, toch tamelijk grootscheepse
actie willen deelnemen. Daarbij staat voorop, dat de actie belemmerende bureaucratische regels zoveel mogelijk wil omzeilen. Informeel valt er wellicht nog heel wat te ondernemen. De commissie
die het plan lanceert, heeft de gemeenten echter uitsluitend haar eigen enthousiasme voor het idee te bieden. Iedere gemeente, zo is de opzet, wijst immers op haar eigen grondgebied een monumentje
aan ter restauratie, regelt de financiering en neemt verder ook de hele organisatie ter hand.
Het plan wordt zó een activiteit van de gemeenten zelf en van hun inwoners. De commissie respecteert volop die eigen autonomie en wil daarmee uitdrukkelijk alle activiteiten in het hart van de
lokale gemeenschap leggen. Zij schrijft daarmee van meet af aan de medewerking van grote aantallen mensen op plaatselijk niveau hoog in het vaandel.
Na een wat aarzelend begin - de commissie beschouwt aanvankelijk de actie al succesvol bij vijf entwintig deelnemende gemeenten ! - lijkt het initiatief gaandeweg een onverwacht brandend
enthousiasme los te slaan: ruim tachtig kleine monumenten zijn gerestaureerd: een resultaat, waarvan de commissie in haar stoutste gissingen niet heeft durven dromen. Voor al deze monumenten heeft
Gery Bouw, kunstenaar te Eindhoven, een fraai kunstwerkje ontworpen: een plaquette, waarin zij, symbolisch, de lichtende ontwikkeling van onze provincie uitbeeldt. Medewerkers van de stichting
Monumentenwacht hebben deze plaquette in de loop van dit jaar oordeelkundig en op aanwijzing van de betrokken gemeente aan het gerestaureerde object bevestigd. De commissie wil hier nog
graag gewag maken van een tiental gemeenten, die weliswaar aan de startblokken verschijnen, maar tot hun spijt in een later stadium van deelneming moeten afzien, omdat zij hun besluitvorming
en/of financiering niet op tijd hebben weten af te ronden.
Plaatselijk hebben honderden mensen aan het idee concreet gestalte gegeven: burgemeesters, wethouders, raadsleden en verantwoordelijke ambtenaren ter secretarie. Gemeenten blijven
immers het aanspreekpunt voor de brieven en de telefoongesprekken van de commissie. Maar ook besturen en leden van heemkundekringen, plaatselijke monumentencommissies en andere instanties
tonen zich vindingrijk en actief: soms nemen zij zelfs het voortouw bij de uitvoering en stimuleren anderen. Het blijkt achteraf weinig zinnig om de vele namen van leden van plaatselijke
comité’s hier te noemen. Er zou een schier onafzienbare lijst verschijnen. Fraaie plannen komen echter alleen maar tot concrete uitvoering door de ambachtelijke bekwaamheden van architecten,
aannemers, metselaars, smeden, stucadoors, metaalbewerkers, klokkenisten, timmerlieden, schilders en nog vele anderen.
De commissie beseft heel wel, dat gemeentebesturen een aantal restauraties ook zonder haar actie in uitvoering zouden hebben genomen.
Sommige maken immers onderdeel uit van eerdere voornemens en besluiten. Er zijn echter ook verscheidene initiatieven uit hun sluimer gewekt, enkele versneld geconcretiseerd en voor een niet
onaanzienlijk aantal vormt het initiatief van de commissie de vonk die het vuur heeft ontstoken. Voor het overgrote deel hebben gemeenten op grond van aparte raadsbesluiten voor de financiering
gezorgd. Soms putten zij uit bestaande fondsen. In enkele gevallen zijn er acties onder de bevolking gevoerd. Tenslotte hebben bedrijfsleven en andere sponsors zich niet onbetuigd gelaten. De aardigste
vorm van coöperatie is wel de buitengewoon directe hulp die sommige heemkundekringen bieden door letterlijk de handen uit de mouwen te steken en een klein monument een opknapbeurt te geven,
met hulp van ambachtelijk vakmanschap.
Zelfs de flonkerendste formulering legt het echter bijna altijd af tegen het beeld uit de handen van een bekwaam vakman. De fotograaf Olaf Smit heeft alle monumentjes en de twee grote
monumenten in negentig foto’s professioneel vastgelegd. De eindredacteur schuilt graag weg in de schaduw van dat overweldigende en schitterende licht. De tekst op de rechterpagina wil slechts
wat commentaar geven en wetenswaardigheden vermelden, die lezers misschien aan het denken en tot verder speuren aanzetten. Daarom is ook gekozen voor een tekst zonder een brede, voortdurend
onderbroken, bedding van voetnoten. Wie belangstelling heeft voor de gebruikte literatuur vindt daarvan een lijst op de pagina's 221 t/m 223.

Stichting Zuidelijk Contact Tilburg;  
 

23. Boeknummer: 00482  
t Koepeltje bij het Liesbos. Brochure. T.g.v. Open Dag Koepeltje 1981
Monumenten -- Liesbos, theekoepel           (1981)    [Herman Dirven]

t Koepeltje bij het Liesbos. Brochure. T.g.v. Open Dag Koepeltje 1981

INHOUD
1 Wat is een theekoepeltje.
2 Het Koepeltje is in 1836-1837 gebouwd.
3 De omgeving van het Koepeltje van 1835-1875.
4 Het gebruik van het Koepeltje van 1837-1876.
5 De Hoeve Luchtenburg wordt Vincentius hoeve (1880).
6 Het Koepeltje als buitenplaats voor en van het St. Vincentius Jongens-Gesticht te Breda (1855-1918).
7 Het Koepeltje als woonhuis(je) (1919-1955).
8 Verval en restauratie van het Koepeltje (1955-1981).
9 Nog even mijmeren over het verleden, heden en toekomst van het Koepeltje bij het Liesbos.

VOORWOORD
De geschiedenis van het Koepeltje bij het Liesbos is zeker niet spectaculair te noemen. In zijn anderhalve eeuw dat het nu bestaat heeft het echter wel veel mee gemaakt. We zullen u dat in
de volgende hoofdstukken trachten uit te leggen. Want laten we duidelijk zijn, dat we zeer blij zijn dat de familie Leyten het op zich genomen heeft om dit unieke monumentje te behouden. Een
prachtig en zelfs uniek stukje verleden bleef daardoor behouden.
Herman Dirven


Werkgroep Haagse Beemden;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 24 april 2022