HEEMKUNDEKRING
OP DE BEEK
PRINSENBEEK

Beeldbank Bibliotheek

   
 

Heemkundekring 'Op de Beek' Beeldbank Bibliotheek Zoekresultaat

Aantal gevonden publicaties : 20   (uit: 485)


Uitgebreid zoeken

Klik op publicatie voor vergroting en meer informatie

1. Boeknummer: 00024  
Bredanaars in beeld
Historie -- Breda, algemeen           (1997)    [Duijghuisen Marcel]
Bredanaars in beeld

Inleiding
De eerste foto in mijn persoonlijk fotoalbum is een afbeelding van mijn vader, samen met zijn broers op en achter de ploeg. Ik kreeg die jaren
geleden van een van mijn ooms, omdat hij me wilde laten zien hoezeer ik op hem leek. Het klopte.
In het boek dat voor u ligt wemelt het van de mensen en situaties die u bekend zijn, waarin u zichzelf herkent of die een gevoel van verrassing
oproepen omdat ze u onbekend waren.
Het bovenstaande is ook de reden dat het Gemeentearchief Breda aan deze uitgave heeft meegewerkt. Alles wat in onze depots ligt maakt als
het ware onderdeel uit van het collectieve geheugen van de stad. En wat heb je nu aan een geheugen als daar geen gebruik van gemaakt wordt.
Een fotoboek is een middel om herinneringen te delen. U zult dat ongetwijfeld zelf vaak genoeg ervaren hebben.
Wat nu voor u ligt is nog geen procent van het totale foto- en negatievenbestand van het Bredase gemeentearchief. Mocht u
nieuwsgierig zijn naar de rest, dan bent u van harte welkom. Zoals gezegd, wij zijn er voor u.
En met u bedoel ik ook al diegenen die pas sedert kort deel uitmaken van de gemeente Breda, de inwoners van de voormalige gemeenten
Prinsenbeek. Teteringen en Nieuw-Ginneken. Ook zij zullen zichzelf bij wijze van spreken tegenkomen.
Het verzorgen van een dergelijke uitgave is geen sinecure en ik bedank dan ook mijn medewerkers - hun namen treft u aan op de binnenflap -
voor de extra inspanning die zij geleverd hebben om dit boek tol stand te brengen. Tevens bedank ik de corrector Wil Sterenborg. Ik hoop dat u
hetzelfde plezier en het beetje spanning zult beleven aan het bekijken van dit boek als zij hadden bij de samenstelling ervan.
Ook dank ik Ton Gunsing en Paul van Orsouw van Boekhandel Gianotten. die het voortouw en daarmee het risico hebben genomen voor
deze uitgave. De samenwerking met hen liep gesmeerd. Datzelfde geldt voor de contacten met drukkerij Gianotten.
Ten slotte, in 2002 zal Breda zijn 750-jarig bestaan vieren als een ‘stad met karakter'. Wat mij betreft is de presentatie hier van al die
karaktervolle 'Bredanaars in beeld' een opmaat naar die festiviteiten.
Marcel Duijghuisen
vakdirecteur IMA / gemeentearchivaris

Boekhandel Gianotten Breda ism Gemeentearchief Breda;  
 

2. Boeknummer: 00039  
Brabants leven van weleer
Historie -- Brabant, algemeen           (1997)    [Samenstelling Van Geyt e.a.]
Brabants leven van weleer dl I. Foto's en teksten over dorpen in Brabant uit de collecties
L. de Fost Helmond, IKA-Productions, het Breda's Museum en diverse personen en instellingen in Brabant

INHOUD
Achtmaal - Alphen - Bavel - Bosschenhoofd - Chaam - Dorst - Drunen - Dussen - Fijnaart - Gilze

‘s-Gravenmoer - Halsteren - Hilvarenbeek - Hoeven - Hoogerheide - Hulsel - Huybergen - Kaatsheuvel

Klundert - Langeweg - Moerdijk - Moergestel - Nispen - Ossendrecht - Oud-Gastel - Prinsenbeek

Putte - Raamsdonksveer - Riel - Rucphen - Rijen - Rijsbergen - Schijf - Sprang - Sprundel - Stampersgat

Standdaarbuiten - Steenbergen - St. Willebrord - Teteringen - Ulicoten - Waspik - Woensdrecht

Wouw - Wouwse Plantage - Wijk en Aalburg - Zevenbergschenhoek

Van Geyt Productions Ljubljana;  
 

3. Boeknummer: 00044  
De stad, een fotograaf en zijn fiets
Historie -- Breda, algemeen           (2008)    [P.Haverman, Wessel Keizer]
De stad, een fotograaf en zijn fiets en andere verhalen van mensen die Breda in hun hart dragen


Inleiding
De Stad der Vrouwen

Mensen, jong en oud, ze rollen en ze lopen. Straten, terrassen vol met opgewekte personen. Wat maakt hen toch zo anders? Wat verbindt hen?
Zo klein is de stad niet meer. Niet als een dorp. Hoe organiseren ze hun leven? Hoe behouden ze hun warmte, hun geborgenheid in een wereld die
om 'efficiency' vraagt? Hoe blijven ze elkaar kennen, in de grote massa?
Hoe houden ze hun groene landschap in en om de stad, hun historische gebouwen, hun ambachtelijke inborst? Hoe kan het dat ze daarnaast toch
innovatief en grootschalig kunnen denken? Amerikanen boeien? Chinezen!
Wat is dat, het Bredase geheim?

Hoe te leven
Wessel Keizer zoekt de antwoorden. Een fietsende fotograaf die langs lanen en door stegen stevent. Een zoeker die vanaf het zadel ziet. Hij verwacht de
verrassing, geniet van de verwondering, verdrinkt in de wereld die achter de foto ligt. Hij bewaart het voor ons en het nageslacht: het begeerde Ginneken
en het Westerpark, waar de wens wordt verwezenlijkt om 'een eigen huis' te hebben. De Knokkestraat waar een kind zijn eerste contacten legt die later
gouden herinneringen blijken te zijn. De goudkust van het Montenspark waar diversiteit zich niet in huidskleur maar in bouwstijlen uit.

De ongekroonde stadsfotograaf zoekt een antwoord zonder woorden. Bredanaars weten immers intuïtief wanneer het juist is. Ze denken in beelden.
Beelden van vroeger, het goede leven. Beelden van straks, de betere toekomst. Bredanaars groeien in balans. 'Niet te gek, eej kul.' Ze weten hoe te
leven, die 170.000 in het Haagje van het Zuiden. 'Breda, mijn stad,' zeggen ze. Maar niet alleen de stenen zijn de genen.

klik op de pijlpunt links voor de volledige inleiding


De bron van het Valkenberg
Eeuwen water vloeide door Aa en Mark. Eerlijk water, het schonk de bieren een goede smaak en daarmee wellicht de drinkers. Hun 'joie de vivre' ging
niet ten koste van verantwoordelijkheid. - De nieuwe haven is als een teruggevonden parel -. Het optimisme van de werkenden opende de weg naar
welzijn. Meer nog dan welvaart, een glimp van het geheim.

De genen van de stad zijn oud en voornaam. Ze zijn diplomatiek en diep ontwikkeld. De clerus, de magistraat, de prinsen van het kasteel, mijmerend
door de Reigerstraat kom je ze tegen. De vrouwen van het Valkenberg verankerden een feminiene bron die onvindbaar de Bredanaars voedt. De
chique zwanen in hun park boezemen de nieuwkomer vertrouwen in. Traag maar natuurlijk assimileert Breda.

Verantwoorde variatie
De fysieke stad is net als het leven, een avontuur dat beleeft mag worden. Voor de een een stratenpatroon als een Engelse tuin, voor de ander een
dwaal- en doolmilieu met vaste ankerpunten. Waar de Kwatta en de Etna zijn verdwenen, klopt iets niet. Het Klapcot en de Havermarkt daarentegen,
zijn Breda ten voeten uit. Sterk is de stad en kwetsbaar zijn haar kinderen.
Transparant is de high tech architectuur op het historische Chassé-terrein en mysterieus zijn de middeleeuwse sporen in de moderniteit. Die variatie
maakt het spannend.

De uitbreiding en inbreiding van de stad vraagt om rijpe reparateurs. De shuttle van de HSL meert aan waar eerder paarden fusten 3-Hoefijzers-bier
vervoerden. Via Breda loopt als een Romeinse heerbaan langs kolossale silo's, tentoonstellingen van industriële grandeur. Het is moeder Breda die de ver-
binding moet maken tussen de diverse karakters van haar kroost. Het is moeder Breda die zonder betuttelend te zijn haar verantwoordelijkheid moet
nemen voor de regio. Het palet van Van Gogh ligt immers in haar achtertuin.

Bredase beweging
Die bijzondere manier van leven, kunnen we die beschrijven? 'Bredanaars zijn Bourgondiër, Westerling en Belg tegelijk,' stelt Paul Schnabel, directeur
van het Sociaal Cultureel Planbureau, over zijn geboortestad.
Echt zijn ze, de Bredanaars en soms zelfs doortastend; in hun harten jong en vrolijker dan de buurman. Hun werkwijze kun je typeren als een 'familiair
professionalisme'.

Het geheim van de Bredase levenswijze ligt in de garnizoenen van weleer. Officieren mochten vroeger niet katholiek zijn. Protestanten vestigden zich
in de Nassau-stad. Uit de integratie van Belgen, Bourgondiërs en Westerlingen groeide geruisloos een nieuwe gemeenschap. Een gemeenschap die, hoe
militair masculien ook van buiten, zacht van binnen bleef. De officieren verbleven immers in de stad van hun vrouwen.

Is dat het geheim van Breda? Een vrouwelijke stad. Vroeg werd ze geteisterd door godsdiensttwisten. Toen elders de wereld zwart-wit was, lagen zowel
de Hollander als de Spanjaard in haar bed. Ze heeft ze van dichtbij leren kennen, hen ontdaan van hun wapengekletter en met zachte hand gevoeld
dat beide mannen mensen bleken. Dat onverbrekelijke geloof in de mens, zoals een moeder haar kinderen blind vertrouwt, dat is de Bredase beweging.

Vrouwelijke verbinding
Hoewel garnizoenstad hebben vrouwen hier altijd invloed gehad. Toonden mannen daardoor hun betere kant? Bovendien hield de 'gemene mensch
vant laant' al te hoge ambities aan de grond. Het is de x-factor van het Bredase chromosoom die doorslaggevend is. Een stad met een open en
sociale oriëntatie. Een stad voor wie de bloeitijd pas begint.

De druk van de wereldhavens Antwerpen en Rotterdam, de Chinese relaties, de Amerikaanse interesse, het Benelux-centrum; de vooruitgang dient zich,
soms opdringerig aan, als een ongeduldige jongeling.
Dan is het aan Breda om haar waardigheid te tonen. De vrijers mogen langskomen, mee-eten zelfs. Maar zij bepaalt hoe lang en waar ze slapen. Geen
industrie meer zonder duurzame uitgangspunten, geen plannen zonder beschouwing van het omgevingseffect. Geen besluiten zonder draagvlak.

Liefdevolle erflaters
Residuen van de oude beschaving vormen een netwerk met de futuristische bespiegelingen van de beleidsmakers van vandaag. Plannen krijgen als
kazen tijd om te rijpen. 'Pieken in de Delta' geven zicht op de weelderige wol die zonder veel geschreeuw aan de Zuid-Nederlandse 'schaopkes' groeit.
Het toerisme en de horeca kennen hier een on-Nederlandse gastvrijheid.
Kansen voor een economisch cluster van onderwijs en ondernemingen? De techniek en onderhoudsector zijn zo sterk dat ze duizenden mensen tekort
dreigen te komen. Zorg, 'food', 'visual design', logistiek lijken lokale brandstoffen voor de economie van de toekomst. Liefdevol worden ze geëxplo-
reerd, met aandacht gevoed en subsidiair gestimuleerd. Zo werkt het nieuwe Breda, de hoofdstad van de regio, met de liefdevolle visie van haar erflaters.

De derde weg
Is Breda dan niet ambitieus? Wil ze dan oud worden en verstoffen? Wie dat denkt, kent haar niet. 'Meta', zou haar koosnaam kunnen zijn. Soeverein,
staat ze boven de ambitie. Ze overtreft de hitsigheid van de dag met haar lange-termijn-visie van uitgebalanceerde groei. 'She's watching the game,
controlling it,' om het met een verwijzing naar de musical 'Chess' te zeggen.
Ze is een schaker, Breda, en een familiemens. Uit dezelfde genen ontspruiten heel verschillende telgen. Breda hemelt hen
niet op (naar de 'eerste' Amerikaan Adriaen van der Donck is nog steeds geen straat vernoemd) en verstoot hen niet (zelfs de voormalige drie werden
menswaardig behandeld). Ze houdt haar kinderen bij elkaar en zoekt de derde weg. Het mag 'goed toeven' zijn voor allen in deze regio.

La grande dame
Wessel Keizer heeft die familie van Bredanaars, bezoekers en buitenlui, bezield geportretteerd. Handwerkers en bankzitters zien we in dit boek, delicate
dames en 'hupse dingskes'; decente drachten voor het Nassaumonument, kleurrijke kinderen op de kermis in de herfstvakantie. De familie verpoost en
drinkt bier in deze brouwersstad, het bier dat overal bij past. En ze eten Vlaams: friet van Christ, die hier 'vroeger nog wel eens ooit, echt is gewist'.
Hun frivole feesten zijn geworteld in religie. 'La grande dame' op de Grote Markt, leeft in het hart van alle Bredanaars. De processie van Niervaert her-
innert aan pragmatische piëteit. Religie rendeert. 'L'église Wallon' is een waarzegster voor de intellectuele elite. Wie een kaarsje brandt in de Sint-
Joost-kapel kapittelt het consumentisme. Gebrandschilderde schetsen uit het leven van Onze Lieve Vrouwe verkondigen het Bredase geloof in een
duurzame, verdraagzame samenleving. Een geloof in de oneindige groei van de familie. Een geloof in de bron van de jeugd.

Toekomst aan de jeugd
Breda zou daarom het mooiste studentencomplex van de wereld moeten worden. Studenten als stadsambassadeurs. Met z'n tienduizenden zijn ze,
Breda's jong talent. Ze zwermen uit in de stad, naar de regio, het land, Europa. Ze steken met hun enthousiasme anderen aan. Die komen dan weer
van heinde en ver. Het is al heel gewoon dat je in de supermarkten Duits, Engels, Spaans, Chinees hoort spreken.
En het zijn niet alleen de HBO-ers van Avans en NHTV die sprankeling brengen. Het Vitalis-College vitaliseert de stad met kansen voor verzorgenden. Het
Florijn berekent de toekomst met de discipline van Ignatius. Voorbeelden van vooruitstrevende MBO-opleidingen.
Talloze jonge Bredanaars ontmoeten de vele professionele en hulpvaardige handen van middelbare scholen als OLV, Mencia, Newman en Nassau.
De Bredase genen brengen nog oorspronkelijke leraren voort die in het basisonderwijs de mentaliteit van de stad vermenigvuldigen. We mogen er
allemaal zijn, met respect voor elkaars variatie.

Bredase beelden
In plaats van de grote -ismen heeft een verzameling van kleine verhalen de vorming van ons wereldbeeld overgenomen. Zo is het ook met het stads-
beeld. Dat wordt gevormd door duizenden beelden per dag. Soms heb je niet eens in de gaten dat ze zich aandienen. Wessel Keizer ziet de stad als
plek om plezier te maken, de stad als atelier, als werkplaats, de stad als thuis!

Dit fotoboek is een innemende impressie van onze stad. Geen hokjes, geen dwangmatige scheidslijnen separeren de Bredase beelden. Het leven dient
zich immers ook in fragmenten en stadia aan. Sommige Bredanaars vertellen hun beelden van het Bredase geheim, als vrienden aan de keukentafel.
Keizer (fotografie), Homburg (vormgeving) en Haverman (interviews) maakten een fotoboek als een familie-album van de stad. Een album zoals alleen
zachtaardige mannen het kunnen samenstellen.
November 2008,
Wilbert van den Bosch



Uitg. Van Kemenade Breda;  
 

4. Boeknummer: 00160  
Brabant bestaat niet. Fotoboek. Joyce van Belkom, Korrie Besems, Piet den Blanken, Jos Lammers
Historie -- Brabant, algemeen           (2006)    [A.J. Bijsterveld A.J., Zoete H. e.a.]
Brabant bestaat niet

Brabant bestaat niet
Brabant zoals het in de hoofden van veel mensen nog leeft, bestaat niet. De provincie waar het landelijke en gemoedelijke de boventoon
voeren, waar het boerenbedrijf nog de drager is van de economie en waar de foto’s van Martien Coppens, weliswaar met enige aanpassing,
nog model voor zouden kunnen staan, bestaat niet meer. Het is de vraag, of dit romantische cliché ooit echt heeft bestaan, maar zeker
is, dat het nu geen realiteit meer is.
De westerse wereld gaat er bijna overal hetzelfde uitzien. Binnensteden worden gedomineerd door identieke gebouwen.
Warenhuisketens bepalen in de huiskamers en tuinen het beeld. Op allerlei plekken rukken de grote en middelgrote steden het landschap
in met voorspelbare of minder voorspelbare, bijna surrealistisch aandoende vinexlocaties.
Dorpen transformeren tot regiokernen met een autoloos winkelcentrum en een ringweg. Of ze raken alle voorzieningen en sociale
samenhang kwijt en verdorren tot geïsoleerde luxe slaapplekken. Tussen de zogenaamde regiokernen expanderen de bedrijventerreinen.
Wat eens land of tuinbouw was, is nu onderdeel van een groot industrieel complex.
Ook in Brabant identificeren jongeren zich met allerlei internationale muziekstromingen en subculturen.
Via internet communiceren ze met elkaar ver buiten de grenzen en oriënteren ze zich op levensstijlen en opvattingen over heel de wereld.
Op allerhande manieren en via de diverse media worden ze voortdurend geconfronteerd met een gigantische draaikolk van invloeden.
Eén grote, urbane en mondiale cultuur.
Een fotoproject
Ergens op een mooie zondagmiddag in de zomer van 2004 bedachten Jos Lammers en Piet den Blanken dat het geen slecht idee zou zijn,
om samen met andere fotografen uit Noord-Brabant te werken aan één project. Fotograferen is een eenzaam vak. Kans op reflectie is er
nauwelijks en de mogelijkheid om elkaar te stimuleren doet zich zelden voor. Na ruggespraak met Hans Zoete werden Joyce van Belkom
en Korrie Besems benaderd. Er werd een plan geboren: Brabant Bestaat Niet, een visueel onderzoek naar de vermeende identiteit van
Brabant.
Vier fotografen, met ieder een eigen invalshoek en een duidelijk eigen visie en signatuur, werkten van dat moment af samen
aan een reizende tentoonstelling en een fotoboek over de verandering van een voornamelijk agrarische provincie in een gebied waar
verstedelijking, industrialisering en technologie om de voorrang vechten.

Stichting Per Se;  
 

5. Boeknummer: 00194  
Kent u ze nog, de Bredanaars
Historie -- Breda, algemeen           (1987)    [M.L.van den Wijngaard]
Kent u ze nog, de Bredanaars

INLEIDING
Het samenstellen van dit fotoboek over Bredanaars in de periode 1880-1940, 'Kent u ze nog .. de Bredanaars',
was voor mij als medewerkster van het Bredase Stadsarchief een uitdaging.
Werkzaam op de afdeling 'Beeld en Geluid' is het een heus voordeel om actief met een project als dit bezig te
zijn.
Het betekent namelijk een ruime aandacht voor de huidige fotocollectie, alsmede de mogelijkheid om de verza-
meling uit te breiden.
Een aantal lezers van dit boekje zal ongetwijfeld tot een bezoek aan het Stadsarchief komen. Het is gebleken, dat
menige (oud-)Bredanaar en Bredase instelling fotomateriaal hebben bewaard, dat beslist de moeite waard is. De
eigenaars van de in dit boek afgedrukte foto’s waren bereid hun foto’s ter reproductie uit te lenen. Hartelijk
bedankt hiervoor! De fotografe die het reproductiewerk verzorgde is Bea Hoeks te Breda.
Alle opnamen maken thans ook deel uit van de uit 20.000 foto’s bestaande collectie aanwezig bij de afdeling
'Beeld en Geluid' van het Stadsarchief. De verzameling is direct toegankelijk gemaakt en openbaar.
Al mijn behulpzame collega’s en zeker de heer J.M.F. Usseling, dank ik voor hun assistentie. Ook dank aan de
vorige gemeentearchivaris, mr. M. W. van Boven te Helmond, die mij destijds vroeg aan dit fotoboek gestalte te
geven. De uitgever, in de persoon van Irene ter Beek, wens ik succes toe met het uitbouwen van de serie 'Kent u
ze nog...'
Heeft u aanvullingen of correcties met betrekking tot deze uitgave, dan houd ik me graag hiervoor aanbevolen.
Mocht u al lezend nieuwsgierig zijn geworden naar de historie van onze stad Breda, dan treft u hieronder een
beknopt literatuurlijstje aan.
Ik wens u veel kijk- en leesgenot toe bij het doornemen van 'Kent u ze nog, de Bredanaars'.
Breda, december 1987
Marie-Louise van den Wijngaard,
Gemeentelijke Archiefdienst Breda.

Europese Bibliotheek Zaltbommel;  
 

6. Boeknummer: 00207  
Nieuwe Tonge in vroeger tijden
Historie -- Brabant, algemeen           (1996)    [Jan de Geus]
Nieuwe Tonge in vroeger tijden


Inleiding
Voor u ligt het boekje Nieuwe Tonge in vroeger tijden, deel 2, een uitgave die dankzij vele inwoners en oud-inwo-
ners van ons dorp mogelijk werd gemaakt. Velen hebben tijdens het samenstellen hun steentje bijgedragen. De één
deed dat door het in bruikleen geven van fotomateriaal, de ander door het naspeuren van de zo belangrijke gegevens,
die nu eenmaal bij deze prachtige plaatjes horen.

Dit deeltje bevat foto’s vanaf ongeveer 1927 tot en met een recente foto van de duivenvereniging. Getracht is om
zoveel mogelijk groepsfoto’s en foto’s met personen te plaatsen. Uiteraard zijn we daarbij de droeve tijden, die de
geschiedenis van Nieuwe Tonge uiteraard ook heeft gekend, niet vergeten. Foto’s van de Tweede Wereldoorlog en
van de zo tragisch omgekomen families tijdens de Watersnoodramp van 1953. In overleg met de nabestaanden wer-
den enkele foto’s van hen opgenomen.

Tot slot wil ik een ieder bedanken voor de medewerking en mijn vrouw voor het verwerken van de tekst op de computer.

Het samenstellen komt geheel voor mijn verantwoording. Ik ben zo zorgvuldig mogelijk te werk gegaan, maar des-
ondanks ben ik er mij van bewust dat er wellicht wat onvolkomenheden in kunnen zitten. Alvast hiervoor mijn ex-
cuses. Ik wens u veel lees- en kijkplezier!
Jan de Geus,
Nieuwe Tonge, 1996

Uitgeverij De Boektant;  
 

7. Boeknummer: 00208  
Geervliet in vroeger tijden
Historie -- Brabant, algemeen           (1996)    [Teun Otto]
Geervliet in vroeger tijden

Inleiding
Het idee voor dit derde fotoboek over Geervliet is ontstaan tijdens de voorbereidingen voor het 25-jarig bestaan van de
Markenburgschool in februari 1995. Mijn bijdrage in deze was het opzetten van een schoolfoto-tentoonstelling met foto’s uit het
archief van de Stichting ‘Oud Geervliet’, van welk archief ik beheerder ben.
Deze uitvergrote foto’s werden toen aangevuld met enkele foto’s uil particuliere bron en gaven samen een leuk overzicht van de
situatie in en om de school vanaf ca. 1900 lol heden. Vandaar het ruime aanbod van school- en groepsfoto’s in deze uitgave.
Een verzameling foto’s, zoals die van de Stichting Oud Geervliet, kan men om verschillende redenen waarderen, onder andere om
de informatieve en documentaire betekenis. Men kan vertellen over een bepaalde gebeurtenis of onderwerp, maar bij gebrek aan
fantasie van de toehoorder kunnen foto’s wonderen verrichten. Bovendien liggen foto’s beter ‘in de markt’ dan bijvoorbeeld moei-
lijk leesbare documenten uil archieven. Daarnaast is de kans groot dal men in een boekje als dit familieleden, vrienden of kennis-
sen zal aantreffen, want van alle in dit boekje afgebeelde personen worden er 950 met naam genoemd. Wanneer een foto verder
nog belangrijke informatie over Geervliet bevat, dan probeer ik deze, of een copie ervan, in hel archief onder te brengen.
Het komt helaas ook wel voor dat bij het overlijden van mensen de foto’s, die men kan aantreffen in de spreekwoordelijke schoe-
nendoos, door de nabestaanden niet worden gewaardeerd. Met het weggooien van die foto’s verdwijnt dan ook vaak belangrijke
informatie, die als het ware in die foto's verborgen zit. Een foto-archiefbeheerder ziel in zo'n geval niets liever dan dat die foto’s
in zijn archief worden opgenomen. Want er komt een keer een moment dat er iemand dankbaar gebruik zal maken van zo’n foto
of fotoverzameling. Het is niet de bedoeling de foto’s op te bergen om er vervolgens niets meer mee te doen. Een voorbeeld daar-
van is natuurlijk dit boekwerkje. Het succes van een uitgave als deze is geheel afhankelijk van foto’s die bewaard zijn gebleven.
Daarom is een bedankje aan al diegenen die foto’s bewaarden en aan mij uitleenden zeker op zijn plaats.
Teun Otto, Geervliet 1996

Uitgeverij De Boektant;  
 

8. Boeknummer: 00277  
Park Overbos
Natuur -- Park Over-bos           (2008)    [SSC Communicatie, Breda]
Park Over-Bos
Fotografie: Wim Schuurmans en Piet Hanegraaf

VOORWOORD
Wij kunnen terugkijken op een meer dan geslaagde opening van PARK OVER-BOS op 21 juni 2008. Alle ingrediënten voor een geslaagd feest waren aanwezig. Een aangenaam zonnetje, een overvol
programma met allerlei activiteiten, voor elk wat wils en voor jong en oud. Muziek speelde de hele middag een grote rol en in de avonduren zette Amor Musae haar beste beentje voor.
Wederom bleek uit deze dag waar de inwoners van Prinsenbeek goed in zijn, gezamenlijk een feestje organiseren. De sfeer was optimaal. En wat nog het belangrijkste is, iedereen is
enthousiast over het park. Het park dat nu al een prominente plaats in het dorp inneemt.
Dit boekje bied ik graag aan als een blijvende herinnering aan de feestelijke opening. Wellicht dat u over een aantal jaren verbaasd zult zijn als u de uitgave nog eens doorbladert en
ziet hoe snel alles verandert.
Daarom gebruik ik dit boekje ook als geheugensteuntje om uit te leggen hoe de naam PARK OVER-BOS er kwam. Want we vergeten zo snel.
Mevrouw Langen-de Jong heeft de naam bedacht. Zij had daar goed over nagedacht. Het park is gesitueerd grenzend aan de Mr. Bierensweg tot aan het einde van het PeperBOS.
Het huidige park begint aan de kant van het plantsoen en loopt daar OVER de A16 en de HSL heen. Er is nog een gedeelte wat over de A16 en de HSL heen gaat en die ligt in de omgeving van
het PeperBOS. In het park loop je OVER de paden door het BOS. De naam van het park bestaat uit twee delen: OVER en BOS, daarom de naam PARK OVER-BOS.
Een prachtige uitleg, waar zelfs ik geen speld tussen kan krijgen.
Ik wens u veel plezier met het doorbladeren van dit fotoboekje en verwacht dat deze herinneringsuitgave regelmatig op tafel zal komen om nog eens terug te kijken hoe het begon.
Janus Oomen
Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling, Ontwerp en Beheer Buitenruimte
September 2008

 Gemeente Breda;  
 

9. Boeknummer: 00283  
Fotoverslag Jubileumbedevaart Rome 2002
Religie -- Algemeen           (2003)    [Smit, Ruud]
Fotoverslag jubileumbedevaart van het bisdom Breda naar Rome 19 t/m 27 oktober 2002 (met foto cd)

Als bisdom behoren we tot de kerk van alle plaatsen en alle tijden. Nergens is dat meer zichtbaar en voelbaar dan in Rome waar de apostelen Petrus en Paulus
begraven liggen en waar de bisschop van Rome, de opvolger van de apostel Petrus, het zichtbare teken van onze eenheid is. Daarom gaan we in het najaar
van 2002 op bedevaart naar de Eeuwige Stad.
(bisschop Muskens tijdens de Opstapdag Jubileumviering, maart 2001, te Bergen op Zoom)

Reis
Al vroeg vertrekken de bussen vanuit de diverse plaatsen in het bisdom. Familieleden en vrienden van de bedevaartgangers zijn opgekomen om ondanks het vroege uur hen uit te
zwaaien.
Eenmaal over de grens doet zich een hilarisch moment voor. We stoppen bij een benzinestation, waar Italianen zich verbazen over onze sjaaltjes. Die zijn hun onbekend en ze
vragen dan ook van welke voetbalclub wij zijn, (website bisdom)

Keulen
Wij gaan met tweeduizend mensen op bedevaart, op pelgrimstocht. Wij gaan den vreemde in. We hebben ons huis, onze familie, onze woonplaats verlaten. We laten onze
gewone bezigheden, onze normale levenssfeer, onze omgeving achter en trekken naar heilige plaatsen. Wij gaan op pelgrimstocht, op bedevaart en schakelen over van stof-
felijke naar geestelijke zorgen, van aardse bekommernis naar het hemelse. Wij gaan met elkaar op reis naar heilige plaatsen om te bidden en om een gunst af te smeken,
om te danken. Wij gaan in het spoor van onze aartsvader Abraham. Als een zwervende Arameeër, op weg in den Vreemde ontmoette Abraham God op zijn weg. Wij gaan in het
spoor van de Drie Koningen van wie in deze Dom de relieken worden bewaard. Wij gaan in het spoor van St. Willibrord naar Rome...
(deken Simon Kuyten in de Dom te Keulen)

Bisdom Breda;  
 

10. Boeknummer: 00293  
Suiker Plakt
Ondernemingen -- Centrale Suiker Maatschappij (CSM)           (1994)    [Redactie: S&P Communicatiegroep]
Suiker Plakt. Jubileumuitgave ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van CSM Suiker
Fotoboek met teksten over geschiedenis suikerproductie en het werken bij CSM op grond van gesprekken met medewerkers

Opgedragen aan allen die in het suikerbedrijf van CSM werken en gewerkt hebben.

INHOUDSOPGAVE
Inleiding en verantwoording 10
Voorwoord 13
suiker, een geschiedenis 14
75 jaar CSM in vogelvlucht 22
de Jaarcyclus 32
Het Transport 74
Het Laboratorium en milieu 96
de Arbeidsverhoudingen en samenwerking 118
de Bietenleverancier 134
de Suikerraffinaderij 154
de Produkten van CSM Suiker 174
bibliografie 190

INLEIDING EN VERANTWOORDING
Het zich voor de volle honderd procent inzetten van vele mensen is een basisvoorwaarde voor de continuïteit van een onderneming als de Centrale Suiker Maatschappij.
De daarmee samenhangende krachtsinspanning is het uitgangspunt geweest voor het boek Suiker Plakt, dat verschijnt ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van CSM Suiker.

Dit boek is bedoeld voor (oud)medewerkers. Hiertoe is enerzijds volgens een thematische indeling een beeldverhaal samengesteld over het reilen en zeilen van
de medewerkers tussen 1919 en 1994.

Uit duizenden foto's, die voor een belangrijk deel zijn afgestaan door vele medewerkers en ex-medewerkers, is een selectie gemaakt. het betreft hier uniek fotomateriaal
dat voor een belangrijk deel nooit eerder werd gepubliceerd. Bij de selectie is met name gekozen voor foto's die een goed beeld geven van de medewerkers in hun werkomgeving.
De foto’s vormen het hart van het jubileumboek.

Anderzijds zijn gesprekken gevoerd met een kleine honderd medewerkers en ex-medewerkers.

In de afgelopen 75 jaar is er veel veranderd in de produktie van suiker. Het fotomateriaal uit de vroege periode van CSM Suiker geeft daarvan een goed beeld. Het ligt voor de
hand dat de afbeeldingen in het boek in belangrijke mate de vroege periode van de onderneming belichten.

Wij vertrouwen er op dat de duizenden mensen die direct of indirect betrokken zijn geweest bij de ontstaansgeschiedenis van CSM genoegen aan 'Suiker Plakt’ zullen beleven.
Ons past een woord van dank aan allen die aan de totstandkoming van dit boek een bijdrage hebben geleverd.

De samenstellers


Voorwoord
Leven en werken in de suiker is een prachtige periode in mijn leven geweest. Geboren tegenover de suikerfabriek in Steenbergen, werd ik van jongs af aan met het suiker
maken geconfronteerd.

Het is een mooi vak, dicht bij de natuur en geworteld in het platteland. Het werk loopt synchroon met de seizoenen en is overzichtelijk: van het zaaien van de biet tot de
consumptie van de suiker. Je kunt er nog veie mensen persoonlijk kennen en dankzij de campagne ben je sterk met elkaar verbonden en is er een grote saamhorigheid.

Het werken op een suikerfabriek heeft mij veel voldoening gegeven, met als jaarlijks hoogtepunt een snel aanlopende en goed draaiende fabriek na grote vernieuwingsprojecten in
de intercampagne. De essentie van het vak blijft daarbij 'low cost', waaraan ik graag 'high tech' koppel.

In dit kader past dank aan allen die werken en gewerkt hebben in ons suikerbedrijf. En ook aan hen, bietenleveranciers, afnemers, toeleveranciers, overheid en anderen die de
omgeving hebben geschapen, waarin wij ons werk konden doen. Zij allen hebben CSM Suiker gemaakt tot wat het nu is. Dankzij hun inzet is niet alleen een uitstekend suiker-bedrijf
ontstaan, maar is ook de basis gelegd voor de succesvolle uitbouw van CSM nv.

Alle reden dus om bij dit 75-jarig bestaan van CSM Suiker stil te staan en trots te zijn op wat tot stand is gebracht!

ir. G.M.L. van Loon

CSM Suiker bv Amsterdam;  
 

11. Boeknummer: 00303  
Kerken van Cuypers in oude ansichten
Religie -- Algemeen           (1986)    [Jan Jongepier en Andries Monna]
Kerken van Cuypers in oude ansichten. Jubileumuitgave van Europese Bibliotheek.
Foto's met informatieve bijschriften van alle kerken van architect Cuypers in Nederland.

INLEIDING
De toren wordt gebouwd voor de gemeentenaren buiten de kerk. De toren moet hoog zijn. Hij dient om uit de verte de plaats der kerk aan te toonen. Hij moet hoog zijn, omdat de klokken het geluid in de
verte over de woningen der gemeentenaren moeten verspreiden en hen ter kerke roepen. Een lage toren is een onding.
Deze regels, verschenen in het Bouwkundig Weekblad van 1886, zijn afkomstig van bouw-
meester Petrus J.H. Cuypers (1827-1921). De architect heeft het niet bij woorden alleen gelaten. Het silhouet van veel steden en dorpen in ons land wordt voor een groot deel bepaald door een kerk-
gebouw waarvoor hij het ontwerp heeft getekend.

Dat Cuypers zoveel opdrachten kreeg, kwam omdat hij werkte in een tijd waarin het rooms-katholieke volksdeel van Nederland druk bezig was met de emancipatie. De in de Franse tijd opgestelde grondwet van
1798 bepaalde dat alle godsdiensten gelijke rechten zouden hebben. Daarmee kwam er een eind aan de bevoorrechte positie van de Nederlands Hervormde Kerk. Voor de katholieken betekende het dat ze hun
schuilkerkjes konden verlaten en nieuwe, ruime bedehuizen gingen bouwen.

Aanvankelijk gebeurde dit in de zogenaamde waterstaatsstijl, een stijl die zijn naam ontleende aan het feit dat ingenieurs van het Ministerie van Waterstaat vaak nauw bij de plannen betrokken waren. De
kerken van dit type doen met hun klassieke tempelfront, dikwijls gecombineerd met een koepeltorentje, nogal deftig aan. De Amsterdamse Mozes en Aaronkerk is er een goed voorbeeld van.

Omstreeks 1850 maakte het neoclassicisme van de waterstaatskerken geleidelijk plaats voor de neogotiek. De eerste voortbrengselen van deze stijl vielen niet zo gelukkig uit en daarom werden ze fel gehekeld
door de rooms-katholieke geleerde en schrijver Josephus A. Alberdingk Thijm (1820-1889). Naar zijn inzichten moest een kerkgebouw aan de hoogste eisen in constructief, esthetisch en godsdienstig opzicht
voldoen. Omdat hij in de middeleeuwse gotiek deze voorwaard en voortreffelijk vervuld zag, werd hij de vurige propagandist van de neogotiek in ons land.
Spoedig vond Alberdingk Thijm in de jonge architect Cuypers een kunstenaar die in staat was voor de katholieken kerken te bouwen die, evenals in de middeleeuwen, duidelijk getuigenis zouden afleggen
van hun geloof.

Cuypers’ restauraties en ontwerpen, uitbundig geprezen door Alberdingk Thijm, brachten steeds meer bouwpastoors ertoe hun nieuwbouwplannen te laten uitvoeren door de Roermondse architect. Zijn
belangrijkste inspiratiebron lag in de jaren tussen 1850 en 1870 in de dertiende-eeuwse gotiek van Noord-Frankrijk en het Rijnland. De Sint Catharinakerk in Eindhoven geldt als het hoogtepunt uit deze
periode. Na 1870 zijn in een tweede periode ook elementen ontleend aan de Nederlandse, de Engelse, de Scandinavische en de Italiaanse gotiek aan te wijzen. De Haagse Sint Jacobuskerk, de Leeuwarder
Sint Bonifatiuskerk en de Hilversumse Sint Vituskerk laten deze ontwikkeling goed uitkomen, tevens probeert Cuypers dan in sommige ontwerpen een samengaan tussen de gotische, basilikale plattegrond
en centraalbouw te bereiken. Het mooiste voorbeeld hiervan is de Heilig Hart- of Vondelkerk in Amsterdam, de stad waar hij zich in 1865 had gevestigd in verband met het toenemende aantal opdrachten uit
het noorden van het land. Dat Cuypers ook buiten katholieke kringen erkenning kreeg, bleek toen hem de bouw van het Rijksmuseum en het Centraal Station in de hoofdstad werd toevertrouwd.

Zodra de katholieken waren gewonnen voor de neogotiek, werden Cuypers en zijn Utrechtse collega Alfred Tepe (1840-1920) overstelpt met aanvragen.
Grootse bouwwerken met hoge torens moesten na de schuilkerkentijd de herwonnen vrijheid van godsdienst overal tot uitdrukking brengen!

Het einde van de neogotiek brak aan toen in het begin van de twintigste eeuw architecten als Berlage (1856-1934) nieuwe vormen in de bouwkunst aan de orde stelden. Lange tijd hebben kunsthistorici weinig
waardering kunnen opbrengen voor de neogotische kerken. Vaak was hun afkeer terecht, want vooral uit de door leerlingen van Cuypers en Tepe geleverde ontwerpen spreekt weinig bezieling. Maar ook voor
het werk van Cuypers zelf toonde men nauwelijks interesse. Zonder noemenswaardige protesten verdwenen het kerkje in het Friese Wijtgaard, de kathedraal van Breda en in Amsterdam de Maria Magda-
lenakerk en de Sint Willibrordus buiten de Veste. Een trieste reeks die in 1982 nog een vervolg kreeg door de afbraak van de Sint Martinuskerk in Groningen...

Gelukkig is er in de jaren zeventig meer begrip voor de oorspronkelijkheid van Cuypers’ oeuvre ontstaan.
Een respectabel aantal van zijn kerken werd op de lijst van beschermde monumenten geplaatst. Ook ging men hem, zoals Berlage dat al eerder had gedaan, meer en meer zien als degene die door eerlijk materi-
aalgebruik en moderne constructiemethoden de basis had gelegd voor de architectuur van deze eeuw.

Door ruimtegebrek konden niet alle kerken van Cuypers in dit album worden opgenomen. De auteurs hebben een selectie gemaakt, waarbij ze getracht hebben niet alleen de nieuwbouwplannen maar ook
de omvangrijke restauratiepraktijk van de architect te belichten.

Sommige kerken zijn in de oorlog verwoest, voor andere kwam de herwaardering te laat. Wat rest is slechts de afbeelding op een oude ansichtkaart... Dit boekje zal af en toe goede herinneringen oproepen
aan een kerkgebouw dat er niet meer staat. Mogelijk doet het menige lezer ook met des te meer waardering kijken naar de Cuyperskerk die nu nog zo trots het silhouet van zijn woonplaats bepaalt.

Europese Bibliotheek Zaltbommel;  
 

12. Boeknummer: 00310  
Breda in oude ansichten
Historie -- Breda, algemeen           (1973)    [Brekelmans, dr. F.A.]
Breda in oude ansichten, waarin opgenomen gedeelten van de voormalige gemeenten Ginneken en Bavel, Princenhage en Teteringen.

INLEIDING.
In dit boek wordt getracht een aanschouwelijk beeld te geven van de structuur en het aanzien van de stad Breda en de kern van de toenmalige randgemeenten in de periode 1866-1936. In die tijd heeft Breda op
velerlei gebied een krachtige ontwikkeling doorgemaakt.
Men neemt veranderingen waar op topografisch, religieus, sociaal-economisch, cultureel en militair gebied.
Tot 1 mei 1927 strekte het grondgebied van de gemeente zich niet veel verder uit dan het terrein van de vestingwerken, welke in de jaren 1870/80 waren gesloopt. Sinds 1927 is het territoir driemaal uitgebreid
ten koste van de aangrenzende gemeenten Ginneken en Bavel, Princenhage en Teteringen. In 1941 werden Ginneken en Princenhage opgeheven waarna de oude dorpskernen geheel bij de stad werden getrokken.
Van de oude Bredase vestingwerken zien wij hierachter nog het bastion Nassau-Wallon.
Het aantal inwoners bedroeg in 1866 15.225 en in 1936 49.794 zodat de bevolking in die tijd is verdrievoudigd. Al is deze groei voor een groot deel aan de annexatie van 1927 toe te schrijven, toch had ook
binnen de oude stadsgrenzen een bevolkingsaanwas plaats. Per 1 januari 1973 telde Breda 121.181 inwoners.
Zoals uit foto’s van Grote Markt, Havermarkt, Torenstraat, Bindstraat en Ginnekenstraat blijkt, stonden daar destijds nog veel gesloten huizen. Lang niet alle panden waren als winkel ingericht. Riolering en
trottoirs zijn er ongeveer een eeuw geleden aangelegd. De bruggen die wij zien zijn alle licht en slechts berekend op het verkeer met wagens en rijtuigen. De straten werden met gaslantaarns verlicht, maar deze waren
gering in aantal. Hoewel de stad sedert 1855 respectievelijk 1863 door spoorlijnen met de buitenwereld was verbonden, vormde de haven toch nog lang een belangrijk element in het personen- en goederenvervoer.
Ruim honderd jaar geleden bezat Breda nog twee van de drie katholieke schuilkerken: die in de Waterstraat (Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart) en in de Tolbrugstraat (H. Barbara). Deze laatste werd in 1869 vervangen
door de kathedraal aan de Prinsenkade; de Maria-parochie stichtte in 1890 een nieuw gebouw aan de Ginnekenstraat, dat door de ontvolking der binnenstad overbodig is geworden en in 1967 afgebroken.
De kathedraal is gesloopt in 1970. Nieuwe kerken verrezen nabij de singels: de St.-Josephkerk in 1897, de H. Hartkerk in 1900 en de St.-Annakerk in 1904.
In 1887 hadden de kapucijnen een kerk en klooster gebouwd aan de Schorsmolenstraat. De gereformeerden namen in 1896 een kerkgebouw aan de Karnemelkstraat in gebruik.
Voor het lager onderwijs werd in deze periode een aantal openbare en bijzondere scholen gebouwd. Dank zij een legaat van dr. L.F.W. van Cooth kon in 1886 een ambachtsschool worden gesticht. De aloude
Latijnse School was in 1867 opgeheven, maar in hetzelfde jaar opende de gemeentelijke h.b.s. haar poorten aan het Kasteelplein. Twintig jaar later werd in de Reigerstraat het Stedelijk Gymnasium gevestigd, dat
in 1901 met de h.b.s. zou verhuizen naar het complex Nassausingel-Nassaustraat. Pas in 1923 deed het bijzonder v.h.m.o. met het Onze-Lieve-Vrouwe-Lyceum zijn intree.
Ook het culturele leven heeft zijn opgang gekend. In 1865 werd het Bredaas Mannenkoor gesticht, dat nog altijd bestaat. Het theaterleven voltrok zich aanvankelijk in de Comediezaal aan de Vlaszak, maar in 1881
werd „Concordia” geopend. Muziek en zang beoefenden de Bredanaars in velerlei verband, onder andere in een Dubbelkwartetvereniging. Het vijftig—, vijfenzeventig— en honderdjarig bestaan van de Koninklijke
Militaire Academie was telkens aanleiding tot grote feesten. Ook als een ingezetene honderd jaar werd moest zoiets gevierd worden. Zo werd in 1931 de Terheijdense baker Johanna Damen in een open rijtuig
door de stad gereden.
Openbare bibliotheken in onze stad bestonden toen nog niet, wel had de K.M.A. een rijkvoorziene boekerij die voor wetenschappelijke doeleinden toegankelijk was. Veel hotels, café’s en restaurants kende Breda en omgeving ook
vroeger. Het in 1967 afgebrande restaurant „’t Zuid” bestond al vóór 1830.
Andere oude zaken in de binnenstad waren het café „die Porte von Cleve” naast het stadhuis, hotel „De Kroon”, Boschstraat, „De Gouden Leeuw”, Korte Boschstraat en „Zum Franciscaner” aan de Vismarkt.
Naast „Concordia” was een gezellig café en de „Grote Sociëteit” was gevestigd in de bovenzaal van café „Moderne” aan de Veemarktstraat. Het mooie dorp Ginneken kende zijn hotels „Duivelsbrug”, „Dennenoord”,
„Rustoord” en „Groene Woud”. Nabij het seminarie „Ypelaar” lag het café „De Heilige Tap”. Onder Princenhage lagen de hotels „Mastbosch”, „Boschhek”, „Burck”, „De Kroon” en „Huis ten Bosch”. Zij konden floreren
dank zij het bloeiende vreemdelingenverkeer dat Breda sinds de jaren tachtig kent. Tussen Breda en Ginneken lag op Teterings grondgebied aan de Ginnekenweg nog hotel „Flora” Na 1850 kwam ook de industrie in Breda op.
De kachelfabriek van Klep is het oudste metaalbedrijf. Daarna volgde Backer en Rueb. Tevoren kende Breda reeds passementbedrijven, bierbrouwerijen en zoutziederijen. De drukkerijen van Oukoop en Broese zijn
van hoge ouderdom. Van iets jongere datum zijn de chocolade- en suikerfabrieken De Faam en Kwatta.
Goederen voor directe consumptie werden verhandeld op de Grote Markt, de Havermarkt, het Kasteelplein en in de Boterhal. Tot 1865 werd op vele waren een stedelijk accijns geheven via kantoren bij de stads-
poorten. Wij zien hierachter bijvoorbeeld het Bureau der Stedelijke Belastingen aan de Waterpoort. Het tramwezen in Breda bloeit sinds 1884 toen Kuitenbrouwer de Ginnekense Tramwegmaatschappij sticht-
te. Later kwamen hier de maatschappij „Breda-Mastbosch” (station via Baronielaan naar het bos) en de „Zuid-Nederlandsche Stoomtram Mij.”, die de verbinding onderhield tussen het station in Breda en de
Markt te Princenhage. Op al deze lijnen bestond de tractie uit paarden. Het stadsbeeld kende nog verschillende molens: de oliemolen van Betz aan de Leuvenaarswal, de molen „Het Fortuin” aan het Van
Coothplein en de molen „De Vier Winden” achter de Nieuwe Ginnekenstraat. Princenhage had zijn hoge molen aan de Liesboslaan.
Het ziekenhuiswezen is te Breda eerst op het einde van de negentiende eeuw opgekomen. Voor de katholieken was er het Gasthuis aan de Haagdijk. In 1901 kwam het Diaconessenhuis gereed en pas in 1923 het
grote St.-Ignatiusziekenhuis aan de Wilhelminasingel. Ginneken bezat zijn Laurensgesticht vanaf 1913, Princenhage zijn Luciagesticht vanaf 1890. Te Ginneken kon men ook een wonderdokter aantreffen, de beken-
de Frans Colson. De volksgezondheid werd zeer be/orderd door de aanleg van een waterleiding, die te Breda in 1894 en te Ginneken in 1904 tot stand kwam.
Over water gesproken: in Ginneken kon men een koudwaterkuur ondergaan in het bad Wörishofen.
Van oudsher is Breda een garnizoensstad. Voor de huisvesting van de militairen zijn echter eerst laat goede kazernes gebouwd. Aanvankelijk waren er alleen de Kloosterkazerne, de Hoge Barakken achter de Gin-
nekenstraat en het Arsenaal aan de Gasthuisvelden. De opening van de Chassékazerne in 1899 betekende een verheugende vooruitgang. Na de ontmanteling van de stad werden op de geslechte vestingwerken grote
exercitieterreinen aangelegd langs Nassausingel en Fellenoordstraat. Ook de stedelijke nutsbedrijven beleefden in deze tijd hun opkomst. De gasfabriek was reeds in 1858 gebouwd op het Waterlunet. Een pomp-
station en prise d’eau zijn in 1894 te Dorst tot stand gekomen. Ginneken kreeg reeds elektriciteit in 1904, maar Breda pas in 1918. De gemeentereiniging was in 1878 ondergebracht op het vroegere lunet B. De
dienst der beplantingen werd in het leven geroepen bij de aanleg van het Valkenberg.
Het toerisme begon voor Breda pas goed op gang te komen na de aanleg van de beide stadsparken: Wilhelminapark en Valkenberg. De grote trek hierheen werd overigens veroorzaakt door het natuurschoon der Bre-
dase omgeving. Ginneken gaf reeds in 1889 een V.V.V.-gids uit en Breda volgde in 1897. Een belangrijke toeristische verbinding vormde de Boulevard Breda-Mastbosch, die door een particulier was aange-
legd op het grondgebied van drie verschillende gemeenten.
Het gemeentebestuur onderging in dit tijdvak ook een sterke uitbreiding. Waren er vijftien raadsleden in 1866, zeventig jaar later waren het er zevenentwintig.
Bij het begin van dit tijdvak was mr. A. Kerstens burgemeester; van 1919 tot 1936 was dit mr. dr. W.G.A. van Sonsbeeck, met wiens grootse afscheidsfeest wij dit boek besluiten.
Voor de samenstelling van dit boek hebben wij een keuze moeten doen uit het overvloedige materiaal dat in Stedelijk Museum en gemeentearchief ter beschikking was. Wij hebben onze voorkeur laten uitgaan naar
zeer oude foto’s en voorts naar afbeeldingen van die stadsgedeelten die grondig van aanzien zijn veranderd.
Graag hadden wij onze selectie zodanig verricht dat aan de hand van de plaatjes een harmonisch résumé van de stedelijke historie kon worden gegeven. Aangezien echter van tal van facetten van het stedelijk leven
geen afbeeldingen voorhanden waren,bleek deze wens niet uitvoerbaar. De lezer beschouwe dit boekje daarom slechts als een bijdrage tot de kennis van de stad Breda en het leven van de bewoners in deze periode.
In deze tweede druk werd een aantal correcties en aanvullingen opgenomen. Nieuw zijn de afbeeldingen genummerd 29, 70 en 87. Voor deze editie verschaften velen mij materiaal, van wie ik wil noemen:
mejuffrouw J.H.H. Houwing, de heren J.L. Bergé, ir. J. Badon Ghijben, H.A. van der Pool en prof. mr. O.A.C. Verpaalen te Breda en de heren G.J.J. Boost te Roosendaal, H.F. ten Hoopen te Heemstede,
J.L.M. Peerden te Nijmegen en drs. G. van de Vlasakker te Hengelo (O).
Breda, september 1973.

Europese Bibliotheek;  
 

13. Boeknummer: 00392  
Langs de Mariakapellen
Religie -- Algemeen           (1985)    [G.A.A.M. Kuijpers]
Langs de Mariakapellen

Inhoud
Voorwoord blz. 5
Langs de Mariakapellen 6-7
Het Kerkgebouw van de parochie St. Bavo 8-9
Lourdesgrot 10-11
Beeldengroep 12 - 13
Kapel Tiggelt 14-15
Kapel Tiggeltseberg 16 -17
Kapel Ettenseweg 18-19
Plattegrond 20 - 21
Kapel Zwart Moerken 22-23
Kapel Kaarschot 24 - 25
Kapel Hazeldonk 26 - 27
Kapel Mosten 28 - 29
Kapel Oekel 30-31
Kapel Oekelseheide 32 - 33
Kapel Klein Oekel 34 - 35
Kapel Kruispad 36 - 37


RIJSBERGEN
Langs de Mariakapellen.
Voorwoord
Een reeds lang sluimerende wens; een simpel idee voor een fietstocht; een onbekend verhaal; dit alles is uitgegroeid tot een boek-
werkje dat veel herinneringen met zich draagt en een route biedt waarlangs het nog leuk fietsen is ook.
Met dank aan al diegenen die hun medewerking hebben gegeven om dit boekje tot stand te laten komen, met name Jan Bastiaansen
die er nu en in het verleden reeds vele uurtjes in heeft gestoken en niet te vergeten de buurtbewoners die de kapelletjes al die tijd in ere
houden.
Wat betreft het fietsen wordt verwezen naar de middenpagina alsmede naar de plattegrond van de gemeente Rijsbergen waarop
de fietsroute eveneens is aangegeven.
Om alle kapelletjes te bereiken moet men op enkele plaatsen de verharde weg verlaten en via soms slechte paden de route ver-
volgen. De totale lengte bedraagt 21 km.
Mochten er onverhoopt onvolkomenheden dan wel onjuistheden in dit boekje voorkomen, dan houden wij ons daar graag voor aan-
bevolen zodat we ze in een eventuele herdruk kunnen verwerken.
J.C. Hoekman
Gemeente Rijsbergen
Rijsbergen, november 1985

Gemeente Rijsbergen en Rabo Rijsbergen;  
 

14. Boeknummer: 00394  
Het hart van de Baronie van Breda, stad en zes dorpen 1930-1980
Historie -- Breda, algemeen           (2004)    [Stadsarchief Breda]
Vredactie: Stadsarchief Breda
Het hart van de Baronie
Breda, stad en zes dorpen
1930 - 1980
waarin opgenomen:
Bavel, Breda, Ginneken,
Princenhage, Prinsenbeek,
Teteringen en Ulvenhout


Voorwoord
Toen Uitgeverij Aprilis voorstelde een fotoboek uit te geven over Breda in de jaren 1930-1980, wilde het Stadsarchief Breda daar graag aan meewerken. Het archief ver-
zamelt immers niet alleen foto’s, maar maakt de collectie ook toegankelijk voor gebruik. Het is bijvoorbeeld binnenkort mogelijk om via internet foto’s te zoeken en te
bekijken, maar ook in een boek is kennis te maken met foto’s uit het verleden.
Nu heeft Breda verscheidene gemeentelijke herindelingen achter de rug, de laatste in 1997, waardoor de gemeente in omvang sterk is toegenomen.
De dorpen Bavel, Ginneken, Princenhage, Prinsenbeek, Teteringen en Ulvenhout zijn tegenwoordig Bredaas grondgebied. Het was aantrekkelijk om dat hele grote ge-
bied te betrekken bij een fotoboek.
Daarvoor is samenwerking gezocht met heemkundekringen uit de om liggende dorpen. Die beschikken immers over een eigen, lokale fotocollectie of kennen mensen in hun
dorp die beeldmateriaal bezitten van bijvoorbeeld verenigingen, sportactiviteiten, dorpsfeesten en het platteland. Breda heeft nu dus vijf heemkundekringen (waaron-
der we ook het Princenhaags Museum rekenen) en alle werkten graag mee aan dit boek. Daarom zijn de foto’s in dit boek uit alle delen van de gemeente
Breda afkomstig. Het Stadsarchief heeft steeds een coördinerende rol gespeeld, maar de heemkundekringen zijn de échte auteurs van het boek. Zij hebben gespeurd naar
foto’s, geselecteerd, aangeleverd, teksten gemaakt en gecorrigeerd.
Dat was een grote inspanning maar het resultaat is dan ook een geheel nieuw boek van Bavel, Breda, Ginneken, Princenhage, Prinsenbeek, Teteringen en Ulvenhout,
samen in één gemeente.

Uitgeverij Aprilis;  
 

15. Boeknummer: 00420  
Gageldonk/Bethlehem/Emer
Historie -- Haagse Beemden, algemeen           (2001)    [A. Verkooijen, P. van Hooijdonk]
Gageldonk/Bethlehem/Emer
Zo 't vroeger was
Dit boek is via deze link verkrijgbaar in de winkel van Heemkundekring Op de Beek.


VOORWOORD
Gageldonk ziet men tegenwoordig door de McDonaldmast al van verre en dat is sprekend voor de gedaantewisseling die dit gebied heeft ondergaan in de afgelopen decennia. Door het gedeelte vanaf
de Spoorstraat tot de Lunetstraat en enkele markante punten, zoals bijvoorbeeld de Kapel en het Hooghuis, kan de hedendaagse bezoeker nog een glimp opvangen van het verleden.
De moderne tijd maakte in ruim 25 jaar van een ouderwetse heerlijkheid een nieuwerwets woondomein. Daarmee werd alles anders, zowel de gebouwen als de bewoners. Vroeger overwegend
boerderijen met hun autochtone bewoners die dicht bij de natuur leefden en er ter plaatse met hard werken de kost verdienden, nu woonhuizen in alle varianten met hun breed geschakeerde bewoners uit
alle windstreken en die elders de kost verdienen.

Dit fotoboek over Gageldonk is als een wandeling door het gebied zoals het rond 1960 nog was.
Het is bedoeld voor zowel degene die er al tijden woont, als die er nu woont of ooit gewoond heeft. Voor hen die er al tijden wonen om in een onbewaakt ogenblik even terug te gaan in die tijd. Voor
degene die er ooit gewoond heeft het ophalen van dierbare herinneringen. En voor degene die er nu woont om binding te krijgen met het verleden van zijn dagelijkse woonomgeving.
Vanwege het succes van de fotoexpositie vorig jaar en het belang van het vastleggen van tijdsbeelden heeft onze heemkundekring en speciaal de samenstellers Anneke Verkooijen en Piet van Hooijdonk er
toe doen besluiten om dit fotoboek uit te geven. Wij weten zeker dat we er velen een plezier mee zullen doen. Dank natuurlijk aan de samenstellers voor hun noeste arbeid en aan allen die bereid zijn geweest
foto’s voor dit boekje ter beschikking te stellen of die op een andere manier aan de samenstelling hebben medegewerkt.
Wandelt u met ons mee.....
30 september 2001
HEEMKUNDEKRING OP DE BEEK


DE HEERLIJKHEID GAGELDONK
De grootste en belangrijkste gronden lagen in de Haagse Beemden-Oost, dit was het gebied dat in 1976 van de gemeente Prinsenbeek overging naar de gemeente Breda. Daar is intussen een nieuwe
stadswijk gebouwd: de Haagse Beemden.

Ook in Prinsenbeek lagen nog verschillende gebieden o.a. net ten zuiden van de huidige bebouwde kom. De naam “Westrik“ zou ook hier haar oorsprong hebben gevonden, want het was het
“Westerkwartier“ van Gageldonk. Verder lagen er eigendommen in Heerle en Wouw, Roosendaal (nieuwbouwwijk ten zuiden van de stad) en Nispen. Ook in Sprundel en het vroegere Princenhage
lagen nog verschillende goederen. En dan het gebied rond de Heuvel te Tilburg. Daar waar nu het zakelijk hart van de stad klopt, hadden vroeger de heren van Gageldonk alles te vertellen.

De kern van de oude heerlijkheid Gageldonk bestond en bestaat grotendeels nog uit:
• een kasteel(tje) omgeven door een watergracht, verwoest door de Watergeuzen in 1573. (Dit was waarschijnlijk niet het eerste kasteel op Gageldonk, maar zeker het tweede, misschien
zelfs het derde kasteel dat er gestaan heeft.)
• een poortgebouw met woning, die de toegang tot het kasteel afsloot. Dit staat er nu nog en wordt in de volksmond: Hooghuis van Gageldonk genoemd (gebouwd tussen 1508 en 1520).
• De kapel van Gageldonk op de kleine Hazenberg (nu Moerenpad). De kapel is tot op vandaag goed bewaard gebleven.
• de Grote Hoeve of Kasteelhoeve van Gageldonk. Deze is rond de vorige eeuwwisseling grotendeels afgebroken. De grote Vlaamse schuur die er bij hoorde nog in de jaren twintig en
de gebouwen die er nu staan zijn vanzelfsprekend wel de gebouwen van de Grote Hoeve of Kasteelhoeve van Gageldonk, maar hebben niet echt meer bij een kasteel gestaan, omdat het
toen niet meer bestond.

Er is in dit gebied veel veranderd, heel veel boerderijen, “boerebedoeninkskes”, huizen, wegen, kleine paadjes, prachtige oude hagen en bomen etc.etc.zijn verdwenen. Dit moest allemaal weg voor de
vooruitgang en de aanleg van een nieuwe wijk: DE HAAGSE BEEMDEN.
Door de foto’s in dit boekje proberen we de Gageldonkseweg, Gageldonksestraat, Binnenweg, Moerenstraat, Achter Emer, (d’n Emmere) en een stukje Steenakkerstraat te laten herleven.
Heel veel inwoners van Prinsenbeek en ook de Haagse Beemden zijn op dit grondgebied geboren.
Wij hopen dat u hier veel plezier aan zult beleven.
De samenstellers:
Piet van Hooijdonk
Anneke Verkooijen

Heemkundekring Op de Beek;  
 

16. Boeknummer: 00421  
Princenhage in oude ansichten
Historie -- Princenhage, algemeen           (1999)    [H. Dirven, P. Dekkers]
Princenhage in oude ansichten

INLEIDING
Nu, in de jaren zeventig, wordt het vroegere dorp, of beter gezegd de vroegere dorpskom van Princenhage, weer behoorlijk uitgebreid. Vooral ten noorden en ten zuiden van de
oude dorpskom verschijnen hele nieuwe straten, ja zelfs een heel nieuwe wijk. Daardoor zal hopelijk de functie van het eeuwenoude dorp als lokaal verzorgingscentrum weer wat
worden opgevijzeld. Want als er één dorp de laatste dertig jaar heeft bewezen, hoe funest een annexatie voor een plaatselijke gemeenschap kan zijn, dan is dat Princenhage wel.
Vele honderden jaren was Princenhage-dorp, of kortweg „’t Aogje”, een kerkelijk, bestuurlijk en economisch-sociaal centrum voor de eertijds grote gemeente Princenhage. Het
dorp is ontstaan in de veertiende en vijftiende eeuw rond de St.-Martinuskerk, die was gebouwd op een lichte verhoging aan de weg van Breda naar Bergen op Zoom. In 1650 zijn
daar de Dreef en de Mastbosstraat, als verbindingsweg tussen het Liesbos en het Mastbos, bijgekomen. Ongeveer weer een eeuw later werd het voetpaadje naar het noorden (de oude
Heilaarstraat) ook een straat.
In het midden van de vorige eeuw werden ook de spoorwegen aangelegd, waardoor in de gemeente Princenhage in korte tijd zelfs drie stations kwamen. Aan het einde van diezelfde eeuw
werden er ook tramlijnen vanuit Breda via Princenhage naar Zundert-Antwerpen en naar ’t Liesbos-Etten aangelegd. In die tijd kreeg Princenhage nationale bekendheid als toeristen-
plaats, vooral dank zij haar prachtige bossen. Heel wat grote hotels, en ook vele mooie villa’s, dateren van die jaren. Vooral die langs de huidige Haagweg en Liesboslaan.
Princenhage begon ook snel te groeien met haar bevolkings aantal. Was tot 1800 de bevolking vrij constant, rond de 3.000 zielen (in 1796 welgeteld 3.285), in 1840 bereikte
Princenhage de 5.000 en in 1906 de 10.000 inwoners. De volgende jaren ging de groei vooral sterk door rond het Duitenhuis, waar vele arbeiderswoningen werden bijgebouwd.
In 1927 werd dit gedeelte door Breda geannexeerd, waardoor het inwoneraantal terugviel tot net iets boven de 11.000. In 1941 had Princenhage weer zo’n 13.000 inwoners, maar toen
werd het gehele zuidelijke gedeelte bij Breda gevoegd. Het noordelijk gedeelte, boven de spoorlijn Breda-Roosendaal, werd de nieuwe zelfstandige gemeente Beek met nog geen
4.000 zielen.
In de periode die in dit fotoboekje wordt behandeld, is het van belang te weten dat Princcnhage werd bestuurd door de volgende burgemeesters: A. Wermenbol (1865-1880), A.
Schrauwen (1882-1903), F. Dommer van Poldersveld (1904-1917), J. Vermeulen (1917-1935) en G. Sutorius (1935-1941). De eerste burgemeester van het zelfstandige
Beek werd J. Sterkens. Hij was tevens ook de laatste secretaris van het zelfstandige Princcnhage. De pastoors van de St.-Martinusparochie waren in die periode: G. van Spaandonk
(1870-1874), P. van Oers (1874-1904), F. Flooren (1904-1922) en A. Bouman (1922-1961). De bouwpastoors van de twee nieuwe parochiekerken waren: A. Hoevenaars
(Liesbos) en Ant. Adr. Ansems.

Wij hebben in dit boekje getracht een beeld op te roepen van de jaren 1890 tot 1940. Op de eerste plaats hebben we daarom in een vijftigtal foto’s de diverse straten, gebouwen
en dergelijke als in een rondwandeling aan u voorgelegd. Daaropvolgend laten wc u in een vijfentwintigtal foto’s nog even een kijkje nemen in het rijke verenigingsleven, het
kerkelijk leven, bij diverse gebeurtenissen, groepen, enzovoort. Onze wens is natuurlijk dat we daarbij zo volledig mogelijk zijn geweest, hoewel wij ook wel goed beseffen dat
helemaal volledig zijn een onmogelijkheid is.
Toch hopen wij dat u dit boekje nog dikwijls met genoegen zult doornemen en dat het ook voor u een herinnering levendig zal houden aan de tijd dat Princenhage nog echt „’t Aogje
van het Zuiden” was.

De werkgroep „Haagse Beemden” dankt allen die hebben meegeholpen bij het samenstellen van het boekje „Princenhage in oude ansichten”. In dc eerste plaats willen wij hier
noemen dr. F. Brekelmans, archivaris van de gemeente Breda. Tevens maken wij hier ook van de gelegenheid gebruik om te wijzen op een soortgelijk boekje als dit, maar dan onder de
titel „Breda in oude ansichten”. Het is geschreven door de heer Brekelmans en uitgegeven in 1967, terwijl in 1973 een tweede druk verscheen. De nummers 98 tot en met 112 van
dit deel betreffen ook Princenhaagse ansichten, zoals de Haagsepoort. de Markt, de boterfabriek, „Boschhek”, Liesbosstraat, Lucia, korenmolen „De Hoop”, „Lindenhof’,
„Lindenburg”, hotel „Liesbosch”, „Huis ten Bosch” en de boswachterswoning in het Liesbos. Verder gaat ook onze bijzondere dank uit naar drs. C. Lohmann, archivaris van de
gemeente* Prinsenbeek, de heer F. Kimmel. directeur van het stedelijk en bisschoppelijk museum, de heren M. Lips, J. van de Broek, A. van Nunen, G. van Stokkom en J. Dekkers en de
dames Van Schaik-Rijnen, Bijl-Nooyens, Nooyens-van Stokkom, Nooren-Schrauwen, Dekkers-Frijters en Van Rosmeulen-Dirven. Allen hier genoemd, en ook degenen die
ons nog verder informatiemateriaal hebben verschaft, zeggen wij hierbij nogmaals onze hartelijke en welgemeende dank.
Wij willen nog even wijzen op ons tijdschrift „Hage” dat nu, in 1975. haar eerste lustrum viert, met andere woorden dat aan het einde van dit jaar haar vijftiende uitgave ziet ver-
schijnen. Het nummer 14 (verschijnt september) zal helemaal handelen over de huidige toestand van alle monumenten die zich nu nog in de vroegere gemeente Princenhage bevinden.
In totaal ruim zeventig gebouwen.
Werkgroep „Haagse Beemden”


INHOUDSOPGAVE
1. Luchtfoto Princenhage-dorpskern in 1926
2. De Markt van Princenhage
3. De Markt van Princenhage
4. De Markt met de gedenknaald (monument)
5. De Markt aan de westzijde
6. Raadhuis en toren (hoge spits)
7. St.-Martinuskerk met afgewaaide toren
8. St.-Martinuskerk te Princenhage
9. Interieur van de St.-Martinuskerk
10. Dreef met de protestantse kerk
11. Dreef met het postkantoor
12. Dreef met de lindebomen
13. Dorpsstraat (Voorstraat), nu Haagweg
14. Voorstraat, nu Haagweg
15. Voorstraat vanaf de Markt gezien
16. De villa „Princenoord” aan de Haagweg
17. De villa „Hage” aan de Haagweg
18. De villa „Wilhelmina” aan de Haagweg
19. De Haagsepoort aan de buitenzijde van Breda
20. Markt en Heilaarstraat
21. De Kerkstraat of Heilaarstraat
22. Station Princenhage-Beek op Heilaar
23. Huize „Heilaar”
24. De Grootestraat, nu Liesbosstraat
25. De Grootestraat, nu Liesbosstraat
26. Het Mauritspleintje, nu Liesbosstraat
27. Liesbosstraat met brouwerij „De Koe”
28. Korenmolen „De Hoop” aan de Liesboslaan
29. Luciagesticht aan de Liesboslaan
30. Hotel „Bellcvue” („De Kroon”) aan de Liesboslaan
31. Villa „Palmyral” aan de Liesboslaan
32. Ingang Liesbos aan de Liesboslaan
33. Café „De Drie Linden” aan de Liesboslaan
34. Hotel „Burck” bij het Liesbos
35. Hotel „Huis ten Bosch” bij het Liesbos
36. Pastoor Van Arskerk bij het Liesbos
37. Kindervakantiekolonies bij het Liesbos
38. De Leursebaan met theekoepel
39. Het jachthuis in het Liesbos
40. Huize „Zoutland” bij het Liesbos
41. Effen met rooms-katholieke kerk en pastorie
42. De standaard korenmolen van Effen
43. Hoeve „In ’t Hout”
44. Hotel „Boschhek” bij het Mastbos
45. Laantje in het Mastbos (Princenhage)
46. Historische pomp op de Markt
47. De tram in Princenhage
48. De paardetram in Princenhage
49. Eerste echte vuilniswagen in Princenhage
50. Duitenhuis bij Breda
51. Fruitmarkt „Duitenhuis”, 1900
52. Tuinbouw of hovenierderij
53. Boerenstandsorganisatie Princenhage
54. Coöperatieve stoomzuivelfabriek „Martinus”
55. Installatie burgemeester Dommer van Poldersveld
56. Afscheid burgemeester Vermeulen
57. Installatie burgemeester Sutorius
58. Huldiging gemeentebode H. Simons
59. Harmonie „Cecilia”
60. Mannenkoor „Princenhage”
61. Toneelvereniging van het „Kruisverbond”
62. Voetbalvereniging „Groen-Wit”
63. Handboogschutterij „Geen Moed Verloren”
64. De schaatskoning: Koen de Koning
65. Princenhage: kegelclub „Kracht en Vooruitgang”
66. Burgersocicteit „ Het ’s Maandags Gezelschap”
67. Onthulling monument
68. De openbare lagere school
69. De katholieke meisjesschool
70. Zelatricemiddag paters, Liesbos
71. Sacramentsprocessie
72. De katholieke jonge meisjesvereniging
73. Dameskerkkoor St.-Martinuskerk
74. Ereboog gouden bruiloft
75. Tramongeval bij het Liesbos
76. Auto-ongeval op de Rijsbergseweg
77. Carosseriefabriek „De Ley”

Europese Bibliotheek Zaltbommel;  
 

17. Boeknummer: 00433  
Klederdrachten
Historie -- Plattelands- en boerenleven           (1976)    [Constance Nieuwhoff (tekst), Willem Diepraam (foto's), Cad Oorthuys (foto's)]
Klederdrachten, een reis langs de levende streekdrachten van Nederland

Inleiding
Van oude klederdracht tot levende streekdracht
Als zesjarig meisje kreeg ik eens, tijdens een vakantie, op een stille, warme middag in een donkere achterkamer een wonderlijk, prachtig pak aan, en werd toen gefotografeerd — in die
tijd een hele belevenis. Wellicht is dat er de oorzaak van dat die kleren, die zo heel anders waren dan ik gewend was, me zijn blijven boeien. Die belangstelling werd in later jaren
steeds gevoed, als ik — zijdelings — met mensen in aanraking kwam die een heel eigen soort kleding droegen, een soort kleding die als ‘klederdracht’ werd aangeduid.
Pas enkele jaren geleden kreeg ik de kans om mannen en vrouwen in klederdracht het hemd van het lijf te gaan vragen. Dit is haast letterlijk bedoeld, want toen was ik van plan de zaak eens
grondig aan te pakken. Mijn belangstelling en achting voor mensen en hun kleding is door dat veelvuldig contact sterk toegenomen. In het jaar van die rondreis door het land heb ik meer
vrienden en vriendinnen gemaakt dan in vele jaren daarvoor.
Maar ook groeide mijn nieuwsgierigheid naar de oorsprong van al die bijzondere kledingvormen en ik hield me bezig met de vraag waarom er maar hier en daar in Nederland nog
groepen mensen zijn die een eigen klederdracht dragen en elders niet. De meeste mensen zien klederdrachten als een verschijnsel op zich en vragen zich niet af waar die dracht vandaan
komt en waarom hij zo is. Maar de lezers van dit boek zullen wèl benieuwd zijn naar de achtergronden en de ontwikkeling van de klederdrachten, die nu nog om ons heen gedragen worden.
Als uitgangspunt voor beschrijving en afbeelding zijn de drachten genomen die nu, in 1976, nog in het dagelijkse leven in een twintigtal streken in Nederland worden
gedragen. Op het kaartje ziet u de route die daarbij gevolgd is. Op deze route zijn de streken waar nog een traditionele dracht wordt gedragen, verdeeld in de regio’s:
I Noord- en Zuid-Holland,
II Zeeland en
III Overijssel, Gelderland en Utrecht.
Daarna als ‘toegift’ een indruk van de ‘streekdracht’ die de laatste jaren in Amsterdam te zien is (IV).
In Groningen, Friesland, Drente en Limburg wordt - helaas — in het dagelijks leven geen streekdracht meer gedragen.
Om alle kleine detailverschillen per streekdracht op hun juiste waarde te kunnen beoordelen, moeten we ons eerst afvragen waarom we kleding dragen. In de eerste plaats
natuurlijk om ons te beschermen tegen kou en warmte. Kleding kan er bovendien toe bijdragen ons gevoel van eigenwaarde te versterken. De kleding heeft immers ook tot doel aanwijzingen
te geven over de rang of stand van de drager/draagster, zoals ze ook kan aanduiden of deze blijde of trieste dagen beleeft.
Tegenwoordig is, door de toenemende communicatie tussen landen en gemeenschappen, de kleding veel eenvormiger geworden. Oma’s dragen dezelfde spijkerbroeken als hun kleinkinderen en ook
rouw om het verlies van een geliefd mens wordt nog zelden getoond door het dragen van donkere kleren. Overigens was dat tonen van rouw in kleding een goede afspraak, omdat het
uiting kon geven aan het verdriet van de drager/draagster, en een ander daar rekening mee kon houden. Het dragen van een beleefdheidsmasker en het verzwijgen van
verdriet waren dan niet nodig.
Met het woord ‘klederdracht’ duiden we meestal de traditionele kleding aan die een groep mensen op een bepaalde plaats draagt, en die uiting geeft aan hun gevoel van saamhorigheid.
Dat gevoel kan veroorzaakt worden door een isolement, een zelfde beroep (bijvoorbeeld vissers) of een gemeenschappelijke godsdienst. Vaak gaan deze elementen samen. Maar eigenlijk is de term
klederdracht niet juist. Die kan immers ook gelden voor allerlei andere vormen van groepsgebonden kleding, zoals de dracht van burgers, soldaten, nonnen en tramconducteurs.
Een betere naam voor een gelijke kleding, gedragen door mensen die gebonden zijn aan een stad, dorp of streek, is daarom ‘streekdracht’. En over die - nu nog levende - streekdrachten gaat
het in dit boek.

Een levend prentenboek
Maar waar komen die bijzondere kledingvormen nu vandaan? Vele elementen in de huidige streekdrachten gaan rechtstreeks terug tot de algemene modedracht in Holland van
omstreeks de zestiende en zeventiende eeuw.
Op sommige plaatsen (Marken en Urk bijvoorbeeld) is de hele dracht nog bijna gelijk aan die uit de zestiende eeuw.
In andere delen van Nederland, zoals Twente, de Veluwe of Cadzand, bestaat de vrouwendracht uit een laat negentiende-eeuwse japon met een mutsvorm erbij die in ouderdom
teruggaat tot de Napoleontische tijd. Streekdracht is dus eigenlijk een levend prentenboek van vier eeuwen mode, en dan in steeds afwisselende detailcombinaties. En deze dracht
is niet statisch, maar kan in enkele tientallen jaren vaak nog opvallend veranderen.
Dat in deze inleiding de vrouwendracht uit met name de zestiende eeuw als aanknopingspunt gebruikt wordt en het in dit boek bijna uitsluitend over vrouwen gaat, komt doordat
er tegenwoordig haast geen streekdracht meer wordt gedragen door mannen.
Omstreeks de zestiende eeuw bestond er een aantal kledingvormen naast elkaar: adel en geestelijkheid droegen andere — vaak als hofkleding voorgeschreven — kleding dan
kooplieden, boeren, vissers of ambachtslieden en hun vrouwen. Kleren waren — en zijn nog — een belangrijk middel om rang en stand van de drager/draagster in de maatschappij aan te
geven. In veel dorpen en streken leefden de mensen in een vrijwel volledig isolement.
Veranderingen in de kledingmode, geïnspireerd door het voortdurend streven naar exclusiviteit van de toonaangevende adel, vonden bij de stedelingen sneller en gemakkelijker navolging
door hun hogere welstand en betere informatie.
De bewoners van het platteland kregen die informatie meestal pas veel later — via een paar doortrekkende reizigers — en waren dan nog vaak veel te arm om kleren die nog niet totaal
versleten waren te vervangen omdat ze ‘uit de mode’ raakten. Als de stadsmode op het platteland werd gevolgd, dan gebeurde dat dus veel later en alleen in die details, die men mooi of
praktisch vond of erg belangrijk achtte als statussymbool. Dit was bijvoorbeeld het geval met het - aanvankelijk ijzeren - klemmetje (het oorijzer), dat de muts op het hoofd
vasthield. In Friesland dijde dit gebruiksvoorwerp uit tot een uiterst kostbare gouden helm die het hele hoofd omsloot. Hoewel het helemaal niet nodig was dat klemmetje te
veranderen, werd het toch gedaan om daarmee de welstand van de draagster te kunnen uitdrukken. Vaak ook was kleding helemaal aan een beroep aangepast, zoals bijvoorbeeld die
van de Urkse en Volendamse mannen, die eeuwenlang vissers zijn geweest en waarvan de kleding voetvrij, warm, waterafstotend en winddicht is, en dus uitermate geschikt voor
het werken op kleine, open boten in een koud klimaat. De zijden kousen- en kuitbroekenmode van de hogere, niet-werkende klassen heeft aan deze drachten nooit een modedetail kwijt
kunnen raken.
In de zeventiende eeuw waren de Nederlanden ook een toevluchtsoord voor mensen die om hun geloof uit hun geboorteland waren verdreven. De vluchtelingen brachten, behalve
dat geloof, ook hun eigen kleding mee uit hun land van herkomst, zoals de Wederdopers die zich op het Kampereiland vestigden en de Hugenoten en emigranten uit Salzburg, die in
Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen terecht kwamen.
Ook economische crises, oorlogen en overstromingen konden plaatselijke kledinggewoonten beïnvloeden. Doordat in oorlogen of bij een overstroming veel mensen uit een
gemeenschap de dood vonden, werd er vaak zo lang gerouwd, dat een eens kleurige dracht vrijwel geheel zwart werd en bleef. Ook had het verschil in welstand tussen bijvoorbeeld
Zeeland, Holland en Friesland aan de ene kant en Drente en Brabant anderzijds gevolgen voor de kleding. In de eerstgenoemde gebieden werden veel gouden sieraden gedragen, terwijl
in Drente en Brabant kleding en versiering tot de eenvoudigste onderdelen beperkt waren.
In dit boek kunt u, aan de hand van illustraties uit twee boeken die de streekdrachten in de negentiende eeuw beschrijven, zelf een indruk krijgen hoe die er destijds uitzagen.
Het boek van E. Maaskamp dateert uit 1805, de impressies van Valentijn Bing en Braet von Ueberfeldt (verder aangeduid als Bing) dateren uit 1865. Nederland was —en is
ook nu nog —om Maaskamp (1805) te citeren:
‘een kleene plek gronds, die grooter verscheidenheid in kleding oplevert, dan schier alle werelddeelen buiten Europa, en zich in de oogen van den menschenkenner zoo
karaktermatig, als volstrekt eenig andere volk, vertoont. Amsterdam alleen levert, in deszelfs verscheidene wijken, schier zoovele onderscheidene costuums op: elke stad van Holland
heeft hare eigene. De onderscheidene noordelijke gewesten van het Rijk schijnen door bijzondere volkeren bewoond. De visschers- en boeren-dorpen, de handel- en de
binnensteden, de eilanden en de kusten, hebben allen niet slechts hare eigene, geheel karaktermatige zeden, in houding en kleeding der bewoners blijkbaar; maar zelfs kenmerkt zich
overal elke stand door geheel bijzondere manieren. Geen reiziger bezocht ooit dezen grond, zonder dit terstond op te merken en te bewonderen; geen beoefenaar der menschenkennis,
in dit zelfde land, kan deze verscheidenheid doordenken, zonder den wensch te gevoelen van zich dezelve eenmaal, door nauwkeurige afbeeldingen, te kunnen vertegenwoordigen’.
Met ondersteuning van de foto’s van Cas Oorthuys en Willem Diepraam zal een zo natuurgetrouw mogelijk beeld geschetst worden van de streekdrachten, zoals die in verscheidene
delen van Nederland nu nog in het dagelijkse leven gedragen worden.
Mannen in streekdracht zult u daarbij niet vaak meer tegenkomen. Nog wel maar niet veel, in Zeeland, Volendam, Marken, Staphorst en Urk.
En alleen in Staphorst dragen de kleine meisjes nog de traditionele kleding van hun dorp.
Een aanwijzing, dat een dracht ‘op zijn laatste benen loopt’ geeft de nogal hoge leeftijd van de meeste dragers/draagsters, en de vaak tot optimale grootte uitgedijde afmetingen van
drachtonderdelen als bijvoorbeeld de mutsen op Goeree en Zuid-Beveland en in Huizen.

Inventaris van de garderobekast
Als een soort wegwijzer in dit land vol bonte lapjes, kappen en andere textiel, volgt hier een opsomming van de onderdelen waaruit in de zestiende eeuw de vrouwenkleding kon bestaan.
Dat waren: een linnen hemd, rok, schort, doek, kroplap (kraplap) en muts van het hultype. Soms, afhankelijk van plaats of seizoen, aangevuld met rijglijf en/of jak.
In Duitsland waren, net als hier, in de zestiende eeuw de decolletés van de vrouwenkleding vrij diep. In een noordelijk klimaat met slecht verwarmde huizen betekende dat:
kou lijden en kou vatten. Om dit euvel te verhelpen bedacht iemand een kledingstuk dat de schouders en de borst voor een deel bedekte: een schouderkraag die als
Goller of Koller (Duits) of collerette (Frans) in heel noordelijk Europa weldra mode was. Van dit kledingstuk stamt het Volendamse kletje (collerette) en de kulder, een jak dat in
Bunschoten en op de Veluwe nog wordt gedragen.
Ook nu nog komen al deze onderdelen tegelijk of in wisselende combinaties voor in de verschillende drachten. Soms is alleen maar de mutsvorm echt heel oud. De mutsen, en er zijn
heel spectaculaire bij, stammen allemaal af van het eenvoudige vrouwenmutsje uit de zeventiende eeuw. Daaronder werd een oorijzer (een ijzeren klem die de muts stevig op het
hoofd hield) gedragen. De mutstypes die we in de levende streekdracht nog kunnen tegenkomen, zijn de hul, kornet, keuvel en luifelmuts. Deze vier types ziet u hierbij in
foto’s en tekeningen. De dik getekende lijnen geven de naden in de mutsen aan waardoor ze als soort kunnen worden onderscheiden.
Het is erg jammer dat de levende streekdracht bezig is in hoog tempo te verdwijnen. Vooral de laatste twintig jaar is het aantal mensen dat nog een specifieke dracht draagt, heel snel
verminderd. De voornaamste oorzaken liggen in het opheffen van een geografisch of geestelijk isolement (aanleg van wegen en dammen, veel meer informatie via de media) en de vaak
gedwongen verandering van het traditionele beroep, bijvoorbeeld door de inpoldering van de Zuiderzee of door economische omstandigheden. Maar er is nu nog de kans om
streekdrachten buiten musea te zien. In dit boek wil ik proberen uw bewondering te wekken voor de streekdrachten als levend onderdeel van de cultuurhistorie. Behalve een uitvoerige
beschrijving van de streekdrachten en detailfoto’s van onderdelen, vindt u ook de namen van de musea die deze kostuums in hun verzameling hebben. Ook is aangegeven
wanneer en waar u de meeste kans hebt de drachten in het gewone leven te kunnen zien. Deze informatie vindt u na elke regio.
Tenslotte wordt een aantal mogelijkheden gegeven, hoe bepaalde aspecten van deze traditionele streekdrachten toegepast kunnen worden bij onze huidige kleding of op voorwerpen om ons heen.
Als u intussen nieuwsgierig genoeg bent geworden om wat meer van de levende streekdrachten te zien, dan kan onze rondreis beginnen.
Constance Nieuwhoff

Unipers Amsterdam;  
 

18. Boeknummer: 00436  
Zo zijn we getrouwd
Historie -- Teteringen           (2017)    [ Fons de Weert, José van Nispen, Nico Haasdijk]
Trouwboek van 'De Vlasselt' deel 2 zo zijn we getrouwd
Heemkundekring 'De Vlasselt' nr.154

Zó zijn wij getrouwd (2)
In de zomer van 2003 brachten we ons 'Trouwboek van De Vlasselt’ uit. Trouwfoto’s van mensen uit Terheijden,Wagenberg en Langeweg.
Inmiddels zijn we 14 jaar verder. Het ‘oude’ trouwboek blijkt vaak een prima naslagwerk. (‘Kende gij..', en dan komt het boek...).
Wij van de Vlasselt kregen dan ook geregeld het verzoek om te werken aan een deel 2. Er zijn de afgelopen 14 jaar (toch) nogal wat mensen getrouwd.
En diegenen die niet in het vorige boek stonden kregen nu de gelegenheid.
Dank aan José van Nispen en Nico Haasdijk voor het verzamelen en scannen van de foto’s.
Fons de Weert deed de vormgeving.
Wij hopen dat u er net zoveel plezier aan beleeft als bij het vorige boek.
Het bestuur van de Vlasselt

Heemkundekring De Vlasselt;  
 

19. Boeknummer: 00442  
Onze dorpen in Vogelvlucht
Historie -- Brabant, algemeen           (2017)    [Arnold Velders (foto's), Fons de Weert (vormgeving)]
Onze dorpen in Vogelvlucht
Heemkundekring 'De Vlasselt', nr 152 (2017)

Onze dorpen in vogelvlucht
Toen bij de herindeling Terheijden zijn zelfstandigheid ging verliezen, hebben wij verschillende attributen gekregen van
diverse ambtenaren, waaronder een aantal luchtfoto’s.
Die luchtfoto’s hebben we een keer op de Traaierie tentoongesteld en een groot aantal mensen aan de kraam waren zeer geïnteresseerd.
Toen ook Arnold Velders een fiks aantal fraaie luchtfoto's van Terheijden en Wagenberg aanbood, was dat voor ons een
teken om dit boekje te gaan uitgeven.
Wij bedanken ook allen die een bijdrage hebben geleverd..
Wij hopen dat u er net zoveel plezier aan beleeft als toen de mensen bij onze kraam.
Het bestuur van de Vlasselt

Heemkundekring De Vlasselt;  
 

20. Boeknummer: 00484  
Leven in Grootmoeders Tijd
Historie -- Plattelands- en boerenleven           (2007)    [Ingeborg Wind]

Leven in Grootmoeders Tijd

INHOUD
Hoofdstuk 1 Het gezin.................... 6
Grote gezinnen...................8
Kinderschare....................9
De Bond voor Groote Gezinnen ... 10
Huishouden op rolletjes..........11
Hoofdstuk 2 Beroepen van toen........12
Kleine kruidenier...............14
Manufacturenwinkel.............15
Kapperszaak...................16
Venters van vis en zuurwaren .... 17
Kleermaker....................18
Venter met vis...................20
Groentekar....................21
Slagerij........................22
Melkboer......................23
IJscoman......................24
Conducteur....................25
Consultatiebureauarts...........26
Schooltandarts.................27
Huisbezoekster.................28
Hoefsmid......................29
Mobiele tuberculosebestrijder .... 30
Laborante.....................31
Hoofdstuk 3 Vergeten beroepen........32
Koperslager....................34
Touwslager.....................35
Schillenboer....................36
Erwten lezen...................37
Scharensliep....................38
Petroleumventer................39
Voddenboer .................... 40
Kruikenruiker.................41
Kiepenkerl............................................42
Dorpsomroeper en klepperman ... 43
Kolenboer.................... 44
Rijkspolitie....................45
Hoofdstuk 4 Eervolle beroepen voor een vrouw............................46
Conductrice....................48
Kraamverzorgster...............49
Vroedvrouw.....................50
Verpleegster...................51
Radiopresentatrice.............52
Telegrafiste...................54
Buschauffeuse..................55
Hoofdstuk 5 Huishoudelijke werkzaamheden..................56
Dorpspomp......................58
Schoon drinkwater..............60
Badhuis........................62
Wassen.........................63
Schrobben .................... 64
Matten kloppen.................65
Naai- en verstelgoed...........66
Grote schoonmaak...............67
Schoonmaakmiddelen.............69
In de keuken...................70
Wecken.........................71
Bedden opmaken.................72
Opruimen in de slaapkamer......73
Stoffen........................74
Straatje vegen.................75
Warmwatervoorziening...........76
Koken..........................77
Hoofdstuk 6 Onderwijs enontwikkeling...................78
Lagere school..................80
Dienstbodeopleiding............81
Huishoudschool.................84
Ambachtsschool.................86
Mulo...........................87
Hoofdstuk 7 Transport en vervoer...........88
Fiets..........................90
Tolweg.........................92
Paard en wagen.................93
Transporteurs..................94
Beurtrijders...................95
Sleperswagen...................96
Boerenkar......................97
Wegenbouw in Nederland.........98
Paardentram...................100
Aapjeskoetsier................101
Bewegwijzering.................102
Boemeltrein....................104
Begeleiding van meisjes in de stad 105
JanPlezier.....................106
Kleedwagen.....................107
Hoofdstuk 8 Sociale Voorzieningen . . . 108
Consultatiebureau..............110
AOW............................112
Emigratie......................113
Ouden van dagen................114
Begrafenissen..................115
Vakantiekolonie................116
Hoofdstuk 9 Bet sociale leven..............118
’s Avonds bij de radio.........120
Opkomst feminisme..............121
Radio..........................122
Stratenschouw..................124
Wandelen op de hei.............125
Kanarietentoonstelling.........126
Schaatsenrijden................127
Geboortegebruik................128
Verjaarsgebruik................129
Tentoonstelling van rijtuigen en sjezen..................130
Jaarmarkt......................131
Landbouwdagen..................132
Optocht in het dorp............133
Aan het strand.................134
Watersport.....................136
Muziekkoepels..................137
Koninklijk Huis................138
Oranjefeesten..................139
Filmhelden.....................140
Revue..........................141
Populaire zangers..............142
Lezen..........................143


Terra Lannoo BV;  
 

 

Uitgebreid zoeken

Laatste wijziging binnen getoonde publicaties: 24 april 2022